Vanmorgen fietste ik met mijn vrouw naar Leiden Centraal. Zij ging met de trein naar Schiedam, waar zij met een zus had afgesproken om een tante te gaan bezoeken. Ik fietste door naar "De Helianth", waar ik fruit en melk haalde. 
Thuisgekomen trok ik mijn hardloopschoenen aan en liep over het fietspad naar het olifantenpaadje langs het geluidsscherm om het weiland bij de Stevenshof.
Met een bocht liep ik terug naar de Schenksloot.
Bij de faunapassage naar de Ommedijk waren veel paddenstoelen te zien.




Maar ik vond ook een bierflesje langs tussen het fietspad en de boomstammen. Het bleek een niet geopend flesje Hertog Jan. Daar dit op Pedagogische Academie "De la Salle" één van de eerste liederen was, die we met de blokfluit moesten spelen en daarna zingen, legde ik het flesje uit het zicht voor de terugweg.
Ik liep door naar "Nellesteijn", waar aan de overzijde van de sloot een mooie paddenstoel stond.

Ik liep door naar de toegangsweg naar het Valkenburgse meer, dat al bijna een jaar goeddeels afgesloten is.

(Klik op afbeelding om tekst te vergroten)
En zo liep ik voor het eerst in 2026 langs het Valkenburgse meer aan de afgesloten kant.


Het stationnetje van het Smalspoor was mijn keerpunt.
Ik zag duinsterretjes staan.
Maar ik zag ook een dode vogel liggen, die half gefileerd was.
Aanvankelijk gaf Obsidentify een houtduif op, maar dat klopte niet met de vogelklauw.
De buizerd, die nu werd opgegeven, leek me beter te kloppen.
Ik liep nu naar het afgesloten deel van het Valkenburgse meer.


De hekken van het fietspad stonden open, maar ik ging niet doorheen.
Ik liep langs de kant van het meer.






Half verscholen in een rietkraag zat een blauwe reiger.
Aan de overzijde van de sloot liepen in het weiland 2 ooievaars en een grote zilverreiger.


Kennelijk is er voor hen hier voldoende voedsel te vinden.
Ik liep over dezelfde route terug en haalde het bierflesje op. Met een volle Hertog Jan liep ik de laatste van de 10 kilometer lange Buizerdloop naar huis toe.
vrijdag 23 januari 2026
Buizerdloop
donderdag 22 januari 2026
Oplichtende sluierbewolking
Gisterenavond keek ik voor het slapen gaan nog eenmaal, of het noorderlicht zichtbaan zou zijn, daar de bewolking nagenoeg geheel verdwenen was.

Helaas, behalve wat oplichtende sluierbewolking was er niets te zien. Ik heb er geen seconde minder om geslapen. Na het ontbijt fietste ik naar IJshal De Vliet, waar ik met de "Krasse knarren" 25 kilometer zou gaan trainen op de gladde 250-meterbaan.
Ter hoogte van het Commissarishuis aan de Vliet kon ik bij de opkomende zon opnieuw genieten van oplichtende sluierbewolking. Bij aankomst in de IJshal aan de Vliet kon ik dat achter dubbel glas nogmaals doen.
Onderweg had ik rijp op het gras gezien. Opmerkelijk, daar de temperatuur zelfs op klomphoogte niet onder het vriespunt was gedaald.
Door de oostenwind voelde het echter wel, alsof het vroor.
De hoopvolle voorspellingen van een aankomende natuurijsperiode volgende week zijn echter volledig de grond in geboord.
Desondanks hebben we toch wel een mooie wintermaand achter de rug met een viertal dagen op natuurijs.
Derhalve: tel je zegeningen!
Bij aankomst op de 250-meterbaan kon ik ook gaan tellen. Niet alleen het aantal rondjes, maar ook het aantal deelnemers. Met een tiental "Krasse knarren" begonnen we aan de piramide van 100 rondjes. Wel groeide dit tiental gedurende de rit uit tot een peloton van 15 rijders.
Het tempo lag net wat lager dan afgelopen dinsdag, maar met diverse 34-ers en een slotronde van 33,1 ging het niet bepaald traag. Bij deze heb ik dan een tipje van de sluier opgelicht, hetgeen een stuk eenvoudiger is dan het oplichten van de sluierbewolking....
woensdag 21 januari 2026
Mesthooploop


Gisterenavond fietsten Ada en ik in het donker naar huis. Hoewel de omstandigheden voor het noorderlicht gunstig waren, konden we er door de laaghangende bewolking niets van zien.
Vanmorgen was het wel licht, maar uit de grauwe bewolking kwam wat regen naar beneden toen ik naar de Boerenmarkt in Leiden fietste. Vanaf de Leidse binnenstad fietste ik naar de volkstuin. Ik had mijn vrouw beloofd om 
Ik zou in de kas een gat graven en daar een kleine mesthoop maken.
Terwijl ik in de kas was, zat er een merel vlak voor de ingang.
Met een spade ging ik aan de slag.
Ten teken, dat de grond in de kas goed te noemen is, haalde ik een aantal wormen naar boven.



Ik liep naar de ingang van het tuinpark, waar de mesthoop was. Toen ik met een kruiwagen mest bij onze tuin arriveerde, zag ik een roodborstje op de berg grond in de kas zitten. Hier viel wat te halen.

Na 5 kruiwagens mest was de mesthoop groot genoeg. De mest kan de komende maanden fermenteren voordat het uitgespreid wordt in de kas.
Vanaf de volkstuin ging ik een kilometer of 4 hardlopen. Ook in de winter zijn er nog genoeg planten te zien.
Ook de mollen laten duidelijk weten, waar ze zich bevinden.
Een man was zijn hond aan het uitlaten en deze trouwe viervoeter ging in een molshoop graven.
"De doet zeker mee aan Wie is de mol?", vroeg ik.
"Ja", antwoordde het baasje: "En hij heeft bijna gewonnen!"
Op de terugweg naar huis fietste ik langs een weiland, waar een aalscholver zich klaarmaakte voor een duik in de sloot.
Thuisgekomen douchte ik me en lunchte ik met mijn vrouw, die op haar beurt naar de volkstuin ging op deze toch weer warme januaridag.

Om half 4 fietste ik naar IJshal De Vliet, waar net een sportdag van een school was afgelopen. Er hadden 150 leerlingen geschaatst. Onze vaste woensdagmiddaggroep haalde nog niet eens de helft.

Op de terugweg was er geen noorderlicht. De omstandigheden waren gunstig, maar ja, het was vandaag een net te bewolkte dag.

