Het is een vreemd Paasweekeinde. Na gisteren op gepaste wijze afscheid te hebben genomen van een trainingsmaat, ben ik na thuiskomst naar de volkstuin gelopen. Zes dagen op rij had ik hardgelopen in aanloop naar de marathon van Leiden. Vanmorgen was het best fris te noemen met vorst aan de grond. Het Paasontbijt was toch ietwat anders dan in andere jaren. Na thuis wat kleine huishoudelijke klusjes te hebben gedaan, fietsten we door de zeer drukke Bollenstreek naar de tuin van neef Eric, waar we konden genieten van de pracht en praal van de bollencollectie van mijn broer Kees.
Daar het een paar duizend verschillende soorten tulpen zijn, stonden er kleine houten naambordjes. Zo kon je het nog een beetje volgen. Sommige namen riepen associaties op. Bij Joop moest ik meteen denken aan Joop Beenakker, de eerste dirigent van jongerenkoor "Oktopus". Bij Vaya con Dios kwam mijn oude voetbalclubDIOS bij mij naar boven borrelen. DIOS speelt in een geel shirt en een blauwe broek. Gezien het aantal geel-blauwe vlaggen is mijn oude club ineens populair geworden. Ook stuitte ik op de tulp "Oviedo". Deze is genoemd naar de hoofdstad van Asturias. Een prachtige stad, die nog niet overlopen wordt door toeristen.
Tenslotte was er "Canasta". Dit kaartspel hebben we in onze jeugdjaren vaak gespeeld, zoals op onze vakantie op Terschelling.
Na deze weelderige bloemenpracht te hebben aanschouwd, fietsten we door de Bollenstreek naar onze volkstuin, waar de planten water nodig hadden. Het was een vreemd Paasweekeinde. Enerzijds de confrontatie met de dood, anderzijds de uitbundige bloei der bloemen.
Maar nog vreemder waren de paaseieren, die wij op onze tuin aantroffen. Wij weten niet, wie deze hier voor ons heeft neergelegd, maar wij hebben wel onze vermoedens....
Vandaag was dat niet anders. Toen we vanmiddag naar de volkstuin fietsten, kregen we de wind dan ook flink van voren.
Op de tuin waren diverse planten verwaaid. Ada was zodoende druk bezig met het opbinden van deze planten. Ik hield me intussen bezig met het plukken van aardbeien en tuinbonen.
Terwijl mijn vrouw nog op de tuin bleef werken, fietste ik via de Landgoederenroute en de Horstlaan naar mijn schoonouders om een deel van de dagoogst af te staan.
Op het kale deel van de Horstlaan kreeg ik een paar keer te maken met fikse windstoten van opzij.
Het leek meer op herfstweer dan op zomerweer. Toch weet ik uit ervaring, dat dit weer in de zomermaanden niet geheel uitgesloten is. Bij het fietsen van de Noordzeeroute bijvoorbeeld, maar ook bij een fietsvakantie in Denemarken, toen wij bij het kamperen in juli te maken kregen met een heuse storm op een regendag met 9 graden als maximumtemperatuur. Dan ik kamperen kramperen.
Hetzelfde maakte ik mee, toen ik met Joep Kapiteijn en Tim de Beer in juli 1979 een lang weekend naar Terschelling was gegaan. We kampeerden op camping "Appelhof". Op een stormachtige zondagmiddag wandelden we over het strand. In de hoge golven zagen we een aardig stuk uit de kust twee mannen zwemmen.
Tim constateerde toen: "Dat zijn gekken of het zijn Duitsers!"
Toen dit dwaze duo uit het Noordzeewater kwam, konden we horen, dat het onze Oosterburen waren....
Jaarlijks brengt Lonely Planet een Top-10 uit met verborgen pareltjes. Rotterdam en Texel vielen in 2015 en 2016 in de prijzen met een flinke toename van het aantal toeristen als gevolg. Zo las ik een weken geleden, dat Texel moeite heeft om aan horecapersoneel te komen.
De komende jaren zullen er meer toeristen naar deze mooie en afwisselende provincie trekken. De winterse rondrit door Fryslân heb ik al een paar keer gemaakt en ik moet zeggen: "Het smaakt naar meer!"
De Friese Waddeneilanden worden door Lonely Planet bestempeld als een zomerparadijs. Maar dat wisten wij natuurlijk allang. Een protestfietstocht langs de Waddenzee was mijn eerste fietsvakantie.
Vooral Terschelling heeft bij mij een streepje voor door veel leuke herinneringen.
Wat dat aangaat kan ik deze keuze van Lonely Planet onderschrijven. Dat geldt echter niet voor de keuze, die gemaakt is in Noord-Spanje. Er is niets mis met Cantabrië. Het is er prachtig.
Maar uit eigen ervaring weet ik: Asturias is gewoon nog mooier!
De Waddenzee neemt een bijzondere plaats in in mijn leven. In 1978 was mijn eerste fietsvakantie een protestfietstocht langs de Waddenzee van Den Helder naar Esbjerg in Denemarken.
De kennismaking met dit prachtige en ook unieke natuurgebied was me dermate goed bevallen, dat ik later nog een aantal keren op vakantie ben gegaan naar de Waddeneilanden.
Vandaag kwam het rapport "Toekomst Waddenzee" in het nieuws, waarin te lezen was, dat het kenmerk van de Waddenzee, het tweemaal daags droogvallen van de zandplaten, aan het eind van de eeuw verdwenen kan zijn door de combinatie van bodemdaling door gas- en zoutwinning en het mogelijk versneld smelten van de ijskappen. Nog een reden om de klimaatverandering voortvarend tegen te gaan!
Het Nederlandse volk mag de Wadden dan als mooiste natuurgebied hebben uitgekozen, als we de komende jaren niets doen aan het klimaat, dan dreigt dit prachtige natuurgebied letterlijk kopje onder te gaan.
Denk niet: "Na ons de zondvloed!" Want als de Waddenzee is ondergelopen, dan volgt het lage deel van Nederland vroeger of later ook. En dan is het noorden en westen van Nederland één groot Waddengebied.
Laten we dus wijs zijn met de Waddenzee zolang het nog kan!
Natuurlijk is het appels met peren vergelijken, deze verkiezing van het mooiste natuurgebied van Nederland, waar iedereen tot 31 oktober voor mag stemmen. Behalve Saba ken ik alle genomineerde gebieden door fietsvakanties of andere sportieve activiteiten.
Anders dan bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waar moddergooien het hoogste goed schijnt te zijn, gaat het er hier heel beschaafd aan toe.
Want als het op moddergooien aan zou komen, dan had de Waddenzee het met een straatlengte voorsprong al gewonnen. Bij laag water is er langs de Waddenkust een enorme voorraad verse modder te vinden.
Bij mij streden 3 natuurgebieden om de eerste plaats. De eerste is de Waddenzee. Ik ben er een aantal keren op vakantie geweest. Als je vanuit het vaste land naar een van de Waddeneilanden gaat, dan voelt het toch aan alsof je naar het buitenland gaat. Daarnaast was in 1978 mijn eerste fietsvakantie een protestfietstocht langs de Waddenzee tegen de vervuiling van dit prachtige natuurgebied.
Als schaatsliefhebber heb ik diverse keren in de Wieden geschaatst. En als je op een prachtige winterdag door de wuivende rietkragen van Giethoorn en omgeving schaatst, dan ben je verkocht. Het is een sprookje.
Nu is het vaak zo, dat je alleen naar verre oorden kijkt en de schoonheid om je heen niet meer ziet. Wat je van ver haalt is immers lekker. Maar het Hollands duin stond wel degelijk in mijn persoonlijke Top-3. Ik train er immers minstens 1 keer in de maand, ik loop er hard en ik fiets er met enige regelmaat. Het blijft er mooi ondanks de aanwezigheid van grote steden vlakbij.
Maar goed, ik moest een keuze maken en deze is na veel wikken en wegen gevallen op de Wieden en de Weerribben.
Ik ben en blijf toch een in de eerste plaats natuurijsschaatser!
Het was comfortabel ontwaken in "Wetherspoon Hotel". We ruimden de tent netjes in en haalden het droge gras zoveel mogelijk van het tapijt af. We besloten £ 7,- te besparen door in onze Familyroom te ontbijten.
We bekeken het weer op de televisie. In Noord-Engeland en Schotland veel regen en in het noorden van Schotland zelfs kans op vorst aan de grond vannacht. In het zuiden was het veel beter met weinig kans op regen en meer kans op zon.
Na ons eigen breakfast braken we op. We reden de fietsen uit Room 101 en verlieten "Wetherspoon Hotel" door de voordeur, die open stond omdat er geschilderd werd.
We fietsten de winkelstraat in om fruit te kopen. Met 2 appels en 2 bananen gingen we om half 9 op pad.
Langs de kerk vlak achter het hotel pikten we de fietsroute weer op. Zo reden we over een smal paadje Camborne uit. Via Barripper en Cornhell Green tuften we via Gwinear naar Hayle toe.
De zeearm, waaraan dit leuke kuststadje gelegen is, lag bijna helemaal droog, waardoor een kilometerslang Waddengebied zich landinwaarts uitstrekte.
We fietsten rustig door dit plaatsje en na een flinke klim bij St. Erth reden we redelijk vlak naar Marazion, waar we afdaalden naar de kust.
Hier vandaan kon je naar St. Michael's Mount wandelen over een laag dijkje van grote keien. We stalden de fietsen bij een parkeerplaats en wandelden over het strand naar "the causeway" toe.
Het was een minuut of 10 wandelen naar dit eiland, dat bij eb geen eiland is.
Naar de klok kijkend hadden we een half uur om op de evenknie van Mont Saint-Michel rond te kijken. Dat deden we dan ook.
Voor een bezoek aan het kasteel op de top van St. Michaels Mount hadden we geen tijd, maar er waren genoeg leuke plekjes te vinden aan de onderzijde van dit rotseiland.
De legende is hetzelfde als bij Mont Saint-Michel. De aartsengel Michaël verscheen en droeg de mensen op er een kerk te bouwen.
Deze kerk zou een groot aantal pelgrims trekken en in onze tijd een hoop toeristen.
Beide droogvallende eilanden gewijd aan Sint-Michaël heb ik nu bezocht, net als Skellig Michael voor de Ierse kust.
Daar kun je echter niet naar toe lopen, maar ben je aangewezen op een vissersboot vanaf the Ring of Kerry.
Volgens een Ier, die we gesproken hebben, was er ook een Fries Waddeneiland, dat een verbinding had met deze Michaëls eilanden. Ik opperde Schiermonnikoog, maar hij zei, dat het een andere was. Ik zei toen: "Skylge". De Friese naam voor Terschelling lijkt inderdaad erg veel op Skellig.
Na een serie foto's en een mislukte selfie werd het tijd om terug te lopen.
De bezoekers kwamen nog steeds in groten getale op het eiland afgewandeld.
Je kon zien, dat het zeewater inmiddels de stenen van the causeway had bereikt. Toen wij de overzijde hadden bereikt, beklommen we een kleine rots en konden zien, dat de laagste plekken van de dijk al onder water stonden.
We begaven ons naar een koffietent vlak achter de wandelpromenade. Naast de gebruikelijke dranken hadden we carrot-lemoncake. De Engelse keuken mag dan geen goede naam hebben, maar taart bakken kunnen ze!
We haalden onze fietsen op en zagen, dat er bootjes heen en weer vaarden tussen het vasteland en St. Michael's Mount. Er had zich een lange rij gevormd op het strand. Een viertal wandelaars liep met water tot boven de knieën naar het eiland te waden.
We reden over de wandelpromenade naar Penzance. We kwamen uit bij het station, zodat we dit even konden bekijken voor aanstaande donderdag. Bij het tegenover gelegen Tourist Information kregen we een printje van de fietstocht door London van Paddington naar Liverpool Street.
We fietsten over het coastal path van Penzance naar vissersplaats Newlyn en naar het schitterende Mousehole met zijn smalle straatjes, die steil omhoog liepen.
Auto's konden hier elkaar onmogelijk passeren. Onderling moesten de chauffeurs uitmaken, wie omhoog of omlaag ging in zijn achteruit.
Wij moesten steil omhoog. Vooruit. Dat werd met de fiets een meter of 500 de heuvel op duwen. Maar het uitzicht, dat je hier had, was Wunderbar!
Over smalle zigzagwegen klommen we naar Castellack om door een dicht bos slingerend steil omlaag te rijden naar Lamorna. We klommen naar de B 3315 en langs een paar stonecircles met menhirs vervolgden we the Cornish Way naar St. Buryan, waar we om 2 uur op camping "Tower Park" de tent op konden zetten voor £ 32,- voor 2 nachten.
We lunchten bij de tent in het zonnetje voordat we in St. Buryan boodschappen gingen doen.
De kerk was open, dus we namen een kijkje in deze eeuwenoude Normandische kerk met zijn robuuste granieten toren.
Naast houtsnijwerk en gebrandschilderde ramen waren vooral de geborduurde knielkussens opvallend.
We fietsten terug naar de camping met het fantastische uitzicht op de omringende vrij kale heuvels. Het heeft hier in dit door de wind getekende landschap toch wel iets weg van de sfeer van de Waddeneilanden.
De totaalstand van vandaag was op 46 kilometer uitgekomen op onze meest westelijke camping. We aten rijst met courgette en paprika en een yoghurttoetje. Na het eten gingen we lopen achter de camping. Via een oud hek kwamen we op het ene onbewerkte akker na het andere.
Zo daalden we heel langzaam af tot we bij een vervallen boerderij kwamen, waar in de enorme stal slechts 1 koe rondliep. De boerderij was dus bewoond. We liepen derhalve om de schuur heen en klommen over een hek naar de lange oprijlaan. Zo kwamen we aan de weg naar de camping toe.
Dachten we. De weg was veel drukker. We liepen aan de uiterste rechterkant, zodat we het tegemoetkomende verkeer aan konden zien komen. Na een kleine kilometer konden we eindelijk de drukke weg verlaten.
Een zijweg gaf aan: St. Buryan 1,5 miles. Over een rustige slingerweg kwamen we na ruim een uur wandelen terug op camping "Tower Park". Een juist gekozen naam, want de 500 meter verderop gelegen kerktoren is een markant herkenningspunt in de wijde omtrek. Dat hebben we met de avondwandeling wel ervaren!
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.