Het is alweer aardig wat jaar geleden, dat ik aan de hele wintertriatlon had meegedaan. Volgens mij was dat in maart 2007, dus 19 jaar geleden. Daarna werd de triatlon omgezet in run-skate-run en later in de biatlon. Tot ook deze een stille dood stierf. Daarna werd er niet meer zo'n duurevenement georganiseerd rond de Leidse IJshal aan de Vondellaan, maar wel een aantal jaren de 1000 rondjes van Leiden.
Veel is er in die jaren veranderd, alleen de oude Peugeot-racefiets is hetzelfde gebleven. 
Ik zou 2 jaar geleden herintreden, maar een griep anderhalve week ervoor gooide roet in het eten. De halve wintertriatlon was toen het hoogst haalbare.
Ik was dus heel benieuwd, hoe de hele wintertriatlon na bijna 2 decennia zou gaan.
Om 9 uur vertrok ik naar IJshal De Vliet, waar ik startnummer 235 ophaalde en héél veel bekenden tegenkwam. Aan de Stammtisch met meesterschilders Wil van Leeuwen en Theo Koek nam ik mijn eerste sportgel en sportdrank voordat ik me naar het startvak begaf. Daar kwam ik voormalige "Krasse knar" Aldert Prast, die uiteindelijk 5e zou worden, tegen. Mini en Maxi op de wintertriatlon.
Om 20 voor 11 klonk het startschot en konden we vertrekken. Ik liep helemaal achteraan. Dat doe ik bewust. De eerste kilometers gebruik ik om me warm te lopen. Deze truc gebruik ik ook bij de Leiden Marathon. Alle energie, die je bespaart door niet in te lopen, heb je aan het eind nog over.
In de kleding van Olympiër Tijmen Snel haalde ik zoetjesaan een aantal lopers in. Na de eerste ronde nam ik een debuterende vrouw op sleeptouw. De kunst van het doseren beheers ik tot in de puntjes. Michelle van den Hoek zou uiteindelijk 76e worden.
Ondanks dat ik 10.000 kilometer per jaar fiets is het mijn slechtste onderdeel. Om snel te fietsen heb je 2 dingen nodig: of pure snelheid, of pure kracht.
Nu kun je een hoop van mij beweren, maar pure snelheid heb ik niet. Ik ben verder geen slapjanus, maar er schuilt absoluut geen Jerommeke in mij.
Ik moet het juist hebben van souplesse. Daarmee begon ik aan de volgens mijn kilometerteller ruim 48 kilometer fietsen. Ik had een tiental lopers achter me gelaten en voorlopig zat ik aan de goede kant van de streep. Gaandeweg werd ik een prooi voor alle fietsers, waaronder een paar met een heuse tijdritfiets met dichte wielen. Halverwege de tweede ronde werd ik een motor gewaar, nadat ik was ingehaald. Uit eerdere triatlons wist ik genoeg. Ik was de laatste man in koers.
De kans op de Leidse Sleutel voor de laatste triatleet werd steeds groter, maar ik had nog één troef achter de hand: als houder van het baanrecord van de meeste rondjes in IJshal De Vliet moest mijn specialiteit nog komen.
Tot die tijd moest ik zorgen, dat de achterstand niet te groot werd. Ondanks windkracht 5 ging mijn langzaamste volledige rondje in 20.06 en de snelste in 19.22. Hoe vlak wil je het hebben?
De temperatuur was prima voor begin maart, maar door de wind voelde het toch wat frisser aan. Ik was blij, dat ik een trainingsjack had aangetrokken na het hardlopen.
Bij de laatste ronde om de Vlietlanden bedankte ik de vele vrijwilligers langs de kant, onder wie veel trainingsmaten. Zonder hen zou er geen wintertriatlon mogelijk zijn!
Na ruim 2 uur fietsen kon ik mijn zwakste onderdeel afsluiten en naar de 250-meterbaan lopen na een sanitaire stop. Ik trok mijn kluunschaatsen aan na een energiegelletje en kreeg van iemand te horen, dat ik met rondjes 40,6 nog binnen te tijdslimiet binnen zou zijn. Tot de 74e ronde zat ik daar voortdurend onder. Dusdanig, dat ik zelf de laatste plaats aan een andere schaatser over kon dragen.
In het begin was het lastig inhalen. Het was zo druk op de baan, dat het soms lastig inhalen was. Af en toe reed men met 4 man in hetzelfde tempo naast elkaar. Maar gaandeweg werd het steeds rustiger op de baan, daar men de wintertriatlon had volbracht. Aan het eind reden we nog maar met zijn drieën op de baan. Ik zag, dat Wieke Eikelenboom er aardig doorheen zat. Ik besloot om haar te helpen door op kop te gaan rijden in een rustiger tempo. Dit hield wel in, dat ik nog 2 rondjes extra moest rijden. Voor mij een peulenschil. En zo gingen de jongste en de oudste deelnemer hand in hand over de finish!
De euforie na afloop was snel verdwenen, toen ik mijn schaatsen uittrok en mijn nieuwe sportschoenen aan wilde trekken. Mijn Mizuno's waren verdwenen! Waar ik ook keek, ik kon ze niet vinden. Ik was witheet. Als je bij een georganiseerde wedstrijd niet eens je schoenen langs de kant kunt laten staan, waar je bij natuurijs gewoon je spullen bij het rijden van een toertocht rustig langs de kant van de openbare weg achterlaat om die uren later ze op dezelfde plek terugvindt, dan is er toch iets mis.
Alle open kluisjes werden geopend, ik liep met stoom uit mijn oren naar de organisatie, maar na een kwartier kwam iemand mij melden, dat de schoenen gevonden waren. Een overijverige vrouw vond het rommelig en had ze in mijn schaatstas gestopt en deze dicht gedaan, terwijl ze netjes onder de bank stonden.

Na ruim 6 uur intensief sporten zit je niet te wachten op dit soort onaangename verrassingen. Toen ik mijn schoenen weer aan had, moest ik vrijwel meteen door naar het startvak, dat werd afgebroken, daar de fietsen dan onbeheerd achter zouden blijven.
Maar met de conclusie van het Leidsch Dagblad "Iedereen lijdt, maar met een glimlach. Het is zwaar en mooi" was ik het niet helemaal eens. Ik heb niet geleden. Op mijn oude racefiets reed ik naar de volkstuin, waar ik wat brood at en een chocolademelk dronk. Zo kon ik in een rustig tempo de spieren even los trappen. Nu we het daar toch over hebben: ik ben benieuwd, hoe het traplopen morgen zal gaan.






















.png)




.png)






