vrijdag 9 mei 2014

Inaugurale rede


Tot ik in 1976 aan Amsterdamse grachten aan de Bibliotheek- en Documentatie-Academie begon, had ik nog nooit van de term gehoord, maar daarna kwam het begrip diverse keren aan bod tijdens de colleges: de inaugurale rede.
Vooral tijdens de lessen titelbeschrijving kregen we diverse keren te maken met de op papier gestelde openbare redevoering, waarmee een nieuw benoemde hoogleraar zijn of haar ambt officieel aanvangt. Het is namelijk de gewoonte dat van de tekst van de oratie een boekje wordt gemaakt.

Op de stage in 1977 aan de Vrije Universiteit na heb ik tijdens de 35 jaar, die ik werkzaam ben in de openbare bibliotheek, nooit meer iets te maken gehad met een inaugurale rede. Dit is in de praktijk iets, waar je alleen maar in aanraking komt, als je in een wetenschappelijke bibliotheek werkt.
Ineens kwam de term weer bovendrijven, toen ik ruim een maand geleden een uitnodiging kreeg van mijn trainingsmaat Gera van Duijvenvoorde. Dit IJVL-lid, met wie we op maandag in de zomermaanden droogtrainen en op woensdag skeeleren, nodigde de droogtrainingsgroep uit om haar oratie bij te wonen bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht. De titel van de inaugurale rede luidt: "Achter de schermen van het telecommunicatierecht".

Geheel volgens de eeuwenoude traditie werd de oratie uitgesproken in het Academiegebouw aan het Rapenburg.

Ik had mijn nieuwe fiets bij Jaap de Gorter gestald en via de achteringang van de Hortus Botanicus naar het Academiegebouw gewandeld. Daar verzamelde de droogtrainingsgroep zich alvorens we dit voormalige klooster binnen gingen.

De kledingkeuze van eenieder was wel even wennen. Meestal zien we elkaar namelijk in sportkleding.
Om kwart over 4 kwam professor mr. dr. G.P. van Duijvenvoorde in een stoet van andere professoren in toga en met een baret op het hoofd het Groot Auditorium binnen geschreden.

Alle toga's waren zwart op één wijnrode na. Dat was van een professor, die eerst bij een andere universiteit in Nederland had gewerkt en het zonde vond om een nieuwe toga te kopen, terwijl de andere nog goed was.

Om kwart over 4 begon Gera in een zaal met 250 toehoorders aan haar inaugurale rede. Deze begon heel bijzonder met het verhaal van de telegraafverbindingen in de woestijnen in Australië. Er zijn mensen, die daar hun hele leven in extreme omstandigheden geleefd en gewerkt hebben, zo ongeveer verstoken van vrijwel elk menselijk contact, om anderen in staat te stellen contact te hebben met de rest van de wereld. Zelf leefden ze in the middle of nowhere....

Wij kregen intussen het een en ander te horen over de internationale afspraken, die gemaakt zijn om communicatiemiddelen als mobiele telefoons, internet en dergelijke überhaupt te kunnen gebruiken.
Na ruim 40 minuten verliet de kersverse professor het Groot Auditorium in gezelschap van haar vakbroeders.

Op de druk bezochte receptie duurde het wel even, voor we aan de beurt waren om Gera en Henk de hand te schudden. Ondertussen praatten we met deze en gene.
Om half 7 wandelde ik met Hans Post naar Stadscafé Van der Werff voor een "walking dinner".
Uiteraard werden er tijdens dit gezellige samenzijn enkele toespraken gehouden. Daar deden wij niet aan mee. Wij hielden het bescheiden met een tweetal liederen.

Ik heb zo waa- waa- waa- waanzinnig gedroomd
Ik word hoogleraar, mam - Dat had je gedroomd
Nee, echt, ’t is waar
Het klinkt misschien raar
Maar ik ga nu die droom achterna

’k heb mijn schaatsen in het vet laten staan
En ook aan sporten heb ik niets meer gedaan
Want el-leke dag
Ging ik aan de slag
Dat alles voor een boeiend verhaal

Je was fantastisch, maar dat wist je toch wel?
En vanaf nu kom jij niet meer in de knel
Je hebt nu weer tijd
En loyaliteit
Voor de sport en de fa-a-culteit

Opzij, opzij, opzij
Maak plaats, maak plaats, maak plaats
Gera heeft ongelofelijke haast
Opzij, opzij, opzij
Want zij is haast te laat
Zij heeft nog maar een paar dagen de tijd

Zij moet schrijven, lezen, denken, typen, oef’nen, timen en weer door gaan
Zij kan niet komen trainen, zij kan nu niet langer blijven gaan

Na negen mei misschien,
dan komt zij wel weer skeel’ren
en naderhand wellicht een kopje thee
wat zijn wij trots op Gera, hoogleraar in een toga
Hoera, hoera, voor onze knappe Gera

Om kwart voor 10 namen we afscheid van Gera en wandelde ik met Jaap de Gorter mee naar zijn huis, waar ik mijn fiets ophaalde. We hadden geluk gehad. We waren telkens precies tussen de buien door van de ene plek na de andere gegaan.
Op de fiets reed ik naar mijn eigen verstrooide professor. Zij had deze status bereikt zonder inaugurale rede....

2 opmerkingen: