zondag 15 april 2018

Waldolala bij de Braassemloop

Het ene jaar is het andere niet. Vandaag stond de Braassemloop op het programma, het sluitstuk van een zeer pittig duurblok met eenmaal 200 kilometer schaatsen en driemaal 30 kilometer hardlopen. Dit jaar kon het.
Hoe anders was het vorig jaar, toen ik met een veel te hoge bloeddruk de rode lantaarn voor me opeiste met 3 EHBO-ers in mijn kielzog als begeleidingsteam. Thuisgekomen kreeg ik te horen, dat mijn oudste broer Kees was overleden.
Wat dat aangaat is het als kersverse opa een wereld van verschil.
Om kwart over 8 fietste ik via de mooie binnenstad van Leiden naar Oud-Ade, bij de marathon van Leiden het absolute hoogtepunt.
Een uur later kwam ik bij de sportvelden op de grens van Roelofarendsveen en Oude Wetering aan, waar ik me als eerste daginschrijver meldde. Ik kreeg nummer 1919.
Nu was 1919 het eerste vredesjaar na de Eerste Wereldoorlog, maar bij het Verdrag van Versailles in hetzelfde jaar werd de kiem gelegd voor de Tweede Wereldoorlog, doordat Duitsland vernederd werd.
Als je bovenstaande afbeelding bekijkt, dan denk je: "Dat zit wel snor!"
Maar niets is minder waar. Doch met mijn conditie zat het wel snor. Na me in de kleedkamer omgekleed te hebben, liep ik om kwart voor 10 naar de plek, waar de Ringvaart en de Oude Wetering samen komen. Vandaar liep ik weer terug naar de Braassemermeer. Daar kwam ik Dirk Zwitser tegen, die ging zeilen.
Een stukje verderop was de eerste drinkpost. Daar het zonnetje inmiddels door de bewolking was gebroken, kreeg ik van de man, die de post aan het installeren was, een beker water.
Op een gegeven moment kwam ik weer langs het huis met het bord: Verboden te zwemmen en te schaatsen wegens gevaarlijk ijs".
Ruim 6 jaar geleden kon het wel, maar nu even niet. En daar ik geen zin had om in water van een graad of  5 te gaan zwemmen, liep ik maar door.
Bij het terras bij de sluis kreeg ik te horen: "Je bent de eerste!"
Dat waren de ├ęchte kenners!
Terug bij de startvakken zag ik, dat de kinderloop inmiddels begonnen was. Uit de geluidsboxen klonk Kinderen voor kinderen met een toepasselijk lied.
Na de 9 kilometer in 50 minuten volbracht te hebben, liep ik door naar de kleedkamer, waar ik mijn zweethemd uittrok en wat eet en dronk, zodat ik klaar voor de start van de halve marathon was.
Op weg naar er naar toe sprak ik met een van de EHBO-ers, die vorig jaar met me opfietste. Dat was dit jaar gelukkig niet nodig.
Voorbij het bord van 7 kilometer hoorde ik een loper zeggen: "Bedankt, Bert!"
Geheel naar waarheid antwoordde ik: "Ik heb nog niets gedaan."
Een meter of 20 verderop zei hij tegen een andere vrijwilliger: "Bedankt, Piet!"
"Je loopt zeker een thuiswedstrijd?", vroeg ik, hetgeen hij beaamde.
Samen liepen we op langs de Wijde Aa, bekend van menig Molentocht. Bij de drinkpost op 11 kilometer nam ik mijn energiegelletje voor de laatste 10 kilometer. Het groepje, waar ik mee liep, was doorgelopen en ik kan u verzekeren: een gat van 100 meter loop je niet zomaar dicht.
Bij Rijpwetering moesten we een omweg maken van 100 meter wegens wegwerkzaamheden. Op het Molenpad richting Nieuwe Wetering werd ik hij het bord 15 kilometer ingehaald door 2 vrouwen, die voor de fotograaf in het gras "Waldolala" zongen, inclusief heupwiegen.
Op de laatste 6 kilometer werd ik behoorlijk veel ingehaald: het verschil tussen een halve marathon lopen en 30 kilometer is toch wel erg groot. Zelf had ik daar geen probleem mee. Ik verslapte iets, maar niet eens zo veel.
In Nieuwe Wetering kwam ik Joop van Egmond tegen, een vaste klant in "De Hobbit", die ik een maand geleden bij "Pink Project" voor het laatst had gesproken.
Ik sprak een paar minuten met Joop. De volgende afspraak is bij de Hanepoelloop.
Inmiddels was ik wel door diverse groepjes ingehaald. De koers wacht op niemand. Desondanks was ik tevreden met mijn 1.57.20. Als je met een 30 kilometer een halve marathon onder de 2 uur kunt lopen, dan mag je niet klagen.
In de kleedkamer was het net, alsof je een sauna binnen stapte. Als je wilt transpireren, dan moet je een kleedkamer binnenstappen, waar al een uur lang gedoucht wordt.
Tijdens het uitzweten at en dronk ik wat, voor ik op de fiets stapte met als eerste tussenstop "Tussen Kaag & Braassem", waar ik een minuut of 5 met uitbater en "Krasse knar" Wim Klerks sprak.
Na een glas melk fietste ik huiswaarts, waar ik na 30 kilometer hardlopen en 52 kilometer fietsen een pittig duurblok afsloot met een verkwikkende douche en een verfrissend biertje, dat helemaal bij mijn innemende karakter past.

Geen opmerkingen: