maandag 29 juni 2009

Fietspuzzeltocht


Daar ik in de zomer jarig ben en een aantal vrienden van me in het onderwijs zitten, leek het me leuk om elkaar aan het eind van de schoolvakantie tijdens een fietspuzzeltocht te zien en te spreken. Het lastigste onderdeel is en blijft het vinden van een datum, waarop iedereen kan.
Het was een warme, bewolkte zondagmiddag. Een uitstekend moment om een fietspuzzeltocht uit te zetten. Het leuke van Leiden is, dat je in de omgeving veel natuur hebt en veel rustige weggetjes. Ideaal om hier een puzzeltocht uit te zetten. Uiteraard kan ik hier niet gaan verklappen, waar de tocht naar toe gaat, maar wel, dat er een paar terrasjes op strategische momenten in de route zijn opgenomen. Het gaat bij deze tocht niet om de prestatie, maar om de gezelligheid.
Het is heel leuk om een puzzeltocht uit te zetten. Jij mag de route uitkiezen en vooral: de vragen bedenken. Deels doe je dat om te zorgen, dat men in de gaten heeft, dat men nog op de goede route zit, deels doe je dat om de deelnemers te dwingen hun ogen goed de kost te geven in de mooie omgeving.
En of er een strikvraag in zit? Ik zou het niet weten....
En geintjes? Daarvoor moet je niet bij mij zijn!

zaterdag 27 juni 2009

Veinte Poemas

Het zou een lange zit worden, met tussendoor wat wandelen. Om even voor half 3 stapte ik op mijn fiets om naar de Vestwal te fietsen. Het boek "Zichtlijnen en tijdslijnen op de Leidse Vestwal" zou worden gepresenteerd. Het boek is geschreven door Linda Lieverse en Alette Vonk.
Dat ik een uitnodiging ontvangen heb, heb ik te danken aan de lobby van de IJVL voor het behoud van de IJshal aan de Vondellaan. Linda zat destijds voor het CDA in de gemeenteraad en aan Frank Steenkamp en mij was de taak toebedeeld, om de fracties in de raad te overtuigen van het nut van het subsidiëren van deze goedkoopste kunstijsbaan van Nederland. Met graagte nam ik de CDA-fractie voor mijn rekening.
Linda is de dochter van mijn neef Nico Lieverse en maar een paar jaar jonger dan ik. In onze kinderjaren kwam ze wel eens logeren in Nieuw-Vennep bij mijn broer Leo en zijn vrouw Joke, die pal achter ons woonden. Dan speelden we samen. Dankzij de lobby werd de familiebanden weer aangehaald. Van Linda hoorde ik trouwens, dat haar man Aart van Bochove de eerste wethouder was, die de Leidse IJshal een subsidie verstrekt had, die later onder D66-wethouder Alexander Pechtold weer geschrapt was.
De overhandiging door Linda Lieverse van het eerste exemplaar van "Zichtlijnen en tijdlijnen op de Leidse Vestwal" aan de kleindochter van degene, die het pand na het slopen van de stadswallen rond 1880 heeft laten bouwen, vond plaats in het Scheltema-complex. Rond de overhandiging waren een viertal sprekers uitgenodigd. Wim Eggenkamp vertelde, dat Leiden in de jaren '70 de meest verpauperde binnenstad van Nederland had. Als je dan nu kijkt, heeft Leiden een metamorfose ondergaan. Het opknappen van de binnenstad heb ik de afgelopen 30 jaar met eigen ogen kunnen aanschouwen. Begroten kunnen ze bij de gemeente Leiden niet, maar een stad opknappen wel!
De andere sprekers, die werden aangekondigd door voormalig CDA-wethouder Aart van Bochove, waren PvdA-Kamerlid Patricia Linhard, de plaatselijk bekende dominee Ad Alblas en Dirk Houtgraaf, oud-directeur van Naturalis. Ze lieten vanuit diverse invalshoeken hun licht schijnen op het werk van Blaauwberg, die hun kantoor gevestigd hebben op Vestwal 2.
Met Linda en een collega van haar wandelde ik rond 5 uur in het zonnige en warme Leiden naar de Vestwal voor de bezichtiging van het fraaie pand. Als bibliothecaris sprak mij de boekenkast van 17 meter lengte van de vloer tot het plafond uiteraard aan! Ik raakte in gesprek met mijn neef Nico. Hij vertelde, dat hij als kind aan het eind van de Tweede Wereldoorlog een paar weken bij ons gelogeerd had. Er waren toen diverse kinderen ziek. Daar mijn moeder weer in verwachting was, mocht hij met een drietal zieke kinderen in de kinderwagen naar dokter Van Haeringen, die aan de andere kant van Nieuw-Vennep woonde, wandelen.
Om even voor 6 verliet ik de Vestwal, daar ik om 6 uur op het station had afgesproken met Ada. We zouden met de trein naar Amsterdam gaan om te luisteren naar "Veinte Poemas". Bas Warnink zingt in een projectkoor van de stichting Pablo Neruda onder leiding van Cees Thissen. De uitvoering zou om 8 uur beginnen in de Dominicus-kerk in Amsterdam. We kochten in de Broodzaak 2 broodjes en 2 minipizza's, die we in de trein opaten.

In Amsterdam namen we op het terras bij een Spaans restaurant een kokosijs als toetje. Het ijs werd, heel toepasselijk, geserveerd in een halve kokosnoot! Na deze bij het zomerse weer passende versnapering verorberd te hebben, wandelden we samen ruim een half uur langs de Amsterdamse grachten. Bij de café's en terrassen was het heel druk. Veel mensen waren uit hun werk vandaan meteen naar de kroeg gegaan. Vorig jaar hadden we dit in Londen ook gezien.
Om 8 uur waren we in de prachtige Dominicus-kerk. Wie boven de grote rivieren een voorbeeld zoekt van "het rijke Roomse leven" kan ik een bezoek aan de Dominicus-kerk van harte aanbevelen. Wij kwamen niet zozeer voor het bekijken van de van onder tot boven beschilderde kerk, maar om te luisteren naar 20 liefdesgedichten en 1 wanhoopslied van Pablo Neruda, die door dirigent Cees Thissen op muziek waren gezet.


De gedichten werden aangekondigd en met elkaar verbonden in het Nederlands, waarna de 21 liederen in het Spaans gezongen werden door het koor en 2 prima solisten. Daar de Nederlandse vertaling in het tekstboekje erbij stond, konden we het prima volgen. We zullen Siebe, die trouwens woensdag in een criterium in Spanje de 3e plaats veroverde, overhoren, als hij weer in Holland is!
Om half 11 was het concert afgelopen. Nog een tijdje staan kletsen met Cees Thissen, een studiegenoot van Wim de Ru, van wie Bas en ik muziekles hebben gehad op Pedagogische Academie "De la Salle". Cees was ook een van de stuwende krachten achter de Equipe liturgique, die ons in de week rond Pasen in Boissy-sous-Saint-Yon bracht, waar het één groot feest was.
Met Bas en zijn collega Cora wandelden we richting station, om op een terrasje neer te strijken voor een welverdiend drankje: witbier, witte wijn of jus d'orange. De aloude combinatie van kerk en kroeg uit het rijke Roomsche leven! Gelaafd met deze dorstlessers wandelden we verder naar het Centraal station voor de trein richting huis. Helaas was de aansluiting op Schiphol zeer slecht, zodat Ada en ik een half uur moesten wachten. We waren op deze zwoele zomeravond pas om half 2 thuis. Ondanks de vele indrukken, die ik had opgedaan, viel ik als een blok in slaap.

donderdag 25 juni 2009

Op een oude fiets moet je het leren!

Gisterenavond heb ik voor het eerst in mijn leven een heuse skeelerles gehad. En dat nog wel onder leiding van mijn Elfstedentochtmaatje Jaap de Gorter. Het was een heerlijke zwoele zomeravond, toen ik om 7 uur mijn Bauers aantrok bij het wielerparcours van Swift. Vergeleken met wat de anderen aan hun voeten hadden, had ik vooroorlogs materiaal.
Vermoedelijk was ik de enige met skeelers die nog uit de 20e eeuw stamden. Desondanks ging het in de trainingsgroep niet slecht. Ik kon aardig in de middenmoot mee in de gezellige trainingsgroep, waarvan ik een flink deel in de wintermaanden op zaterdagavond leg gegeven heb. Af en toe kreeg deze beginneling van Jaap complimenten, omdat het er technisch best goed uitzag. Het ging ook best lekker: zelfs de schuine bocht bij de kantine wist ik goed te nemen.
We hadden veel Steigerungen op het programma staan, waardoor je techniek en snelheid op een speelse manier aan elkaar kon koppelen.
Het schema, wat Jaap had opgesteld, hadden we na ruim een uur voor ongeveer de helft afgewerkt: de baan was ongeveer een kilometer, het schema was gebaseerd op een kleinere baan. Met de 20 rondjes, die we getraind hadden, hadden we dus ongeveer 20 km afgelegd. Een prima training!
Aan het eind van de training mocht ik nog een rondje op Jaap's skeelers rijden. Dat is toch wel even wennen. De wielen draaien soepeler, waardoor je snel meer snelheid hebt. Dat lijkt leuk, behalve als je nog niet zo goed weet, hoe je moet remmen. Op het rustige wielerparcours van De Bult is dat geen probleem, maar als je het in het drukke verkeer hebt.....
Voorlopig hou ik het dus maar bij mijn Bauers. Deze rijden zwaarder, maar je hebt dan wel het voordeel, dat je meer spierkracht en duurvermogen ontwikkelt. Maar het voornaamste blijft toch de veiligheid. Je moet op tijd kunnen stoppen en niet sneller willen, dan je technisch aankunt. Er is wat dat aangaat een oude volkswijsheid, die hierop van toepassing is: op een oude fiets moet je het leren!

"Heb je geen leeg gevoel?"

Van de week vroeg mijn collega Monique Kromhout, of ik geen leeg gevoel had, nu het project "Das Paradies und die Peri" was afgelopen.

Je bent op dat moment nog vol van de goede uitvoering, maar toch heeft ze de spijker wel op zijn kop geslagen. Je bent een half jaar vrij intensief en de laatste weken intensief ergens mee bezig geweest, en dan is er inderdaad een "zwart gaatje".
Nu is dat iets, wat me uit de sport ook bekend voorkomt. Neem bijvoorbeeld de marathon of het schaatsen van 200 kilometer: je bereidt je er een paar maanden intensief op voor, voortbouwend op een goede basisconditie. Dan is het zo ver: je hebt je doel bereikt en dan is er zowel een voldaan gevoel als een leeg gevoel. Maar geen probleem: je stelt jezelf een volgend doel om naar toe te trainen en dat lege gevoel is verdwenen als sneeuw voor de zon.
Je moet iets loslaten om ruimte te maken voor iets nieuws!

zondag 21 juni 2009

Das Paradies und die Peri


Vrijdagochtend was ik 10 kilometer wezen hardlopen. Op de brug over de Rijn bij de Churchilllaan kwam ik mijn collega Evelien Steenbeek tegen, die 's middags ook naar de orkestrepetitie zou gaan. Het hele weekeinde stond namelijk in het teken van de muziek. Zaterdagavond was de uitvoering van "Das Paradies und die Peri" van Robert Schumann. Op vrijdagmiddag was de orkestrepetitie met de solisten in de Hooglandse kerk, vrijdagavond was de generale repetitie.

Het ging zeker niet slecht. Van de generale repetities was dit de beste. Het was de vierde keer, dat ik meedeed met de Leidse koorprojecten onder de bezielende leiding van Wim de Ru. De eerste 2 keer betrof "Carmina Burana" van Carl Orff.


Het derde project betrof "Carmen" van Georges Bizet.
Dat de generale goed was verlopen op een paar schoonheidsfoutjes na gaf wel een geruststellend gevoel. Wim de Ru heeft er altijd alle vertrouwen in en hoe fout het soms ook gaat met de repetities, tijdens de uitvoering komt altijd alles weer op zijn pootjes terecht.
De hele zaterdag ben je je mentaal aan het voorbereiden. Wat dat betreft is er geen verschil tussen de dag van de marathon of voor een muziekuitvoering: je hebt er alles aan gedaan, nu kun je niets anders dan er voor zorgen, dat je geconcentreerd bent en blijft.
Extra aandacht ging uit naar de kleding: we moesten geheel in het zwart gekleed gaan. Even heb ik overwogen, om een zwart schaatspak te lenen, dat door de elasticiteit eigenlijk altijd past, maar dan zou ik vermoedelijk ruzie hebben gekregen met mijn vrouw. Ik plunderde nu de klerenkast van mijn zoon Siebe voor een zwarte bloes en broek. Zwarte sokken en schoenen en een zwart hardloopshirt had ik zelf. Eenieder die mij kent weet, dat er geen volgzamer type als mij op deze aardbol rondloopt! De opdracht om geheel in het zwart gekleed te gaan voerde ik dan ook nauwgezet uit met het dragen van een zwarte onderbroek en de "bedrijfskleding" maakte ik compleet door een zwarte zakdoek mee te nemen. Ook Ada hield zich aan de kledingvoorschriften. Zij was die dag mijn "Lady in black".

's Avonds om kwart over 5 hadden Ada en ik met Bas en Nel Warnink afgesproken in La Bota, waar zij vroeger veel kwamen, toen Nel nog in Leiden woonde. Onder het verorberen van de lamsbiefstuk bespraken we het wel en wee, alvorens Ada en ik naar de Hooglandse kerk vertrokken voor het inzingen. Het viel niet mee om als lid van IJssport Vereniging Leiden het ijs aan mijn neus voorbij te zien gaan....
Na het inzingen moesten we een uur doorbrengen voor de eerste noten door het orkest gespeeld werden. Ook hierbij maakt het geen verschil of je in een startvak staat of op de koortribune zit: dat uur breng je door met wat wandelen, kletsen en geintjes maken, om je nog even te ontspannen om vervolgens geconcentreerd op je stoel plaats te nemen. Net als bij het schaatsen komt het bij zingen aan op de timing: niet te vroeg, maar ook niet te laat. Bij iedere inzet moet je als het ware in het startschot vallen en zoals bij het schaatsen iedere slag raak moet zijn, moet bij het zingen iedere noot raak zijn, op aangegeven van de dirigent.

En zoals zo vaak: de eerste klap is een daalder waard. Als het eerste stuk goed loopt, loopt de rest meestal ook goed. Omgekeerd: als het eerste stuk niet lekker loopt, sluipt de twijfel er in en ga je vaak juist fouten maken. Zingen is, naast genoeg oefenen, immers ook een kwestie van durven!

Het liep eigenlijk heel goed. Alles ging nog beter dan tijdens de generale repetitie. De 7 solisten zongen geweldig goed. Vooral Lies Vandewege, die "die Peri" vertolkte, zong de sterren van de hemel. De 700 man publiek had een leuke avond, net als de 160 koorleden.

Na afloop hadden we in het Hooglandse Huys een welverdiende borrel. Je kon met deze en gene kletsen.


Met een groepje koorleden stonden we met Lies Vandewege te praten, die pas in maart wist, dat ze de hoofdrol mocht zingen. "Die Peri" zou het leuk vinden, als het ook in Vlaanderen uitgevoerd zou worden. Met de koorleden, die in de buurt aanwezig waren, waren we het er snel over eens: wij houden ons aanbevolen voor een weekendje Antwerpen. Een andere Vlaamse stad is ook goed. Een paar keer doorzingen en het moet lukken. Wie weet, dat er een Europese subsidie is los te peuteren in het kader van grensoverschrijdende culturele samenwerking....
Een andere mogelijkheid is om ons te laten sponsoren door Hertog Jan bieren, met als tegenprestatie het voor en na de uitvoering zingen van:
Toen den Hertog Jan kwam varen, te peerd parmant, al triomfant.
Na zevenhonderd jaren, hoe zong men 't allen kant:
Harba lorifa zong de Hertog, Harba lorifa.
Na zevenhonderd jaren, in dit edel Brabants land.
Hij kwam van over 't water, de Scheldevloed, aan wal te voet.
t' Antwerpen op de straten, zilver veren op zijn hoed.
Harba lorifa zong de Hertog, Harba lorifa.
t' Antwerpen op de straten, leren leerzen aan zijn voet.
De volledige tekst van "Toen den Hertog Jan kwam varen" is op internet te vinden.
Verder verwijs ik graag door naar www.leidsekoorprojecten.nl.
Zondagochtend mocht ik mijn longinhoud nogmaals aanspreken: ik liep hetzelfde rondje als vorige week zondag. Nu was het half bewolkt en op hetzelfde rondje, waar ik op dezelfde tijd toen 1 hardloper en 4 wielrenners tegenkwam, kwam ik minimaal 20 wielrenners en evenveel hardlopers tegen. Het weer wil ook wat!
's Middags ging ik met Ada naar de Anton Philipszaal in Den Haag, waar onze jongste dochter op moest treden met het jeugdorkest "Viotta". Bij het slotnummer van Tsjaikowski stond er een orkest van 200 jongeren op het podium! Ook dit was een mooi concert. Al met al was het een zeer muzikaal weekeinde.



Ondertussen reed Siebe in Spanje de Vuelta a la Montaña Central de Asturias, een zware driedaagse wielerwedstrijd in de bergen bij Oviedo, zijn huidige woonplaats, waarin hij de opgaande lijn door wist te trekken. Na de 76e plaats bij de Volta a Lugo en de 52e bij de Vuelta a Coruña werd hij nu keurig 26e in het eindklassement van de Vuelta a la Montaña Central. Ook daar zit dus muziek in: hij kan weer een toontje hoger zingen....

donderdag 18 juni 2009

Rondje vliegveld Valkenburg

Het was half bewolkt, maar droog. De voorspellingen voor morgen beloofden veel regen. Normaal gesproken loop ik op donderdagochtend. Maar hardlopen kan prima in de regen en skeeleren niet. Dus besloot ik vanochtend te gaan skeeleren. Het eerste stuk was bekend terrein: de buitenrand van de Stevenshof.
Bij de Haagsche Schouw stak ik over en reed naar het Valkenburgse Meer. Het asfalt was hier wat ruwer dan ik had gedacht. Ik besloot toen om om het rondje om het vliegveld Valkenburg te maken. Veel skeeleraars waren me al voor geweest.
Het asfalt was hier inderdaad van betere kwaliteit. Helaas gold dat niet voor mijn huid in mijn linkerschoen: daar kwam een flinke blaar, die ik 's avonds door moest prikken. Iedere afzet werd gevoelig. Maar goed, een beetje afzien hoort er bij. De volgende keer zal ik echter eerst een blarenpleister plakken. Want zo'n rondje skeeleren is toch wel erg leuk. Het heeft iets weg van het schaatsen van een toertocht. En daar train ik met liefde het hele jaar voor!

woensdag 17 juni 2009

Positief effect


Je traint over het algemeen, om er profijt van te hebben. Nu zijn er verschillende manieren, om er aan te beginnen. Je kunt er letterlijk en figuurlijk de kantjes vanaf lopen. Zelf heb ik mij hier in mijn jeugdjaren aan bezondigd, toen ik nog voetbalde bij DIOS in Nieuw-Vennep. Bij deze gezellige club deed ik, waar veel voetballers een handje van hebben: hoeken afsnijden bij de cornervlag als we een paar rondjes om het veld moesten lopen. Trainen met de bal en vooral het "partijtje" aan het eind van de training, daar wilde ik me wel volledig inzetten.
Hoe anders is het met de schaatstrainingen. Daar het een individuele sport betreft, kom je jezelf vroeg of laat tegen. Dat heb ik "mogen" ervaren in 1996, toen ik de Elfstedentocht niet uitgereden heb.
Een aantal voor toertochtrijders belangrijke zaken, die ik verkeerd heb aangepakt en waar ik lering uit getrokken, getuige de Toertochttips op deze weblog, ligt eraan ten grondslag, maar de belangrijkste is toch de meest voor de hand liggende: te weinig getraind!
Bij de droogtraining haalde onze (zeer goede) trainer Pieter Smit het voorbeeld aan van schaatsers, die een zeer goede techniek hebben, maar die doordat ze al een paar jaar niet getraind hadden afgelopen winter op natuurijs minder goed uit de voeten kwamen. Zijn conclusie: "Je hebt bepaalde goed getrainde spiergroepen nodig, om technisch goed te kunnen schaatsen." Deze stelling had ik vorig jaar in de Leidse IJshal in vrijwel dezelfde bewoordingen gehoord van Fer Vergeer van de IJsclub uit Warmond.
Iedere schaatser, die dit stukje leest: neem deze wijze woorden ter harte en ga deze zomer gewoon hard trainen. Dan kom je in het najaar goed beslagen ten ijs. Het effect van de trainingen op de schaatstechniek is er gewoon en wordt door 2 goede trainers onafhankelijk van elkaar bevestigd. Zet je bij de trainingen dus volledig in. Dan is het positieve effect het grootst!

zondag 14 juni 2009

You'll never walk alone


Vermoedelijk is "You'll never walk alone" het bekendste sportlied. Dit oorspronkelijk door Gerry and the Pacemakers bekend geworden nummer, wordt in navolging van Liverpool in veel andere voetbalstadions gezongen. Als het door zo'n vol stadion uit volle borst wordt meegezongen, is het een echt "kippenvellied".

Nu is het in Leiden en omgeving zo, dat je met hardlopen vrijwel altijd andere hardlopers tegenkomt. Behalve als het net zulk weer is als op deze zondagmorgen. Het regende flink, toen ik om 10 over 10 de voordeur achter me dicht trok om 10 kilometer te gaan trainen. De temperatuur was trouwens best lekker: een graad of 15. Ik liep in een functioneel shirt en wielrenbroek. Het voordeel van een functioneel shirt is, dat het nauwelijks vocht opneemt, zoals katoen. Het nadeel is, dat het bij regen een beetje gaat schuren. Bij thuiskomst had ik dan ook 2 bloedende tepels. Niet over zeuren, een beetje calendula erop en een rood t-shirt aan en niemand die het verder merkt.
Door de flinke regenbui kwam "You'll never walk alone" bijna in het gedrang, maar op de Papelaan kwam ik gelukkig toch nog een ander trainingsbeest tegen, die zich door zo'n regenbui niet liet weerhouden. Mijn wielrennende zoon Siebe, die vandaag bij de GP Camposagrado langdurig in de aanval zou zijn en uiteindelijk 5e zou worden, placht te zeggen: "Mietjes worden niet geboren, ze worden gemaakt." En zo is het maar net.
Nu we het toch over wielrennen hebben: ik zag voor een zondagmiddag opvallend weinig wielrenners. Ik ben er zegge en schrijve 4 tegengekomen, terwijl ik 50 minuten onderweg was. Nu kan het natuurlijk zijn, dat ze juist vandaag allemaal een andere route hadden genomen.....
Het lopen in de regen ging prima. Normaal heb ik als vuistregel, dat ik in mijn eentje 11 km per uur loop, met een trainingsmaat 12 en in een wedstrijd 13. De bijna 50 minuten, die ik over de 10 km van het rondje Papelaan liep, is wel 5 minuten langzamer als vorige week met de Letterenloop, maar als solo-training ging het lopen in de regen voor mijn doen lekker snel.
Die ene kilometer, die ik opliep met de andere hardloper, die een rondje door de Horsten deed, voorkwam dat "You'll never walk alone" vandaag niet van toepassing was. En dat zou toch zonde zijn, gezien de zinsnede "Walk on through the rain".
Nee, wat dat aangaat ben ik "Fearless".

zaterdag 13 juni 2009

Orkestafette

Mijn jongste dochter mocht met het jeugdorkest "Viotta" optreden op de Hofvijver. Er was bij het befaamde "Torentje" een drijvend podium gebouwd in het kader Buiten Gewoon Klassiek, evenals een drijvende tribune. Ada en ik namen op de tribune plaats om te luisteren naar een "Ouverture" van Bellini en "Cyrano de Bergerac" van Wagenaar.
Vervolgens werd er een estafette aangekondigd. Viotta is ooit ontstaan als een afsplitsing van het Hofstad Jeugdorkest en dit was voor het eerst, dat beide jeugdorkesten weer samenspeelden. Op een zeer bijzondere wijze. Viotta begon na het startschot, dat niet klonk, daar het startpistool weigerde, en telkens kwam er iemand van Hofstad op, die een muzikant van Viotta afloste. Aan het eind van het 10 minuten durende nummer was "Viotta" geheel vervangen door "Hofstad". Een heuse "Orkestafette" dus.
Zittend op de tribune, voordat ik met Ada af zou reizen naar Leiden voor de laatste repetitie van "Das Paradies und die Peri", mijmerde ik over de vele keren, dat ik in mijn jeugdjaren langs de Hofvijver gelopen had, als er weer eens een demonstratie was voor dit of vooral tegen dat. Ik heb dus wel een paar kilometer gewandeld in die omgeving. Hoewel wandelen? Het was meer slenteren.
Mijn allereerste demonstratie was "Veronica moet blijven", hetgeen meer weg had van een gratis popconcert met optredens op het Malieveld van o.a. "The Golden Earring" en "Earth & Fire", met Jerney Kaagman nog zonder botox!
Daarna volgden er nog aardig wat, vooral tegen kernenergie en haar tweelingbroertje kernwapens. Behalve de gebruikelijke wandeling rondom en in die jaren zelfs nog over het Binnenhof, was er meestal op het Malieveld een aantal groepen, die de sprekers op het podium aflosten. Het kan aan mij liggen, maar ik heb het idee, dat er meer en vooral beter naar de muzikanten geluisterd werd dan naar de sprekers.
Nu trad er in die tijd vaak een folkgroep op, luisterend naar de naam "Rapalje". De muziek van "Rapalje" klink zeer aanstekelijk. In die jaren was "Zeven dagen lang" van Bots een geliefd nummer bij het slag langharige demonstranten, waartoe ik ook behoorde. Hier is de uitvoering van "Zeven dagen lang" van "Rapalje":

Zeker met zulk weer als vandaag, een zonnetje aan de strak blauwe lucht en een graad of 20, was demonstreren met een groep vrienden bepaald geen onaangename bezigheid.

In mijn vriendengroep was de "Hobo String Band" uit Aalsmeer, die ook vaak optrad in onze stamkroeg "De Hobbit" in Nieuw-Vennep, zeer geliefd. Het slotnummer van deze groep was meestal "Drunken sailor", het swingend slot van een leuke avond. Ook hiervan heeft "Rapalje" een eigen uitvoering gemaakt, die het beluisteren zeker waard is.

vrijdag 12 juni 2009

Cartridge

De cartridge van onze printer was leeg, Ik zou nieuwe halen. Daar de zon heerlijk aan de strak blauwe hemel stond, deed ik mijn Bauers aan en ging skeelerend naar de computerwinkel in Voorschoten, waar we de printer gekocht hadden. De buitenrand van de Stevenshof heeft over het algemeen good asfalt, in Voorschoten was dat wel anders.
Het eerste stuk langs de spoorbaan ging nog wel, maar het stuk na het eerste bruggetje was erbarmelijk.
Een klinkerpad was een iets beter alternatief. Bij de voetbalvelden was er nog een stukje goed asfalt, daarna volgde een zeer hobbelig trottoir. Bij de winkel aangekomen, bleek de tocht voor niets. De winkel was er niet meer. Via een iets andere weg reed ik naar huis terug, waar ik de skeelers uitdeed en de hardloopschoenen aan.
Het halen van de cartridge had dus wat meer voeten in de aarde dan gedacht. Ik mocht nu naar de Breestraat lopen om ze te kopen. Na een kilometer of 10 geskeelerd te hebben, kwam daar nog een kleine 10 km hardlopen bij. In het begin moesten de spieren hier even aan wennen, maar gaandeweg ging het lopen steeds beter. Wat dat aangaat was het een goede oefening voor de run-skate-run.

Modeshow


De laatste plek, waar mensen mij zouden kunnen verwachten, is bij een modeshow. Toch was het gisteren zo ver. Eén van mijn dochters mocht de catwalk op en dan moet je er als vader toch aan geloven. Samen met mijn vrouw en mijn oudste dochter kwamen we aan in een voor mij totaal vreemde wereld. Ik ben bepaald geen "Dedicated follower of fashion".

De modeshow vond plaats in een grote witte tent, waar 4 lage tribunes waren gebouwd. Daar ik nog even naar de w.c. moest, gingen Ada en Ike alvast naar binnen, zodat ik later naar hen moest zoeken. Ze zaten aan de overzijde van de ingang, dus ik liep er linea recta naar toe. Waar alle andere gasten hun best deden, om om de catwalk heen te lopen, had ik in mijn argeloosheid de catwalk betreden.
Om kwart over 8 begon de modeshow. Op de maat van mij veelal onbekende muziek kwamen de modellen één voor één op in veelal extravagante kledij: de mens als wandelend kunstwerk. Waarbij dat wandelen soms meer op strompelen leek. Niet verbazingwekkend, als je keek, naar wat voor schoeisel ze aan hun voeten hadden. Bij sommige modellen, waartoe mijn dochter gelukkig niet behoorde, had ik het idee in een aflevering van Monty Python's "Ministery of silly walks" terecht gekomen te zijn.

Creativiteit kun je de studenten van de Kunstacademie, die deze kleding ontwierpen, niet ontzeggen. Van jute zakken wisten ze nog toonbare kleding te maken. Er ligt een flinke markt open voor deze ontwerpster in deze tijd van kredietcrisis. Daar ik als kind mijn vader vroeger geholpen heb met het sjouwen van jute aardappelzakken, weet ik, dat het kan jeuken. Hoe zit dat dan met jute kleding, vraag ik me als nuchter mens dan af.
Zelfs van vuilniszakken had iemand een passend jasje weten te ontwerpen. Handig, voor als je in de regen moet wachten op het startschot van een duurloop. Gegarandeerd waterdicht.
Maar zoals gezegd, de meeste kleding was dermate extravagant, dat het absoluut niet voldoet aan de twee voornaamste eisen, die ik aan kleding stel: het moet lekker zitten en het moet functioneel zijn. Daarna ga ik wellicht eens kijken, of iets mij "staat".
Wat het laatste betreft: de regering heeft allerhande adviesorganen, die haar gevraagd en ongevraagd van advies voorzien. Welnu, wat betreft de kleding (en ook op andere terreinen trouwens) heb ik dat ook: ik krijg regelmatig ongevraagd advies van mijn eigen adviesorgaan: Ada!
En nu komt het vreemde: in de bibliotheek, waar ik werk, heb ik diverse modebewuste vrouwelijke collega's. Die paar keer per jaar, dat ik nieuwe kleding koop, weten ze er precies uit te halen, wat mijn keuze was en wanneer er van een veelal ongevraagd advies sprake was. De keren, dat ik gecomplimenteerd werd met smaakvolle kleding, betrof het eigenlijk altijd Ada's keuze.
Maar zoals gezegd, mode is niet mijn ding: kleding moet vooral lekker zitten en functioneel zijn. Bij de modeshow zag je vooral extravagante uitdossingen. Wat dat aangaat: mij zul je daar niet zo snel in aantreffen.....

woensdag 10 juni 2009

Valbeweging

De valbeweging is een essentiële beweging bij het schaatsen. Je maakt dan gebruik van de zwaartekracht om je snelheid te vergroten. Hoe beter je de valbeweging beheerst, hoe meer snelheid je kunt ontwikkelen. Doordat je zijwaarts afzet, kun je het verplaatsen van je lichaamsgewicht in zijwaartse richting benutten om je afzet te voorzien van de energie, die vrijkomt door de valbeweging als gevolg van de zwaartekracht. Je afzet krijgt dan als het ware een extra zet mee.
Nu is het bij de valbeweging zoals bij iedere oefening: oefening baart kunst. Hoe meer je iets traint, hoe beter je er in wordt. Er zijn dan ook mensen, die een waar kunststuk maken van de valbeweging. Immers, als je de valbeweging beheerst, schaats je zo weg....

Strandtraining

Eén van de leukste trainingen is de strandtraining. Gisterenavond hadden we er weer een. Vanaf het grote parkeerterrein in Katwijk-Noord liepen we, waar regenbuien waren voorspeld, in het avondzonnetje richting Noordwijk. Het was net hoog water geweest dus de keuze was beperkt: mul zand of nat zand. Onze keuze viel op het natte zand, hetgeen inhield, dat het zwaar lopen werd doordat je een centimeter of 5 wegzakte bij het neerkomen. Maar dat geeft niet: hoe zwaarder de training, hoe meer profijt je er later van hebt.
Na het 5 minuten inlopen rekten we de spieren voor de 6 Steigerungen: 2 van 20 seconden, 2 van 15 en 2 van 10. Tot slot hadden we een duurloop naar Huis ter Duin. Waar wij vroeger altijd de houten trappen naar het terras van dit luxe hotel oprenden, was dat nu onmogelijk: door de in een duin verpakte dijk was de trap verdwenen. Mijn voorstel, om dan maar in het hotel de trappen op te rennen haalde geen meerderheid en als goed democraat leg je je daar natuurlijk bij neer.
We liepen weer richting Katwijk met 4 keer een minuut op 80/85%, dus redelijk voluit, om aansluitend 2 keer in het mulle zand een meter of 10 omhoog te klimmen met schaatsstappen.
In het mulle zand hadden we een duurloop naar de volgende duinopgang, waar we (statische) buikspieroefeningen deden. Hoog in de lucht zag je een valk "bidden". "Die duikt naar degene, die de oefeningen niet goed doet" was mijn commentaar.
Uiteraard konden we het niet laten om voluit de strandopgang op te lopen. Een loodzware oefening, waarbij de hartslag fors omhoog gegooid wordt. Over het schelpenpad liepen we naar het parkeerterrein terug, waar we als toetje een evenwichtsoefening hadden: in tweetallen elkaar bij de polsen vasthouden met de tenen tegen elkaar en dan 10 keer inzakken en weer omhoog komen.
De avond werd traditioneel besloten in 't Wantveld, een strandtent, waar de bestelling bestond uit koffie, thee en witbier. We hadden een zeer gevarieerde droogtraining gehad. Ik kan iedereen dit schema aanbevelen.

zondag 7 juni 2009

Letterenloop

Met Jaap de Gorter vertrok ik in de oude Audi naar de Kennemerkunstijsbaan om....te lopen. De start en finish van de Letterenloop was hier gepland. Het was er gezellig druk, toen wij om kwart over 11 aankwamen. Het startschot van de kinderloop had net geklonken. Wij liepen naar de kleedkamer, waar die we altijd hebben als we met de IJVL meetrainen.
Voor mezelf was het een vraagteken, waar ik toe in staat zou zijn. Na de marathon in 4 uur en 6 seconden gelopen te hebben, wist ik, dat het duurvermogen prima in orde was. Ik heb daarna wel een paar keer voor mezelf 10 km getraind, maar met tijden net onder het uur zat de handrem er steeds goed op. Nu moest ik met de billen bloot.
Voor de start kwamen we Thomas Blondeau tegen, die met de trainingsgroep van het gewest Zuid-Holland van de KNSB de Letterenloop zou gaan lopen. Thomas kwam uit op 21.05 op de 5 km.
Voordat hij zelf in het startvak plaats zou nemen, trad Sido Martens, die lid was van de folkgroep Fungus in de tijd van "Kaapren varen", op met "De ballade van Foekje Dillema".


Nu we het toch over Foekje Dillema hebben: als bibliothecaris kan ik natuurlijk niet nalaten om u een leestip te geven. Max Dohle schreef "Het verwoeste leven van Foekje Dillema" waarvan ik hierbij een deel van de flaptekst geef: Foekje Dillema verbrak in juni 1950 in het Olympisch Stadion het Nederlandse record op de 200 meter, dat op naam stond van de olympisch kampioene Fanny Blankers-Koen. De schijnbaar onaantastbare Fanny, die vier gouden medailles had gewonnen tijdens de Olympische Spelen van Londen 1948, was geklopt door een natuurtalent uit Friesland dat ze al twee jaar probeerde te ontlopen.
Er waren twijfels over Foekje. Zoveel dat een geslachtstest werd georganiseerd onder het mom van een medische keuring. De Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie maakte daarna met veel machtsvertoon een eind aan de olympische dromen van Foekje Dillema. Deze maatregel kwam zo hard aan dat ze zich twee jaar lang opsloot in haar huis in Burum. De bond schrapte ook haar records uit de ranglijsten. Foekje kon er nooit meer over spreken. Max Dohle laat in zijn biografie de tragiek zien van de vrouw die een ander geslacht kreeg opgedrongen en zich daar niet tegen kon verweren.

Op de betonnen vloer van de Kennemer kunstijsbaan was van tragiek absoluut geen sprake. Het was ideaal loopweer: een graad of 17, bewolkt en een stevige wind, waar je doordat het parcours voor een groot gedeelte door de bossen ging, geen last van had.
Om 12 uur precies klonk het startschot. Voor ons schaatsers was het wel even wennen: we moesten de bocht naar rechts nemen. In de drukte duurde het bijna een minuut, voor we bij de startstreep waren. Het halve rondje op de betonnen vloer van de ijsbaan ging niet zo snel. Daarna kwam er wat meer ruimte om in je eigen tempo te komen. En dat tempo lag hoger, dan ik zelf had verwacht. Door het gebrek aan snelheidstraining in de afgelopen 6 weken was ik blij geweest met een tijd van 48 minuten, maar het liep anders.
Vanaf het moment, dat de straten wat breder werden, begon voor mij een inhaalrace. Vooral na het stoffige bospad, waar het zand als een mistbank boven het bospad hing, kon het echte werk beginnen: we waren in Bloemendaal aangekomen en de vele duintrainingen wierpen hun vruchten af. Zowel met klimmen als met dalen haalde ik aardig wat lopers in. We waren dan ook "In the Dutch mountains".

Het bochtige parcours door bossen, over lanen en bospaden was zeer afwisselend. Na langs het gemeentehuis van Bloemendaal gelopen te hebben begon het afdalen naar de gezellig drukke winkelstraat en vandaar liepen we naar het tunneltje onder het station door voor de laatste kilometer naar de ijsbaan.



Ik geef het direct toe: ik ben niet zo atletisch als cabaretier/schrijver Dolf Jansen, die met 34.09 derde werd, maar met mijn 175e plaats in 44.32 was ik dik tevreden. Slechts een keer was ik sneller! Jaap kwam in een lopersveld van 947 deelnemers binnen op de 252e plek en had met 46.24 ook een prima tijd. Volgend jaar verschijnen we vermoedelijk weer aan de start van de leuke Letterenloop.

zaterdag 6 juni 2009

Perspectiefnota


Het is niet mijn gewoonte om uit een email te citeren, maar deze, die ik vanochtend ontving van PvdA-fractievoorzitter Henny Keereweer, is te mooi om het niet te doen:
Hoi,
Het college heeft in de (vandaag openbaar gemaakte) Perspectiefnota voor de komende 4 jaar ieder jaar 100.000 E uitgetrokken voor de ijshal!
Mooi dat Marc dat er uit gesleept heeft.
Gr
Henny
Bij deze wil ik PvdA-wethouder Marc Witteman hartelijk bedanken voor zijn inzet voor het behoud van de IJshal aan de Vondellaan. Ere wie ere toekomt.
Met dit bedrag moet het mogelijk zijn om in september weer te kunnen schaatsen. En als de toegangsprijzen omhoog gaan, is het wat betreft ook geen probleem: anders ben je dat extra geld kwijt aan reiskosten naar Den Haag of Haarlem, terwijl je in de tijd, die je anders nodig hebt om te reizen lekker kunt schaatsen op het altijd goed glijdende ijs aan de Vondellaan.

vrijdag 5 juni 2009

This wheel's on fire

Ik geef het toe: ik heb de smaak van het skeeleren te pakken. De angst voor blessures als gevolg van een harde smak op het asfalt heb ik intussen overwonnen. Vanmiddag scheen het zonnetje en ben ik lekker gaan skeeleren door de Stevenshof. Daar ik er al bijna 22 jaar woon en er veel train met hardlopen weet ik vrij nauwkeurig wat de afstand van het ene punt naar het andere is.
Eerst reed ik naar Jos Drabbels om een boek over natuurgebieden in Zuid-Scandinavië bij hem af te geven, daarna reed ik de gladde stukken asfalt twee keer op en neer. Al met al heb ik een kilometer of 20 geskeelerd. Het gaat steeds lekkerder. Technisch lijkt het het meest op schaatsen op natuurijs. Je moet constant anticiperen op hobbels, oneffenheden en tegenliggers. Als ik niet oppas, word ik nog vurig enthousiast voor het skeeleren....

Ergens ver weg, in het noordwesten van Spanje, is een Nederlander in dienst van Construcciones Paulino bezig om zich in het zweet te rijden bij de Vuelta a Coruña.
Na de keelontsteking, die 2 keer de kop opstak, begint Siebe zich langzaam maar zeker weer in vorm te rijden. Bij de Vuelta a Coruña werd hij voorlaatste op de 52e plaats. Dat klinkt niet goed, maar deze prestatie komt in een ander daglicht te staan, als je weet, dat tijdens de laatste etappe 60 renners, dus meer dan de helft, zijn afgestapt! Voor het wel en wee van deze Nederlander in Spaanse dienst verwijs ik graag naar www.siebebreed.nl waar de hoofdpersoon van deze actiefoto van de Vuelta a Coruña regelmatig smeuig over zijn wederwaardigheden in España verhaalt.

Marc Witteman

Het lot van de Leidse IJshal ligt in handen van PvdA-wethouder Marc Witteman. Wat dat aangaat verwacht ik, dat het uiteindelijk wel goed zal komen. Ik ben hem een paar keer bij sportevenementen tegengekomen en ik ben er van overtuigd, dat hij de IJshal een warm hart toedraagt.

Dit ligt geheel in lijn met wat Henny Keereweer op zijn weblog gepubliceerd heeft: De PvdA Leiden is met Breed van mening dat er voor de vele schaatsliefhebbers in Leiden binnen de eigen stadsgrenzen een goede schaatsvoorziening moet komen. Daarom staat in hoofdstuk 13 "Vrije tijd" van ons verkiezingsprogramma 2006 - 2010: Een nieuwe IJshal. De locatie van de huidige ijsbaan is onrendabel. Leiden heeft een goede rendabele IJsbaan nodig. Het geld dat de gemeente nu kwijt is voor de jaarlijkse huur, kan beter worden geïnvesteerd in een nieuwe IJshal bij zwembad de Vliet.
Schaatsliefhebbers: Bij de PvdA zit je goed.
De PvdA: DE sportpartij van Leiden!
En dat zijn geen sprookjes, Bert!
Ik geloof inderdaad, dat dit geen sprookjes zijn. In het artikel in het Leidsch Dagblad staat te lezen: Sportwethouder Marc Witteman vindt dat de ijshal aan de Vondellaan open moet blijven tot er een nieuwe baan in Leiden of omgeving is. Maar of de gemeente daaraan fors financieel gaat bijdragen weet hij nog niet. "Dat zal blijken bij de bespreking van de perspectiefnota in de raad."
En bij dat laatste zit nu mijn zorg. Politiek is het goed te begrijpen, dat wethouder Witteman niet meteen de portemonnee trekt. Dat zou een uitnodiging zijn voor NUON om in de toekomst nog veel hogere prijzen in rekening te brengen: de gemeente betaalt toch wel. Ook regiobestuurders, waarvan hun inwoners ook massaal van de IJshal gebruik maken, kunnen dan rustig achterover leunen. Kortom, politiek is het goed uit te leggen, dat Marc Witteman de tijd neemt om tot een oplossing van de financiële problemen te komen.
Voor de ijssportverenigingen ligt het echter een slagje anders. In de zomermaanden worden binnen de verenigingen mensen aangespoord om zich in te schrijven voor de schaatslessen en vervolgens worden de trainers van de schaatsgroepen ingedeeld. Maar hoeveel mensen zullen zich inschrijven, zolang onduidelijk is, of de IJshal in september weer opengaat?
Juist door de eerste winter met aardig wat natuurijs in 12 jaar hebben veel mensen de smaak van het schaatsen weer te pakken gekregen en velen zijn tot de conclusie gekomen, dat aan hun schaatstechniek toch wel het een en ander mankeert. Kortom, voor zowel de schaatsverenigingen als voor de IJshal is er het momentum om te oogsten. En met dank aan de NUON is er de komende tijd onzekerheid of er in het najaar wel geschaatst kan worden.
Voor de ijssportverenigingen een zeer vervelende situatie. Stel je voor: een voetbalvereniging gaat leden werven voor het nieuwe voetbalseizoen. Er is echter één maar: ze weten nog niet, of ze in september over voetbalvelden beschikken. Hoeveel leden, denk je, zal zo'n club trekken? Dat zullen er niet veel zijn. Voor een schaatsclub zal het niet anders liggen.
Het lot van de IJshal en haar duizenden gebruikers ligt in handen van wethouder Witteman, maar hopelijk biedt hij de IJshal en de schaatsverenigingen ruim voor de behandeling van de Perspectiefnota in de gemeenteraad een positief perspectief.

donderdag 4 juni 2009

Leidse ijshal in financiële nood


Als de gemeente Leiden niet met geld over de brug komt, dan moet de Leidse IJshal aan de Vondellaan na de zomer sluiten. De honderdduizend jaarlijkse bezoekers, waaronder veel leden van ijsclubs en Leidse scholen, moeten dan op zoek naar een andere kunstijsbaan. De hal zit diep in de financiële problemen.
Vooral de verdubbeling van de energienota van de Nuon, van één- naar tweehonderdduizend euro per jaar, is een klap die de stichting IJshal Leiden op eigen kracht niet te boven kan komen. Maar er moet ook in de danig verouderde baan worden geïnvesteerd om de gebruiksvergunning voor de hal te behouden. De stichting die de kunstijsbaan beheert draait bijna uitsluitend op vrijwilligers.
Tot 2008 kreeg de IJshal geen steun van de gemeente, sinds vorig jaar draagt Leiden 25.000 euro bij in de kosten van de dweilmachine en nog eens 25.000 in de exploitatiekosten. "Maar als je kijkt wat zwembaden en andere sportclubs krijgen, is dat maar een schijntje", zegt Zwart. ""Wij proberen de gemeenteraad nu zover te krijgen dat ze een fatsoenlijke bijdrage geven."
Sportwethouder Marc Witteman vindt dat de ijshal aan de Vondellaan open moet blijven tot er een nieuwe baan in Leiden of omgeving is. Maar of de gemeente daaraan fors financieel gaat bijdragen weet hij nog niet. "Dat zal blijken bij de bespreking van de perspectiefnota in de raad.
Witteman vindt dat ook energieleverancier Nuon, dat immers met de veel hogere energienota een belangrijke oorzaak is van de financiële nood bij de ijshal, zijn verantwoordelijkheid moet nemen. "Een gebaar van Nuon om, bijvoorbeeld als sponsor, mee te werken aan het oplossen van het probleem, zou zeer gepast zijn", vindt Witteman.
Dit bericht stond op de site van het Leidsch Dagblad van 4 juni 2009.
Daar reageerde ik op:
Het is inderdaad verbazingwekkend, dat bij fors dalende energieprijzen de IJshal de nek wordt omgedraaid. Is hier een individuele manager bezig, die zijn "targets" nog moet halen om zelf een contractueel vastgelegde forse bonus op te strijken?

Volgens mij zijn de aandelen NUON nog niet verkocht door Leiden en omliggende gemeenten. Hier ligt een mooie taak weggelegd voor de gemeenteraden om hun controlerende functie waar te maken en aan de wethouders om de NUON op het matje te roepen.
Mochten de aandelen al verkocht zijn, dan is dit de prijs van de privatisering. Een bedrijf, dat honderden miljoenen betaald om een ander bedrijf op te kopen, wil dat geld natuurlijk wel op een of andere manier terugverdienen. En wie mogen dat opbrengen? De klanten. Zoals in dit geval de Leidse IJshal.
En dat hierdoor veel sportclubs in de regio en wekelijks duizenden mensen hun sportplezier ontnomen wordt, daar wordt verder niet meer naar gekeken.
Wellicht dat NUON er iets anders over gaat denken, als behalve de IJshal ook alle schaatsers in de regio Leiden massaal overstappen op een ander energiebedrijf......

maandag 1 juni 2009

Reedriden


Het leuke van de Friese taal is, dat het voor Hollanders behoorlijk te volgen is, maar dat het vaak net wat anders betekent. Iedereen kent de reclame van Sonnema Beerenburg, waarin 2 Hollanders bij een brug aan een Fries vragen, of ze al op het natuurijs kunnen. "It kin net" antwoordt de Fries, waarop de Hollanders het onbetrouwbare ijs op gaan en er uiteraard doorheen zakken. In de plaatselijke kroeg komt onder het genot van een glaasje Beerenburgde aap uit de mouw: "It kin net" betekent in het Nederlands "Het kan niet". "It kin net" is na deze reclame trouwens een gevleugelde uitdrukking geworden.

Hetzelfde gevoel van taalkundige verwarring overviel me, toen ik op internet op het Friese woord "reedriden" stuitte. De eerste associatie, die je er mee hebt, is de Gay pride in Amsterdam. Maar "reetrijden" is toch echt iets heel anders dan "reedriden". Op Wikipedia is de volgende omschrijving te lezen: "It reedriden is it op redens foarútkomme oer it iis." Dit is te vertalen als: "Het schaatsenrijden is het op schaatsen vooruitkomen op het ijs."
Dus bij deze durf ik uit de kast te komen: ik ben een liefhebber van reedriden!

Rondje Haarlemmermeer


Ada zou met onze oudste dochter Ike een dagje gaan wandelen in de buurt van Nijmegen. Ik bracht haar op de fiets om 9 uur naar station De Vink. Hier hoorden we, dat er werkzaamheden waren tussen Gouda en Woerden. Ada nam mijn fiets en reed ermee naar het Centraal Station. Zelf wandelde ik de kilometer naar huis.
Na de w.c.'s gereinigd te hebben trok ik mijn Bauers aan en ging 10 km skeeleren op het fietspad aan de rand van de Stevenshof. Het ging iets makkelijker dan vrijdag, maar een blaartje op mijn wreef zorgde er voor, dat ik het na 10 km voor gezien hield. Pluspunt is wel, dat ik de angst aardig overwonnen heb. Mijn angst om te vallen met skeeleren was dus een schoolvoorbeeld dat prima is verwoord in dit alombekende anonieme gedicht:
Een mens lijdt dikwijls 't meest
Door 't lijden dat hij vreest
Doch dat nooit op komt dagen.
Zo heeft hij meer te dragen
Dan God te dragen geeft.
Ik deed de Bauers uit en stapte op mijn Peugeot-racefiets. Eerst reed ik rond het middaguur naar Voorhout, waar Wim en Joke Beenakker zowaar thuis waren. Ruim een half uur bijgekletst met hen, maar zij hadden vanmiddag andere verplichtingen. Op de fiets reed ik in het zonnetje met windkracht 5 of 6 tegen naar de Buitenkaag, waar ik aan een rondje Haarlemmermeer begon. Door de duinen fietsen was geen optie. Het zou veel te druk zijn. Eerste Pinksterdag had ik met Ada een stukje door de duinen gereden, maar het was loeidruk op de fietspaden. De keuze viel dus op het rondje Haarlemmermeer.
Voor mij zal het zo'n jaar of 30 geleden zijn, dat ik voor het laatst de Ringvaartdijk helemaal rondgereden ben. Ik wil er vanaf zijn of het in 1978 was, als voorbereiding op de protestfietstocht langs de Waddenzee (zie "Fietsen voor de Waddenzee" in dit blog in 2008) of dat ik het een jaar later nogmaals heb gedaan als voorbereiding van een fietstocht met vrienden in Denemarken.
Nu heb ik als geboren en getogen Nieuw-Venneper so wie so te weinig de Haarlemmermeer rondgefietst. Siebe rijdt het in de wintermaanden regelmatig. Toen ik afgelopen winter op de Vogelplas was gaan schaatsen, reed Siebe het rondje Haarlemmermeer. En wat te denken van mijn vader: toen hij 88 was, reed hij ook nog wel eens een rondje Haarlemmermeer. Ik zou er blind voor tekenen, als ik het op die leeftijd ook nog zou kunnen....
Ik koos er bij aankomst op de Ringvaartdijk voor om eerst aan de westzijde te fietsen. De oostzijde is veel mooier, dus het beste bewaarde ik zo voor het slot. Bovendien had ik tot Zwanenburg tegenwind, dus op de terugweg de wind in de rug. Was het aan de westzijde druk op het water, de oostzijde overtrof alles. Op het water was het drukker dan op de behoorlijk drukke Ringvaartdijk. Voor de draaibrug naar Nieuwe Wetering lagen wel 100 boten te wachten.
In de Buitenkaag aangekomen ging ik op bezoek bij mijn zus Trees en haar man Cor. Na 85 km fietsen in de brandende zon smaakt een koud biertje voortreffelijk. Om 5 uur werd het tijd om te vertrekken. Om de 100 km vol te maken heb ik in Oegstgeest nog een blokje extra moeten fietsen. Zo ben ik dan ook wel weer. Zo kwam ik aan dit prachtig oplopende trainingsschema: 1 km wandelen, 10 km skeeleren en tot slot 100 km fietsen. Ik kan dit schema iedereen aanbevelen!