dinsdag 16 februari 2016

Terugkeer

Het had vannacht matig gevroren in onze omgeving. Het was onbewolkt en vrijwel windstil, dus de uitstraling was behoorlijk groot. Een maand geleden had dit veel meer effect gehad, doordat de dagen korter waren en de zon veel minder kracht had.

De sloten in de Stevenshof lagen allemaal dicht, toen ik vanochtend naar de Leidse IJshal fietste. Ik was vroeger dan normaal en om half 9 trok ik mijn witte Salomons aan. Niet om een wit voetje te halen, maar wel om met wat meer vertrouwen pootje over te doen.

Het ging steeds beter, maar ik bleef twijfelen, of mijn langlaufschoenen niet te schuin gingen in de bocht. René Strelzyn, die een paar rondjes achter me reed om er naar te kijken, kon me geruststellen: "Je hebt nog ruimte genoeg over."

Ik ga niet beweren, dat ik zonder twijfel aan de piramide met de "Krasse knarren" begon, maar een flink deel van mijn twijfel was weggenomen. Met heel wat meer zekerheid dan vorige week begon ik aan de staart van het peloton van 12 man en 1 vrouw.

Marja van Vliet mag trots zijn op zichzelf. Vorige week heeft ze op het Runn-meer in Zweden voor het eerst van haar leven een toertocht over 200 kilometer volbracht. Door het gemak, waarmee ze op Flevonice 83 kilometer schaatste, achtte ik de kans groot, dat ze de Alternatieve Elfstedentocht zou volbrengen.
Dat gemak had ik nog niet, maar ik kon wel alle 125 rondjes meerijden met het peloton. De afgelopen maand leek het er op, dat dat steeds verder uit beeld raakte. Angst is een slechte raadgever. Rationeel kun je dat wel weg willen redeneren, maar zo werkt het niet altijd. Op een of andere manier zet zich dat in je lichaam vast, waardoor ik af en toe zenuwachtig en gespannen schaatste.

Maar ik wilde niet de kant op, die ik met skeeleren ooit op ben gegaan. Een van de allereerste keren, dat ik skeelerde, stond ik buiten op mijn jongste dochter te wachten. Ik lette even niet op en gleed onderuit en kwam met mijn heup op een betonnen rand terecht. Ik het toen wel doorgeskeelerd met mijn dochter, omdat ik wist, dat je met een bloeduitstorting de zwelling kunt verminderen door te blijven bewegen. Maar na deze onfortuinlijke tocht heb ik jarenlang niet meer geskeelerd, tot Jaap de Gorter me meenam naar het NK Skeeleren in Leiderdorp.
Afgelopen donderdag ging het al wat beter en vandaag ging het ineens een stuk beter. Ik moest wel heel mindful over iedere slag in de bochten nadenken, maar ik kon de slagen wel maken! Het is een behoorlijke stap op weg naar het opnieuw automatiseren van het pootje over.

Maar ondertussen ik ben allang blij met de terugkeer in het peloton. Ik maakte er geen punt van, dat ik telkenmale op een rondje gezet werd. Ik kon op dat moment gewoon niet harder en had geen zin om boven mijn macht te gaan rijden. Ik had echter niet verwacht, dat het nu al een stuk beter ging.


Er is absoluut nog geen sprake van "De terugkeer van de koning", want er valt nog heel wat te verbeteren aan mijn bochtentechniek. Ik moest wat dat aangaat de afgelopen tijd weer op nul beginnen. Maar dat hebben meer sporters. Met doorzettingsvermogen kun je echter een heel eind komen. Ook Jorien ter Mors kan er over meepraten. En als er één schaatsster is met een goede bochtentechniek....

Op 11 december zullen we het weten. Dan is de zevende editie van de 1000 rondjes van Leiden. Ik heb nog even de tijd voor de terugkeer op mijn oude niveau.

maandag 15 februari 2016

The Armed Man of "Pakken wat je pakken kan!"


Gisteren was de slotdag van de wederom succesvol verlopen Leidse Scratchdagen.

Gisteren fietsten mijn vrouw en ik in de regen naar de Pieterskerk, waar we mee zouden zingen met de scratchuitvoering van een groot deel van de "Carmina Burana" van Carl Orff en "The Armed Man" van Karl Jenkins onder leiding van Paul Valk.
Het was al behoorlijk druk in de Pieterskerk, maar we hoefden niet naar een plek te zoeken. Tim de Beer en Bas Warnink hadden een prima plek voor me geregeld. Deze eerste bas zat naast de twee eerste tenoren op de derde rij pal achter de slagwerkers, die zich later op de dag helemaal uit konden leven op "Charge".

Tijdens de repetities en de uitvoering zouden Ada en Nel naast elkaar zitten. Een goed plan, want zingen met vrienden is nog leuker dan gewoon zingen. Vooral met een dirigent, die kwam met prachtige vondsten als "Je moet zingen als een stuiterbal" als hij bedoelde, dat je iedere volgende maat wat zachter moest zingen.
In de ochtend zongen we het eerste deel van de "Carmina Burana" door, waarbij de dirigent niet alleen zijn handen vol had aan het koor van 700 personen, maar ook een deel van het amateurorkest met enige regelmaat moest bijsturen.

Tijdens de pauze kwamen we diverse bekenden tegen, waaronder naast mijn collega's Evelien Steenbeek en Janny Zierikzee aardig wat andere leden van de Leidse Koorprojecten, waarmee we in april een scratchuitvoering hebben met liedjes van "The Beatles".
Na iedere pauze was het telkenmale pret, want een vrouw, die met de tenoren meezong, vergiste zich telkens in de rij. Daar de enorme pilaar aan het eind van onze rij iedere sluipweg afsloot, moest de vrouw iedere keer weer over de stoelen klimmen om bij haar eigen zitplaats te komen!
Wat mijn eigen zitplaats betreft: ik had het geluk, dat ik naast een bas stond, die het koorwerk van Jenkins al een keer gezongen had, want hij was zeer stemvast. Omgekeerd kon ik hem helpen met de valkuilen van Orff te vermijden.

Tijdens de repetitie kwamen we op een gegeven moment uit bij "Ave Formosissima", het allerhoogste stuk voor de meeste zangers en zangeressen. Paul Valk raadde ons aan om niet te gaan forceren met het citaat van de dag: "Pakken wat je pakken kan!"
Hij strooide tijdens de dag kwistig rond met beeldende voorbeelden, hoe we iets moesten zingen of waar we expressie aan moesten brengen en waar we juist ingetogen moesten zingen. Zo kwam hij zelfs met een fraai voorbeeld: "De wijze, waarop je een kat aait, zo moet je dit gedeelte zingen."

Ook kregen we diverse keren uitgelegd, hoe we woorden zingend uit moeten spreken. Daarbij maakte de prima dirigent echter een klein foutje: begin in Leiden nooit over de uitspraak van de R!

Tijdens de lunchpauze van een uur verlieten Ada en Nel de vrij warme kerk om in de kille regen een blokje te wandelen. Dat viel niet echt mee. Wat dat aangaat was het geen straf, dat we vandaag een compleet dagprogramma binnen hadden.
Om kwart over 5 hadden we alles doorgezongen en was de conclusie, dat de "Carmina Burana" er beter inzat dan "The Armed Man". We wandelden naar "La Bota", waar we werden begroet door eigenaar Michel Versteegen en een zestal vrienden.

We hadden voor 11 personen gereserveerd, dus toen de Raad van Elf compleet was, konden we bestellen in de zaal, waar 4 weken geleden een optreden was van "The Shoes".

Met Bas bestelde ik een Affligem blond, een kloosterbier, en lamsbiefstuk. De "Carmina" is gevonden in een klooster en bij "The Armed Man" zongen we "Agnus Deï". Agnus is het Latijnse woord voor lam. U ziet, hoe gedegen wij ons mentaal hebben voorbereid!

Het zingen in de volle Pieterskerk ging anders dan verwacht. De "Carmina Burana" ging behoorlijk, maar de inzetten gingen niet altijd vol overtuiging. Mogelijk kwam dit, doordat de solisten, die vrij weinig zangwerk voor hun rekening zouden nemen, een paar stukken koorpartij solo mochten zingen en dan ga je als koorlid onwillekeurig toch twijfelen. Je wilt immers niet het enige koorlid zijn, dat enthousiast invalt, als de solisten beginnen.






Maar waar het meesterwerk van Orff minder uit de verf kwam dan bij de repetitie, daar ging "The Armed Man" boven verwachting goed. Natuurlijk zaten er wat kleine schoonheidsfoutjes. Dat kan niet anders bij een scratch. Maar er werd vol overtuiging gezongen en ook het orkest speelde stukken beter dan overdag, met als absolute hoogtepunt de solo van de celliste in "Benedictus".

Tijdens de pauze en na afloop praatten we nog even met onze vrienden. Zij hadden met volle teugen genoten van de uitvoering. Dat hadden wij ook. We hopen, dat de organisatie van de Leidse Scratchdagen deze combinatie van "Carmina Burana" en "The Armed Man" weer op het programma zet. Wij hebben er al zin in!

zaterdag 13 februari 2016

Een vliesje ijs

Heel stilletjes sloop er in deze lange, lange herfst iets wat op winter lijkt binnen. Het gras in de tuin was berijpt, hetgeen een prachtig gezicht opleverde met alle in bloei staande krokussen en sneeuwklokjes.

Ondanks dat het nog geen graad gevroren had, lag er een vliesje ijs op de helft van de Oegstgeester Onlanden, waar ik vanmorgen langs fietste op weg naar mijn werk.
Vooralsnog blijft het kwakkelweer, maar wellicht gaat dat de komende week toch nog veranderen. Veel zal afhangen van de vorm, waarin de voorspelde neerslag de komende week gaat vallen: wordt het de o zo vertrouwde regen, wordt het natte sneeuw of krijgen we op de valreep nog gewone sneeuw?

Het ziet er voorlopig uit als een week kwakkelweer, maar als er veel sneeuw valt en je hebt een paar onbewolkte nachten, dan komt schaatsen op de Oegstgeester Onlanden toch weer in beeld. Alles moet dus meezitten. En dat is precies, waarin het de afgelopen 3 winters aan ontbrak.

vrijdag 12 februari 2016

Mini-Wintertriatlon

De echte wintertriatlon van Leiden is een jaar of 7 geleden ter ziele gegaan doordat het aantal deelnemers jaar op jaar minder werd en er op een gegeven moment 4 of 5 vrijwilligers per deelnemer nodig waren om het te kunnen organiseren. Het bestuur van de IJVL heeft toen de stekker eruit getrokken.

Vandaag keerde voor deze tienvoudige deelnemer de tijd van vroeger voor een piepklein beetje terug. Nadat ik vanaf mijn werk 9 kilometer naar huis gefietst was in het zonnetje, trok ik mijn sportkleding aan en ging een ruim rondje Stevenshof lopen van een ruime 7 kilometer.
Thuisgekomen zette ik de televisie aan. De 1500 meter van de mannen stond op het programma. Een prachtige afstand, waarbij IJVL-lid Kjeld Nuis zilver won achter de ongenaakbare Rus Denis Joeskov.

Het mooiste moment vond ik echter de misslag van de Belg Bart Swings. Hij kwam te ver op de buitenkant van zijn schaats terecht op het rechte eind. Vrijwel iedereen zou dan onderuit gegaan zijn, maar deze zeer ervaren skeeleraar wist zich met een reflex te corrigeren om alsnog naar een 4e plek te rijden. Klasse, Bart!
Ik fietste na de schaatsmijl naar de Leidse IJshal, waar ik les mocht geven aan 14 kinderen. Ik gaf ze als huiswerk mee om naar het WK afstanden te kijken en dan vooral te letten op hoe diep de schaatsers zitten en op de zijwaartse afzet van de topschaatsers. Deze thema's kwamen weer terug in mijn les.
Daarbij had ik wel weer wat nieuwe oefeningen bedacht. De eerste was een variant op het elkaar om beurten duwen. In tweetallen moesten de kinderen achter elkaar aanrijden terwijl ze elkaars hand vasthielden. De achterste moest proberen in de slag van de voorste te rijden. Een soort opgelegd schaatsen, maar dan zonder schaatsstok.

De tweede nieuwe oefening was ook een variant op het elkaar duwen. In plaats van 1 kind, moest je 2 kinderen duwen. Zwaarder, maar voor de kinderen prima te doen.

Met het carnaval nog vers in het geheugen was het afsluitende tikkertje een variant op standbeeldtikkertje. Als je getikt was, ging je zo gek mogelijk schaatsen. Ongemerkt is dit een uitmuntende balansoefening.
Het tweede tikspel was een variant op tweelingtikkertje. Nu moesten twee tweelingen proberen een zo lang mogelijke slinger te maken. Het ziet er eenvoudig uit, maar het is lastiger dan je denkt.

We besloten deze leuke les met "de boom wordt hoe langer hoe dikker".

Het was een waardige afsluiting van de Mini-Wintertriatlon.

donderdag 11 februari 2016

Hindernisrace

Het was zowaar een keer zonnig weer. Na alle grauwe dagen met veel regen en wind een verademing. Beschenen door een winterzonnetje fietste ik naar de Vondellaan om daar met de "Krasse knarren" te gaan schaatsen in de Leidse IJshal.
Ik was als een van de eersten op het ijs, zodat ik met kon concentreren op de bochtentechniek. Dat ging niet onaardig. Ik had er alle vertrouwen in, dat het weer beter zou gaan dan afgelopen dinsdag. Maar het lot besliste anders.
Ter hoogte van de ingang van de Zamboni zat er een gleuf in het ijs, waar water in stond. Na de eerste 5 rondjes werd besloten om deze dubbele hobbel af te zetten met een viertal pilonnen. De training had zodoende iets weg van een hindernisrace.
Nu ben ik dat wel gewend op de verjaardag van mijn schoonvader. Een kwart eeuw geleden reed ik voor het eerst een Alternatieve Elfstedentocht door 4 keer achter elkaar de Molentocht vanuit Hoogmade te schaatsen.

En 4 jaar geleden reed ik met een groep vrienden de Elfstedentocht. In beide gevallen gebeurde het op behoorlijk slecht ijs. Als je het hebt over hindernisraces, dan waren die tochten op 11 februari het wel!
Maar daarbij hadden we geen bochten, laat staan een half afgezette bocht. De eerste helft van de training reed ik toch weer wat onzeker, de 5 kilometer op kop ging al weer wat zekerder en de tweede helft van de training ging af en toe behoorlijk lekker.
Desondanks durfde ik nog steeds niet om de bocht op volle snelheid in te gaan. Wat dat aangaat had ik geen enkele last van haantjesgedrag.

Ik zit nog volledig in de veilige modus. Maar langzamerhand begint het vertrouwen weer een klein beetje terug te komen. Voor ik weer helemaal "de oude" ben, zal nog wel even duren. Maar ook al liep het in 2016 tot nog toe nog niet zoals gehoopt, het plezier in het schaatsen ben ik niet verloren. Wat dat aangaat komt het ook nu weer aan op doorzettingsvermogen. De zoektocht naar een stabiele slag is wat dat opzicht een hindernisrace.
Na de 125 rondjes haalde ik mijn oude schaatsen met de Salomonsbinding op. In de kantine liet ik zien, hoeveel ijzer er in 11 jaar van de ijzers was afgesleten: bijna een centimeter. Daar kreeg ik van de diverse aanwezigen allerhande tips over de nieuwe ijzers met een ronding van 23 meter.
Vooralsnog houdt ik het voorlopig bij deze ronding. Er is een groter stuk ijzer, waar je op rijdt, dus voor de stabiliteit is dat op dit moment mooi meegenomen. Na de diverse overstappen gun ik mezelf de tijd om aan deze ronding te wennen. Een nieuwe ronding laten zetten kan altijd nog.
Dat ik tob met de bochten, ligt niet aan de ronding. Het zit gewoon tussen de oren. En om dat er uit te krijgen: dat is een lastiger hindernisrace dan een Elfstedentocht!

woensdag 10 februari 2016

Normale temperaturen

Je kunt het bijna niet geloven in deze verlengde herfst, maar het ziet er naar uit, dat we in de tweede decade van februari zowaar eens te maken krijgen met normale temperaturen. Halverwege volgende week zouden we zowaar een paar keer nachtvorst kunnen krijgen.

Wat dat aangaat past deze "winter" volledig in de trend, die duidelijk blijkt uit onderstaand staatje van de gemiddelde jaartemperatuur in het 30-jarig gemiddelde. Bij ieder nieuw jaar valt de jaartemperatuur van 30 jaar terug eraf. Zodoende verdwijnen de fluctuaties van jaar op jaar.

Als je dit zo ziet: hoeveel meer bewijs heb je nog nodig om de temperatuursprong vanaf 1988 duidelijk te maken? Als je dan in ogenschouw neemt, dat de gemiddelde temperatuur in de wintermaanden nog harder is gestegen dan in de rest van het jaar, dan blijkt hieruit, dat de kansen op natuurijs in Nederland helaas fors zijn geslonken.
Maar goed, je kunt beter te maken hebben met een Hollandse "winter" dan met een Arabische lente.

dinsdag 9 februari 2016

Wereldrecord

Je maakt niet iedere dag mee, dat je ter plekke bent als een sporter een wereldrecord breekt.

Een kwart eeuw geleden was ik in "Thialf", toen Johann Olav Koss een flinke stap zette naar de prolongatie van zijn wereldkampioenschap allroundschaatsen door een wereldrecord te rijden op de 5 kilometer. Hij legde de afstand af in 6.41.73. Een dag later deed hij het dunnetjes over op de dubbele afstand, toen hij de 10 kilometer afraffelde in 13.43.54. Op vaste schaatsen!

Twee dagen nadat ik in een fikse sneeuwbui geslaagd was voor mijn rijexamen, reed ik met Joep Kapiteyn door een witte wereld mee naar Abbenes, waar mijn nicht Gina geregeld had, dat we met een bus schaatsfans mee konden rijden naar "Thialf".
In Heerenveen kwamen we in een vak met Noorse supporters terecht. Bij het voetbal leidt zoiets nogal eens tot hommeles. Bij het schaatsen gaat het er een stuk gemoedelijker aan toe. Nederlanders juichen net zo hard voor Noren of Zweden, als die een topprestatie neerzetten, en omgekeerd gebeurt hetzelfde. Na het wereldrecord van Koss proostte ik met een paar Noren. Bij een voetbalwedstrijd laat je dat wel uit je hoofd als een Duitser tegen Nederland heeft gescoord.

Het was in "Thialf" één groot kolkend feest. Carnaval is er niets bij.