vrijdag 29 mei 2009

NUON

De nacht van dinsdag op woensdag bracht één van de zwaarste onweersbuien in de afgelopen decennia. Er was zoveel weerlicht, dat je bij wijze van spreken de krant zonder lamp zou kunnen lezen. Tegelijkertijd kwam het water met bakken uit de hemel.
Het spreekt voor zich, dat de droogtraining hierdoor wat aangepast moest worden. Het veld bij Cronensteyn vertoonde flink wat natte plekken, dus er waren minder grondoefeningen, maar wel bochten lopen in de elastieken. Ook waren er oefeningen op de trappen van station Lammenschans.
Na de droogtraining kwam kwam de IJshal ter sprake, en dan met name de kwalijke rol van de NUON, u weet wel, dat energiebedrijf, waar de topman minimaal 4 keer zoveel verdient als premier Balkenende. Dit bedrijf, ooit ontstaan uit een samenvoeging van allerlei gemeentelijke en regionale energiebedrijfjes, is flink bezig om de IJshal een poot uit te draaien: de energieprijzen worden verdubbeld, hetgeen de Leidse IJshal een ton extra gaat kosten. En dat kan zomaar, de prijzen verdubbelen?
Het vervelende is, dat ik niet weg kan bij NUON. Mijn huis heeft stadsverwarming en daardoor ben je met handen en voeten aan die oplichters gebonden. De schaatsliefhebbers, die wel weg kunnen bij NUON kan is slechts één ding adviseren: onmiddellijk doen zodra je weer over kunt stappen!!!!
Donderdagochtend heb ik een kilometer of 9 gelopen. De souplesse begint weer terug te komen. De marathon heb ik dus goed verteerd.
Maar waar ik zelf al jaren door verteerd ben: de angst om te vallen met skeeleren. De allereerste keer, dat ik ging skeeleren ben ik bij het uit huis gaan keihard onderuit gegaan op de gladde tegels voor ons huis. Met mijn heup kwam ik op de betonnen rand terecht en met een flinke bloeduitstorting kon ik na 2 meter skeeleren op pad. De angst zit dan goed tussen de oren. Dat jaar heb ik niet meer geskeelerd, in de jaren daarna sporadisch een enkel keertje.
Na het bezoeken van het NK Skeeleren in Leiderdorp met Jaap de Gorter had ik toch wel het idee, dat ik me eens over de angst heen moest zetten. Vrijdagmiddag was het heerlijk weer: zonnig en een graaad of 20. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken. En die schoenen waren de Bauers.
Ingepakt met enkel- pols- en kniebeschermers en een valhelm nam ik de eerste hindernis: de gladde tegels bij onze voordeur. De stoeptegels reden niet zo fijn, het fietspad met een grindlaag reed ook niet zo geweldig, maar na een kilometer kwam ik op een mooi glad stuk fietspad aan de rand van de Stevenshof. Het gladde fietspad van een meter of 400 reed ik 8 keer op en neer.
Het skeeleren eigenlijk best wel lekker. Je schaatstechniek neem je toch wel mee. Wel merk je, dat je wat onwennig op de 4 wieltjes staat. Het rollend materieel doet niet altijd, wat jij wil.

Zolang je goed geconcentreerd bent gaat het wel, maar als je even niet goed oplet, voel je toch wel, dat je basistechniek te kort schiet. Als schaatser ben ik na 30 jaar trainen in de Leidse IJshal volledig vergroeid met mijn schaatsen, maar met de skeelers is dat bepaald nog niet het geval.
In ieder geval weet ik, dat ik deze zomer meer zal gaan skeeleren, ook om de basistechniek beter onder de knie te krijgen. Want skeeleren is toch wel erg leuk!

zaterdag 23 mei 2009

NK Skeeleren

Met Hemelvaartsdag begon het NK Skeeleren op de ijsbaan in Leiderdorp. Om kwart over 11 was ik bij Jaap de Gorter, We gingen er op de fiets naar toe. Vandaag stond de 500 meter op het programma. We hebben de laatste series gezien en de kwartfinales. Er bestaat een groot verschil met de 500 meter schaatsen, waar 2 personen tegen elkaar in de baan rijden en halverwege van baanhelft moeten wisselen. Hier rijden 4 of 5 skeeleraars tegen elkaar en de beste 2 gaan door naar de volgende ronde.
Lekker in het lentezonnetje op de zeer matig gevulde tribune konden we genieten van behoorlijk hoge snelheden. Wat opviel, was de grote verschillen, die gemaakt werden in de 2 bochten. Sommige skeeleraars beschikken over een fabuleuze bochtentechniek!
Eén van de blikvangers was Elma de Vries, kampioene bij het marathonschaatsen, winnares van de Alternatieve Elfstedentocht, deelnemer aan het Europees kampioenschap allround en wereldkampioenschap afstanden en veelvuldig Nederlands kampioene bij het skeeleren. Kortom: een alleskunner.

Van de IJVL kwam alleen Peter Groen, deelnemer aan de SIC-cursus einde 2008, in aktie op de 500 meter. Beide keren plaatste hij zich moeiteloos voor de volgende ronde. Daar we beiden nog wat te doen hadden, verlieten we de skeelerbaan in Leiderdorp om half 2.
Thuis gekomen ging ik 's middags nog een stukje hardlopen: een hersteltraining van een kilometer of 5. Je voelt na een kilometer al, welke spieren zondag een aardige opdonder hebben gekregen, maar naarmate je langer loopt, verdwijnen de pijntjes. Daar is een hersteltraining ook voor bedoeld.

vrijdag 22 mei 2009

Hemelvaartsdag

In mijn jonge jaren stond Hemelvaart in het teken van het dauwtrappen. Nu deed ik dat in die tijd vrijwel ieder weekeinde, maar dat was op weg van "De Hobbit" naar huis, zo rond een uur of 5. Hemelvaartsdag was zo bijzonder, omdat wij die ene dag in het jaar niet om die tijd naar bed gingen, maar er dan juist uit kwamen om met een groep naar het Langevelderslag te fietsen en daar de dag door te brengen.
Wij hadden afgesproken om te verzamelen en te vertrekken bij Bas Warnink vandaan. Wat we ook zagen: geen licht in huize Warnink. Dus proberen om hem met subtiel geluid wakker te krijgen.

Welnu, heel de Zichtweg was wakker, behalve Bas. Later mompelde hij iets over "de slaap der rechtvaardigen".

Met een dik half uur vertraging vertrokken we uiteindelijk via Hillegom naar Langevelderslag. Hier stalden we onze fietsen en wandelden over het strand naar Noordwijk, waar we om een uur of half 9 op het terras, wat het eerste open was de eerste consumpties van de dag nuttigden. Een uur later wandelden we terug en brachten de dag door met luieren, lezen, verder vooral veel drinken en af en toe een duik in de zee.
Daar dauwtrappen vooral in de Bollenstreek een traditie was, kon ik het me veroorloven om in Leiden gewoon uit te slapen. Ik kon trouwens weer gewoon traplopen. Om een uur of 9 riep Ada van boven: "De vuilniswagen komt eraan." We hadden dat wel zien staan in het ophaalschema van de gemeente Leiden, maar we dachten, dat dit een vergissing was. Niet dus. Snel de vuilnisbak en die van de buren aan de weg gezet. In het tuincentrum kon ik nog een zak tuinaarde halen, zodat Ada een paar planten kon verpoten.
Wat dat aangaat gaat Hemelvaartsdag steeds meer op een gewone doordeweekse dag lijken. Een sluipend proces, waarbij de managers in diverse sectoren stukje bij beetje de verworvenheden van het personeel om zeep brengen. We zijn al het land in Europa met de minste nationale feestdagen, een twijfelachtige eer, die we met Schotland moeten delen. Meubelboulevards, die geopend zijn op Tweede Paas- en Pinksterdag, tuincentra eveneens en ook met Hemelvaart, diverse winkels, die 's ochtends open zijn met Koninginnedag.
Ook de bibliotheek is aan deze "modernisering" niet ontkomen: 2 jaar geleden hebben we 5 mei in moeten leveren als vrije dag, terwijl we daar nota bene in 1983 3% salaris voor ingeleverd hadden. Tijdens de ambtenarenstakingen van november 1983 moesten de vakbonden de verlaging van het salaris met 3% slikken. In ruil daarvoor kregen we Bevrijdingsdag voortaan als vrije dag. Op zich natuurlijk bezopen: een nationale feestdag, die maar eens in de 5 jaar vrij is, maar wij hebben dit verworven recht in moeten leveren. Hoezo, afspraak is afspraak....
's Middags gingen Ada en ik een stuk fietsen. Het was zonnig maar winderig. Het eerste stuk ging over de Noordzeeroute naar Den Haag, waar we wat post gingen bezorgen. Het was alvast een voorproefje voor de zomervakantie, als we de Noordzeeroute naar Boulogne sur Mer gaan fietsen, om vandaar via de Groene valleien fietsroute naar Luxemburg te trappen.
Zo ver gingen we met Hemelvaart niet. We reden naar Voorschoten, waar we bij Ada's ouders op bezoek gingen. Toen we om een uur of 7 weer thuis waren, stond de teller op ruim 42 km. Maar deze 42 km was heel wat lichter dan die van de marathon.

woensdag 20 mei 2009

Spieren losfietsen

Twee dagen na een marathon is het niet zo'n geslaagd idee om mee te doen aan de droogtraining. De bovenbenen waren, ondanks de vakkundige massage door mijn fysiotherapie studerende dochter op maandagavond, bij het traplopen nog behoorlijk gevoelig. Voor mij is het altijd een goede graadmeter van hoe diep ik gegaan ben. Soms kun je op maandag al gewoon traplopen, soms pas op donderdag of vrijdag.
Als alternatief voor de droogtraining ga ik op de dinsdag na de marathon altijd een stuk fietsen. Uiteraard in een licht verzet. Ik deed het samen met Hen van den Haak, die nog steeds aan zijn heup geblesseerd is en vermoedelijk binnenkort opnieuw onder het mes moet. Samen reden we van De Bult naar Leidschendam, waar we Hans Boers opzochten. Hans had in het laatste uur op de Dominicaanse Republiek zijn voet verzwikt en kan dus voorlopig nog niet hardlopen. Wat dat aangaat is de stand weer gelijk. Een jaar of 4 geleden brak Morena haar enkel, toen ze in Haarlem van het ijs wou stappen, vlak voor ze weer naar de Dominicaanse Republiek zou terugreizen.
Via Stompwijk en Zoeterwoude reden we naar De Bult, waar we na 28 km fietsen na een verkwikkende douche de marathon, de droogtraining en allerhande andere zaken uitgebreid evalueerden, zoals de Amerikaanse vrouw, die er in geslaagd was een tweeling te krijgen van 2 verschillende mannen. Ik weet het: Amerika is het land van de onbegrensde mogelijkheden. Maar je kunt ook te veel buikspieroefeningen doen....

maandag 18 mei 2009

"Rare jongens, die Britten!"


Ik kwam gisteren 7 seconten te kort om onder de 4 uur te duiken. Aan het begin van de vorige eeuw zou dat zonder problemen gelukt zijn, getuige het volgende stukje dat ik van internet gehaald heb: De marathonloop werd oorspronkelijk ingevoerd als een wedstrijd over 40 km. Tegenwoordig is de lengte 42 km. en 195 m. De marathon kreeg die lengte in 1908 toen de Olympische Spelen in Londen werden gehouden. Het parcours van 40 km was al uitgezet, toen de Engelse koningin ontdekte dat de finish met die lengte niet voor de Koninklijke tribune zou zijn. Zij eiste dat de marathon verlengd zou worden, zó dat de finish precies voor haar zitplaats zou zijn. Dat deed men, en sindsdien is de afstand van de marathon 42 km. en 195 m.
Er is nog een variant op dit verhaal: Tijdens de Olympische spelen van 1908 in Londen, werd de afstand van de marathon veranderd tot de huidige afstand : 42.185 meter. zodat er gefinishd werd voor de deur van de koninklijke familie.
Een van de Engelse prinsen was ziek en om hem de gelegenheid te geven om ook iets van het schouwspel te zien, werd de aankomst verlegd tot aan het oostelijk terras van Windsor Castle (385 yards extra). En zo was de 26 mijl en 385 yards (of 42 kilometer en 195 meter) geboren.
Die loodzware laatste kilometers, waardoor de horde van 4 uur slechts eenmalig door mij genomen is (3.52.06 in 2005) en het wereldrecord nog steeds boven de 2 uur ligt, hebben we dus aan de Engelsen te danken.

Obelix had volkomen gelijk: "Rare jongens, die Britten!"

zondag 17 mei 2009

"Dat is de man van de ijsbaan"

's Nachts twee keer wakker van hevige onweersbuien. Het ging zo erg tekeer, dat het inregende op onze slaapkamer. Ada haalde de spullen uit de hoek weg en met een dweil, een badhanddoek en een emmer zorgde ze er voor, dat net niet te nat werd op de vloer. Midden in de nacht dacht ik: "Wat boffen we, dat deze bui niet overdag valt!"
De slaap kwam beide keren weer terug, zodat ik toch nog uitgerust naar Carl Flaman kon fietsen om twee krentenbollen en een energiedrank klaar te zetten voor de tweede ronde. Daarna pedalleerde ik naar Jaap de Gorter om bij zijn huis vandaan naar het startvak in de Breestraat te wandelen. In het startvak kwamen we Peter Zwart tegen, de neef van mijn vriend Tim de Beer, waar ik Peter bij feesten altijd tegen kom. Voor zowel Peter als mij was het de 7e marathon. Maar hoe je het ook wendt of keert, en hoe goed je ook getraind bent, een marathon blijft een lang end.

Om half 11 werd het Wilhelmus gezongen. Dat was volstrekt niet nodig, want Neerlands bekendste marathonloper, Willem-Alexander van Buren, was niet aanwezig. Hij mocht niet van zijn jarige vrouw.
Daarna klonk het startschot en in druilerig regentje konden wij beginnen aan de eerste ronde van 21,1 km.

Ik had me er op ingesteld om met de pacers van 4 uur te gaan lopen, maar de pacers waren in geen velden of wegen te bekennen. Kennelijk waren we te ver naar voren in het startvak.
Maar ieder nadeel heb zijn voordeel. Je kwam zo al snel in je ritme. Op de Vrouwenweg hoorde ik bij het 3-kilometerpunt een vrouw zeggen: 5.17 over deze km. Er was dus sprake van een voortvarende start. Het was inmiddels weer droog. In Zoeterwoude zag ik Wil Verbeij als supporter staan. De eerste 5 km ging in 27 minuten.
We boften met de wind. Er stond een oostenwind, zodat je in de kale polder richting Vlietlanden de wind in de rug had. Je kon dus lekker doorlopen. Tot mijn stomme verbazing liep ik in Voorschoten vlak achter de pacers van 1.50 op de halve marathon. Ietsje temporiseren kon dus geen kwaad.
Bij de molen in de Stevenshof, na 15 km, stond een dochter met 2 krentenbollen. Ik nam er eentje en liep richting Jacob Catslaan, waar het altijd feest is. Vlak voor de Morspoort werd ik bijgehaald door de pacers van 3.45. Ik lag dus duidelijk voor op het schema. In 1.54.00 bruto tijd had ik de eerte halve marathon volbracht.

Het werd meteen een stuk rustiger. Ik liep tot de Vrouwenweg met de pacers mee. Eén van hen had een paar keer in Engeland bijzondere wedstrijden in de vrije natuur gelopen. Een stuk van het Coast-path over de klippen, met de zee 60 meter onder je en op de terugweg over een public footpath door de weilanden, waarbij je over allerlei hekjes moest klimmen.
Verder had hij in het Peak-district meegedaan aan een wedstrijd fell-running. Over rotsen en onverharde wegen. Toen hij daar aankwam, moesten de Britten lachen om zijn hardloopschoenen. De Engelsen hadden een soort noppen onder hun schoenen. Bergop kon onze pacer nog wel meekomen, maar in de afdaling werd hij op minuten gezet.
Dat werd ik ook, toen ik bij Carl Flaman een krentenbol en de energiedrank tot mij nam. Er viel meteen een gat van 100 meter en dat loop je echt niet meer dicht. Langzaam maar zeker zag je het gat groter worden.
Desondanks had ik een prima tijd op de 30 km: 2.45. Ik mocht over de laatste 12 km een uur en een kwartier doen. Dat is prima te doen, alleen moeten de bovenbenen en de kuiten dan mee willen werken, en dat was steeds minder het geval. Maar als je aan een marathon begint, dan weet je, dat je gewoon moet blijven doorlopen.

Op 33 kilometer stond Ada met 2 krentenbollen op me te wachten. Meer dan een halve kreeg ik niet weggewerkt. Bij iedere drinkpost, ook op die van 36 km, waar PvdA-raadslid Henny Keereweer me hielp, nam ik vocht tot me. De temperatuur van zo'n 16 graden was heerlijk om te lopen, maar de souplesse was er wel uit. Het was behoorlijk afzien.
In de Stevenshof kwam ik Jos Drabbels nog tegen, terwijl ik vlak voor ik door de pacers van 4 uur ingehaald zou worden in het Morskwartier een vrouw hoorde roepen: "Dat is de man van de ijsbaan". En dan weet je meteen weer, waarvoor je loopt af te zien op de marathon: voor het schaatsen!
Op de Jacob Catslaan moest ik de pacers laten gaan, maar toen ik op de klok bij het 41-kilometerpunt zag, dat ik op 3.55 zat, heb ik nog even alles op alles gezet om in de laatste 1,2 km te proberen, onder de 4 uur te komen.


Met een brutotijd van 4.01.01 zou het er om spannen. Uiteindelijk kwam ik als 152e uit op 4.00.06! Ik was 7 seconden te langzaam om onder de 4 uur te duiken! Denk nu niet, dat ik hierover ga sippen. Vooraf had ik voor deze tijd getekend!
Peter Zwart had een nettotijd van 3.38.22. Klasse!
Na de finish kwam ik mijn collega Vera van Duijn tegen, terwijl ik met Jaap de Gorter, die de halve marathon volbracht had in 1.45.45, en Juul Mentink mee wandelde naar hun huis om met een paar biertjes de vochtbalans weer in orde te brengen.
De komende dagen zal "de man van de ijsbaan" traplopen niet fijn vinden....

zaterdag 16 mei 2009

Startnummer 2026


De dag voor de marathon is altijd een wat vreemde dag. Je bent je, vooral mentaal, aan het voorbereiden. Je kiest aan de hand van de weersverwachting uit, welke kleding je aandoet. Je haalt de laatste boodschappen en denkt uit, waar je de proviand tot je wil nemen en waar je het een en ander neer wilt zetten: het grote voordeel van een thuiswedstrijd!
Het startnummer 2026 moest nog opgehaald worden. Dat deed ik samen met Jaap de Gorter in de Pieterskerk, waarna ik doorging naar de repetitie van "Das Paradies und die Peri" in de Lokhorstkerk. Op zich een ontspannen voorbereiding, waarbij je je weer oefent in het goed gebruiken van de ademhaling. Hoe beter je je longen gebruikt, hoe langer je door kunt blijven lopen!

De keuze voor het avondeten viel op pannenkoeken: de koolhydraten worden morgen wel verbrand tijdens de 42 kilometer hardlopen. Voor de rest bestaat de voorbereiding uit veel rusten. Morgen zal dat wat minder zijn....

vrijdag 15 mei 2009

Kelder


Je hebt van die dagen, dat een bepaald woord als het ware in de lucht hangt. Deze week was dat het woord "kelder". Afgelopen maandag moest ik voor de bibliotheek leestips maken voor de Katwijksche Post. Eén van de boeken, die ik uitgekozen heb, was "De kelderkinderen" van John Glatt. Dit boek behandelt hoe Josef Fritzl in Oostenrijk zijn dochter Elizabeth 24 jaar gevangen hield in een kelder, haar vaak verkrachtte en zeven kinderen bij haar verwekte, voor hij tenslotte tegen de lamp liep. Dit ongelofelijke maar helaas ware verhaal is nu dus ook een leestip voor u.
Gisterenochtend moest ik naar Utrecht voor een vergadering over rationeel collectiebeheer. Eén van de aanwezigen was Bert Fleer uit Fryslân, die een prachtige uitspraak had over hoe je zaken gefaseerd in moet voeren: "Je kunt niet in één keer van de kelder op de zolder springen." Oud-bondscoach Henk Gemser of oud-Heerenveentrainer Foppe de Haan hadden die uitspraak ook kunnen doen. Kennelijk hebben Friezen een patent op zulke uitspraken. Nuchter, maar wel met gevoel voor understatement.
Nu we het toch over Foppe de Haan hebben: hij begon ooit bij Heerenveen , toen deze club in de onderste regionen van de Eerste divisie bivakkeerde. Geringschattend wordt dit altijd aangeduid met de term "de kelder van het betaald voetbal". En dat terwijl 99% van de jeugdvoetballers graag in die "kelder" zou spelen!
In "Je kunt niet in één keer van de kelder op de zolder springen" zit in feite een complete trainingsleer vervat. Je moet stapje voor stapje de training zwaarder maken. Je kunt ook niet in één keer een marathon gaan lopen. Je groeit er als het ware langzaam maar zeker naar toe.
's Avonds moest ik in de bibliotheek van Katwijk aan den Rijn een tentoonstelling openen van de lokale schildersvereniging "Pictura". Het thema was "De Boerderij". Daar ik geboren en getogen ben in Nieuw-Vennep, destijds nog een boerendorpje van 3000 inwoners, kon ik daar wel wat mee. Ik vertelde het volgende verhaal: "Mijn vader had een vrachtwagenbedrijf en reed veel voor boeren. Als kind ging ik regelmatig mee. Mijn vader stak dan met een hooivork balen van 30 kg vanaf de vrachtauto naar het luik van de hooizolder. Hij hoefde 's avonds echt niet meer naar de sportschool. Op een dag was ik met mijn vriend Gert Dol met mijn vader mee naar boer Kelder in Ter Aar. Ik sprong uit de vrachtwagencabine. "Pas op, "riep boer Kelder, "daar licht een beerput." "Dat heb ik al gemerkt" antwoordde ik, terwijl ik tot mijn middel in de stront stond.
Met stro heb ik mijn kleren zo goed als mogelijk was van de stront ontdaan. Dat ik een uur in de wind stonk behoeft geen betoog. Dat de reis terug in de vrachtwagencabine geen aangename was, spreekt voor zich."
Maar vergeleken bij "De kelderkinderen" viel het erg mee....

woensdag 13 mei 2009

Droogtraining

Op dinsdag 12 mei was het weer zo ver. We mochten weer beginnen aan de droogtraining.
Bij het clubgebouw van "Swift" stond de droogtrainingsgroep van de IJVL te popelen om te mogen beginnen.

Eerst liepen we van "De Bult" naar "Cronensteyn", waar we de spieren los maakten met wat simpele rek- en strekoefeningen.

Vervolgens deden we wat loopwerk en allerlei veldoefeningen, zoals 10 keer opdrukken en buikspieroefeningen. Ook deden we schaatsstappen in elastieken. Geweldig goede oefeningen: je oefent zowel je spieren als je schaatstechniek tegelijkertijd. Overbodig om te zeggen, dat Pieter Smit, onze trainer, zeer tevreden over mij was.

Van "Cronensteyn" liepen we terug naar "De Bult" waar we de training afsloten met een cooling-down.

Om het verloren gegane vocht aan te vullen, begaven we ons naar de kantine van "Swift", waar de droogtrainingsgroep van de IJVL, zonder twijfel één van de gezelligste zomertrainingsgroepen van Nederland, de eerste droogtraining van het seizoen op een traditionele wijze afsloot.

Bertus Spreeuw


Maandagochtend vond ik op mijn mailbox een mailtje met de volgende tekst:
Beste bert breed,

bertus spreeuw
heeft gereageerd op jouw registratie op http://www.schoolbank.nl en stuurt je het volgende bericht:

Hoi Bert is het mogelijk dat jij op 30 april j.l op de fiets (waarschijnlijk met je vrouw in het kielzog)van Zeewolde richting Harderwijk reed. Ik passeerde je namelijk met mijn vrouw in tegengestelde richting. Voor ik het wist was je voorbij en ik vond het kinderachtig je na te roepen. Achteraf vindt ik dat wel stom want dan hadden we even bij kunnen praten. Misschien kun je even laten weten of je dat inderdaad geweest bent.

Met vriendelijke groeten,

Jouw SchoolBANK-team

Nu moet u weten, dat Bertus Spreeuw van beroep politieagent is, dus speurzin is hem niet vreemd. Zelf ben ik hem gewoon voorbij gereden: deels omdat je op ruim 100 km van huis geen bekenden verwacht, deels door de vele insekten, waardoor je zoveel mogelijk naar beneden keek. (Zie onder het kopje Zuiderzeeroute)
Het spreekt voor zich, dat ik na dit mailtje contact met Bertus heb gezocht.
Bertus heeft met mij op de lagere school en de MAVO gezeten. Op de "R.K. Jongensschool Sint-Jozef" (ja, toen had je dat nog...) in Nieuw-Vennep zaten we samen in diverse combinatieklassen, op "Porta Vitae" in Hoofddorp zaten we, nadat ik op de MULO was blijven zitten, op de MAVO bij Bert in de klas. Sterker nog, we fietsten een aantal jaren iedere dag samen naar school. U ziet het, in mijn jonge jaren werd ik iedere dag door een politieagent opgehaald.....
In die tijd waren we allebei redelijk fanatieke voetballers. We speelden vaak in hetzelfde jeugdelftal bij DIOS. Er was echter wel een verschil: Bertus Spreeuw had veel meer talent dan ik en hij leefde toendertijd veel meer voor de sport dan ondergetekende. Hij schopte het tot het eerste van DIOS, terwijl mijn gloriejaren zich afspeelden in DIOS 8. In de laagste klasse van de Haarlemse Voetbalbond speelde ik een uitstekende derde helft in een heus bierelftal!

vrijdag 8 mei 2009

Schipbreuk


In 1975, het jaar van de kaakoperatie gingen we diverse keren roeien. Wij deden dat op de Westeinderplassen. Aan de Aalsmeerderdijk bij Rijsenhout huurden we dan een paar stalen roeiboten en meestal roeiden we tussen de eilandjes schuin aan de overzijde door.
Na mijn kaakoperatie vond ik dat geen onverdeeld succes. Ik kon alleen door mijn neus ademhalen en daar vaak ook de smalle, ondiepe slootjes opgezocht werden, liepen de boten nogal eens vast. Door stevig met de roeispanen af te zetten op de bodem, kwamen we wel moeizaam vooruit, maar kwam er ook moerasgas vrij. Dit moerasgas stonk naar rotte eieren, en als je dan door je neus moet ademen....
Op een prachtige zondagmiddag in augustus pakte de vriendengroep van "Octopus" het anders aan. Allereerst namen we vanuit Nieuw-Vennep de kortste weg, de Venneperweg. Bij de A4 werd een nieuw viaduct gebouwd. Wij staken met onze fiets aan de hand de A4, die toen nog vierbaans was, gewoon over. "It kin net." Maar om te zeggen dat je in de middenberm met langsrazende auto's aan beide zijden van je confortabel stond, nou, niet bepaald! Sterker nog, ik voelde me in de middenberm, met mijn kiezen nog steeds op elkaar, vastgemaakt met ijzerdraad, een gevangene van mijn eigen lichaam.
Na dit stukje overmoed hadden we met een man of 12 3 roeiboten gehuurd. Deze hadden we aan een boei vastgemaakt. Vanuit de boot doken we één voor één in het heerlijke water van de Westeinderplassen. Ook Karin Luyk deed dat. Toch had ze beter haar bril af kunnen zetten! Om beurten doken diverse mensen naar de bodem van het meer, maar de bril kwam niet meer boven water. Met het rasterwerk van de kaakoperatie nog in mijn mond liet ik het onderwaterzwemmen maar achterwege.
Het volgende kunststukje van die dag was schommelen. Vijf man aan de ene kant en vijf aan de andere kant. Het ging goed, tot de boot water begon te scheppen. De boot kwam dieper te liggen. Nog geen probleem, tot er een paar mensen uit de boot sprongen, allemaal aan één kant. De andere kant werd toen te zwaar, schepte nog meer water en de boot zonk.

Nu hadden we het geluk, dat de boot vastgemaakt was aan de boei. Met een van de andere roeiboten gingen we bedelen bij de jachten van het formaat, dat ze vermoedelijk met zwart geld zijn betaald, die niet ver bij ons vandaan voor anker lagen. We hadden een lang touw nodig, daarna een mes en tenslotte emmers en een paar dweilen. We zijn onder het toeziend oog van de bemanning van die jachten, die zo mogelijk nog meer lol hadden dan wij, de hele middag bezig geweest om de roeiboot boven water te krijgen.
Eerst werd een lang touw aan de roeiboot vastgemaakt, dat vervolgens vastgemaakt werd aan een boom op het dichtstbijzijnde eilandje. Daarna werd het oude touw met het mes doorgezaagd, waarna de boot naar de bodem zonk. Met vereende krachten werd de ijzeren roeiboot het eiland opgetrokken en met emmers leeggeschept en tenslotte met dweilen drooggemaakt. Zelden is een gehuurde roeiboot zo schoon weer ingeleverd!
En dat we die dag in stijl afsloten en teruggingen op de heenweg en de A4 weer overstaken in 2 etappes: ach, een kniesoor die daar op let.....

Kaakoperatie

Dinsdag aan het eind van de training vroeg Jos Drabbels aan me: "Bert, het is zeker heel lang geleden, dat je zo licht hebt gewogen?" Ik antwoordde: "Volgens mij toen ik 16 werd. Brommerrijden en bierdrinken is een ideale combinatie voor het kweken van een bierbuikje."
Donderdagochtend besefte ik onder het lopen van 8 km, dat ik niet het juiste antwoord gegeven had. De laatste keer, dat ik lichter was, was na mijn kaakoperatie in 1975, zo rond mijn 20e verjaardag. Na 6 weken vloeibaar voedsel was ik een kilo of 7 lichter en woog ik 62 kilo. Voor wie snel af wil vallen, is een kaakoperatie een probaat middel. En wat hongerstakers en anorexia-patienten allang weten: na een week verdwijnt het hongergevoel totaal.
Toch kan ik deze methode van afslanken niet aanbevelen. Je bent na de operatie zo ziek als een hond. Bij mij was het in 1975 "medisch noodzakelijk", doordat ik naar Pedagogische Academie "De la Salle" ging. Doordat mijn boventanden veel te ver voor mijn ondertanden stonden, kon ik de S-klanken niet goed genoeg uitspreken. Daarvoor was het een schoonheidsoperatie, die niet door het ziekenfonds werd vergoed, maar als onderwijzer moet je je brood met duidelijk praten verdienen. Dat ik na de operatie de P.A. verliet, omdat ik geen les kon geven....
Bij de operatie werden in de bovenkaak 2 kiezen getrokken en de kaak doorgezaagd en de voortanden kwamen zo naar achteren. Bij de onderkaak werd de opstijgende tak doorgezaagd en naar voren geschoven. Met een rasterwerk om alle kiezen en tanden heen werd het gebit met 4 ijzerdraden aan ieder zijde op elkaar geklemd. Er zat in het begin geen beweging in.
Door een enorme bloeduitstorting, die liep van mijn linkeroog tot halverwege mijn borst, had ik een soort varkenskop gekregen. Een van de kaakchirurgen, Roorda of Hovinga, die de middag na de operatie kwam controleren, antwoordde, toen ik zei dat ik me beroerd voelde: "De derde dag is het ergste". Het erge was: hij had nog gelijk ook! Als ik lag, was ik duizelig, als ik zat of liep ook.
In het St. Elisabeth Gasthuis in Haarlem had ik iedere dag wel bezoek. Jos Glandorf en Fons Rooijers, twee klasgenoten van de Havo,kwamen ook langs. Tijdens de werkweek in Londen waren zij met Nico de Bont mijn kamergenoten. Om één of andere duistere reden had de leiding ons in de omgebouwde kolenkelder ingedeeld. Wel zo rustig vond de leiding waarschijnlijk. Dit vonden wij trouwens geen enkel probleem. Wij kwamen iedere dag braaf op tijd het hotel binnen. Via de kelderdeur, die ook als nooduitgang dienst deed, verlieten wij het pand weer om verder te stappen in Swinging London. Ieder nadeel heb zijn voordeel!

Jos en Fons hadden tijdens het bezoekuur de tegenwoordigheid van geest, om eerst om de hoek te kijken, voor ze mij bezochten. De zak met noten, die ze voor me hadden meegebracht, lieten ze toen maar in de gang staan.....
Ondanks alle ellende had ik toch wel lol in de 12 dagen in het ziekenhuis. Ook al kon ik zelf niet zo veel zeggen, daar ik alleen binnensmonds kon praten, er waren nog een paar anderen met gevoel voor galgenhumor, dus er werd genoeg gelachen op de zaal van 8 mannen.
Wat ik trouwens ook leuk vond: Els van Kerkwijk, die ik kende van "Octopus" en "Lambiek", was verpleegster op mijn zaal. Ik heb in die 2 weken zeer veel bewondering gekregen voor deze toen en nu nog steeds zwaar onderbetaalde beroepsgroep.

Voor de rest waren het "op zaal" zeer lange dagen. Je sliep zeer weinig, 's nachts kreeg je een zeer pijnlijke injectie met antibiotica. Het vertier was, buiten het bezoek, het lezen van de serie "Adriaan en Olivier" van Leonhard Huizinga, en luisteren naar Radio Tour de France met Theo Koomen, die van een saaie wandeletappe nog een bloedstollende rit wist te maken. Hoe lang die dagen waren: ik heb zelfs naar de bruiloft van prinses Christina gekeken.....
Trouwens: voor je conditie moet je niet in het ziekenhuis zijn. Na een week als wandelend patient was ik al moe als ik 100 meter gewandeld had! De conditie moest dus letterlijk weer vanaf het nulpunt worden opgebouwd.
Zowel in het ziekenhuis als thuis moest ik leven op vloeibaar voedsel. Daar alcohol ten stelligste afgeraden was behoorde het calorierijke bier niet tot de te nuttige dranken. Ik moest me tevreden stellen met soep, verdunde Olvarit en melk. Er waren dagen, dat ik 6 liter melk dronk!
Mijn vrienden Bas Warnink, Joep Kapiteyn en Tim de Beer waren op vakantie naar Terschelling. Daar leerden ze in "de Boerderij", het café tegenover camping "Appelhof", dat tegenwoordig ook bekend staat als het "Wrakkenmuseum", de prachtige lp "Argus" van Wishbone Ash leerden kennen.

Toen ik aan het eind van de vakantie van de chirurg toestemming kreeg om ook een kleine week op camping "Appelhof" op Terschelling te gaan kamperen, ontving ik juist die dag een kaartje van de heren: ze kwamen eerder naar huis. Hun geld was op.
Zij hadden in de vakantie vaak canasta gespeeld. De laatste week van de zomervakantie heeft dit dorstige trio ook mij de regels van het edele canasta geleerd.

woensdag 6 mei 2009

"Maar ik ken Bert..."

's Ochtends ben ik naar kapper Eric gegaan om met een zeer kort kapsel aan de marathon te kunnen beginnen. Daar je ongeveer de helft van je lichaamswarmte via je hoofd kwijtraakt, is het handig als je met een kort kapsel aan de marathon aan de start staat. Bij de kapper kwam Sieger van der Geest, die ik schaatsles heb gegeven, met zijn vader binnen.
Terwijl ik op de stoel zat, vroeg Eric: "Meneer Van der Geest, gaat u nog meelopen op 17 mei?" Het antwoord was: "Waarschijnlijk de 10 km", waarop Eric, wijzend op mij, zei: "Deze meneer gaat de marathon lopen." Het antwoord verbijsterde de kapper: "Maar ik ken Bert...", waarop we allemaal in de lach schoten.
Hoe het daarna met Sieger is afgelopen is hier te zien:

's Avonds kon ik met mijn aerodynamische kapsel aan de slag in Noordwijk. Andrea Landman, Wil Verbeij, Jaap de Gorter, Jos Drabbels en ik vertrokken bij de geblesseerde Hen van den Haak, met wie we na het lopen een gezellige afdronk zouden hebben.
In de harde wind liepen we over het brede strand naar Duindamse slag om door de duinen terug te lopen. We liepen over allerlei bospaden, waardoor je constant duinen op en af moesten lopen. Als extraatje namen we ook nog een duinopgang als extraatje mee. De geplande training van 40 minuten werd er een van een vol uur. Het was al met al een pittige training, die het laatste stuk ook nog eens in de stromende regen plaatsvond. Zoals u ziet: ik ben aan de rustperiode voor de marathon begonnen.

zaterdag 2 mei 2009

Hijo de la luna


Terwijl het met mijn voorbereiding op de marathon goed gaat, gaat het met zoonlief in Spanje een stuk minder. Nadat hij een paar weken geleden met een keelontsteking was afgestapt, werd met antibiotica zijn conditie fors ondermijnd. Een paar weken later kreeg Siebe opnieuw keelontsteking.
Afgelopen dinsdag hoorde ik van verpleegkundige Jos Drabbels, dat dit heel normaal is. De eerste keelontsteking wordt meestal veroorzaakt door bacteriën, die de keelwand ruw maken. Als de bacteriële keelontsteking dan is overwonnen, dan volgt vrij vaak een virale: de virussen vinden dan een gespreid bedje.
Nu zijn ze in Spanje niet zo moeilijk met het voorschrijven van antibiotica, dus ook voor de virale ontsteking zou Siebe antibiotica moeten slikken, terwijl dat bij virussen helemaal niet helpt! Het helpt alleen je contitie verder achteruit. En als topsporter moet je het juist van een puike conditie hebben! Indien die ontbreekt, ga je lopen piekeren, hetgeen al helemaal niet bevorderlijk is voor goede prestaties.
Waar Siebe droomde van een plaats in de zon, is het vooralsnog meer een plaats in de schaduw.
Maar goed, Siebe is een doorzetter en doorzetters komen er altijd, ook al is Siebe voorlopig nog een "zoon van de maan", in het Spaans te vertalen als "Hijo de la luna".

"Dan ben je zeker wel hard voor jezelf?"

Om half 8 zat ik op deze zonnige zaterdagmorgen in mijn eentje aan het ontbijt, terwijl Ada boven nog wat klussen deed. Ik at de laatste 5 boterhammen op, om hardlopend naar de bakker te gaan teneinde mijn gezin een ontbijt met vers brood te gunnen.
Om even over half 9 vertrok ik naar het Valkenburgse meer voor de laatste training van 30 kilometer. Bij het viaduct onder de A44 kwam ik Richard Dieke tegen, die in Jobo-wielerkleding zijn hond aan het uitlaten was. Hij zou gaan wielrennen met o.a. Jan Versteegen, Wim van Huis en Boy van Dijk, allemaal vaste gasten in de Leidse IJshal.
Langs het Valkenburgse meer liep ik verder naar Wassenaar in een tempo tussen de 10 en 11 km per uur. Bij de golfbanen werd ik ingehaald door iemand van de IJsclub Voorschoten. Samen liepen we in hoger tempo via Rijksdorp over de Klip naar Wassenaarse slag. Hier sloeg mijn tijdelijke trainingsmaat linksaf, richting Meijendel, terwijl ik over het strand noordwaarts zou trekken.
Het was net hoog water geweest. Dit hield in, dat het een zware tocht zou worden. Het mulle zand hoefde ik niet te benutten, maar het vlakke deel was toch behoorlijk zwaar. Het was nog nat van het zeewater, dat zich net teruggetrokken had. De voeten zakten ongeveer 2 centimeter weg. Goed voor de knieën, die geen schok krijgen, maar wel zwaarder voor de spieren in bovenbenen en kuiten. Met de trainingsfilosofie van Gerard Driessen in het achterhoofd ("Als je niet moe bent, heb je niet goed getraind") was dit een uitstekende training.

Van Wassenaarse slag liep ik op een tweetal drinkpauzes na in één keer door naar de uitwateringssluizen in Katwijk. Over de Boulevard rende ik naar de Vuurbaak om af te slaan naar de bibliotheek. Hier vulde ik mijn drinkflesjes met water en zegde mijn werkende collega's Irene, Maaike en Rebekka van der Plas, Carolien van Egmond en Marietta Hoek gedag.
Carolien, die in haar vrije tijd werkzaam is voor de lokale omroep in Katwijk, liet merken, dat ze een goede journaliste is. Toen ik verteld had, dat het stuk op het strand zwaar trainen was, vroeg ze op de man af: "Dan ben je zeker wel hard voor jezelf?" Ik kon dat niet ontkennen: "Als je dat niet bent, kun je geen marathon lopen."
Het laatste stuk van 9,5 km ging via de pittige klim bij de Berkenlaan, langs de Wilbert en via de Kleipettenlaan. Om even over 12 was ik thuis. De effectieve looptijd was ongeveer 3 uur geweest, hetgeen niet gek is, als je het terrein in ogenschouw neemt. Ik was hard genoeg geweest voor mezelf....

vrijdag 1 mei 2009

Zuiderzeeroute


Een jaar of 7 geleden hadden Ada en ik de Zuiderzeeroute voor een groot gedeelte gefietst, toen we onverwachts 3 dagen zonder kinderen zaten in de zomervakantie. Vanaf Amersfoort reden we toen naar Spakenburg om heerlijk te kunnen pedaleren door de mooie, oude stadjes langs het IJsselmeer.
Nu is Ada's broer jarig op 30 april. Hij woont op een tjalk in Harderhaven. Daar iedereen een vrije dag heeft, is er een traditie ontstaan, om die dag naar Harderhaven te gaan. Het zou goed weer worden, dus Ada kwam met het idee om een stuk van de Zuiderzeeroute te gaan fietsen. Voor dat plan was ik natuurlijk te porren.
Om kwart over 9 hadden we de trein naar Weesp. In Nieuw-Vennep en Hoofddorp stapten zeer veel in oranje kledij gehulde mensen in de trein, om in Schiphol op het volle perron te stappen voor de aansluitende trein naar Mokum. Wij reisden door Weesp, waar we met de fiets naar Muiden reden.

Ik kwam zodoende voor het eerst in mijn leven bij het Muiderslot, zoals ik dit jaar ook voor het eerst in Kinderdijk was geweest.

(Foto: Pieter de Gelder)
Op een bankje bij het kasteel, dat in de literatuur vooral bekend is geworden door de dichters van de Muiderkring, dronken we de thermoskan met thee leeg, om het drukke centrum links te liggen.
Aan de voet van de Zuiderzeedijk reden we af en toe door complete wolken insecten. Voor vegetariërs is deze tocht dus niet aan te raden! We waren blij, toen we na ruim een kilometer weer gewoon zicht hadden. In Muiderberg was het reuze gezellig met de vrijmarkt in het park. Wij hadden daar geen tijd voor. We moesten de LF23b vervolgen.
Langs een enorm golfterrein trapten we naar het vestingstadje Naarden, dat eveneens gezellig druk was met feestvierders.
Door de bossen van het Gooi trokken we verder oostwaarts naar Huizen, waar we aan de Haven aan de inwendige mens moesten werken middels cappuccino, koude chocomel en twee appeltaart. Door de buitenwijken van Huizen kwamen we bij de lege Eemlandpolder. Bij het wachten op het pontje naar Eemdijk konden we genieten van 5 parachutisten, die precisielandingen uitvoerden. Ongelofelijk, dat ze allemaal op een stukje gras van 10 meter bij 10 meter terecht kwamen en niet in de Eem.
Op de pont, waarop de lokale Solex-club ook meeging, vroeg een vrouw aan de veerman, of hij nog wat van Apeldoorn had gehoord. We verwachtten om te horen, dat Beatrix haar aftreden bekend gemaakt had, zoals de speculaties op de radio waren, maar niet de wrede werkelijkheid: iemand was met een auto in het publiek gereden: er waren een dode en enkele gewonden. In onze naïeviteit dachten wij eerst aan een ongeluk: de dag ervoor had onze buurvrouw haar wagen plotseling niet meer onder controle. Gelukkig was het erg rustig op de weg en kon ze door uit alle macht te remmen de wagen tot stilstand brengen. Wat bleek: een kleed was gaan schuiven en had het gaspedaal "vastgezet".
Door het zonovergoten Spakenburg liepen we langs de volle terrasjes. Op de Zuiderzeedijk was het wel bewolkt: miljarden insecten. Wij moesten met de mond dicht hier doorheen zien te komen. We hadden dus een soort "Halo of flies".

Na deze dichte bewolking zagen we een paar honderd zwanen bij elkaar op het Nijkerkernauw. Bij Nijkerk verlieten we de LF23b om de Flevoroute in de polder te volgen. De reden was heel simpel: de Zuiderzeeroute liep grotendeels pal langs de A28.
Door de bossen reden we naar Zeewolde en vandaar naar Harderhaven, waar we mijn zwager konden feliciteren. Vanaf Weesp hadden we 71 km gefietst. Op de radio hoorden we, dat het bepaald geen ongeluk was, dat de auto het publiek was ingereden, maar een doelbewuste aanslag. Koninginnedag zal nooit meer hetzelfde zijn: de onbevangenheid is nu helemaal weg!
Dit doet mij denken aan een regenachtige dag in het voorjaar van 1981, toen koningin Beatrix de nieuwe Centrale van de Openbare Bibliotheek Leiden, die sinds juli 1980 in gebruik was, kwam openen. Ik was daar in die tijd werkzaam en zat zeer vaak achter het inlichtingenbureau. Het leuke is, dat de directeur, ondanks zijn stellige bewering dat het maar een "gewone dag" was, steeds zenuwachtiger werd, naarmate de officiële opening dichterbij kwam.
In de weken voor de komst van de koningin zag je steeds vaker van die opvallend onopvallende heren, die uitgebreid de inhoud van prullenbakken en dergelijke controleerden. Toen heb ik er inwendig smakelijk om gelachen, nu er toch wel degelijk een aanslag gepland was op de Oranjes, zie ik de overdreven zorg van toen toch in een ietwat ander daglicht.
Waar ik toen ook vreselijk om moest lachen was, dat een paar huizen, waar het Koninklijke Theatergezelsschap langs zou komen, op kosten van de gemeente Leiden keurig zijn opgeschilderd: Beatrix zou toch eens zien, dat aardig wat Leidenaren sloddervossen zijn!
Nu wil het toeval, dat ik in die tijd voorzitter was van de Ondernemingsraad van de bibliotheek. Voor deze feestelijke gebeurtenis had ik mijn t-shirt aangetrokken met de tekst "Atoomenergie? Nee bedankt".

Voor de rest trok ik de kleren aan, die ik anders ook aan deed naar mijn werk. Twan de Caluwé liet zich niet van zijn sterkste kant zien: alleen Francien Cuppers, de secretaresse van de OR werd aan de koningin voorgesteld, maar de voorzitter niet.....

Aan het eind van deze zonovergoten Koninginnedag deden we ons traditionele partijtje voetbal. De jongste deelnemer vas 10, de oudste 80! De stand was uiteindelijk 9-9. Tijd voor een biertje en de soep, pizza en salade.
Om kwart over 9 hadden we de trein vanaf station Harderwijk. Om half 12 waren we thuis van een toch wel bizarre Koninginnedag.