maandag 5 maart 2012

De kast


Je moet in het leven je kansen grijpen, als ze zich voordoen. Soms krijg je de kansen op een presenteerblaadje aangereikt, soms rijpt een idee een paar dagen. Een combinatie van beide deed zich afgelopen week voor. Een onverwachte kans, die me tijdens mijn fietstochten van en naar mijn werk af en toe binnenpretjes bezorgde.
Eén van degenen, wier taak het is om mij enigszins in het gareel te houden, laat altijd luid en duidelijk blijken, dat ze blij is, dat mijn wintervacht er weer vanaf gaat.

Vorig jaar leidde dat tot een hanekam, die door Edwin Minnee vakkundig geknipt was. Helaas wist niet iedere collega dat op waarde te schatten, blijkens de opmerking: "Je lijkt Kuifje wel!"
Nu was ik eind januari op de verjaardag van mijn oudste broer Kees zijn zwager Ben tegengekomen, met wie ik in mijn jeugdjaren in de schoolvakanties bij het bollenrapen op het land gewerkt heb. Ben heeft al jaren een snor en hij kon smakelijk verhalen over een baas, die dat niet zo leuk vond en die werkgever begon er iedere keer weer over. Meer aanmoediging om de snor te laten groeien had Ben niet nodig. De snor werd zo lang, dat Ben lekker aan de punten kon draaien, als de baas in de buurt was.

Goed voorbeeld doet goed volgen, dus ik had mijn plan al kant en klaar. Maar helaas, mijn immer spontaan reagerende collega was donderdag en vrijdag afwezig, dus dat deel van mijn plan ging de mist in. Er restte mij niets anders, dan mijn hoofd een mailtje te sturen:
Hoi Irene,

Zoals je weet, hou ik mij altijd graag aan mijn woord. Ik heb altijd gezegd, dat ik na IJsstrijd naar de kapper zou gaan. IJsstrijd zou gehouden worden op zondag 4 maart, maar is nu vanwege de hoge temperaturen, waardoor ze op Flevonice geen goed ijs kunnen garanderen, uitgesteld tot zaterdag 15 december.
Als man van eer hou ik me natuurlijk aan mijn woord.
Je zult dus nog even tegen mijn lange manen aan moeten kijken.

Groetjes,
Bert

Daar juist deze dagen de mailserver op ons werk omgezet werd, was het onduidelijk, of het mailtje mijn hoofd op tijd zou bereiken.
Met deze onzekerheid begaf ik me vanochtend naar Edwin Minnee, die mijn winterkapsel transformeerde in een lentecoupe.
"Daar ligt een kilo haar op de grond!" kreeg ik te horen.
Ondertussen hadden we het onder het knippen over de afgelopen natuurijsperiode, waarbij we diverse keren samen geschaatst hebben.

Om half 10 kwam ik op mijn werk aan, waar bleek, dat het mailtje goed gelezen was door de geadresseerde. Zodoende bleef het niet alleen bij binnenpretjes!

En denk nu niet, dat ik graag mensen de kast op jaag. Zo zit ik niet in elkaar.
Wat ik wel geleerd heb, toen ik een jaar doorbracht op de Pedagogische Academie is het volgende: bij de gymnastieklessen moesten we de mindere goden op de toestellen helpen om de oefening veilig te volbrengen.

Eén van deze gymnastiektoestellen was de kast.

Ik heb als modelleerling geleerd, hoe ik mensen op de kast moest helpen.
En als bibliothecaris werk ik nu eenmaal in een dienstverlenend beroep....

zondag 4 maart 2012

Remon Lansbergen


Het was niet de bedoeling, dat ik vandaag de 10 van Alphen zou gaan lopen. Ik zou op Flevonice deelnemen aan IJsstrijd ten behoeve van de Nierstichting. Edoch, deze week kregen we een afmelding van dit evenement. Vanwege de hoge temperaturen kon er geen goed ijs gegarandeerd worden, een euvel, waar we 2 jaar geleden ook al eens mee waren geconfronteerd. IJsstrijd 2012 is nu uitgesteld naar zaterdag 15 december.

Zodoende kon ik op het laatste moment nog transfervrij gestrikt worden voor het team van Groenewegen Haket Ammerlaan bij de 10 van Alphen.
We hadden afgesproken om de trein van 12.26 vanaf Leiden Lammenschans te nemen. Met Jos Drabbels en Jaap de Gorter fietste ik er naar toe. Wil Verbeij en Hans Boers waren er al. De trein echter niet en deze viel blijkens de omroepberichten uit. We wandelden naar de auto van Hans en reden met zijn vijven naar Alphen aan den Rijn. Hier hadden we de laatste parkeerplek bij de tennisbaan.
In een grote tent konden we ons omkleden en kregen we de startnummers overhandigd, terwijl het regende. Ik zou aan de startstreep verschijnen als Remon Lansbergen.

Een half uur voor de start gingen we inlopen. De regen werd minder en je kon op een gegeven moment zelfs een waterig zonnetje ontwaren.
De trainingsjacks bleven in de tent achter en we begaven ons naar het startvak. Daar we pas 5 minuten voor de start naar binnen gingen, stonden we behoorlijk achteraan.
Om 5 over 2 loste een der wethouders het startschot en konden we na een kleine minuut de startstreep passeren.
Niet dat we toen meteen in ons ritme konden komen. We kwamen als bedrijvenloop samen met de individuele lopers in een soort trechter terecht en moesten ons een kilometer lang inhouden: er was gewoon geen ruimte om fatsoenlijk in te kunnen halen. Pas bij de brede weg vonden we die ruimte wel.
Met een ruime bocht liepen we weer terug naar het startvak, waar René Mersch, Hans Boers, Jos Drabbels en ik vlak bij elkaar liepen. We haalden een duo van de BAM-ploeg in. Een goed teken. Er zijn BAM-duo's, die nog geen 13 minuten doen over de 10 km.
Wij deden er wat langer over. Bij de eerste en enige drinkpost op 5 km kwamen we na 26.57 bruto tijd. Bij het drinken moest ik een gaatje van 20 meter laten vallen ten opzichte van Jos en Hans, van nature snellere lopers. Het gaatje liep ik in de tweede helft van de race niet meer dicht. Integendeel zelfs, het gaatje werd telkens wat groter. Na ruim 6 km kwamen de 10 en de 20 km samen en waar ik tot die tijd voornamelijk had ingehaald, werd ik nu ook regelmatig zelf ook een prooi voor snellere lopers: de subtop van de 20 van Alphen. In de laatste km werden we aangemoedigd door een vrij massaal opgekomen publiek. René Mersch wist me nog in te halen, zodat ik als 4e loper van Groenewegen Haket Ammerlaan. De nettotijd van 47.50 was een modale tijd, niet goed, maar zeer zeker ook niet slecht. Jos en Hans pakten ongeveer een minuut op me en René 12 seconden. Daar Jaap de Gorter in 49.25 binnen kwam, eindigede Groenewegen Haket Ammerlaan op de 10e plaats in de bedrijvenloop in een veld van 54 teams.
Remon Lansbergen kan morgen op zijn werk pronken met een verbetering van zijn persoonlijk record. Maar zoals Johan Cruijff ooit opmerkte: "Elk voordeel heb zijn nadeel!" Het is niet aannemelijk, dat Remon Lansbergen dit persoonlijke record binnenkort gaat verbeteren, en wellicht doet hij dit nooit.

Spitten

Het had er alle schijn van, dat ik een taakstraf aan het uitvoeren was, doch het was geheel uit vrije wil, dat ik op deze bewolkte zaterdag met een schep in de hand in de volkstuin van Siebe en Ana aan het spitten was.

Sinds vorige week hebben ze de beschikking over een lap grond van ongeveer 15 bij 15 meter. Deze lag al een jaar braak en waar mijn zoon en zijn vriendin vorige week al begonnen waren met het omspitten van de geestgrond en het meteen verwijderen van wortels en dergelijke, was het nu mijn beurt.

Het valt nog vies tegen, wat je in een paar uur kunt doen. Ik schat in, dat ik een achtste deel van de tuin omgespit heb. Het is trouwens zwaar werk. Vooral je kuiten, je armen en je rug ga je voelen.
Maar daar stond tegenover, dat Ana allerlei liedjes uit Spanje en uit Asturias zong. Je kon zien, dat deze boerendochter gelukkig was met het werken op het land.

En als je iemand in de buurt hebt, die van vreugde staat te zingen, word je vanzelf ook vrolijk en valt het spitten, een uitstekende conditietraining overigens, je een stuk minder zwaar.
Desondanks verliet ik de tuin om 2 uur, daar ik me nog op moest knappen. Ada en ik gingen met de trein naar Hillegom, waar vandaan we naar Bas en Nel fietsten. Met Tim, Joep, Rob, Margriet, Willem en Lotte hadden we een gezellige avond, waarbij iedereen een gerecht mee bracht uit het land, waar ze op vakantie waren geweest. Griekenland scoorde procentsgewijs erg hoog.

Duitsland trouwens nog hoger.

Zo hadden we een uitgebreid dieet met Franse uiensoep, baklava, Duitse worstjes, een Griekse gehaktschoten, Apfelstrudel en Belgische wafels. Het Abspecken der blubberbuik kan weer beginnen.
We hoefden niet diep te spitten in ons geheugen om gouden herinneringen op te halen. En dan was het in dit gezelschap niet zo vreemd, dat de strijdwagen weer ter sprake kwam.

zaterdag 3 maart 2012

Hoge bomen

Hoge bomen vangen veel wind. Een uitdrukking, die wijd en zijd bekend is in het vlakke Nederlandse land. Normaal gesproken let je niet zo op een bomenrij, behalve als er wat mee aan de hand is.


Deze week werd een rij hoge bomen tussen de Leidse IJshal en het ernaast gelegen gezondheidscentrum gekapt.
Donderdagmorgen maakten we er nog grappen over met de ijsmeester: "Gaan jullie uitbreiden?"
Maar dat bleek niet het geval. Vermoedelijk heeft het meer met de parkeerruimte van het taxibedrijf achter de IJshal te maken.
Toen ik gisterenmiddag naar de IJshal fietste voor de voorlaatste les van de IJVL was het rooien van de bomenrij een flink eind gevorderd. Zodoende keek je aan tegen de kale zuidkant met her en der graffiti, die door de bomen aan het zicht was onttrokken.
Er zal meer wind komen te staan op de zuidkant van de IJshal, dat is duidelijk. Wat dat voor gevolgen heeft voor de koeling, valt nu natuurlijk nog niet te zeggen. Meer wind betekent meer afvoer van warmte om het gebouw, maar dus ook meer aanvoer. Ik denk, dat het geen kwaad kan om na deze klus weer een nieuwe bomenrij te planten, want hoge bomen vangen veel wind.

vrijdag 2 maart 2012

Hevia

Gisteren was ik tussen de middag thuis met Ana. Ik had met de krasse knarren geschaatst en warmde een macaronischotel op voor ik naar mijn werk ging. Ana zat zich achter de computer te verdiepen in de valkuilen van het Engels. We raakten aan de praat over de muziek van Asturias. De bevolking van Asturias is van Keltische komaf en dat is in de muziek duidelijk te oren.

Tijdens onze vakantie in Asturias kregen we een keer appelcider van het merk "El gaitero", de doedelzakspeler. Ana zocht, terwijl ik zat te eten, op youtube dit filmpje op van een van de beroemdste muzikanten van Asturias, de gaitero Hevia.

Deze past geheel in de traditie van de Keltenrock, waarvan Alan Stivell, de Bretonse bard, de grondlegger was.

Ik heb een heel lijstje van muzikanten en groepen uit Asturias gekregen. Ik ga me er de komende tijd in verdiepen. Zo zie je maar weer: de inburgering brengt culturele verrijking met zich mee.

Figurantenrol

Een figurantenrol loopt als een rode draad door mijn sportcarriere. Slechts hoogst zelden kan ik me aan deze rol ontworstelen.
In mijn jeugdjaren bij DIOS in Nieuw-Vennep is mijn voetbalelftal 2 keer kampioen geworden. Maar eerlijk gezegd was dat meer ondanks dan dankzij mijn capaciteiten.

Er was verder een tweede plaats bij de Run-Skate-Run in 2010 en een baanrecord en een derde plek bij de 1000 rondjes van Leiden in 2011.

Ziedaar: mijn hele erelijst van een halve eeuw sporten.
De rest van mijn leven schitterde ik vooral in de figurantenrol.
En ziedaar, de muziekwereld heeft dit talent eindelijk op zijn juiste waarde weten te schatten.

Fré Kreuger had ons weten te spotten op bovenstaande rap en tipte ons. Waarvoor onze hartelijke dank. Op 1.49 kunt u de foto van onze schaatsgroep in Dokkum vinden, die gemaakt is tijdens de Elfstedentocht van 11 februari 2012.

Naschrift: de video is helaas niet meer zichtbaar, omdat het is omgezet naar privé.
Maar daarin zat wel deze foto:

donderdag 1 maart 2012

Klapschaatsen

Voor het eerst in ruim een maand had ik mijn klapschaatsen aan. Tijdens de natuurijsperiode reed ik iedere dag op mijn kluunschaatsen. Daarna paste ik er niet in, omdat mijn linkervoet anderhalf keer zo dik was als mijn rechtervoet. Dat krijg je ervan, als je op te grote voet leeft....

De eerste rondjes voelde het gek aan, maar gaandeweg de piramide, die ik met een tiental andere krasse knarren schaatste, ging het steeds makkelijker. De bekende werking van het motorisch geheugen. Er reed een man of 20 op de buitenbaan, dus we hadden alle ruimte. De snelheid werd hier niet door afgeremd.
Het schaatsseizoen loopt langzaam maar zeker ten einde, maar er waren wel een paar nieuwe gezichten in de Leidse IJshal. Een van hen was Jean Lamet, die ons tempo goed bij kon houden. Tijdens het uitrijden na een blokje van 20 rondjes raakte ik met hem aan de praat. Het was pas de derde keer, dat hij op noren stond. Hij had altijd op ijshockeyschaatsen gereden!

Hij was aan het trainen voor de winterbiatlon van 18 maart aanstaande. Deze Jean komt er wel.