woensdag 17 april 2019

Nagenieten

Het was gisteren een memorabele sportdag. Allereerst verbeterde de Belgische wielrenner Victor Campenaerts het werelduurrecord in Aguascalientes en bracht het op 55.089 meter.
Mentaal zal het voor deze tijdrijder nagenieten zijn, maar of dat voor hem fysiek ook geldt waag ik te betwijfelen.
Wie zeer zeker nagenieten zijn de spelers van Ajax, die gisteren volkomen terecht maar toch enigszins verrassend het Juventus van Cristiano Ronaldo uitschakelden. Ik behoorde ook tot het legioen van 3,7 miljoen t.v.-kijkers.
Normaal gesproken had ik dat gedaan met een biertje in de hand, maar van tandarts Van Winsen had ik het advies gekregen om niet te roken en geen alcohol te gebruiken. Dat eerste kostte me geen enkele moeite, dat tweede vroeg wat meer discipline. Ik heb totaal geen napijn gekregen en wil dat graag zo houden.
Zodoende kon ik volop nagenieten van de plek in de halve finale van de Champions League.
Het meest nog van de buikschuiver van MarcOvermars.
Als schaatstrainer ben ik ervaringsdeskundige. Tijdens de schaatslessen, die ik aan kinderen geef in de Leidse IJshal, doe ik regelmatig valoefeningen. De buikschuiver is voor lefgozers en gevorderden. Uiteraard moet ik dan zelf het goede voorbeeld geven.
Het leuke van internet is, dat allerhande grappen en grollen binnen de kortste keren een groot bereik krijgen. Op de site van de NOS is een aantal hiervan te vinden. Het hoogtepunt hiervan is deze foto. Robin van Persie vreest met grote vreze de landing van de vroeger razendsnelle buitenspeler van Ajax.



Utteren

Het woord "utteren" was voor ons volkomen onbekend, toen wij het tijdens een fietsvakantie voor het eerst te horen kregen. Het gebeurde in 1982, toen we met een groep van 8 vrienden door Noord-Nederland fietsten. We zaten te kokkerellen voor het avondeten, toen een paar vrouwen van middelbare leeftijd langsliepen en tegen elkaar zeiden: "Kijk die jongelui eens gezellig utteren!"
Wij lagen in een deuk van het lachen en het woord utteren was definitief aan onze vocabulaire toegevoegd. In het woordenboek zul je vergeefs naar utteren zoeken, maar internet bracht uitkomst. Een puzzelwoordenboek bracht uitkomst. Utteren betekent beuzelen.
Volgens Van Dale Handwoordenboek Hedendaags Nederlands heeft beuzelen 2 betekenissen. De eerste is kletsen, de tweede zich met kleinigheden bezighouden.
Welnu, dat deed ik vanmorgen. Na de 30 kilometer bij de Henk Hakker Memorial van afgelopen zondag had ik een hersteltraining van 4 kilometer ingelast. Na het pittige duurblok is 4 kilometer een kleinigheid.
Tijdens deze loop langs de weilanden aan de rand van de Stevenshof zag ik een tiental lammetjes dartelen in de wei.
In mijn eentje viel er weinig te kletsen, maar ik had wel de tijd om me bezig te houden met kleinigheden zoals de huppelende lammetjes. Het was dus een echt utteren.

dinsdag 16 april 2019

De zaagtand is weer terug

Wie de afgelopen dagen gesport heeft, of het nu fietsen, wandelen of hardlopen was, zal ongetwijfeld gemerkt hebben, dat er een flink verschil bestond tussen de ochtendtemperaturen en die van de middag.

Deze trend houdt het de komende week vol. Vandaag viel wat dat aangaat volledig in dit patroon.
Vooral op de grens van Brabant en Limburg zie je opvallend grote temperatuursverschillen. Zo'n 20 graden tussen het ochtendgloren en het midden van de dag. In de weerkunde noem je dit de zaagtand.
Na zowaar eens een periode met te koud weer, is het nu lastig om te kiezen, welke kleding je op de fiets aantrekt. 's Ochtends kun je nog rustig je winterjas aandoen, 's middags smoor je erin.
Dit hebben we te danken aan een hogedrukgebied boven Scandinavië, die zorgt voor een noordoosten wind. De laatste week pendelt de wind trouwens telkens tussen noord en oost.
In januari had het weerpatroon van de afgelopen weken zomaar schaatsen op natuurijs op kunnen leveren.
Al was het maar op de Vogelplas.

Een tandje minder


Het schaatsseizoen 2018-2019 werd afgesloten met 2 hoogtepunten. Het eerste was de Bert Grotenhuis Bokaal, waarbij ik op de Haarlemse IJsbaan in 9 uur tijd 506 rondjes wist te schaatsen. De afstand van een Elfstedentocht.
Dit deed ik met een van Mart Moraal geleende transponder. Iedere keer als ik de finishlijn passeerde verscheen op het scorebord "Tandje erbij" met de rondetijd erbij.
Een kleine week later was in de Leidse IJshal de laatste seizoenstraining van de "Krasse knarren", die we altijd gezellig afsluiten.
Bij het afscheid zei ik tegen trainingsmaat Arthur van Winsen, die als regulier tandarts is gestopt, maar nog een dag in de week werkt voor de lastige behandelingen: "Ik hoop, dat ik nooit bij jou terecht kom."
Nog geen maand later fietste ik naar zijn tandartspraktijk toe....
Er moest een hoektand getrokken worden. Het was dus in een maand tijd van een tandje erbij naar een tandje minder. Wat dat aangaat wordt het met mij steeds minder.
Eerst werd er al een hoektand bij me getrokken, een half jaar later bleek, dat ik 3 centimeter kleiner ben dan ik altijd had gedacht, vervolgens ben ik structureel 3 tot 4 kilo lichter en nu dus weer een hoektand. Ik was al niet zo groot, maar zo blijft er niet veel van me over.
Maar goed, in ieder geval sta ik weer een paar gram lichter aan de start van de marathon van Leiden.  Elk nadeel heb zijn voordeel.
Om half 10 stapte ik de praktijkruimte binnen en eerst hadden we het over schaatsen, skeeleren en hardlopen, voordat de verdoving zijn heilzame werking deed en Arthur kon gaan wrikken. Een minuut of 10 later was de hoektand eruit. Ik had er niets van gevoeld. Nadat de hechtingen eveneens vakkundig waren aangebracht, kon deze bikkel van de stoel stappen.
Wat dat aangaat is mijn gebit te vergelijken met de Notre Dame: de restauratie gaat tientallen jaren duren. Anders gezegd: het is een gebed zonder end.
Maar dat laat onverlet, dat ik tot nu toe geen napijn heb gekregen. En zo kan ik iets zeggen, wat ik in mijn jeugdjaren nooit had kunnen dromen. Feitelijk was het trekken van de hoektand niets anders dan een gezellig tandartsbezoek.

maandag 15 april 2019

Notre Dame

Vandaag is een grote uitslaande brand uitgebroken in de Notre Dame, de grote kathedraal van Parijs.
Tegenwoordig is de Eiffeltoren het symbool van Frankrijk, maar eeuwenlang was de in de 12e eeuw gebouwde Notre Dame dat. Zelf ben ik een paar keer in deze kathedraal geweest.
Vorig jaar wilden mijn vrouw en ik tijdens een tussenstop in Parijs de Notre Dame bezoeken, maar de ellenlange rijen voor de ingang weerhielden ons. Een gemiste kans. Als er überhaupt nog een deel van deze Gothische kerk behouden kan blijven, dan zal het nog vele jaren duren, voordat de Notre Dame zal zijn herbouwd. De wereld verliest een werelderfgoed.
De noodklokken hebben voor de Notre Dame geluid.

zondag 14 april 2019

Henk Hakker Memorial of Vorst op de Vogelplas

Een goede mentale voorbereiding is het halve werk. Gisteren zette ik derhalve al alles klaar en 's avonds stuitte ik op youtube op dit meeslepende nummer van "The Shoes".
Dit nummer van mijn trainingsmaten Jan en Henk Versteegen en Wim van Huis zat de rest van de avond in mijn hoofd. Als voorbereiding op het lopen van een 30 kilometer is "Na Na Na" een prima nummer met een stuwend ritme.
Om 7 uur ging de wekker in Huize Breed na wederom een koude nacht met op klomphoogte 3,6 graden vorst. Over de kledingkeuze hoefde ik me dus geen zorgen te maken.
Met een salopet en een wielershirt van de IJVL en een zweethemd met windstopper kon ik de elementen wel trotseren. Om half 9 stapte ik op de fiets naar het clubhuis van de Leiden Road Runners Club, waar ik gelijk aan kwam met Rob Pijpers, die me zou filmen op de afsluitende 30 kilometer van dit pittige duurblok.
Ik liep naar de deur van de kantine en wilde deze openen, maar tot grote vreugde van Carl Flaman viel de klink er aan de binnenkant uit. Dat had een leuke binnenkomer geweest, ware het niet, dat ik een andere deur moest nemen.
Ik schreef me in voor de langste afstand en kreeg startnummer 30103 mee. Denk nu niet meteen, dat het zo druk was op de 30 kilometer.
Ik schat dat ruim 20 lopers aan deze afstand begonnen met wel een gewijzigd parcours.
Voor de start praatte ik nog even met Carl Flaman. Zoals de marathonlopers zich voorbereiden op de 42.195 meter, zo bereiden de ware supporters zich ook voor op de marathon van Leiden.
En dat doet Carl heel minutieus.
Om 9 uur klonk het startschot en konden we beginnen met lopen.


Eerst liepen we een rondje om het sportpark, waar over ruim 2 jaar IJshal "De Vliet" zijn deuren zal openen.
Nu was de Henk Hakker Memorial al een thuiswedstrijd, maar voor de Leidse schaatsers is het dat vanaf nu in dubbel opzicht.
Met een groepje van 3 andere lopers liep ik achter een zestal koplopers aan, terwijl we werden begeleid door cameraman Rob Pijpers, die weer een prachtige film vervaardigde van deze duurloop.
Achter ons liep een wat grotere groep. Langzaam maar zeker zagen we de kopgroep op de Oostvlietweg steeds verder uitlopen, maar daar zaten we niet mee. Op langere afstanden hou je het alleen vol, als je je eigen tempo loopt.

Bij de eerste drinkpost bij de Vlietlanden stopte ik om wat thee te drinken en een stukje banaan te eten. Het trio, waar ik mee liep, ging in hetzelfde tempo door. Een gat van 50 meter overbruggen is echter niet zo eenvoudig. Zeker niet in je eentje.

De groep raakte definitief uit het zicht, toen ik na zo'n 10 kilometer een plaspauze in moest lassen. Kou werkt bij mij altijd op de blaas.
De achtervolgende groep haalde me bij bij de drinkpost bij de Vogelplas.

Ondanks de vorst lag er natuurlijk geen ijs. Zelfs geen vliesje. Daarvoor was de nachtvorst natuurlijk veel te weinig na de afgelopen veel te warme maanden.
Pas in de winter van 2019-2020 kunnen we mogelijk weer genieten van dit soort beelden.
In plaats van deze ijsvogels weren er vandaag een heleboel andere vogels op de Vogelplas te aanschouwen. Daar hadden wij niet zo veel tijd voor, want wij moesten door. Door het bos ten zuiden van de Vogelplas liep ik in mijn eentje naar de Oostvlietweg op weg naar de eerste drinkpost, waar de eerste ronde door de Vlietlanden erop zou zitten.
Voordat ik hier was, moest ik nog even een plaspauze inlassen, waardoor ik gelijk met de achtervolgende groep aankwam bij de drinkpost, waar ik naast een thee en een stuk banaan mijn energiegel tot me nam.
Daar de groep langer bleef hangen, begon ik maar alvast en haalde de achterhoede van de 15 kilometer in.
Bij de drinkpost aan de Vogelplas aangekomen nam ik de tweede helft van de stroopwafel tot me.
Ik zag de achtervolgende groep steeds dichterbij komen en bij het opdraaien van de Oostvlietweg werd ik bij de zuidhoek van de Vogelplas bijgehaald.


Ik verwachtte dat het erop en erover zou worden, maar dat viel erg mee. Een kilometer liep ik in tweede positie met de groep mee om bij de brug bij de Kniplaan weer op kop te komen.



Samen met een loper van Plantaris voerde ik de groep op dit stuk met windkracht 4 tegen aan tot de eerste drinkpost bij de Vlietlanden, die nu de laatste werd.

Vanaf hier was het nog ruim 4 kilometer langs de Vliet naar de finish bij het clubhuis van LRRC.



Daar de groep iedereen "binnenboord" wilde houden, waren er geen demarrages en liep ik als pacemaker, pardon, als pacer, op kop van deze groep naar de eindstreep.



Met de hele groep gingen we in dezelfde tijd over de finish: 2.57. Mijn doel om onder de 3 uur te finishen was gehaald.
Als 63-jarige opa mag ik best trots zijn op deze tijd.
Het parcours is ondanks dat er 2 rondjes door de Vlietlanden gelopen worden, een hele verbetering met het oude parcours van de Henk Hakker Memorial.

Na met cameraman Rob Pijpers wat gedronken te hebben in de kantine van LRRC, fietste ik met hem op tot de Haagsche Schouwweg. Het zware duurblok, dat begon met 200 kilometer schaatsen bij de Bert Grotenhuis Bokaal en 3 keer een 30 kilometer in 2 weken, zat erop. De basis voor de marathon van Leiden is gelegd.