vrijdag 29 oktober 2010

Sierra Naranco




Na het ontbijt keken we op deze wederom mooie dag naar de foto's, die Siebe gemaakt had, alvorens we naar het wangedrocht, dat Calatrava voor Oviedo ontworpen had. Dit was naast een congresgebouw ook een enorm winkelcentrum. Hier kochten we een usb-stick van 16 Gb, waarop we alle digitale foto's veilig op konden slaan.
Siebe probeerde zijn nieuwe jas te ruilen voor een grotere, maar helaas, hij had al de grootste maat. Met zijn 1.87 is hij in Spanje zeer lang. In dezelfde winkel zag ik een blauw-zwarte blokjesbloes, die ik als souvenir uit Oviedo mee zou nemen.
De telefoon ging. Ana was gearriveerd. Ze moest nog even wat papieren ophalen bij het gebouw van de universiteit, voor ze morgen in Gijon aan de slag zou gaan.
We kuierden daarna met zijn vieren naar deoverdekte markt, waar we als buitenlanders afgezet werden bij de fruitkraam. Ana haalde vis voor haar oma en tante in Gijon. "Je bent nu een viswijf" bracht Siebe liefdevol uit. Met dit viswijf namen we plaats op een terrasje vlak bij de openbare bibliotheek.


Om een uur of half 2 ging ieder zijns weegs. Wij liepen een stuk van de Sint-Jacobsroute. Deze liep pal langs onze kamer, zodat we de spullen, die we niet nodig hadden, achter konden laten. We vervolgden La Argoñosa tot we over het spoor konden. Het pad maakte een tijdelijke omweg, maar daar de poort van de bouwplaats open stond, namen wij de oude route en sneden zo een flinke bocht af.
Aan de uiterste noordwesterrand van Oviedo zaten we op een bank in de zon te lunchen.

Langs de slingerweg klommen we naar San Lázaro de Paniceres. Vanaf hier had je een prachtig uitzicht over de bergen ten zuiden van Oviedo, de Cordillera Cantabrica.



We verlieten de weg en volgden de gele schelpen op een blauw veld over een onverhard pad naar Las Campes. We stegen over een holle weg, tot we bij een kapel aankwamen, de Capilla de el Carmen in Llampaxuga.

Als goede pelgrims zetten we hier onze stempel in het vakantiedagboek.
Na een (dure) appel uit Asturias gegeten te hebben, daalden we over het onverharde pad af naar La Pipera. Het was een vrij steile afdaling naar een beek, zodat we vanaf La Pipera flink konden gaan klimmen. Aanvankelijk ging dit over een asfaltweg, maar na twee keer navraag gedaan te hebben bleek, dat we over een onverhard pad over de top van de Sierra Naranca moesten. Letterlijk en figuurlijk raakten we steeds verder van huis.



De weg naar rechts, waar we op wachtten, kwam steeds maar niet te voorschijn. Uiteindelijk verscheen deze toch. Over de kam van de Naranco, waarvan de Pico Paisano ook deel uitmaakt, sjokten we uiteindelijk in oostwaartse richting. We hadden het verste punt gehad. Vanaf Brañes daalden we af.
Op een plekje uit de wind met uitzicht over het dal beneden ons en de zeer vele bergen daar achter, aten we onze bananen op. Over een weg met haarspeldbochten daalden we af. Zo kwamen we uit in El LLano, waarna we over een op en neer golvende weg naar Ules wandelden, waar het flink bergafwaarts met ons ging.


Zo kwamen we te langen leste in Oviedo uit, waar we de Avenido de los Monumentos oppikten, tot we weer bij "El Tayuelu" waren, waar Ada in het prachtige "Vaslav", de nieuwste roman van Arthur Japin, las.

Uiteraard wil ik dit boek bij iedereen aanbevelen. Ik werkte ondertussen het dagboek bij.
Om even over half 9 ging de telefoon. Het college was klaar. Met Siebe gingen we eten in "La Cruz", een café, waar ook tapas geserveerd werden. We bestelden tapas en een drietal tapasschotels. Ik nam Mahou, terwijl
Ada liet zien, dat ze nog steeds niet in één teug de sidre weg kon drinken.
Siebe kon er de hele avond om lachen.
Als toetje was er een oma-taart: custard met chocolade en een toefje slagroom. Om half 12 verlieten we "La Cruz", € 55,- lichter en een gezellige avond rijker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten