vrijdag 1 november 2013

Behelpen

Op ons werk krijgen we per 1 januari een flinke bezuiniging te verwerken. We krijgen € 200.000,- minder subsidie, met als resultaat, dat filiaal Katwijk aan den Rijn op 31 december na 32 jaar haar deuren definitief sluit.

Daarnaast nemen we eind december noodgedwongen afscheid van 7 collega's, die meestal meer dan 20 jaar bij de bibliotheek werken. Of we het leuk vinden of niet, we zullen met minder mensen ongeveer hetzelfde moeten doen. In de uitlening zal de formatie ingekrompen worden. De precieze invulling is nog niet bekend, maar globaal genomen zullen we per uitleendienst, die nu gemiddeld met 3 personen gedraaid wordt, het in 2014 veelal met 1 medewerker minder moeten zien te rooien. Dat wordt bij tijd en wijle behelpen.
Hierin zijn we trouwens niet uniek. In het hele land zie je dit gebeuren, niet alleen bij de bibliotheken, maar in vrijwel alle sectoren.

Er wordt gedaan of het begrotingstekort het grootste probleem is, maar volgens mij is de massawerkloosheid een veel groter probleem.

In de jaren '80 werd er door de politiek tenminste nog iets gedaan tegen met name de jeugdwerkloosheid. Er bestond zoiets als een jeugdwerkgarantieplan. Jongeren konden op deze manier een jaar aan de slag om ervaring op de toen als opstap naar een "echte" baan. Als bibliothecaris zou ik heel erg blij zijn, als we, ook al is het maar voor een jaar, jongeren de kans kunnen geven om te ervaren, wat voor prachtig beroep wij hebben.
Er is dan sprake van een echte win-win-situatie: de jongeren kunnen werkervaring opdoen en wij hoeven ons minder te behelpen.
Waar ik de jeugd wel ervaring op kon laten doen, was in de Leidse IJshal. Om 4 uur trok ik mijn kluunschaatsen aan voor de schaatsles van de buitenschoolse sport. Deze training verliep volgens planning.
Dat kon niet gezegd worden van het uur erna. Een trainster had zich gisterenavond keurig bij me afgemeld. Daar ik er op gerekend had, dat Hans Post met zijn 2 nichten aanwezig zou zijn, zouden we met 3 trainers 3 groepen voor onze rekening kunnen nemen. Maar helaas. Hans was er niet, maar wel 3 kinderen, die voor een proefles kwamen. Daar ik Joost Wösten niet op kon zadelen met 20 kinderen, had ik 2 groepen van zeer uiteenlopend niveau onder mijn hoede. Twee kinderen, die nog letterlijk aan het handje genomen moesten worden op het supergladde ijs, en ruim 10 kinderen, die al behoorlijk goed kunnen schaatsen.
Om het improvisatievermogen volledig te kunnen ontplooien was er ook nog een kind, wat bij het ijsschaafsel van de schaatsen halen, in de vingers sneed. Deze variant op Blood, Sweat ande Tears kon er ook nog wel bij.

Anderzijds kun je het natuurlijk ook positief bekijken: de schaatsen waren in ieder geval goed scherp!

Daar ik de kinderen niet alleen kon laten, vroeg ik aan een paar ouders, die langs de kant stonden, of zij een pleister wilden plakken op de bloedende snijwond.
Daar het behelpen zijn grenzen heeft bij dit uiteenlopende niveauverschil, besloot ik een kwartier eerder dan normaal over te stappen het ultieme redmiddel: spelletjes!
Dit lijkt gemakzuchtig, maar dat valt reuze mee. In mijn ogen is er bijna niets te bedenken, waardoor kinderen beter gaan schaatsen dan de traditionele tikspelletjes. Je moet eens zien, hoe behendig zelfs de stijve harken nog worden, als ze achterna gezeten worden door de tikker. De kinderen kunnen ineens veel meer dan tijdens het "gewone" oefenen in de eerste helft van de schaatsles: kappen, draaien, keren, wegsprinten en dan nog snel een bochtje naar links of naar rechts.
Ook de 2 beginnende proeflessers vonden hun draai bij de spelletjes, net als één van de 2 Turkse broertjes. In zijn vierde schaatsles ooit deed hij doodleuk mee met het pootje over, dat ik de kinderen had opgedragen, die minstens 1 jaar schaatsles hadden gehad. Als je hem 4 weken geleden over het ijs had zien waggelen, dan had je dit voor onmogelijk gehouden, maar het gebeurde toch.

Wie dacht, dat het met het einde van de training gedaan was met het behelpen, die heeft het mis. Ik leen altijd de pilonnen van de IJsclub van Voorschoten, die voor de buitenschoolse sport worden gebruikt. Na het uur van de IJVL doe ik de pilonnen netjes in de kast van Voorschoten, waarna ik het hangslot met een klik op gesloten zet. Maar vandaag zat de kast al op slot!

Daar ik de sleutel niet heb, restte mij niets anders dan een van de trainers van Voorschoten te bellen, dat ik de pilonnen netjes onder een tafel had gezet. Thuisgekomen belde ik naar Ken Ainsworth. Daar hij morgen zelf schaatsles geeft, zal hij de pilonnen in de kast stoppen.
Ik had nu dus mazzel. Je kunt niet aan het behelpen blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten