dinsdag 9 juni 2026

De corrector

Wie mij een beetje kent weet, dat er feitelijk niets aan mij te corrigeren valt. Als u een schoolvoorbeeld van een correcte burger zoekt, dan komt u al snel bij mij uit.

Natuurlijk zijn er in de loop van de 70 jaren, die ik op aarde heb doorgebracht, de nodige mensen geweest, die het desondanks nodig vonden mij te moeten verbeteren. Volstrekt overbodig. Goede wijn behoeft geen krans.

Degenen die de mode bepalen, volgen mij al jaren. Ik durf kleding te dragen, waar anderen zich niet aan wagen.


Desondanks ging ik de afgelopen week op zoek naar een corrector.

Ik wil u namelijk een voor u schokkende bekentenis doen.

Ik ben niet perfect. Zelfs ik maak fouten....

En daar ik niet uit kan sluiten, dat er in het manuscript van "Glibbers op glissen" taalfouten de vinden zijn, hebben we gisteren een corrector gezocht en gevonden. Hij gaat zich buigen over de aangeleverde tekst, terwijl de vormgever en ik ons bezig houden met de foto's en illustraties, die in het boek over een halve eeuw kunstijs in Leiden gaan komen.
Het schaatsboek komt volgens planning eind oktober uit en is daarmee een perfect cadeau voor Sinterklaas.


Hierbij krijgt u van deze oude rot een gratis advies.

Zet "Glibbers op glissen" alvast op uw verlanglijstje!

maandag 8 juni 2026

Kabouterstappen

Om een uur of 6 begon het behoorlijk hard te regenen. De piek was voorbij, toen ik na het avondeten op de fiets stapte om samen naar de droogtraining van IJVL en VIJL te gaan.
Samen reden we via de Corbulotunnel naar de skeelerbaan van Leiderdorp. Ondanks de regen waren we met een tiental deelnemers. Peter Daleman verzorgde deze training.
We liepen naar de Munnikenpolder, waar we bij het strandje aan de Does de spieren oprekten. 

Het lopen was nog niet helemaal pijnvrij, maar het ging beter dan afgelopen zaterdag.

We liepen naar de eerste molen langs de Does, waar we aan de picknicktafel wat buik- en rugspieroefeningen deden.


We liepen naar de eerste molen en mijn verrekte spier werd steeds soepeler.

We liepen naar de tweede molen, waar we een serie beenspieroefeningen afwerkten. De pijn was zelfs weg tot ik zo stom was om de kikkersprongen toch he doen. Bij het naar de eerste molen toelopen werd de lichte pijn alweer minder.

Na andere beenspieroefeningen gingen we op het fietspad de ganzenpas doen. Deze zware oefeningen verving ik door de lichtere schaatsstappen.

Later deden we de ganzenpas nogmaals.

Uiteindelijk deden we met de hele groep een serie schaatsstappen.

Bij de fietsersbrug volgde een serie van 5 beenspieroefeningen, die diverse keren omhoog werd herhaald. Marten Toonder zou trots zijn geworden van onze uitvoering van de kabouterstap. Ja, Het kleine volkje houdt ons danig bezig de laatste dagen.

Hoe het ook zij, mijn blessure voelde ik aan het eind van de training stukken minder dan aan het begin. De pijn verdween niet met reuzenstappen, maar met kabouterstappen.

Vormgeving

Vanmorgen gingen we verder met het invoegen van de afbeeldingen in het manuscript van "Glibbers op glissen"

Om half 9 hadden we afgesproken bij Coördesign om verder te gaan met waar we vorige week mee waren begonnen. Voordat we aan de slag gingen, kwam Rick van Oosterhout erbij.

We wilden het resultaat van 2 dagdelen laten zien en daarna een besluit nemen over de vormgeving van het boek. Nadat de beslissing was genomen konden we verder gaan met ons werk.
Bij sommige hoofdstukken hadden we nauwelijks afbeeldingen, bij de bouw van IJshal De Vliet konden we kiezen uit een paar honderd foto's.



We hebben een kleine selectie eruit gemaakt.

Morgen gaan we verder met de beginpagina's, waarbij de foto's uit de jaren '70 komen. Inderdaad een grijs verleden.

Maar waar Ronald Koeman nog enkele lastige keuzes moet maken voor de juiste samenstelling van het Nederlands elftal, daar hebben wij de knoop al doorgehakt.

Maar ja, wij hebben geen 18 miljoen bondscoaches, die ons constant op de vingers kijken....

zondag 7 juni 2026

Klein Duimpje en de Blauwe tram

Vrijdag sloot de lezing over Marten Toonder en Ierland af met "Het kleine volkje".

Gisteren had ik een vrij rustige dag. 





Naast boodschappen halen en aardbeien plukken op de volkstuin liep ik een rustig rondje van anderhalve kilometer om het weiland aan de rand van de Stevenshof. Het was vooral om te voelen, hoeveel ik mijn verrekte spier kon belasten. Nou, dat was nog niet zoveel. Echt pijn deed het lopen niet, maar ik voelde het wel degelijk. Nu ik niet voluit kon lopen, had ik tijd voor de bloemen.











's Middags had ik de nodige huishoudelijke klussen te doen.
En naar aanleiding van deze foto in "Sijthoff" maakte ik met Bas en Joep een afspraak om vanmiddag naar "Klein Duimpje" te gaan.


En daar "Klein Duimpje" zo klein bleef als een duim, paste hij naadloos bij "Het kleine volkje".

Na een kletsnatte nacht, waarvan wij door een diepe slaap niets van gemerkt hadden, was het vanmiddag prima fietsweer.

Terwijl Ada na de lunch naar de volkstuin vertrok, fietste ik naar Hillegom, waar ik naast Bas en Joep ook Nel mocht verwelkomen. We konden bij een tweetal biertjes en een portie bitterballen bijkletsen en de niet geblesseerde lachspieren gebruiken.

Thuis had ik me voorgenomen, dat mijn tweede biertje een "Blauwe tram" zou zijn.
Na een Aholi nam ik het biertje, dat dit jaar op de medaille van de Leiden Marathon prijkt.

Van Het kleine volkje via een lange afstand naar klein bier....

zaterdag 6 juni 2026

Marten Toonder

Gisterenavond zijn Ada en ik naar een lezing over Marten Toonder en Ierland gegaan in Sijthoff in Leiden. Dit vond plaats in het kader van een serie over Ierland.

De lezing werd gegeven door Klaas Driebergen, die diverse boeken over de schepper van Tom Poes en Olivier B. Bommel op zijn naam heeft staan.

Als 13-jarige las hij zijn eerste boek uit de Bommel-saga en werd er dusdanig door gegrepen, dat hij later Nederlands ging studeren en zijn eindscriptie maakte over Bommel en Bijbel.

Hierin speelde de Zwarte Zwadderneel een belangrijke rol en dat bood Toonder de mogelijkheid om vol op het orgel te gaan met  de Tale Kanaäns. Uiteindelijk leidde dit tot een aantal boeken over Toonder en zijn werken.

Marten Toonder en zijn vrouw Phiny Dick gingen in 1951 met een kleine auto naar Ierland en bij the Ring of Kerry kwam hij tot de conclusie, dat dit het landschap was, dat hij altijd al tekende. 

Dit leidde ertoe, dat zij in 1965 naar Ierland emigreerden. Zij gingen wonen in Greystones aan de voet van the Wicklow Mountains.

Met dagelijks gedisciplineerd 10 uur werken bouwde de striptekenaar aan een indrukwekkend oeuvre.

Het prachtige, maar vaak ook desolate Ierse landschap vormde een rijke bron voor inspiratie.

Bomen en stenen hebben een prominente plaats in de tekeningen.
Net als de Keltische kruisen.

Klaas Driebergen organiseert ook Toonder-reizen naar Ierland.

Het slotdeel van de lezing ging over "Het kleine volkje", het mystieke deel van Eire. Kabouters, leprechauns, elfen en onzichtbare wezens bevolken delen van het Groene eiland. Wie wel eens in Ierland geweest is, kan zich goed voorstellen, dat deze sprookjesfiguren hier leven.

Eén van die verhalen ging over Tuatha De Danann. Ooit was er een strijd tussen 2 mythische volkeren. De één verloor. De winnaars bleven boven de grond wonen, de verliezers trokken zich terug onder de grond. Dat waren De Danann.

Dit riep bij mij associaties op met Newgrange. Deze graftombe van 3200 jaar geleden heb ik tijdens een vakantie in Ierland met Bas, Nel, Joep en Thea bezocht in 1977.

Het bijzondere is, dat slecht eenmaal per jaar direct zonlicht naar binnen schijnt: bij de zonnewende in de winter, als de zon op zijn laagst staat!
Bij het tekenen van "Het kleine volkje" was "De Elfen" van Brian Froud een inspiratiebron voor Toonder.

In de pauze dronken we een Spaans alcoholvrij biertje van Damm. 

We praatten met een schaatser, die sinds dit seizoen in de droogtrainingsgroep van IJVL en VIJL zit. Na de pauze zaten we een grote kring en konden we over en weer vragen stellen, waarbij de mystieke kant van zowel Toonder als Ierland ook aan bod kwam. 

En waar de striptekenaar bij zijn eerste bezoek aan het westen het gevoel had, dat hij thuis kwam, daar had ik datzelfde gevoel bij Skellig Michael.
Ik herkende alles.

We stonden met één been in een andere wereld.

Crosby, Stills, Nash and Young zongen over het verschijnsel "Déjà vu".

Wat dat aangaat kan ik mij vinden in de wijze woorden van een Heer van stand.