zondag 18 augustus 2013

Val de Villé

Vanaf Rothau klommen we langzaam omhoog tot we op een picknickplek langs de drukke D420 stokbrood met camembert aten.

Bij St. Blaise-la-Roche klommen we verder naar de Col de Steige, met 534 meter toch ook een aardige puist. We passeerden het lieflijke bergdorp Colroy-la-Roche, waar een soort vrijmarkt gehouden werd.
Vlak na de Col de Steige begon het zo hard te regenen, dat we onze regenjas aantrokken. Via het langgerekte dorp Steige daalden we verder af, tot we in Villé een bord met "Camping" tegen kwamen. Op "Le Giessen" konden we onze tent aan de beek opzetten. Het was droog, maar wel bewolkt.
Met een gratis kaartje vertrokken we naar het zwembad. Het tropische binnenbad lieten we voor wat het was. Wij verkozen het openluchtbad, waar we een kwartier lang baantjes trokken.
Om 5 uur vertrokken we op de fiets van Bassenberg naar Villé. De teller stond al op 63 km, er zouden er nog 4 bijkomen. Door het zwemmen waren we toch wel wat koud geworden, dus bij een patisserie namen we cappuccino en warme chocolademelk. Om 6 uur moesten we de zaak verlaten. We wandelden door het letterlijk kleurrijke centrum van Villé. In de regen, dat weer wel.


Uit de restaurants kozen we "Chez Titine", een kleine, gezellige horecagelegenheid. Een driegangenmenu met vooraf Assiete Bergére en totre flambee als hoofdgerecht en ijs toe kostte ons inclusief dranken en fooi € 56,-. Op kwart voor 10 reden we met lichten aan naar camping "Le Giessen".
's Nachts hadden we op onze plek aan de beek diverse buien op ons hoofd gehad. Het was maar goed, dat er een tentzeil tussen zat. Dat gold niet helemaal voor de voortent. Door een kleine constructiefout loopt het water daar niet helemaal weg, maar vormen zich kleine plassen, die op een gegeven moment zachtjes gaan lekken. Niet helemaal de bedoeling, lijkt me.


We werden om half 8 wakker en deden heel relaxed, daar we een korte etappe zouden hebben. We ontbeten rustig en lieten de tent zo lang mogelijk drogen. Om 10 uur reden we de camping af. Via Villé reden we langs de drukke D 424 via Triembach naar Thanvillé, waar we een bosweg in sloegen.
.
We klommen regelmatig een stukje, om daarna weer af te dalen. Bij zo'n afdaling stond een bord met 30 km maximum met Rappel eronder. Ik reed op dat moment 43.
We kwamen uit bij restaurant Húhnemühl. Op het nog gesloten terras werden we toch geholpen. Na de café au lait en de cacao chaud wandelden we naar de kasteelruïnes van Ramstein en Ortenbourg.

De wandeling door het bos was her en der behoorlijk steil. Heel apart was een stuk van bijna 500 meter waar boomwortels een soort natuurlijke trap vormden.


De klim ging door over een pad met soms loszittende stenen. Je moest dus goed op blijven letten, waar je je voeten neerzette.


Het eerst waren we bij Ramstein. Daar we niet vlak bij deze ruïne konden komen door de diepe kloof, klommen we door naar Ortenbourg. In het voorste deel van de ruïne kon je wel komen. Imposant.











Maar het meest imponerend was het uitzicht, dat je hier vandaan had over het Rijndal en alle dorpjes en de wijnvelden. In de verte zag je achter de Rijn een bergketen opdoemen: het Zwarte Woud.
We daalden voorzichtig af, toen er een hardloper omhoog kwam rennen. Even later rende hij ook omlaag, waar wij zorgvuldig onze voeten neerzetten. Bij het kapelletje aangekomen zagen we de man weer omhoog rennen. Maar ja, hij had dan ook de gele trui aan...
We reden door naar Chatenois, het volgende leuke plaatsje van onze fietstocht. We hadden de Vogezen verlaten en fietsten nu door de Elzas.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten