vrijdag 30 november 2012

Berijpte velden, mistflarden en een vliesje ijs


Het was een aangename verrassing, toen ik vanmorgen de deur uit stapte. Enkele buren stonden de ruiten te krabben. Daar heb ik als fietser geen last van.
Ik fietste over het fietspad langs de molen en zag, dat het water in deze laaggelegen sloot vrijwel helemaal bedekt was met een vliesje ijs. Daarachter lagen berijpte velden met mistflarden op de achtergrond. Rood gekleurde sluierbewolking maakte het winterse plaatje compleet op deze laatste dag van de meteorologische herfst.
Zoiets als op deze prachtige foto's, die ik op internet gevonden heb.
Ook langs het voormalige vliegveld Valkenburg was deze combinatie van berijpte velden, mistflarden en een vliesje ijs te vinden.

Op de Cantineweg was het voorzichtig fietsen. De glinstering van het wegdek aan de rand van de duinen verraadde, dat het glad was. Zolang je fietst, is er over het algemeen niets aan de hand. Pas als je moet remmen, wordt het link.
Om 9 uur kwam ik veilig op mijn werk aan, waar ik tot 9 uur voornamelijk in de frontoffice te vinden was. Om kwart over 2 fietste ik weer op huis aan, waar ik een hapje at, me omkleedde en naar de Leidse IJshal fietste.
In de IJshal hingen enorme foto's van gehandicapte kinderen in de Derde Wereld, die gemaakt waren door Monique Velzeboer. Dit is de aankleding van de 1000 rondjes van Leiden, die dit jaar de Monique Velzeboer Foundation en het Liliane Fonds als goed doel heeft.

Tijdens de les van de buitenschoolse sport wees ik de kinderen op deze foto's en zei, dat ik er aan mee ga doen. Om hen een klein beetje te laten ervaren, wat dit is, liet ik hen 10 rondjes schaatsen op de buitenbaan.
"Wie meer wil, die mag dat", zei ik er bij.
Nou, dat heb ik geweten. Een meisje reed 9 rondjes, de meeste anderen tussen de 10 en de 16, een jongen reed er 18, maar ik was toch echt verbaasd, toen Kiek Straathof haar aantal noemde: 21 rondjes oftewel 4,2 km. Als ze er meer zou moeten rijden, zou ze dat nog moeiteloos doen ook. Schaatstalent zit kennelijk toch in de genen!
Aansluitend was er de schaatsles van de IJVL. Tijdens een trainersvergadering was ons toegezegd, dat de Zwarte Pieten, die we vorig jaar zo node gemist hadden, dit jaar beslist wel langs zouden komen.
Toen de schaatsles om half 7 afgelopen was, was er nog steeds geen spoor van Sint en Piet te ontwaren. Het "En rijdt toch niet stilletjes ons huisje voorbij" deed ook dit jaar weer opgeld.
Kennelijk ben ik dit jaar niet braaf genoeg geweest....

Een thermisch normale herfst

Vanmorgen viel dit op de site van Jan Visser, een weerman, die ik heel hoog heb zitten, te lezen:
"De meteorologische herfst lijkt zich thermisch vrijwel exact te gaan houden aan het klimatologisch spoorboekje. Tot en met 28 november bedraagt het langjarig gemiddelde op het KNMI in De Bilt 10,6º. Dat is exact gelijk aan normaal: gebaseerd op de dertigjarige vergelijkingsperiode 1981-2010. Onder invloed van een te koude slotdag zou het herfstgemiddelde nog 0,1º lager kunnen uitvallen maar ook 10,5º valt feitelijk binnen de marge normaal. Een doorsnee herfst is niet zelden het resultaat van perioden met nazomerwarmte "gecompenseerd" door koude tijdvakken. Dat was bijvoorbeeld in 2010 het geval. September verliep toen overwegend te koel, oktober bracht aanvankelijk opvallend veel nazomerwarmte en in november wisselden koude en zachte perioden elkaar af maar verliep de slotfase zeer koud. Dit jaar hielden echter alle maanden zich aan het spoorboekje. Het septembergemiddelde kwam uit op 14,2º (afwijking -0,3º), oktober noteerde gemiddeld 10,5 (-0,2º) en november staat nu op 7,1 (+0,4º)."
Dit verhaal van Jan Visser wordt bevestigd door het KNMI.
Dit sluit volledig aan op wat ik deze winter ook verwacht: een thermisch normale winter. Eentje zoals de winter van 1979-1980. Geen bijzonder koude winter, maar wel eentje met een week natuurijs. In januari 1980 reed ik, als 24-jarige, voor het eerst van mijn leven een Molentocht van 50 km uit.

donderdag 29 november 2012

De Jobo-trein

Wie een jaar of 10 geleden op de publieksuren rondreed in de Leidse IJshal kon er niet omheen: een groot deel van het peloton reed in de rood-gele trainingsjacks van het Leidse bouwbedrijf. We spraken indertijd over de Jobo-trein.

Tegenwoordig zie je deze jacks nog maar zeer sporadisch. Vanmorgen reed Jim Dekkers, die even over kwam uit Duitsland, in dit opvallende jack zijn rondjes.
De "Krasse knarren" begonnen om 9 uur precies met een man of 10 aan een piramide met wat meer duurwerk: 10, 20 en 30 rondjes en daarna 30, 20 en weer 10. Gaandeweg werd ons peloton wat groter en aan het eind reden we met een kleine 20 man op de verder redelijk druk bezette buitenring.
De keuze voor deze duurwerkpiramide was tweeledig. Af en toe moet je nieuwe trainingsprikkels inbouwen, maar daarnaast was er nog een praktische reden. Om kwart over 10 moesten we klaar zijn, daar er gedweild ging worden. Er zouden 150 leerlingen komen van het Bonaventura College, die schaatsles zouden krijgen van o.a. Maria Nieuwenhuis en Geertje van Hoek.
Een groep krasse knarren ging naar de kantine, waar ik een hele tijd met Frans Wijfje praatte, die vroeger heel vaak met mijn broer Leo heeft samengewerkt.
Om kwart over 11 nam ik afscheid van Jim Dekkers, de laatste der Mohikanen in het Jobo-trainingsjack, zoals hieronder gedragen door Henk Distelveld.

woensdag 28 november 2012

Een sigaar uit eigen doos


Op de site van het Leidsch Dagblad was vandaag het volgende te lezen: De toekomst van de Leidse ijshal is opnieuw in gevaar. Als de gemeente niet met een ton per jaar subsidie over de brug komt, is de kans groot dat IJssport Vereniging Leiden (IJVL) de huur volgend seizoen niet kan verlengen. Dat zei voorzitter Jos Arts dinsdagavond tijdens een commissievergadering over de nieuwe Leidse sportnota in het Tweelinghuis.
Volgens Arts is een ton nodig om het verschil tussen inkomsten en uitgaven te overbruggen. "Het contract loopt volgend jaar af. Een kale huur van 170.000 euro met af en toe lekkage en veel achterstallig onderhoud", legde Arts de commissie uit: "U kunt eigenlijk niet van een groep vrijwilligers verwachten dat zomaar te verlengen. U vraagt een Mission: impossible van ons."
Een paar weken geleden kwam de Sportnota uit, waarin staat, dat er 1,5 miljoen euro is uitgetrokken voor (achterstallig) onderhoud.
Nu loopt er een verzoek aan de gemeenteraad om de jaarlijkse exploitatiesubsidie van 1 ton, die de Leidse IJshal de afgelopen jaren kreeg, te continueren. Dit schaatsseizoen is het laatste van die toezegging voor 4 jaar.
Op zich zou het geen probleem mogen zijn. Destijds ging de gemeenteraad unaniem akkoord met deze subsidie, terwijl in de verkiezingsprogramma's van ALLE in de gemeenteraad gekozen fracties valt te lezen, dat men voor het behoud van een kunstijsbaan in Leiden is.
Even ter vergelijking: de kosten voor het ijsbaantje op de Nieuwe Rijn, die zegge en schrijve 1 maand open is, zijn eveneens een ton.
Vergeleken met andere gemeenten is Leiden spekkoper: de Leidse IJshal is verreweg de goedkoopste kunstijsbaan van Nederland. Met dank aan de vele vrijwilligers, die er heel veel tijd in stoppen! Dit zou men moeten koesteren.
Als volgend jaar de exploitatiesubsidie van 1 ton zou vervallen, is er sprake van een sigaar uit eigen doos.

dinsdag 27 november 2012

Bob Marley on ice

Of het nu kwam door de kleine griepgolf, die rondwaart of doordat veel vaste klanten aan het dichten waren geslagen met het oog op Sinterklaas volgende week: het was redelijk druk in de Leidse IJshal. De pelotons van in totaal een man of 30, dat iedere week aanwezig is, was wat kleiner dan gewoonlijk, maar er waren aardig wat nieuwkomers.

Een van hen was met zijn dreadlocks tot halverwege zijn rug een blonde uitvoering van Bob Marley. Net als ik reed hij op kluunschaatsen. Hij kon het door Rein aangevoerde peloton goed bijhouden, terwijl ik in het snelle peloton achter Martin Wijnands meereed. Af en toe pakte ik met Wierd Wagenmakers een rondje. "Zullen we rustig dubbelen?", vroeg deze Fries. Daar deed ik graag aan mee.
De naweeën van de griep van vorige week vielen mee. In het begin voelde ik mijn scheenbeen wat meer dan anders, maar ik kon toch aardig doorkachelen.

Aan het einde van de training raakte ik in gesprek met "Bob Marley". Het bleek een Zweed te zijn. Dat verklaarde de kluunschaatsen. Dat was immers een Zweedse uitvinding.

Wierd spreekt een mondje Noors en voerde in deze aan het Zweeds verwante taal een gesprek met deze scheikundestudent.

Gelukkig leidde dit niet tot een Babylonische spraakverwarring, want de Zweden zijn een sportief volk.

maandag 26 november 2012

Onderbroekenlol

Het was in de tweede helft van de jaren '70. Ik was een vaste bezoeker van "De Hobbit" in Nieuw-Vennep en daar maakte ik kennis met de Simpelpee van Koot en Bie.
Op deze lp was een persiflage te vinden van een minister, die landde op Schiphol en door een journalist werd ondervraagd. Dit ging gepaard met fraaie zinsneden als: "Helaas behelsde het bolletje slechts één sok", waarna een uitweiding volgde op het feit, dat de minister een paar sokken geleend had van de staatssecretaris.
Aan het eind kwam er nog een prangende vraag van de interviewer: "Vond dit soms plaats in de geleende onderbroek van de staatssecretaris?"
Het antwoord luidde, zoals politici nog immer plachten te doen: "Eh, eh, geen commentaar...."
Dit werd een gevleugelde uitdrukking in "De Hobbit".

Nu kwam er in die jaren in het Hippies centrum ene Rob Bos of Bosgraaf, dat ben ik kwijt. Hij was niet 1, maar 2 koppen groter dan ik, want hij mat maar liefst 2.10. Deze hooggeplaatste persoon kreeg van ons de eretitel "Staatssecretaris". Of hij er blij mee was, weet ik niet, maar deze grote fan van Bob Marley kwam niet meer van die bijnaam af.

U snapt, dat ik met de sketch van het Simplisties Verbond in het achterhoofd, dubbel lag van het lachen, toen ik vorige week op de site van de NOS deze kop zag: "Rutte met extra ondergoed naar top".
Ook al is het onderbroekenlol, ik vond hem wel leuk!

Loonse en Drunense duinen

Het was mistig, toen ik zaterdagochtend om even over half 9 op de fiets stapte om bij de bakker brood te halen, waarna ik kon ontbijten om vervolgens met Jos Drabbels samen naar de Leidse IJshal te fietsen. Hier vandaan zouden we naar Biezenmortel vertrekken om te gaan mountainbiken.
Ik zat in de wagen bij Jaap de Gorter, Andrea Landman en Frank Damen, terwijl Jos met Hetty ten Oever in de auto van Robert Nozeman plaatsnam. Alles ging goed tot voorbij Woerden, waar we in een file terecht kwamen.

In de file werden we gepasseerd door Wil Verbeij en Sjaak Stuijt. Net als bij schaatsen vaak het geval is zaten zij in de snelle baan.
Met ruim een half uur vertraging kwamen we aan bij café "De Rustende Jager" in Biezenmortel, waar onze trainer en zijn vrouw inmiddels al aan hun vijfde kopje koffie zaten. Bij de dopingcontrole zouden ze ongetwijfeld positief testen. Maar daar hadden we zaterdagmiddag geen last van: de dopingcontroleurs verdwaalden op de Brabantse Sahara.
Nadat we de mountainbikes gehuurd hadden bij een wat oudere man, die meteen logenstrafte dat alle Brabanders gemoedelijk zijn, begaven we ons naar de zwarte route. Het was nog steeds mistig en met een paar graden boven nul begaven we ons in de koude Brabantse Sahara.

Ik reed de eerste paar kilometer achter Jaap de Gorter aan de kop van de groep IJVL-ers en kwam toen zelfs een korte tijd op kop te rijden. Dat was niet zozeer mijn verdienste, maar een gevolg van een paar valpartijen op dit technische parcours. Bij een vrij steile afdaling was het zand na een boomwortel ineens 15 cm lager. Op dit soort omstandigheden moet je wel verdacht zijn bij het mountainbiken. Je moet constant geconcentreerd blijven en op souplesse rijden.
Na een kilometer of 4 wachtten we even op de achterblijvers. Jos kwam melden, dat Wil, die op zijn eigen mountainbike reed, materiaalpech had. Een trapper was defect. Hij moest terugwandelen door het zand en een fiets huren.
Ik kwam op mijn vertrouwde plek te rijden: in de achterhoede. Op zich geen verkeerde plek trouwens: je kon zo goed zien, welk spoor je trainingsmaten volgden.
Alles ging goed, tot we bijna bij café "De Roestelberg" waren. Bij een val in het mulle zand brak de derailleur van Sjaaks fiets af. Aan voorbijgangers vroegen we, wat de kortste weg naar "De Rustende Jager" was.
Dwars over de Loonse en Drunense duinen was geen optie. Sjaak zou proberen om over fietspaden naar Biezenmortel te rijden, terwijl de ketting slap hing over het grote voorblad. Hij kon geen kortere weg kiezen: ons begin- en eindpunt lag precies aan de andere kant van dit prachtige natuurgebied.
Wij reden zonder de 2 Zoeterwoudenaren verder. We kregen te maken met uitregenende mist. Je werd er niet echt nat van, maar had er toch last van. Op dit gedeelte van het parcours zoog de natte grond zich vaster aan je banden, dus het reed wat zwaarder.
De laatste 10 km werd er niet meer elke keer op elkaar gewacht. Ik reed met Hetty en Letty in de staartgroep door een van de mooiste delen van de zwarte route. We kruisten diverse keren de zandverstuivingen, terwijl we constant op en af gingen op de duinen. Fantastisch mooi.
De laatste kilometer voelde ik, dat ik toch wel een jasje had uitgedaan met de paar dagen griep, maar eerlijk is eerlijk: ik had niet verwacht, dat ik de route van 25 km zo makkelijk zou rijden. Wil kwam een kwartier na ons binnen.
We leverden onze fietsen in en Robert en Jaap gingen met de auto Sjaak ophalen, die nog steeds bij "De Roestelberg" zat. Het fietsen zonder derailleur ging toch niet zo makkelijk.
De rest van de groep wachtte in "De Rustende Jager". Ik was dat wel gewend, want in Nieuw-Vennep is een café met dezelfde naam. In mijn jeugdjaren ben ik daar regelmatig geweest om te biljarten of bij feesten. Toen ik net senior was bij het voetballen, zat ik in DIOS 7 met Jan van Oirschot, een van de barkeepers in "De Rustende Jager". Hij kon smakelijk vertellen over de keer, dat er een carnavalsfeest was geweest in de feestzaal.
De volgende morgen gingen ze de wc's schoonmaken. Een van de deuren zat nog op slot. Met een schroevendraaier maakten ze deze open en op de toiletpot zat een feestganger, die tijdens de stoelgang in slaap gevallen was en nu wakker werd door het bulderend gelach van de schoonmaakploeg!
Niet alleen Brabantse nachten zijn lang....

Brabantse middagen trouwens ook. We kregen een telefoontje van Robert en Jaap. Ze waren bijna bij de weg die naar "De Roestelberg" voerde, maar deze was afgesloten. Ze moesten dus helemaal terugrijden en via de zuidzijde om de Loonse en Drunense duinen heenrijden.
Wij vermaakten ons wel bij een welverdiende kop erwtensoep en een Westmalle dubbel, terwijl de smeuïge verhalen over de mountainbiketocht loskwamen.
Een van onze tochtgenoten was in een afdaling onderuit gegaan en werd onder de uitspraak: "Oh, is het hier gevaarlijk?" gepasseerd door een trainingsmaat, die rustig verder reed.
Nu we het over vallen hebben: mountainbiken met clippedalen is niet geheel zonder risico. Iemand, die hier mee rondreed, was 4 keer onderuit gegaan in het mulle zand. Vaak kun je een val voorkomen, door in een reflex een voet op de grond te zetten. Als je vast zit aan de pedalen, is dat toch lastiger.
Nadat Sjaak, die alle plaatselijke Brabantse bladen uitgelezen had, zijn kapotte mountainbike had ingeleverd, gingen we in de stromende regen weer richting Leiden, waarbij we bij Utrecht weer in een file terecht kwamen.
We hadden daarmee pech, maar we hebben onwijs gemazzeld met het weer. Het begon pas echt te regenen, toen we klaar waren met onze zwarte route op de Loonse en Drunense duinen.

zondag 25 november 2012

Stormloop op de Horsten

Deze week stond in het Leidsch Dagblad een bericht, dat het niet bepaald storm liep bij de verkoop van dit al 4 jaar leegstaande pand op landgoed "De Horsten" in Voorschoten. Ook al is de vraagprijs inmiddels 6 ton gezakt, 1,85 miljoen euro heb ik, net als de meeste Nederlanders, niet iedere dag op zak.
Vanmiddag had ik om half 3 afgesproken met Hans Boers om een rondje om en op "De Horsten" te gaan lopen. Een regelrechte stormloop, want er stond windkracht 8, terwijl het op zee nog harder waaide.

Het was dan ook een stevige trap tegen de wind in op de Velostrada. Er waren stukken, dat ik niet boven de 10 km uitkwam. Maar er waren meer fietsers, die hetzelfde euvel hadden. Het komt niet vaak voor, dat je met 11 km per uur nog fietsers inhaalt, maar vanmiddag lukte dat!

Vlak voor station Voorschoten zag ik, dat de betonnen platen eindelijk waren weggehaald en dat er nieuw asfalt lag bij de nieuwbouwwijk. Het zag er wat ruwer uit dan het skeelerasfalt, dat het grootste deel van deze fietssnelweg bedekt, maar ik vermoed, dat je er prima op kunt skeeleren. Het is in ieder geval een hele verbetering ten opzichte van de schots en scheef liggende betonplaten.
In het zonnetje liepen Hans en ik tegen de wind in naar de Horstlaan, om via deze achteringang het landgoed van schaatscrack Willem-Alexander en Maxima te betreden. We liepen om het te koop staande landhuis heen en over de prachtige paden renden we in een veredeld marathontempo richting hoofdingang.
Halverwege kwamen we Arthur van Winsen tegen, die met zijn vrouw en zijn zoon Jochem op deze zonnige zondagmiddag door "De Horsten" wandelde.

Twee jaar geleden heb ik in december nog met Jochem geschaatst op de Gouwzee. En als onderstaand kaartje uit mocht komen, dan gaan we in december weer op herhaling!
Met Hans maakte ik de stormloop op de Horsten af. Het was zijn eerste loop in 4 weken. Met Morena was hij op vakantie geweest naar de Dominicaanse Republiek, waar hij diverse sporten had beoefend, maar geen duurloop had gedaan.
Om half 4 zat ik met de storm in de rug op de fiets. Onze stormloop zat er op.

Sixtieskoor

De treinreis naar Voorhout duurde nog geen 5 minuten, waarna Ada en ik naar de fietsenwinkel wandelden, waar we zouden worden opgepikt door Joop Beenakker en Gea Schelee. Om 7 uur stapten we in de auto, die ons naar "De Lichtfabriek" zou brengen, waar we konden gaan genieten van het Sixtieskoor onder leiding van Cees Thissen.
Het vinden van een parkeerplaats was niet zo lastig, daar we een wandeling van 500 meter voor lief namen. Ik had de kaartjes voor onze vriendengroep bij ons. Verreweg de meesten waren in hippie-outfit uitgedost. Nu hadden Ada en ik in mei kunnen oefenen bij het feest van de eveneens aanwezige Tim de Beer en Rob en Margriet Ammerlaan.

Een deel van de koorwerken van vanavond zongen we op die gedenkwaardige avond in mei met aan de omstandigheden aangepaste teksten.
Het was druk, zeer druk. Er waren 1000 kaartjes verkocht. We stonden vrij ver naar achteren. Ik bleef met Gert Dol en Joep Kapiteyn op deze plek staan, terwijl de rest wat meer naar voren wist te slalommen.
De spreekstalmeester van het koor legde uit, wat er vanavond op het programma stond en liet zien, hoe snel een metamorfose van vijftiger of zestiger naar hippie verloopt. Hij deed zijn nette bloes uit, deed een fleurig en speels model aan, deed een pruik met haar tot halverwege de rug op, bevestigde deze met een gekleurde haarband en met een ronde zonnebril was de metamorfose klaar en ging de uitvoering van start met "Those were the days" van Mary Hopkins.

De eerste set behelsde 10 liedjes uit de jaren '60. Nu kan ik u garanderen, dat een zaal met 1000 vrij dicht opeengepakte mensen aardig warm is. Onze plek vrij achterin had dus zo zijn voordelen. We konden makkelijk naar de bar om ons eerste biertje te halen. De Bijbel had volkomen gelijk: "De laatsten zullen de eersten zijn!"
In de pauze voegden we ons bij de rest van het gezelschap en zorgden we ervoor, dat we na de pauze ook een plek hadden pal voor het podium.
Zodoende kwam ik bij Joop en Tim te staan, vlak achter Cees Thissen, die piano speelde en dirigeerde. Dit bracht Joop Beenakker, oud-dirigent van "Octopus", tot de verzuchting: "Het valt ook niet mee om een koor in de hand te houden."

"Klopt", antwoordde ik, dankbaar gebruik makend van dit intikkertje: "Jou is het dan ook nooit gelukt!"
Nu is het een feest om bij dit soort gelegenheden bij Joop en Tim te staan. Zij zijn dan net zo gek, pardon, enthousiast als ik. De geestdrift van de zestiger en zeventiger jaren met al zijn swingfeesten kwam helemaal los bij ons.

Daar we de meeste liedjes, zoals "Sound of silence van Simon & Garfunkel, van haver tot gort kenden, zongen we uit volle borst mee. We deden dit met zoveel enthousiasme, dat Bas Warnink, die met zijn vrouw Nel in het Sixtieskoor meezong, na afloop tegen ons zei: "Ik hoorde jullie meezingen."
Na de afsluiter, wederom "Those were the days", kwam er één toegift: de meebruller "Viva Las Vegas" van Elvis Presley.

Joop en ik praatten even met dirigent Cees Thissen en met Bas begaf ik me naar de bar, waar het behoorlijk lang duurde, voor we bediend werden. Daarna begaven we ons een halve etage lager, waar we konden swingen op de muziek uit de Sixties, die voor ons werd uitgezocht door discotheek "Tum Tum".
Er werd een serie groepsfoto's gemaakt van deze oude hippies voor het goede doel, waarna we een polonaise begonnen op "Het land van Maas en Waal" van Boudewijn de Groot.

Tot mijn verbazing bleek mijn conditie niet eens zo veel aangetast door de griep. Ik kon anderhalf uur probleemloos swingen zoals in die goede oude tijd.
Vooral op het nummer "Zorba de Griek" van Trio Hellenique ging ik helemaal los.

Te midden van de hossende menigte deed ik mijn sirtaki. Maar ja, ik had vorig jaar dan ook driftig geoefend tijdens de 3 oktober-optocht, toen een fanfare uit Winchester dit nummer minstens 7 keer speelde.

Een vrouw kwam na deze Keltische variant op de sirtaki bewonderend naar mij toe: "Wat heb je een enorme conditie."
"Dat klopt", antwoordde ik bescheiden: "Ik train veel en heb dit jaar de Elfstedentocht gereden."
Rond middernacht wandelden we naar de auto. Joop en Gea zetten ons af bij station Leiden. Tijdens de rit terug haalden we oude herinneringen op en zaten we na te genieten van het optreden van het Sixtieskoor en het feest erna.

Herstel

Vrijdagochtend was ik om 5 uur wakker, maar de slaap kwam niet meer terug. Ik was voldoende hersteld om te gaan werken. Om 7 uur stapte ik mijn bed uit, nadat ik 2 uur had lopen malen over de idioterie van het langer door laten werken van de bevolking tot 67 jaar in tijden van massawerkloosheid. Er is momenteel ruim een half miljoen mensen zonder baan in Nederland, maar in werkelijkheid ligt het werkloosheidscijfer veel hoger.
Vergeleken met de crisis in de jaren '80 zijn er nu veel ZZP-ers, die geen of te weinig werk hebben om rond te kunnen komen, maar die niet meetellen bij de officiële werkloosheid. Toen werd de crisis opgelost door arbeidstijdverkorting en VUT-regelingen. Nu doen we precies het omgekeerde.

We hebben dit allemaal te danken aan een rapport van een jaar of 5 geleden. Doordat de babyboomers uit zouden stromen, zou er een tekort aan werknemers gaan ontstaan. Bij de werkgevers gingen de alarmbellen rinkelen: dan zouden ze meer loon moeten gaan betalen. Er is toen een list verzonnen: de AOW-leeftijd moest omhoog, want dan zou er geen schaarste aan werknemers ontstaan.
Intussen blijkt, dat het rapport op drijfzand is gebouwd, maar in de Haagse kaasstolp maakt dat niet uit. Zij leven in hun eigen wereldje met als enige doel het wegwerken van 3 procent begrotingstekort. Dat ze hiermee de economie kapotbezuinigen en allerlei voorzieningen om zeep helpen in het hele land.
Ach, een kniesoor, die daar op let. Zo worden overal bibliotheken en zwembaden gesloten en krijgen sportclubs het moeilijk, doordat de tarieven voor de huur van sportvelden en sporthallen fors omhoog gaan. Tegelijkertijd verdwijnen er een hoop banen in deze sectoren.
Heb je de pech om boven je 45e levensjaar ontslagen te worden, dan kun je een baan op je buik schrijven. Zeer langdurige werkloosheid zal je deel zijn, vermoedelijk tot je 67e verjaardag.

Met daarbij de kanttekening, dat de pensioengerechtigde leeftijd bij een stijgende levensverwachting in de toekomst verder omhoog zal gaan. Dat ziet er niet mooi uit voor de vrouwen. Hun levensverwachting is op dit moment 84 jaar. Bij de mannen is dit 79. Zij zullen dus 5 jaar langer door moeten werken dan de mannen!
Want het zal nog wel eventjes duren voor het tot de Haagse kaasstolp doordringt, dat op dit moment de structurele werkloosheid het grootste probleem is, en niet een begrotingstekort van een paar procent.
Het herstel van de werkgelegenheid gaat in ieder geval een stuk langer duren dan mijn herstel van de griep. Om half 9 zat ik op de fiets naar Katwijk om met de wind in de rug naar mijn werk te fietsen. Na mijn uitleendienst reed ik weer op huis aan, waar ik de hippie-outfit bij elkaar scharrelde.
Met een afritsbroek over mijn spijkerbroek gaf ik bijna 2 uur schaatsles in de Leidse IJshal. Om kwart over 6 liet ik het spelletje als afsluiting van de schaatsles van de IJVL
over aan Joost Wösten en Monica van Rijn, want Ada stond buiten op me te wachten. We moesten om kwart voor 7 de trein naar Voorhout hebben.
Mijn herstel verliep gelukkig snel.

donderdag 22 november 2012

DNA

Op de bibliotheekacademie in Amsterdam kreeg ik voor het eerst les over DNA. In de tweede helft van de jaren '70 gaf Reinier van der Neut ons in een historisch grachtenpand aan de Keizersgracht uitleg over de iets futuristisch als DNA en gentechnologie.
Deze week werden we op de positieve kant van DNA-onderzoek gewezen dankzij de oplossing van de geruchtmakende moord op Marianne Vaatstra in mei 1999.
Maar zoals alles in dit leven zit aan alles een goede kant en een slechte. Je moet er niet aan denken, dat deze DNA-techniek voluit ingezet gaat worden door een totalitair systeem. 1984 ligt dan ineens heel dichtbij.
Combineer dat eens met internet. Kijk voor de aardigheid maar eens hoe over de hele wereld dictatoriale regimes omgaan met hun onwelgevallige teksten, afbeeldingen en filmpjes op internet. Dat gaat er meestal niet zachtzinnig aan toe.
Vaak wordt "spontane volkswoede" door dictators gebruikt als legitimiteit.
En dat brengt me op de keerzijde van een opgeloste moord. Deze maakt namelijk meer slachtoffers. Zoals in dit geval de vrouw, de kinderen en de ouders van Jasper S.
En dat brengt me op hetgeen ik deze week precies 10 jaar geleden gehoord heb. Mijn vader was gestorven en wij waren de uitvaartdienst aan het voorbereiden.
Mijn oudste zus Annie wist te melden, dat mijn vaders opa was vergiftigd door een zoon van hem. Jarenlang zocht ik, met trefwoorden als moord en Huigsloterdijk, op internet of ik iets kon vinden, maar nooit had ik een treffer. Tot een paar jaar geleden het Leids krantenarchief online ging en ik op dit artikel over de moord uit 1913 stuitte.

Deze moord heeft uiteraard zeer veel impact gehad op het gezin van mijn vader. Hij was toen nog geen 4 jaar en mijn opa verloor zijn vader door zijn eigen broer.
Het feit, dat ik mijn vader nooit over het levenseinde van Ente Breed gehoord heb, zegt genoeg. Een van de meest schokkende gebeurtenissen in zijn leven werd doodgezwegen. Alleen het overlijden van mijn zus Betsie als baby in de Tweede Wereldoorlog heeft hem vermoedelijk meer aangegrepen.
Een moord maakt meer slachtoffers.

Kou op komst?

Balend, dat ik voor de tweede keer deze week mijn schaatstraining in de Leidse IJshal moest laten schieten door de griep, nam ik de tijd om eens op wat weersites te kijken. De weerkaarten gaan de komende week veranderen en krijgen een winterse setting. In het Algemeen Dagblad kopt men al: "Volgende week flink kouder". Met temperaturen die nu boven de 10 graden liggen, is dat niet zo moeilijk.
Toch zitten er fraaie weerkaarten bij voor begin december.
Natuurlijk zijn dit de mooiste plaatjes en is de betrouwbaarheid nog niet groot. Tot 5 dagen vooruit is het weer goed te voorspellen, daarna wordt het steeds meer glazen bol kijken. Maar helemaal uitgesloten is een koude ouverture van de meteorologische winter, die op 1 december begint, niet.
Het grootste probleem is, dat de koude lucht van heel ver moet komen. De kans is dat het lukt is dus klein. Maar mocht dat lukken, is een vroege start van de winter mogelijk, net als in 2010.

Dat zou wel een heel leuke Sinterklaassurprise zijn!
Voorlopig houden we het maar op "vol verwachting klopt ons hart".

woensdag 21 november 2012

Nooit meer Elfstedentocht

De titel van dit blogstuk is vandaag wel op mij van toepassing. Zoals bij iedere griep voel je je zo slap als een vaatdoek. Met de grootste sloper van je conditie als extraatje: koorts.
Ik moet wel heel erg opknappen, maar anders kan ik het op mijn buik schrijven, dat ik morgen kan werken en 's ochtends in de Leidse IJshal schaatsen met de "Krasse knarren".
"Maar elk nadeel heb zijn voordeel", zoals Neerlands beste voetballer placht te zeggen. Daar ik het grootste deel van de dag bedlegerig ben met af en toe een poosje op, heb ik veel tijd om te lezen. Dit bijna 35 jaar oude exemplaar van Vrij Nederland heb ik afgelopen zomer van Jaap de Gorter gekregen.
In januari 1978 was er ook sprake van een periode van 15 jaar zonder Elfstedentocht en ook toen was er sprake van een zeker defaitisme over de kans op een Tocht der Tochten. Deze met veel zwart-wit foto's geïllustreerde bijlage staat vol prachtige anekdotes over met name de naoorlogse Elfstedentochten.
Na het lezen van "Nooit meer Elfstedentocht" heb ik heerlijk liggen slapen. Want met de wijsheid achteraf ik wist, hoe fout gekozen de kop toen was....

dinsdag 20 november 2012

Spierpijn


In de loop van de dag voelde ik, dat ik een beetje gammel begon te worden. Ook kreeg ik langzamerhand wat spierpijn.
Dat ik mijn benen ging voelen, was niet zo heel vreemd na de Zevenheuvelenloop van afgelopen zondag.
Maar dat ik ook spierpijn kreeg in mijn armen was een veeg teken. Diverse collega's hadden de afgelopen week in mindere of meerdere mate last van buikgriep. Kennelijk was ik nu aan de beurt.
Na na de middagdienst naar huis gefietst te hebben, had ik thuis niet eens zo'n trek. Dat is bij mij geen goed teken.
Nu is dinsdagavond mijn vaste schaatsavond in de Leidse IJshal, maar het lijkt mij verstandiger om vanavond maar over te slaan en vroeg naar bed te gaan. Flink wat nachtrust is vaak een probaat middel om het toch nog op de been te houden.
Het verstoort mijn trainingsopbouw richting 1000 rondjes van Leiden, maar 't Is net oars.

maandag 19 november 2012

IJsstrijd of Een dubbelslag met een Breede sLach

Dit weekeinde plofte er een envelop op de deurmat. Er zaten affiches, flyers en een ijsmuts van IJsstrijd in.
Begin maart zou op Flevonice een Alternatieve Elfstedentocht gehouden zijn, maar dat ging vanwege de hoge temperaturen een paar weken na de Elfstedentocht niet door. Het ijs in Biddinghuizen was te zacht.
Op dat moment was ik er niet echt rouwig om. De shinsplint-blessure had zo kans om te herstellen. Maar er zat een maar aan: ik moest die 200 km natuurlijk nog wel een keer rijden. Belofte maakt (ere)schuld.
Intussen ging Flevonice failliet en moest er een andere opzet komen voor de Nierstichting Elfstedentocht.

Waar IJsstrijd anders op 1 dag en een enkele keer over 2 dagen was uitgesmeerd, is nu gekozen voor de periode 1 tot en met 15 december met op de laatste dag een afsluiting op het gladde ijs van Thialf.

Daar ik niet zo'n mannetjesputter ben, dat ik kort achter elkaar soepeltjes een paar keer 200 kilometer op een dag schaats, sla ik deze beurt over.
Op zondag 16 december doe ik weer mee aan de 1000 rondjes van Leiden.

De ereschuld ten opzichte van degenen, die mij gesponsord hebben voor IJsstrijd op 15 december, los ik op door een dag later de 200 kilometer bij de 1000 rondjes van Leiden te volbrengen.

Dat wordt een dubbelslag met een Breede sLach.

zondag 18 november 2012

Vijftig tinten herfst

Het zal niemand ontgaan zijn. De hype rondom de boeken van E.L. James heeft ook de politiek bereikt. Wie dacht, dat na het verdwijnen van Rutte I het ergste achter de rug was, mag zich nog een paar keer keer achter de oren krabben.
Vandaag ging ik ook voor 50 tinten. Maar dan wel voor 50 tinten herfst. Dat kon bij de 15 kilometer lange Zevenheuvelenloop van Nijmegen naar Groesbeek en via Berg en Dal weer terug naar Nijmegen.
Nu is de Zevenheuvelenloop de best georganiseerde loop van Nederland. Aan werkelijk alles is gedacht. Vooral de combinatie van startnummer met een treinkaartje voor een handvol euro's naar Nijmegen vanaf ieder station in Nederland zorgt ervoor, dat er soms duizend lopers in een trein zitten.
Het begon al, toen ik van huis uit naar station De Vink wandelde. Na 300 meter kwam ik een andere wandelaar met sportkleding aan tegen. Op de Vink stond een man of 10, waaronder Arjen Vos, de man van een collega van Ada.
In de trein naar Den Haag CS zaten we bij elkaar in de coupé, maar in het gedrang op het station met een paar minuten overstaptijd raakten we elkaar kwijt. Geen nood, want er zaten genoeg andere lopers in de trein. In Utrecht moesten we overstappen op een al behoorlijk overvolle trein. In de eerste klas waren echter nog wel wat stoelen vrij. En als ik dan moet kiezen tussen zitten op de trap op in de eerste klas, dan weet ik het wel.
Bij het uit de trein stappen bleek, dat Herco Liem bij mij in de coupé gezeten had. Dat we elkaar niet gezien hebben lag aan het feit, dat ik de Trouw gelezen heb en zo niet goed zichtbaar was. Nu kom ik Herco altijd bij leuke evenementen tegen.

Samen wandelden we naar het Keizer Karelplein, waar we allebei een andere kleedgelegenheid hadden.

Ik signeerde "Molen- en Merentocht" en "De Elfsteden toch gereden" voor deze voormalige IJVL-trainer, voordat we ieder ons weegs gingen.

Het regende, toen ik me naar de parkeergarage van de Rabobank begaf. Ik geef het toe: ik heb nu de schijn tegen....
Temeer daar ik een kleine 8 jaar geleden in Oostenrijk ben gesignaleerd.


Toen had ik dezelfde salopet aan als vandaag. Dit zal vermoedelijk de laatste keer zijn, dat ik deze IJVL-salopet draag, want er beginnen gaten in te vallen.
In de parkeergarage was het een komen en gaan van hardlopers. De meesten hebben tegenwoordig een startnummer met hun voornaam. Een loper met een goedgevulde bierbuik had Eugéne als voornaam. Ik geef het grif toe. Na de conference "Harm met het harpje" van Henk Elsink ben ik bevooroordeeld geraakt aangaande deze voornaam.

Om kwart voor 1 ging ik even inlopen in de regen. Ik bracht mijn trainingsjack naar de parkeergarage en in de regen liep ik naar startvak Oranje, waar ik om 1 uur kon horen, hoe de Kenianen werden weggeschoten.
In het startvak moesten we ruim 20 minuten wachten, voor we daadwerkelijk konden vertrekken. In de tussentijd klets je met deze en gene. Zo liepen er paar mannen met met LUL op hun rug. Dat stond voor Lopers uit Lith.
"Je wordt zeker wel eens nageroepen?" vroeg ik belangstellend.
Hij bevestigde dat. Zeker zijn trainingsmaat van 2 meter lengte ondervond dat. De voor de hand liggende opmerking zal ik maar achterwege laten....
Het was trouwens best een gezellig clubje. Na afloop van een loop dronken ze altijd Westmalle. Niets mis mee.
Na 22 minuten en 27 seconden passeerde ik de startstreep om meteen in een vrij hoog tempo richting Groesbeek te lopen. Al vrij snel kwamen we bij de bossen met vijftig tinten herfst, en waarschijnlijk nog veel meer.
Nu we het toch over kleuren hebben, tegen de helling op zag je een regenboogpalet aan kleuren de heuvel voor je beklimmen.

Het ging in het begin erg makkelijk.

In de prachtige omgeving van Groesbeek passeerde ik het 5 kilometerpunt na 23 minuten 28, alvorens ik in de meute de vrij smalle weg richting golfbanen opdraaide.

Hier ontdekte ik, dat er wat ontbrak. Ik had het niet meteen in de gaten, maar bij het opdraaien van de Zevenheuvelenweg wist ik, wat ik miste: de Boeddhistische klaagzang.

Op de Zevenheuvelenweg liep ik het lekkerst. De mouwen van mijn zweethemd waren opgestroopt en ik maakte mijn bolletjespet meer dan waar. Hier heb ik aardig wat mensen ingehaald.

Dat ik het 10 kilometerpunt pas na 47 minuten 10 passeerde heeft minder met de loopsnelheid te maken, maar meer met het feit, dat op dit gedeelte van het parcours de twee drinkposten staan. Bij beide posten dronk ik 2 bekers AA.
Na nog een klim richting Bert en Dal begon het afdalen naar Nijmegen met nog een klein klimmetje ter hoogte van de voetbalvelden.
Hier liep ik erg hard. Maar ja, wat wil je ook, als er iemand met "Politie" in koeienletters op zijn shirt achter je aan zit.
Ik liet me met los langs het lichaam hangende armen als het ware naar beneden vallen. Door de wet van de zwaartekracht loop je zo harder, dan dat je je armen meebeweegt met je lichaam. Dat ging goed, tot ik bij de klok van 14 km was, die 1.28 aangaf.
Mijn linkerkuit begon te protesteren. Maar ja, je kunt niet ongestraft weinig duurwerk trainen en dan verwachten, dat je op vol vermogen 15 km kunt lopen.
Daar ik als rechtschapen katholieke jongen thuis geleerd heb: "Het is beter te geven dan te ontvangen", liet ik een dreigende zweepslag aan mij voorbijgaan door de laatste kilometer behoorlijk te temporiseren.

Zodoende deed ik ruim vijfenhalve minuut over de laatste 1000 meter, waardoor ik binnenkwam in 1.11.05.

Zes seconden te snel. Ja, u leest het goed, te snel. 1.10.59 is natuurlijk best wel leuk, maar 1.11.11 is toch echt veel leuker!

Ik wandelde rustig naar de parkeergarage, waar het zwaarste deel van de hele dag mij wachtte: de steile afdaling. Ik weet in ieder geval wel, dat traplopen de komende dagen niet mijn favoriete bezigheid zal zijn.
Na mijn fleece en trainingsjack aangedaan te hebben, wandelde ik naar het station, waar ik om 10 over 3 de trein naar Utrecht had. Om half 6 was ik, na twee keer overstappen, weer terug van vijftig tinten herfst.