vrijdag 1 maart 2019

Elfdorpentocht

Het was vroeg dag. Om 6 uur ging de wekker. Mijn vrouw ging naar Rotterdam voor de oppasdienst op onze kleinzoon. Zelf zou ik naar de Leidse IJshal gaan om te helpen bij de Elfdorpentocht.
Ik zou helpen bij deze inmiddels traditionele afsluiting van de Krokusvakantie.
Na het nieuws en vooral het weer van half 8 stapte ik op de fiets naar de Vondellaan, waar ik Henk van Heuzen en Maup Honcoop hielp bij het opzetten van een paar hindernissen op de binnenbaan, terwijl Ruud Vermeulen, ijsmeester Jan van Rijn en Wim Slootweg dit op de buitenbaan deden.
Intussen druppelden de kinderen binnen op deze grauwe eerste dag van de meteorologische lente. Uiteindelijk zouden er ruim 110 kinderen afkomen op de Elfdorpentocht.
Henk Distelveld en ik kregen de rol toebedeeld om als voorrijder te fungeren. Het begrip "voorbeeldfunctie" kreeg zodoende een totaal nieuwe dimensie.
Om 9 uur ging het licht uit en met 2 lichtende voorbeelden  voor hen reden ruim 100 kinderen de eerste loze ronde.
Na de eerste stempels gingen de lichten aan en konden de kinderen voor het eerst door de sneeuw banjeren en door de lange tunnel schaatsen. Naarmate de tijd vorderde werden de konen steeds roder.
Om 10 uur waren de 11 stempels verzameld en kregen de jonge helden een medaille, waarmee ze samen met hun grote voorbeelden gezamenlijk een ereronde mochten rijden.
Het opruimen was in een sneltreinvaart gebeurd. Vele handen maken licht werk. In de kantine dronken we koffie, thee en warme chocolademelk, waarna ieder zijns weegs ging.
Ik fietste naar Hillegom toe. Dat viel niet mee, want er stond een stevige bries.
Onderweg passeerde ik met mijn Batavus Galibier de magische grens van 50.000 kilometer. Niet gek als je bedenkt, dat de fiets net geen 5 jaar in mijn bezit is. Een gemiddelde van 10.000 kilometer is niet slecht te noemen.
 Ik at mijn brood bij Joep, met wie ik daarna nog anderhalf uur bijkletste. Op de terugweg wipte ik nog even aan bij mijn neef Eric. Rondom zijn huis zijn de contouren van een bloemenzee alweer te zien.
Om 10 over 5 was ik weer terug in de Leidse IJshal, waar we voor de verandering gebruik konden maken van de buitenbaan. Bert Hoogeveen en Margreet Hetebrij namen de meeste kinderen, ik had een groepje van 4 kinderen met 2 nieuwkomers, die ik de beginselen van de edele schaatssport bij probeerde te brengen.
Kennelijk had ik dat goed gedaan middels deze uitspraak van een van de nieuwkomers: "Als ik van hocket afga, dan ga ik op schaatsen!"
Met deze psitieve feedback kon ik aan het weekend gaan beginnen.


Geen opmerkingen: