dinsdag 21 november 2017

Naweeën

Thuis ben ik opgevoed met het gezegde "'s Nachts een vent, 's ochtends ook een vent". Ondanks dat mijn bovenbenen na de Zevenheuvelenloop nog behoorlijk vol zaten met afvalzuur, was dit uiteraard geen reden om de schaatstraining met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal.
Bij het inrijden voelde ik al, dat de bochten niet lekker liepen. Met name in de bochten moet je wat meer druk zetten, maar de bovenbenen protesteerden. Dan kun je 2 dingen doen. Je kunt proberen de bochten "normaal" te lopen met pootje over of je kunt de bochten als een beginneling nemen door de bocht in te glijden, dan 2 slagen rechtuit te doen en dan de bocht weer uit glijden. Qua snelheid maakt het met gevoelige bovenbenen niet zo veel uit, welke methode je kiest. Alleen de tweede methode kost minder kracht en is minder pijnlijk.
Deze methode beheers ik prima. Bij de zevende editie van de 1000 rondjes van Leiden heb ik deze vorig jaar uitgereden zonder een keer pootje over te doen. Normaal gesproken begon ik hier pas ergens in de laatste 50 kilometer mee.
Ik zorgde er dus voor, dat ik ergens aan de staart van het peloton bungelde. Zo had niemand last van mij. Een enkele serie werd ik op een rondje gereden door het peloton van 27 "Krasse knarren". Maar de 25 rondjes reed ik gewoon op kop. De rondjes gingen in 24 kilometer per uur tegen normaal 25. Dat verschil in snelheid betekent wel, dat je soms af moet haken bij het peloton. Maar de oorzaak kende ik: de naweeën van de Zevenheuvelenloop. Maar dat is over een paar dagen weer over!
Ondanks of beter gezegd de tegenstribbelende bovenbenen was dit een prima mentale voorbereiding op de 1000 rondjes van Leiden op 17 december. Je kunt jezelf een hoop wijsmaken, maar niet, dat je 200 kilometer geheel pijnvrij kunt schaatsen.

maandag 20 november 2017

Zevenheuvelenloop

Ik werd gisterennacht om een uur of 5 wakker na een heldere droom. Mijn oudste broer Kees kwam aangewandeld met een kinderwagen. Ik stekte mijn hand uit en deze ging dwars door hem heen. Desondanks omhelsde ik mijn overleden broer.
Ik was meteen klaar wakker. Deze Zevenheuvelenloop zou voor mij sowieso een bijzondere worden. Mijn vader was 15 jaar geleden op 93-jarige leeftijd overleden.
Ik wist dus, dat ik zou lopen met hen in gedachten. Wel bleef ik nog stilletjes in bed liggen. Mijn vrouw sliep nog.  Mijn moeder zou zeggen: "Al slaap je niet, je rust toch."
Joop Zoetemelk zou hier op aansluiten met: "De Tour wordt in bed gewonnen."
Voor degenen, die nu denken, dat ik zodoende gisteren de Zevenheuvelenloop heb gewonnen: ik moet jullie teleurstellen. Vermoedelijk had ik daarvoor langer in bed moeten blijven liggen....
Na het ontbijt wandelde ik om 9 uur naar station De Vink, waar ik had afgesproken met Walter en Marnix Boon. Gedrieën reisden we naar Nijmegen toe met een overstap op Amsterdam Centraal.  Minimaal driekwart van de passagiers was loper. Ook al wist ik dit van andere jaren, het blijft toch bijzonder.
Traditiegetrouw wandelden we in de Keizer Karelstad naar de parkeergarage van de Rabobank, dat altijd mijn kleedkamer was. We werden nu echter geweigerd op grond van het startnummer. We moesten naar de parkeergarage van de ABN-Amro. Hier konden we nog even wat eten en drinken, voordat we ons naar onze startvakken begaven. Doordat ik 1.14.00 als verwachte eindtijd had opgegeven, zat ik een startvak achter Walter.
Na ruim 22 minuten wachten in startvak Groen kon ik eindelijk richting Groesbeek lopen. Het zonnetje scheen op deze vrij koude dag. Zodoende konden de mouwen als snel worden opgestroopt.
Waar voorheen om de 5 kilometer een meetpunt was, daar werd nu iedere kilometer de chip op het startnummer uitgelezen. De start was voortvarend. De eerste helft van de loop ging ook prima. Onder het motto "Ik zie wel waar het schip strandt" probeerde ik een goede tijd neer te zetten.
Tot de Zevenheuvelenweg kon ik in de 4 minuten blijven. Daar begon het te regenen. Dat was nog tot daar aan toe, maar er stak ook een wind op. Tegenwind nog wel.
Door de combinatie van tegenwind en de beklimmingen liep het tempo lichtjes terug. Derhalve ging de tweede helft van de Zevenheuvelenloop ondanks het afdalen van Berg en Dal naar Nijmegen minder snel dan de eerste. Pas in de laatste 2 kilometer kon ik weer versnellen.


Dankzij deze versnelling slaagde ik in de opzet om onder de  1.13 te duiken: 1.12.46. 
Het spreekt voor zich, dat ik hier dik tevreden mee was. Ik haalde mijn loopjack van het spijlenhek en wandelde als nummer 5760 van de 21.190 naar de parkeergarage, waar ik een fleece en een trainingsjack aandeed. Ik wandelde naar het station, waar ik de trein van kwart over 3 had. Via Amsterdam treinde ik naar De Vink, waar ik hoorde, dat Walter 1.09.03 gelopen had en Marnix een supersnelle 1.02.44. Zij hebben geleerd om hun eigen boontjes te doppen....

zondag 19 november 2017

"The Armed Man" in stereo

Het was vroeg op gisterenmorgen. Doordat de NS een nieuwe spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal liet plaatsen, lag het treinverkeer tussen Leiden, Den Haag en Rotterdam en Utrecht er dit weekeinde uit. Dat betekende omreizen via Schiphol. Om op tijd in de Nicolaïkerk in Utrecht te zijn, moesten we om half 9 de trein naar de Domstad hebben. Dat hield in, dat ik om 8 uur mijn zoutarme brood bij "De Helianth" op mijn fiets op moest halen.



Alles lukte en om half 10 wandelde mijn vrouw en ik naar een nog rustig Utrecht naar de Nicolaïkerk, waar een half uur later de scratchdag van "The Armed Man" begon. Daar was het een stuk drukker. Je hebt niet iedere dag een koor van 400 man bij elkaar. Onder hen waren Bas en Nel Warnink, met wie wij 4 weken geleden bij de extra oefendag meegezongen hadden.
Het hele middenschip was bezet met aan de ene kant alten en aan de andere zijde sopranen en tenoren. Het Promenadeorkest zat in het midden en de bassen zaten pal achter het slagwerk. De kans om weg te dommelen was tot nul gereduceerd.
Dirigent Martin van der Bruggen was weer ouderwets in vorm en zette net als de vorige keer meteen bij het openingsnummer al de puntjes op de i. Dat deed hij met veel humor. Om het geluid te testen, dat hij een aantal medewerkers het en der in de kerk gevraagd om een wijsvinger op te steken als het goed was: "En beslist geen andere vinger!"
Voor de theepauze zat ik op de tweede rij met niemand voor me. Toen ik na de pauze een man voor me kreeg, die ruim een kop groter was dan mij, ging ik ook op de eerste rij zitten, pal achter de pauken en de tubalar bells.
Het orkest was erg goed en daar hadden de bassen veel steun aan, doordat we er pal achter zaten. Dat zong dus heel lekker. Om half 1 waren we halverwege de partituur gekomen. We lunchten in een hoek van de Nicolaïkerk, waarna we een stukje gingen wandelen. We liepen naar "De Heeren van Leeuw", waar we een tafel voor 4 personen reserveerden voor na het concert.
Na de wandeling begonnen de tenoren en bassen meteen aan "Save me from bloody man". Deze liep erg lekker.
Inmiddels waren de solisten ook gearriveerd, zodat we ook met hen konden oefenen of gewoon konden luisteren naar hun prachtige stemmen, zoals de vertolking van de Argentijnse Alexandra d'Espinoza in "Now the guns have stopped".
Ook de Irakese zangeres Baidar Al Basri zong een tweetal Arabische liederen, die perfect aansloten op "The Armed Man".



De bassen hadden de hele dag geluk, want de lastige partij "Christe Eleison" in het "Kyrie" werd een keer of 7 herhaald, doordat de fuga bij de andere partijen verderop in het lied niet lekker liep. Elk nadeel heb zijn voordeel.
Na de repetitie volgde een verkleedpartij met kleren uit de verkleedkist.
Over de uitvoering kan ik kort zijn. Deze ging gewoon heel erg goed. Natuurlijk zaten er wel enkele kleine schoonheidsfoutjes, maar dat is met een scratch onvermijdelijk. Enthousiasme maakte dat meer dan goed, zodat de 500 luisteraars konden genieten.  En ik kan het weten, want ik hoorde "The Armed Man" in stereo!
De paukeniste speelde bij het slotnummer met een houten hamer op de tubalar bells. Als ervaren sportman kon ik haar mededelen: "Dit is weer eens wat anders dan de man met de hamer."
Om kwart over 6 zaten Bas, Nel, Ada en ik aan een tafel in "De Heeren van Leeuw", waar we een gezellige maaltijd hadden met uitstekend eten en drinken en enkele lachsalvo's. Het was een prima afsluiting van een heerlijke zangdag.

vrijdag 17 november 2017

Coopertest

Voor de tweede keer op rij verliep de training van de IJVL heel anders, dan ik me had voorgesteld. Maar als trainer moet je flexibel in kunnen spelen op de gewijzigde omstandigheden.
Het uur van de buitenschoolse sport ging geheel volgens planning. Met een groep van 20 kinderen werkte ik samen met de 11-jarige Jelle als assistent mijn programma af. Op een speelse wijze uiteraard. De rode draaf was diep zitten, zijwaarts afzetten en de valbeweging.
Aan het einde van de training deden we tweelingtikkertje en "Schipper mag ik overvaren?"
Na een pauze van een kwartier mocht ik weer aantreden. Het idee om dezelfde les nogmaals te geven kon meteen naar het rijk der fabelen verwezen worden, daar er geregeld was, dat we op de buitenbaan een Coopertest van 8 minuten mochten houden.
Je moet als trainer goed weten, wanneer je je schema los laat. Dit was zo'n moment. Met de kinderen uit beide groepen deed ik oefeningen om rust in de slag te krijgen en ik liet ervaren, dat je soms beter wat minder diep kunt zitten, daar je benen anders vol liepen.
Om 10 voor 6 reden we naar de buitenbaan, waar we na een loze ronden aan de Coopertest van 8 rondjes begonnen. Ik reed met een meisje mee, dat vandaag een proefles had. Zij viel meteen met haar neus in de boter.
Na de Coopertest, waarbij de 2 nieuwkomers toch nog anderhalve kilometer schaatsten en de snellere kinderen het dubbele, gingen we weer terug naar de binnenbaan, waar ik voortborduurde op het verlengen van de slag.
Het laatste kwartier speelden we w.c.-tikkertje en tweelingtikkertje. De meeste kinderen hadden nog rode konen van de Coopertest.

Oktopus-reünie

Na gisterenochtend in de Leidse IJshal lekker geschaatst te hebben, fietste ik om 1 uur naar mijn werk. Door de afwezigheid van de conciërge mocht ik deze week langs de filialen rijden om de kratten met boeken te wisselen. Betaalde krachttraining.
Na de rit in de biebauto fietste ik om 4 uur door de duinen richting Noordwijk. Vandaar fietste ik door de duinen en langs de duinrand noordwaarts. Met het prachtige herfsttooi van de bomen was het er prachtig. In dit kleurenpalet reed ik een heel stuk langs het mountainbikeparcours, waar ik ook wel een paar keer rondgereden heb.
Langs het Oostduinse meer trapte ik naar de Ruigenhoek en vandaar langs "De Keukenhof", waar we ooit tussen de toeristen gerend hadden.
 Via Lisse en Lisserbroek kwam ik in Nieuw-Vennep, waar ik samen met mijn neef Dennis bij mijn zus Annie ging eten. We konden bij de soep, andijviestamppot en vla met yoghurt bijkletsen, voordat ik weer verder ging. Om half 8 zouden we bij Carla Beenakker vergaderen over de Oktopus-reünie van 30 juni 2018, waarvoor alle verloven zijn ingetrokken.
Toevalligerwijze was het exact 4 jaar geleden, dat de vorige reünie van "Oktoplus" plaatsvond. De vergadering met dezelfde commissie als destijds was een ouderwets zooitje, dat van lachsalvo's en spitsvondige opmerkingen over en weer aan elkaar hing.
In enkele onbewaakte ogenblikken, waarop we een poging deden om serieus te zijn, namen we onverhoeds een paar beslissingen, zodat in hooguit 10 minuten effectieve vergadertijd
de volgende Oktopus-reünie grotendeels rond was.
Om 9 uur zat ik in regenpak gehuld weer op de fiets. Via Abbenes en Warmond reed ik terug naar de Sleutelstad, waar de kilometerteller aangaf, dat ik in totaal 69 kilometer had afgelegd. Niet gek voor een doordeweekse werkdag, waarop ik ook al ruim 30 kilometer had geschaatst. Maar ja, over een maand moet ik klaar zijn voor de 1000 rondjes van Leiden.

donderdag 16 november 2017

Groeven

Bij aankomst bij de Leidse IJshal kostte het enige moeite om een plek te vinden, waar ik mijn fiets aan het rek vast te zetten. Het beloofde dus een drukke training van de "Krasse knarren" te worden. Hetgeen klopte. We begonnen met een peloton van 26 man, maar met een paar laatkomers reden we op een gegeven moment een serie met 30 man.
Het was een prachtig gezicht als je als laatste van het peloton de bocht uit kwam. Degenen, die op kop reden waren dan de volgende bocht al weer in gedoken. In zo'n lang lint is het makkelijker om de snelheid vast te houden. Je wordt als het ware meegezogen.
De keerzijde was, dat er wat groeven in het ijs ontstonden. Met name in de bochten zocht je schaats soms een "weg", die je zelf niet wilde. Wat dat aangaat is het net als bij de ouderwetse lp's. Soms waren platen grijsgedraaid en dan kon de naald in een groef blijven hangen of juist een groef overslaan.
Desondanks hebben we heerlijk gereden. Voor het eerst in de afgelopen jaren was lang niet iedereen aan de beurt geweest voor de 5 rondjes op kop. Als dit de voorbode is van een natuurijswinter....

woensdag 15 november 2017

"Je bent één brok onverzettelijkheid!"



In het Leidsch Dagblad van gisteren stond een rouwadvertentie van Jédidjah Duindam, die op 72-jarige leeftijd is overleden. Of om het in haar eigen woorden te zeggen: "Dan ga je hemelen."
Zelf leerde ik Jédidjah kennen via mijn vrouw, die yoga deed, toen de kinderen nog klein waren. Dat was op dinsdag- of op woensdagavond. Voor mij betekende dat, dat ik op de andere avond kon gaan sporten. Dat was eind jaren '80 geen probleem. De Ton Menken IJsbaan had in die tijd op dinsdag-, woensdag- en donderdagavond vrij schaatsen, terwijl de droogtraining van de IJVL op dindsdag- en woensdagavond gegeven werd. Als ik de ene avond niet kon, dan switchte ik naar de andere.
In de jaren '90 kruisten onze wegen elkaar vaker. Jédidjah vond, dat ik onverzettelijk was. Wat heet: "Je bent één brok onverzettelijkheid!"
Helemaal bezijden de waarheid was dat niet. In die jaren wilde ik het missen van de Elfstedentochten van 1985 en 1986 goedmaken. In februari 1991 lukte het eindelijk om een keer 200 kilometer op een dag te schaatsen door 4 keer achter elkaar de Molen- en Merentocht te schaatsen. In een sneeuwbui waarin af en toe je geen hand voor ogen zag op soms zeer slecht ijs. Ik denk, dat ik wel 40 keer gevallen ben. Op zulke dagen is het hebben van wat onverzettelijkheid wel handig.
Op 3 januari 1997 had ik deze karaktertrek heel hard nodig, toen ik met Jaap de Gorter de Elfstedentocht schaatste. Ondanks kramp in mijn kuit wist ik de Tocht der Tochten uit te rijden. Normaal gesproken is het einde oefening als je kramp krijgt, maar bij de Elfstedentocht gelden andere wetten.
Van Jédidjah heb ik zinvolle tips gekregen om wat meer ontspannen en minder prestatiegericht om te gaan met sport en vooral er meer van te genieten. Dat laatste lukt me heel aardig.
Maar opgeven? Daar houdt een Breed helemaal niet van. Wat dat aangaat blijf ik, maar wel op het juiste moment, één brok onverzettelijkheid.
Bij deze wens ik Han en de rest van de familie veel sterkte toe met dit verlies, nu Jédidjah is gaan hemelen achter de regenboog.