Het was een uitstekend idee om nog een dagje te kamperen in Zuid-Limburg. Het was een stuk koeler dan de afgelopen weken, dus we hadden nog heerlijk geslapen in onze Eureka Susten 3XP.
De buitentent was niet helemaal kurkdroog. Deze hingen we te drogen over het hek, net als het grondzeil. De binnentent tilden we op en zetten die in de zon. Toen alles kurkdroog was, ruimden we de tent op, zodat we deze niet meer thuis hoefden te pakken.
Er kwam een bakker op de camping, dus tussendoor konden we in de schaduw van de appelboom rustig ontbijten.
Af en toe kwam er een appel naar beneden vallen, maar dat hoort nu eenmaal bij de natuur.
Voor het vertrek praatten we nog even met onze buren, die veel te zwaar beladen met 7 versnellingen de Ardennen in getrokken waren. Via de Vennbahn-Radweg waren ze terug gereden.
We fietsten via Lemiers naar Orsbach in Duitsland. Het was een pittige klim, maar wat een prachtig uitzicht hadden we over het Mergelland met Vijlen prominent in het midden.
Klimmend en dalend slingerden we door het oostelijk deel van het Mergelland via Bochholzerheide en Simpelveld naar Heerlen toe.
Op het terras van "Het Duitse bakkertje" namen we afscheid van deze fietsvakantie met koffie, jus d'orange en een kersen-rijstvlaai en een Erdbeerschnitte.
We hadden de trein van 11.49 naar Utrecht. De trein schokte dusdanig, dat Ada's fiets omviel. Gelukkig vingen de fietstassen de klap op.
In Utrecht stapten we over op de trein naar Leiden. Daarna was het nog 4 kilometer naar huis fietsen.
We hadden in 101 uur en 16 minuten 1580 kilometer gefietst met een gemiddelde snelheid van 15.59 kilometer per uur met als hoogste piek 42.52 kilometer per uur.
We hadden een flinke Umleitung van Emmerich via de Werra naar Bayreuth en langs de Main naar Maiz. Daarbij reden we door dor Duitsland en dat maakte ons dorstig....
Op de gebruikelijke tijd van half 6 werd ik wakker. Na het toiletbezoek wilde de slaap niet meer komen.
De landende vliegtuigen voor Frankfurt waren daar deels debet aan, maar vooral een deze vakantie vrij onbekend verschijnsel: getik op het tentdoek. Het spetterde. In de tent klinkt het indrukwekkender dan het in werkelijkheid is.
We ruimden de tent weg zodra het gespetter gestopt was. Daarna ontbeten we. De wespen hadden ook trek in het ontbijt. Ons ontbijt nota bene.
Het veld, waarop we stonden, was behoorlijk leeg. De eerste fietser vertrok om half 6 al. Met het fietslicht aan!
De mensen, die wij gisteren uitgebreid gesproken hadden, vertrokken eerder dan wij. Als laatste spraken we onze Duitse buurman, die ver van zijn geboortestad Mainz woont en in de zomer vaak op deze camping kampeert.
Om half 9 vertrokken we van camping "Maaraue" en fietsten over de brug over de Rijn naar Mainz.
Daar reden we linea recta naar het Hauptbahnhof, waar we een Quer durchs Land-Karte kochten. Om 3 over 10 hadden we de boemeltrein naar Köln Hauptbahnhof.
Op perron 2B spraken we met 2 Nederlandse fietsers, die vanwege de aanhoudende hitte hun fietsvakantie eerder afbraken: "Dit is niet leuk meer!"
Dat was de treinreis wel. Mainz was een beginstation, dus we hadden alle ruimte en tijd om de fietsen binnen te zetten en een plekje aan de Rijnkant te kiezen.
Vooral de Romantische Rhein tussen Bingen en Koblenz was erg mooi. Wel kon je goed zien, dat het water er laag stond aan de drooggevallen platen aan de oevers en soms zelfs in het midden van de rivier.
De trein reed keurig op tijd. De Deutsche Gründlichkeit deed zijn werk. Op Köln Hauptbahnhof stapten we over op de trein naar Aachen. Na het passeren van Rothe Erde, het beginpunt van de Vennbahn-Radweg, waren we een paar minuten later in het centrum van Aken.
We fietsten richting Dom, waar we op een klein gezellig plein bij "La Liége" koffie en verse jus d'orange bestelden, terwijl er Franse muziek uit de geluidsboxen klonk.
We verlieten het pleintje om richting Vaals te fietsen, toen we hoorden roepen: "Hé, Bert en Ada."
Onze buurjongen Luka liep daar met wat familieleden. Waren we op de valreep tijdens de vakantie toch een bekende tegengekomen.
Door het mooie Westpark, waar de grote vijver half droog was, fietsten we langs de drukke doorgaande weg naar Vaals toe.
Daar vonden we een plekje op camping "De Gastmolen". Na de tent onder een oude appelboom opgezet te hebben, fietsten we naar Landal Green Parks om boodschappen te doen voor het avondeten en wat Limburgse biertjes.
Terug op "De Gastmolen" kochten we daar nog een koude appelcider. De kilometerteller stond op 1552 kilometer, hetgeen inhield, dat we vandaag 16 kilometer gefietst hadden.
Ik ging douchen om aansluitend in de schaduw het dagboek bij te werken. Ada volgde mijn schone voorbeeld.
Hoewel het niet zo heet was als gisteren, was het nog behoorlijk warm, ook al hadden we daar in de trein niet zoveel van gemerkt door de airco.
We aten gemengde groente met zoete aardappels en stukjes zalm en yoghurt toe, waarna ik de vaat deed.
Na het eten gingen we een stukje wandelen. We staken op de camping de beek over, klommen naar de weg toe en zagen, dat we in Duitsland liepen. We sloegen rechtsaf en eigenlijk konden we alleen langs de kant van de doorgaande weg lopen. Na een kilometer besloten we op deze heuvelachtige terug te lopen. Ter hoogte van de camping hoorden we een bel.
Dit herkenden we van een vorig bezoek. De ijscoman kwam langs. Hij stuurde een paar kinderen met een bel en een lepel langs om op de camping reclame te maken. Deze belhamels deden dat vol overgave.
Het resultaat mocht er wezen. Toen we aankwamen stond er een behoorlijk lange rij, die telkens van de achterkant werd aangevuld. Paul had dan ook heerlijk ijs.
Nadat we dit op hadden, gingen we bij de tent zitten lezen. Het was aanmerkelijk koeler dan de afgelopen week. Voor het eerst deden we weer een bloes met lange mouwen aan en ritsten we de pijpen aan onze afritsbroek. Het was een verademing!
Om 6 uur werd ik wakker. Om niet in slaap te vallen, las ik "Verhalen uit de Tour de France" uit.
Ada werd ook vroeg wakker en we besloten de natte tent op te breken en op het station te ontbijten. Om kwart over 7 verlieten we camping "Kirchzarten" en om 7.24 hadden we de trein naar Freiburg, waar we over moesten stappen. Er waren al een stuk of 6 fietsen in de bagageruimte.
Op weg naar Offenburg ontbeten we, terwijl we keken naar hoe het Zwarte Woud langzamerhand steeds lager werd. De bagageruimte werd steeds voller, want er kwamen nog een paar fietsers bij. De Nederlandse scouts kregen de opdracht om hun bagage weg te halen. In Offenburg moesten we met vertraging overstappen. In Duitsland betekent dat een fiets met bepakking via de trappen omhoog en omlaag zeulen.
De trein naar Karlsruhe kwam aangereden. We kwamen in een bagageruimte met een stuk of 8 wandelwagens, maar ook met zittende mensen, die niet van plan waren om op te staan. Zodoende bleven we midden in het gangpad staan bij onze fietsen. Nieuwe fietsers, die een station verder instapten, maakten ook opmerkingen over de zittenblijvers. Op een gegeven moment werd er een klapstoel vrijgemaakt. Om beurten zouden we gaan zitten.
Een ontwapenend jochie van een jaar of 3 maakte contact met me en het ijs was gebroken. Toen Ada en ik van plaats wisselden, liet ik Niklaus zelfs op Ada's fiets zitten.
Met 5 minuten vertraging kwamen we in Karlsruhe aan. Desondanks haalden we de trein naar Mainz. waar de scouts uit Nederland hun bagage weer massaal in de bagageruimte dumpten. Fietsers op een tussenstation konden er zodoende niet in! Onderweg liep de trein een minuut of 10 vertraging, terwijl wij aardig wat dingen herkenden van de fietstocht langs der Rhein van 4 jaar geleden zoals de Rheinterrassen.
In Mainz hadden we onwijs veel geluk. De trein naar Köln stond er nog. Een jonge machinist hing uit het raam en zei, dat iedereen nog rustig in kon stappen. Hij zou niet eerder vertrekken. Dat instappen ging nog, maar ook hier werden de zitplaatsen in de fietsruimte bezet door een Pools gezin met 5 kinderen. Wij moesten daardoor alle bagage van onze fietsen halen en de fietsen tegen 2 beladen fietsen aan zetten. De reis naar Köln Hauptbahnhof duurde 3 uur.
Ik las "De vrouw met de blauwe mantel" van Deon Meyer, waaraan ik vanmorgen begonnen was, uit. Onderwijl keek ik regelmatig naar buiten tijdens de rit langs de Romantische Rhein vanaf Bingen met de Loreley als bekendste fenomeen.
Na Koblenz, waar we een paar keer gekampeerd hadden, en Remagen met zijn steile afdaling naar de Rijn, gingen we na Bonn de fietsen opladen, daar Köln Hbf niet het laatste station was. Na nog een keer de beladen fietsen de trap af en op gezeuld te hebben, zat de krachttraining er voor vandaag op. Wel moesten we nog een sprintje trekken, daar de fietsruimte helemaal voorin de trein naar Aachen was en wij te horen hadden gekregen, dat deze achteraan te vinden was.
Maar ook deze horde werd genomen, zodat we langs de noordrand van de Eifel reden met o.a. stops in Düren en tot onze grote vreugde Rothe Erde. Hier was het begin van de Vennbahn Radweg, waar we ruim 2 weken geleden aan begonnen. De cirkel was rond.
In Aken stapten we uit en reden langs een drukke weg naar Vaals. In deze grensstad zagen we geen winkel, maar wel een Landal Green Park. Hier hadden ze een uitgebreide kampwinkel, waar we boodschappen deden voor het avondeten.
We daalden vanaf de Vaalserberg af naar camping "De Gastmolen", waar we net als aan het begin van de vakantie inschreven voor één nacht.
Het was heerlijk weer. De natte tent lieten we drogen over een picknicktafel voordat we ons aan het opzetten ervan wijdden. We hadden vandaag echt geluk gehad met de reis, zodat we 2 uur eerder op de camping waren dan gepland, Nadat Ada zich koud had gedoucht, deed ik dat met een warme. Waar een muntje van 50 eurocent al niet goed voor is.
Met 11,5 kilometer was dit de kortste afstand, die we gefietst hadden deze vakantie, maar we hadden wel de langste afstand afgelegd.
Ada kookte de macaroni met groentemix en tomaten. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Toen we aan het toetje toe waren, reed een ijswagen camping "De Gastmolen" op. "Pauls" verkocht zelfgemaakt schepijs. Met een beker met vanille- en frambozen- of aardbeienijs met flink wat vers rood fruit was dit de perfecte afsluiting van het avondeten bij de tent op de voorlaatste dag van de vakantie. We genoten van de zomeravond op "ons grasveld" met een droge witte huiswijn en een Vaalser blond. Dat hadden we wel verdiend na een toch wel vermoeiende treinreis.
Om een uur of 7 werd ik wakker na de eerste keer, dat ik in een kasteel heb geslapen.
Ada had wat minder vast geslapen dan ik, terwijl kasteelvrouwen nogal eens heel diep plachten te slapen.
We ruimden alles netjes weg en deden om half 8 de fietstassen op de fiets. Het was droog maar zwaar bewolkt. We haalden de lakens van de matrassen, deden het matras, dat op de vloer lag, weer terug op het bovenbed en wandelden rustig naar de ontbijtzaal, waar we tot 8 uur moesten wachten voor we wat konden eten.
Tijdens het wachten las ik een folder over de Monschau Marathon op zondag 13 augustus. Als je het profiel van het parcours zag, dan wist je, dat deze een stuk zwaarder is dan de vlakke marathon van Leiden.
Om half 9 hadden we ontbeten. We namen een paar cupjes honing en chocoladepasta mee voor onderweg en gingen afrekenen. Een nachtje op het kasteel kostte ons € 62,-. Niet gek voor een nachtje op stand.
De receptionist van de jeugdherberg van Monschau, die wel met eenzelfde kapsel, baardje en bril wel wat weg had van Bas Warnink, gaf ons een goede tip voor de route naar de Vennbahn Radweg: "Drei Mal links, beim Brauerei rechts und über die blaue Brücke rechts."
Het klopte helemaal en langs de Rur klommen we door de bossen over een onverhard pad naar Reichenstein.
Over de Vennbahn reden we naar Kalterherberg, waar we er al weer vanaf gingen.
We staken de brug over en fietsten naar Küchelscheid, waar we 4 jaar geleden gekampeerd hadden en de Vennbahn voor het eerst waren tegengekomen.
Over een weg met veel klimmen en af en toe een afdaling reden we door de bossen naar de Hoge Venen. Tot de rand van Sourbrodt was het helder, welke route we moesten nemen, daarna was het even zoeken. Vooral in het bos richting Signal de Botrange was het een beetje gokken, hoe de route liep.
Na een stukje klimmen op een mountainbikepad kwamen we goed uit. We werden beloond met een prachtig uitzicht op de Hautes Fagnes.
Vanaf het uitkijkpunt trapten we het laatste stukje naar het Signal de Botrange, met 694 meter het hoogste punt van België.
Hier zouden we wat gaan drinken, maar om 10 voor 11 zag het er nog gesloten uit. Het zou om 11 uur open gaan, dus we gingen naar het informatiecentrum, waar we de Bikeline-gids "Vennbahn Radweg" zagen. Daar de route tot Luxemburg-Stad doorging, besloten we het boekje voor € 13,50 te kopen.
Buiten gekomen was het inmiddels 5 over 11. Het restaurant zat nog steeds potdicht. We daalden een kilometer af naar het natuurcentrum, waar we koffie en warme chocolademelk namen met een stuk appel-abrikozentaart.
Met de gedetailleerde kaart uit de Bikeline-gids daalden we zonder problemen af naar Sourbrot en Bosfagne, waar we de Vennbahn weer oppikten. Daar we lichtjes daalden naar Weywertz schoot het lekker op.
In Faymonville namen we een pauze. In de schuilhut aten we brood en dronken melk. Via Waimes vervolgden we de route. Er zou een onverhard stuk komen tot aan St.-Vith, maar dat viel erg mee. Er lag skeelerasfalt, waar een enkele skeeleraar gretig gebruik van maakte.
Aanvankelijk was het vals plat omhoog tot Born, waarbij Ada af en toe gewoon van mij wegreed. Of zij is erg in vorm, of ik heb ingeleverd ten opzichte van vroeger.
Waar niet op ingeleverd was, was het uitzicht. Daar we in opener gebied reden hadden we prachtige vergezichten. De zon kwam nu wat vaker door het wolkendek, dus het was een stuk aangenamer dan vanmorgen, toen het aardig koud was.
Na de waterscheiding tussen Rijn en Maas gepasseerd te zijn, trapten we naar St.-Vith, waar we boodschappen deden voor het avondeten.
We keken nog even in de kerk, waarin de botten van Sint Vitus zouden liggen en fietsten naar Wiesenbach, waar de laatste camping was voor Troisvierges.
Om half 4 betaalden we € 15,- bij het café voor een plekje op veld 8 van camping "Wiesenbach". De kilometerteller stond op 150, zodat we vandaag 61 kilometer gereden hadden.
Bij de tent utterden we wat, dronken thee en ik douchte me, terijl Ada een bonenschotel klaar maakte. De salade was komkommer met als toetje stukjes gebakken appel.
We maakten plannen voor na Luxemburg en terwijl Ada verder las in "Een meisje uit Oradour", werkte ik het dagboek bij en las "Oorlog en vriendschap" van Dolf Verroen uit bij een Diekirch-biertje in het café tegenover de camping.
Om 6 uur werd ik wakker. Er werd ergens in de buurt van de camping op het land gewerkt, maar het klonk alsof het heel vlakbij was. De slaap kwam niet meer terug en om kwart voor 7 stapten we uit de slaapzak om ons in onze wielerkleding te hijsen.
De tent was nagenoeg droog. Nadat alles op de fiets zat, gingen we aan de tafel zitten. De 3 Vlaamse broers vertrokken op 2 fietsen naar Boedapest.
Na het ontbijt fietsten we linea recta vanaf camping "De Gastmolen" via Vaals naar Aachen. Daar stalden we de fietsen bij de Dom en gingen op zoek naar Tourist Information. Nadat we de eerste aanwijzingspijl, die we zagen, volgden, kwamen we uit bij onze fietsen....
Uiteindelijk bleek het VVV de andere kant op te liggen, zo'n 200 meter bij onze fietsen vandaan. Hier kregen we een plattegrond van Aken met het precieze begin van de Vennbahn Radweg.
We wandelden terug naar de Dom, waar we een kijkje namen in deze prachtige Romaanse kerk, waar we naast gebrandschilderde ramen ook veel mozaïekwerk zagen.
Bij een bakkerij namen we een Urbrot en met een paar aardbeientaartjes zaten we op het terras. Rond het middaguur fietsten we naar het begin van de Vennbahn Radweg. Op weg er naar toe werden we 2 keer aangesproken door enthousiaste Duitse fietsers.
Direct na een viaduct begonnen we aan de route naar Troisvierges. Het was een verademing om niet langs het autoverkeer te fietsen ook al reden we de eerste kilometers door de buitenwijken van Aken.
Bij Brand trapten we over een inderdaad vrij vlakke route naar Kornelimünster. Het werd steeds bosrijker. Na Walheim gepasseerd te zijn vonden we in de buurt van Schmithof een bank, waar we konden lunchen.
Door de bossen vervolgden we de weg naar Raeren en Roetgen. Op de grens van België en Duitsland dronken we koffie en jus d'orange.
Tot Lammersdorf was er prima skeelerasfalt, waar we inderdaad een skeeleraar zagen op dit kilometerslange vals plat door de bossen. Daarna werd het een onverhard pad. Op het leem reed het verder wel goed.
Wat minder was, was het weer. Het begon te regenen. Niet echt hard, maar hard genoeg om de jassen aan te trekken.
We begonnen bij Könzen te dalen richting Monschau. Hoewel de Vennbahn Radweg Monschau links liet liggen, wilde Ada hier toch naar toe. Hier zouden we inkopen doen voor we op weg zouden gaan naar de camping in Küchelscheid. Het liep echter ietwat anders.
In dit zeer toeristische stadje zagen we echter geen levensmiddelenwinkel. We besloten om eerst wat te drinken bij een Bäckerei. We deelden een grote koek. Wat we buiten zagen was echter andere koek. De regen kwam met bakken naar beneden. En het zag er niet naar uit, dat het gauw zou stoppen. Voor ons een teken om ons plan bij te stellen.
We wisten, dat er een jeugdherberg was in Monschau. We besloten om er in de stromende regen naar toe te rijden. We hadden al snel door, dat we fout zaten. Terug naar het centrum, waar het Tourist Information nog open was. Een vrouw belde of er nog plaats was in de herberg. Deze was er gelukkig. We kregen de weg uitgelegd.
Eerst klopte het. We klommen. Maar toen we daalden, dachten we, dat we fout zaten. Terug en de volgende weg proberen. Deze bleef echter langs de Rur lopen. Weer terug. De eerste weg bleek toch de juiste te zijn.
Na de afdaling begon een flinke klim over de kasseien. Met het lichtste verzet lukte het netaan om boven te komen, zodat we de toegangspoort tot het kasteel bereikten. Daar konden we eerst niet verder. Een vrachtwagen met tribuneonderdelen kon de steile klim niet maken. Twee man op de voorbumper waren niet genoeg tegenwicht voor de lading hout en staal. Er kwam zelfs rook van de banden van de voorwielen, toen de chauffeur gas gaf.
Gelukkig liet hij een klein gaatje vallen, zodat we ruimte hadden om onder de tweede poort door te gaan en het kasteel te betreden. In het hoofdgebouw was de jeugdherberg gevestigd. Hier zouden we de nacht doorbrengen.
De fietsen zetten we onder een afdak, de tent lieten we erop zitten. Met 4 Ortlieb-voortassen en 2 achtertassen gingen we naar de tweede verdieping, waar we in de Turmfalke zouden slapen.
Het eerste, dat we deden, was een warme douche nemen en droge kleren aantrekken. Daarna hingen we alles te drogen, terwijl we de vloer klaarmaakten om 's avonds het matras van het bovenbed neer te leggen. Dat leek ons beter dan dat 's nachts een van ons in het donker van de trap van het stapelbed af moest.
We wandelden via de trappen naar het centrum van Monschau, waar we aan het 's middags nog volle plein een restaurant vonden na bijna 75 kilometer fietsen.
Hier bestelden we in restaurant "Flosdorff" een forel. Ada nam er een met kruiden, ik met gebrande amandelen. Mijn vrouw nam een karafje witte wijn, ik een Eifeler Landbier. Als toetje namen we een sorbet. Inclusief fooi kwam dit uit of € 47,-.
In de frisse avondlucht wandelden we om 9 uur door Monschau op zoek naar hoe we morgen het handigste terug konden keren naar de Vennbahn Radweg. We liepen langs de Rur naar het punt, waar we Monschau in reden.
We beklommen de trap weer om hier de Burgkehr, de Bergstrasse en de Burgring op een viertal manieren te bekijken alvorens we naar de Burg zelf zouden gaan, waar we om 10 uur onze kamer opzochten.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.