woensdag 30 september 2009

Spuit elf

Ik had een mailtje van Dries Breugom gehad, of ik wilde helpen met het leggen van de ijsvloer in de Leidse IJshal. Daar ik dat nog nooit gedaan had, belde ik Dries op en vroeg, wat ik moest doen. Het was heel simpel: met brandslangen flink wat water spuiten op de nog dunne ijsvloer. Daar ik als BHV-er om de 2 jaar moet oefenen met brandbestrijding, leek me dit geen probleem. Integendeel.
Op dinsdagavond heb ik zodoende een kleine anderhalf uur staan spuiten, samen met 4 andere vrijwilligers.

Zodoende kon men onmogelijk zeggen, dat ik "Spuit elf" was. Nu ben ik dat natuurlijk nooit van mijn leven geweest, maar toch lopen er op deze aardbol mensen rond, die mij ooit toevoegden: "Spuit elf geeft modder!" Hoe is dat nou toch mogelijk.....?
Op woensdagochtend ging ik om 7 uur 's ochtends een rondje van 5 km hardlopen in de Stevenshof. Het was nog donker, maar voor iemand, die de Dam tot Dam by night gelopen heeft, was het natuurlijk een fluitje van een cent. Het lopen ging trouwens opmerkelijk soepel. En dat is toch een geruststellende gedachte, daar ik, nu het schaatsseizoen voor de deur staat, me in 2 weekeinden klaar moet stomen voor de halve marathon van Amsterdam.

zaterdag 26 september 2009

Geschrapt

In mijn agenda stond de halve marathon van Katwijk genoteerd. Door een flinke verkoudheid had ik daar woensdag al een streep door gezet. Maar goed, ik zou met Jaap en Hans de 10 km door de duinen nog kunnen lopen. Woensdagavond meldde Jaap zich daar voor af.
Donderdagochtend ook niet gelopen en op vrijdag was ik wel van mijn keelpijn af, maar daar was ook alles mee gezegd.
Nu is het probleem bij een wedstrijd, dat je altijd harder loopt als tijdens een training. Normaal is dat geen probleem, integendeel, maar als je niet helemaal fit bent, kan het dat wel worden: de kans bestaat, dat je je gaat forceren. Vrijdagavond hakten Hans en ik de knoop door. We zouden zaterdagmiddag gaan hardlopen vanaf station Voorschoten. De 10 km in Katwijk werd dus ook geschrapt.

Voor het eerst sinds het voorjaar liepen we door het nog behoorlijk groene landgoed "de Horsten". Een prachtig trainingsparcours. Er lopen hier zoveel bospaden, dat je iedere keer weer een ander parcours kunt lopen. In de aanloop naar de halve marathon van Amsterdam liepen we vandaag onder ideale omstandigheden (zonnig, temperatuur net onder de 20 graden, weinig wind) 8 kilometer, waarvan de helft door "de Horsten". Volgende week gaan we voor minimaal 12 km en de week daarna moeten we toch al richting 20 km, zodat we soepel lopend kunnen finishen in het Olympisch stadion.

donderdag 24 september 2009

"Denk niet aan een roze olifant!"

Met een verkouden kop, waardoor ik dinsdag de laatste droogtraining van het seizoen heb laten schieten, ging ik naar de IJshal aan de Vondellaan voor de jaarlijkse trainersvergadering van de IJVL aan de vooravond van het schaatsseizoen, maar vooral voor de lezing over mentale training. Er waren zo'n 25 IJVL-leden aanwezig. Deze lezing werd gegeven door de sportpsychologe Hanneke Brand van het Mental Training & Coaching Centre. Zie www.mentaltcc.nl.
Het uiteindelijke doel van mentale training is om in topvorm te komen. Hierbij spelen, behalve conditie, kracht en techniek, ook mentale factoren een belangrijke rol. Je kunt technisch nog zo mooi schaatsen, als het op het mentale vlak niet goed zit, zal dit niet goed uit de verf komen. De mentale factoren, die hierbij een rol spelen, zijn concentratie, motivatie, zelfvertrouwen en het kunnen omgaan met spanning.
Top vorm is dan te omschrijven als de ideale prestatietoestand. Hierin werken 3 persoonlijke zaken samen: toewijding, verbinding en overtuiging. De laatste spreekt voor zich. Amerikanen zijn hierin een stuk beter dan de nuchtere Hollanders:"I'm the best" tegenover "We zien wel waar het schip strandt".
Bij toewijding moet je denken aan zaken als het stellen van doelen, bijvoorbeeld een p.r. rijden of je plaatsen voor een bepaald kampioenschap, waar je vervolgens je best voor gaat doen en dat houd je dan vol, ook als het tegen zit! Bij verbinding gaat het om de concentratie, de focus.

Wie hierover wil lezen, kan uitstekend terecht in "Mysterieuze krachten in de sport" van Joris van den Bergh, waarin ook duidelijk naar voren komt, hoe essentieel concentratie is om te komen tot goede sportprestaties. Ik kan iedereen dit vlot geschreven boek vol verhalen, hoe sporters "boven zichzelf uitstegen", van harte aanbevelen.
Het gaat erbij om te komen tot de "flow", een toestand, waarin alles vanzelf gaat. Hanneke Brand vroeg aan ons, of we dit wel eens hadden meegemaakt. Ik kon dit ook bevestigen. Bij de enige marathon, die ik onder de 4 uur gelopen had, ging eigenlijk alles zo gemakkelijk, dat een collega tegen me zei: "Je ziet er uit, alsof je nog een marathon zou kunnen lopen". Bovendien kon ik de volgende dag gewoon traplopen!
Mentale training is iets voor iedere fitte atleet, die vaardigheden als zelfvertrouwen, concentratie, controle over negatieve energie, motivatie, plezier en volharding aanleert en ook onderhoudt. Mentale training is wat dat aangaat niet anders dan fysieke training: je moet oefeningen vaak herhalen.
Sleutelwoord bij dit alles is zelfvertrouwen. Je hebt er alles aan gedaan en bent er klaar voor! Als schaatser moet je aan de start staan, zoals Alice Cooper aan het begin van een show. Vooral de slotzinnen van dit nummer spreken voor zich:
Hello! Hooray! Let the show begin,
I've been ready.
Hello! Hooray! Let the lights grow dim,
I've been ready.

Ready as this audience that's coming here to dream.
Loving every second, ev'ry moment, ev'ry scream,
I've been waiting so long to sing my song
And I've been waiting so long for this thing to come.
Yeah - I've been thinking so long I was the only one.

Roll out! Roll out with your American dream and its recruits,
I've been ready.
Roll out! Roll out with your circus freaks and hula hoops,
I've been ready.

Ready as this audience that's coming here to dream.
Loving every second, ev'ry moment, ev'ry scream,
I've been waiting so long to sing my song
And I've been waiting so long for this thing to come.
Yeah - I've been thinking so long I was the only one.

I can stand here strong and thin.
I can laugh when this thing begins.

God, I feel so strong.
I feel so strong.
I'm so strong.
I feel so strong.
So strong.
God, I feel so strong,
I am so strong.

Als je denkt: "Ik kan het toch niet", dan zal het ook niet lukken. Het gaat er dus om positieve gedachten te ontwikkelen bij jezelf over wat je kunt, wat je er allemaal voor hebt gedaan om zo een gezonde spanning op te bouwen. Zaken, die hierbij een beslissende rol spelen, en die voor iedere individuele schaatser anders liggen zijn het kiezen, het inspannen en het volharden.
Bij het kiezen gaat het om een bewuste keuze: vind je schaatsen zo belangrijk, dat je daarvoor andere activiteiten wilt laten schieten? Bij inspannen gaat het om de intensiteit: doe je alles voluit, of vind je de minimaal noodzakelijke inspanning ook al voldoende. Bij volharding gaat het erom, of je vastberaden bent om je taak af te ronden en door te zetten. Nogmaals, bij iedere schaatser liggen deze zaken anders!
Als trainer kun je hier tegen aan lopen: wat voor de één werkt, hoeft voor de andere niet te werken en kan zelfs averechts uitwerken.
Kom je schaatsers tegen met faalangst, geef dan een beperkt aantal opdrachten en probeer de focus te verleggen van de prestatie naar oefeningen, die in de training heel goed gingen. Je wilt immers, dat de schaatsers het afmaken en niet, dat ze afhaken. Het is dan nodig om de stress te verlagen en de lat lager te leggen. Als trainer moet je dus beschikken over enig relativeringsvermogen: "Maak je niet zo druk. Het zijn de Olympische spelen maar...."
Ook kun je proberen om met rustig en lang uitademen de spanning proberen te verminderen. Ademhaling is trouwens toch een heel probaat middel. Als ik met sporten voel, dat het niet lekker loopt, concentreer ik me vaak heel bewust op mijn ademhaling: lang inademen door mijn neus, lang uitademen door mijn mond. Een zeer basaal middel, maar het helpt vaak goed!

En zo komen we bij de curve, waarin prestatie en spanning getekend staan. Je hebt een minimale spanning nodig om tot een prestatie te komen, maar is de spanning te groot, dan daalt de prestatie ook weer razendsnel. De ideale curve verschilt van persoon tot persoon!
Tekenen van (teveel) spanning zijn een verhoogde bloeddruk/hartslag, zweten, het zeer bekende toiletbezoek vlak voor de wedstrijd, snelle ademhaling, buikgriep, blozen, vastzittende nek of schouders en tot slot zelfs spierkramp.
Het gaat er dus om, om jezelf elke keer weer terug te krijgen bij de aandacht voor hoe je je taak zo goed mogelijk uit kunt voeren: probeer zaken als afleiding door de omgeving, zoals toeschouwers, de tegenstanders of het weer zoveel mogelijk buiten te sluiten, net als het tijdens de wedstrijd al bezig zijn met de eindtijd of (de gevolgen van) de prestatie. Helemaal funest is het, als je bezig bent met zinsvragen als "Wat doe ik hier?"
Tot slot hadden we een oefening in "mentale representatie". Dat klinkt heel eng, maar het valt reuze mee. We moesten onze ogen dicht doen en in gedachten onze beste 500 meter rijden. Je stelt je dan je start en je slagen voor, zowel op het rechte eind als in de bocht. Iemand als Erben Wennemars komt dan op 1/10e seconden van zijn werkelijke tijd uit.

Eerlijkheidshalve: wij zaten er wat verder van af.
Wat is het nut van deze oefening: je haalt je je techniek voor de geest die je motorisch gaat aansturen, je tactiek, waardoor je beslissingen gaat automatiseren en het mentale aspect, waardoor je gedrag gaat implementeren. Uit onderzoek is gebleken, dat dit heel goed werkt. De hersendelen, die noodzakelijk zijn om je spieren te activeren, worden zo getraind. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken, dat mensen, die naar sport kijken, al meer calorieën verbranden, dan degenen, die dit niet doen!

In de rondvraag kwam het advies, om het woord "niet" niet te gebruiken. "Denk niet aan een roze olifant!" heeft als effect, dat je juist aan een roze olifant gaat denken. Dus als je als trainer zegt, dat iemand niet aan die foute kniehoek moet denken.....
Ik kende dit effect trouwens van een andere cursus, toen gezegd werd: "Denk niet aan de Eiffeltoren!"

Als organisator van deze lezing over "Mentale training" had ik voor Hanneke Brand een bij dit onderwerp passende bos bloemen. Het gezegde onder sporters is immers "De dood of de gladiolen". En de gladiolen had deze sportpsychologe verdiend!
Aan de bar kwamen we, onder het genot van de eerste Palm van het winterseizoen 2009/2010 er onder grote hilariteit achter, dat je de mentale representatie ook op andere glijbewegingen toe kunt passen: "Sluit je ogen en stel je voor...."

zondag 20 september 2009

Dam tot Dam by night

Het was een mooie mogelijkheid, om aan een bijzondere loop mee te doen: de Dam tot Dam by night. Zoveel wedstrijden zijn er niet, waarbij je in het donker loopt. In het voorjaar kon je je er voor inschrijven. Binnen 2 dagen waren alle startbewijzen al vergeven. Met Jaap de Gorter zou ik deze avondloop gaan doen. Nu heeft de Dam tot Damloop toch al iets bijzonders. Bij bijna alle lopen kom je terug bij het startpunt, bij de loop van Amsterdam naar Zaandam loop je echt van stad naar stad.

Dit betekent voor de organisatie een enorme logistieke uitdaging. Alle trainingspakken e.d. moeten ook van Amsterdam naar Zaandam gebracht worden, terwijl omgekeerd zeer veel lopers van Zaandam weer terug moeten naar Amsterdam. Kortom, het vraagt veel van het organisatorisch talent van Le Champion om het dit weekeinde in goede banen te leiden: 60.000 lopers in 2 dagen!
Nu had Jaap de Gorter bedacht, dat wij ook wel wat improvisatievermogen konden ontwikkelen. Ruim een week voor de Dam tot Dam by night meldde hij, dat het hem niet zou lukken om de starttijd van 10 voor 7 's avonds te halen. Er werd dus gezocht naar een vervanger. Deze werd gevonden in de vorm van Hans Boers, die van Jaap alvast het startnummer meekreeg naar Leidschendam.
Dinsdagavond zou Jaap het speciale shirt van de Dam tot Dam by night, dat tevens gold als toegangsbewijs tot het startvak, meenemen naar het café, waar we na de training nog wat zouden gaan drinken. We gingen niet drinken, dus een dag later kreeg ik het overhandigd bij de laatste skeelertraining. Alles was nu geregeld: Hans had het startnummer, ik zijn shirt. Hans zou naar mij toe komen en samen zouden we dan naar het station van Leiden fietsen, zodat we op tijd zouden zijn.
En toen belde Hans op vrijdagavond af. Hij voelde zich niet fit genoeg om de 10 Engelse mijl te lopen.
Ik kon dus op zoek naar een vervanger. Robin Tichler kon niet, noch zijn vriend Arjen. Terwijl ik boodschappen was wezen doen, had Jaap gebeld vanaf de boekenstand in Schiedam. We konden proberen om in een later startvak terecht te komen. Om 1 uur zat ik op de fiets naar Leidschendam om het startnummer op te halen.
Terug in Leiden belde ik Jaap. Als alles meezat, konden we de trein van 6 uur halen.
Om kwart over 5 belde Juul: ze zaten bij Den Haag. Ik haalde alvast de treinkaartjes en tot onze stomme verbazing hadden we de trein van kwart voor 6. In de coupé zaten we tegenover een jonge vrouw uit Den Haag, die hetzelfde shirt aan had. We kwamen als vreemden meteen in gesprek met elkaar.
Op Amsterdam Centraal zagen we heel veel blauwe shirtjes: allemaal deelnemers aan deze bijzondere loop. We waren nog net op tijd om onze kleding af te geven bij de vrachtwagens, die de tassen naar Zaandam zouden brengen. We konden vrijwel meteen meelopen naar het startvak, waar om precies 10 voor 7 het startschot klonk. Ondanks dat we halverwege het startvak stonden, duurde het nog 2 en halve minuut, voor we bij de startstreep waren. Hier liet ik Jaap rustig voorgaan.
We liepen meteen naar de IJtunnel, waar we werden verwelkomd door een groep trommelende vrouwen. Er waren diverse vrouwen, die lichtjes in hun haar hadden. In de tunnel kwam dit beter tot zijn recht dan in de beginnende schemering. We hadden een rustige start en het duurde zeer lang, voor we wat gingen versnellen. We probeerden zoveel mogelijk bij elkaar te blijven, daar vrijwel iedereen hetzelfde blauwe shirt aan had. Alleen de teksten op de rug weken wat af. Wij hadden "Just do it". De varianten waren "Survival of the fastest", "Eat my dust" en het weinig aanlokkende "There is no finish line".
Gelukkig had Jaap als een van de weinigen een rode broek aan, zodat hij redelijk snel traceerbaar was. Daar we rustig liepen hadden we goed de tijd om goed om ons heen te kijken. Het publiek genoot van de lopers, wij genoten van het publiek! Overal had men zijn eigen muziek aan. Smaken verschillen inderdaad. Behoorlijk veel tuinen waren met lichtjes versierd. Naarmate de tocht vorderde en de schemering langzamerhand overging in avond, kwamen de verlichte tuinen beter tot hun recht.
De laatste kilometers liepen we in Zaandam echt in het donker en gingen we echt versnellen.



Het ging zo moeiteloos, dat ik van de laatste kilometer een lange sprint maakte. Waar ik Jaap aan de linkerkant verwachtte, dook hij aan de rechterkant van me op en kwam, zoals vroeger zeer gebruikelijk, na minimaal 14 km achter mij gelopen te hebben, als eerste over de finishlijn.

We waren zo ongeveer anderhalf uur onderweg geweest. In de drukte bij de finish kregen we behalve een medaille ook een prachtig boek over 25 jaar Dam tot Damloop.

Op de zeer drukke Vermiljoenlaan haalden we onze tas met kleren op, zodat we naar de bussen konden lopen. Hier waren we redelijk snel aan de beurt voor de terugreis naar Amsterdam.
Bij het opdraaien van de provinciale weg op de A8 begonnen de problemen. Wij konden de lopers zien, die nu echt in het donker liepen. Vooral degenen met lichtjes in het haar, om de armen of de benen, gaven de lange sliert lopers een feeëriek aanzicht. We konden hier veel langer van genieten, dan ons lief was. Rijkswaterstaat wist eigenhandig een file te creëren op zaterdagavond, door één van de rijstroken eruit te gooien in de tunnel, terwjl er niets aan de hand was, noch in de tunnel, noch erna. Geen wegwerkzaamheden, geen ongeluk, niks!
Zodoende waren we als buspassagier van Zaandam naar Amsterdam net zo lang onderweg geweest als als hardloper van Amsterdam naar Zaandam! Om 10 uur waren we bij het Centraal Station, waar we om 22.10 via Haarlem naar Leiden terugtreinden.
De volgende ochtend konden we de standen en tijden bekijken. Ondanks dat Jaap me met minimaal 5 meter geklopt had, hadden we precies dezelfde nettotijd: 1.26.10. En dan komt nu de verrassing: ik eindigde als 3323e van de 12.914 gefinishte lopers, Jaap als 3325e. De Dam tot Dam by night was inderdaad een bijzondere loop, waarbij ik niet één keer het woord "Dreamteam" heb gebruikt....

Dam tot Damloop

Sommige lopen liggen je beter dan andere. Eén van de lopen, die ik niet zo lekker vind, is de Dam tot Damloop. Dat ligt niet aan het publiek: dat is zowel in Amsterdam-Noord als in Zaandam fantastisch. Het is meer het parcours, dat hier voor zorgt. Op zich is het een leuk parcours, maar door de grote aantallen deelnemers kom je de laatste 3 kilometer in de staart van eerdere startgroepen terecht op de wat smallere dijken van Zaandam. De laatste kilometers hebben dan meer weg van een slalom dan van een hardloopwedstrijd.
Dit is dan ook de reden, dat ik bij het zilveren jubileum van de Dam tot Damloop pas voor de derde keer aanwezig was. De eerste keer was in 2001, toen ik met Rob van Bladel, die destijde deel uitmaakte van onze droogtrainingsgroep uitmaakte, voor het eerst van Amsterdam naar Zaandam liep. Ondanks een blakende vorm wist ik de 10 Engelse mijl slechts met grote moeite onder de 1.20 te houden. Wandelende deelnemers aan de bedrijvenloop hielden af en toe de volledige breedte van de dijk bezet, druk pratend met elkaar.
De tweede keer was 2 jaar geleden. Jaap de Gorter werkte destijds voor stichting "de Vrolijkheid", die wat vreugde in het leven van vluchtelingenkinderen in Nederland wil brengen. ArboNed sponsorde de stichting: voor iedere loper aan de bedrijvenloop, die de 16,1 km uitliep, schonk ArboNed een bedrag van ik meen € 30,- aan stichting "de Vrolijkheid". In kleding van ArboNed zouden we op die zeer warme zondagmiddag in september deelnemen aan de Dam tot Damloop.
De avond ervoor had ik in "de Hobbit" in Nieuw-Vennep een groot feest gehad. Bas en Nel Warnink hadden van alles te vieren. Nu zou je verwachten, dat ik met een kater naar Amsterdam af zou reizen. Was dat maar waar! Ik werd 's nachts wakker met diarree. Het toilet werd dus regelmatig bezocht. De Brabantse folkgroep "Dommelvolk" kwam mij daarbij voor de geest.

Humor is altijd een sterke kant geweest van deze vier muzikanten. Zo zongen zij op hun lp "Nr.100" zonder blikken of blozen gedragen á capella "ik ben niks nie op m'n gemak, 'k ben aon dun helen dunne slappe kak...", met daarbij fraaie zinnen als "begint oew broek vast af te stropen, anders zal het oew pijp nog uit lopen..."

Zo voelde ik mij dus bij het vertrek naar Mokum. Ik had 's ochtends 2 droge beschuitjes op en ik had een paar droge biscuitjes meegenomen als "proviand" voor onderweg. Als het niet was voor "de Vrolijkheid", dan was ik niet afgereisd. Overbodig om te zeggen, dat ik geen optimale voorbereiding heb gehad. Het ging van buikloop naar Dam tot Damloop.

Desondanks ging het niet onaardig. Na een paar kilometer moest ik Jaap de Gorter letterlijk en figuurlijk laten lopen op deze zeer warme zondagmiddag. Uit ervaring weet ik, dat je op zulke dagen voldoende moet drinken. Dat deed ik, maar dat viel niet echt lekker, maar gelukkig bleef alles erin. Op het kale stuk langs de provinciale weg zag ik diverse mensen, die geveld waren door warmtestuwing: te weinig gedronken!
Waar ik het meest voor vreesde, gebeurde gelukkig niet: dat ik plotseling moest poepen. Je moet er toch niet aan denken, dat je op een drukke dijk met mensen, die gezellig op hun bankstel voor hun huis zaten, de keuze hebt tussen snel de broek naar beneden trekken of het verder moeten lopen met een bruine broek....
Nee, wat dat aangaat was ik blij, dat ik in een vrij matige tijd de finish haalde van deze Buikloop.

donderdag 17 september 2009

Gelijk oversteken

Donderdagavond ging ik mijn racefiets bij Wil Verbeij ophalen. Op de voor mij ongebruikelijke avond (ik had 's ochtends een vergadering en was daardoor 's avonds vrij) liep ik van huis uit naar Zoeterwoude, een afstand van 9 km, om dezelfde weg naar huis te fietsen. Nu had Wil zijn spijkerjack in het huisje in Zuid-Limburg laten liggen, dus dat had ik in mijn rugzak meegenomen. We konden dus gelijk oversteken.
En daarmee kom ik aan de titel van één van die leuke verhalenbundels van Roald Dahl: "Gelijk oversteken", oorspronkelijk in het Engels uitgekomen onder de titel "Switch bitch". Zoals uit het woord "bitch" is op te maken, hebben de vier verhalen in deze bundel seks als thema.

In twee verhalen geraakt de fameuze vrouwenversierder en levensgenieter oom Oswald, bekend van de gelijknamige roman van Roald Dahl, na een uitzonderlijk seksueel avontuurtje in een wel erg vreemde situatie. In de twee andere verhalen ruilen twee vrienden van echtgenote zonder dat deze hier iets van merken, echter met alle gevolgen van dien, en loopt het avontuurtje van een weduwe met een oude jeugdvriend erg tragisch af. Zoals gebruikelijk weet Roald Dahl je op het verkeerde been te zetten. Het blijft leuk om boeken van deze Britse grootmeester in de vertelkunst te lezen. Je kunt dus met een gerust hart wagen aan "Gelijk oversteken".

woensdag 16 september 2009

"Dat smaakt naar meer!"

Het was een lekkere nazomerdag, maar de noordoostenwind, die we in januari graag weer zien komen, maakte het 's avonds toch vrij fris. Jaap de Gorter gaf de laatste training aan de langzame groep IJVL-ers op de 400-meterbaan in Leiderdorp. Het zou een speelse les worden met diverse Steigerungen en een heuse estafettewedsrtijd aan het einde. We moesten in 2 groepen van 4 elkaar zien te verslaan, waarbij 2 bidons als estafettestokjes fungeerden.



De twee ploegen waren aardig aan elkaar gewaagd. Het lastigste onderdeel was, net als bij de atletiekwedstrijdene, het overgeven van het estafettestokje. Hoewel onze groep de hele race over 4 ronden een flinke voorsprong had, werd het aan het eind toch nog spannend. We wonnen uiteindelijk met een meter of 10 verschil.
Na het ontspannen uitrijden kregen we van Jens en Angus Postma als afsluiting van het seizoen een stuk zelfgebakken taart en zat mijn eerste skeelerseizoen er op. Ik durf met gerust hart van allebei te zeggen: "Dat smaakt naar meer!"

Een échte droogtraining

Soms gebeuren er in het leven vreemde dingen. Zo ook op deze dinsdagavond.

Door uiteenlopende redenen was het grootste deel van de trainingsgroep verhinderd. Zodoende waren we maar met ons zevenen voor een pittige training op de Bult. We begonnen met 10 x 1 minuut voluit op de schaatsplank met 30 seconden rust tussendoor. Fysiek gezien betekent dit 10 x de 500 meter achter elkaar!
Na een rondje uitlopen kwam een volgende zware oefening: tweebenig springen vanuit de schaatshouding over een steeds hoger wordend elastiek. Robert Nozeman, Sjaak Stuijt en Robin Tichler maakten er een wedstrijd van. Dan wil je natuurlijk niet achterblijven, ook al ben je met je korte benen kansloos.
Na een rondje uitlopen deden we schaatsstappen tegen de heuvel op. Je kunt de valbeweging zo heel goed oefenen.
Al met al was het een pittige training, maar daardoor werd het niet een avond, die je snel zou vergeten. Dat kwam na de training. De kantine van "Swift" was dicht, maar na afloop ging iedereen na het douchen meteen naar huis, in plaats van in de stad wat drinken. De afgelopen 12 jaar heb ik dat niet meegemaakt! Wat dat aangaat was het een échte droogtraining!

maandag 14 september 2009

Zondag in 't Zuiden

Het was minder mooi weer als was voorspeld. Sterker nog, het regende, toen we wakker werden. Dit deed het animo om nog te gaan fietsen met elkaar op deze druilerige zondagmorgen fors dalen.
Na het ontbijt gingen Hans Boers en ik nog even hardlopen. Thuis heb je immers niet van die mooie, lange klimmen. De duinen zijn veel korter. Halverwege onze loop van een kilometer of 5 brak de zon door.
Dit deed veel mensen twijfelen, of ze wel of niet zouden gaan fietsen. Uiteindelijk bleven er 4 die-hards over: Wil Verbeij, Paul Verkerk, Andrea Landman en ik. Met zijn vieren zwaaiden we de anderen uit en reden we het laatste gedeelte van de Mergellandroute, wat Wil en Andrea gisteren niet gezien hadden, omdat ze verdwaald waren. Het tempo lag flink hoog, hetgeen met Wil op kop niet ongebruikelijk is.
In Eijsden dronken we nog wat en namen op deze zondag in het zuiden een Limburgse vlaai.

In Mesch aanschouwden we Limburgs land markt, alvorens we hier de grens overstaken om door de Voerstreek via 's-Gravenvoeren naar Teuven te pedaleren. Bij Slenaken kwamen we Nederland weer binnen, waar we naar ons huisje in Terlinden reden. We hadden 46 km gefietst. De totaalstand van dit weekeinde was voor mij 253.46 km. Met ons vieren hadden we er uit gehaald wat er in zat en volop genoten van deze zondag in 't Zuiden.

Wil nam mijn fiets mee, terwijl ik met Paul en Andrea mee terugreed naar Leiden.
Vrijdag was ik de eerste die aankwam, nu mocht ik de sleutels van ons huisje terugbrengen naar de beheerder. In de Bijbel stond het al geschreven: "De eersten zullen de laatsten zijn!"

Mergellandroute


"Nar boave" Een westerling dankt hierbij al gauw aan clownesk gedrag, maar het is gewoon Limburgs voor "naar boven". Rowwen Heze bezong het thema van deze zaterdag in september op aanstekelijke wijze: we zouden met 12 leden van de IJVL als een bonte stoet de Mergellandroute gaan fietsen.

Om 10 uur waren we uit Terlinden vertrokken voor de fietstocht door het mooie Zuid-Limburg. Het was nog bewolkt en vrij fris. Na een paar kilometer wachtte ons al de eerste beproeving: we moesten afdalen op de weg van Hoogcruts naar Slenaken, waar een flinke laag split op lag. Dat betekende dus voorzichtig rijden, want als je hier onderuit zou gaan, zou je van onder tot boven open liggen.
Nu is dalen niet bepaald mijn specialiteit, dus ik was blij, dat we heelhuids in Slenaken aankwamen. Ik ben altijd vrij voorzichtig geweest, maar dat ben ik zeer zeker geworden, nadat ik bij het fietsen van de Zuidlimburgse fietsvierdaagse in 2000 de toen 15-jarige Siebe in volle vaart in de afdaling vanuit Eperheide met fiets en al over een muur heb zien knallen, omdat hij voor een auto uitweek en zo in het grint langs de weg terecht kwam. Ik besef heel goed, dat het heel anders af had kunnen lopen dan met de schaafwonden en blauwe plekken, waarmee Siebe er toen mee vanaf kwam.
De volgende heuvels waren voor mij een feest van herkenning. In 1991 hebben we 3 weken een stacaravan gehuurd op camping "De rozenhof" in Camerig, in de tijd van "kleine kinderen, kleine zorgen". Eén van die kleine zorgen was het boodschappen doen in Epen. Op een fiets met 3 versnellingen deed ik dat, vaak met 1 kind voorop en 1 kind achterop. Nu moet je vanaf Epen een stuk heuvel beklimmen met een stijgingspercentage van 14%. Dat betekende voor mij omhoogwandelen op dat gedeelte. Op een goede dag stond ik op het punt om af te stappen, toen een groepje wielrenners mij in wilde halen. Eén van die wielrenners zei: "Stap maar af. Je redt het toch nooit!" De denigrerende toon, waarop dit gezegd werd, maakte mij zo kwaad, dat ik dacht: "Dat zul jij niet meemaken!" en ondanks de pijn in de benen en een bonzend hart in de keel lukte het me om zonder afstappen camping "De rozenhof" te bereiken.
Nu ging het wat makkelijker. We klommen langs Cottessen omhoog, waar ik toen veel met de kinderen gewandeld heb.
In Vijlen hadden we, na ruim 20 km fietsen, de eerste stop bij het Wandelcafé. Ik kan u verzekeren: de abrikozenvlaai was erg lekker. Jaap de Gorter en Hans Boers lieten deze vlaai schieten en zij reden samen vooruit. Die halen we straks wel in, was de gedachte. Maar dat zou ietwat anders lopen.
Vanaf Vijlen ging het met een bloedvaart via Mechelen en Wittem naar Eys, waar ik als allerlaatste aan de Eyserbosweg begon. Normaal gesproken klim ik het liefste op souplesse, maar met voor een dubbel blad is het nauwelijks te doen. Krakend en stoempend lukte het me om zonder afstappen deze steile helling te nemen. Maar ja, we moesten "Nar boave". Daar stond de trainingsgroep te wachten op de achterhoede.
We reden langs de "Bernardushoeve", waar ik ook al een keer een week met mijn gezin heb gebivakkeerd. De lange afdaling naar Fromberg kwam me dus niet geheel onbekend voor. Bij Schin op Geul kwam de zwaarste bepreoving van de dag: de Keutenberg. Al snel kwam ik in de beklimming van 22% tot de conclusie, dat ik me zou forceren, als ik deze heuvel fietsend wilde beklimmen. We moesten immers nog 85 km. Ik stapte dus af en liep zo'n 150 meter, tot de klim wat af begon te vlakken. Het verlies op de voorlaatsten kon ik daarna fietsend nog bijna goedmaken.
In de afdaling van Scheulder naar Sibbe raakte ik het contact met de groep kwijt. Ik reed de prachtige afdaling naar Oud-Valkenburg in gezelschap van Paul verkerk en Letty Ruhaak, die op me gewacht hadden. Eindelijk had ik tijd om mijn afritsbroek en trainingsjack uit te doen, want de zon was doorgebroken en het was toch wel een stuk warmer geworden. Tot Klimmen klommen we gezamenlijk op, maar in de afdaling viel er een gat, dat ik niet meer dicht kon rijden.
In mijn eentje reed ik het noordelijk gedeelte van de Mergellandroute. Een lastig gedeelte, want de ene keer reed je op de bruine autoborden, de andere keer op de groene fietsborden.

Je vergissen was dus heel wel mogelijk. Op dit stuk van de route werd ik ingehaald door Jaap Smit, die in zijn eentje af en toe een "lusje extra" reed. Hij ging echter veel te hard voor mij.
Voorbij vliegveld Beek ging ik op een bank in de zon mijn lunch nuttigen. Tot mijn stomme verbazing werd ik ingepasseerd door Letty en Paul. Met een achterstand van een minuut of 3 begon ik aan het vervolg van de Mergellandroute. Na de afdaling bij Geulle zag ik opeens twee heel bekende fietsen staan: Jaap en Hans zaten daar op een terrasje. Ik ging dit duo gezelschap houden. Dit was pas hun eerste stop. Na km 40 waren ze op zoek naar een terrasje, maar helaas....
Ze hadden 66 km op de teller staan, waar de mijne al op 80 stond. Dat klopte, want ze hadden de Keutenberg gemist. Tot het eind van de tocht zouden we met zijn drieën optrekken: we hadden alledrie ongeveer hetzelfde tempo, en dat rijdt erg lekker.
Door het Maasdal reden we naar Berg, waar we de nog niet complete groep IJVL-ers op het terras vriendelijk gedag hebben gezegd. Jaap en Hans kwamen immers net van een terras af.
Tot mijn stomme verbazing reed ik nu voorop in de Mergellandroute op een traject, wat ik zeer goed kende: de Bemelerberg, waar ik diverse keren gekampeerd heb op camping "Mooi Bemelen". Een aanrader voor wie een mooi gelegen camping zoekt.
Via Margraten en Gronsveld fietsten we naar Oost-Maarland, waar het onze beurt was om een terrasje te zoeken. Twee groepjes IJVL-ers passeerde ons.
Nu we weer op onze vertrouwde plek in de achterhoede waren beland, reden we langs de Maas naar Eijsden, om bij Mesch weer te gaan klimmen. Via beklimmingen bij Moerslag, Sint-Geertruid en Mheer kwamen we in Noorbeek, waar we nog een laatste keer "Nar boave" moesten om bij ons huisje in Terlinden te komen, waar we Frank Damen gedag konden zeggen, die naar Leiden terugging vanwege de organisatie van en deelname aan de Bulttijdrit. En dat na ruim 133 km wielrennen in het Limburgse heuvelland!
Bij het huisje hoorden we, dat Wil Verbeij en Andrea Landman samen waren verdwaald in de buurt van Valkenburg en Robin Tichler in zijn eentje. Op deze manier moesten ze de hele middag rondfietsen in Zuid-Limburg. Het gezegde in de Ronde van Frankrijk luidt: "De Tour wacht op niemand!" Nou, volgens mij de Mergellandroute ook niet!

zondag 13 september 2009

Maarten van der Weijden


Het zal niemand ontgaan zijn, dat er in onze trainingsgroep enige tweespalt ontstaan was naar aanleiding van de Wassenaarse zwemloop, waarbij het Dream-Team door griepachtige verschijnselen helaas niet aan de start was verschenen. Zie voor details op het weblog van augustus onder "Psychologische oorlogsvoering" en "Wassenaarse zwemloop".
Nu deed het gelukkige toeval zich voor, dat Olympisch zwemkampioen op de 10 km, Maarten van der Weijden, zijn nieuwe boek "Beter" presenteerde tijdens "Manuscripta", afgelopen maandag in Amsterdam, waar de uitgevers van Nederland het aanbod van het komende half jaar bekend maakten. Ik kon een gesigneerd exemplaar in ontvangst nemen, waarin Maarten van der Weijden klip en klaar mijn vraag beantwoordde, welk team van de IJVL het beste was. Op de titelpagina schreef hij spontaan de aan duidelijkheid niets te wensen overlatende tekst: "Voor Paul Verkerk. Het Dream-Team is toch beter." Voor Jaap de Gorter en Hans Boers was er een ansichtkaart met de voorpagina van "Beter", aan hen opgedragen met dezelfde tekst.
Hiermee was wat mij betreft de discussie gesloten. Als een ervaringsdeskundige als de Olympisch kampioen een zo helder oordeel velt, wie zijn wij dan, om daar aan te twijfelen?
Waar ik in ieder geval niet aan twijfel is om iedereen aan te raden het boek "Beter" te lezen. Het is een prachtig, zeer aangrijpend boek. Vooral het deel over de strijd tegen leukemie hakt er diep in. Sport is dan inderdaad slechts de belangrijkste bijzaak in het leven.
Verder kunt u lezen, hoe Maarten van der Weijden met veel wilskracht en doorzettingsvermogen vanaf het nulpunt zich naar Olympisch goud wist te knokken. Aan deze aanbeveling over "Beter", die ik op internet vond, heb ik niets toe te voegen: "Zijn boek maakt vanaf de eerste pagina een verpletterende indruk. Maarten van der Weijden is een terechte winnaar, zowel op sportief gebied als op het menselijke vlak."

Voerstreek

Om 9 uur vertrok ik op mijn racefiets naar Leiden CS, waar ik de trein naar Maastricht zou nemen. De reis liep zeer voorspoedig. Zodoende zat ik om half 1 al op de fiets naar Cadier en Keer om vandaar door het mooie Zuid-Limburg naar Noorbeek te fietsen. Al vrij snel had ik een afdaling van 15% te pakken. Die heb je in de Randstad niet, dus dat was even wennen.
Om 2 uur was ik bij ons huisje in Terlinden, waar we met een deel van de trainingsgroep 2 nachten zouden verblijven. Want dat is altijd de vraag, als je ergens gaat verblijven, waar je nog nooit eerder bent geweest: "Where you gonna sleep tonight?"

Ik was de eerst aangekomene. Om 3 uur was iedereen aanwezig van degenen, die vrijdagmiddag zouden arriveren. Met 6 personen gingen we alvast het terrein verkennen, terwijl Jaap Smit ging mountainbiken. Jaap de Gorter, Pieter Smit, Letty Ruhaak, Hans Boers, Jos Drabbels en ondergetekende fietsten naar Gulpen, waar de Gulpenerberg op het programma stond. Zonder triple een zeer pittige klim, maar stoempend lukte het om het zwaarste stuk door te komen.
Via Slenaken reden we over de Grensweg naar Teuven in België. Bij de klim uit Teuven viel onze groep in 2 delen uiteen. Waar onze groep wederom uitblonk in volstrekte individualiteit, de achterhoede, waar ik zoals gewoonlijk toe behoorde, zag in de verte 3 personen aan komen fietsen in het "oude" IJVL-wielershirt, waarin ik ook rondreed. Janus van Liemt, Jan Vandenbussche en Rob Schouten waren met iemand uit Alphen een lang weekeinde in de Voerstreek.
Na afscheid genomen te hebben van deze IJVL-ers, reden we door naar Aubel. Daar ik met afstand de slechtste daler van de groep ben, viel er regelmatig een gat. Meestal kon ik in de klimmen weer naar het wiel van nummer voorlaatst toerijden. Toen wij langs Val Dieu naar 's-Gravenvoeren reden vanaf Aubel, reden we lang door een behoorlijk vlak dal. Wat ik ook probeerde, de afstand tot de anderen werd steeds groter, terwijl er toch duidelijk 41 km op mijn teller stond!
In 's Gravenvoeren namen we om 5 uur afscheid van Pieter en Letty, die voor de inkopen voor het weekeinde gingen zorgen. Onderwijl (be)zochten wij een terrasje, waar cappucinno en Val Dieu blond werden besteld. Via Altembrouck klommen we weer naar Nederland, waar we in Terlinden een verkwikkende douche namen, voor we aan tafel plaats konden nemen. De eerste 74 km van dit fietsweekeinde zaten er op.

Onder het eten dacht Jaap de Gorter, dat hij een historisch moment zou beleven: ik zou een biertje weigeren! Hij had mij veel principiëler ingeschat, dan ik was. Jaap had echter buiten de waard gerekend. Ik accepteerde het blikje Amstel-bier met Feyenoord-logo! Hoe was die reclame uit een grijs verleden ook alweer? "Het enige wat je weggooit, is de verpakking!"

donderdag 10 september 2009

Twilight zone


Dinsdagavond weer op de Bult getraind, met mijn favoriete onderdeel, de schaatsplank en direct daarna mijn minst favoriete onderdeel, sprinten. Maar goed, it's all in the game.
De dag erop fietste ik met Jos Drabbels en Jaap de Gorter naar Leiderdorp, waar we op de nieuwe skeelerbaan zouden trainen. Het is even wennen op een 400-meterbaan, maar op dit volledig vlakke asfalt ging het steeds beter. Gaandeweg de avond kwam het "pootje over" er toch wel in onder leiding van de immer positieve Jens Postma.
Met allerlei oefeningen wist Jens ons steeds vaardiger te maken in de bochten. Ging het eerste rondje nog zonder overstappen, niet verbazingwekkend na 4 weken niet geskeelerd te hebben, aan het eind van de avond waren er in de bocht nog maar een paar tussenstapjes in de bocht nodig.
Het rechte eind skeelerde helemaal lekker op dit superglijdende asfalt. Wel werd het steeds donkerder. De lichtmasten stonden er wel, maar voor ons kwam er geen lichtstraal in de schemering.

Zodoende stopte onze groep om kwart voor 9. De snelle groep, onder leiding van Arthur van Winsen, werkte wel de hele training af, terwijl wij onze skeelers uittrokken. Het leek wel een Elfstedentochttraining met het skeeleren in het donker.

zondag 6 september 2009

"Straks wordt het startschot gegeven, denk ik..."

Mijn laatste wedstrijdloop was 3 maanden geleden. In juli had ik 3 weken niet gerend gedurende de fietsvakantie over de Noordzeeroute en Groene valleienroute, en toen de training net weer op gang kwam, moest ik een week rust nemen vanwege griepachtige verschijnselen. Hierdoor moest ik, tot grote vreugde van Jaap de Gorter, de Wassenaarse zwemloop laten schieten.
Kortom, het was voor mij een groot raadsel, waar ik stond. Dat was ook het geval bij de speaker van de Vlietloop, die 2 minuten voor de start van de 10 km en de 10 Engelse mijlen kennelijk niet op de naam kon komen van de wethouder en zodoende de legendarische woorden uitsprak: "Straks wordt het startschot gegeven, denk ik..."

Gelukkig was de wethouder van de gemeente Voorschoten zich wel bewust van zijn voornaamste taak, zodat we om 12 uur toch werden weggeschoten. Ik startte, samen met Kobus Turk, die de 10 km liep, vrij ver naar achteren. Bewust. Ik had niet ingelopen en gebruikte de eerste 2 km als warming-up. Het lopen ging verbazingwekkend makkelijk. De grote inhaalrace kon beginnen. De eerste 5 km ging, ondanks de vrij trage start, in 23 minuten.
Bij de 7 km kwam de splitsing tussen de 10 km en de 10 mijl. Het werd meteen een stuk rustiger. Het grote inhalen was nu afgelopen. Ik haalde nog een paar mensen in, waaronder 1 in een shirt van Den Haag atletiek en 2 van The Hague roadrunner's. Dit geeft altijd een goed gevoel. Hardlopen is voor mij een "bijvak" en toch ben ik sneller dan mensen, voor wie het de hoofdsport is.
Het lopen ging op deze bewolkte zondagmiddag nog steeds zeer goed. Af en toe voelde ik een pijntje in mijn rechterkuit of mijn linkerachillespees, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Er zat echter geen enkel verval in het tempo. Op 12 km kwam ik door in 55 minuten, dus een tijd van 1.15 was haalbaar. In een volkomen vlakke race liep ik naar de finish in de Voorstraat in Voorschoten. In de laatste 400 meter haalde ik nog iemand in, die heel lang 100 tot 200 meter voor me uit gelopen had. Het liep uit op een heuse eindsprint en degenen, die mij kennen weten dan al, wie de verliezer is....


Desondanks was ik zeer tevreden. Met een 42e plaats van de 131 gefinishte mannen in een brutotijd van 1.15.31 had ik de snelste tijd, die ik ooit op de 10 Engelse mijl gelopen heb, waarbij tot mijn verrassing de nettotijd 1.15.35 was, waar ik op 1.15 blank had gerekend. Hoe dan ook, ik ben het najaar wel eens slechter begonnen. Het startschot voor het seizoen 2009/2010 was gegeven, denk ik...

vrijdag 4 september 2009

De slufter van Schoorl


Vorige week heeft een grote bos- en heidebrand een enorm natuurgebied bij Schoorl in de as gelegd. Huizen werden ontruimd, van een bos van 70 jaar oud bleef bijna niets meer over. Brandweerlieden uit de hele provincie Noord-Holland waren in de weer om de brand te blussen.

Dat ik op dit weblog de bosbrand bij Schoorl aanhaal, is niet zonder reden. Met de trainingsgroep van de IJVL heb ik daar een paar keer wezen mountainbiken. Hier een verslag uit november 1998, dat een goed sfeerbeeld geeft van zo'n dag mountainbiken.
Met 9 IJVL-ers en 1 autochtoon trokken we naar Schoorl, waar we bij een fietsenmaker 10 mountainbikes huurden. Na de zadels op de juiste hoogte te hebben gezet, vertrokken we naar het centrum van Schoorl. Daar aangekomen hebben diverse personen inkopen gedaan bij Super de Boer. Jaap de Gorter ontdekte, dat het niet handig is, om als een van de weinigen een rugzak mee te nemen, want 2 kilo bananen en diverse Extrans waren zijn deel, naast de diverse broodzakjes, die hij al meezeulde.
Onder leiding van Pieter uit Schoorl reden we over een fietspad naar een 14 km lang mountainbikeparcours. In de duinen was het schitterend. Vooral de berijpte heidevelden onder een laagstaand winterzonnetje waren van een ontroerende schoonheid.
De eerste klimmetjes leverden geen problemen op, maar de afdalingen was wel even wennen op deze bevroren ondergrond. De eerste klim was op een stuk, dat voor fietsers verboden was, naar het uitzichtspunt over de slufter, die vorig jaar in de Schoorlse duinen gegraven is. Pieter Smit was de enige, die op de mountainbike naar de met een dun laagje ijs bedekte slufter reed. Volgens mij ging hij kijken, hoe hij zoiets in de zeereep bij Katwijk kan doen, zodat hij Katwijk onder water kan zetten.
Met zijn negenen daalden we deze eerste steile helling af, waarna we met Pieter erbij aan het echte parcours begonnen.


Het eerste stuk ging door een bos. Vooral op de lager gelegen delen was het best link, daar de opgevroren randen van minstens 10 cm hoog veel stuurmanskunst vereisten. We kregen de eerste serieuze klim te verstouwen, waarna we het eerste stuk van de afdaling moesten lopen, daar het te steil was in het mulle zand.
We kwamen daarna op een fietspad, waarover we zo'n 600 meter moesten fietsen. Hans Boers reed met Jaap Smit voorop. In de duinen is dit een zeer succesvol duo, waarbij verdwalen gegarandeerd is. Hans bespeurde zeker weer een extra binnenbocht, terwijl Thijs Smit zijn broer volgde. Zodoende misten ze wel het slechtste stuk van het traject, met veel opgevroren randen.
Bij het fietspad vlak bij Bergen wachtten we op de dolenden, alvorens we met zijn tienen de Nok van Schoorl beklommen. Deze 47 meter hoge klim is een ideale schaatstraining: je hebt kracht nodig om te klimmen, snelheid omdat je in de lichtste versnelling rijdt en souplesse om langs de boomwortels en opgevroren randen te sturen. De zeer steile afdaling liepen we, waarna we nog een behoorlijke klim voor de kiezen kregen.
Robert van Kralingen kreeg een lekke band. Zonder plakspullen is het wat lastig repareren, maar van een passerende mountainbiker kochten we een binnenband. Daarna reden we naar "de Berenkuil", waar we erwten- en tomatensoep met broodjes gezond bestelden.
Drie uur nadat we begonnen waren, kwamen we nogmaals op ons startpunt. We reden nogmaals de eerste helft van het mountainbikeparcours. De bovenlaag was duidelijk zachter en dus zwaarder. Met de Nok van Schoorl als finale verlieten we de duinen en reden over het fietspad naar de verhuurder terug.
Bij "de Viersprong"namen we een paar Palm om het vochtverlies te compenseren. In deze uitspanning werd door diverse personen het plan gesmeed om de volgende dag te gaan schaatsen op de Oostvaardersplassen. Het dagje mountainbiken zat erop. Het is voor herhaling vatbaar.
Deze slotzin zal de komende jaren geen opgeld kunnen doen. Ook al hersteld de natuur zich uiteindelijk, een flink deel van het bos is als verloren te beschouwen, dus ook een stuk van het zeer mooie mountainbikeparcours. Het zal helaas heel wat jaren duren, voor dit weer een mooi bos is.

donderdag 3 september 2009

Schuurvoet

Onze schuurvoet vertoonde haperingen, dus ik kreeg van Ada het dringende verzoek, om de schuurvoet naar de firma Kruyt in Wassenaar te brengen om te kijken, of deze nog gerepareerd kon worden.

Op deze buiïge donderdagochtend liep ik met de schuurvoet in de rugzak naar de A44. Hier stond een flinke file. Op de radio kunnen ze het zo mooi omschrijven: "Langzaam rijdend en stilstaand verkeer."
Nu ken ik het gevoel wel, dat je als fietser sneller bent dan al die automobilisten, die in hun eentje in de auto zitten te staren naar elkaars achterlichten. Maar dat ik als loper ook sneller was, was voor mij een compleet nieuwe ervaring. En dat, terwijl ik met een extra gewicht van 4 á 5 kilo op mijn rug liep. Mentaal trouwens een prima ervaring: een jaar of 2 geleden schommelde mijn gewicht tussen de 69 en 70 kilo, nu tussen de 65 en 66. Het gewicht, dat ik nu in de rugzak had, zeulde ik dus altijd mee!

Wat de files aangaat: veel mensen geloven het verhaal, dat er te weinig wegen zijn in de Randstad. Het probleem is niet, dat er te weinig wegen zijn, er zijn gewoon te veel wagens! Nu wil de provincie Zuid-Holland voor de zoveelste keer proberen de A11-West, die tegenwoordig eufemistisch de Rijnlandroute wordt genoemd, aan te leggen, dwars door Voorschoten en door de mooie polder ten zuiden van de Stevenshof. Zinloos, want het fileprobleem is net een waterbed. Je drukt het op de ene plaats weg en het komt dan op de andere plek weer tevoorschijn.
De enige oplossing is hetgeen ooit bij de melkboeren is toegepast: de superheffing. Wilde je meer melk produceren, dan kon je rechten kopen van een andere boer. Dit werkte uitstekend. De melkplas verdween. Waarom kunnen we dit niet toepassen met de heilige koeien? We kunnen toch gewoon zeggen: er komen vanaf nu geen nieuwe kentekens meer bij. Wil je er een, dan koop je het kentekenbewijs van een ander. Zo komen er nooit meer heilige koeien bij! Je kunt zelfs heel langzaam het aantal auto's verminderen door het aantal kentekenbewijzen te verminderen. Veel goedkoper dan het aanleggen van steeds weer nieuwe wegen.
Het was dus een goed idee van Ada om de haperende schuurvoet weg te brengen om te repareren. Anders was ik als loper nooit sneller geweest dan al die auto's op de "snelweg". Na de schuurvoet afgeleverd te hebben op industrieterrein Maaldrift liep ik langs het Valkenburgse meer weer naar huis toe in het wisselvallige weer. Mocht iemand mij hebben zien lopen en gedacht hebben: "Wat loopt die man vreemd!", dan zou ik hebben geantwoord: "Dat komt door mijn schuurvoet!"

woensdag 2 september 2009

Alternatieve Weissensee


In de loop der jaren ben ik diverse keren op de Oostvaardersplassen wezen schaatsen. Een prachtig natuurgebied, waar altijd redelijk snel geschaatst kan worden. Ik zal niet alle tochten op dit weblog plaatsen, maar wel die van een mooie winterse dag aan het begin van dit millennium.
Op 17 januari 2001 was het eindelijk zo ver. Na 4 jaar zonder natuurijs zouden we in de Flevopolders een tocht gaan schaatsen op de Oostvaardersplassen. Om 10 uur vertrokken we bij de IJshal met 6 personen: Jos Drabbels met Ben, een collega van ham, Frits van Huis, Fré Kreuger, Wil Verbeij en ondergetekende. Thijs Smit en Eelke van den Ouweleelen hadden het ijs de dag ervoor al getest: het was mooi ijs, maar niet overal betrouwbaar, hetgeen Eelke met een nat pak moest bekopen.
Bij Lelystad liet Fré haar literaire talent naar voren komen, dat ze heeft meegekregen van haar vader, de schrijver F.H. Kreuger. Deze schreef o.a. "Onder hoogspanning", "De Nachtwacht op avontuur", "Il Cannone" en "De restauratie", zeer leuke schelmenromans.

Lezen, mensen!
Fré repte van "Onze alternatieve Weissensee", en zo voelde het ook een beetje. Op het spiegelgladde ijs reden we met zijn zessen over plekken, waar anderen al geschaatst hadden en die dus redelijk betrouwbaar waren. Wie achter de 2 meter lange Wil Verbeij aanreed wist zeker, dat het ijs daar te vertrouwen was.
Het was ideaal schaatsweer: zonnetje, windstil en een temperatuur van 2 graden onder nul.

We genoten volop van de prachtige natuur, terwijl we de eerste ronde van 20 km maakten. Na een kilometer of 5 kwamen we Sjaak Stuijt tegen, die met ons op zou rijden. De eerste ronde ging in een rustig tempo, daar we eerst wilden verkennen, waar veilig gereden kon worden. Diverse stukken bleken dood te lopen in de rietlanden of in open water van 20 tot 40 cm diep, zodat we veelvuldig terug op de heenweg moesten.
De tweede ronde ging de gashendel open. Het tempo lag hoog. Aan de bovenbenen kon ik voelen, dat er een verschil is tussen de 6 uur 36 van Sjaak Stuijt, de 7 uur 12 van Frits van Huis en mijn eigen 10 uur 25 op de 200 km. Maar van een beetje afzien word je nooit slechter, dus harken en bijblijven zo goed en zo kwaad als het ging.
Na de tweede ronde moest Sjaak Zoeterwoude weer gaan besturen, zodat we met Frits als gangmaker aan een net zo snelle derde lus door de rietlanden begonnen.
Om half 4 verlieten we het natuurijs met een moe, maar voldaan gevoel: hiervoor train je immers al die jaren. Ik kan iedere lezer van harte de reis naar de Oostvaardersplassen aanbevelen voor de Alternatieve Weissensee.


Sjoelbak

Het begon licht te regenen, toen wij met de schaatsplanken van de kantine van Swift naar de Bult liepen. Na 2 rondjes inlopen begonnen we met een drietal piramides op de schaatsplank van 1, anderhalf en 2 minuten en weer terug. Omgerekend 21 minuten intensief trainen op techniek. Maar de schaatsplank is mijn favoriete trainingsonderdeel, dus mij hoorde je niet klagen. Doordat het af en toe lichtjes spetterde, werd de plank vochtig en daardoor soms wat stroef.
Daarop mochten we 5 keer de heuvel op sprinten, terwijl we in de elastieken door een trainingsmaat werden tegengehouden. Kortom, het was weer een intensiefe training. Met schaatspassen heuvelop en 2 rondjes uitlopen op de Bult werd de behoorlijk intensieve training gecompleteerd.
Na gedoucht te hebben, vroeg Loek Noester, die met Henk Distelveld en Hans den Outer aan een tafeltje aan het bier zat, een voorbeeld wat de droogtrainingsgroep even later zou volgen, aan mij: "En, heb je gewonnen?"
"Gewonnen?" vroeg ik verbaasd.
"Ja, met sjoelen."
"Met sjoelen?" was mijn wedervraag: "We hebben helemaal niet gesjoeld."
"Nou, ik zag je anders wel lopen met een sjoelbak!"

dinsdag 1 september 2009

Vervangende dienstplicht

Het is vandaag 30 jaar geleden, dat mijn loopbaan bij de openbare bibliotheek begon. Officiëel althans, want 1 september 1979 was een zaterdag, dus ik begon mijn werkzame leven met een vrije dag. Het was het begin van mijn bijna 19 maanden vervangende dienstplicht. Een symbolisch goed gekozen datum: op die dag waren de herdenkingen, dat de Tweede Wereldoorlog 40 jaar eerder begonnen was met de inval van Nazi-Duitsland in Polen. In deze dienstweigeraar school immers geen "Universal soldier".

Op maandag 3 september begon het allemaal echt met een fietstocht van 20 km van Nieuw-Vennep naar Leiden. Gedurende 2 maanden reed ik vrijwel iedere ochtend de 20 km heen en 's middags weer terug. Toch 200 km in de week en soms zelfs 240, want eens in de 3 weken had ik zaterdagdienst. Maar helaas, de geest is gewillig, maar het vlees is soms zwak. Bij slecht weer kon ik meerijden in de auto van Lenny Houdijk, met wie ik op jongerenkoor "Octopus" zat en die ook in Leiden werkte.
Wat dat aangaat ben ik af en toe een watje....

Gelukkig was de herfst van 1979 redelijk goed te noemen, zodat ik vaak op mijn opoefiets de dagelijkse 40 km afgelegd heb, tot ik op 1 november een kamer in onderhuur vond aan de Witte Rozenstraat in Leiden. Want als je een goede basisconditie wilt hebben, is het vrijwel iedere dag 40 km fietsen een echte aanrader.