woensdag 16 oktober 2019

De geest is uit de fles

Na het boerenprotest van ruim 2 weken geleden is het zonneklaar: de geest is uit de fles.
Massaal trokken trekkers op naar Den Haag. Het Malieveld was een groot parkeerterrein voor deze tractoren.
Voordat het zover was, trok de karavaan uit alle richtingen richting Residentie. Dat leidde op tal van wegen tot lange files. Zo ook op de A44.
Aan het eind van de middag zag ik, toen ik naar huis fietste na mijn werk, een lang lint oranje zwaailichten vrij langzaam over de A44 rijden. Toen mijn vrouw een uur later thuis kwam, vertelde ze me, dat er nog steeds een stoet tractoren over de A44 noordwaarts reed.
Het is duidelijk. De boeren zijn boos. De geest is uit de fles en deze krijg je er niet zomaar meer in. De tractoren zullen de komende tijd regelmatig her en der in het land het stadsbeeld bepalen.
Daar ik als kind ben opgegroeid in de Haarlemmermeer, heb ik al jong geleerd, dat je als fietser in het verkeer maar beter gepaste afstand kunt bewaren van landbouwvoertuigen....




dinsdag 15 oktober 2019

Pilon op het ijs

Oktober is tot nu toe een kletsnatte maand. In de eerste 2 weken is in De Bilt al net zoveel gevallen als normaal in de hele maand. En dan te bedenken, dat meetpunt Voorschoten nog veel meer regen te verstouwen kreeg....
Op een paar spetters na was het droog, toen ik om half 9 onder een grauw wolkendek naar de Vondellaan fietste om met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal te gaan schaatsen.
De neerslag van de afgelopen dagen deed zich ook gelden op het ijs. Het zag er aangeslagen uit, maar het gleed verder goed. Zoals gebruikelijk.
Wat niet gebruikelijk was, was dat er in een van de bochten een pilon op het ijs stond. De druppels, die vanaf een van de spanten telkens op dezelfde plek omlaag kwamen zetten, hadden een klein gaatje in het ijs gemaakt. We moesten die bocht dus wat voorzichtiger nemen.
Net als vorige week was het weer druk vanmorgen. IJsmeester Jan van Rijn telde op een gegeven moment 32 schaatsers op de buitenbaan. Geen gek aantal op een gewone doordeweekse dinsdagmorgen. Onder hen was Jan Pieter Tensen, die zijn debuut maakte bij de "Krasse  knarren".
Het grote verschil met de openingsochtend van ons schaatsseizoen was, dat de snelheidsmeter het weer deed. We spraken af, dat degene, die op kop reed, 25 tot 26 kilometer per uur zou rijden. Zowaar dat deze snelheidslimiet door de meeste schaatsers in acht werd genomen.
Het leek wel, of ik hen wat discipline had bijgebracht!
Zelf had ik wel het goede voorbeeld gegeven door de 25 rondjes met telkens een gemiddelde van 25 tot 26 kilometer af te leggen. Het was een vlakke 5 kilometer.
Maar om nu te zeggen, dat ik plotsklaps over natuurlijk overwicht beschik, lijkt me ook een tikkeltje overdreven....

Herfstvakantie

Volgende week is het weer zo ver. Dan is het Herfstvakantie. Daar het deze maand echt herfst is, is het dit jaar een stuk aantrekkelijker dan vorig jaar om met de kinderen te komen schaatsen in de Leidse IJshal, waar van maandag tot en met vrijdag iedere ochtend trainers klaarstaan om kinderen te helpen om zich te bekwamen in de edele schaatssport.
Ik ben alle ochtenden van de partij. Ik heb er zin in. We gaan er weer een leuk schaatsfeest van maken!

maandag 14 oktober 2019

Zonnevlekken en de komende winter

Het is lastig om de komende winter te gaan duiden. De opwarming van het klimaat doet zich dit jaar weer flink gelden.
Tegenover alle rode pieken staat slechts één maand, die een blauw dat vertoont: mei. Als je in januari eenzelfde periode met een gemiddelde van anderhalve graad te koud hebt, dan komen we zeker op de schaats.
De werkelijkheid is echter, dat we tot nu toe met veel te hoge temperaturen zitten, ONDANKS dat we nu bij het zonnevlekkenminimum zitten.
Maand na maand vertoont de zon weinig activiteit.
Dit vertaalt zich nog steeds niet in lagere temperaturen, terwijl de kans daarop bij het deel van de zonnevlekkencyclus, waarin wij nu verkeren, wel zou moeten.


Het is weliswaar geen wet van Meden en Perzen, maar de vrijwel constant te hoge temperaturen staan in schril contrast met de zonneactiviteit. Met onderstaand staatje van 300 jaar meting bij de hand kun je zien, dat er een soort 11-jarige cyclus is, waarbij de kans op natuurijs flink groter is dan gemiddeld.

De kans op een Elfstedentocht is met het stijgen van de temperatuur flink geslonken. Alles moet een keer goed vallen in de winter, dan kan het. Door ervaring wijzer geworden ben ik veel voorzichtiger geworden, maar ik heb nog steeds een stille hoop. De Rijnsburgse weerman Bas Schijff stak 10 jaar geleden zijn nek ver uit....en hij kreeg gelijk!
Zo ver durf ik niet te gaan, maar ik verwacht wel, dat we de komende winter weer op natuurijs komen. Vooralsnog hou ik het aan de veilige kant. We zien elkaar weer op de Vogelplas.

zondag 13 oktober 2019

Veldlopen tegen kanker

Vandaag stond de negende editie van Lopen tegen kanker op het programma.
Om half 11 zat ik in sportkleding van de aan kanker overleden schaatsvriend Dick van Beelen op de fiets naar Warmond. In de regen. Het was een korte bui, maar het kwam zeer soepeltjes naar beneden.
In de sporthal van Warmond, waar ik me in zou schrijven voor de 10 kilometer, kwam ik Fer Vergeer tegen, met wie ik heel wat keren in de Leidse IJshal geschaatst heb in de afgelopen 40 jaar.
Met startnummer 818  ging ik om 11 uur inlopen. Dat deed ik samen met Rob Oudshoorn, die ik bij diverse lopen in deze omgeving tegenkom. We behoren tot het selecte groepje zestigers, dat nog fit genoeg is om aan deze lopen mee te doen.
Om kwart over 11 klonk het startschot voor de 10 kilometer. Daar Rob en ik bijna op de achterste rij stonden, hadden we wel een goed overzicht over het peloton voor ons, maar duurde het wel even, voor we ons naar de voorste regionen konden begeven. In de mooie maar vrij smalle straten in Warmond was niet bijster veel ruimte om in te halen.
Pas ter hoogte van het bos rondom Huys te Warmont werden de wegen breder en konden we na een kilometer lopen in ons eigen ritme komen. Tot station Sassenheim betekende dat veel inhalen, maar af en toe moesten we goed opletten, want een aantal fietsers en een auto kwamen ons op de vrij smalle weg tussen de bollenvelden tegemoet gereden. Wat deden die fietsers en de automobilist op het parcours?


Dwars door Sassenheim liepen we naar Voorhout toe. De bewolking had even plaatsgemaakt voor het zonnetje, wat meteen aan de temperatuur te merken was. De wisselvalligheid van deze herfst liet zich goed zien, want nog geen kilometer verderop liepen we een klein stukje in de regen. Eerlijk gezegd een heerlijke verkoeling.
























De enige verzorgingspost was, zoals gebruikelijk, pas na 6,5 kilometer. Dit is het enige minpuntje van de organisatie van Lopen tegen kanker. Logistiek zal het wel niet anders kunnen, maar eigenlijk is dit net even te laat in het parcours.
We liepen in de richting van het industrieterreintje, toen een oude vrouw op een elektrische fiets mij tot 2 keer toe hinderde bij een rotonde. Toen ze aanstalten maakte om dit voor de derde keer te gaan doen, zei ik er wat van. Als antwoord kreeg ik: "Dit is een fietspad."
Ik antwoordde terug: "Dit is een hardloopwedstrijd!"
Eindelijk begreep ze het en ging op het fietspad aan de overkant van de weg rijden.
Via het fietspad langs de spoorlijn liepen we terug naar Warmond. De laatste kilometer leek wel een veldloop. Eerst over een grasstrook langs het fietspad, daarna door een door de overvloedige regenval van de afgelopen weken drassig weiland en tenslotte over een niet geheel droog te noemen pad naar de finish op de Bisschopslaan.
In een brutotijd van 50.29 kwam ik over de eindstreep. De nettotijd werd uiteindelijk 49.50. In de winkel zou je zeggen: "Een koopje!"
Met deze tijd werd ik in de totaaluitslag 62e van de 303 gefinishte 10-kilometerlopers in exact 12 kilometer per uur. Rob Oudshoorn werd 80e in 51.11. De oudjes doen 't nog best.
Ik wandelde terug naar de sporthal om mijn spullen op te halen. Bij de ingang kregen we een waterijsje. Je kon kiezen uit perensmaak en abrikozensmaak. Persoonlijk had ik de keuze tussen appel en peer een stuk uitdagender gevonden.

zaterdag 12 oktober 2019

De laatste aardbeien

Het was vandaag de hele dag grauw weer. Vanmorgen viel het met de hoeveelheid regen erg mee, maar dat kon niet gezegd worden van de middag en de avond.
Meetpunt Voorschoten was het natste plekje van Nederland. Niet voor het eerst deze oktober trouwens.
We zitten nog niet eens op de helft van de maand en het is nu al een kletsnatte maand. Dat merkte ik bij de diverse fietsritten, die ik vandaag maakte. 
Allereerst deed ik de wekelijkse boodschappen bij "De Helianth". Na deze thuis gebracht te hebben, reed ik door naar de volkstuin, waar ik tomaten, bramen en frambozen plukte en zowaar nog 2 witte aardbeien vond. Dat ze nog niet rijp waren, kon mij niet deren. De laatste aardbeien van de koude grond in oktober is al wonderbaarlijk.
In de "Stevensbloem" deed ik nog wat boodschappen na het oud papier en glas naar de kringloop gebracht te hebben. Van daar fietste ik via de Molentocht door naar Koudekerk, waar mijn vrouw een interessante documentaire bekeken.
Samen fietsten we door de regen terug naar de Sleutelstad. De ritjes bij elkaar leverde vandaag 51 kilometer op. De jassen konden we uithangen om de regendruppels eruit te laten lopen. Maar bij het toetje hadden we wel de laatste aardbeien....

Magische grens

In de sport heb je magische grenzen, waarvan gedacht wordt of werd, dat ze nooit zouden worden verbroken. In het schaatsen had je zeer lang de magische grens van 2 minuten op de 1500 meter en in iets mindere mate die van het kwartier op de 10 kilometer. Beide werden in 1971 verbroken door Ard Schenk.
Het wereldrecord op de 1500 meter was heel bijzonder. Ard Schenk en Kees Verkerk reden op de schaatsmijl tegen elkaar en doken bij die rit allebei onder de magische grens van 2 minuten. Het wereldrecord kwam op naam van Ard met 1.58.7.
Vandaag sneuvelde er weer een magische grens. De Keniaan Eliud Kipchoge liep als eerste mens de marathon binnen de 2 uur: 1.59.40.
Er was op elk detail gelet. Er waren windtunnelproeven gedaan om te berekenen, hoe Kipchoge zo min mogelijk luchtweerstand had.
En zo zag het er in het echt uit.
Ik neem mijn petje af voor het slechten van deze magische grens.
Het is aan de Britten te danken, dat het zo lang geduurd heeft, voordat een marathonloper binnen de 2 uur zou finishen. Het Engelse koningshuis zorgde ervoor, dat tijdens de Olympische Spelen van 1908 in Londen de afstand 42 kilometer en 195 meter werd. Als de eindstreep niet bij de Koninklijke loge getrokken was, was de afstand van de marathon vermoedelijk 40 kilometer geworden, Die ruim 2 kilometer scheelt bij de toppers een minuut of 5.
Er is nu een magische grens minder. Maar geen nood. Er blijven er in de sport genoeg over.