In het wielerpeloton zijn het zeer gewaardeerde krachten, ook al doen ze hun werk veelal in de stilte in de achterhoede: de waterdrager. Zelf treedt ik bij warm weer ook regelmatig op als waterdrager, maar dan op de volkstuin. Door het warme weer van de afgelopen week is het weer zo ver. Bij het ontwaken om half 7 stonden we meteen op. De morgenstond heeft goud in de mond, vooral als je met water op de tuin aan de slag wilt gaan.
Na het ontbijt waren we om half 9 op de volkstuin, waar ik met het water geven in de kas mocht beginnen. In deze coronatijd kijken we niet op een tonnetje meer of minder. Nu denkt iedereen, dat ik het werk als waterdrager, net als Sywert van Lienden, volkomen belangeloos doe. Helaas moet ik u ernstig teleurstellen. Mijn vrouw stelde wel geheel belangeloos een ton voor de waterdrager beschikbaar. Sterker nog, nadat de bodem bereikt was kreeg ik van Ada tot tweemaal toe nog een ton.
Toen dit nog niet afdoende was om de planten in de tuin van 10 bij 20 meter voldoende water te geven, kon ik op en neer wandelen naar de sloot om de gieter met water te vullen. Tijdens het gieten zag ik de eerste rode aardbei van dit seizoen op onze tuin. Deze plukte ik uiteraard.
Nu denkt u natuurlijk, dat ik deze aardbei snel in mijn mond zou laten verdwijnen, vergist u zich deerlijk. Ik spaarde deze uit mijn mond en gaf deze eerste oogst aan Ada, die zoveel voor mij over heeft.
Want waar op de wereld vind je als waterdrager iemand, die je voor een parttimeklusje tot driemaal toe een ton ter beschikking stelt?
Om 6 uur werd ik wakker. Ik had gepland om vandaag te gaan lopen. Daar het er naar uit zag, dat het flink warm zou worden, besloot ik om de duurloop maar vroeg te doen. De minimumtemperatuur was nagenoeg hetzelfde als de maximumtemperatuur van vorige week dinsdag. Het was tekenend voor de koude meteorologische lente. Om half 8 liep ik de deur uit. Ik was niet de enige vroege vogel. Op het fietspad aan de rand van de wijk kwam ik al twee loopsters tegen. Ik liep naar de volkstuin toe. In de buurt van bomen hoorde ik aardig wat vroege vogels zingen. Met de volkstuin als keerpunt liep ik over nagenoeg dezelfde weg terug. Als extraatje liep ik het doodlopende weggetje, dat tussen de weilanden door liep in de richting van het spoor. In het pas gemaaide weiland zag ik een stuk of 100 spreeuwen hun ontbijt bij elkaar scharrelen. Na 9 kilometer hardlopen kon ik ook aanschuiven aan de ontbijttafel. Voorwaarde was wel, dat ik me eerst douchte. Dat kon ik wel billijken. Het zweet liep mij van het lijf.
Na het ontbijt zou ik een aantal spullen wegbrengen. Na op de boerenmarkt wat brood gekocht te hebben, fietste ik door naar de Kringloopwinkel om wat af te geven. Wat klein chemisch afval bracht ik naar de milieustraat. Daar het vlakbij het kantoor van de Leiden Marathon lag, klopte ik even aan en sprak iemand van de organisatie. Doordat de coronacijfers nu hard kelderen, kunnen we er van uitgaan, dat op 18 september de wandelmarathon gehouden gaat worden en op 10 oktober de marathon. U kunt u dus met een gerust hart inschrijven voor de gezelligste marathon van Nederland! Ik reed door naar een imker in Leiderdorp om daar een tas met glazen potten af te leveren. Als dank kreeg ik een paar flesjes honingbier. Kijk, dit werkt stimulerend! Daar ik door een afgesloten fietspad een andere weg moest nemen, kwam ik uit bij de Molentocht. Ja, en dan wordt bij deze schaatser meteen het verlangen naar de Molen- en Merentocht gewekt. En dat ondanks de temperatuur van ongeveer 25 graden Celsius. Langs de molen in Leiderdorp fietste ik naar de Munnikenpolder, waar ik een rondje fietste langs de molens aan de Does. Langs de lege skeelerbaan trapte ik naar Zoeterwoude Rijndijk, waar nog een Molentocht te vinden is. Want wat hebben we genoten van het natuurijs op de Kagerplassen, waardoor we onze eigen Alternatieve Molentocht konden schaatsen.
Kortom, voor een Molentocht mag je me wakker maken. Bij "De Helianth" deed ik nog wat boodschappen, die ik thuis opruimde en aansluitend het oud papier en het glas afvoerde naar de daartoe bestemde bakken in de wijk. Na thuis met Ada gegeten te hebben, fietsten we samen naar de volkstuin. Daar was nog wat tuinafval, wat ik op de fiets wegbracht naar de dichtstbijzijnde milieustraat. Weer terug op de tuin kreeg ik een appje van een trainingsmaat. Of ik nog belangstelling had voor rode kool en spruitjes om uit te poten. Daar wij nog wat paprika over hadden, konden we ruilen.
Ik fietste naar de kwekerij toe, waar de ruilhandel plaats zou vinden. Als extraatje kreeg ik een bos pioenrozen mee. Bepakt en bezakt fietste ik terug naar de tuin met deze prangende vraag: "Zijn deze bloemen voor jou of voor je moeder?" "Voor mijn moeder!", zei Ada gedecideerd.
Na nog een klusje op de tuin gedaan te hebben, fietste ik naar mijn schoonouders toe, die heel blij waren met de bos bloemen. Daarna reed ik naar huis, waar ik op de warmste dag tot nu toe in 2021 in totaal 64 kilometer heb gefietst. Opgeteld bij 9 kilometer hardlopen levert dit een alleraardigste trainingsdag op.
De regen kletterde op het tentdoek, toen we om een uur of 7 ontwaakten. Ik moest naar het toilet en zoals zo vaak lijkt het in de tent harder te regenen dan het feitelijk doet. We trokken onze fietskleding aan, maar wel met meerdere lagen. We zouden de zon vandaag niet veel te zien krijgen. In de tent ontbeten we en maakten wat brood klaar voor onderweg, zodat we om kwart over 9 op de fiets konden stappen. We reden naar "Het Twiske" toe over dezelfde weg als gisteren. In het recreatiegebied namen we een andere route, hoewel we ook wat bekende plekken zagen. Aan de overzijde van de Stooterplas verlieten we via de Oeverlandroute "Het Twiske". Door een moerasachtig veenweidegebied fietsten we naar Haaldersbroek toe, Hier lag een woonwijkje, dat zo uit de "Zaanse Schans" geplaatst zou kunnen worden. Een museumdorpje! Niet veel later reden we langs wat levensmiddelenfabrieken de "Zaanse Schans" op. Het fietspad liep er overheen. Op deze Tweede Pinksterdag was het opvallend rustig. Bij een bakkerij kochten we een warme chocolademelk en cappuccino met een tweetal verse gevulde koeken. Heerlijk! Een stukje verderop zagen we wat Watergeuzen en Spaanse troepen uit de Tachtigjarige oorlog. Old soldiers never die.
We fietsten verder naar Wormer, waar we via een langgerekte lintbebouwing door het laagveen naar Jisp reden. Bij het Oude Raadhuis stopten we even. De regen deed dat nog niet. We besloten de Wormerroute een stuk te volgen en kwamen zo bij een weiland met wat kieviten en grutto's. Hier zagen we een luchtslag tussen een grutto en een visdiefje. De laatste koos het hazenpad. Bij de Kanaaldijk kozen we ervoor om ons oorspronkelijke plan uit te voeren. Over de slingerende dijk kwamen we zo bij Spijkerboor. Hier namen we het fietspontje en trapten naar De Rijp toe. In dit leuke stadje streken we neer op een terrasje. Bij "De Reghter" aten we tomatensoep en een salade met zalm en gamba's. Ada had een muntthee, ik een warme chocolademelk en een Beemster tripel. De zon brak door, terwijl wij onder de grote parasols zaten. Er kwam een pittige hoosbui, toen we net klaar waren met eten. Langs de randen van onze parasols kwam alles naar beneden druipen. We trokken de regenbroeken weer aan en stopten de rest van onze spullen in de tas. De rekening was € 67,-.
Met een opgeladen mobieltje begonnen we met een miezerregentje aan onze fietsrit over de zuidelijke dijk van de Beemster. Aan de overzijde van de ringvaart lag de dijk, die we vanaf Jisp hadden genomen. Pas bij Purmerend lag een brug over het kanaal.
We zigzagden door het centrum van Purmerend. Langs het Noordhollandsch Kanaal fietsten we zuidwaarts om over een stil dijkje naar Ilpendam te rijden. We staken dit dorp dwars over en met het tweede veerpont van de dag kwamen we in het Ilperveld. De term Laag Holland was hier volledig op zijn plaats. Laagveen ging over in moeras en vice versa. We zagen wat schapen, maar vooral veel vogels.
In "Het Twiske" zagen we een buizerd en een bruine kiekendief en hoorden we de koekoek. 's Middas hadden we in de Beemster ter hoogte van Jisp een lepelaar gezien. Het wapen van Jisp? Een lepelaar! We zagen ook een vrouw met zeven hondjes. Dit is de titel van een tragikomisch lied, dat ik bij "Schelvispekel" ten gehore bracht. Via een rit door "Het Twiske" kwamen we Landsmeer binnen. Bij Deen deden we een paar noodzakelijke boodschappen, waarna we naar camping "Het Rietveen" trapten. We waren de enige echte kampeerders. Verder stonden er geen tenten meer, alleen nog een paar campers en caravans. Na 69 kilometer fietsen stalden we onze rijwielen. Het zonnetje scheen en op de picknicktafel aan de Kerkebreek aten we ons brood op, terwijl we thee dronken. Op een gegeven moment zagen we zonnetje veranderen in een vals zonnetje. Er verschenen donkere wolken aan het zwerk. Een blik op buienradar maakte duidelijk, dat er om half 8 een onweersbui langs zou komen. We ruimden alles op en gingen de tent in. Toen de bui losbarstte, gingen we even in de slaapzak liggen om warm te worden, want het koelde hard af. Terwijl de regen op het tentdoek kletterde en bliksem en donder elkaar opvolgden, dommelde opa en oma in slaap.... Na een uur werden we wakker. Tijd om tanden te poetsen en nog wat spullen weg te ruimen. Om half 11 lagen we weer te pitten. Kamperen in de kou werkt slaapverwekkend.
De meteorologische zomer begon zomers. Het was zonnig weer en de temperatuur was prima. Deze temperatuur is ideaal voor zowel wie rustig wil zitten als voor degenen, die willen sporten. Ik combineerde het nuttige met het aangename. Ik moest vanmorgen een boek, dat mijn vrouw had geleend, terugbrengen naar de bibliotheek in Katwijk aan Zee. Ik zorgde ervoor, dat ik in de koffiepauze van kwart voor 10 aanwezig was. Zo kon ik een aantal collega's spreken, die ik sinds mijn pensionering op 1 oktober niet meer had gezien. Om half 12 verliet ik het oude pand aan de Schelpendam en fietste ik via de duinen zuidwaarts naar Wassenaar toe. Hier kwam ik "Krasse knar" Wierd Wagenmakers in zijn Friese sportkleding tegen, die op zijn racefiets aan de schaatsconditie werkte. We hadden elkaar in de Leidse IJshal voor het laatst gesproken, dus we hadden voldoende stof om bij te praten. Daar Wierd ook over een volkstuin beschikt, kwam dit ook te sprake. Mijn Friese trainingsmaat zei, dat hij voor zevenblad een probaat bestrijdingsmiddel had: er pesto van maken. Zevenblad is hier door de Romeinen geïntroduceerd als eetbare plant. De ervaring van Wierd was, dat zevenblad er niet zo goed tegen kan, als je de malse blaadjes aftopt. Dat put de plant uit. Wat dat aangaat had ik toch een botanische fietstocht. Er kwam een appje binnen, die ik op de volkstuin bekeek. Een trainingsmaat van de IJVL wilde weten, welke plant dit was. Mijn vrouw wist het antwoord: het was de inkarnaatklaver. Vanaf de tuin fietste ik door naar "Odin" in Voorschoten om de fruitvoorraad aan te vullen.
Daarna reed ik naar huis, waar ik in de schaduw lunchte. Om 4 uur was ik weer op de volkstuin, waar ik vooral in de weer was met het planten water geven. De combinatie van warm zonnig weer met een oostenwind zorgt ervoor, dat de bovenlaag aardig uitdroogt. Toen ik om 6 uur weer thuis was, stond er 46 kilometer op de teller. Een niet onaardig begin van de zomermaand.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.