Vanmorgen verliep alles een beetje anders dan op andere donderdagen. Om 8 uur zou iemand van de woningcorporatie komen om nieuwe keukenkastdeuren te brengen en de oude te vervangen. Dit hield in, dat Ada of ik thuis moesten blijven tot de klus geklaard was. Naar goed Hollands gebruik werd het een compromis. Ik bleef aan het begin van de ochtend thuis werken aan "Glibbers op glissen", terwijl Ada in het Stevenspark sportte, daarna waren de rollen omgedraaid en fietste ik om half 12 naar Aad Kleijweg om samen in polderpark "Cronesteyn" te gaan lopen.
Het was heerlijk weer, vooral omdat er een licht wisselvallig windje uit alle windstreken voor wat verkoeling zorgde.
We rekten onze spieren weer op ons vaste bruggetje in "Cronesteyn", waarna we een zestal loopjes van 500 meter redelijk voluit zouden doen.

Daar ik niet wist, hoe mijn rechterkuit het zou houden, liepen we allebei in ons eigen tempo. Aad liep de eerste 500 meter in 2.16, ik in 2.23. De tweede ging in 2.10 respectievelijk 2.19. De rest van de series schommelde allemaal rond de 2.20. We zochten zoveel mogelijk de schaduw op.
Met gemiddeld 4.40 per kilometer waren we tevreden over deze training. Dit werd bevestigd door een vrouw. Toen we richting Aads huis liepen, zei ze tegen ons: "Goed bezig, mannen!"
Na in de tuin een glas water gedronken te hebben, deed ik nog wat boodschappen bij "De Helianth". Thuis gekomen kon ik de kasten in de keuken bewonderen.

Als u kleurverschillen ziet, dan klopt dat. Degene, die de kasten had opgemeten, had dat niet helemaal goed gedaan, zodat een drietal oude kastdeuren later nog vervangen moesten worden.
Wij konden dus niet zeggen: "Goed bezig, mannen!"
donderdag 9 juli 2026
2.20-loop of "Goed bezig, mannen!"
woensdag 8 juli 2026
3 Octoberhalloop
Na een goede nachtrust werd ik om 6 uur wakker. Daar ik vandaag weer verder wilde gaan met "Glibbers op glissen" en zodoende weer veel zituren zou maken, ging ik het bed uit om voor het ontbijt ruim 4 kilometer te gaan lopen.
Hoewel 17 graden Celsius best een hoge minimumtemperatuur was, was het een heerlijke temperatuur om in te lopen.
Ik liep naar het afgesloten deel van de Stevenshofdreef.
Daar werd duidelijk, waarom deze verkeersader door de wijk er ruim een maand uit lag.
Ik liep door naar de het slingerende fietspad tussen de sportvelden in het Morskwartier. Daar zag de oude 3 Octoberhal er inmiddels zo uit.



Langs het fietspad stonden knotwilgen, die in eenzelfde staat van ontbinding verkeerde als de 3 Octoberhal.


Met dat verschil, dat knotwilgen veel taaier zijn dan een half onttakelde sporthal.

In een grijs verleden heb ik hier mijn theorie voor het rijbewijs gehaald, maar ben ik bij het afrijden tweemaal gezakt. Als je iets doet, dan moet je het goed doen!
Nu ziet het er heel anders uit dan toen.
Met inmiddels een fusieclub bij het voetballen.
Ik liep naar de Rijn toe.
Het werd een heel kort reisje langs de Rijn.

Ik liep de Haagse Schouwbrug op, die echter net open ging. Daar ik niet zo hoog kan springen, benutte ik de wachttijd met een paar minuten droogtraining.
Toen de bomen omhoog gingen, liep ik naar industrieterrein Westwal, waar de Menken Bowlingbaan al jarenlang gesitueerd is.
Ton Menken, die de Leidse regio een kunstijsbaan heeft geschonken en daarmee miljoenen uren schaatsplezier, komt uit een echte ondernemersfamilie.
Thuis douchte ik me en ontbeet ik met Ada.
Om half 10 fietste ik naar de tandartspraktijk, waar ik door een nieuwe mondhygiëniste behandeld werd. Met een schoon geraagd gebit fietste ik via een rondje boodschappen doen in onze mooie Sleutelstad naar huis toe om verder te werken aan "Glibbers op glissen". Schrijven is tijdrovender dan menigeen denkt.
dinsdag 7 juli 2026
Valkenburgse strandtraining
Na de strandtraining van gisterenavond volgde er vanmorgen nog eentje in de gemeente Katwijk. Mijn vrouw ging voor het ontbijt zwemmen in het Valkenburgse meer. Zij fietste er naar toe, ik liep erheen in de vrij frisse morgenlucht.

De meerkoeten verlieten het strand bij mijn komst.
Zo had ik alle ruimte voor de droogtrainingsoefeningen, terwijl ik de verrichtingen van de zwemster in het vrij koude water kon volgen.
Er waren aardig wat planten op en bij het strand.

De waterspiegel van het meer zag er aardig glad uit.
Als een echte strandjutter vond ik een mossel en een veer.

Boven me vloog een kleine mantelmeeuw, terwijl er een scholekster op straat rondscharrelde.

Op weg naar huis liep ik langs bloeiende zomerbloemen.

Waar de hommels op af kwamen.
Thuis douchte ik me, waarna ik met Ada ontbeet. Zij ging naar de volkstuin, ik gaf de planten in de achtertuin water, dat ik met een gieter uit de sloot haalde.




Tussen de middag fietste ik naar de volkstuin, waar ik met mijn lieve levenspartner lunchte.


Voor de rest ging ik verder met "Glibbers op glissen".
