vrijdag 14 mei 2010

Ribadesella

We hebben aardig wat meters gewandeld in en om het kuststadje Ribadesella in Asturias. Terwijl Siebe naar zijn vriendin Ana was, wandelden we op de dag van aankomst met zijn vieren in de avond naar een hoog uitzichtspunt boven Ribadesella. Het was een sprookjesachtig gezicht met alle lichtjes van de stad, de baai en de klippen.
De dag erop wandelde ik met Ada de Circuito de los Caleros, een rondwandeling van ruim 7 km. Het begon meteen goed. De route liep bijna langs het huis zonder verwarming, waar we verbleven. We liepen achter de school langs, waar we op uitkeken. Over de Puento del Pilar passeerden we de Rio San Pedro, waarna het klimmen begon. Onder een boom zaten we op een verhoging van keien te picknicken, genietend van het majestueuze uitzicht.

Onderweg, op een rustig weggetje, zagen we wat een calero is: een kalkoven. Onderweg zagen we, dat er een bordje van een paal. Wij kozen ervoor om rechtdoor te lopen, maar zo misten we het tweede deel van de route. Desondanks was het ook erg mooi. Vooral op de plekken in de afdaling, waar je goed zicht had op de Picos de Europa.

Hier zagen we bomen, die we niet thuis konden brengen. Het waren grote bomen, die hun schors verloren en hun rechte stam kreeg een gladde grijsbruine laag, die net zo dus is als de buitenkant van een berk. Later hoorden we van Ana, dat dit een eucalyptusboom is. Zij verbruiken zeer veel water. Onder deze bomen wil bijna niets meer groeien.

Na "thuis" thee gedronken te hebben, gingen we op zoek naar de voetafdrukken van dinosaurussen. Eerst liepen we de wandelpromenade af. Daar hing een grote kaart, waar net een paar cruciale punten door vandalen doorgekrast waren. Wij kozen er voor om een heuvel te beklimmen, tot we bij een groepje huizen aankwamen. Nergens stond een bord, dus wij probeerden een paar paden.
Eén ervan liep constant naar beneden, zodat wij vrij dicht bij de klippen konden komen. Helaas niet dicht genoeg. Een meter of 10 erboven liep het kaarsrecht naar beneden.


Nog een pad geprobeerd, maar dat liep dood bij een klein huisje. We liepen terug en zagen op een pad op zo'n 100 meter voor ons een vrouwtjeshert. We hadden dus van alles gezien, behalve datgene, waarnaar we op zoek waren: de afdruk van dinosauruspoten.

De dag erop nam Siebe ons mee naar Villaviciosa, waar hij plaatjes voor de trappers van zijn racefiets moest halen bij de fietsenmaker. We waalden door dit leuke stadje en kochten wat souvenirs, voordat Siebe ons naar Lastres bracht, een pittoresk dorpje aan de kust. Er waren bankjes bij het uitzichtspunt, waar Siebe zijn Peugeot parkeerde. Je keek uit over de baai, de bergen en de landtong in de verte. Het zonnetje scheen, terwijl je in de bergen in de verte een bui zag hangen.



We wandelden door de smalle, kronkelige straatjes van Lastres, voor we op onze mirador ons brood opaten, terwijl een drietal duikers druk in de weer waren tussen de rotsblokken in het heldere water.
We reden terug naar Ribadesella, waar we om kwart over 3 met 7 personen onder leiding van een gids de grot in gingen. Siebe vertaalde de belangrijkste zaken in het Nederlands, zodat we een beetje konden volgen, wat de Spaanse gids vertelde.

De grot is genoemd naar Tito Bustillo, die 18 dagen na de ontdekking verongelukte. Behalve door prachtige stalagmieten en stalactieten is deze grot vooral bekend om zijn wandschilderingen van met name paarden van zo'n 15.000 jaar oud.



Er mogen per dag een kleine 400 toeristen deze tegenhanger van Altamira en Lascaux bewonderen. Na een uur ondergronds te hebben doorgebracht, wandelden we vanuit de prehistorie zo de 21e eeuw in aan de Costa Verde.
De volgende morgen sliep de jeugd uit na een nacht stappen in Arriondes. Ada en ik gingen wandelen. We liepen eerst naar de Playa de la Atalaya. Daar zagen we een vrouw van een onverhard pad af komen. Dat leek ons wel wat, zo'n pad over de klippen. Op het eerste gedeelte zagen we een kleine slang roerloos op het pad liggen. Wij klommen verder en het pad werd steeds onbegaanbaarder. Maar goed, vergeleken met Dartmoor viel het erg mee. Gaandeweg kwamen er steeds meer doornstruiken en op een gegeven moment werd het behoorlijk ondoordringbaar. We daalden dus maar af en volgden een vaag spoor door het hoge gras. Tenslotte kwamen we uit op de weg, die we donderdagavond hadden bewandeld.

Zo kwamen we bij het station uit. Hier raakten we aan de praat met een Duitssprekende inwoner van Asturias, die in de Picos de Europa geboren was. Hij vertelde ons over 2 Nieuw-Zeelanders, die met een tentje 2 maanden lang de Picos doorkruist hadden, met soms een paar klimmen en afdalingen van een kilometer hoogte op een dag! Ze waren op zoek naar bijzondere planten.
Na naar het voetbalstadion gelopen te zijn, keerden we we terug naar ons huis aan de Calle de Dionisio Ruisanchez, waar de jeugd om half 1 net ontbeten had.

Foz de Lumbier

Anders dan te titel doet vermoeden, heeft dit stukje niets met drank te maken. Daar het in het Argadal flink regende, had Siebe een prima alternatief voor ons bedacht. Om een uur of 1 vertrokken wij op deze maandagmiddag richting Pamplona en na getankt te hebben reden we naar Foz de Lumbier.
Naarmate we verder van Pamplona kwamen, werd het droger en bij Lumbier scheen de zon zelfs. We parkeerden voor € 2,- en klommen omhoog, waar we op een plek met mooi uitzicht lunchten. Tientallen gieren zweefden boven ons hoofd. Wat een enorme vogels zijn dat!

We klommen steeds hoger, met links van ons de kale bergtoppen, rechts van ons bomen en struiken en achter ons en later voor ons een prachtig dal.

Op de wandeling kregen we op diverse punten uitleg van geoloog Siebe Breed. Na de schapenwei volgde een steile afdaling met gesteenten, gevormd toen het nog een zeebodem was. Siebe wees op de fossiele zeediertjes op 800 meter hoogte.


Ook vonden we gesteenten met kristallen.
We daalden af naar de Erro en liepen vlak tot de oude spoortunnel. We konden nog even doorlopen naar de ingestorte Puento del Diablo. Vooral het laatste stuk was vrij link. Daar het hier doodliep, daalden we weer af naar de tunnel. Halverwege had je een bijzonder lichtval.

Na de eerste tunnel konden we een kilometer door de kloof lopen. Bergwanden hingen al eeuwenlang dreigend over het pad heen. De zwevende gieren, die hier hun nesten hadden, maakte het beeld van natuur, waar de tijd heeft stilgestaan, compleet. We genoten met volle teugen.


In Lumbier dronken we koffie, thee en chocolademelk en aten heerlijke koeken, terwijl de regen naar beneden kwam zetten. De bui had eindelijk deze droge omgeving weten te bereiken. In de regen reden we naar de Foz de Arbayun, een kloof, die we vanaf het hooggelegen uitzichtspunt bekeken. Wederom, je keek je ogen uit.
Siebe rijdt voor de ploeg Reyno de Navarra-Telco. De hoofdsponsor is het VVV van de provincie Navarra. En Siebe bracht ons als een voorbeeldige reisgids naar de mooiste plekjes van het voormalige koninkrijk Navarra.

donderdag 13 mei 2010

Peregrino

In de Middeleeuwen hadden mensen een veel groter zondebesef dan heden ten dage. Seksueel misbruik door priesters kwam toen niet voor.

En degenen, die een flinke misstap begaan hadden, konden als boetedoening voor hun zonden als pelgrim naar Santiago de Compostella lopen.
Tegenwoordig is dit een druk bewandeld pad. Nu wil het toeval, of moet ik in dit geval spreken over het lot, dat wij in ons schitterend gelegen huisje in Osteritz in de provincie Navarra, uitkeken op dit pelgrimspad. Honderden moderne pelgrims waren iedere dag te zien op de Camino de Santiago.
Wij hadden voor vertrek uit Nederland het boekje "Spaanse St. Jacobsroute" van Dietrich Höllhuber gekocht.

In dit boekje stond het deel van de Camino de Santiago, dat langs Osteritz kwam, uitgebreid beschreven. We besloten derhalve op zondag als pelgrim naar Pamplona te wandelen. Niet dat ik een pelgrimage nodig had, volstrekt niet zelfs, maar uitsluitend voor de mooie natuur.
Eenieder die mij kent, weet dat ik als een braaf en oppassend burger door het leven ga. Vergeleken met mij is Jan Peter Balkenende maar een doerak en een wildebras.

Nee, dan mijn trainingsmaat van de donderdagochtend in de Leidse IJshal, Jim Dekker, die als Pelgrim Jim verplicht was om het hele eind naar Santiago en terug te fietsen. Nou, dan weten jullie wel, wat hij allemaal op zijn kerfstok had....

Op een bewolkte zondag vertrokken we om kwart over 10 bepakt en bezakt dan wel tiptop verzorgd, voor onze wandeling naar de hoofdstad van Navarra over het Camino de Santiago. Het eerste stuk was bekend van de dag ervoor: Illaratz en Ezrirotz. We volgden de Rio Arga tot Larrasoña, waar voorlopig de laatste gelegenheid was om wat te drinken. De lokale herberg was echter gesloten, maar geen nood: je kon er prima drinken krijgen uit een automaat. Ik deed de benodigde munten er in en drukte op de daarvoor bestemde knoppen. Vervolgens gebeurde er niets.
Nee, dan Ike, die had meer succes. Zij wierp in de belendende automaat € 1,20 voor een stevige koek. Deze kwam zo ver naar voren, dat hij niet viel. Nieuwe ronde, nieuwe kansen: weer € 1,20 en de eerste koek kwam een paar centimeter naar voren.
Nu stonden we als echte Hollanders voor een dilemma: nog een keer geld verspelen of gewoon het ouderwetse "schudden voor gebruik"? Wij kozen voor de tweede optie.

Zo hadden we, na € 3,10 in twee automaten gegooid te hebben, toch nog een koek van € 1,20 én een kleine lekkage in de drankautomaat. Maar die weigerachtige automaat moesten ze toch al repareren....
In het wisselvallige weer, waarbij de regenjas de hele dag aan en uit ging vanwege de stijgingsregen, klommen en daalden we constant in het berggebied tussen Akerreta en Zurlain om op een mooi uitzichtspunt boven Irotz te gaan lunchen.
Verder klimmend en dalend door deze uitlopers van Los Pirineos liepen we tussen allerhande peregrinos. Zo kwamen wij in Villava, de geboorteplaats van vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain. Over de Middeleeuwse brug kwamen we bij het klooster en de resten van de watermolen van Villava.

Villava ging naadloos over in Burlada en via een park kwamen we in Pamplona aan. Via de Franse poort wandelden we deze mooie stad binnen, waar we Siebe troffen op de Plaza del Castillo. Onze coureur had vandaag een wedstrijd gereden op 150 km van Pamplona. Met Siebe als gids kregen we de mooie plekjes van Pamplona te zien, zoals de stadswallen.

Hij reed ons terug naar Osteritz, waarbij de autorit een feest der herkenning was. Waar wij uren over deden, daar deed de Peugeot een kwartier over.
Ada kookte het eten. Er zaten 4 braadworsten bij, die met touwtjes aan elkaar vast zaten. Bij het keren van de worsten vielen deze in de jus en de spetters zaten op haar vest. Terwijl de macaroni met bloemkool op stond, ging Ada haar vest schoonmaken. Dat had ze net zo goed niet kunnen doen, want toen ze als laatste haar worst uit de braadpan haalde, viel deze van haar vork af, in de jus. Haar vest zat nog erger onder de vlakken...
Ja, dat krijg je er van, als je commentaar hebt op anderen.
Toen ik met de handige rugzak met een ritssluiting aan de voorkant wandelde, betitelde Ada dat als: "Bert in het tuigje!"

De wandeling was zo goed bevallen, dat we besloten om het deel van Roncevalles naar Osterlitz ook te gaan lopen. Siebe zou ons daar met de auto afzetten en daar een paar Pyreneeëntoppen beklimmen op zijn racefiets en wij zouden langs het pelgrimspad afdalen.

Er kwam echter een kleine kink in de kabel in de vorm van het weer. De rest van de tijd, die wij in het dal van de Arga verbleven, kwam de regen met bakken uit de hemel. De Arga werd wel 4 keer zo breed als op zaterdag!
Een echte pelgrim zou zeggen: "Alle zegen komt van boven", maar terwijl wij de peregrinos de hele dag langs zagen lopen als verzopen katten, stelden wij het bezoek aan de door het Middeleeuwse "Roelantslied" bekend geworden Roncevalles tot de laatste dag uit. Terecht, want op dinsdag was de maximumtemperatuur 's middags 3 graden. Boven nul, dat nog wel.
Op woensdagmiddag reden we met de Peugeot 309 naar Roncevalles. Over de kronkelweg reden we via Erro naar steeds groter hoogte. Eerst een pas van 700 meter, toen van 800 om tenslotte te eindigen in Roncevalles op ruim 900 meter. In het beukenbos lag al aardig wat sneeuw. Een bizar gezicht: bomen vol in blad en een flinke lading sneeuw op de bodem.
In Roncevalles lag nog veel meer sneeuw. Siebe moest goed zoeken naar een parkeerplaats, want er lag minstens 10 cm. Bij het oude klooster was de sneeuwhoogte nog veel groter. Van het schuine dak kwam af en toe een flinke lading naar beneden zetten. Bij de ingang dan dit Middeleeuwse klooster lag een berg van wel 50 cm. Het was smeltende sneeuw, dus je zakte er wel 10 cm in weg en dat betekende natte voeten.


We bezochten de kerk met de mooie gebrandschilderde ramen. Voor een katholieke kerk was het een vrij sobere, terwijl dit toch het beginpunt was van de Camino de Santiago. We bekeken ploegend door de sneeuw, het plaatsje een beetje, om in de herberg even op temperatuur te komen met warme drank.
Op de terugweg nam Siebe een smal bergweggetje naar Sorogain Lastur. Op besneeuwde wegen door de bossen daalden we af, met soms een beek op 50 meter onder ons. Vlak voor de Franse grens, in de weilanden tussen de Adi (1457 meter) en de Sorotepa (1152 meter), is normaal gesproken een prachtig uitzichtspunt. Nu hing er een nevel met een zicht van ongeveer 100 meter.
We zaten niet zo ver van de Franse plaats Aldudes, die bij mij associaties opriep met "All the young dudes" van Mott the Hoople.

Dit was trouwens een deel van één van Siebes trainingsrondjes, met vanaf de Franse kant 20 km klimmen! Via Birkarreta reden we door het ondanks het slechte weer prachtige Pirineos naar Erro en vandaar naar Zubiri, waar ik uitstapte om geld te pinnen en brood te halen.
De verwarming in Palacio de Osteritz werd weer hoog gezet en dat was geen overbodige luxe. Want op de voorpagina van een Spaanse krant, die ik bij de bakker zag, stond een foto met pelgrims in de sneeuw, met als onderschrift dat deze "peregrinos" de koudste mei in 130 jaar meemaakten.

Dat hadden wij weer!

Trainen in de bergen

Door een speling van het lot had ik een vreemde voorbereiding op de marathon van Leiden a.s. zondag. Doordat we bijna 2 weken vakantie hadden in Noord-Spanje, waar onze zoon Siebe sinds anderhalf jaar verblijft als amateurwielrenner, was het schema, wat ik al 7 jaar gebruik voor de marathontraining, lichtelijk aangepast. Normaal gesproken loop ik mijn laatste 30 km 2 weken voor de marathon, nu was dat 3 weken ervoor.
We vlogen op Koninginnedag vanuit Charleroi naar Zaragoza.

Vandaar reden we met de bus naar Pamplona, waar Siebe ons oppikte en ons naar onze vakantiewoning in de bergen bracht. We zouden 6 nachten slapen in Palacio de Osteritz. Nu is het niet zo slim om in een onbekende omgeving meteen 30 km te gaan hardlopen. Vooral omdat het in de Pyreneeën niet bepaald vlak te noemen is. Kortom, ik had dit keer een rustperiode ingelast van 3 weken i.p.v. 2. Zondag zullen we zien, hoe dat uitpakt.
Nu zullen er ongetwijfeld mensen zijn, die denken, dat je in de rustperiode niets doet. Dat is niet bepaald het geval. Je traint alleen minder in omvang. Ik loop dan 3 keer per week 5 tot 10 km. Ik ken genoeg mensen, die dit zeer veel vinden....
De eerste keer liep ik op zondagochtend slechts 4 km. Ik liep van Osteritz naar Zuberi, waar ik boodschappen ging halen voor het avondeten. Ik moest afdalen op een glibberig pad, dus dat vereist enige behoedzaamheid, temeer daar ik mijn kuitspieren al vanaf de eerste meter voelde. Hoe goed getraind de spieren ook waren, het wandelen in de bergen, wat we de dag ervoor gedaan hadden, is toch iets heel anders. Dat voelde ik dus meteen.
Met een rugzak vol boodschappen rende ik tussen de wandelende pelgrims van de Caminio de Santiago door de heuvel weer op. Het waren dan niet veel kilometers, doch de rugzak en de klim maakten het toch redelijk pittig. Vooral omdat we die dag nog een kilometer of 20 zouden gaan wandelen in dit deel van de Pyreneeën.

De tweede keer was op een zeer regenachtige dinsdag. Het pad was onbegaanbaar, dus ik liep over de weg naar Zubiri, zodat ik 6 km liep op deze dag in mei, waarin de maximumtemperatuur 3 graden zou worden. In de hoger geleden delen van de Pirineos viel sneeuw! Ik haalde brood in Zubiri. De terugweg naar Osteritz was een stuk zwaarder: grotendeels bergopwaarts. De pergrims waren ook weer op weg op deze koude, regenachtige dag. Ik haalde hardlopend in korte broek een groep van 8 peregrinos in en kreeg applaus. Dat maak je niet met iedere training mee!
De derde traing was een kleine 10 km in het schilderachtige havenstadje Ribadesella in Asturias. We waren op donderdag net aangekomen en het was om 7 uur nog heerlijk weer. Ik ging hardlopen over de wandelpromenade langs de rotskust, over het strand en langs de haven. De zaterdag erop deed ik weer een klimtraining van 6 km, deels over het traject, dat ik de dag ervoor met Ada gewandeld had.


De gele route liep over 3 uitzichtspunten, de miradores. De lange klim, die we gisteren wandelden vanaf de Puerto del Pilars, deed ik nu hardlopend. Dat was best zwaar. Na nog een paar keer op en neer golven kwam ik uit bij Ardines. Hier lagen de de 3 uitzichtspunten. Vooral vanaf de derde mirador had je een prachtig uitzicht over de zee, de Sella en de Picos de Europa.
De laatste training in Asturias was op dinsdagochtend om 10 over half 8. Ik liep 5 km in de regen. Eerst liep ik naar de punt, waar de afdruk van een dinosauruspoot te zien zou moeten zijn. Het zou kunnen zijn, dat ik hem redelijk hoog op de rotswand heb gezien, maar mogelijk ook niet. Ik ben geen expert op dit terrein.

Om even over 8 liep ik bij de pastelaria binnen en haalde 3 brood op, zodat we om half 9, na een verfrissende douche, aan tafel plaats konden nemen.
Op deze Hemelvaartsdag heb ik in Leiden 7,5 km in marathontempo gelopen. Nu neem ik echt rust tot zondag.

zondag 25 april 2010

Omloop van Noordwijkerhout

Op deze prachtige zondagmorgen stapte ik om half 8 al uit mijn bed. Niet zozeer, omdat de morgenstond goud in de mond heeft, maar meer omdat ik vandaag de derde en laatste training van 30 km zou gaan doen voor de marathon van Leiden over 3 weken.
Na met Ada ontbeten te hebben, zat ik om half 9 op de fiets om via Rijnsburg en Voorhout naar Noordwijkerhout te trappen.
Het was niet bepaald een straf. Heerlijk zonnig weer en de Bollenstreek op zijn allermooist.

Wat wil een sportman nog meer. Om half 10 had ik me als eerste voor de halve marathon ingeschreven en alle spullen, die ik niet direkt nodig had, in kleedkamer 4 gezet. Vervolgens bestudeerde ik de route, die ik uit voorgaande jaren al zo goed kende. Dit was niet zozeer uit angst om te verdwalen, want dat is bijzonder lastig langs de Leidse vaart, maar meer om te bepalen, waar ongeveer het punt van 16,5 km zou liggen.
Mijn bedoeling was om voor de start van de halve marathon minimaal 9 km te lopen. Om kwart voor 10 was ik onderweg om "in te lopen". Dit ging erg makkelijk. Zonder ergens te forceren liep ik de 4,5 km heen en terug in 50 minuten, zodat ik nog 20 minuten had om even wat te eten, te drinken en om het sanitair voor de laatste keer te inspecteren.
Vlak voor de start kwam ik Annelies van Strater tegen, die in een niet al te grijs verleden nog een paar jaar lid was van onze droogtrainingsgroep van de IJVL. Nog even gepraat over onze plannen op de lange afstanden met hardlopen, alvorens we ons in het startvak konden begeven. Het weer was in ieder geval een stuk beter dan vorig jaar, toen we de halve marathon in de regen moesten afleggen.
Daar ik niet wist, wat de uitwerking van 9 km inlopen zou zijn, begon ik vrij rustig. Maar na een kilometer voelde ik, dat de benen weer goed waren vandaag. Ik kon aan een inhaalrace beginnen en langzaam maar zeker kwam ik naar voren door van groepje naar groepje te "springen". Na 4 km was de eerste drinkpost al. De organisatie had zo prima ingespeeld op het warme weer. In het oosten van het land was het de eerste zomerse dag van 2010.
Vlak na de waterpost volgde het zwaarste stuk van de dag: een behoorlijk steile klim naar een duintop. Op dit korte stuk haalde ik 6 0f 7 personen in. Met de vorm zat het dus wel snor. De eerste 5 km ging in 24.49. Door het licht golvende duingebied liepen we noordwaarts richting Langevelderslag. Op dit stuk werd ik herkend door een schaatsster: "Daar is Bert van de IJshal!" En inderdaad, daar doe je het allemaal voor.

De 10 km werd geklokt in 49.30, dus ik lag nog steeds op schema voor een tijd onder de 1.45. Dat werd bevestigd door de tijdmeting bij de 15 km: 1.13.50. Als ik dit tempo vast kon houden, zou ik in de 1.43 eindigen.

Bron foto: www.ikopfoto.nl
Maar goed, het slotdeel langs de Leidse vaart ging toch ietsje langzamer. Bij de 20 km stond de klok stil op 1.39.10, dus er zat toch een licht verval in de snelheid.
Maar vooraf had ik blind getekend voor de eindtijd van 1.44.29, waarmee ik nog net in de bovenste helft van het klassement kwam te staan. Vorig jaar liep ik 1.39.48 bruto, maar dat was een loop van een andere orde. Tel ik de tijd van de halve marathon en het inlopen bij elkaar op, dan kom ik uit op een totaaltijd van ongeveer 2.34 over de 30 km, vergelijkbaar met mijn p.r. bij de Henk Hakker memoriaal van vorig jaar.
Als ik vandaag de marathon had moeten lopen, dan was ik er klaar voor geweest. De benen voelden nog steeds goed. Het enige lichamelijke ongemak was een bloedende tepel. Doordat ik een paar sponzen op mijn hoofd en in mijn nek had uitgeknepen, was het functionele t-shirt lichtjes gaan schuren. Ik heb er verder geen last van gehad. Ik zag het pas, toen ik in de kleedkamer mijn shirt uittrok.
In de kleedkamer was trouwens nog even een hilarisch moment. Een van de lopers had een energiegel onder zijn pet gestopt om deze te kunnen gebruiken bij een eventuele hongerklop. Dit zakje was echter open gegaan en de gel was eruit gelopen, in zijn nek. Ik kon het niet nalaten om tegen deze voor mij vreemde loper te zeggen: "Dat is weer eens wat anders, dan uit je nek kletsen!"
Terwijl de laatste lopers van de Omloop van Noordwijkerhout nog moesten finishen, fietste ik naar het huis van mijn oudste broer. Bij Kees en Fia was het in de tuin vol bloemen prima toeven. Om half 3 reed ik via een heel andere route door de prachtige Bollenstreek naar huis terug voor een verkwikkende douche.
De kilometerteller zal morgen de 46.000 km passeren. Normaal gesproken gaan de batterijen ruim 2 jaar mee, zodat je weer op 0 moet beginnen, maar deze zit er al in sinds begin mei 2005. Dat houdt dus in, dat ik gemiddeld 9200 km per jaar per fiets heb afgelegd. Geen onaardig gemiddelde.

Nu ik met de Omloop van Noordwijkerhout de laatste lange training voor de marathon van Leiden heb afgelegd, kan ik de wijze woorden van Paul Verkerk in overweging gaan nemen: "Hier een tip van je "personal coach". Mijn indruk is dat jouw conditie op loopgebied inmiddels beregoed is. Dat komt oa omdat jij zoveel aan extensieve duurtraining doet. Dat is inderdaad zeer belangrijk en wordt door velen verwaarloosd. Ik heb echter de indruk dat je loopsnelheid misschien nog wat omhoog kan. Tip: ga daarom de komende tijd eens wat meer aan intervaltraining doen. Maar wees voorzichtig: bij een hogere loopsnelheid neemt de kans op blessures natuurlijk toe."
Het valt allicht te proberen. wie weet ben ik dan wel 10 seconden sneller dan vorig jaar!

donderdag 22 april 2010

Within Temptation

Vanochtend was ik onder het trainen nog volop na aan het genieten van het concert van Within Temptation in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Of om het met andere woorden te zeggen: ik rende met veel plezier over "Mother Earth" heen.

Ooit een akoestisch concert meegemaakt, dat begon met twee drummers? Het begin was veelbelovend. Mijn dochter en ik hadden stoel 1 en 3 op rij 1. Nu verwacht je, dat de eerste rij helemaal vooraan is, maar er waren nog 2 rijen voor, terwijl stoel 1 naast stoel 3 zat. Kunt u het nog volgen? Met deze logica kan ik wel begrijpen, dat de restauratie van de overigens zeer fraai geworden Stadsgehoorzaal financiëel gierend uit de klauwen is gelopen.
Trouwens: met een kaartje op rij 1 zaten we bepaald niet voor een dubbeltje op de eerste rij. Maar het concert was de toegangsprijs dubbel en dwars waard. Het was een lust voor oog en oor. Op een half doorzichtig kleed over de volle breedte van het podium werden beelden geprojecteerd, terwijl het gezang van Sharon den Adel je in vervoering bracht.
Wat een stem! Als Sharon mee zou doen met de Tweede Kamerverkiezingen, dan had je geen stemadvies meer nodig. Met een achttal prima instrumentalisten wist dit podiumbeest de hele zaal plat te krijgen. Den Adel verplicht, nietwaar.
Het deel voor de pauze bestond voornamelijk uit akoustisch werk, het deel na de pauze was ouderwets versterkt. Wat een energie! Aan het eind van het concert ging iedereen uit zijn dak, van 15-jarige tot 65 plusser, van Gothic tot nette bloes.
En de toegift viel bij deze schaatser natuurlijk helemaal in het emmertje! Onder het trainen vanochtend volgden mijn voeten de hele tijd het ritme van "Ice Queen".

woensdag 21 april 2010

Fit your body run

Deze week ben ik niet veel avonden thuis. Maandagavond was ik naar de zeer interessante lezing van Peter Winnen, en vanavond ga ik naar een concert van Within Temptation in de Stadsgehoorzaal.

Gisterenavond was er in Noordwijkerhout de Fit your body run op het terrein van de Sint-Bavo.

Om half 6 vertrok ik op mijn fiets tegen de harde noordenwind in door de duinen en langs de prachtige bollenvelden naar het centrum van Noordwijkerhout. Om half 7 zat ik in een snackbar aan échte sportvoeding: een patat met pindasaus en saté met softijs toe. Ik was benieuwd, hoe het lopen na "Een eenvoudige doch voedzame maaltijd" uit zou pakken.

Dat viel reuze mee. Voor de start was er een warming-up op muziek.

Om kwart over 7 werd het startschot gelost door Annelies van Strater en konden we vertrekken voor 4 rondjes van bijna 2,5 km. Het was een afwisselende ronde, met verharde en onverharde ondergrond, door stukjes bos en tussen paviljoenen door.

Ik startte vrij ver achterin, zodat het vrij lang duurde voor ik in mijn eigen ritme kon komen en Paul Verkerk achter me kon laten, die met een tijd van in de 52 minuten een prima debuut had op de 10 km. De eerste ronde kwam ik samen met Jaap de Gorter over de streep in 11.30, de tweede ronde ging het snelst met 11 blank. Halverwege de derde ronde dronk ik een beker water, waarna ik aan de werking van mijn maag kon voelen, dat patat met saté toch niet de ideale sportvoeding is.

In deze ronde lapte ik de nummer laatst van de 5 km en moest ik zelf op het laatste rechte stuk nog flink mijn best doen om zelf niet gelapt te worden door de winnaar van de 10 km. Met 11.20 ging deze ronde wat langzamer, waarna de laatste ronde weer wat sneller ging. Ik zag Jos Drabbels 100 meter voor me lopen en probeerde de kloof te dichten, maar dat lukte niet. De afstand bleef ongeveer even groot. Ik kwam in 45.03 binnen, geen toptijd, maar wel een tijd, waar je mee thuis kunt komen.

Van de pre-droogtrainingsgroep liepen Wil Verbeij en Andrea Landman ook mee met de Fit your body run. Andrea en Paul gingen na de loop naar huis, terwijl de rest naar Hen van den Haak vertrok, waar we de gezellige loop afsloten met een gezellige afdronk.