woensdag 31 december 2008

Oudjaarsdag


's Ochtends om 9 uur was ik in de Leidse IJshal om les te geven, zoals was afgesproken. Er waren 90 kinderen, gezien de concurrentie met natuurijs geen gekke score. Gisteren waren er trouwens 177, dus wat dat aangaat draait het super in deze Kerstvakantie. In mijn groepje zaten trouwens heel toevallig Roy en Scott, de zoons van mijn nicht Mirjam.
Na de warme chocomel met slagroom vertrok ik per fiets naar de Vogelplas om half 11. Op weg naar de Vogelplas fietste ik op met Piet van Engelen, die een paar jaar geleden met het wielrennen op een paaltje gebotst was. De artsen waren eerst bang, dat hij nooit meer zou kunnen lopen, maar hij fietst weer en hij ging nu zelfs schaatsen. Wat je met doorzettingsvermogen al niet kunt bereiken!
Om half 12 stond ik op het ijs. Het leek hier wel een receptie van de IJVL. Hans Boers kwam met Jordi, die de schaatsen maat 39 paste. Hans ging met hem een rondje schaatsen. Voor Jordi was het een cultuurschok: in de Dominicaanse Republiek vriest het nooit en hier reed hij tussen al die schaatsgekke Hollanders op natuurijs. Halverwege het rondje haalde ik Hans in, en nam de begeleiding van Jordi over, zodat Hans zich warm kon rijden.
Het was een stuk kouder dan gisteren. De mist bleef hardnekkig hangen en het voelde waterkoud aan. Bovendien stond er iets meer wind. Jordi volbracht het rondje van 2,5 km en was toen toe aan een rustpauze. Toch knap, als je pas 2 keer eerder geschaatst hebt en nu voor het eerst op noren staat!
Terwijl Jordi zich in de hoek bij de koek-en-zopie vermaakte, reed ik met Hans nog een aantal rondjes over de Vogelplas. Onderweg kwam ik Ada en Mieke Aalders tegen. Toen Hans vertrok, werd het estafettestokje overgenomen door Paul Verkerk, met wie ik verder de hele middag mee geschaatst heb. De mist trok eindelijk op en het zonnetje toverde een prachtige gloed over het ijs. Mijn jongste dochters, met wie we ook een paar rondjes reden, had wat dat aangaat het mooiste deel van de dag uitgekozen. Samen verlieten zij om half 4 het ijs, terwijl Paul en ik tot 4 uur doorreden met de familie Snel, die hun naam eer aan deden.
In de verte hoorden we de donderslagen, zodat we weer wisten, dat het Oudjaarsdag was. In ieder geval was dit een bijzonder mooi en gezellig slot van 2008. Kon er elk jaar in de Kerstvakantie maar natuurijs zijn.....

Slijpen

Het schaatsen op natuurijs brengt ook met zich mee, dat de schaatsen eerder bot worden. Gisterenavond ruim een uur bezig geweest om 5 paar schaatsen handmatig scherper te krijgen. Op internet staat echter ook een instructiefilmpje, hoe je veel sneller kunt slijpen.

dinsdag 30 december 2008

Vogelplas





Na een paar telefoontjes viel de keuze op de Vogelplas om vandaag te gaan schaatsen. Om 11 uur stalde ik mijn fiets en wandelde naar het bankje. Jos Drabbels was er al, Wil Verbeij, Jaap de Gorter en Annerieke van der Beek kwamen spoedig daarna. Annerieke had warme oliebollen bij zich. Een smakelijk begin van een prachtige dag op de Vogelplas. Het was vrijwel windstil, de zon scheen en de temperatuur was een paar graden onder nul, kortom ideale omstandigheden om te schaatsen. Het grootste deel van het rondje langs de rand van de Vogelplas was goed beschaatsbaar. Er waren slechts twee onbetrouwbare plekken, hetgeen mij verbaasde, daar zondagmiddag het middengedeelte nog helemaal open lag. We gingen dan wel niet over 1 nacht ijs, maar meer dan 2 waren het er echt niet! Desondanks hield het ijs. Ada en twee dochters kwamen ook langs. Met hen een rondje gereden, terwijl Ada zich niet waagde bij het dunnere ijs. Maar de noordkant had prachtig spiegelglad ijs, dus zo verkeerd was die keuze niet. Zeer veel bekenden tegengekomen op het ijs, zoals Arno Volwater, Willem Blöte, Arthur van Winsen, Hans den Outer, Loek Noester, Henk Distelvelt, Douwe Kinkel, Willeke van der Weijden en Gerard Snel. Dit is slechts eem kleine greep van de mensen, waar ik regelmatig mee schaats. Kortom, het leek wel een reünie van de Leidse IJshal. 's Middags werd het ijs op de onbetrouwbare plaatsen nog twijfelachtiger. Op een gegeven moment zag je het gewoon golven, maar tegen de verwachting in zakte niemand door het ijs. Om half 4 verliet ik het ijs, na vierenhalf uur schaatsen. Het was weer een leuke ijsdag geweest. Het zal dan ook geen verbazing wekken, dat ik morgen weer op de Vogelplas te vinden ben.



maandag 29 december 2008

Boerensloten


Vanochtend weer schaatsles gegeven in de Leidse IJshal. Er waren 176 kinderen op deze les afgekomen. Het loopt deze Kerstvakantie dus prima. Na de les hoorde ik van Maup Honcoop, net als ik een oud-Venneper, dat hij vanmiddag op de boerensloten op Kaageiland ging schaatsen. Gisteren waren ze ook al op deze sloten geweest.
Nog even langs Jaap de Gorter gereden, maar hij was te verkouden om mee te gaan. Thuis even mijn thermisch ondergoed met windbreker aangedaan en een set extra kleren in een rugzak gedaan voor het geval dat... Verder mijn werk afgebeld (ze hielden al rekening met mijn afwezigheid), wat eten gepakt en om 12 uur zet ik op de fiets naar Kaageiland.
Het was een heldere, zonnige dag met een koud windje. De wind was wat minder dan afgelopen dagen, maar toen ik om 1 uur een paar keer heen en weer was geschaatst deed ik toch maar een extra trainingsjack aan.
Maup Honcoop was er ook met een groep kinderen van de IJsclub Kagermeren. Samen met de trainers was het een groep van een man of 30. Wat wil je als schaatsvereniging nog meer?
Het ijs was over het algemeen van goede kwaliteit, maar aan de zijkanten kwam er water op het ijs. Het op en neer schaatsen van de boerensloot van zo'n 800 meter lang gaf je toch wel een beetje het gevoel van de Molentocht. Op het stuk naar de molen toe kwamen steeds meer scheuren, zodat dat toch onbetrouwbaar begon te worden. Nu bleek het grote voordeel van kluunschaatsen weer eens: je klikt je schaatsen eraf, loopt naar een volgende boerensloot en je klikt ze er weer aan.
Na ruim 2 uur schaatsen op de boerensloten verliet ik het ijs. Op het pontje naar de Buitenkaag kwam ik mijn zwager Cor tegen, bij wie ik een kopje thee ben wezen drinken, waarna ik op de fiets weer naar Leiden ging, genietend van de grote, rode zon die wegzakte onder de horizon, met als toetje prachtige avondluchten, zoals je ze eigenlijk alleen maar ziet in de winter. Van het eerste dagje natuurijs van dit seizoen heb ik genoten!

vrijdag 26 december 2008

Kerstcross


Eerste Kerstdag hadden we de familie Buijs op visite. Het was gezellig druk. Ook in de keuken was men gezellig aan het utteren. Ike bleef een nachtje logeren. Op Tweede Kerstdag zaten we om half 11 met het hele gezin te brunchen. Om 12 uur vertrok Siebe naar Swift, terwijl ik Jaap de Gorter op ging halen om samen naar Zoeterwoude-Rijndijk te fietsen. Het was net boven nul met een winterzonnetje, maar de vrij harde oostenwind maakte het behoorlijk koud. Om 1 uur was bij Meerburg de start van de Kerstcross, waar ook de IJVL-ers Sjaak en Michiel Stuijt aan meededen.
We liepen 2 rondjes van 5 km om het industrieterrein heen over rustige paden. In het begin liep ik vrij rustig, maar na 2 km ging het zo lekker, dat ik de gaskraan maar open draaide. De ijsmuts verdween in de zak van mijn trainingjack en langzaam maar zeker haalde ik een paar groepjes in. Uiteindelijk kwam ik uit op 45.38, een van mijn betere 10-kilometers. De vorm is dus nog steeds goed bij het begin van deze vorstperiode. Jaap kwam met een verkouden kop uit op een tijd van ruim 49 minuten.
Zelf fietste ik meteen door naar het parcours van Swift, waar ook Siebe een Kerstcross had. Hij deed het, zoals gebruikelijk, veel beter dan zijn vader. Toen ik de kantine binnenkwam, werd ik door Swift-voorzitter Rob Hogenelst gefeliciteerd: Siebe had deze regionale wedstrijd gewonnen!
Ada kwam ook nog even langs, zodat een trots ouderpaar kon zien, hoe zoonlief op de hoogste trede stond, na eerder bij de Kerstcross al een keer 2e en 3e te zijn geweest. Hij droeg de overwinning op aan de onlangs overleden Gijs Eradus. Hij bracht de bloemen naar het huis van de dochter van Gijs en Leny Eradus, daar Leny in het ziekenhuis bleek te liggen. Het overwinningsboeket van de Kerstcross kwam zo op de beste plek terecht.

woensdag 24 december 2008

Klapveer


Zaterdagmiddag had ik mijn schaatsen geslepen. Bij een van de klapschaatsen merkte ik, dat er wat speling in zat. Met een imbussleuteltje de speling eruit gehaald, maar op dinsdagavond merkte ik bij het vrij schaatsen meteen, dat het niet lekker ging. Het klapmechanisme van mijn linkerschaats werkte niet. Het effect was, dat je reed alsof je met een vaste schaats en een klapschaats reed.
Daar het zeer druk was op de ijsbaan besloot ik, met het oog op het nakende natuurijs, om te kiezen voor "veiligheid eerst". Technisch liep het van geen kant. Je bent dermate geprogrammeerd om je slagen af te kunnen maken, dat je onzeker gaat rijden als dat niet meer kan. En als je met het ene been niet kan, lukt het om een of andere manier ook niet met het andere, terwijl er geen enkele reden was om geen lange slagen te maken met het rechterbeen.
Gelukkig kwam ik niet helemaal voor niets. Jaap de Gorter en Hans Boers waren er ook. Hans had zijn zoon Jordi meegenomen. Deze sportieveling uit de Dominicaanse Republiek reed op ijshockeyschaatsen en hij deed enorm zijn best om deze puur Hollandse sport onder de knie te krijgen. Met mijn jarenlange ervaring als trainer durf ik te zeggen: hij komt het wel!
Na ruim anderhalf uur stuntelen bracht ik mijn klapschaatsen naar het winkeltje van de Grimsport in de ijshal om de oude klapveren en kogellagers te vervangen. Ze zouden meteen ook naar de ronding van de ijzers kijken. Zaterdag kan ik de klapschaatsen weer ophalen.
De volgende ochtend was ik weer paraat bij het lesgeven aan kinderen. Het was een enorm succes. Waren er maandag 118 kinderen, op dinsdag waren het er 154 en vandaag 195!

maandag 22 december 2008

Zou het dan toch?

Vanochtend schaatsles gegeven in de Leidse IJshal. Iedere schoolvakantie is er door de week een soort instuif, waarin kinderen voor € 3,- kunnen komen schaatsen en dan van kwart over 9 tot kwart over 10 les krijgen. In de herfstvakantie waren er op maandag nog geen 50 kinderen, nu 118. Maar met 18 trainers was dit prima te hanteren.
Kennelijk krijgen zij ook de kriebels van de mogelijkheid, dat we weer eens op uitgebreidere schaal natuurijs krijgen. De vooruitzichten zijn wat dat aangaat positief. We wachten met spanning af, hoe het weer zich vanaf de Kerstdagen gaat ontwikkelen, maar zelfs het zeer voorzichtige KNMI ziet kansen. Het zou een zeer mooi slot zijn van 2008 en een zeer positief begin van 2009.

donderdag 18 december 2008

Veiligheid


Het probleem met natuurijs is, dat je nooit voor 100% zeker weet, of het betrouwbaar is. Wel kun je, als er door de KNSB toertochten uitgeschreven zijn, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen, dat het betrouwbaar is. Toch moet je ook dan altijd alert blijven. Er kunnen wakken liggen, door onderstromen of bemaling kan het ijs aan de onderzijde dunner worden, terwijl het nog vriest, en bij kluunplaatsen wordt het ijs aan de bovenzijde gegarandeerd dunner, doordat iedereen daar afremt. Er verdwijnt dan een minuscuul laagje ijs, maar na duizenden schaatsers kan er toch zo maar een paar centimeter ijs afgeschaafd zijn. Gebruik je ogen en oren dus goed! Nu is het al 12 jaar geleden, dat er in deze omgeving door de KNSB toertochten zoals de Molen- en Merentocht georganiseerd zijn. De liefhebbers van natuurijs moesten het dus doen met onbetrouwbaar ijs, en dan kom je uit bij de ondiepe wateren. In onze omgeving is dat bijvoorbeeld de Vogelplas tussen Voorschoten en Leidschendam, wat verder weg, maar zeer zeker de moeite waard is de Oostvaardersplassen. Over het algemeen is het water maximaal een meter diep, dus je kunt wel een nat pak oplopen, maar echt gevaarlijk is het er niet. Als voorzorg voor het geval dat, neem ik altijd een compleet set schaatskleren extra mee. Hoe sneller je je kunt hullen in droge kleren, hoe beter het is, waarna je jezelf warm kunt gaan lopen!

Tip 1: Vergewis je ervan dat lokale mensen al op het ijs gereden hebben. Zij kunnen zien waar het ijs het eerst dicht lag en waar het het langste open lag. Op www.schaatsforum.nl kun je voor Noord-, Midden- en Zuid-Nederland nakijken, waar er al geschaatst kan worden, evenals op http://www.schaats-en-skate.nl/ijsmeld.htm Lokaal bekende mensen kunnen zien, waar het ijs het eerst dicht lag en waar het het langste open lag. Dit zijn niet onbelangrijke details. Zelf ben ik eens met een groepje IJVL-ers naar Giethoorn getrokken, waar we zo stom waren om de kennis van mensen uit de buurt niet ter harte te nemen. Vier van de negen schaatsers zakten door het ijs, waarbij één zelfs onder het ijs schoot! Maagdelijk ijs is prachtig, maar vaak ook twijfelachtig!
Tip 2: Waar andere mensen al geschaatst hebben, is het over het algemeen veilig. Als het een ander al gedragen heeft, zal het jou ook wel kunnen dragen. Schaats dus rustig over de soms wat afgetrapte sporen. Het zijn gebaande paden, het is wat minder spannend, maar je hebt een veel grotere kans om droge kleren te houden.

Tip 3: Ga nooit alleen schaatsen! Als er een tocht door de KNSB georganiseerd wordt, kun je het er wel op wagen, maar doe het anders niet. Als je door het ijs zakt, heb je vaak hulp van anderen nodig. Ga dus altijd met een groepje uit schaatsen.
Tip 4: Zorg dat er een paar mensen een stevig touw hebben om de ongelukkige zo nodig uit het water te trekken. Dit dient dan liggend te gebeuren. Het ijs is op die plek immers niet betrouwbaar. Er is immers niet voor niks iemand doorheen gezakt! Op de Oostvaardersplassen heb ik een keer iemand gezien, die tot zijn middel in het water stond en die een spoor van wel 100 brekend ijs trok, voor dat het zo dik was, dat hij zichzelf uit het water kon hijsen! Het is natuurlijk wel handig, als de mensen, die het touw over de borstkas hebben, niet dicht bij elkaar schaatsen. Als zij allebei door het ijs gaan, is het wat lastig om dan het touw naar de redders te gooien. Van boven het ijs gaat het wat makkelijker dan vanaf het wak.

Tip 5: De ijspriem. Dit is een tweetal ijzeren prikpennen, die in veilig in elkaars houten of plastic handvaten prikken en die je veilig om je nek kunt hangen. Mocht je door het ijs gaan, dan schuif je het elastiek er vanaf en je kunt met de ijzeren spijkers jezelf op je buik op het ijs trekken. Blijf dat dan een stukje doen, want rondom een wak is het meestal zwak.

Tip 6: Het spreekt voor zich, dat helder daglicht ook de veiligheid vergroot. Je kunt immers meer zien. In het donker of in de mist weet je letterlijk niet wat je kunt verwachten.
Tip 7: Een ander hulpmiddel voor de veiligheid, dat al behandeld is bij kleding, maar dat ik hier niet ongenoemd wil laten, is een paar scheen- en kniebeschermers. Op natuurijs vinden meer valpartijen plaats dan op kunstijs vanwege scheuren, strootjes, oneffenheden, plotselinge stroeve plekken en dergelijke. Kniebeschermers voorkomen dan pijnlijke knieën (ik heb op Nieuwkoopse plassen een keer 90 km met een gekneusde knie gereden, doordat ik geen kniebeschermers dacht nodig te hebben), de snijvaste scheenbeschermers kunnen vervelende blessures voorkomen: je voorganger kan immers vallen en dan met zijn schaats lelijke wonden veroorzaken, want over het algemeen zijn schaatsen scherp....
Tip 8: Soms heb je het geluk, dat een zwembad een cursus wakzwemmen organiseert. Ik heb hier 2 keer aan meegedaan, en het was zeer leerzaam. Je zwemt dan met kleren aan in redelijk warm water onder plastic zeilen door met in het midden een gat. Nu gaat het ontspannen, want indien het niet snel genoeg gaat, kun je het zeil optillen. Met ijs is dat wel anders! Je bent plotseling in ijskoud water en toch wel een beetje in paniek. Nu ben je over het algemeen niet verder dan 1 of 2 meter van het wak af! Bij onder het ijs schieten dank je vaak aan vele meters, maar dat valt mee.
Tip 9: Let op kleurverschillen: als het gesneeuwd heeft, moet je naar de lichte plek. De sneeuw ligt als een deken op het ijs en weerkaatst het licht. Ligt er geen sneeuw, dan moet je juist naar de donkere plek. Zoek dus het contrast!
Tip 10: De oneffenheden onder water. Je weet en ziet, dat het ijs aan de bovenzijde mooi glad is, maar aan de onderzijde niet. Ik heb een keer het ijs in een emmer regenwater omgedraaid: er zaten een soort pegels van ijskristallen aan. Heel mooi om te zien, maar alleen als je er niet onder zit. Het ijs aan de onderzijde is dus ruw. Het is wel iets, om te onthouden!
Tip 11: Iemand onder water zoeken: als je alleen bent en je schiet onder het ijs, heb je een groter probleem, dan wanneer je met een groep bent. Iemand kan met een touw in het wak afdalen en de paar meter om het ijs voelen. Met het touw weet je immers altijd, welke kant je uit moet! Dit is de veiligste methode om je schaatsmaat weer boven water te krijgen.
Tip 12: Een handige methode, die ik geleerd heb met het wakzwemmen is, hoe je iemand het handigste uit het water kunt halen: dit is ruggelings. Met een touw of een paar ijspriemen gaat het handiger op de buik, maar indien er geen touw of ijspriemen voorhanden is, is iemand ruggelings uit het water halen de snelste en minst zware methode. Meer informatie over veilig natuurijs is te vinden op de website http://www.xs4all.nl/~heuzen/ van de Stichting Veilig Natuurijsverkeer. Hopelijk hebben jullie deze tips nooit nodig, maar neem ze toch ter harte. Voorkomen is immers beter dan genezen.....

zondag 14 december 2008

Naweeën

Het is inmiddels 2 weken geleden, dat ik de Elfurentocht gereden heb. Ondanks dat de hersteltraining best aardig ging, heb ik de afgelopen week toch wat lichte pijntjes in spieren en pezen gehad. De scheenbeenspieren voelde ik afgelopen week in mijn linkerbeen, bij het hardlopen met Hans Boers in de prachtige Horsten voelde ik pijn opkomen in mijn linker enkel.
Nu herken ik dit wel een beetje van de periode voor en na de marathon. Je vraagt in zo'n periode veel van je spieren en pezen, dus je zit dicht tegen de overbelasting aan. Nu krijg je de pijn(tjes) niet voor niets. Het is een signaal van het lichaam, dat je wat gas terug moet nemen. Dat deed ik dan ook: eventjes een klein stukje wandelen en wat drinken en daarna op souplesse weer doorgaan in een lager tempo. Zo hou je alles heel.
Met Feyenoordfan Jaap de Gorter had ik het vorige week zondag onder het hardlopen in de zonovergoten duinen over de vele hamstringblessures en afgescheurde pezen in het betaald voetbal in het algemeen en bij Feyenoord in het bijzonder. Als je er als trainer in slaagt om een heel elftal spierblessures weet te bezorgen, dan doe je iets niet helemaal goed. Het sleutelwoord hierbij is: krachttraining.
Bij een informatieavond over blessures en blessurepreventie heb ik geleerd, dat je de spieren enorm op kunt pompen met krachttraining, maar helaas, de pezen groeien niet mee in dat tempo. En als je spieren dan veel te sterk worden, dan kunnen de pezen afscheuren! Herkenbaar, heren trainers in het betaalde voetbal?
Mijn trainer Pieter Smit heeft als stelregel, dat de meest effectieve krachttraining ongeveer 10% zwaarder is dan de normale belasting. Je kunt de gewone oefeningen doen, maar dan met net even meer weerstand dan normaal. Mijn ervaringen met deze trainingsaanpak zijn goed: nooit blessures, tenzij door stomme pech. Vooral ook, omdat Pieter apelleert op je gewone boerenverstand: luister naar je lichaam. Dat doe ik in deze weken na de Elfurentocht en soms betekent het, dat ik inderdaad gas terug moet nemen....

vrijdag 5 december 2008

Barbara de Loor



Bij mijn vrouw op school was een kunststof ijsbaantje aangelegd, waarop Barbara de Loor op 4 december een dag les kwam geven. Ik had toegezegd, dat ik zou komen helpen. Het was een waterkoude ochtend, terwijl het zwaar bewolkt was maar gelukkig tegen de voorspellingen in wel droog. Om half 9 stalde ik mijn fiets om naar de instructie te kunnen luisteren.
Ik zou die ochtend allerhande hand- en spandiensten verrichten, zoals helpen met het aandoen van de schaatsen, samen met diverse leden van de Voorschotense ijsclub. De 77-jarige trainer Arie de Korte had achter de slijpmachine plaatsgenomen. Een tweetal jonge trainers begeleidde Barbara de Loor op het "ijs". Drie klassen kregen les van Barbara en ik moet zeggen: ze deed het erg leuk. Maar Barbara is een enthousiaste trainster en enthousiasme werkt altijd aanstekelijk.
Uit eigen ervaring als trainer weet ik, hoe lastig de eerste les van het seizoen met beginnende schaatsers altijd is en hier waren aardig wat kinderen, die nog nooit geschaatst hadden. Er is immers een hele generatie opgegroeid zonder natuurijs.
(Zie ook in september voor Schaatsles voor beginnende schaatsers)
De kinderen werden op een leuke, positieve manier benaderd, de muziek paste prima bij de diverse onderdelen, waaronder de polonaise, en er was een slalomwedstrijdje als afsluiting van de 3 kwartier durende les.
Aan de drie warming-ups deed ik uiteraard mee. Mijn donderdagochtendtraining had ik laten schieten, dus 3 keer statisch zitten gaf me toch nog een klein beetje trainingsarbeid. Trouwens, na 22 jaar droogtraining toch nog iets nieuws bijgeleerd: als je je armen voor je houdt bij het statisch zitten, krijg je meer druk achterop en wordt het vanzelf nog een beetje zwaarder.
Het leukste gedeelte van de ochtend was tijdens de ochtendpauze. Een groot gedeelte van de kinderen kwam als toeschouwer bij de funbaan kijken en aanmoedigen. Een paar kinderen, waar ik op vrijdagmiddag zelf les geef, waren er ook.
Aan het eind van de ochtend, voor ik naar de bibliotheek vertrok om de middag en avond als Rijmpiet te fungeren, kocht ik van Barbara de Loor een gesigneerd exemplaar van haar boek "Lekker!".
Als bibliothecaris kan ik dat van harte aanbevelen: ga "Lekker!" lezen!

Hersteltraining

Een van de lastigste trainingen in een seizoen is die na een natuurijsperiode. Meestal heb ik in het begin even moeite met de bochten, terwijl de rest van de techniek ook minder is. De "finetuning" is dan verdwenen. Vooral na mijn voorlaatste 200-kilometertocht op de Weissensee had ik hier veel last van.
De lichamelijke naslag van de Elfurentocht viel trouwens erg mee, geestelijk voelde ik me heel fit. Ik kon gewoon traplopen. Alleen de spieren in de onderrug voelde een paar dagen wat stijfjes aan. Normaal had ik daar nooit last van na een Alternatieve Elfstedentocht, maar misschien heeft de verbeterde schaatstechniek er mee te maken. Veel schaatsers hebben last van hun rugspieren. Zou ik dan toch een "echte" schaatser worden?
Dinsdagochtend na de Elfurentocht ging ik in de Leidse IJshal weer mijn rondjes van 200 meter draaien en tot mijn stomme verbazing ging het nog redelijk goed. Je merkte wel, dat de druk op de schaatsen minder was, maar het ging nog best redelijk en beter, dan ik zelf had verwacht.
Ik kon de hele piramide van 5, 10, 15, 20 en 25 ronden en dan weer naar beneden volbrengen, terwjl er af en toe een pittig tempo werd gereden. De hersteltraining ging boven verwachting.

maandag 1 december 2008

Elfurentocht







Vrijdagavond vertrok ik, na in de Leidse IJshal schaatsles te hebben gegeven voor de buitenschoolse sport en voor de IJVL, met de fiets in de trein naar Harderhaven. Hier zou ik een nacht logeren op de tjalk van mijn zwager. Om 9 uur was ik bij Anton en Annemarie en na een paar uur gezellig bijpraten dook ik om 11 uur in de slaapzak. De slaap kwam gelukkig snel, want de wekker stond op 4 uur.
Om 3 uur werd ik uit mezelf wakker en daar ik de slaap toch niet meer kon vatten, kleedde ik me om half 4 aan en ging zachtjes in mijn eentje ontbijten. Een half uur later zat ik op de fiets. Het regende vrij hard, hetgeen niet voorspeld was. Met mijn regenbroek aan fietste ik over de donkere dijk naar Flevonice. In het licht van de koplamp kon je tientallen konijnen het fietspad zien oversteken.
Rond de klok van 5 uur had ik startnummer 312 op mijn rechterbovenbeen gespeld. Een half uur later was de briefing. De spelregels van de dag werden uitgelegd. Tevens werd gezegd, dat er enkele buitenlandse deelnemers aan de eerste Elfurentocht waren, waaronder iemand uit Spanje. Op 29 november krijg je dan een sterk vermoeden, wie dat dan kan zijn. En inderdaad: Sinterklaas kwam aangeschreden.
De Goedheiligman komt het startschot geven is dan snel je eerste gedachte. De nummer 1 in de tradities van Nederland moest het echter afleggen tegen een andere nummer 1: Reinier Paping, de winnaar van de meest legendarische Elfstedentocht. Op 18 januari 1963 deed hij 10 uur en 59 minuten op deze helse tocht door een poollandschap. Aan ons de taak om onder heel wat betere omstandigheden te proberen om binnen die tijd de 200 km af te leggen. Ik had me hem groter voorgesteld. Hij is beslist niet groter dan mij, maar als schaatser is hij natuurlik veel groter!
Om kwart voor 6 ging de regen over in een miezerbuitje en mochten we naar buiten om de schaatsen aan te trekken. In het startvak met ruim 100 schaatsers kwam ik Haico Bouma tegen, de nummer 7 van de Elfstedentocht van 1986. Met hem nog even na staan praten over de Zevenheuvelenloop, die we allebei gelopen hadden, maar al snel gaf Reinier Paping het startsein en mochten we los.
Ook al was de ijsbaan redelijk goed verlicht, schaatsen in het donker is toch niet iets, wat je elke dag doet. Met een ruiterlichtje om mijn linkerarm reed ik het eerste rondje in een van de snellere groepen, ondanks mijn opmerking voor de start: “Om de rode lantaarn hoef je je geen zorgen te maken, die heb ik al!” Sint-Nicolaas reed trouwens de eerste ronde mee, met zijn wijd wapperende tabberd en zijn staf. Het was een komisch gezicht, toen de Sint zijn mijter verloor en hij zich met zijn staf in de hand om moest draaien.
Het eerste stempel van de dag werd door de legendarische Reinier Paping op mijn stempelkaart gezet. Dit is te zien op de video.

Met een groepje van 4 man reden we de volgende rondes in een lekker strak tempo. Om beurten namen we een ronde van 4,5 km de kop. Na 4 rondes moest ik even wat drinken en de blaas legen, zodat ik het contact met deze groep verloor. De volgende rondes reed ik veelal alleen. Gelukkig stond er niet al te veel wind in de kale polder. Het eerste uur had ik 5 rondjes achter de rug. Ik lag dus mooi op schema.
Halverwege het tweede uur begon het te schemeren en langzamerhand zag je het steeds lichter worden. Het blijft een bijzondere ervaring om dit op de schaats mee te maken. Het tempo lag nog steeds op hetzelfde niveau, ondanks dat het ijs in de vochtige lucht steeds meer begon uit te slaan. Toen het licht geworden was, werd de baan voor de eerste keer met een tractor geborsteld. Je merkte het meteen als de zachte bovenlaag eraf was gehaald.
De hele ochtend probeerde ik vooral te rijden op techniek, of ik alleen reed, als “wieltjesplakkker” achter een andere schaatser of in een groepje. Vooral op de bijhaal en het rustmoment probeerde ik me te concentreren. Wat dat aangaat is schaatsen een denksport. Je moet voortdurend alert blijven.
Het was zwaar bewolkt maar droog, een graad of 5 en met windkracht 3 waren de omstandigheden redelijk goed. Alleen de hoge luchtvochtigheid zorgde er voor, dat het bovenste laagje vrij zacht was. Het was echt werkijs. Ik was niet de enige, die daar zo over dacht. Diverse andere schaatsers zeiden het in de loop van de dag tegen me. Ondanks het werkijs ging het tot 100 km lekker. Ik zat dik onder het schema van 10 uur en was inmiddels begonnen aan de achterzijde van de stempelkaart.
Het eten van vast voedsel ging steeds moeizamer, een krentenbol eten onder het schaatsen ging al vrij moeizaam, een paar rondes later was ik een halve ronde bezig om een broodje kaar weg te werken. Vanaf dat moment schakelde ik over op Squeezy energiegel voor de broodnodige brandstof, hoewel ik eerlijkheidshalve moet bekennen, dat ik van Zwarte Piet een paar keer een handje pepernoten kreeg. Naast Sinterklaas en Zwarte Piet kwam ik ook de IJVL-leden Jacquelien Waasdorp en Saskia Liem tegen, die hier "gewoon" aan het schaatsen waren.
Ondertussen had Reinier Paping ook het startschot voor de Zevenurentocht en de Vijfurentocht gegeven. Er deden een paar kinderen van hooguit een jaar of 9 aan mee, die tot 60 km kwamen!

Rond de 120 km had ik een paar rondjes, dat ik een klein dipje had, maar tussen de 130 en 150 kilometers reed ik de beste kilometers van de dag. Ik reed zelfs een paar rondes mee in de groep met Haico Bouma. Nu had ik wel het idee, dat deze marathonschaatser zich heel erg inhield, maar desondanks rijd je dan toch een pittig tempo.
Tussen de 160 en de 190 km had ik, net als meestal bij het 35 kilometerpunt bij de marathon, mijn gebruikelijke inzinking. Het technisch goed schaatsen liet ik voor wat het was en ik ging rechtop schaatsen. Met een "ouderwetse" prikslag reed ik zo mijn rondjes. Zoals je bij de marathon soms even moet wandelen om te voorkomen, dat je kramp krijgt, moest ik dat nu ook doen. Bij de 180 km zat ik voor het eerst boven het schema van 10 uur. Desondanks had ik wel de zekerheid, dat ik de 200 km binnen de 11 uur zou volbrengen, in tegenstelling tot Jan van Schie, met wie ik op donderdagochtend regelmatig schaats. Na een maand geblesseerd te zijn strandde hij op 180 km.
En dan is het er plotseling weer: je voelt, dat je weer kracht krijgt, “de tweede adem”. De laatste 3 ronden kon ik weer goed technisch rijden en met een soort eindsprint van bijna 14 km beëindigde ik mijn eerste Elfurentocht. De 44e stempel, oftewel 198 km, werd gezet toen ik 10 uur onderweg was. De 200 km werd volbracht in 10 uur en 5 minuten, waarna ik met de 45e stempel de 202,5 km lange tocht volbracht had in 10 uur en een kwartier. “Je ziet er nog monter uit” zei de speaker. Toen wel, ja!
Mijn snelste 200 tot nu toe had ik op de Weissensee volbracht in 10.16, dus dit was, ondanks het werkijs en ondanks het te woord staan voor een paar korte interviews tijdens de Elfurentocht, een verbetering van het p.r. met ruim 10 minuten. Tijdens zo’n interview kreeg ik de vraag voorgelegd, of dit een beetje de sfeer van de Elfstedentocht had. Dit kon ik wel beamen. Het gebeurt niet zo vaak, dat ik ’s ochtends om half 4 zit te ontbijten en ook schaatsen in het donker is geen dagelijkse trainingsstof terwijl het Friese dweilorkest "Menaemer Feintjes"zeer zeker sfeerverhogend werkte.
De organisatie van de Elfurentocht was prima. Het enige minpunt was, dat de baan te weinig geveegd was. Maar goed, aan de andere kant: met natuurijs gebeurt dat ook niet. Het ijs op Flevonice was trouwens een stuk beter dan vorig jaar. Er was een meter of 200 ribbeltjesijs, voor de rest was het verder redelijk tot goed ijs. Wat mij betreft is de Elfurentocht voor herhaling vatbaar. En het mooiste zou het zijn, als de winnaar van de Elfstedentocht van 2009 dan het startschot zou komen geven. Ik ben in ieder geval klaar voor die Elfstedentocht.

Ingeloot


Jarenlang was het een moment, waar met spanning naar uitgekeken werd: begin december kreeg je post van de vereniging “De Friesche Elf Steden”, waarin stond, of je als lotend lid ingeloot was of uitgeloot. Nu was de kans in de eerste jaren niet zo groot. Ongeveer een op zeven. Tot begin 1985 kon je vrij simpel lid worden. Er waren nog maar 4000 leden, maar na de Elfstedentocht van dat jaar zat de vereniging binnen mum van tijd vol.
In de winter van 1990 kon je je inschrijven als potentieel lid. Bij 16.000 vaste leden kwam een zelfde aantal potentiële leden. In de loop van de jaren verschoof langzaam maar zeker de verhouding. Momenteel zijn er 12.000 vaste leden en nog steeds ongeveer 16.000 lotende. Daarmee verschoof ook de kans, van een op zeven naar tegenwoordig een op twee. In die jaren had ik vaak veel geluk met het inloten. Op een gegeven moment zelfs 5 jaar op rij. Maar ja, wat het je daar aan, als het niet gaat vriezen…..
Er wordt tegenwoordig eigenlijk niet meer geloot. Twee jaar geleden is er voor gekozen om de helft van de lotende leden in het even jaar in te loten, de andere in de oneven jaren. Daar ik vorig jaar uitgeloot was, wist ik, dat ik deze winter ingeloot was. Dit weekeinde viel de bevestiging op de deurmat. Ik ben ingedeeld in startgroep 13, de eerste startgroep na de 12 van de vaste leden. Vermoedelijk zit ik in dezelfde startgroep als mijn Elfstedenmaat Jaap de Gorter. Zouden we eindelijk eens op herhaling kunnen gaan?

Sinterklaasgedicht




Beste atlete,

Toen Sinterklaas in Holland gearriveerd was
Zag hij hoe toepasselijk die naam gekozen was,
Want daar zag hij jou gaan door de straten.
Je had geen tijd om even te staan praten
Want je moest verder rennen en struinen
Over het strand en door de blanke duinen.
Je liep daar te buffelen, je ging flink te keer
En iedere week werd de afstand weer meer,
Want dat is het leuke van deze sport:
Dat je iedere keer iets beter wordt.
Dus ziet Sinterklaas jou graag hollend gaan
En denkt de bisschop: hier heb je iets aan.
Een atlete moet niet alleen rennen en zweten,
Ze moet vooral ook kilometers vreten!
Ga dus snel met het KM-vreten beginnen,
Het geeft je een prettig gevoel van binnen
En als je bang voor een pondje extra bent:
Het is er toch ook zo weer van af gerend!

Sint-Nicolaas


Ik ben op mijn werk Rijmpiet in deze periode van het jaar. Degenen, die zelf niet zo makkelijk kunnen dichten, mogen het gebruiken. Doe de chocoladeletters K en M erbij(er zijn weinig vrouwen, die niet van chocolade houden) en je bent klaar.