Vrijdag sloot de lezing over Marten Toonder en Ierland af met "Het kleine volkje".

Gisteren had ik een vrij rustige dag. 




Naast boodschappen halen en aardbeien plukken op de volkstuin liep ik een rustig rondje van anderhalve kilometer om het weiland aan de rand van de Stevenshof. Het was vooral om te voelen, hoeveel ik mijn verrekte spier kon belasten. Nou, dat was nog niet zoveel. Echt pijn deed het lopen niet, maar ik voelde het wel degelijk. Nu ik niet voluit kon lopen, had ik tijd voor de bloemen.










's Middags had ik de nodige huishoudelijke klussen te doen.
En naar aanleiding van deze foto in "Sijthoff" maakte ik met Bas en Joep een afspraak om vanmiddag naar "Klein Duimpje" te gaan.
En daar "Klein Duimpje" zo klein bleef als een duim, paste hij naadloos bij "Het kleine volkje".
Na een kletsnatte nacht, waarvan wij door een diepe slaap niets van gemerkt hadden, was het vanmiddag prima fietsweer. 
Terwijl Ada na de lunch naar de volkstuin vertrok, fietste ik naar Hillegom, waar ik naast Bas en Joep ook Nel mocht verwelkomen. We konden bij een tweetal biertjes en een portie bitterballen bijkletsen en de niet geblesseerde lachspieren gebruiken.
Thuis had ik me voorgenomen, dat mijn tweede biertje een "Blauwe tram" zou zijn.
Na een Aholi nam ik het biertje, dat dit jaar op de medaille van de Leiden Marathon prijkt.
Van Het kleine volkje via een lange afstand naar klein bier....

zondag 7 juni 2026
Klein Duimpje en de Blauwe tram
zaterdag 6 juni 2026
Marten Toonder

De lezing werd gegeven door Klaas Driebergen, die diverse boeken over de schepper van Tom Poes en Olivier B. Bommel op zijn naam heeft staan.

Als 13-jarige las hij zijn eerste boek uit de Bommel-saga en werd er dusdanig door gegrepen, dat hij later Nederlands ging studeren en zijn eindscriptie maakte over Bommel en Bijbel.

Hierin speelde de Zwarte Zwadderneel een belangrijke rol en dat bood Toonder de mogelijkheid om vol op het orgel te gaan met de Tale Kanaäns. Uiteindelijk leidde dit tot een aantal boeken over Toonder en zijn werken.

Marten Toonder en zijn vrouw Phiny Dick gingen in 1951 met een kleine auto naar Ierland en bij the Ring of Kerry kwam hij tot de conclusie, dat dit het landschap was, dat hij altijd al tekende.
Dit leidde ertoe, dat zij in 1965 naar Ierland emigreerden. Zij gingen wonen in Greystones aan de voet van the Wicklow Mountains.

Met dagelijks gedisciplineerd 10 uur werken bouwde de striptekenaar aan een indrukwekkend oeuvre.

Het prachtige, maar vaak ook desolate Ierse landschap vormde een rijke bron voor inspiratie.

Bomen en stenen hebben een prominente plaats in de tekeningen.

Net als de Keltische kruisen.

Klaas Driebergen organiseert ook Toonder-reizen naar Ierland.
Het slotdeel van de lezing ging over "Het kleine volkje", het mystieke deel van Eire. Kabouters, leprechauns, elfen en onzichtbare wezens bevolken delen van het Groene eiland. Wie wel eens in Ierland geweest is, kan zich goed voorstellen, dat deze sprookjesfiguren hier leven.
Eén van die verhalen ging over Tuatha De Danann. Ooit was er een strijd tussen 2 mythische volkeren. De één verloor. De winnaars bleven boven de grond wonen, de verliezers trokken zich terug onder de grond. Dat waren De Danann.
Dit riep bij mij associaties op met Newgrange. Deze graftombe van 3200 jaar geleden heb ik tijdens een vakantie in Ierland met Bas, Nel, Joep en Thea bezocht in 1977.

Het bijzondere is, dat slecht eenmaal per jaar direct zonlicht naar binnen schijnt: bij de zonnewende in de winter, als de zon op zijn laagst staat!

In de pauze dronken we een Spaans alcoholvrij biertje van Damm.

We praatten met een schaatser, die sinds dit seizoen in de droogtrainingsgroep van IJVL en VIJL zit. Na de pauze zaten we een grote kring en konden we over en weer vragen stellen, waarbij de mystieke kant van zowel Toonder als Ierland ook aan bod kwam.
Ik herkende alles.
We stonden met één been in een andere wereld.

Crosby, Stills, Nash and Young zongen over het verschijnsel "Déjà vu".
Wat dat aangaat kan ik mij vinden in de wijze woorden van een Heer van stand.
zondag 3 mei 2026
Máire Brennan
Op 14 april is de Ierse zangeres Máire Brennan op 73-jarige leeftijd overleden. Zij was de stem van de folkgroep Clannad. Later veranderde zij haar naam in Moya Brennan.
Hun bekendste nummer is zonder enige twijfel "Theme from Harry's game".
Tijdens haar uitvaart speelden de overige (familie)leden van Clannad "Eleanor Plunkett".
De thuisbasis van Clannad was "Leo's Tavern" in Gaoth Dobhair in Donegal.
Met haar jongste zus Enya zat ze een paar jaar samen in Clannad.
Zelf heb ik de prachtige stem van Máire Brennan viermaal live kunnen beluisteren. De eerste keer was in 1977, toen ze in de Groenoordhal in ons mooie Leiden optraden bij het Irish Folk Festival: "Maar de échte vonk kwam niet van hun, maar vroeg in de middag van het toen nog tamelijk onbekende Clannad, broers en zus Brennan en twee neven. Als een van de weinige groepen werden zij voor toegiften terug gegild door 8000 bezoekers."
De tweede keer was in Utrecht in 1982, toen Moya met haar zus Eithne en haar broers Ciaran en Pól en hun ooms Noel en Padraig de sterren van de hemel speelden. De derde keer was in de jaren '90 in Den Haag en de vierde en laatste keer was in Haarlem in 2013.
Live zullen we de prachtige zang van Maire nooit meer kunnen horen, maar ik heb een aardige verzameling cd's van Clannad, dus ik kan mijn hart ophalen als ik er behoefte aan heb.
Het mystieke Ierland klink terug in haar stem.
Kennelijk was er in het engelenkoor een plekje vrij gekomen en is Máire naar boven geroepen om deze plaats in te nemen. Hier laat ze echter een leegte achter.
woensdag 11 maart 2026
Fietsroute in het spoor van Rémi

Gisterenavond gaf Erik Smits in de Bibliotheek van de Stevenshof een lezing over fietsvakanties en dan in het bijzonder over het meerjarenplan over een fietsroute in het spoor van het boek "Alleen op de wereld" van Hector Malot.
Het betrof een fietstocht kriskras door Frankrijk met uitstapjes naar Engeland en Zwitserland.
Het begon allemaal in 1974 met een fietstocht met een vriend naar en door Ierland en gaandeweg werd zo ongeveer heel Europa op de fiets bezocht.
Het laatste decennium stond voor een groot deel in het teken van de tocht, die Rémi wandelend door heel Frankrijk voerde. Daar het geen uitgezette tocht was, vergde het veel uitzoekwerk en met veel onverharde paden in La Douce France.
Er werd voor dit meerjarenproject in 97 fietsdagen maar liefst 7300 kilometer afgelegd, een gemiddelde van 75 kilometer per dag. Uit eigen ervaring weet ik, dat dat goed te doen is.
Als bibliothecaris in ruste ben ik gefascineerd, dat je zo door een boek gegrepen kan worden, dat je jarenlang al deze inspanning er voor over hebt.
Gedeeltes van deze fietstocht heb ik in de loop der jaren gefietst in Frankrijk. Fietsvakanties zijn altijd leuk, ook al is het dat soms achteraf.
vrijdag 6 maart 2026
Meesterlijk mysterie

Het was een beetje een "Magical Mystery Tour" door de schilderkunst in het Leiden van de Gouden Eeuw.
Veel Leidse fijnschilders zijn terug te vinden in het gelijknamige boek.

De tentoonstelling is gebouwd rond het werk van Meester I.S., een mysterieuze tijdgenoot van Rembrandt van Rijn, Gerard Dou en Jan Lievens, die ook in deze tentoonstelling figureren. Enkele van de mooiste of bijzonderste schilderijen van deze onbekende schilder zijn hieronder te vinden.



Als goed bibliothecaris was ik geïnteresseerd in de vele schilderijen, waarop boeken gelezen werden.









Pablo Picasso had zijn blauwe periode, de mysterieuze I.S. blijkens deze tentoonstelling ook.

Deze man met het gezwel is op zijn beurt een inspiratiebron geweest voor de trollentekeningen van Rolf Lidberg.


Voordat we naar de tentoonstelling gingen, brachten we een tijd door in het LUMC, waar ik een injectie in mijn oog kreeg. Ik zag er tegenop, maar het viel erg mee. De prik heb ik niet gevoeld, het branderige gevoel van de ontsmetting wel.
Mijn achting voor het precisiewerk van zowel de fijnschilders als voor de artsen in het ziekenhuis is heel groot.


In het LUMC hing deze foto van Ed van der Elsken. Deze wedstrijd op de grachten van Amsterdam zou heel goed in februari 1956 genomen kunnen zijn. Die februarimaand was de koudste uit de 20e eeuw!
Na het museumbezoek deden we boodschappen bij de Oogstwinkel. Thuisgekomen ruimde Ada alles weg, terwijl ik haar lunch voor op de tuin klaarmaakte. Ik lunchte thuis, waarna ik ook naar de volkstuin pedaleerde. Onderweg en op de tuin ontdekte ik diverse planten van het vroege voorjaar.





Het oog wil ook wat!
Op de terugweg deed ik bij Odin in Voorschoten nog wat boodschappen. Daar zag ik een affiche hangen van een lezing bij Sijthoff over het Iers Keltische Christendom.

Door onze fietsvakantie in Ierland heb ik veel gelezen over de Kelten en onderweg ook veel restanten van het vroege Christendom daar gezien.

600 jaar lang leefden er monniken op het onherbergzame eiland Skellig Michael. Zij woonden in bijenkorfhutten.

Het waren trouwens niet al die tijd dezelfden....
Het was te laat om nog naar de ongetwijfeld interessante lezing toe te gaan. De dag was vol genoeg geweest. En we moesten ook nog warm eten. Dat moet je niet uit het oog verliezen....
