zondag 25 april 2010

Omloop van Noordwijkerhout

Op deze prachtige zondagmorgen stapte ik om half 8 al uit mijn bed. Niet zozeer, omdat de morgenstond goud in de mond heeft, maar meer omdat ik vandaag de derde en laatste training van 30 km zou gaan doen voor de marathon van Leiden over 3 weken.
Na met Ada ontbeten te hebben, zat ik om half 9 op de fiets om via Rijnsburg en Voorhout naar Noordwijkerhout te trappen.
Het was niet bepaald een straf. Heerlijk zonnig weer en de Bollenstreek op zijn allermooist.

Wat wil een sportman nog meer. Om half 10 had ik me als eerste voor de halve marathon ingeschreven en alle spullen, die ik niet direkt nodig had, in kleedkamer 4 gezet. Vervolgens bestudeerde ik de route, die ik uit voorgaande jaren al zo goed kende. Dit was niet zozeer uit angst om te verdwalen, want dat is bijzonder lastig langs de Leidse vaart, maar meer om te bepalen, waar ongeveer het punt van 16,5 km zou liggen.
Mijn bedoeling was om voor de start van de halve marathon minimaal 9 km te lopen. Om kwart voor 10 was ik onderweg om "in te lopen". Dit ging erg makkelijk. Zonder ergens te forceren liep ik de 4,5 km heen en terug in 50 minuten, zodat ik nog 20 minuten had om even wat te eten, te drinken en om het sanitair voor de laatste keer te inspecteren.
Vlak voor de start kwam ik Annelies van Strater tegen, die in een niet al te grijs verleden nog een paar jaar lid was van onze droogtrainingsgroep van de IJVL. Nog even gepraat over onze plannen op de lange afstanden met hardlopen, alvorens we ons in het startvak konden begeven. Het weer was in ieder geval een stuk beter dan vorig jaar, toen we de halve marathon in de regen moesten afleggen.
Daar ik niet wist, wat de uitwerking van 9 km inlopen zou zijn, begon ik vrij rustig. Maar na een kilometer voelde ik, dat de benen weer goed waren vandaag. Ik kon aan een inhaalrace beginnen en langzaam maar zeker kwam ik naar voren door van groepje naar groepje te "springen". Na 4 km was de eerste drinkpost al. De organisatie had zo prima ingespeeld op het warme weer. In het oosten van het land was het de eerste zomerse dag van 2010.
Vlak na de waterpost volgde het zwaarste stuk van de dag: een behoorlijk steile klim naar een duintop. Op dit korte stuk haalde ik 6 0f 7 personen in. Met de vorm zat het dus wel snor. De eerste 5 km ging in 24.49. Door het licht golvende duingebied liepen we noordwaarts richting Langevelderslag. Op dit stuk werd ik herkend door een schaatsster: "Daar is Bert van de IJshal!" En inderdaad, daar doe je het allemaal voor.

De 10 km werd geklokt in 49.30, dus ik lag nog steeds op schema voor een tijd onder de 1.45. Dat werd bevestigd door de tijdmeting bij de 15 km: 1.13.50. Als ik dit tempo vast kon houden, zou ik in de 1.43 eindigen.

Bron foto: www.ikopfoto.nl
Maar goed, het slotdeel langs de Leidse vaart ging toch ietsje langzamer. Bij de 20 km stond de klok stil op 1.39.10, dus er zat toch een licht verval in de snelheid.
Maar vooraf had ik blind getekend voor de eindtijd van 1.44.29, waarmee ik nog net in de bovenste helft van het klassement kwam te staan. Vorig jaar liep ik 1.39.48 bruto, maar dat was een loop van een andere orde. Tel ik de tijd van de halve marathon en het inlopen bij elkaar op, dan kom ik uit op een totaaltijd van ongeveer 2.34 over de 30 km, vergelijkbaar met mijn p.r. bij de Henk Hakker memoriaal van vorig jaar.
Als ik vandaag de marathon had moeten lopen, dan was ik er klaar voor geweest. De benen voelden nog steeds goed. Het enige lichamelijke ongemak was een bloedende tepel. Doordat ik een paar sponzen op mijn hoofd en in mijn nek had uitgeknepen, was het functionele t-shirt lichtjes gaan schuren. Ik heb er verder geen last van gehad. Ik zag het pas, toen ik in de kleedkamer mijn shirt uittrok.
In de kleedkamer was trouwens nog even een hilarisch moment. Een van de lopers had een energiegel onder zijn pet gestopt om deze te kunnen gebruiken bij een eventuele hongerklop. Dit zakje was echter open gegaan en de gel was eruit gelopen, in zijn nek. Ik kon het niet nalaten om tegen deze voor mij vreemde loper te zeggen: "Dat is weer eens wat anders, dan uit je nek kletsen!"
Terwijl de laatste lopers van de Omloop van Noordwijkerhout nog moesten finishen, fietste ik naar het huis van mijn oudste broer. Bij Kees en Fia was het in de tuin vol bloemen prima toeven. Om half 3 reed ik via een heel andere route door de prachtige Bollenstreek naar huis terug voor een verkwikkende douche.
De kilometerteller zal morgen de 46.000 km passeren. Normaal gesproken gaan de batterijen ruim 2 jaar mee, zodat je weer op 0 moet beginnen, maar deze zit er al in sinds begin mei 2005. Dat houdt dus in, dat ik gemiddeld 9200 km per jaar per fiets heb afgelegd. Geen onaardig gemiddelde.

Nu ik met de Omloop van Noordwijkerhout de laatste lange training voor de marathon van Leiden heb afgelegd, kan ik de wijze woorden van Paul Verkerk in overweging gaan nemen: "Hier een tip van je "personal coach". Mijn indruk is dat jouw conditie op loopgebied inmiddels beregoed is. Dat komt oa omdat jij zoveel aan extensieve duurtraining doet. Dat is inderdaad zeer belangrijk en wordt door velen verwaarloosd. Ik heb echter de indruk dat je loopsnelheid misschien nog wat omhoog kan. Tip: ga daarom de komende tijd eens wat meer aan intervaltraining doen. Maar wees voorzichtig: bij een hogere loopsnelheid neemt de kans op blessures natuurlijk toe."
Het valt allicht te proberen. wie weet ben ik dan wel 10 seconden sneller dan vorig jaar!

donderdag 22 april 2010

Within Temptation

Vanochtend was ik onder het trainen nog volop na aan het genieten van het concert van Within Temptation in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Of om het met andere woorden te zeggen: ik rende met veel plezier over "Mother Earth" heen.

Ooit een akoustisch concert meegemaakt, dat begon met twee drummers? Het begin was veelbelovend. Mijn dochter en ik hadden stoel 1 en 3 op rij 1. Nu verwacht je, dat de eerste rij helemaal vooraan is, maar er waren nog 2 rijen voor, terwijl stoel 1 naast stoel 3 zat. Kunt u het nog volgen? Met deze logica kan ik wel begrijpen, dat de restauratie van de overigens zeer fraai geworden Stadsgehoorzaal financiëel gierend uit de klauwen is gelopen.
Trouwens: met een kaartje op rij 1 zaten we bepaald niet voor een dubbeltje op de eerste rij. Maar het concert was de toegangsprijs dubbel en dwars waard. Het was een lust voor oog en oor. Op een half doorzichtig kleed over de volle breedte van het podium werden beelden geprojecteerd, terwijl het gezang van Sharon den Adel je in vervoering bracht.
Wat een stem! Als Sharon mee zou doen met de Tweede Kamerverkiezingen, dan had je geen stemadvies meer nodig. Met een achttal prima instrumentalisten wist dit podiumbeest de hele zaal plat te krijgen. Den Adel verplicht, nietwaar.
Het deel voor de pauze bestond voornamelijk uit akoustisch werk, het deel na de pauze was ouderwets versterkt. Wat een energie! Aan het eind van het concert ging iedereen uit zijn dak, van 15-jarige tot 65 plusser, van Gothic tot nette bloes.
En de toegift viel bij deze schaatser natuurlijk helemaal in het emmertje! Onder het trainen vanochtend volgden mijn voeten de hele tijd het ritme van "Ice Queen".

woensdag 21 april 2010

Fit your body run

Deze week ben ik niet veel avonden thuis. Maandagavond was ik naar de zeer interessante lezing van Peter Winnen, en vanavond ga ik naar een concert van Within Temptation in de Stadsgehoorzaal.

Gisterenavond was er in Noordwijkerhout de Fit your body run op het terrein van de Sint-Bavo.

Om half 6 vertrok ik op mijn fiets tegen de harde noordenwind in door de duinen en langs de prachtige bollenvelden naar het centrum van Noordwijkerhout. Om half 7 zat ik in een snackbar aan échte sportvoeding: een patat met pindasaus en saté met softijs toe. Ik was benieuwd, hoe het lopen na "Een eenvoudige doch voedzame maaltijd" uit zou pakken.

Dat viel reuze mee. Voor de start was er een warming-up op muziek.

Om kwart over 7 werd het startschot gelost door Annelies van Strater en konden we vertrekken voor 4 rondjes van bijna 2,5 km. Het was een afwisselende ronde, met verharde en onverharde ondergrond, door stukjes bos en tussen paviljoenen door.

Ik startte vrij ver achterin, zodat het vrij lang duurde voor ik in mijn eigen ritme kon komen en Paul Verkerk achter me kon laten, die met een tijd van in de 52 minuten een prima debuut had op de 10 km. De eerste ronde kwam ik samen met Jaap de Gorter over de streep in 11.30, de tweede ronde ging het snelst met 11 blank. Halverwege de derde ronde dronk ik een beker water, waarna ik aan de werking van mijn maag kon voelen, dat patat met saté toch niet de ideale sportvoeding is.

In deze ronde lapte ik de nummer laatst van de 5 km en moest ik zelf op het laatste rechte stuk nog flink mijn best doen om zelf niet gelapt te worden door de winnaar van de 10 km. Met 11.20 ging deze ronde wat langzamer, waarna de laatste ronde weer wat sneller ging. Ik zag Jos Drabbels 100 meter voor me lopen en probeerde de kloof te dichten, maar dat lukte niet. De afstand bleef ongeveer even groot. Ik kwam in 45.03 binnen, geen toptijd, maar wel een tijd, waar je mee thuis kunt komen.

Van de pre-droogtrainingsgroep liepen Wil Verbeij en Andrea Landman ook mee met de Fit your body run. Andrea en Paul gingen na de loop naar huis, terwijl de rest naar Hen van den Haak vertrok, waar we de gezellige loop afsloten met een gezellige afdronk.

dinsdag 20 april 2010

Meedoen is belangrijker dan Winnen

Er waren zo'n 50 mannen en een handvol vrouwen afgekomen op een lezing in onze bibliotheek in Katwijk. Opmerkelijk, want meestal liggen de getallen precies omgekeerd.

Maar niet verbazingwekkend, als je weet, wie de spreker was: Peter Winnen, een zeer begenadigd wielrenner uit de jaren '80, die tot 2 keer toe de Touretappe naar Alpe d'Huez gewonnen heeft.

De lezing begon met videobeelden van de eerste winst in 1981, waarin debutant Winnen Bernard Hinault klopte op de flanken van deze Alpenreus, nota bene op Quartoze juliet, de nationale feestdag van La douce France. Er zijn mensen voor minder gekielhaald. Na afloop van deze etappe was deze sympatieke Limburger volledig geradbraakt en moest hij aan het infuus om vocht en voeding binnen te krijgen. De latere Nederlandse kampioen wielrennen noemde het: "Mijn ontgroening!"
Na het zien van de beelden las Winnen zijn verslag over deze glorieuze dag voor uit "Van Santander naar Santander", het eerste wielrenboek, dat hij heeft geschreven.

Het verhaal is smeuig beschreven en uiteraard kan ik iedereen aanraden om dit sportboek te gaan lezen.
Daarna volgden beelden van de etappewinst naar Morzine en zijn tweede triomf op de Alpe d'Huez, vergezeld met inside information uit de koers, die je normaal gesproken niet te horen krijgt. Met name onder de "patron" uit die jaren, Bernard Hinault, kregen we smeuige verhalen te horen. Hoe hij in de Catalaanse week al fietsend in zijn eentje een wegblokkade doorbrak, door er keihard doorheen te fietsen. Net als bij Obelix vlogen de demonstranten alle kanten op.

Of die keer, dat er een dopingcontrole was na het kermiscriterium in Carnac. De dag ervoor hadden veel Franse renners in Boxmeer de eerste kermiskoers na de Tour de France gereden, waarna ze per eigen auto 1200 km verder reisden om in Carnac de volgende middag aan de start te staan. Om wakker te blijven, gebruikten ze pepmiddelen. Kortom: wie zijn plas inleverde, was geheid positief. Hinault besliste: "Er is geen dopincontrole!" en niemand van de renners leverde zijn urine in!
Bernard Hinault deed trouwens in de Tour hetzelfde in zijn eentje, waar Lance Armstrong een hele ploeg voor nodig had!


In de pauze was ik gestationeerd bij de boekverkoop. Er werd behoorlijk wat verkocht. Buiten het al genoemde "Van Santander naar Santander" gingen ook "Pedaalridder: de beste verhalen" en "Windbreker en andere verhalen" als zoete broodjes over de toonbank, zodat de Limburgse coureur aardig wat handtekeningen mocht zetten.


Onder de kopers was ook de geblutste Dick van der Plas, die graag van Peter Winnen had gehoord, hoe je op je fiets kunt blijven zitten....
Na de pauze beantwoordde de oud-coureur vragen. Een aantal vragen werd beantwoord, waarbij ik deze er uit wil lichten: Paul Verkerk wilde weten, hoe Peter Winnen zo snel aan de top had weten te komen. Typisch de vraag van een mentale coach, die met minimale inspanning tot een maximaal resultaat wil komen.
Winnen was in Ysselsteyn begonnen als voetballer. Meer sporten waren er in die tijd eigenlijk niet. Zijn ouders keken vaak naar de Vlaamse televisie, waarop veel Belgische wedstrijden werden uitgezonden. Zo werd hij door het wielervirus besmet en op 10-jarige leeftijd wist hij: "Dat wil ik!" Op zijn 13e jaar begon hij bij een Noord-Limburgse club wedstrijdjes van 20 km te rijden en van lieverlee werden de wedstrijden langer.
Als Limburger had hij het geluk, dat hij veel wedstrijden in Zuid-Limburg mocht rijden, waar zijn klimtalent zich kon ontwikkelen. Stapje voor stapje kwam hij, naast zijn studie aan de Pedagogische Academie, hogerop. Zo kwam hij ook in de nationale amateurselectie onder leiding van Rini Wagtmans en reed hij de Vredeskoers, in die tijd de Oosteuropese tegenhanger van de Tour de France, waarin hij verdienstelijk tweede werd.

Ook nam hij deel aan de Olympische Spelen in Moskou in 1980. Er was dus in ieder geval één deelnemer, die zich niet kon vinden in het Olympische motto: "Deelnemen is belangrijker dan Winnen!"
Meteen na de Spelen werd hij prof bij IJsboerke, met de befaamde Walter Godefroot als ploegleider. IJsboerke had geen budget meer, om hem te betalen, maar geen nood: materiaalsponsor Koga Miyata nam hem in dienst als monteur....
Peter Winnen fietst nog heel regelmatig, maar vooral met mooi weer. "Iedere duursporter krijgt op een gegeven moment van het lichaam een seintje, dat je weer moet gaan bewegen. Stilzitten voelt niet prettig." Ik kan me goed vinden in deze omschrijving. Het zal de endorfine-kick wel zijn.
Om in de wintermaanden toch in beweging te blijven, schaatst Winnen 2 of 3 keer in de week, net als die andere allround-sportman uit Ysselsteyn, mijn trainingsmaat Jos Drabbels.
En toen was daar ineens de verrassende finale. Mijn collega Monique Kromhout zegt altijd, dat ze totaal geen affiniteit heeft met sport, en dat bleek. Om 10 uur precies, terwijl Peter Winnen midden in een verhaal zat met het publiek aan zijn lippen, kwam ze met een bos bloemen aanzetten en was de zeer leuke en informatieve avond in één klap afgelopen. Het publiek was lichtelijk overdonderd.
Maar ach, dat hoort er bij. Een wielerwedstrijd heeft ook soms een zeer verrassende ontknoping. Al was het dit keer, alsof er spoorbomen dicht gingen op 3 kilometer voor de meet.

zondag 18 april 2010

Tiengemeten of "Bent u Nora?"


Het zijn vreemde dagen voor hen, die hun hele leven in de aanvliegroute van Schiphol gewoond hebben. Al 3 dagen op rij geen vliegtuigen boven je hoofd dankzij een vulkaantuibarsting op IJsland.

Ondanks de rust, die dat gaf, konden we niet uitslapen op deze mooie zaterdagmorgen. Om 7 uur ging de wekker. We moesten om kwart voor 8 de trein naar Schiedam hebben en vandaar de metro naar Spijkenisse. We zouden bij het nieuwe huis van Joep Kapitein verzamelen en vandaar met de fiets vertrekken naar Tiengemeten.
Nu zijn mensen altijd nieuwsgierig, waar zo'n naam vandaan komt. Welnu: een gemet is een oude vlaktemaat. De maat is waarschijnlijk gelijk aan de oppervlakte van het zaailand dat een koppel paarden kan omploegen tussen zonsopgang en zonsondergang. Dit is een gemiddelde, omdat het land wat bewerkt moest worden ook zwaarder of lichter kon zijn voor een paard.
Wij hoefden gelukkig niet te ploegen, maar konden gaan genieten van het prachtige zonnige weer met weinig wind. Eén van de kranten gaf het weer voor vandaag zelfs een 10. En dat konden wij in de loop van de dag beamen.
We waren om 10 uur bij Joep. Bas en Nel Warnink kwamen ook net aanzetten, net als Willem Jongsma en Lotte van Walstijn. Bas had net een nieuwe fiets gekocht, een Batavus Weekend.

Rob Ammerlaan en Margriet Biemold kwamen wat later aanzetten, terwijl Tim de Beer, traditioneel, als laatste aan kwam zetten. Maar Tim wist de toon voor de dag meteen goed te zetten. Toen Joep voor de laatkomers nogmaals het ingerichte huis liet zien, zei Tim plompverloren bij de inpandige, zeer ruime badkamer: "Daar kun je mooi een darkroom van maken, Joep!"
Tim was vandaag duidelijk de man in vorm. Dat bewees hij bij de koffie al meteen. We hadden het over de orde van de Salesianen, die ook Pedagogische Academie "De la Salle" gesticht hadden, waar 5 van de hier aanwezige mannen in de jaren '70 op gezeten hadden. In de kranten had gestaan, dat ook Salesianen kinderen misbruikt hadden.

Tim had dit twee dagen ervoor al gemaild: "Wat hoor ik nou laatst weer.
Hielden de broeders van De la Salle er ook schandknapen op na!? Schande!!
Maar genoeg hierover -voorlopig-."
Dat voorlopig konden we stante pede schrappen, want Tim stak direkt van wal, daarmee een nog niet belichte kant van het kindermisbruik aan de orde stellend: "Wat mankeerde er aan ons, dat de broeders ons niet gepakt hebben?"
Zo kun je het ook bekijken.

Wij gingen om half 12 wat anders bekijken. We fietsten over het net aangelegde fietspad over de dijk langs de Oude Maas en het Spui naar het pontje naar Nieuw-Beijerland en vandaar over een slingerende dijk met prachtig uitzicht naar Goudswaard. Door de mooie polder fietsten we met zijn tienen naar Nieuwendijk, waar het veer naar Tiengemeten net vertrokken was.
Geen nood: we hadden "Nora's theetuin" zien liggen, een zonnig en beschut terras, waar we wel plezierig een uur door konden komen. Tim liet zien in bloedvorm te zijn, want toen de serveerster aan kwam lopen om de bestelling op te nemen was zijn eerste vraag: "Bent u Nora?" Helaas, dat had Tim mis, maar even later kon hij zijn gelijk halen, toen een man kwam helpen om de bestelling op te nemen: "Ik kan wel zien, dat u Nora niet bent..." De beenspieren hoefden nu geen arbeid te verrichten, de lachspieren des te meer.
Even voor tweeën reden we de 200 meter naar het vertrekpunt van de veerpont naar Tiengemeten. Het was er zeer druk en ik kreeg al visioenen van het wonderschone lied van Drs. P.

Maar het viel mee. We konden allemaal met gemak op het dek en 10 minuten later waren we het Hisertsche of Vuile gat overgestoken en bevonden we ons in de Groote haven van Tiengemeten. Ada regelde als een echte schooljuf alles voor het schoolreisje en even later fietsten we richting westpunt. Helaas was het hek met een slot afgesloten, zodat we alleen naar de westpunt konden wandelen.

Hier zagen we van af en we gingen terug op de heenweg. Zo kwamen we weer langs de 2 Vogelplassen, waar je volgens mij 's winters prima zou moeten kunnen schaatsen.
Zo kwamen we al vrij snel weer terug het bij de haven gevestigde Rien Poortvliet museum.

En dan sta je voor de keuze: ga je op een mooie zaterdagmiddag naar Rien Poortvliet, of kies je voor een zonovergoten terras. De keuze was niet zo moeilijk. Terwijl de rest naar binnen ging, kozen Bas, Joep en ik voor de heldere buitenlucht.

Maar natuurliefhebbers als we zijn, reden we eerst naar de Vliedberg, waar je op zo'n 10 meter hoogte een prachtig uitzicht hebt op dit voormalige landbouwgebied, dat nu als "nieuwe natuur" wel wat weg heeft van een Waddeneiland, waar de getijdenwerking zijn zegenrijke werk doet.
We fietsten weer langs de Groote haven naar de oostpunt van het eiland, waar we een plekje vonden op het terras van Herberg Tiengemeten.


Nu heb ik altijd geleerd, dat je je aan moet passen aan de lokale omstandigheden. Deze wijze les uit het verleden kwam goed van pas: ze hadden Hoeksch Witbier en op een luw en zonnig terras smaakt dat prima, net als het Hoeksch Speciaalbier, dat wij noodgedwongen waren te bestellen, omdat het vrij lang duurde, voor de rest van ons gezelschap uitgekeken was op Rien Poortvliet. Ach ja, je moet je soms opofferen in dit leven....

Nu liepen er twee serveersters rond op het terras. Een van hen had lang haar en bij de tweede spatte het plezier, dat ze in het werk heeft van haar gezicht af. Nu had ik het geluk, dat Tim naast me kwam zitten. De serveerster met het lange haar kwam de bestelling opnemen en toen zij weg was, had ik de kans, om Tim wijs te maken, dat deze serveerster Nora heette. Tim tuinde er met open ogen in. De serveerster keek bij terugkomst dan ook vreemd op, toen voor de tweede keer deze dag uit Tims mond "Bent u Nora?" klonk.
Inmiddels had Tim zijn vorm wel weer te pakken, want toen de andere serveerster met een tweetal porties bitterballen aankwam zetten, vroeg hij terstond: "Heeft u er ook extra mosterd bij?" Daar de bitterballen snel waren verorberd, bestelden we nog een tweetal porties.
Na een drietal biertjes werd het voor mij tijd voor een bezoek aan het toilet. De beide serveersters stonden in de gang en ik vroeg aan de andere serveerster: "Zie je die man met die pet zitten?", terwijl ik wees naar Tim. "Zou u naar hem toe willen gaan en zeggen, dat u Nora heet?" "Dan moet ik liegen" zei ze, geheel naar waarheid.
"Ach, het is voor een geintje" antwoordde ik en ik liep verder naar het toilet.
Soms komt een geintje beter tot zijn recht, als je er niet bij bent....
Terwijl ik bij het urinoir stond, hoorde ik hard gelach bij onze tafel vandaan. En even later kon ik aan tafel zelf wederom hardop lachen, toen we onze nieuwe porties bitterballen van "Nora" kregen in een meeneemzakje. We moesten inderdaad de boot van 10 over 5 nog zien te halen.
Deze haalden we op ons gemak en met de wind tegen reden we door de polder naar Spijkenisse. Ik reed in het begin helemaal achteraan en vond het tijd om een geintje uit te halen met deze sportieve groep.

Ik sprintte in één keer van achteruit naar voren, haalde Ada, die op kop reed met een noodvaart in en riep "Pak mijn wiel!" Een paar seconden later, terwijl ik een gat van 20 meter geslagen had, kon ik zeggen "Pak mijn pet!", want deze was van mijn hoofd gewaaid. Achter mij klonk luid gelach op en ik meende zelfs te bespeuren, dat ik door een enkeling werd uitgelachen....
Toen ik mijn pet eindelijk weer had, lag ik 200 meter achter!
Wat u hier uit kunt leren is, dat ik nooit ergens met mijn pet naar gooi! Hij waait gewoon van mijn hoofd af....
Onderweg liet Joep nog even zien, hoe vreselijk subtiel hij is. "Jij bent toch bijna 58" zei hij tegen Tim, die hierop antwoordde "Wrijf het er maar lekker in, Joep".
Dat deden we inderdaad, toen we bij Joeps huis aangekomen waren en de zonnebrand nodig hadden om onze roodbruin gekleurde hoofdem mee in te smeren.
Joep had voor een heerlijke soep met broodjes gezorgd, zodat we om half 10 goed gelaafd allen richting eigen huis gingen. Niet alleen het weer kreeg vandaag een 10, de hele dag kreeg het!
En onthou dit rijtje:
2010-Gemeten,
2011-Stedentocht.

woensdag 14 april 2010

Het Feyenoord-dilemma

De titel van dit stukje heeft wat weg van een thriller van Robert Ludlum. Spannende boeken, die ik van harte kan aanbevelen. Denk daarbij aan titels als "De Aquitaine samenzwering", "Het Bourne bedrog", "Het Matlock document" en "" De Scarlatti erfenis".


Gaandeweg de avond werd ons gisteren duidelijk, dat er komend weekeinde sprake zal zijn van "Het Feyenoord-dilemma".
Gisterenavond hadden we namelijk de eerste pre-droogtraining. We vertrokken vanuit het huis van Hans Boers. Naast hem waren Jaap de Gorter, Jos Drabbels en Wil Verbeij aanwezig. Met zijn vijven liepen we naar kasteel Duivenvoorde en vandaar onder het spoor door en langs het spoor terug naar Leidschendam.
Onder het lopen door hadden we het onder andere over de deplorabele toestand van de Uithof, waarvan het momenteel onzeker is, of er volgend jaar ijs ligt op de 400-meterbaan, en over de bekerfinale Feyenoord-Ajax. Over en weer zaten Feyenoord-fan Jaap en Ajax-fans Hans en Bert elkaar te jennen. Zolang het maar goedmoedig gebeurt, is er niets aan de hand: daar is de sport ook voor bedoeld!
Bij Hans aangekomen keken we op teletekst naar de tussenstand van AZ-Twente. De Alkmaarders stonden met 1-0 voor en dat bleef de rest van de wedstrijd zo. Toen dit de eindstand geworden was, hadden de Ajacieden een hele leuke avond, zeker gezien het resterende programma van F.C. Twente. De kans op een prachtige ontknoping van dit voetbalseizoen zit er dus dik in.
"Op het kampioenschap van Ajax" zeiden Hans en ik.
"Dat kun je vergeten" antwoordde Jaap: "Je gelooft toch niet, dat Feyenoord punten van Twente wil pakken en zo Ajax kampioen maken?"
Zo hadden we het nog niet bekeken. Er zit zeker een kern van waarheid in deze dit keer wijze woorden van Jaap. Want welke Feyenoord-trainer wil de boeken in gaan als degene, die Ajax aan het kampioenschap heeft geholpen? Jarenlang zal hij met hoon worden overladen. En dan iedere wedstrijd in de Arena massaal toegezongen worden met een sarcastisch "Mario bedankt, Mario bedankt..."

Trainer Mario Been en zijn spelers zitten dus opgezadeld met "Het Feyenoord-dilemma":
opzettelijk verliezen, met de kans, dat NAC de ploeg uit Enschede alsnog beentje licht, of de aartsrivaal aan de landstitel helpen? Ga er maar aanstaan. Ik heb het idee, dat Mario Been wel eens lekkerder geslapen heeft.
Nou, Jaap, laat ik sportief blijven. Als Feyenoord van Twente wint en zo Ajax aan het landskampioenschap helpt, mag je Hans en mij nogmaals trakteren op een Feyenoord-biertje.

zaterdag 10 april 2010

Keukenhofloop

De tweede training van 30 km zou vandaag in twee delen uiteenvallen. Ik zou vanuit Leiden naar Lisse lopen, waar op de atletiekbaan van "De Spartaan" het startschot zou klinken van de Keukenhofloop. Maar voordat je zo'n loop doet, is er eerst nog het een en ander te regelen. Allereerst moest ik regelen, dat ik vanuit Lisse mee terug zou kunnen rijden. Dat was geen probleem.
Verder belde ik de in Voorhout wonende Wim Beenakker, met wie ik al dik 40 jaar bevriend ben. Hij zou niet thuis zijn, daar hij zijn jongste zoon rond die tijd naar Schiphol moest brengen, omdat hij voor het laatste deel van zijn studie naar Boston moest.

Maar hij zou wat water voor me klaarzetten. Dat scheelde een hoop sjouwwerk op de eerste 12 km. De dag voor de Keukenhofloop vertelde ik mijn plannen voor deze zonnige zaterdag aan Irene van der Plas, een van mijn 3 hoofden. Tja, zoveel zijn er kennelijk nodig om mij in toom te houden! Irene's spontane reactie was: "Je wordt ook met het jaar gekker!"
's Ochtends bracht ik een tas met droge kleren en wat voedsel naar Jaap de Gorter, zodat ik om kwart over 1 redelijk licht bepakt vanuit de Stevenshof "Terug naar Oegstgeest" ging. Zo, die leestip is er ook weer uit!

In Oegstgeest belde ik aan bij Paul Verkerk, dé mentale trainer van de IJVL. Paul zou de 5 km lopen. Even staan kletsen, een paar marathonschema's bekeken, waaruit bleek, dat ik voor liep op het schema van 4 uur blank. Over mentale opsteker gesproken! Via de fietstunnel onder de A44 liep ik naar de slingerweg tussen Rijnsburg en Voorhout.
In deze open vlakte tussen weilanden en velden vol narcissen en hyacinthen was het goed te merken, dat er een flinke noordenwind stond. Dat betekende tegen de wind in buffelen. Maar goed, daar wordt je sterker van. In Voorhout was de doorgaande winkelstraat opengebroken, dus dat was een beetje laveren tussen het winkelende publiek door.
Zo kwam ik bij het huis van Wim Beenakker aan. Buiten stond een stoel met 2 flesjes bronwater en er lag een sinaasappel. Boven de stoel was een papier geplakt met: "Hier zit een echte sportman". Daar ging ik dus maar even zitten. Tot mijn verbazing ging de deur open.

Wim was net thuis van Schiphol en hij wist zodoende een plekje in mijn sportweblog te veroveren. Wie dat op de lagere school of één van de twee middelbare scholen, waarbij wij bij elkaar in de klas zaten, voorspeld zou hebben, zou niet worden geloofd.
Laat ik een fraai en kenmerkend voorbeeld hiervan geven. Op "Porta Vitae", de MAVO in Hoofddorp, kregen we gymles van Theo de Cock, later in zijn leven coach van de basketballers van S.V. Hoofddorp, waarmee hij met het Damesteam landskampioen van Nederland wist te worden. Bij een oefening op de rekstok mochten de lenige leerlingen, zoals Jan Schoorl, Cor van der Geest en Bertus Spreeuw, de stijve harken als Wim Beenakker helpen. Wim hing zodoende keurig aan de rekstok met zijn hoofd naar beneden en zijn benen recht omhoog. Op dat moment zei Theo de Cock tegen de helpers: "Los!" De helpers deden dat, maar Wim ook. De wet van de zwaartekracht deed de rest van het werk....
Maar goed, er waren meer leerlingen, bij wie gymnastiek niet "hun ding" was. Lucien Boeting viel ook in deze categorie. Nu ken ik diverse voetballers, die wel eens een bal in eigen doel hebben geschoten, maar Lucien ging voor wat groters. Hij schoot met basketbal de bal netjes in eigen basket!
Nee, er gaat geen sporter in Wim schuil. Wim is een man van de cultuur. In die tijd, waarin iedere jongere met popmuziek bezig was, hield hij het bij klassieke muziek. Het was voor hem dan ook een geschenk uit de hemel, toen Guus Hölscher het gedicht "Der Erlkönig" van Johann Wolfgang von Goethe in de eindexamenklas behandelde met de mededeling, dat dit met het tentamen Duits behandeld zou worden. Wie het gedicht uit zijn hoofd op kon zeggen, kreeg een punt extra. Onder leiding van Wim heb ik samen met hem het opzeggen gründlich geoefend.

En dat kwam me 4 jaar later goed van pas. Op de HAVO kon ik Duits laten vallen ten faveure van mijn favoriete vak: geschiedenis. Toen volgde nog een jaar op dezelfde school, Pedagogische Academie "De la Salle" in Heemstede, maar mijn pedagogische kwaliteiten werden om een of andere duistere reden als ontoereikend beoordeeld. Zodoende ging ik naar 5 VWO op het Fioretti-college in Lisse, om in januari 1976 na ruim 4 maanden alsnog Staatsexamen VWO aan te vragen.
En daar kwam de ervaring in het doen van eindexamens goed van pas. Ik was het jaar ervoor aan mijn kaken geopereerd en was in het bezit van een nachtbeugel. Voor het mondeling examen Duits bij voor mij onbekende examinatoren had ik de leepheid om mijn beugel in te doen, daar licht theatraal uit te nemen onder het uitspreken van de ingestudeerde zin: "Ich muss meine Stange ausnehmen, weil ich eine Jahre her operiert bin worden an meine Zahnen." Vervolgens konden we een paar minuten praten over deze operatie.

De volgende slimheid was om op de literatuurlijst naast 2 boeken van Goethe, "Faust" en "Die Leiden des jungen Werthers", "Der Erlkönig" te zetten. Eén garantie heb je dan: er wordt gevraagd naar dat gedicht van 32 regels. "Ich habe es aus mein Kopf gelernt" kon ik geheel naar waarheid zeggen en zonder aarzeling zegde ik het klassieke gedicht op. De rest van de tijd hebben we het alleen maar over Goethe gehad. Kijk, zo kun je een mondeling VWO-examen met MAVO-kennis naar een goed cijfer sturen!
En dat allemaal dankzij de eindeloze oefening 4 jaar ervoor met Wim Beenakker. Helaas had ik nu maar een minuut of 10 om met deze (school)vriend te praten, want om 3 uur moest ik op pad voor de laatste 8 km naar de Keukenhof.
Vanuit Voorhout zocht ik een mooie route over rustige weggetjes langs de bollenvelden. Alle zintuigen werden geprikkeld: de ogen kregen een telkens wisselend Mondriaan-landschap te zien, waarvan de heerlijke geur van narcissen en hyacinthen tot mijn neus doordrong, de vogels zorgden voor het bijbehorende geluid, met een slokje sportdrank werden de smaakpapillen aan het werk gezet en de benen zorgden voor het prettige gevoel van een aangename cadans.
Doordat ik deze fraaie route gekozen had, miste ik wel de nieuwste verkeersborden, die bij de diverse kloosters in deze katholieke enclave in de Randstad geplaatst zijn.

Het lopen van deze 8 km ging heerlijk soepel en zo kwam ik om 20 voor 4 aan bij de atletiekbaan van "De Spartaan", waar een hele groep IJVL-ers uit de wind op een zonovergoten terras zat: Paul Verkerk, Jaap de Gorter, Juul Mentink, Annelies van Straalen, Jos Drabbels en Sophie Stein.
Jaap de Gorter zat geintjes te maken over het spoor van vernieling, dat hij achter zou laten in de bloemenperken van de Keukenhof.

Jaap is namelijk het meest beschaafde lid van onze droogtrainingsgroep. Het is onder het lopen bij hem altijd S.V.P. Dit is de afkorting van Strikt Volgens Pythagoras. Als er ook maar ergens afgesneden kan worden....
Eén ding is zeker: als je Jaap volgt, zul je geen meter te veel lopen! Onder deze les in hogere wiskunde had ik nog tijd om nog rustig wat te eten en te drinken, voor om 4 uur het startschot klonk van de 10 km.
En zeg maar eens dat ik niet luister: deze week raadde Johan de Wit aan om in de training veel wedstrijdelementen in te bouwen, en wat doe ik met deze 30-kilometer training? Juist...
Ik begon vrij rustig, daar ik niet wist, hoe mijn benen het zouden houden na 20 km, maar na anderhalf rondje op de atletiekbaan voelde ik wel, dat het goed zat. Jaap en Jos hadden inmiddels al een gat van 200 meter geslagen voor we de Keukenhof betraden.
Voor mij was het de tweede keer, dat ik kans had om deze prachtige bloementuin te bezichtigen.
De eerste keer was in 1976, toen ik me aan het voorbereiden was op het Staatsexamen VWO. Er was in die periode een groep Noord-Ierse kinderen, die in het kader van een vredesproject naar Nieuw-Vennep gekomen waren.

Een protestants en een katholiek kind verbleven bij gastgezinnen in mijn geboortedorp in de hoop, dat ze zo konden ervaren, dat de kinderen "van de andere kant" niet zulke engerds waren. Zo hoopten we kiemen van vrede te kunnen planten in het verscheurde Ulster. Nu was aan mij gevraagd, of ik als begeleider mee wilde. Nu moet je prioriteiten stellen in het leven, en mijn prioriteit ging uit naar vrede.

Alleen op de dagen, dat ik schriftelijk examen had, liet ik vertek gaan. De rest van de 3 weken ging ik mee naar oorden, waar je als geboren en getogen Hollander juist niet naar toe gaat: Volendam, de Zaanse schans en de Keukenhof. Ik was daar nog nooit geweest, ondanks dat ik op nog geen 10 km afstand woonde!
Door de begeleiders van de Noord-Ierse kinderen en door een aantal Ierse studenten, die in de prachtige zomer van 1976 regelmatig langskwamen in "De Hobbit", leerde ik de Ierse folkmuziek kennen, waaronder groepen als The Bothy Band.

Nu we het toch over de combinatie "De Hobbit" en Ierse studenten hebben, dat brengt mij het volgende verhaal voor ogen: eind augustus van die mooie zomer vierde ik daar, samen met Theo Claasen en, als mijn geheugen mij niet in de steek laat, met Ad Huiberts, mijn verjaardag. We hadden een paar vaten bier gekocht en er was voor onze gasten vrij drinken. Ik raakte in gesprek met Geraldine Sadler, afkomstig uit Limerick. Ja, zelfs op dit soort avonden blijf ik poëtisch.
De vriendschapsbanden tussen Nederland en Ierland werden steeds inniger en aan het eind van de avond, zo rond een uur of 4 's nachts, zou ik Geraldine naar Hillegom brengen, waar ze haar tent had staan.
Ik had een brommer geleend en we stonden klaar om te vertrekken, toen er een politiewagen aan kwam, die voor de brug over de Vennepertocht, die we over moesten, stopte. De agenten kwamen uit de wagen en ik zei meteen: "Jullie kunnen me niks maken, want ik ben nog niet gestart en ook niet op de openbare weg." En dat was maar goed ook, want we hadden allebei geen helm op, de brommer was opgevoerd en als ik had moeten blazen, dan had Bert Rijkse ongetwijfeld opgemerkt: "Zo, Kikker, jij dacht zeker, dat groen doorrijden betekent?"
Kortom, ik ontkwam zo aan een stevige prent. De agenten vroegen, waar we naar toe moesten en geheel naar waarheid vertelde ik, dat Hillegom onze bestemming was. Tegelijk wist ik ook, dat het niet slim was, om naar Hillegom af te reizen. Ongetwijfeld zou ik op deze vroege zondagmorgen ergens worden opgewacht. Er zat niets anders op, dan Geraldine achter op de fiets mee te nemen naar mijn ouderlijke huis aan de Hoofdweg, waar ik mijn tijd als bedrijfshulpverlener ver vooruit was: we waren druk bezig met de mond-op-mondbeademing.
De week erna ging ik naar de introductiedagen van de Frederik Muller Academie, de Bibliotheekacademie in Amsterdam. We hadden afgesproken bij het Centraal Station, maar zijn elkaar misgelopen. Zodoende heb ik alleen de foto nog.

Even voor de goede orde in dit tijdsgewricht: de onderste foto betreft een huldiging op het Midwinterfestival in Nieuw-Vennep.
Achteraf ben ik uiteraard blij, dat ik toen Geraldine gemist heb, zodat het bij een kortstondige verliefdheid bleef.

Door het mislopen werd een misstap richting Eire voorkomen. Zodoende ben ik de twee grote liefdes in mijn leven niet misgelopen: Ada en schaatsen op natuurijs.

Ierland heeft wel veel prachtige meren, maar we zullen op een IJstijd moeten wachten, voor deze dichtvriezen.
Maar mijn belangstelling voor het Groene eiland was wel gewekt en ik kan u verzekeren: Ierland is een fantastisch vakantieland met een zeer vriendelijke bevolking en gezellige avonden in "singing pubs". Ik kan geen mooi weer garanderen, maar ik kan het u wel van harte aanbevelen.
Met deze bespiegelingen in mijn hoofd betrad ik dus voor de tweede keer in mijn leven de Keukenhof, dit keer hardlopend. Het lopen ging steeds makkelijker. Maar ja, ik had me al 20 km warm gelopen.
Het mooiste gedeelte van de loop was om de vijver. Een kleurrijk palet van bloemenperken was hier te zien.

Hordes buitenlandse toeristen waren hier op afgekomen. Met pilonnen was een smal pad afgebakend, waar wij mochten rennen. Her en der werden we door de bezoekers aan de bloemententoonstelling aangemoedigd. Binnenkort zijn we te bewonderen in Japanse foto-albums.

De eerste ronde ging lekker. Het gat met Jaap en Jos werd niet groter. Het enige minpunt was, dat er bij het 5 kilometerpunt bij de atletiekbaan geen waterpost stond.
In de tweede ronde bevestigde Paul Verkerk zijn naam als mental coach. Hij was 10 minuten na mij gestart en terwijl ik de 7 km naderde, kwam ik in mijn tweede ronde Paul tegen, die op weg was naar de 4 km. Ik kan u verzekeren: dat geeft een kick.
Wat ook een kick gaf, was dat ik langzaam maar zeker naar Jos en Jaap toe trok. We liepen nog een ereronde tussen de toeristen bij de vijver, alvorens ik met nog anderhalve km te gaan Jos en Jaap bijhaalde. Ik had niet het idee, dat Jaap dit op prijs stelde...
Eén ding was zeker: ik liep een prima tijd. Met Jos liep ik een meter of 50 uit op Jaap, maar op de atletiekbaan wist Jaap me op de meet nog net te kloppen: 47.12 om 47.15. Jos was toen al 10 seconden binnen. Qua uitslag levert dit een ouderwetse uitslag op, zoals deze het afgelopen decennium vaak was te zien: Jos is gewoon de snelste loper van ons drieën, en Jaap klopt mij in de eindsprint.
Maar de 20 km inlopen maakte deze Keukenhofloop, en vooral de goede eindtijd, toch wel heel bijzonder.

vrijdag 9 april 2010

Nico Scheepmaker Beker

Deze week kreeg ik op mijn werk een bericht van NBD/Biblion, dat de jaarlijkse nominaties voor het beste sportboek van 2009 bekend waren gemaakt:
De jury van de Nico Scheepmaker Beker heeft tien boeken genomineerd voor het beste sportboek van 2009. Op 26 april wordt in het Olympisch Stadion de winnaar bekendgemaakt van deze vakprijs. Naast de vakprijs bestaat er ook een publieksprijs, waarvan de winnaar wordt aangewezen na een stemming op www.nicoscheepmakerbeker.nl.
De Nico Scheepmaker Beker is een prijs voor de schrijver van het beste sportboek van het jaar. De prijs is vernoemd naar (sport)journalist Nico Scheepmaker (1930-1990), die vanaf 1957 schreef over sport en met zijn aanpak de Nederlandse sportjournalistiek heeft veranderd. Hij was volgens de initiatiefnemers niet alleen een pionier in de sportstatistiek, maar was tevens in staat sportgebeurtenissen in een bredere maatschappelijke context te plaatsen.
De prijs voor het beste sportboek van het jaar werd in 2005 voor de eerste keer uitgereikt.
De genomineerden voor 2009 zijn:
- Ard Schenk. Bert Wagendorp, Frans Oosterwijk en Wybren de Boer (De Buitenspelers)
- Bezeten. Ton Boot, de prijs van het succes. Igor Wijnker (Nieuw Amsterdam)
- De tranen van Kuif den Dolder. Nico Dijkshoorn (Nieuw Amsterdam)
- Killer in Kimono. Anton Geesink: van volksjongen tot VIP. Kees Kooman (Nieuw Amsterdam)
- De Dordste magiër. De val van volksheld Karel Lotsy. Frank van Kolfschooten (Nieuw Amsterdam)
- Acht seconden. De Tour van '89. Herman Chevrolet (Het Sporthuis)

- Beter. Maarten van der Weijden (Ambo-Anthos)
- De ereronde van de eland. Thijs Zonneveld - (LJ Veen)
- Spartacus. De familiegeschiedenis van twee joodse Olympiërs. Erik Brouwer (LJ Veen)
- Hardloper Huizenga. Job van Schaik (LJ Veen)
Deze kans wil ik als echte bibliothecaris natuurlijk niet laten lopen om een hele serie sportboeken onder uw aandacht te brengen. De meeste sportboeken zijn te vinden onder voetbal en wielrennen. Uiteraard breng ik de 8 schaatsboeken onder uw aandacht.

-Ard Schenk. De biografie. Bert Wagendorp, Wybren de Boer en Frans Oosterwijk
(De Buitenspelers)

-De hel van 63. Ontbering, wilskracht en liefde. Dick van den Heuvel (De Vuurbaak)
-De laatste schaatser. Harmen Malderik (Aspekt)
-De roman van een schaatsenrijder. Cyriel Buysse (Atlas)

-Een eeuw Elfstedentocht. Ron Couwenhoven (Eerste Friesche Schaatsmuseum)
-Henk Angenent. Een onbegrepen doordouwer. Huub Snoep (Spider Graphics)
-Jan Ykema. Pikstart, verslaving en comeback van een hypersprinter. Menno Haanstra
(AmstelSport)
-Koek & Zopie. Over de liefde voor het schaatsen. Johan Faber (L.J. Veen)
Een aantal van deze boeken heb ik al besproken op mijn weblog. Als u de groene titel aanklikt, dan komt u bij het betreffende boek terecht.
Het leuke is, dat u op www.nicoscheepmakerbeker.nl mag stemmen voor de publieksprijs.
Dat heb ik dan ook gedaan. Lang heb ik lopen twijfelen, of ik op "Een eeuw Elfstedentocht" van Ron Couwenhoven zou stemmen, maar uiteindelijk viel mijn keuze, verrassend misschien, toch op "Beter" van Maarten van der Weijden, daar dit boek toch wel heel aangrijpend is. Lezen!

donderdag 8 april 2010

Periodisering

Periodisering is een term, waar een waas van geheimzinnigheid omheen hangt. Het komt er op neer, dat je als sporter piekt op het juiste moment. Om een tipje van de sluier op te lichten rond de kunst van het pieken, had ik voor de IJVL een lezing geregeld met Johan de Wit, de pas 30-jarige trainer van het APPM-schaatsteam, dat in het afgelopen Olympische seizoen met Rhian Ket, Ted-Jan Bloemen en Ronald Mulder opmerkelijk goed presteerde.

De Duitsers zouden dan zeggen: "Die Planung hat gestimmt!"
Want dat is het geheim achter periodisering: een goede jaarplanning. De jaarplanning is de basis, waarop alles stoelt. Het begint heel simpel met het noteren van de data van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen, de wedstrijden, waarop je er moet "staan". Van hieruit ga je terugtellen in de kalender en vul je de vaststaande data en plekken in van bijvoorbeeld trainingskampen en de mogelijkheid van het trainen op zomerijs.
Als je dit allemaal hebt ingevoerd, ga je aan de periodisering beginnen. Je neemt de laatste 2 weken voor de belangrijkste wedstrijd in omvang gas terug, en vanaf dat moment ga je het seizoen met blokken van 3 weken terugtellen. Zo vul je het schema van het hele trainingsseizoen in.

De blokken van 3 weken hebben eenzelfde basisstructuur: omvang-intensiteit-rust. Dit wil zeggen: de eerste week zeer veel omvang, de tweede week nadruk op intensiteit en de derde week relatieve rust. Door minder intensiviteit en omvang krijgt het lichaam kans om zich te herstellen en krijg je de supercompensatie. Door het intensieve programma in de 2 voorafgaande weken is er het een en ander afgebroken in de spiermassa en dat wordt met wat extra spiermassa (de supercompensatie!) door het lichaam hersteld.

Nu moet je volgens de ervaren APPM-trainer altijd op blijven letten. Een schema is niet heilig. Als je ziet, dat iemand wat meer rust nodig heeft om te herstellen, moet je dat ook geven. Anders heb je kans op overtraining, een probleem, waar met name de TVM-ploeg de afgelopen jaren flink wat last van heeft gehad.
Als je deze trainingsopbouw van 3-weekse perioden van omvang, intensiteit en rust in je jaarplanning hebt opgenomen, dan ga je dit schema invullen met trainingsvormen. Denk daarbij aan snelheid uithoudingsvermogen, intensief en extensief interval, interval tempo, tempo, intensief en extensief duur, vaartspel en kracht.
Het gebruik van deze trainingsvormen heeft alleen zin, als je ze regelmatig terug laat komen. Als je een keertje krachttraining doet en een maand later weer een keertje, heeft dat niet zo veel zin. Johan de Wit is daarbij een groot voorstander van het gebruik van een vast ritme: bepaalde vaste dagen voor vaste trainingsvormen of juist rustdagen: hier gedijt het lichaam bij. Vooral als je de belasting van de spieren daarbij laat variëren.
Nu is het werken met een commerciële schaatsploeg, waar veel trainingen ook individueel ("thuis") plaatsvinden, natuurlijk wel anders dan het trainen in clubverband. Maar hetgeen bij beiden vast blijft staan: de trainingen moeten zich kenmerken door kwaliteit: intensief en op techniek gericht. Simpel gezegd: ook clubleden kunnen zelf wel een duurloop doen, daar hebben ze geen trainer voor nodig.

Johan de Wit gebruikt veel wedstrijdelementen tijdens de training: men is dan net even scherper! En dat klopt. Als ik in mijn eentje 10 km loop, gaat het in een gemiddelde van 11 km per uur, met een trainingsmaat komen we uit op 12 en in een wedstrijd is mijn gemmiddelde 13 km per uur.
Goede trainingsvormen zijn elastiektrainingen en sprongtrainingen. Bij beide vormen train je zowel op techniek als met kracht.
In de periodes van 3 weken kun je bijvoorbeeld een schema hebben van 10 dagen omvang, 7 dagen intensiteit en 4 dagen rust. De laatste 2 weken voor de belangrijkste wedstrijd ga je "taperen". In omvang ga je halveren, maar de oefeningen doe je wel intenser. Hier wordt je scherper van en deze snelheid neem je mee in de wedstrijd. Als je een piek langer vast wilt houden, ga je hier mee door. Dit moet soms ook, want als iemand zich geplaatst heeft voor wereldbekerwedstrijden, dan heeft deze schaatser bijna iedere week een wedstrijd.

Hoe de vorm van iemand is, kun je het beste zien aan de 1500 meter. Raakt iemand uit vorm, dan zie je dat terug in zowel de eerste 300 meter als in de laatste ronde.
Als bibliothecaris deed het me goed, dat de APPM-trainer een boek aanprees om te gebruiken bij de periodisering: "Elementaire trainingsleer en trainingsmethoden" van Henk Gemser en Tjaard Kloosterboer.

Tot slot kregen de ongeveer 25 opgekomen trainers en schaatsers deze cruciale tip mee: de gebruikte trainingsvormen altijd terug laten komen!
Na afloop van de lezing vertelde de APPM-trainer mij, dat hij Ted-Jan Bloemen veel sneller had laten schaatsen op de 5 en 10 km door juist zeer veel te trainen op de middenafstanden: 1500 en 3000 meter. De hierdoor verkregen hogere basissnelheid kon Bloemen op de 5 en 10 km bij het wereldkampioenschap allround vertalen in twee podiumplaatsen. Met daarbij als toevoeging: "Als we 2 weken meer hadden gehad, had Ted-Jan nog beter gepresteerd!"
We zullen proberen ons voordeel te doen met deze zeer leerzame avond over planning en periodisering.

maandag 5 april 2010

Drie Molenloop


Op Tweede Paasdag lag het schema al helemaal vast. Om 9 uur de deur uit om naar Aarlanderveen te fietsen, daar 10,5 km te gaan lopen en vervolgens weer naar huis te rijden. Om half 9 zat ik derhalve met Ada aan de ontbijttafel en om 10 over 9 zaten we op de fiets richting Koudekerk aan den Rijn. We hadden de wind in de rug, dus dat ging makkelijk.
Op de grens van Alphen en Koudekerk nam ik afscheid van Ada, die via Woubrugge en Hoogmade weer naar huis zou gaan fietsen. Ik reed door Alphen heen naar Aarlanderveen, waar ik Wil Verbeij tegen kwam, die zich nog in moest schrijven. Om kwart voor 11 belde ik aan bij Zuideinde 19. Helaas, er was niemand thuis. Ook de auto van Hans Boers stond er nog niet. Hans zou toch niet te laat zijn???
Ik wandelde naar de kleedgelegenheid aan de rand van Aarlanderveen, maar ook daar niemand van GBA-accountants, het bedrijf van Hans, waar ik voor zou lopen. Er restte mij niets anders, dan naar de start te lopen, daar over een kwartier het startschot zou klinken. Bij de start kwam ik Wil weer tegen en uiteindelijk ook Hans. Mijn startnummer was niet meer te traceren, dus ging ik maar van start zonder nummer.
Daar ik vlak achter Hans liep, probeerde ik in zijn slipstream te lopen. Dat viel niet mee, want Hans ging hard van start. Met hangen en wurgen lukte het me, om de eerste km tegenwind bij hem te blijven. Toen waren mijn spieren op temperatuur en konden we na de bocht dit hoge tempo volhouden met de wind in de rug.
Zo haalden we nog een paar groepjes in, tot we bij de brug bij de Ziende en de Nieuwkoopse plassen een drinkpost hadden. Hier dronken we een beker water, terwijl de rest van ons groepje doorliep.

Langs het water, waar we vorig jaar en eerder zo heerlijk geschaatst hadden, liepen we weer richting Aarlanderveen. Bij de volgende brug kregen we de wind schuin tegen. Ik liep op kop van een groepje van een man of 4. Degene, die pal achter me liep, haalde adem door zijn mond en deed dat zeer oppervlakkig. Nu weet ik, wat ze bedoelen met het gezegde: "Er liep iemand in mijn nek te hijgen!"
Vlak voor Aarlanderveen wachtte ons een verrassing: we werden een boerenerf op gedirigeerd en konden zo naar de boerensloot, die mij vorig jaar inspireerde tot het woord "Fileklûnen".

Over een fietspad renden we naar de dorpskern van Aarlanderveen, waar een tweede waterpost stond. We kregen hier een km meewind: en wat deden de drie "heren", die ik het hele stuk tegenwind uit de wind gehouden had, toen ik stond te drinken? Ze gingen er als een haas vandoor! De laatste 3 km had ik een duidelijk doel: hen kloppen.
Dat viel echter niet mee, want voor de tweede keer liepen we over een boerenerf, waarna we een km lang tegenwind hadden. De drie namen kop over kop en zodoende werd het gat van 50 meter langzaam maar zeker 100 meter. Maar wat zij konden, kon ik ook. Toen ik werd bijgehaald door een vrouw, die heel lang 20 meter achter me liep, liepen wij ook kop over kop tegen de wind in.

Bij het ingaan van de laatste km liepen we vlak achter het onsportieve trio. Was de laatste km tegenwind geweest, dan had ik mijn doel waarschijnlijk wel gehaald. Maar het was meewind. Jacinta van 't Schip, die als 3e vrouw zou finishen, kon de jump wel maken naar het groepje, mij lukte dat niet. Ze nam twee van hen op sleeptouw, zodat mijn wedstrijd in de wedstrijd in het zicht van de haven de mist in ging.
Wat ook de mist in ging, was mijn klassering. Ik finishte immers zonder startnummer.

Gelukkig stond er al iemand klaar van GBA-accountants, die mijn startnummer wist: 754. Dat werd met de eindtijd van 46.56 over de 10,5 km genoteerd op een notitieblok.
Omgerekend naar de 10 km zou ik uitkomen op 44.26, één van mijn allersnelste 10 km. Als je in vorm bent, lijkt alles moeiteloos te gaan. En dan te bedenken, dat ik afgelopen vrijdag 30 km gelopen had!
Even later kwam iemand van GBA aanzetten met mijn startnummer: 758. Ik liep weer terug naar de man met het notitieblok en de 4 werd in een 8 veranderd. Ik draaide me om en ik hoorde: "Hé, Kikker!" Ad van Aelst en Rika van Duijvenbode, die ik al meer dan 30 jaar ken, stonden in het finishvak. Heel eventjes met hen gekletst.

Inmiddels was Hans Boers gefinisht in 49.08 en Wil Verbeij in 53.19. Met hen ging ik naar het Dorpshuis, waar we wat dronken en ons shirt ophaalden. Daar ik mijn startnummer inmiddels weer kwijt was, moest ik het hele verhaal van de start nog een keer vertellen, voor ik het shirt kreeg.
In Het Oude Rechthuis zaten de lopers en supporters van GBA-accountants aan de broodjes en de groentesoep. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus ik hoefde niet bang te zijn om bij het naar huis fietsen last te krijgen van de hongerklop.
Thuis gekomen, met heen en terug 61 km op de teller, wachtte mij nog een verrassing. Toen ik na de verkwikkende douche de uitslagenlijst raadpleegde, zag ik mijn naam niet bij de 10,5 km staan, waar ik met mijn tijd op de 32e of 33e plaats geëindigd zou moeten zijn.

Ik snapte er niks van. Toen ik de hele lijst nog eens doornam, kwam de aap uit de mouw: ik stond met een tijd van 33.23 als 61e geklasseerd, maar dan wel bij de 6,5 km! Dat krijg je ervan, als je zonder startnummer loopt...