zaterdag 10 januari 2026

Rondje Valkenburgse meer

Met koud weer slaap je meestal beter dan met warm weer. Vandaag klopte dat helemaal. 

Aan de grond vroor het ook vanmorgen vroeg al.

Om half 8 stapten we uit bed en ontbeten we. Ons ontbijt was een tikkeltje bescheidener dan dat van die ongelikte beer aan de overzijde van de Oceaan.

Ada vertrok eerder dan ik, daar zij op tijd bij een koor moest zijn. Ik zou verfresten en oude olieresten naar de gemeentewerf in Leiden-Noord brengen. Gezien de weersomstandigheden maakte ik een omweg via Warmond.

De gevoelstemperatuur op de fiets was met tegenwind niet echt aangenaam.

Maar goed, zo kon ik mijn lichaam een beetje harden voor het geval we morgen weer op natuurijs zouden kunnen schaatsen.


Want bij aankomst in de Veerpolder kon ik constateren, dat de vrijwilligers van de Warmondse IJsclub alweer druk in de weer waren om voor ons een ijsvloer aan te leggen, waarop we morgen zouden kunnen schaatsen.

Hulde voor deze vrijwilligers!

We beleven dan ook een uitzonderlijk koude start van 2026.
Via de Merenwijk fietste ik naar de gemeentewerf om het afval af te geven en daarna reed ik naar "De Helianth" voor de wekelijkse broodbestelling. Thuis dekte ik de tafel om met Ada te lunchen en deed ik mijn sportkleding aan om een kleine 10 kilometer te gaan lopen.
In het weiland bij de molen was een grote groep Canadese ganzen geland.

Bij de faunapassage naar de Ommedijk zagen de paddenstoelen er na de sneeuw en de vorst anders uit.

Ik liep naar het strandje bij het Valkenburgse meer.

Daar hadden meeuwen een plekje gevonden.

De vogels werden gewaarschuwd voor de gevaarlijke oeverkant.
Er zwommen kuifeenden in het Valkenburgse meer.

In mijn jeugd heb ik de meeste Kuifjes gelezen, hetgeen mijn woordenschat verrijkt heeft.

In het gras kon je vliesjes natuurijs zien liggen.

Ik liep door naar de Rijn, die ik bij het viaduct van de Rijnlandroute overstak. Vandaar liep ik naar het kerkhof toe om vandaar een klein blokje door het Morskwartier te lopen. Bij de Rijndijk zagen de restanten van een sneeuwpop er niet meer maagdelijk wit uit.

Langs de Schenksloot zag ik deze veldridderzwam staan.

Thuisgekomen zat er een roodborstje in de achtertuin.

Ook bij een winters rondje hardlopen is er genoeg te zien.

Geen opmerkingen: