vrijdag 31 december 2010

De moraal van dit verhaal


De kop van dit stukje is in mijn kop al 2 keer gewijzigd. Toen de datum voor de 1000 rondjes van Leiden werd vastgesteld, zinspeelde ik op "Vertellingen uit de 1001 rondjes", met een knipoog naar Scheherazade's "Vertellingen uit 1001 nacht". Nadat ik besloten had, dat ik maar 500 rondjes zou rijden, werd mijn werktitel "Vertellingen uit de 1001 bochten".

Maar zoals zo vaak in het leven: het loopt net even anders, als je van te voren bedacht of zelf gepland had.

Volgens planning ging de wekker om even voor half 5 af. Wat dat aangaat leek het op een echte Elfstedentocht. Ik had toestemming van Jaap de Gorter om hem op kwart voor 5 op te bellen, maar hij was al wakker. "Bert, op jou kan ik rekenen", was zijn commentaar. Ik fietste naar de IJshal, waar ik het hesje met nummer 2 om deed, waarna de kluunschaatsen aan de beurt waren.

Om half 6 volgde er een kort interview met Henk Angenent. Door de galm in de microfoon volgde wat Neerlands Hoop ooit betitelde als "een onverstaanbaar goede show".

Het startschot werd door de winnaar van de Elfstedentocht van 1997 gegeven onder de trap, waar Karel de Jong net overheen hing om de klok aan te zetten. Gelukkig voor Karel was het startschot een losse maar luide flodder.
Daar ik me voorgenomen had om mij te sparen voor een eventuele Elfstedentocht in januari 2011, zou ik "slechts" 100 km schaatsen. De snelste tijd, die ik op de 100 km had staan, lag dik boven de 4 uur: 4.28 was de snelste, die ik heb kunnen traceren.
Als doelstelling voor deze dag had ik dus een tijd onder de 4 uur. Met 20.17 op de eerste 10 km en 40.20 op de 20, was er toch wel sprake van een vliegende start. Met een verbeterde schaatstechniek kon ik, met Jaap de Gorter, die mij 3 rondjes gelapt had, in mijn kielzog, de snelheid tot de 30 km goed vast houden. Toen kreeg ik het bewijs, dat ik eindelijk, na meer dan 30 jaar trainen, ben toegetreden tot het gilde der échte schaatsers.

Veel schaatsers krijgen pijn in de rug, doordat ze diep zitten. Bij mij gebeurde dat ook, toen ik de 30 km gepasseerd was. Een pijnscheut schoot door mijn onderrug. Even rechtop rijden en een paar rondjes ontspannen. Daarna kon ik, na een korte eet- en drinkpauze, in een iets rustiger tempo mijn weg vervolgen.

Ging het eerste uur met een gemiddelde snelheid van 29 km, de familie Fugers en vooral Mart Moraal gingen nog een stuk harder. Toch verloor ik weinig tijd op hen, daar ik veel kortere pauzes hield. Dat werkte zo ver door, dat ik op 340 ronden zat, toen Jos, Bart en Ivo Fugers gezamenlijk finishten na 333 rondjes. Volgens Bartjens...
De groep met Hans van der Plas en Willem van Vliet had ik inmiddels diverse keren gedubbeld, net als Kobus Turk, die ook een mooi gelijkmatig tempo reed. Ondanks de 2 dweilpauzes dook ik met 3.45.18 dik onder mijn p.r. op de 100 km: 43 minuten.
Jan Pieter Tensen en Aat Dolle lagen, met Mart Moraal daar niet ver achter, met 3.36 een minuut of 9 voor op mij.

Na een plaspauze ging ik nog even 100 rondjes uitrijden. Dit ging zo makkelijk, dat ik er nog 100 aan vast knoopte. Toen ik bij de 700 ronden was, was Mart op 800 ronden. Hij zou er wel komen. Zelf begon ik daar stiekem ook op te hopen. Tot 750 rondjes ging alles goed, maar toen moest ik toch de tol betalen voor de inspanningen in de eerste 100 km.

Ondanks het rustig en zuinig rijden op het rechte eind en de bochten glijdend nemend met twee benen tegelijk, voelde ik, dat ik nu in de verzuring kwam te zitten. Ik besloot om te stoppen. Ik had 50 km meer gereden, dan ik van plan was. Met een tijd van 6.45 was ik overigens wel tevreden.
En hier zitten we dan meteen bij de vooraf bedachte koppen: 750 rondjes zit precies tussen 1000 rondjes en 1000 bochten in.

Ik zag Mart Moraal finishen in 7.17, niet ver achter het team van Jaap de Gorter, Andrea Landman, Marco Tiller en Jos Drabbels, die de 200 km in estafettevorm binnen de 7 uur volbrachten.
Achteraf had ik de 1000 rondjes zonder problemen ook vol kunnen maken, maar dan had ik uiteraard veel rustiger moeten beginnen. Maar soms moet je in het leven een keuze maken en mijn keuze viel op geen enkel risico nemen met het oog op een mogelijke Elfstedentocht. En pas achteraf valt te zeggen, of je de juiste keuze hebt gemaakt.
Indien je jezelf bij het schaatsen van 1000 rondjes aan gort zou rijden, en de tol moet betalen tijdens de Tocht der Tochten, dan vergeef je het jezelf nooit van je leven. Komt de Elfstedentocht deze winter niet, dan blijf je het gevoel houden: had ik maar....
Je moet echter gewoon achter je keuze gaan staan. De Engelsen kunnen het dan zo mooi zeggen: "It's no use to cry over spilt milk!"
In ieder geval was dit een prima afsluiting van een "trainingskamp" van bijna 2 weken op de Gouwzee. We hebben daar alle soorten ijs en weersomstandigheden gehad, van sneeuwstorm tot freewheelen op spiegelglad ijs. We hebben gebikkeld en rustig op techniek gereden. En Oudjaarsdag paste precies in dit rijtje: 100 km hardrijden en 50 km juist heel rustig.
Ik heb nu dezelfde trainingsopbouw gehad, die me in maart voor het eerst van mijn leven op het erepodium bracht bij de run-skate-run: zeer veel trainen op natuurijs, terwijl de geplande piek bij de Nierstichting Elfstedentocht achterwege bleef. Een ideaal schema om in vorm te komen. Ik ben in ieder geval klaar voor de Elfstedentocht. Helaas zijn de weergoden dat niet.

Nadat Jos Arts, de voorzitter van de IJshal, mij het certificaat van deelname, mede gesigneerd door Henk Angenent, had overhandigd, fietste ik in dooiweer naar huis. Thuis gekomen keek ik, gewoontegetrouw in de wintermaanden, op de weersites van het KNMI, Jan Visser, Bas Schijff en Weerwoord. Dat stemde mij niet vrolijk. Vast winterweer zit er de komende week niet meer in. En als het tegenzit zelfs de eerste weken niet, al blijft de kou wel in de buurt. De wind hoeft maar wat te draaien....
Na mij thuis gedoucht te hebben, fietste ik weer naar de IJshal, waar ik net de finish meemaakte van Willem van Vliet, de met nummer 6 rondrijdende Meiboom en Hans van der Plas, die er volledig doorheen zat, maar op karakter binnenkwam met een prikslag.

En dat is precies, wat ik probeerde te voorkomen. Ik ken mezelf een beetje, en als ik dan zo dicht bij de finish zou komen, zou ik zeer diep kunnen gaan. In 2001 is me dat overkomen met 200 km schaatsen op de Uithof. Anderhalve week later was ik niet vooruit te branden met de wintertriatlon.
Ik neem mijn petje derhalve af voor de 4 individuele deelnemers, die deze Alternatieve Elfstedentocht wél volbracht hebben. En ik wil alle vrijwilligers, die vaak al om half 5 's ochtends in touw waren, bij deze van harte bedanken voor hun inzet bij dit fantastische evenement, dat wat mij betreft voor herhaling vatbaar is. En niet alleen de schaatsers, maar ook de toeschouwers, met onder hen zeer veel bekenden, die de hele dag door in wisselende samenstelling kwamen kijken, hadden een leuke dag gehad.

Tot slot van deze leuke schaatsdag werd het bedrag bekend gemaakt, wat voor het gehandicaptenschaatsen bijeen gereden is: € 6.155,-.
Ik wil dit verhaal beëindigen met de moraal van dit verhaal. Als goed katholiek gebruik ik daarbij natuurlijk wel een dubbele moraal.
De eerste is: met wijsheid achteraf is het altijd makkelijk om dingen te beoordelen.
Had ik maar dit, had ik maar dat....
De tweede is: Mart Moraal is een uitstekende schaatser. Daar ik hem al meer dan een kwart eeuw op dinsdagavond in het snelste groepje in de IJshal rond zie rijden, vaak op kop sleurend, wist ik dit natuurlijk allang.
Een uitstekende proeve van bekwaamheid leverde hij in februari, toen hij mij gedurende 5 minuten al schaatsend met vaste hand filmde op de Gouwzee.

Na 23 jaar ben ik mijn enige baanrecord, 120 km schaatsen in de Leidse IJshal, op Oudjaarsdag 2010 kwijtgeraakt. Het is bij Mart Moraal in goede handen!

donderdag 30 december 2010

Les geven

Vanochtend heb ik les gegeven in de Leidse IJshal, voordat ik de laatste keer in 2010 ging werken. Het was de drukste ochtend van de Kerstvakantie geworden: 186 kinderen, die les kregen van een kleine 20 trainers.
Eén van die trainers was ondergetekende, die gisteren op een gezellige avond met (wieler)vrienden van Siebe bij ons thuis een verrassend antwoord kreeg. Bij het afscheid vroeg ik aan Paul Munstege, of hij Wim Munstege, een onderwijzer aan "De Schakel" in Nieuw-Vennep, kende.
Paul antwoordde: "Dat is mijn vader!"
Hoe klein is de wereld soms! Tijdens mijn korte loopbaan als student aan de Pedagogische Academie "De la Salle" in Heemstede liep ik stage op "De Schakel", eerst in de 3e en 4e klas bij Ans Keyser, na de Kerstvakantie bij Wim Munstege. Het algemene oordeel was, dat er geen groot pedagoog in mij school. Het advies, om maar een andere studie te kiezen, heb ik maar opgevolgd.
Desondanks geef ik inmiddels al een kleine 20 jaar schaatsles. Het gaat niet precies, zoals de didactici het in hun boeken zouden aanbevelen, maar desondanks werkt mijn methode, gestoeld op zeer veel enthousiasme, wel.
Zo kan een mislukte student aan de Pedagogische Academie tóch nog les geven!

Kerstkaarten

Nu we op de voorlaatste dag van 2010 zijn aanbeland, kunnen we er van uitgaan, dat er geen kerstkaarten meer zullen arriveren met daarbij de beste wensen voor 2011.
Zonder de anderen tekort te willen doen, wil ik, net als vorig jaar, een paar kerstkaarten onder de aandacht brengen.
De eerste is van Bert Rijkse, dé ijsmeester van Ankeveen. Het is een zeer herkenbaar beeld van de 2 winters van 2010.

De tweede is van trainingsmaat Hans Boers, die een nostalgische kaart stuurde, toen iedereen nog "op houtjes" reed.

De derde is van een andere trainingsmaat, Hen van den Haak: 3 prachtige plaatjes in 1 kaart gevangen.

We hopen, dat we in 2011 nog vaak "in zulke plaatjes" te mogen schaatsen....

woensdag 29 december 2010

Een bananenschil


In slapstickfilms is het een klassieker: de bananenschil, die ergens rondzwerft, waarna iemand er even later over uitglijdt. Wij hadden dat op de Gouwzee niet eens nodig. Dick van Beelen had geen moeite om door een banaan onderuit te gaan, en zelfs niet eens door een banaan, die op het ijs lag. Al schaatsend bij 't Hemmeland pakte hij een banaan uit zijn rugzakje, waardoor hij even niet oplette en over een opgevroren rand een duikeling maakte.

Nu waren we natuurlijk niet naar Monnickendam gereden voor deze duikeling, maar om nog een keer lekker te kunnen schaatsen. Allereerst hadden Hans van der Plas en ik schaatsles gegeven aan 17 van de 143 kinderen in de Leidse IJshal, waarna we met Dick van Beelen, Hen van den Haak, Jacques Doeleman, Frans van Rijn, Joop van Kleef en Bert Raaphorst naar onze "stamkroeg" "'t Marker veerhuis" waren getuft.
Het blijft een vreemd gezicht. Op alle sloten, die je onderweg tegenkomt, zie je dooiend ijs, maar op de Gouwzee kun je nog gewoon schaatsen.
Het stuk vanaf de haven van Monnickendam was matig, maar richting Marken, waar vanuit 't Hemmeland nieuwe banen waren geveegd, was het over het algemeen prima ijs. Vlak voor Marken kwamen we Roosmarijn en Douwe Kinkel tegen, die ook volop genoten van deze dag met weinig wind genoten.
Vanaf Marken reden we terug naar 't Hemmeland, om nogmaals naar Marken en terug naar de koek en zopie bij 't Hemmeland te rijden voor 8 chocolademelk. Op de terugweg ging Hans van der Plas bij een opgevroren sneeuwrand onderuit. Het beviel hem kennelijk zo goed, dat hij dit binnen een kilometer 2 keer herhaalde.
Inmiddels was het begonnen te dooien. Het ijs kreeg een doffe glans en je zakte er iets dieper in weg met je ijzers. Als het vannacht weer gaat vriezen, is er morgen nog prima te schaatsen op dit deel van de Gouwzee, ook al ben ik er niet bij, omdat ik dan weer een dagje moet werken.
Vlak voor Marken zagen we een brandweerauto met zwaailicht op de dijk staan. Even later zagen we waarom. Een schaatser was ongelukkig gevallen en had vermoedelijk een been gebroken. Met een brancard werd hij van het ijs gesleept. Wij kwamen niet voor het ramptoerisme en reden rustig door naar Marken. Er was genoeg hulp voor deze pechvogel.
Want je kunt ook vallen, zonder dat er wat gebeurt. Dick van Beelen gaf hiervan een prachtig voorbeeld. Vlak voor de haven van Monnickendam was een opgevroren sneeuwrand met daarna een plas water, en precies op deze plek vond Dick het tijd voor een duikeling. Het is, dat Hans van der Plas niet naast hem reed, want zo bleven we verstoken van het Katwijkse kampioenschap synchroonzwemmen.
Maar eerlijk is eerlijk: als Katwijkers iets doen, dan doen ze het wel meteen goed. Op de laatste 500 meter ging Dick nog twee keer gestrekt op het ijs.
En daar had hij niet eens een bananenschil voor nodig!

dinsdag 28 december 2010

Tussen Gouwzee en Swette

Zo af en toe roept de plicht. Vandaag was zo'n dag, dat ik onmogelijk vrij kon nemen, dus fietste ik naar Katwijk, grotendeels over goed berijdbare fietspaden, maar het was goed oppassen geblazen, want er zaten enkele gladde plekken op de route.
Zodoende kreeg ik van Arthur van Winsen dit mailtje, waaruit ik citeer:
"Ja Bert als jij er niet bij bent denken je schaatsvrienden dat ze ook een dagje vrijaf kunnen nemen.
Maar ik was vastbesloten naar de Gouwzee te gaan. Daarom stond ik vanachter het glas van het voorportaal in de ijshal te spieden of ik nog gezelschap zou krijgen. Zulks was niet het geval. Ik moest het vandaag alleen opknappen netzoals Frans van Rijn afgelopen vrijdag. Geen nood, zelfs een textlite vlak voor Monnikendam met de mededeling "hier en daar gevaarlijk ijs" kon mij niet weerhouden.
Toen ik het Marker veerhuis betrad verdween mijn desolate gevoel op slag. Daar zat geheel onverwacht good old Douwe Kinkel. Hij had al een uur of wat geschaatst en had nog wel zin om even op en neer naar Marken te gaan. Buiten de gebaande paden om over de serene ijsvlakten gingen we.
Hoe anders waren de omstandigheden dan donderdag jongstleden met die jagende storm. Geen sneeuwduinen wel tamelijk donker ijs dat hier en daar wat kruimelig was. De wind mocht geen naam hebben."


Gezien de weersvoorspellingen ga ik daar morgen maar weer eens naar toe, on de slotzin van Arthur weer eens aan den lijve te mogen ervaren: ""Wat is dit toch een prachtige sport" dacht ik voortdurend bij mezelf. Een niet aflatend gevoel van euforie heeft mij de rest van mijn schaatstocht vergezeld."
Intussen zit ik wel een klein beetje in mijn maag met de 1000 rondjes van Leiden a.s. vrijdag. Normaal gesproken ben ik iemand, die iets afmaakt als hij ergens aan begint, maar ik denk er zeer sterk over om het voorbehoud, dat ik maakte bij het plannen van dit evenement, toch maar te gaan gebruiken: als er een Elfstedentocht aan dreigt te komen, haak ik af.

Ik denk er zeer sterk over om niet voor 1000 rondjes, maar voor 1000 bochten te gaan: 100 km is een prima duurtraining, terwijl je jezelf niet in het rood rijdt. Zo vaak krijg je de kans niet, om een Elfstedentocht te mogen rijden.

Want ondanks de lichte dooi hou ik rekening met een terugkeer van de winter in de eerste week van het nieuwe jaar, en dan komt de Tocht der Tochten toch wel erg dichtbij, getuigen deze filmbeelden, die ik van Jelle Sybesma kreeg toegezonden.

maandag 27 december 2010

Retourtje Marken

In vroeger tijden, toen Marken nog een eiland was in de Zuiderzee, vertrok vanaf "'t Marker veerhuis" de boot naar Marken. Daar de meeste mensen weer terug keerden naar de vaste wal, werden retourtjes het meest verkocht. Wij besloten vandaag ook van deze mogelijkheid gebruik te maken.
Helaas was de boot uit de vaart genomen wegens ijsgang, dus wij moesten op eigen gelegenheid maar in Marken zien te komen. Met geslepen ijzers onder de voeten bleek dat echter uitstekend te gaan.

Toch was het geen vanzelfsprekendheid, dat we op deze maandag op de Gouwzee zouden gaan schaatsen. Gisterenavond had het al gedooid in vrijwel het hele land, en het was de hele nacht blijven dooien. Ik had mog een tweede mailtje rondgestuurd met mijn twijfels, want hoewel ik vermoedde, dat je zeker bij Monnickendam zou kunnen schaatsen, 100% zeker was het niet.
Nadat ik schaatles had gegeven in de IJshal, stonden er 8 mensen op me te wachten: Hen van den Haak, Bert Raaphorst, Jacques Doeleman, Gabrielle Boon, Annette van Houwelingen, Frans van Rijn, Carla en Mary Geradts. Na kort overleg besloten we de gok te wagen en daar waren we blij mee, ondanks het sneltend ijs, dat we onderweg her en der in de sloten zagen liggen.
Bij de haven van Monnickendam aangekomen zagen we het vertrouwde gezicht: schaatsers op de vlakte voor ons. We kleedden ons om in "'t Marker veerhuis", waar Maria Nieuwenhuis binnen kwam. Zij had al een uur geschaatst, maar was helaas onderuit gegaan bij was smeltwater. Een koude douche is er niets bij. Van deze IJVL-er hoorden we, dat het stuk in de haven slecht was, maar dat op de Gouwzee het ijs wel goed was. Hetgeen klopte.

Zodoende hadden we, ondanks de lichte dooi, een heerlijke schaatsmiddag. In drie groepjes reden we naar de drinkpost bij de dijk. Met Bert en Jacques reed ik vooruit, voor de middengroep van 4 personen. Carla en Annette sloten de rij.
In dezelfde samenstelling reden we naar Marken toe, en weer terug naar de drinkpost. Dit stuk was, net naast de uitgetrapte baan, spiegelglad. Zodoende kon je, zeker met de wind in de rug, een behoorlijke snelheid ontwikkelen. Dit dwong ons regelmatig om te remmen, want er waren flink wat opgevroren sneeuwranden, waar je doorheen moest.
Het was, kortom, weer genieten!

Terwijl de rest nog onderweg was naar de drinkpost, reden wij met ons drieën nog een keer terug naar Marken om vervolgens door te kachelen naar 't Hemmeland, waar we de rest van de groep weer tegenkwamen. Zij reden rustig door naar Monnickendam, terwijl wij vol gas nog een keer naar de drinkpost reden.
Hier spraken we met één van de vegers. Hij vertelde, dat je in deze hoek van de Gouwzee altijd zeer snel kan schaatsen, doordat grondijs deze hoek in geblazen wordt. Momenteel ligt er ongeveer 16 cm ijs! Kortom, als het vannacht niet dooit, kun je daar dinsdag nog prima terecht.

Het slechtste stuk ijs was de laatste kilometer naar Monnickendam. We ontmoetten de rest van de groep in "'t Marker veerhuis", waar we nog wat aten of dronken. We hadden allemaal volop genoten van het retourtje Marken!

zondag 26 december 2010

Ave Maria


Het was een gezegende dag. Onder het toeziend oog van het Mariabeeld in de havenmond van Volendam gingen we nog één keer op de foto. Het lijkt heel gewoon, maar veel van deze beelden vind je niet langs de schaatsroutes. De meeste schaatsgebieden vind je namelijk in protestantse gebieden en die zullen niet zo gauw een Mariabeeld plaatsen.


We kwamen net uit café "De Dijk" in Volendam, waarbij het veel drukker was dan toen de familie Tuyp de zaak had afgehuurd.


We waren met zijn vijven naar Monnickendam vertrokken op Tweede Kerstdag. Jaap de Gorter reed Wil Verbeij, Marnix en Annerieke van der Beek en mij naar "'t Marker veerhuis", waar we om kwart over 11 de eerste streken maakten in de haven.

We reden ons in, want Mark van der Geest kwam met zijn vrienden Rik en Jeroen onze gelederen versterken.
We reden eerst met zijn zessen naar Marken, terwijl Marnix en Annerieke in een rustiger tempo naar de eerste drinkpost toe gleden. In Marken kwam ik er achter, dat ik mijn Fryslânmuts was verloren. Wie hem gevonden heeft....
Wij reden Annerieke tegemoet. Ze was alleen. Haar broer ging liever foto's maken van deze prachtige omgeving. We reden weer naar Marken en vandaar dwars over de Gouwzee weer naar Monnickendam.


Het ijs was zwaarder, doordat het licht dooide. Je sneed zodoende dieper in het ijs.
Richting Volendam was er 1 plek, waar het ijs wat langgerekte dooischeuren vertoonde, maar voor de rest was het prima te doen. Zodoende hadden we onder het toeziend oog van het Mariabeeld wederom een gezegende dag op de Gouwzee!

zaterdag 25 december 2010

Koek en zopie met Kerstmis

Onder de kerstboom stond sinds gisterenmiddag een pakje, dat Jaap de Gorter voor me gekocht had. Vanochtend pakte ik het na het ontbijt met Ada uit. Het was het boek "Koek & zopie" van Johan Faber.

Dat wordt weer lekker lezen in deze deels in De Volkskrant verschenen verhalen over de mooiste sport, die er is. En dat, terwijl ik al helemaal in de stemming ben door het vele natuurijs deze decembermaand.
Zodoende zat ik om 10 over 10 weer op de fiets om samen met Jaap de Gorter naar Mark van der Geest te fietsen. Met zijn drieën reden we naar Monnickendam, waar we vlak bij "'t Marker veerhuis" parkeerden. Om 12 uur reden we over het spiegelgladde ijs bij de haven van Monnickendam. Frans van Rijn had het helemaal bij het rechte eind, toen hij ons mailde: "Door de harde wind, ik denk windkracht 7, gevoelswindkracht 9, was de sneeuw overal verwaaid. De baan was dus letterlijk weggewaaid. Overal lagen sneeuwhopen. Het was ontzettend leuk om daar omheen te schaatsen. Heel af en toe moest je klunnen om je tocht te kunnen voortzetten."
Op www.schaatsforum.nl had ik gelezen, dat zowel Marken als Volendam bereikbaar waren, dus niets stond een mooie schaatsdag in de weg. Waar wij dachten, dat het rustig zou zijn op Eerste Kerstdag, maar daar vergisten wij ons in. Op deze bijna windstille, zonnige middag met temperaturen rond het vriespunt hadden veel mensen de schaatsen ondergebonden.
Eerst reden wij over het over het algemeen goede glijijs naar het verste punt van het rondje van deze week, aan de dijk naar Marken. Vandaar reden we in een bontgekleurd lint door naar dit voormalige eiland.

De oversteek van hier naar Volendam was door wat langgerekte windwakken lastig. We besloten voor de veilige route via Monnickendam te kiezen en koersten zo aan op Volendam. Onderweg kwamen we de IJVL-families Snel en Kamsteeg tegen. Bij Volendam moet je wel goed uitkijken. Her en der had je hier windwakken.

Zolang je de schaatssporen van anderen volgt, kan je weinig gebeuren. Nadat we hier tussendoor geslalomd hadden, zag ik Marc Janssen bij de ingang van de haven.
In de haven klikten we onze schaatsen af en liepen naar café "De Dijk".

Het was niet bepaald een stampvol café, maar desondanks konden we met moeite koffie en warme chocolademelk bestellen. Café "De Dijk" was afgehuurd door en voor de familie Tuyp.
Een goed verstaander heeft een half woord nodig, dus deze koek en zopie was voor mijn rekening.
We reden naar Monnickendam en van hier naar de dijk naar Marken. Onderweg hoorde ik iemand ineens roepen: "Hé, Bert!"
Ik keerde me om. Met mijn trainingsjack met het logo van de firma Breed & Zonen uit Nieuw-Vennep was ik herkend door iemand, die mijn weblog leest. Hoezo, internet niet sociaal?
Ik voegde me weer bij Jaap en Mark bij de dijk. Daar we hadden afgesproken om om 2 uur te vertrekken naar huis, hadden we geen tijd om dit plaatsje voor de tweede keer te bezoeken. Derhalve reden we linea recta naar Monnickendam terug.

Om 3 uur waren we weer terug in Leiden, met de principe-afspraak om morgen weer een paar uur naar de Gouwzee te gaan.

vrijdag 24 december 2010

Salomonsoordeel

Vandaag weer eens een dagje wezen werken. Het was gezellig druk in de bibliotheek en toen mijn dienst er om 2 uur op zat, fietste ik naar huis bij temperaturen net boven het vriespunt om met de kluunschaatsen in de rugzak door te rijden naar de ijsbaan van Voorschoten, om toch nog ruim een half uur op natuurijs te kunnen schaatsen.
Hier zag ik Jaap de Gorter en Mark van der Geest rondrijden. Ik voegde me bij deze bikkels, die tijdens de sneeuwstorm op de Vogelplas wel een paar rondjes gereden hadden. Zowel Jaap als Mark hadden nieuwe schaatsen: kluunschaatsen van het merk Salomon.

Zodoende kunnen ze vanaf nu een Salomonsoordeel vellen....

donderdag 23 december 2010

De hel van het noorden


Het dooide lichtjes in Leiden. Ik fietste om kwart voor 9 naar de IJshal, waar ik schaatsles zou geven. Er waren in totaal 129 kinderen. Ik had een groep van bijna 20 kinderen en rond het thema "de kerstboom" had ik een hele serie oefeningen bedacht.
Om kwart over 10 was de les afgelopen en met een zestal natuurijsliefhebbers vertrok ik voor de vierde dag op rij naar Monnickendam. Een prima kwartet.

Het weer was wel anders, dan de eerste dagen. De temperatuur lag net boven nul, maar door de harde noordoosten wind voelde het een stuk kouder aan. In een mailtje van één van mijn trainingsmaten werd het als volgt omschreven: "In Monnickendam kwamen we echter in de Hel van het Noorden terecht."

Dit klopte deels wel. Doordat de temperatuur niet laag was, was het wat dat aangaat goed uit te houden, maar het was tegen de wind in wel bikkelen. De eerste ronde ging het het beste. Er was nog niet zo veel stuifsneeuw de geveegde baan opgewaaid, maar gaandeweg werd de baan steeds smaller en op een gegeven moment waren er sneeuwduinen, waardoor je heen moest klûnen.
Ik citeer nogmaals uit het mailtje, omdat het exact beschrijft, wat er bij onze groep ook gebeurde: "Klûnen door hoge sneeuw op klapschaatsen is ook geen succes. De sneeuw achter het schanierpunt wordt geplet tot ijs en op een gegeven moment wordt dit zo dik dat je schaats niet meer wil dichtklappen. Met je autosleutels het ijs er tussenuit peuteren, zittend in de sneeuw, zo goed en zo kwaad als het ging.
Op het smalle parcours, waar gisteren nog het geveegde pad was, kon je nu onmogelijk de langzaam voortschuivende rij schaatsers passeren."

Bert Frederiks had hetzelfde probleem, waarvoor ik een probaat hulpmiddel bij me heb: een imbussleutel! Bij deze dus een gratis Toertochttip: neem een imbussleutel mee. Daarmee kun je sneeuw bij de scharnierpunten wegschrapen en ook uit het potje verwijderen. Als je de maat imbussleutel meeneemt van je klapmechanisme, kun je deze in noodgevallen nog aandraaien ook. En het weegt verder niets, dus wat let je.
De hele tocht reed ik op met Bert Frederiks, Jacques Doeleman en Arthur en Jochem van Winsen. Ook dat is wel iets, wat ik me vroeger nooit gerealiseerd had: dat ik nog eens een toertocht zou rijden met iemand, voor wie ik de eerste schaatstrainer was.

We hebben 3 rondjes gereden en vooral ook door de sneeuwduinen geploegd. Wat dat aangaat was het een exacte kopie van de sneeuwstorm op de Vogelplas begin december. Maar ook hierbij geldt: je kunt dit met de Elfstedentocht ook treffen.
Het laatste half uur hebben we de schoongeveegde banen een paar keer op en neer gereden. Sjaak Stuijt had ons een rondje gedubbeld, terwijl Frans van Rijn in eigen tempo was blijven schaatsen.
We sloten deze gezellige schaatsdag af in "'t Marker veerhuis". In de auto luisterden we naar de ontknoping van het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen op natuurijs in Wanneperveen. Ook daar was veel harde wind en stuifsneeuw.

Na me thuis gedoucht te hebben en een hapje gegeten, reed en glibberde ik op de fiets naar Katwijk. Soms moet er ook gewerkt worden....
En wie denken jullie, dat ik, komend vanaf de Gouwzee, af moest lossen? Walter de Gouw!

woensdag 22 december 2010

Tineke Dijkshoorn


Sommige dagen worden op een onverwachte manier bijzondere dagen. Zo ook de dag waarop de winter van 2010-2011 officieel begon. De eerste verrassing kwam gisterenavond al. We belden naar Siebe om hem op de hoogte te stellen van het weer en vooral de enorme hoeveelheid sneeuw in onze omgeving. Hij zou overmorgen gaan rijden.
"Ik zit al bij Parijs", was zijn antwoord. In overleg met de professor mocht hij het laatste college van 2010 laten schieten en was hij om 8 uur met zijn oude Peugeot uit Oviedo vertrokken.
Je slaapt na zo'n mededeling toch anders. Zodoende droomde ik over hem, toen ik meende, de bel te horen. Ik had het niet gedroomd: Siebe was om 10 over 3 veilig thuis! Het allermooiste Kerstcadeau!
En om het compleet te maken: 's avonds zaten we voor het eerst sinds meer dan een jaar als gezin Breed weer met zijn zessen aan tafel. Want ja, Spanje is toch een eind weg....
Uiteraard even gekletst met zoonlief, waarna je toch niet meteen in slaap sukkelt. Desondanks werd ik om 7 uur wakker. De schaatskleding kon weer aangetrokken worden en om half 9 ploegde ik met Ada over de sneeuwlagen in de Stevenshof om krentenbollen te halen en daarna door te fietsen naar de IJshal, waar ik les zou geven aan kinderen. Henk Heuzen was er gelukkig ook weer. Hij deed de kleding van de Kerstman aan, terwijl ik net als vorig jaar voor rendier mocht spelen.
De les ging, zoals gebruikelijk, behoorlijk speels.
Om kwart over 10 mocht ik met de Kerstman op de slee nog een ererondje rijden, waarna ik naar buiten kon om te kijken, wie er vandaag mee wilde naar de Gouwzee. In de hal hoorde ik, dat er na de 125 kinderen van maandag en de 106 van gisteren nu 133 op de schaatsles waren afgekomen.
Met Sjaak Stuijt en Bert Raaphorst reden we naar Monnickendam, waar we in "'t Marker veerhuis" wat dronken, voor we het ijs op stapten. De temperatuur was iets hoger dan gisteren, maar door de harde wind voelde het kouder aan. Voor de ijszeilers was het daardoor trouwens een uitstekende dag.

Sjaak kwam al na een km een klasgenoot van de lagere school tegen. We reden een tweetal rondjes van de niet officieel aangekondigde toertocht, toen we op Wim van Huis en Evert Boekhout stuitten. Zij hadden al 4 rondjes van 10 km gereden en het moment, dat wij warme chocolademelk dronken, was voor hen het moment om er een punt achter te zetten. Voor ons niet: wij gingen in wisselend tempo nog een drietal rondjes rijden. Soms ging het behoorlijk hard, dan weer wat rustiger.
Tussendoor zorgden we er wel voor om af en toe wat te eten, want als je de hongerklop krijgt, kom je niet meer vooruit.
De lus van 5 km was behoorlijk goed, maar de lus naar de haven van Monnickendam was een stuk slechter dan gisteren. Het gedeelte met het sneeuwijs vertoonde aardig wat uitgetrapte plekken, met aardig wat valpartijen tot gevolg. Sjaak Stuijt had daar geen last van. Het is ongelofelijk, hoe lichtvoetig hij over slecht ijs heen danst!
De laatste ronde ging Sjaak nog even vol gas rijden, terwijl Bert en ik nog een rondje op techniek gingen schaatsen.

Bij de dijk naar Marken dronken we warme frambozenlimonade, naar Noors recept, toen we Dick de Bles aan zagen komen. Hij nam een foto van deze krasse knarren.

Nu reed er een vrouw mee in de groep van Dick de Bles. Door de bivakmuts was het absoluut niet te raden, wie het was. De enige aanwijzing was Schipluiden achter op haar trainingsjack. Zij kwam bij ons op de foto en wij kregen van Dick de opdracht om te raden, wie er achter die bivakmuts schuil ging.

Een soort vrouwelijke Sting dus.

We reden de rest van het rondje met Dick op kop, de geheimzinnige vrouw daarachter, ik reed op de derde plek en Bert volgde mij. Zo reden we door naar de haven van Monnickendam, waar het dagje Gouwzee er voor ons op zat. Op het gepuzzel na, natuurlijk. Bij het weggaan gaf Dick ons nog wel een hint mee: "Er zijn maar 3 vrouwen in Nederland, die hebben, wat zij heeft!"
Daar dit ongetwijfeld iets met schaatsen te maken moest hebben, liepen we op we weg naar "'t Marker veerhuis" hardop te filosoferen. In eerste instantie dachten we aan een gouden medaille op een bepaalde afstand, maar plotseling kreeg ik een heldere ingeving: er zijn maar 3 vrouwelijke winnaars van de Elfstedentocht!
Klasina Seinstra viel af, daar zij in Friesland woonachtig is. Het zou dus Lenie van der Hoorn of Tineke Dijkshoorn, beiden woonachtig in Zuid-Holland, moeten zijn.
Thuis keek ik in een van de boeken van de Tocht der Tochten en inderdaad: in 1986 won Tineke Dijkshoorn-Olsthoorn de Elfstedentocht. Haar woonplaats: Schipluiden!
Bingo!
En zo werd deze dag voor de tweede keer een heel bijzondere dag voor me. Ik schaats immers niet iedere dag 5 kilometer achter een winnares van de Elfstedentocht aan!

dinsdag 21 december 2010

't Marker veerhuis

Het is bijna niet te geloven, maar weer had het gesneeuwd! Volgens mij is het voor het laatst in de barre winter van 1979, dat er zoveel sneeuw is gevallen. Er stonden in de Randstad dan ook ellenlange files.
Om kwart voor 10 verzamelden we ons bij de IJshal, waar we om 10 uur vertrokken in het busje van Jos Fugers. Nu is Jos niet zo maar een trainer, maar hij is een toptrainer. En toptrainers zorgen altijd voor iets extra's. Jos dus ook. Wij kregen een gratis krachttraining: we mochten het busje op gang duwen bij de IJshal!
Om 11 uur waren we onze schaatsen aan het aanklikken bij "'t Marker veerhuis" bij de haven van Monnickendam.

Vanaf hier ging de gashendel meteen goed open. Vooral Frank Damen had er zin in. Met Bert Raaphorst en Jos Fugers kon ik me met hangen en wurgen handhaven in deze marathongroep. Hetty ten Oever en Bram Beneken Kolmer gingen meteen over op hun eigen tempo en hen zouden we pas om half 3 weer zien bij "'t Marker veerhuis".In een hoog tempo reden we met ons vieren het rondje van 9,2 km over de witte vlakte.

Na exact 1 rondje gereden te hebben, kwamen we Jaap de Gorter en Jos Drabbels tegen, zodat we met ons zessen het grote rondje nogmaals reden. Jaap was de enige, die op klapschaatsen reed, en hij was niet bepaald geamuseerd, toen de extra lus vooral uit wasbordijs bleek te bestaan.

Deels komt dit, door het verschil in schaatsen: bij klapschaatsen loop je op natuurijs veel meer kans op een val. Als je in een scheur rijdt, kantel je als het ware voorover, dus de klap is dan nog eens extra hard ook. Met de kluunschaatsen heb je hier geen last van. Daarmee kachel je overal overheen.
Na 3 rondjes werd het tijd voor koek en zopie. Hier kwamen we Dick de Bles tegen, die de lokroep van het natuurijs ook niet kon weerstaan. Hij was van plan geweest naar de Blokzijlermerentocht te gaan, maar nadat hij er 2 uur over gedaan had om Leiden te bereiken, had hij zijn plan aangepast en voor de Gouwzee gekozen. Een wijs besluit.



Op youtube zijn diverse films te vinden over deze schaatsdag op de Gouwzee.

De volgende ronde wilden we weer de volledige ronde rijden. Jaap dacht hier anders over en ging op eigen houtje de kleine ronde van 5,3 km een aantal keer rijden.
Net toen ik dacht, dat ik aardig mee kon met de marathonschaatsers van de IJVL, liet Jos Drabbels merken, dat dit niet zo was. Hij zette zich aan kop van onze groep en voerde het tempo dusdanig hoog op, dat ik al snel moest lossen. In eigen tempo reed ik achter onze groep aan. Maar dat is geen schande. Jos doet morgen bij de veteranen mee met het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen op natuurijs.
Jos Fugers gaf me trouwens een compliment voor mijn verbeterde techniek: "Je rijdt veel beter dan 2 jaar geleden. Hoe komt dat?"
"Ach, ja", antwoordde ik geheel naar waarheid: "Ik heb een keer les van jou gehad!"
Tot half 3 reden we door. Iedere halve ronde reed er iemand anders van onze groep op kop. Het heerlijke schaatsen van een kleine 70 km op de Gouwzee op deze bewolkte dag met wat meer wind dan gisteren, sloten we af met warme chocomel, appeltaart of snert in "'t Marker veerhuis".