dinsdag 31 augustus 2010

Lust

Eigenlijk schrijf ik nooit op verzoek, maar voor mijn Elfstedenmaat Jaap de Gorter maak ik graag een uitzondering. In een mailtje trof ik namelijk de volgende zinsnede aan: "Waarom staat er op jouw weblog (ik zit hem net te bekijken) niets over onze skeelermarathon en dat jij volgend jaar meedoet in het team Skating with the stars??"
Welnu Jaap, bij deze: Op vrijdag 3 en zaterdag 4 september is in Biddinghuizen in Flevoland de “Raps 24 Kika”. 24 uur lang skeeleren voor het goede doel, Kinderen Kankervrij. Drie leden van de Schaatsvereniging Utrecht (SVU) zullen in samenwerking met drie leden van de Leidse ijsclub IJVL meedoen aan deze estafette onder de naam LUST: Leids Utrechts Skeelerteam.

Mijke Hartendorp, Janneke Tax en Ronald Cornelisz uit Utrecht en Andrea Landman, Jos Drabbels en Jaap de Gorter uit Leiden doen voor het eerst mee aan zo’n lange skeelerwedstrijd. Een stevige sportieve uitdaging, maar ze hebben zich goed voorbereid. Alleen het ’s nachts skeeleren hebben ze natuurlijk nog niet kunnen trainen. Maar de baan van FlevOnice is gelukkig goed verlicht.
Alle deelnemers kamperen op het terrein langs de baan. Er wordt gezorgd voor eten, drinken, muziek, massages en natuurlijk EHBO. Het belooft een gezellig evenement te worden. Met bekende Nederlanders en sporters voor "moral support" en dweilorkesten voor de sfeer.
Vorig jaar haalden de deelnemers samen meer dan € 25.000,- op voor stichting KiKa. Uiteraard gaan ze dit jaar voor een nieuw record! Sponsoren kan door geld over te maken op rekening 147488540 van stichting Raps24. Maar je kunt voor € 2,50 ook een lot kopen voor de Raps24 loterij. Na de finish op zaterdag worden spectaculaire prijzen verloot. Voor meer info kijk op http://www.raps24kika.nl.
Bovenstaande tekst is geschreven door Annerieke van der Beek, lid van de trainingsgroep van de IJVL en geplaatst in Echo door Mijke Hartendorp, tot haar verhuizing naar Utrecht eveneens lid van deze onvolprezen groep.
Uiteraard wens ik Lust komend weekeinde veel succes en uiteraard ook veel plezier en roep ik iedereen, die dit stukje leest op om Lust ook financieel te steunen. Het motto is letterlijk en figuurlijk: Lust for life!!!

zaterdag 28 augustus 2010

Rondje Rottemeren

De lucht was vochtig en bedompt in de bibliotheek van Rijnsburg, ondanks dat het zonnetje scheen, toen ik aan kwam fietsen. Dat had alles te maken met het noodweer van afgelopen donderdag. Deze bibliotheek had weer eens waterschade. Dit keer niet via het dak, maar via de nooduitgang, waar het vele water op het schoolplein ten gevolge van een verstopte waterafvoer nu naar de bibliotheek werd afgevoerd.
Nu hebben wij een verzekering voor waterschade, maar de verzekeringsmaatschappij keert niets uit, daar dit valt onder "horizontale neerslag"!
Een korte, maar hevige regenbui deed ons om kwart over 10 nog even opschrikken, maar gelukkig bleef het de rest van de morgen droog.
's Middags stapte ik om 2 uur op de racefiets naar Hans Boers. Om half 3 vertrokken we samen naar Nootdorp om via Pijnacker naar Oude Leede te rijden. Ik wist niet, dat het in deze contreien nog bestond, maar we reden 3 km over een onverharde weg richting Rotterdam. Toch wel een aparte ervaring, midden in de Randstad.

Vlak bij vliegveld Zestienhoven reen we langs de noordgrens van Rotterdam, de stad van Feyenoord-suppoost Crooswijk, oostwaarts, tot we bij de afslag naar de Rottemeren kwamen. Gezien de tijd zagen we af van ons plan om naar Kinderdijk te fietsen. We sloegen in plaats daarvan linksaf en kwamen zo, pedalerend langs de Rotte, bij Oud-Verlaat, waar we in een in naam rookvrij café koffie, warme chocomel en 2 stuks appeltaart bestelden. Tussen de rookflarden door ontwaarden we bij het verlaten de prijs van de fabrieksappeltaart: € 4,- per stuk. Ik weet het, je mag het niet meer doen, maar ik kwam zo uit op fl. 8,80 per stuk appeltaart!

Al snel kwamen we bij de Rottemeren uit, waar we ruim anderhalf jaar geleden heerlijk geschaatst hadden op een mistige dag. Vandaag was het verre van mistig. Het waaide hard en we konden genieten van Oudhollandsche Ruysdael-luchten met uitzicht op de molenviergang aan de overzijde van de Rottemeren.

De oevers van de Rottemeren zagen er totaal anders uit dan "the banks of the Nile".

Bij de A12 kregen we de wind flink van voren, dus dat was even flink buffelen. Een prima training voor de Mergellandroute. Ondanks de tegenwind wisten we de kilometerteller nog tot 30 km te krijgen. Heel kort, weliswaar, maar toch...
Na Zoetermeer gepasseerd te zijn reden we door de polder naar Stompwijk en langs de Vogelplas naar de veerpont. Deze was net aan de andere kant van de Vliet. Wij wachtten keurig bij het bord, waarop stond, dat het pontje van 07.00 tot 19.00 heen en weer ging. De ambtenaren van de provincie Zuid-Holland dachten daar totaal anders over. Zij werkten maar tot 18.00 uur en ondanks dat wij, samen met een eveneens fietsende vrouw, voor 6 uur al stonden te wachten, vertikten ze het om ons over te zetten.
Hans fietste derhalve via de sluizen van Leidschendam, terwijl ik via de blauwe brug bij de Voorschotense ijsbaan reed. Thuisgekomen had ik 80 km op de teller staan, met de 12 km van het fietsen naar mijn werk kwam ik zelfs op 92 km uit.
Toch niet gek voor een achternamiddag....

donderdag 26 augustus 2010

Noodweer


Normaal gesproken loop ik in de zomermaanden op donderdagochtend, of als het mooi weer is wil ik ook nog wel eens skeeleren, maar daar was vandaag geen sprake van.
Integendeel. Het water kwam de halve ochtend met bakken uit de hemel, ironisch genoeg vrijwel gelijktijdig met de start van de aktie op giro 555 voor de slachtoffers van de overstromingen in Pakistan.
In deze tijd van het jaar is de kans op dit soort pittige regenbuien. De Noordzee is op zijn warmst, de lucht boven het land is kouder dan boven zee en laten dus makkelijk het vocht los. Vooral in onstabiele lucht worden de buien boven de Noordzee flink geactiveerd, met wolkbreuken als resultaat.
Daar ik dinsdagavond al tot op de draad was natgeregend, en ik met de vrije vrijdagmiddag een uitwijkmogelijk heb, liet ik het hardlopen schieten, terwijl de dakgoot overliep en er een soort waterval voor het raam ontstond. De riolen konden het niet verwerken, want ik hoorde het vuile water opborrelen in zowel het aanrecht als in het toilet.

Tussen de ergste buien door moest ik nog wel op de fiets boodschappen doen. In het regenpak, want droog werd het niet op deze donderdagmorgen, waarop net zo veel viel als anders in een hele maand. Het was onvervalst noodweer.

"Je krijgt geen smeergeld, Wim!"

Gisterenavond fietsten Ada en ik naar Voorhout, waar een soort mini-reünie was van klas 1C van Pedagogische Academie "De la Salle". De aanleiding was een aanmelding van Anja Kieboom op Schoolbank. Ik had een kattebelletje gestuurd en zodoende keek zij op mijn profiel op Schoolbank, waar ik begin met www.bertbreed.blogspot.com zodat dit weblog meteen als contactadres dienst kan doen, ook voor hen, zoals de schrijver van dit stukje, die geen geld over hebben voor Schoolbank-plus.
Anja woont tegenwoordig in de buurt van Grenoble, ooit het decor van de Olympische Winterspelen.

Anja had op dit weblog gelezen, dat ik nog steeds contact had met Wim Beenakker en John Kranenburg en vroeg mij om als tussenpersoon op te treden. Hetgeen geschiedde, met de mini-reünie als gevolg. Anja was deze week in Nederland om haar dochter weg te brengen, die hier komt studeren. Wim en Joke Beenakker boden aan om als gastheer en gastvrouw op te treden, de datum was vrij snel vastgelegd en zodoende hadden we onverwachts een Westerse reünie.

Naast bovengenoemde personen was ook Mary Ruigrok-van der Ploeg, klasgenoot en vriendin van Anja aanwezig, net als Jeannet, de vrouw van John, die ook het genoegen had mogen beleven om in de oude villa en de stacaravans in de bossen naast de Linnaeushof les te mogen krijgen, waardoor ook zij alle docenten van "De la Salle" kende.
Zoals gewoonlijk bij dit soort avonden was het heel gezellig. Onderwijzend personeel is meestal extravert en creatief, dus je hoeft niet bang te zijn, dat er lange stiltes vallen. Hoewel ik het, bij gebrek aan pedagogische gaven, slechts een jaar heb volgehouden op de Pedagogische Academie, kon ik me prima handhaven in het gezelschap van zeven personen, die wel over deze gaven beschikken.
Uiteraard kwamen er de gebruikelijke sterke, maar ware verhalen naar voren, want er zaten heel wat kleurrijke personen op "De la Salle", zowel bij de docenten als bij de studenten. Er gingen ook een paar fotoboeken rond.

Daarnaast weten Wim en Joke, hoe ze het gezellig moeten maken voor gasten.
Er was ook stokbrood met diverse Franse kazen. Wim smeerde voor iedereen een stukje stokbrood, maar zei daar wel bij: "Deze ronde doe ik het voor jullie. Straks mogen jullie het zelf doen."
En dat was voor mij een simpel intikkertje: "Je krijgt geen smeergeld, Wim!"
Daar diverse personen de volgende ochtend weer vroeg op moesten om hun pedagogische gaven aan te wenden tot heil van het Nederlandse volk, gingen we om 11 uur in de stromende regen op de fiets huiswaarts. Maar dat deerde ons niet. We hadden een zeer gezellige avond beleefd. We waren bevoorrrecht om deel uit te mogen maken van deze reünie.

woensdag 25 augustus 2010

Doorweekte doordeweekse droogtraining

Ondanks de aankondiging van het KNMI, dat er op dinsdagavond in de onstabiele lucht zware regenbuien tot ontwikkeling zouden kunnen komen, zag het er op buienradar hoopvol uit. De buien zouden Leiden schampen.
Om half 8 begonnen we in de harde wind aan de doordeweekse droogtraining. Eerst liepen we naar station Lammenschans, waar we 6 keer de betonnen trap lopend of springend beklommen, alvorens we naar Cronesteyn vertrokken voor een serie coördinatie-oefeningen. Het blijkt toch een lastige combinatie te zijn: bewegen in hoog tempo en nadenken tegelijk. Behalve voor de beenspieren bleken deze oefeningen bij onze IJVL-droogtrainingsgroep ook goed te zijn voor de lachspieren.
Tot slot hadden we een blokje veldoefeningen met tussendoor dribbelen rond het veld.
Het begon langzamerhand steeds harder te regenen. Het roeien in het gras voelde net aan, alsof je op het water was. Af en toe regende het hard, maar dat was nog maar kinderspel.

Toen we om 9 uur richting kleedkamers en kantine van Swift liepen, gingen de hemelsluizen pas echt goed open. We waren al doorweekt, maar er bleek nog een overtreffende trap te bestaan in deze wolkbreuk. Hans Boers en ik namen nog even de klim op de Bult. Het asfalt leek wel een beek!

Nu train ik al 23 jaar bij de IJVL en natuurlijk heb ik, ook al is het meestal gewoon droog, in die tijd best wel eens een bui op mijn kop gehad, maar dit sloeg echt alles. Ik had geen droge draad meer aan mijn lijf op deze doorweekte doordeweekse droogtraining!

maandag 23 augustus 2010

Kaag en Braassemtocht

Gisteren fietste ik met Ada naar het pontje, dat vanaf de campings bij Oud-Ade naar Kaageiland vertrok. Toen we om half 2 daar aankwamen, stonden er al zoveel fietsers, dat we bang waren, dat we in de eerstkomende overvaart over de Kagerplassen niet mee zouden kunnen. Hetgeen klopte.
Derhalve fietsten we via Rijpwetering en Nieuwe Wetering naar de Ringvaart, langs veel plekken, waar we in januari zo heerlijk geschaatst hadden.

Het laatste stuk moesten we tegen de flinke tegenwind in naar de Buitenkaag trappen, waar Trees, één van mijn acht zussen haar 65e verjaardag vierde. Het was erg gezellig in de tuin, ondanks de paar regenbuitjes.
Toen we 's avonds om half 10 weer thuis waren, zag ik, dat ik een mailtje had ontvangen van Jan van Schie, met de uitnodiging van een skeelertocht op 5 september vanuit Hoogmade. Nu had ik op die dag de Vlietloop al in mijn agenda genoteerd, maar een keer deelnemen aan een georganiseerde skeelertocht lijkt me ook wel erg leuk. Dat heeft deze schaatser nog nooit gedaan. En dat stuk van het Groene Hart is erg mooi.

Ik hou beide opties open: bij mooi weer ga ik skeeleren, is het regenachtig, dan wordt het alsnog de Vlietloop. Uiteraard hoop ik, dat de weergoden er voor zorgen, dat de keuze valt op de Kaag en Braassemtocht.

zaterdag 21 augustus 2010

De man met de hamer

De minst populaire man in het peloton is de man met de hamer. Daarnaast is het ook nog eens de meest frequente deelnemer. Aan ieder duursportevenement doet hij mee, of het nu schaatsen, hardlopen, wielrennen of de (winter)triatlon is.
Nu had Ada bedacht, dat ik dit weekeinde de man met de hamer mocht spelen. Denk niet, dat dit een taakstraf was. Eenieder, die mij enigszins kent, weet dat ik van de prins nimmer kwaad weet.


In de tuin waren een dertigtal houten paaltjes verrot en deze moesten vervangen worden. Op vrijdagmiddag huurde ik bij een doe-het-zelfwinkel een grondboor en een grote houten hamer, die ik met de fiets ophaalde. Thuis aangekomen ging ik meteen aan de slag. De verrotte paaltjes braken vrij snel bij de grond af, dat was het punt niet. Het punt was om vervolgens de punten uit de grond te halen.
Met de grondboor creëerde ik enige ruimte om de eerste houte punten eruit te krijgen. Al vrij snel bleek, dat dit lastig was, zodat het vrij lang duurde, voordat de eerste punt uit de zompige klei gewrikt was. Vervolgens ging het wat makkelijker: er was meer ruimte om te wrikken. Als er één schaap over de dam is...

Desondanks ben ik, afgezien van de rijstmaaltijd, van 5 tot 9 constant bezig geweest. Zodoende had deze schaatser de vreemde gewaarwording om 's avonds spierpijn te voelen in mijn armen, terwijl ik altijd met mijn armen op de rug schaats.
Daarnaast dreig ik ook nog een eelt op mijn handen te krijgen. Volstrekt overbodig: ik heb al eelt op mijn ziel.

De volgende ochtend stonden Ada en ik om 8 uur al in de tuin, om de nieuwe paaltjes in de grond te slaan. Nu hebben we samen een prima werkverdeling: ik ben voor het grove werk, Ada met haar groene vingers voor het subtielere gedeelte. Hoor ik daar een enkel hoofd mompelen: "Op het werk is het niet anders...."?
Dit werk schoot harder op dan gedacht. Maar ja, wat wil je ook, met een getrainde atleet als man met de hamer!
Om half 11 zaten alle palen in de grond en kon ik de grondboor en de hamer terugbrengen en de borg in ontvangst nemen, die ik vervolgens bij het boodschappen doen meteen weer uit kon geven.
's Middags ging ik nog een kleine 10 km hardlopen, dus voor mij was de afstand te kort om die andere man met de hamer tegen te komen.

donderdag 19 augustus 2010

Rare kostgangers

Er schijnen mensen rond te lopen, die mij indelen in de categorie "Rare kostgangers", maar die indeling werp ik verre van me. Desondanks wijd ik er toch een stukje aan, maar dat hebben we aan de Britse schrijver Tom Sharpe te danken. waarover straks meer.

Gisterenavond heb ik onder leiding van sportieve alleskunner Jos Drabbels, die dinsdagavond tijdens de dansende droogtraining als enige door de ballotage van Ita de Hes kwam. Het eerste half uur lag de nadruk op technische oefeningen. Een klein rondje "olifantenoren" om terug te leren sturen, om daarna beter zijwaarts af te kunnen zetten. Bij het schaatsen kun je hier namelijk een veel effectievere afzet mee krijgen.
De tweede helft lag op conditietraining: Steigerungen tegen de wind in, starten en zo snel mogelijk op volle snelheid komen enzovoorts en zo verder. Voor de liefhebbers was er daarna nog heuvelopschaatsen op "De Bult". De eerste keer gaat dat nog, maar de tweede keer ga je dat toch wel in je bovenbenen voelen. Kortom, een uitstekende krachtoefening, als voorbereiding op het schaatsen met tegenwind.
Vanochtend had Ada een klusje voor me. Ik moest even uitgeprinte notulen afgeven bij mijn schoonouders in Voorschoten. Dit is 5 km lopen vanaf ons huis, zodat ik op deze wisselvallige donderdagochtend in totaal 12 km liep, een prima voorbereiding op de 10 Engelse mijl bij de Vlietloop en het vervolg, de halve marathon van Katwijk.

Op de terugweg liep ik namelijk langs boekhandel de Kler in Voorschoten, waar ik "Rare kostgangers" van Tom Sharpe kocht.
De tekst op de achterflap is als volgt: "De vrouwen uit de familie Grope hebben door de eeuwen heen allerlei listige methodes ontwikkeld om goedgelovige jonge mannen in bed te krijgen. Hierdoor zijn zij berucht en gevreesd in hun omgeving. Velen van de Gropes lijken zich in de loop van de tijd te hebben losgemaakt van deze wonderlijke familietraditie. Een van hen wordt echter verlaten door haar man en ontvoert daarom haar neef Esmond om hem tot een huwelijk te dwingen. Tot haar verbazing laat Esmond zich als een mak schaap naar de slachtbank leiden. Of toch niet...?"
Ik heb bijna alles van deze grootmeester van de slapstick gelezen en heb nog nooit een miskoop gedaan. Tom Sharpe heeft een schijnbaar eenvoudig procedé: zet een aantal totaal geschifte personen en wat andere excentriekelingen bij elkaar, met ieder een andere, maar beslist niet gangbare overlevingsstrategie en het resultaat is, dat de boel totaal uit de hand loopt.
Het klinkt allemaal simpel, maar het knappe is, dat deze Britse auteur het zo geloofwaardig weet te beschrijven, dat je je nog voor kunt stellen, dat het allemaal nog echt gebeurd ook. De typisch Engelse humor ontbreekt uiteraard niet.

Het eerste boek, dat ik van Tom Sharpe gelezen heb, was "Sneu voor het milieu". Ada dacht, dat ik in een informatief boek over een serieus onderwerp bezig was en snapte niet, waarom ik iedere keer dubbel lag van het lachen....
Bijzonder is ook de persoon Henry Wilt, een mislukte leraar op een middelbare school. Er zijn 4 los van elkaar te lezen humoristische romans over hem en zijn gezin geschreven: "Wilt", "Wilt's alternatief", "Wilt zit omhoog" en "Wilt is nergens".

Eén ding is zeker: na het lezen van "Wilt" smaakt leverpastei nooit meer hetzelfde!
Als u wilt weten, hoe dat komt? Lees "Wilt"! En uiteraard al die andere boeken van Tom Sharpe vol "Rare kostgangers".

woensdag 18 augustus 2010

Dansles in de wei


Ooit heeft Toon Hermans een boekje geschreven met de titel "De danstent in de wei". Dat was destijds een bundel met nieuwe luchtige en humoristische gedichten en verhalen van de hand van de eerste Nederlander, die in theaters een one man show gaf.
Wij hadden gisterenavond in buiig weer een variant hierop. Jaap de Gorter had dansdocent Ita de Hes geregeld, om een keer een alternatieve training te regelen.

Nu hebben schaatsers soms het idee, dat ze lenig zijn en souplesse hebben. Welnu, gisterenavond werd bij het rekken op een bruggetje in Cronesteyn al duidelijk, dat dit een misvatting bleek te zijn. Het simpel zijwaarts een been op de houten railing op heuphoogte bleek al moeilijk genoeg.
We liepen door, waar we rond ons vaste trainingsveld een aantal loopoefeningen deden onder mijn bezielende leiding: twee slalomlopen en een estafette, waarbij iedereen 300 meter voluit ging.
Het estafettestokje werd overhandigd aan Ita, die ons een aantal dans- en balletoefeningen liet doen, waarbij duidelijk werd, dat we eigenlijk maar stijve harken zijn. Maar goed, de lachspieren werden tijdens de training goed getraind, want we zaten (bijna) allemaal in hetzelfde schuitje.

Simpele oefeningen als op één been staan en dan je ogen dichtdoen blijken opeens razend moeilijk. Het is niet voor niets dat Adne Söndral, de Noorse middenafstandsspecialist, die in het begin van zijn carriere veelvuldig viel op beslissende momenten, balletles ging nemen voor meer stabiliteit. In 1998 won hij vervolgens goud op de 1500 meter op de Olympische Spelen in Nagano.
Zo ver zijn wij nog lang niet. Maar één ding is mij op deze trainingsavond wel duidelijk geworden: ik heb, dankzij de gevarieerde oefeningen van Ita de Hes, in een uur tijd veel meer respect gekregen voor balletdansers!

maandag 16 augustus 2010

Wildplassen

Elk jaar komen er nieuwe woorden bij. Vaak zijn ze een verrijking van de taal, maar soms raken ze kant noch wal. Eén van die woorden van het afgelopen decennium is wildplassen. In de 12e druk van de Dikke Van Dale staat dit woord niet, wel wildplakken en wildragoût. Van mij had dat zo mogen blijven, want als je online zoekt op de Van Dale, dan krijg je dit te lezen:
wild·plas·sen plaste -, h -geplast in het openbaar een plas doen

Welnu, vrijwel iedere toerfietser of wielrenner wordt op zijn tijd wel een "wildplasser". Zeker als je routes volgt, waarbij je soms wel 50 km nauwelijks in de bewoonde wereld komt, heb je soms geen keuze. Je gaat niet bij een boerderij aanbellen om te vragen, of je van het toilet gebruik mag maken.

Nu gaat van dit woord wildplassen de suggestie uit, dat het onbeheerst gebeurd. Het tegendeel is waar. Het gaat juist veel zorgvuldiger dan bij een gewoon toiletbezoek.

Je kijkt goed naar de ondergrond en de beplanting, plaatst je voeten goed ver uit elkaar en vooral: je let op de windrichting. Dat laatste om te voorkomen, dat je de rest van de dag met geurende gele knieën moet gaan fietsen.

Voor dames ligt het nog een slagje anders. Zij moeten goed letten op de begroeiing. Stel je eens voor, dat je gehurkt in de brandnetels gaat zitten....
Het tweede deel van de omschrijving klopt trouwens evenmin: je probeert je behoefte juist zo veel mogelijk aan het zicht onttrokken te doen. Vaak zoek je bomen of struikgewas op om "de planten water te geven".
Ook hierbij ga je zorgvuldig te werk, want dit blijft er over van een duizend jaar oude eik na een millennium lang als pispaal gebruikt te zijn.

De meeste "wildplassers" hebben niet de behoefte om anderen hiermee lastig te vallen. De foto's en 3D-filmpjes aangaande dit onderwerp zullen wij u besparen.......
Trouwens, niet alleen als fietser, doch ook als je lange afstanden loopt of schaatst op sloten, kanalen of meren als de Vogelplas, waar geen toilet is, moet de natuur natuurlijk zijn loop hebben. Dan zoek je af en toe de beschutting van een rietkraag op. Ook hier zoek je zo min mogelijk de openbaarheid op.
Kortom: wildplassen is een onzinwoord met een verkeerde omschrijving, dat wat mij betreft zo snel mogelijk uit onze taal en de Dikke Van Dale mag verdwijnen.
Want wees nu eerlijk: onze Zuiderburen maken er in hun hoofdstad reclame voor om zoveel mogelijk toeristen te lokken.

Adviezen van een oude rot


Een jaar of 40 geleden was hij een van de populairste schrijvers, maar nu is hij een beetje in de vergetelheid geraakt: Godfried Bomans. Hij was een grootmeester in verhalen met een kwinkslag en een luchtige toon. Zo schreef hij ook regelmatig over sport. In het boek "Adviezen van een oude rot & ander sportief proza" zijn zijn beste sportverhalen verzameld.
In het titelverhaal wordt de toon gezet in de openingszinnen: "De moeilijkheid om een Elfstedentocht te volbrengen, wordt meestal overdreven voorgesteld. Begrijp me goed, ik zeg niet, dat 't makkelijk is. Je moet wel degelijk kunnen schaatsen. Maar wie dat eenmaal kan, die haalt 't ook op zijn sloffen."
Ik zeg er heel eerlijk bij: ik wou, dat ik deze zinnen verzonnen had!
In dit boek staan 33 van dit soort sportverhalen: over schaatsen, voetballen, wielrennen, schaken, zwemmen en de Olympische Spelen. Stuk voor stuk heerlijke verhalen om te lezen.
De titel van dit boek komt mij goed van pas. Ook al ben in nog pas 55 jaar, ik heb 32 jaar ervaring met fietsvakanties. Op dat gebied kan ik u van dienst zijn met mijn "Adviezen van een oude rot".

Het allereerste advies: alles wat je thuis kunt laten, is mooi meegenomen. De eerste fietsvakanties nam ik veel te veel spullen mee. Dit is goed te zien op de onderstaande foto's. Met de bovenste foto heb ik de landelijke kranten gehaald op mijn opoefiets met veel te veel bepakking achterop.

Ik denk, dat ik de helft minder meeneem dan in mijn debuutjaar, 1978. Gedeeltelijk komt het, doordat je tegenwoordig betere en lichtere materialen hebt. Waar vroeger2 spijkerbroeken en 2 korte broeken mee gingen, volsta ik tegenwoordig met 2 afritsbroeken. De fleecetrui heeft de dikke wollen Ierse trui vervangen. Ook trainingsjacks zijn veel lichter dan vroeger en niet onbelangrijk: ze zijn veel sneller droog.
En een paar goed droogblijvende sportsokken voor koude avonden is toch echt een stuk lichter dan de degelijke geitenwollen sokken van weleer.
Verder doe ik, zeker in het begin van de vakantie, 2 dagen met mijn ondergoed en mijn sokken. Soms kun je halverwege een keer wassen en kun je daarna overschakelen op 1 dag.
Een sloop volstaat als kussen: je doet 's avonds een stapel kleren erin, met de fleece bovenop, en je kunt heerlijk slapen.
Ik neem altijd afgeschreven boeken mee op vakantie, vooral afgeschreven pockets. Als een boek uitgelezen is, voer je het af. Vaak kun je het kwijt aan andere Nederlanders op de camping.
Kortom, met een beetje creativiteit kun je zelf zo snel je hoeveelheid bagage minimaliseren. Vooral als je klimetappes voor je kiezen krijgt, is het handig als je bagage zo licht mogelijk is.

Een andere tip betreft het bepakken: probeer het zo veel mogelijk te verdelen over voor- en achterwiel, waarbij de zware spullen het best achterop kunnen. Er zijn tegenwoordig prima, waterdichte fietstassen, die je snel van je fiets af kunt halen, zoals Ortlieb. Je kunt veiligheidshalve je kleding nog in een plastic tas doen in de fietstas, voor het geval je de fietstas niet goed genoeg hebt afgesloten.
Het is trouwens een vreemde ervaring, als je voor het eerst na een aantal dagen met bepakking tijden een keer zonder bepakking gaat fietsen. Je hebt het gevoel, dat je fiets zeer instabiel is en je alle kanten op zwabbert. Zo snel wen je dus aan de "ballast"!

De hybride fietsen van tegenwoordig voldoen uitstekend voor een geslaagde fietsvakantie. Comfortabel, je kunt het stuur in alle standen zetten en je hebt vaak meer dan 20 versnellingen. Bovendien, toch niet onbelangrijk, heb je uitstekende anti-lekbanden, zoals Marathon plus. Ze zijn wat duurder, maar besparen een hoop ergernis.
Wat het laatste betreft: voor de vakantie laat ik de fiets altijd goed nakijken door de fietsenmaker, met de opdracht: "Alles vervangen wat nodig is!" Je bent vaak € 200,- kwijt, maar vaak rij je daarna een jaar zonder reparatiekosten!
Mocht je desondanks toch pech krijgen: in ieder Nederlands dorp vind je wel een fietsenmaker. In Duitsland zijn fietsenmakers een stuk dunner gezaaid. In de wat grotere steden vind je er bij het Hauptbahnhof vaak één bij de fietsenstalling.

Soms is dit gecombineerd met een vestiging van de ADFC. Je kunt er fietskaarten en routeboekjes kopen én je krijgt zonodig een prima advies, zoals wij in Bremen mochten ervaren, toen een medewerker van de ADFC ons een prima route door Ost-Friesland adviseerde.
De laatste 10 jaar hebben we vaak beschreven routes gevolgd, zowel in binnen- als in buitenland. In Nederland zijn dat de LF-routes. Ze brengen je vaak op de mooiste plekjes: stille weggetjes en fietspaden, die je zelf niet zo 1,2,3 zou ontdekken.
Doordat we zodoende regelmatig in rustige gebieden fietsen, is er niet altijd een terrasje, waar je wat kunt drinken. Dan kun je op zoek naar alternatieven. In Duitsland kun je bijvoorbeeld prima terecht in supermarkten, waar meestal een hoek is, waar je koffie, thee of chocomel kunt drinken, terwijl er ook een toilet aanwezig is voor het publiek. 't Is maar een weet.
Doe dus uw voordeel met deze adviezen van een oude rot.

zondag 15 augustus 2010

Frank Wulff


Zoekend naar bijpassende muziek voor de verhalen over onze fietsvakantie in Duitsland stuitte ik op het bericht, dat Frank Wulff verstorben war.

Frank Wulff was één van de oprichters van Ougenweide.

Hij was een van de dragende krachten van deze Duitse folkrockgroep, als componist én vooral als multi-instrumentalist. Behalve een hele serie blaasinstrumenten bespeelde hij ook nog eens diverse gitaren, luit, dulcimer, mandoline, percussie en diverse toetsinstrumenten. Kortom, een muzikale duizendpoot.
Zelf ben ik al heel lang fan van Ougenweide en bezit ik alle cd's van deze groep. Ik heb de Mittelalter-Rock eindeloos veel gedraaid.
Ik heb Ougenweide één keer live op zien treden op een folkfestival in Rotterdam. Dit optreden is voor mij onverbrekelijk verbonden met een fietsvakantie met een groep vrienden in Denemarken kort na het folkfestival.
Op 19 maart overleed deze muzikale virtuoos veel te jong, op 57-jarige leeftijd. Zijn muzikale erfenis is zeer rijk. Karakteristiek voor zijn virtuositeit is het nummer "Bald anders".


Frank, rust in vrede.

Een paar levens


Een paar maanden geleden droomde ik, dat Nederland in de finale van Spanje zou verliezen, hetgeen ook inderdaad exact zo gebeurde. In de afgelopen vakantie heb ik onwijs vast geslapen en zeer veel gedroomd. Vannacht droomde ik, dat ik een paar levens nodig had, om de wereldtop bij het schaatsen te bereiken.

Nu had ik niet het idee, dat het me in dit leven nog zou lukken. Te weinig talent, technisch niet begaafd genoeg. Met een zoon, die in Spanje wielrent en dus alles doet, wat een topsporter moet doen om de top te halen en desondanks het net niet redt om die laatste paar procent extra op te kunnen brengen, weet ik van zeer nabij, dat aangeboren talent vaak wel dat verschil maakt.
Nu gelooft een aanzienlijke minderheid van de wereldbevolking, zoals Boeddhisten en Hindoeïsten in reïncarnatie. Zij zien talent niet als iets, wat je cadeau krijgt, maar als iets, wat je in vorige levens met veel inspanning verdiend hebt. Denk daarbij aan het gezegde: "Op de bodem van ieder geluk ligt een offer."
Als ik deze gedachtengang volg, train ik niet alleen voor de Elfstedentocht, maar leg ik tegelijkertijd met al deze oefeningen de basis voor een talent over een paar levens.

Bij deze zijn jullie dus gewaarschuwd. Voorlopig zijn jullie nog niet van me af!
En wie weet zien jullie een hergeboren Bert Breed terug als winnaar van de Elfstedentocht van 2525....

Ost-Friesland


Het laatste gedeelte van onze fietstocht door Duitsland begon bij het verlaten van de Weser-Radweg bij de havens van Bremen. Op aanraden van een medewerker van de ADFC, wat klinkt als de naam van een voetbalclub, maar het staat voor Allgemeiner Deutscher Fahrrad-Club, zeg maar de Duitse tegenhanger van onze eigen Fietsersbond.
Bij Altenesch pikten we de Deutsche Sielroute op. Dit heeft trouwens niets met zielen te maken, maar met zijl, zoals in de plaatnaam Delfzijl. In het Nederlands betekent gewoon uitwateringssluis. Wij reden daar dus niet zielig rond.
Vanaf Altenesch volgden het riviertje de Berne door het boerenland door plaatsjes als Katienbüttel en Hiddigwarden naar het plaatsje Berne, om bij Huntebrück de Hunte te volgen tot Oldenburg. Het is een mooie, rustige fietsroute, maar je rijdt wel vrijwel constant aan de voet van de dijk.
Vlak langs de spoorbaan reden we, de bordjes Ammerlandroute volgend, over een fietspad grotendeels langs de bosrand naar Bad Zwischenahn, waar we een camping hadden op 500 meter van het Zwischenahner Meer, een meer van 2 bij 3 km, waar in ijswinters langs de kanten volop kan worden geschaatst.

In het midden is het te diep voor betrouwbaar ijs, net als bij de Kagerplassen op 't Joppe.De volgende dag pikten we bij Ocholt de Ammerlandroute weer op om via Apen en Augustfehn naar Detern te rijden, waar bordjes met Deutsche Fehnroute ons richtsnoer waren door het heuse polderland.
Hier ontdekten we op een boerenschuur, dat Duitsers wel degelijk gevoel voor humor hebben:

Even de foto aanklikken voor een vergroting.
Die foto op de muur riep bij mij associaties op met één van de beroemdste lp-hoezen: Atom Heart Mother van Pink Floyd, de eerste hoes, waarop de naam van de groep aan de buitenkant niet voorkwam! De rest van de tocht zat die schitterende muziek dan ook in mijn hoofd.

Een prachtige slingerweg langs de Jümme bracht ons naar Amdorf, waar we over een oude smalle steile brug de Leda overstaken.
Bij Esklum namen we ter hoogte van de Historische Sielanlage op de nieuwe dijk een pauze. We zaten hier pal onder het stadje Leer.


De rivieren, zoals ook de Ems, zijn hier trouwens échte getijdenrivieren. Dat kun je goed zien aan de afzetting van het slik op de rietkragen en op de slikvelden in luwe hoekjes. Zonder de dijken, zou dit nog gewoon een Waddengebied zijn!

Via Driever kwamen we bij de Friesenbrücke, een oude spoorbrug met fietspad om via Weener en Bunde in Bad Nieuweschans te belanden. Ost-Friesland werd hier Groningen.

zaterdag 14 augustus 2010

Verstoppertje spelen


In de sportwereld bestaat een uitdrukking, die verwijst naar iets, wat iedereen als kind wel eens gedaan heeft: verstoppertje spelen. Vooral voor en tijdens belangrijke individuele wedstrijden wordt van favorieten vaak gezegd: "Hij speelt verstoppertje!"
Deze favoriet doet dan net, alsof hij niet in vorm is, zodat hij de tegenstanders in slaap kan sussen, om dan op het juiste moment genadeloos toe te kunnen slaan.
Nu lopen Hans Boers en ik geregeld samen hard in het weekeinde. Voor deze zonnige zaterdag hadden we voor de verandering eens afgesproken om de racefietsen te pakken als training voor de Mergellandroute in september.
We hadden om 2 uur afgesproken bij café Cronesteyn. Ik was er op die tijd, maar zag Hans niet. Geen probleem, want hij wil nog wel eens een paar minuten te laat komen. Ik ging langs de kant van de weg staan, want het was druk met fietsers en een enkele automobilist. Ik koos ervoor om voor een grote, hoge struik te wachten aan de kant, vanwaar Hans aan zou komen fietsen. Af en toe keek ik om, of hij toch niet van de andere kant kwam.
Na een minuut of 20 was Hans er nog niet. "Zeker een lekke band" dacht ik. Ik keek nog een keer om, en zag Hans van de andere kant van de struik de weg op rijden. Hij had daar minstens een kwartier gestaan en had aan de andere kant van de struik post gevat, zodat hij zicht had op de brug, waarover ik aan moest komen rijden. Hij had zelfs nog naar Ada gebeld, waar ik bleef....

Lachend om dit misverstand kortten we de route wat in, want Hans kon op iemands seizoenkaart naar Ajax-Vitesse vanavond. We reden via Zoeterwoude-Weipoort langs de N11 door ons mooie polderland naar Hazerswoude-Dorp en vandaar via een slinger langs de provinciale weg naar Benthuizen, waar we voor € 1,- p.p. bij de molen op een terrasje (ja, dat moeten we ook oefenen voor Zuid-Limburg!) koffie en thee dronken. Voor dit luttele bedrag kregen we er ook nog een plak eigengebakken kruidkoek bij!

Via Stompwijk reden we langs de Vogelplas, waarna we ieder ons weegs gingen, na beiden een kilometer of 50 getraind te hebben.
De rest van onze trainingsgroep is bij deze alvast gewaarschuwd, want wij zijn al begonnen met verstoppertje spelen!

vrijdag 13 augustus 2010

Weser-Radweg



Het mooiste deel van onze fietsvakantie is zonder twijfel de bovenloop van de Weser-Radweg, tussen Hann.Münden en Porta Westfalica. Af en toe heb je het idee, dat je in een sprookjesachtig landschap beland bent. En deels is dat ook zo, want een paar sprookjes komen letterlijk voort uit plaatsjes langs de Weser.
Nu kun je de route 2 kanten op fietsen. Wij zijn aan het begin, bij de samenvloeiing van Fulda en Werra, begonnen.


Het voordeel is, dat je in het begin een paar keer daalt én dat je bij de overwegend zuidwestenwind de wind vrij vaak in de rug hebt. Het nadeel is, dat je de eerste dagen het mooiste deel krijgt te zien, waarna de benedenloop toch wat tegenvalt. Terwijl het toch geen lelijk gebied is, alleen soms wat veel van hetzelfde.
Ik zal de pareltjes van de Weser-Radweg bespreken aan de hand van de door ons gefietste route.


Hann.Münden is meteen al zo'n hoogtepunt. Een prachtig stadje met veel vakwerkhuizen. Hemeln is een leuk stadje, waar je eventueel met een door de stroming van het water aangedreven pontje kunt oversteken. Het werkt met dezelfde principes als een zeilboot, waarmee je tegen de wind in vaart.


Andere leuke plaatsjes zijn het kleine Bursfelde, Gieselwerder, Bad Karlshafen en Beverungen.
De natuur is op dit gedeelte overweldigend mooi. Als je geluk hebt, kun je hier grote roofvogels, zoals de Adler zien vliegen, de arend.

Höxter is een heel leuk stadje met wederom prachtige vakwerkhuizen, waarin die Hexe een rol speelt. Er wordt hier veel aandacht besteed aan het sprookje van Hans en Grietje.

Van Höxter tot Holzminden, wederom een leuk stadje, loopt de Weser-Radweg parallel aan de R1. Hier vandaan hebben we de zonder meer aan te bevelen variant naar Schloss Bevern gevolgd.

In het volgende stuk wordt het dal wat smaller, waarbij je kale rotswanden aan de overzijde op ziet doemen.
De volgende plaats is zeer bekend: Hameln.

Zonder twijfel is dit weer een sprookjesachtig stadje aan de Weser. Het is bekend geworden door de Rattenvanger van Hamelen. Er is een Rattenfängerhalle en een Rattenfängerhaus, met nog diverse verwijzingen.

Bij het Rattenfängerhaus kreeg een groep kinderen net een uitleg over de achtergrond van dit verhaal. In de Middeleeuwen hadden de mensen de gewoonte, alle voedselresten gewoon uit het raam op straat te gooien. Daar komen, uiteraard, muizen en ratten op af. Zo krijg je binnen de kortste keren een rattenplaag.





Hoewel Rinteln een mooie stadje is, zullen wij het ons altijd herinneren als de plaats, waar Ada is aangereden.
Eisbergen doet, net als Glissen, het hart van iedere schaatser harder kloppen.

Bij Porto Westfalica, waar de Weser zich tussen de laatste 2 bergen heeft doorgewurmd voor het door de Noordduitse laagvlakte doorkronkelt, is vooral het enorme monument ter ere van Wilhelm I onontkoombaar, het hooggelegen Kaiser-Wilhelm-Denkmal.

In het toch wel saaiere vlakke gebied zijn toch nog mooie gebieden en plaatsen. Al vrij snel stuit je op Minden, maar ook Stolzenau, Estorf, Nienburg, Marklohe, Hoya en Verden zijn het bezoek zeker waard.




Tenslotte kom je uit bij de grootste stad aan de Weser: Bremen. Deze Hanzestad heeft een prachtige Altstadt. Vooral het gebied rond het Rathaus is oogstrelend. En ook hier speelt een sprookje: die Bremer Stadtmusikanten.




Gelukkig trad dit gezelschap niet op, toen wij daar op een terrasje aan de Milchkaffee, heisse Schokolade en 2 lekkere Strudel zaten. Wij konden genieten van Baltic Brass uit St. Petersburg.

De laatste 20 km van de Weser-Radweg, zoals wij die gevolgd hebben, waren het minst fraai. We voeren langs de enorme haven. Het is een beetje vergelijkbaar met het fietsen tussen Maassluis en Hoek van Holland: je rijdt over een dijk en aan de overzijde van het water zie je een enorm haven- en industriegebied.


Wat dat aangaat is er wel wat voor te zeggen om de route stroomopwaarts af te leggen.