woensdag 16 mei 2018

Een rijdende diavoorstelling

Nog voor de wekker ging, stond ik om 7 uur onder de douche. Ik pakte de laatste spullen in en dekte de tafel. Ada had zich inmiddels ook gedoucht en zij maakte alvast het eten voor onderweg klaar.
Om half 9 ontbeten we. Daarna wandelden we naar het dichtstbijzijnde station toe. Daar namen we afscheid van Ana en Siebe na een leuke week in het prachtige Asturias.
We hadden de stoptrein naar Oviedo. We herkenden stukken landschap, waar we de afgelopen week langs gekomen waren. Een half uur later waren we in het ons bekende Oviedo, waar we in de restauratie koffie en verse jus d'orange dronken. 
Een uur later hadden we de trein naar Palencia. Deze zou ons door de Picos de Europa voeren. Aanvankelijk zagen we daar niet zo veel van, want het spoor lag in een diep dal. 
Maar naarmate we hoger klommen, werd het uitzicht steeds mooier.

We kwamen in een schitterend berglandschap met besneeuwde bergtoppen om het plaatje compleet te maken.
Het was een soort rijdende diavoorstelling, want telkens doken we na een mooi uitzicht een donkere tunnel in, waarna een nieuw fraai landschap te voorschijn kwam.



Richting Leon werd het landschap ruimer, na Leon reden we over een vrij lege hoogvlakte naar Palencia toe.
Hier moesten we overstappen. De trein was 10 minuten te laat, maar dat verbaasde ons niet meer. Een Spaans spoorboekje is wat flexibeler dan een Nederlandse.
Desondanks hadden we anderhalf uur voor de trein naar Irun vertrok. In het park tegenover het station, dat ons zo bekend voorkwam, aten we een broodje kaas en een broodje gebakken ei. Ook dat gebakken ei van de boerderij was geler dan gebruikelijk.
Na het eten liepen we het stadje Palencia in. Een leuke stad. We liepen langs de oudste universiteit van Spanje, gesticht in de 13e eeuw.
Het standbeeld met de gemaskerde mannen met een bazuin stelde ons voor een raadsel.





Er waren overal leuke hoekjes. Het ooievaarsnest op een paar monumenten viel ons op.
In het station namen we een cappuccino en een ijsje, voordat we naar perron 1A liepen, waar de trein naar Irun vertrok. Voor de zoveelste keer reden we achteruit.
Ik las "Reikhalzend verlangen" van Freek de Jonge uit en keek naar het bergland van Baskenland, dat er in de zon heel anders uitziet dan in de regen.
In San Sebastian moesten we overstappen op een andere trein. We hadden de uitlopers van de Pyreneeën gezien, nu zaten we in een industriegebied met veel flats.
In Irun stopte de boemel, waarna we naar het metrostation moesten lopen. Hier kochten we voor € 3,50 een tweetal kaartjes voor de oversteek naar Frankrijk.
In Hendaye stapten we om 5 voor 9 uit en om 9 uur waren we bij Hotel "La Palombe Bleue".
De sleutel moesten we halen bij "Hotel De la Gare". Hier konden we de volgende ochtend ontbijten. In het Engels kregen we uitgelegd, waar we op dit tijdstip konden eten.
In de zwoele zomerlucht liepen we door dit leuke stadje naar Place de la Republique, waar we op het terras bij "Ttiki Baci" twee tonijn, een cider en een bier bestelden.
Het hoofdgerecht was verrukkelijk. De tonijn was zowel gebakken als in het zuur.
Een groep gepensioneerde gendarmes verliet het restaurant. Met een van hen praatten we nog even, voordat we een thee en een bier bestelden met een appeltaart met ijs als dessert.
Tesamen werd dit € 58,70, afgerond € 60,-.
We wandelden  via een andere weg door dit stadje in Frans Baskenland terug.
"Nu moeten we voor "Les deux ponts"ongeveer afslaan. Het bleek maar weer eens, dat in berggebieen wegen anders lopen dan je verwacht. Tot onze verbazing stonden we ineens voor "La Palombe Bleue".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten