zondag 1 maart 2026

Wintertriatlon

Het is alweer aardig wat jaar geleden, dat ik aan de hele wintertriatlon had meegedaan. Volgens mij was dat in maart 2007, dus 19 jaar geleden. Daarna werd de triatlon omgezet in run-skate-run en later in de biatlon. Tot ook deze een stille dood stierf. Daarna werd er niet meer zo'n duurevenement georganiseerd rond de Leidse IJshal aan de Vondellaan, maar wel een aantal jaren de 1000 rondjes van Leiden.

Veel is er in die jaren veranderd, alleen de oude Peugeot-racefiets is hetzelfde gebleven. 

Ik zou 2 jaar geleden herintreden, maar een griep anderhalve week ervoor gooide roet in het eten. De halve wintertriatlon was toen het hoogst haalbare.

Ik was dus heel benieuwd, hoe de hele wintertriatlon na bijna 2 decennia zou gaan.

Om 9 uur vertrok ik naar IJshal De Vliet, waar ik startnummer 235 ophaalde en héél veel bekenden tegenkwam. Aan de Stammtisch met meesterschilders Wil van Leeuwen en Theo Koek nam ik mijn eerste sportgel en sportdrank voordat ik me naar het startvak begaf. Daar kwam ik voormalige "Krasse knar" Aldert Prast, die uiteindelijk 5e zou worden, tegen. Mini en Maxi op de wintertriatlon.

Om 20 voor 11 klonk het startschot en konden we vertrekken. Ik liep helemaal achteraan. Dat doe ik bewust. De eerste kilometers gebruik ik om me warm te lopen. Deze truc gebruik ik ook bij de Leiden Marathon. Alle energie, die je bespaart door niet in te lopen, heb je aan het eind nog over.

In de kleding van Olympiër Tijmen Snel haalde ik zoetjesaan een aantal lopers in. Na de eerste ronde nam ik een debuterende vrouw op sleeptouw. De kunst van het doseren beheers ik tot in de puntjes. Michelle van den Hoek zou uiteindelijk 76e worden.
Ondanks dat ik 10.000 kilometer per jaar fiets is het mijn slechtste onderdeel. Om snel te fietsen heb je 2 dingen nodig: of pure snelheid, of pure kracht.
Nu kun je een hoop van mij beweren, maar pure snelheid heb ik niet. Ik ben verder geen slapjanus, maar er schuilt absoluut geen Jerommeke in mij.

Ik moet het juist hebben van souplesse. Daarmee begon ik aan de volgens mijn kilometerteller ruim 48 kilometer fietsen. Ik had een tiental lopers achter me gelaten en voorlopig zat ik aan de goede kant van de streep. Gaandeweg werd ik een prooi voor alle fietsers, waaronder een paar met een heuse tijdritfiets met dichte wielen. Halverwege de tweede ronde werd ik een motor gewaar, nadat ik was ingehaald. Uit eerdere triatlons wist ik genoeg. Ik was de laatste man in koers.

De kans op de Leidse Sleutel voor de laatste triatleet werd steeds groter, maar ik had nog één troef achter de hand: als houder van het baanrecord van de meeste rondjes in IJshal De Vliet moest mijn specialiteit nog komen.

Tot die tijd moest ik zorgen, dat de achterstand niet te groot werd. Ondanks windkracht 5 ging mijn langzaamste volledige rondje in 20.06 en de snelste in 19.22. Hoe vlak wil je het hebben?

De temperatuur was prima voor begin maart, maar door de wind voelde het toch wat frisser aan. Ik was blij, dat ik een trainingsjack had aangetrokken na het hardlopen.
Bij de laatste ronde om de Vlietlanden bedankte ik de vele vrijwilligers langs de kant, onder wie veel trainingsmaten. Zonder hen zou er geen wintertriatlon mogelijk zijn!

Na ruim 2 uur fietsen kon ik mijn zwakste onderdeel afsluiten en naar de 250-meterbaan lopen na een sanitaire stop. Ik trok mijn kluunschaatsen aan na een energiegelletje en kreeg van iemand te horen, dat ik met rondjes 40,6 nog binnen te tijdslimiet binnen zou zijn. Tot de 74e ronde zat ik daar voortdurend onder. Dusdanig, dat ik zelf de laatste plaats aan een andere schaatser over kon dragen.

In het begin was het lastig inhalen. Het was zo druk op de baan, dat het soms lastig inhalen was. Af en toe reed men met 4 man in hetzelfde tempo naast elkaar. Maar gaandeweg werd het steeds rustiger op de baan, daar men de wintertriatlon had volbracht. Aan het eind reden we nog maar met zijn drieën op de baan. Ik zag, dat Wieke Eikelenboom er aardig doorheen zat. Ik besloot om haar te helpen door op kop te gaan rijden in een rustiger tempo. Dit hield wel in, dat ik nog 2 rondjes extra moest rijden. Voor mij een peulenschil. En zo gingen de jongste en de oudste deelnemer hand in hand over de finish!

De euforie na afloop was snel verdwenen, toen ik mijn schaatsen uittrok en mijn nieuwe sportschoenen aan wilde trekken. Mijn Mizuno's waren verdwenen! Waar ik ook keek, ik kon ze niet vinden. Ik was witheet. Als je bij een georganiseerde wedstrijd niet eens je schoenen langs de kant kunt laten staan, waar je bij natuurijs gewoon je spullen bij het rijden van een toertocht rustig langs de kant van de openbare weg achterlaat om die uren later ze op dezelfde plek terugvindt, dan is er toch iets mis.

Alle open kluisjes werden geopend, ik liep met stoom uit mijn oren naar de organisatie, maar na een kwartier kwam iemand mij melden, dat de schoenen gevonden waren. Een overijverige vrouw vond het rommelig en had ze in mijn schaatstas gestopt en deze dicht gedaan, terwijl ze netjes onder de bank stonden.


Na ruim 6 uur intensief sporten zit je niet te wachten op dit soort onaangename verrassingen. Toen ik mijn schoenen weer aan had, moest ik vrijwel meteen door naar het startvak, dat werd afgebroken, daar de fietsen dan onbeheerd achter zouden blijven.
Maar met de conclusie van het Leidsch Dagblad "Iedereen lijdt, maar met een glimlach. Het is zwaar en mooi" was ik het niet helemaal eens. Ik heb niet geleden. Op mijn oude racefiets reed ik naar de volkstuin, waar ik wat brood at en een chocolademelk dronk. Zo kon ik in een rustig tempo de spieren even los trappen. Nu we het daar toch over hebben: ik ben benieuwd, hoe het traplopen morgen zal gaan.

zaterdag 28 februari 2026

Korte ritten

Het was een dag van veel korte ritten. Ik werd vanmorgen rond een uur of 7 wakker, de gebruikelijke tijd. Mijn vrouw was als mantelzorger bij haar moeder en daar ze altijd met volle teugen van de natuur geniet, stuurde ik deze foto van onze achtertuin. Een echte natuurtuin.

Na het ontbijt vouwde ik alle droge was op en ruimde dat weg. Daarna ging ik de broodbestelling ophalen bij "De Helianth". Op de terugweg fietste ik langs fietsenmaker Van Vliet om te kijken of mijn racefiets al klaar was. Dat was het geval. Dat kwam mooi uit. Ik reed op de racefiets naar huis en deed mijn hardloopschoenen aan en liep naar Noord-Hofland om mijn stadsfiets op te halen en te betalen.

Nu draai ik mijn hand niet om voor wat extra kilometers maken, maar een dag voor de wintertriatlon ligt dat toch een tikkeltje anders. Bewegen is goed, maar je moet jezelf ook sparen. Nu paste alles goed in elkaar. Bewegen, wat rust, bewegen, wat rust. En aldus geschiedde.

Ik lunchte thuis licht, deed een ander trainingsjack aan en fietste naar IJshal De Vliet, waar ik om 1 uur een kinderpartijtje zou geven. Er was echter nog niemand. Zij dachten, dat het partijtje om half 2 zou beginnen. De les verliep prima. De kinderen pikten de oefeningen allemaal goed op en toen we de funbaan moesten verlaten voor een dweilpauze gingen we naar de 250-meterbaan, waar ik als training voor morgen nog 7 kilometer op techniek schaatste, terwijl ik af en toe kinderen wat individuele aanwijzingen gaf. Velen zullen dit een lange afstand noemen, maar voor de houder van het baanrecord is dit echter een korte rit.

Thuis douchte ik me, at nog een klein beetje en fietste op deze wisselvallige dag naar de volkstuin om het groente- en fruitafval in het compostvat te deponeren.
Maar het was vooral een winderige dag.

Wat dat aangaat zijn de voorspellingen voor morgen een stuk gunstiger.
Vanaf de volkstuin fietste ik naar het huis van mijn schoonmoeder, waar ik op de laatste dag van de meteorologische winter erwtensoep als voorgerecht at met een macaronischotel met gerookte zalm als hoofdgerecht en yoghurt met vla en mispelmoes als toetje. Koolhydraten stapelen!
De rit naar huis was de laatste korte rit van de dag. Hiermee kwam ik op 800 kilometer fietsen in februari, de slotmaand van een toch weer erg zachte winter.

Alleen januari was een echte wintermaand, vooral in het noorden van het land.

vrijdag 27 februari 2026

Houten sneeuw

Na het ietwat verlate ontbijt bracht ik mijn oude racefiets naar fietsenmaker Van Vliet in Noord-Hofland voor wat kleine reparaties met het oog op de wintertriatlon van zondag. Ik had mijn nieuwe Mizuno-hardloopschoenen aangetrokken en liep ermee terug naar huis. 
Op de terugweg liep ik door het park van "Ter Wadding" en het Stevenspark met veel sneeuwbloemen en krokussen.


Thuisgekomen togen mijn vrouw naar de achtertuin, waar we een hoop takken van de dode lijsterbes zouden zagen. Gezien mijn virtuositeit op de zaag mocht ik deze klus klaren.

Het ging goed, maar ik moest wel boven mijn hoofd werken. Het probleem met de wet van de zwaartekracht is, dat de door het zagen ontstane houtsnippers naar beneden kwamen dwarrelen als een soort houten sneeuw.

Daar ik omhoog moest kijken voor mijn werk, kreeg ik wat van deze houten sneeuw in mijn rechteroog. De natuurlijke reactie is, dat je ogen gaan tranen. Het vuil spoelt er dan uit.  Maar om nieuw houten sneeuw in mijn ogen te voorkomen, zette ik de oranje bril op.

Na een klein uur was de klus geklaard.

De afgezaagde takken vormden een aardige stapel.

Op de takken zat een flinke laag groot dooiermos.

De koolmezen vonden dat zeer interessant.

We aten tussen de middag warm eten. Dat was het meest praktische, daar mijn vrouw vannacht bij haar moeder sliep. Na het middagmaal fietsten we samen naar de volkstuin, waar we wat klussen deden zoals een houten pallet ophalen. Op de terugweg zag ik nog wat paddenstoelen.


Op de Schenksloot vlogen de watervogels op bij mijn nadering.

Op weg naar IJshal De Vliet fietste ik langs fietsenmaker Van Vliet. Door grote drukte is de racefiets morgenochtend pas klaar. Daar gaven de trainers op de 250-meterbaan aan maar liefst 70 kinderen van de IJVL schaatsles. Er werden met het naderende einde van het schaatsseizoen groepsfoto's gemaakt.

Dit was het resultaat van mijn groep.


Tussendoor gaf ik uiterst serieus les met als voornaamste hulpmiddel de gele dobbelsteen. Op de terugweg naar huis reed ik langs de inmiddels drooggelegde landijsbaan van Voorschoten.

De baan was droog, maar dat gold niet voor het weer van vandaag.

donderdag 26 februari 2026

Rolstoel

Zondag is de Leidse wintertriatlon in en om IJshal De Vliet.

Vandaag was de laatste serieuze test op de 250-meterbaan. Met een groep van 20 "Krasse knarren", waarvan een aantal als een soort werkers van het elfde uur eind februari voor het eerst dit seizoen op de smalle ijzers stonden, begonnen we aan de piramide van 100 rondjes.

Het tempo van het peloton lag voor de herintreders te hoog. Terecht, want het tempo lag ook hoog. In de eerste serie van 8 rondjes passeerde de eerste 34-er al de revue. Er zouden er nog aardig wat volgen. De eerste serie van 16 rondjes bestond er grotendeels uit. 
Als een volleerd stayer was mijn 5 kilometer op kop er eentje met een aflopend schema. De eerste helft in rondjes 36, de tweede in rondjes 35 met aan het slot een 34-er en de slotronde in 33,9.
Wie denkt, dat het niet harder kon, vergist zich deerlijk. De 4 kilometer, die daar op volgde, ging vrijwel uitsluitend in 34-ers met ook nog eens 4 rondjes in de 33. Mijn snelste ronde was 33,5.  Alleen in het midden zaten 2 rondjes 35. Doordat er iemand gevallen was bij het uitgaan van de bocht minderden we daar vaart. Met mijn vorm richting wintertriatlon zit het wel goed.

Dat gold niet voor degene, die gevallen was. Er werd een rolstoel gehaald om deze ongelukkige schaatser veilig af te kunnen voeren. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen, dat er niets gebroken was. Een arts, die ook aan het schaatsen was, had de eerste hulp verleend en de diagnose vastgesteld.

Het tempo ging er toen wat uit bij ons. Het was het tempo, waarin we 2 jaar geleden reden. Na de training dronken we in de kantine koffie en thee, waarna ik naar huis fietste. Toen ik vlak bij huis was werd ik gebeld door de Hardloopwinkel. Mijn bestelde Mizuno hardloopschoenen waren gearriveerd.
Ik fietste terstond naar de Leidse binnenstad om de Mizuno Wave Horizon 09 hardloopschoenen uit te proberen op de natte stenen achter de Hardloopwinkel en ze na de geslaagde testloop te kopen. Je hebt met Mizuno meer grip op een nat wegdek dan met andere schoenen. Alleen op nat mos had je minder grip.

Om 2 uur was ik thuis en douchte me, waarna ik kon lunchen. Na de was opgehangen te hebben fietste ik voor de tweede keer naar IJshal De Vliet. Ditmaal om de kinderen van de IJVL schaatsles te geven. Daar de kinderen van de buitenschoolse sport het grootste deel van mijn groep vormde en deze groep al gestopt was, had ik slechts 1 kind. We sloten ons aan bij de groep van Walter Boon. Om en om gaven Walter en ik een oefening. Zodoende werd het een gevarieerde schaatsles met voor elk wat wils.
Na de training reed ik langs de Vliet en de Korte Vliet naar de Stevenshof. In de avondschemering werd er geroeid.

Onze jongste dochter was met mijn racefiets bij ons thuis. Zij bleef bij ons eten. Het was een gezellige maaltijd. Ik liep na het avondeten met haar naar station De Vink, waar ze de trein naar huis nam op deze wederom warme winterdag.

Door de warme afgelopen week was de 30-daagse temperatuuranamolie van blauw naar rood gegaan.


De klimaatopwarming in een notendop. 

woensdag 25 februari 2026

Dagpauwoog

Het was aangekondigd dat dit een warme februaridag zou worden. Dat klopte helemaal, doch de start was op klomphoogte fris te noemen.

Dat was in de achtertuin goed te zien. De sneeuwklokjes waren nat van de dauw.

Na vanmorgen eerst boodschappen gedaan te hebben op de boerenmarkt in Leiden, reed ik daarna naar Leiden Centraal, waar ik om 11 uur de trein naar Rotterdam nam. Vanmiddag zouden we op onze kleinzoons passen. Ik haalde hen van school. Ze hadden allebei een vriendje om mee te spelen meegenomen. We lunchten met zijn zessen aan de eettafel, waarna we naar buiten gingen op deze warme winterdag.

In 1986 stonden we aan de vooravond van de Elfstedentocht, die de fameuze Elfstedenschaatser W.A. van Buren op slag tot een volksheld maakte.

Nadat we eerst een citroenvlinder buiten voor het raam hadden zien fladderen, zagen we toen we na de lunch naar buiten gingen een dagpauwoog op de tuinbank zitten.


Vlinders in februari. Het moet niet veel zotter worden!

Vrijwel de hele middag waren de jongens buiten. De oudsten verzamelden materiaal voor een klein terrarium, waarin vuurwantsen een plekje konden vinden.

Met de jongste deed opa verstoppertje. De middag was zo voorbij. De vierjarige was behoorlijk rozig. Na het avondeten namen we afscheid en vertrokken opa en oma weer naar de Sleutelstad.
Om 9 uur was het nog 10 graden Celsius. Toch niet zo raar, dat je bij zulke temperaturen de vlinders vrolijk rondfladderen in februari.