vrijdag 10 april 2026

Valkenburgse meerloop

Vannacht had het geregend en er stond aardig wat wind, nadat we gisterenavond een paar donderslagen hoorden. Niet bepaald iets, wat je begin april verwacht.

Desondanks hadden we prima geslapen.

Voor het ontbijt zetten we een brandnetelmot buiten en na het ontbijt deden we wat kleine klussen in huis, terwijl een buurvrouw koffie kwam drinken in onze achtertuin.


Rond het middaguur reden we naar de volkstuin. Ada om er de hele middag te werken, ik om wat tomatenplanten op te halen en naar mijn schoonmoeder te brengen.


Onderweg genoot ik op deze vrij frisse dag van de lentebloemen langs het fietspad.
Thuis lunchte ik, waarna ik mijn sportkleding aantrok om met het oog op de Leiden Marathon aan mijn loopconditie te gaan werken. Ik fietste naar de volkstuin, vanwaar ik naar het Valkenburgse meer liep. Daarbij kwam ik langs Avalex, waar ik woensdag wat plastic had weggebracht. Een stuk verderop zag ik een boot, die zijn beste tijd gehad heeft.


Als het kabinet nog een onderzeeboot zoekt om naar de Straat van Hornuz te sturen, dan hebben ze er hier eentje, die spotgoedkoop is.












donderdag 9 april 2026

Hartritmestoornissen

Dinsdag stond er een tamelijk alarmerend artikel op de site van de NOS onder de titel "35-plusser die jaren intensief sport, loopt groter risico op hart- en vaatziekten".

Mensen van 35 jaar of ouder die jarenlang intensief sporten, lopen een grotere kans op specifieke hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoek waar het Radboudumc aan heeft meegewerkt.
Bij sporters wordt vaak niet gedacht aan hart- en vaatziekten, zegt onderzoeker Thijs Eijsvogels. Dat is onterecht, blijkt nu. Bij heel fanatieke sporters komen hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders juist vaker voor.

Het gaat dan wel over heel intensief sporten, zegt Eijsvogels. "Sport waarbij je hartslag en ademhaling flink omhoog gaan, waarbij je niet meer een fatsoenlijk gesprek kunt voeren." Ook gaat het niet over eenmalig intensief sporten, maar ten minste vijf tot tien jaar.
"Sporten is in principe gezond", benadrukt Eijsvogels. "Het verlaagt het risico op vroegtijdige sterfte en op tal van chronische ziekten."

De meeste gezondheidswinst valt te behalen als iemand die niet sport actief wordt. Het voorschrift van de Gezondheidsraad is om ten minste 150 minuten per week matig intensief te bewegen. "Als je tussen de drie en vijf uur per week sport, zit je aan je maximale gezondheidswinst", zegt Eijsvogels. "Daarboven levert het niet zo veel meer op."

Vanaf een bepaalde hoeveelheid en intensiteit sporten ontstaan er dus juist extra risico's, zegt de onderzoeker. "Maar waar dat omslagpunt precies ligt, weten we nog niet." Ook is nog niet bekend waarom fanatieke sporters vaker kampen met hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders.
Wel is duidelijk dat hart- en vaatziekten bij fanatieke sporters anders tot uiting komen dan bij mensen die normaal of niet hebben gesport. Zij kunnen dit merken aan een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten, zegt Eijsvogels. "Als je bijvoorbeeld niet meer het tempo kan fietsen wat je daarvoor deed en op je sporthorloge ziet dat het samenvalt met een tijdelijke verstoring van het hartritme."
De onderzoekers hebben nieuwe richtlijnen opgesteld om sporters met hart- en vaatziekten beter te begeleiden en behandelen. Maar het is natuurlijk nog beter om te voorkomen dat je deze ziekten ontwikkelt, zegt Eijsvogels.
Een verhoogde bloeddruk of verhoogd cholesterolgehalte bij een fanatieke sporter werd tot nu toe vaak niet serieus genomen. "Er wordt vaak gedacht: maar je bent een sporter, je zit iedere week op de fiets, je bent in voorbereiding op een marathon. Je compenseert dat wel je met je gezonde leefstijl."
Er is een omslag in denken nodig, vindt Eijsvogels. Hij adviseert fanatieke sporters van 35 jaar of ouder om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers. "En als ze verhoogd zijn, doe er dan wat mee en steek niet je kop in het zand."
Voor mij is de uitkomst van dit medisch onderzoek niet helemaal nieuw. Het komt namelijk overeen met een levensverwachtingsonderzoek, dat gestart is na de Elfstedentocht van 1956.

De groep wedstrijdrijders, de toertochtrijders en de Nederlandse bevolking werden in 3 groepen verdeeld. Dit leidde tot een verrassende conclusie. De toertochtschaatsers leefden gemiddeld langer dan de Nederlandse bevolking. Maar waar je zou verwachten, dat de wedstrijdrijders nog beter zouden scoren, daar gebeurde juist het omgekeerde. Zij leefden gemiddeld niet alleen korter dan de toerrijders, maar ook korter dan de gemiddelde Nederlander!
Mijn vroegere huisarts zei altijd: "Topsport begint, waar gezondheid eindigt!"

Nu heb ik de naam, dat ik een fanatiek sporter ben. Dit is vooral ingegeven door het feit, dat ik een enorm duurvermogen heb opgebouwd in de loop van jaren. Er zijn niet veel schaatsers, die 200 kilometer op kop rijden in zich hebben. Dit is mogelijk, doordat ik een zeer gelijkmatig heb, dat ik héél lang vol kan houden. Een soort ingebouwde cruisecontrol. Zo'n Alternatieve Elfstedentocht rij ik meestal maar 1 of 2 keer per jaar en dat geldt ook voor de marathon, die voor mij steevast de Leiden Marathon is. Ik neem rustig de tijd om met bekenden langs de kant even bij te praten. Hoeveel marathonlopers gaan rustig in een tuin op een tuinstoel zitten?

Feitelijk wordt de marathon zo viermaal een 10 kilometer lopen met 5 tot 10 minuten rust tussendoor. En dat is voor een fitte 70-jarige duursporter prima te doen.
Ik train wel veel, maar ik ga zelden echt diep. En als trainer weet ik, dat een inspanning leveren prima is, zolang je je lichaam maar tijd gunt om te herstellen. Ik ben nog nooit overtraind geweest en door de nadruk op gedoseerd duurwerk zie ik dat ook niet zo gauw gebeuren. Een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten kan namelijk ook een gevolg zijn van zowel te veel als te weinig trainen als van onderliggende lichamelijke klachten.

Voor wat betreft het advies om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers: nadat in 2017 een veel te hoge bloeddruk bij mij is vastgesteld, doe ik dit veelal jaarlijks.

Denk echter niet, dat ik zo arrogant ben, dat ik denk, dat hartritmestoornissen mij niet zou kunnen overkomen. Ik leef lang genoeg om te weten, dat we als mensen allemaal kwetsbaar zijn.

Lepelaarsloop

Voor vanmorgen stond een trainingsloop met Aad Kleijweg in de agenda. Om kwart over 9 stapte ik op de fiets, zodat ik om half 10 bij deze trainingsmaat zou zijn. Vanaf zijn huis liepen we naar polderpark "Cronesteyn", waar we op het eerste bruggetje onze spieren oprekten. 
Van de voorspelde 22 graden was echter bij lange na geen sprake, zodat ik mijn afritsbroek maar aanhield. Vanmorgen was het nog te fris om in een korte broek te gaan lopen.
Het was verder een prima temperatuur om in te lopen, want met hardlopen loopt de lichaamstemperatuur immers ook aardig op. We liepen driemaal een kilometer door deze groene long in dit deel van de Leidse regio. De eerste kilometer ging in 4.52, de tweede in 4.49 en de derde in 4.44. Een mooie aflopende reeks.
De eerste cooling down deden we rond de nog steeds bestaande slotgracht van het verdwenen kasteel "Cronesteyn"

Waar ooit de torens van het kasteel stonden, staan nu hoge bomen.

Deze groene torens werden nu bevolkt door lepelaars, die daar hun nesten hadden gemaakt.





Een stukje verderop stond de eerste daslook al in bloei.



We liepen daarna over dezelfde route terug naar het huis van Aad, waar we na een kleine 10 kilometer lopen muntthee dronken met een stukje amandelstaaf erbij.
Ik haalde daarna wat fruit bij "De Helianth", waarna ik naar IJshal De Vliet pedaleerde. Daar kreeg ik te horen, dat het bestuur van de Stichting IJshal De Vliet had besloten, dat "Glibbers op glissen" in het najaar uit gaat komen, 50 jaar na de bouw van de Ton Menken IJsbaan, die gebouwd was voor 25 jaar en in totaal 47 jaar in bedrijf is geweest.

Op de ijshockeybaan was het Nederlands ijshockeyteam bij de vrouwen aan het trainen. Dat zijn pittige trainingen met veel korte sprintjes en draaien en keren.

Op de 250-meterbaan, waar we vorige week dinsdag voor het laatst geschaatst hadden op osmoseijs, bleek het ijs nog lang niet gesmolten.



Met het oog op eventueel schilderwerk in de zomer wilde ik kijken, hoe de verflaag eruit zou zien, maar op dit moment is daar nog geen zinnig woord over te zeggen.


Na deze inspectieronde fietste ik naar de volkstuin, waar ik met een kruiwagen stenen van onze tuin naar de bijentuin bij de ingang transporteerde. 


Daar zag ik deze buishyacint staan,

Op weg naar huis zag ik deze Nijlganzenkuikens.

U ziet het, ik maakte een flinke omweg....
En om de cirkel rond te maken, kwam ik vlak bij de Stevenshof deze lepelaar in het weiland tegen.

woensdag 8 april 2026

"Mijn opa is sloom!"

Vanmorgen had ik een hoop te doen, voordat ik naar Rotterdam af zou reizen om op onze kleinzoons te passen. Na het ontbijt pompte ik mijn voorband op, die inmiddels weer plat stond. Daar het zeer langzaam ging was de conclusie, dat de band poreus was.

Het was hopeloos om te proberen zo'n band nog te plakken. De eerste rit was naar Avalex in Wassenaar, waar ik met 2 volle fietstassen naar toe reed om plastic afval te laten recyclen. Onderweg kwam ik langs het weiland, waar een grutto vrij dicht bij het fietspad was.

Ook de kievit was duidelijk herkenbaar.
Ik trapte door naar Noord-Hofland, waar ik bij fietsenmaker Van Vliet meteen geholpen werd. Binnen 10 minuten zat de nieuwe binnenband erin. Zo snel had ik het absoluut niet gekund.
Ik haalde thuis mijn rugzak en een tas met 5 tomatenplanten op en reed naar Leiden Centraal, waar ik een 10 minuten vertraagde trein naar Rotterdam had.
In de trein kreeg ik een appje, dat onze jongste kleinzoon vandaag persé op zijn fiets met zijwieltjes naar school wilde rijden. Ik waarschuwde mijn zoon in Asturias, dat hij concurrentie kreeg.
Ik reed naar de school toe, waar de vierjarige intussen geregeld had, dat hij bij een vriendje zou gaan spelen. Ik reed achter de bakfiets met de klasgenoot en de kleinzoon op de fiets met zijwieltjes om te weten, waar ik hem op zou moeten halen. Voor de veiligheid gaf ik hen rugdekking. De kleuter vatte dit ietwat anders op, want hij orakelde: "Mijn opa is sloom!"
Meteen moest ik terugdenken aan mijn studententijd, toen een klasgenote mij regelmatig "Slome duikelaar" noemde.

Met dit jeugdsentiment kon mijn dag niet meer stuk.

Op de eerste officiële warme dag van 2026 aten mijn oudste kleinzoon, Ada en ik in de tuin.




Om half 3 haalde ik de jongste op, die in een park in een schuine bocht het gras in reed op zijn kleine fiets met zijwieltjes. Hij verblikte of verbloosde niet en reed doodgemoedereerd rechtuit tot de vaart eruit was. Hij stapte af, nam zijn kinderfiets aan de hand mee en stapte op het fietspad weer op.
Thuisgekomen speelden de jongens de hele middag samen en aan het eind betrokken ze opa, die toch minder sloom was dan eerst werd gesuggereerd, ook in het spel. Om 6 uur aten we in de de keuken, waarna we afscheid namen en op Rotterdam Centraal de trein van 19.11 hadden.
In de avondschemering fietsten Ada en ik nog even naar de volkstuin. Er was verder niemand, zodat we konden genieten van het vogelgezang aan alle kanten.

Maar we genoten ook van de bloemenpracht op de tuin.



Het aantal meldingen mijnerzijds aan waarneming.nl bedraagt inmiddels 1184.

Met de sloomheid van opa valt het toch nog wel mee....

dinsdag 7 april 2026

Tomatentransport

Vanmorgen gooiden we het plan voor deze week een beetje om. Oorspronkelijk zouden we vrijdag de thuis opgekweekte tomaten naar de volkstuin brengen, maar we besloten het vandaag al te doen. Daarvoor moest ik de fietskar na een jaar niet gebruikt te hebben weer rijklaar maken. Daar ik de banden van de kar op moest pompen, besloot ik alle fietsbanden onder handen te nemen.

Om 10 uur was Breed Transport klaar om de eerste vracht weg te brengen. Een half uur later volgde het tweede vrachtje. Ada bleef op de volkstuin, ik hing thuis de was op, lunchte en ging wat boodschappen doen bij "De Helianth". De potgrond, waar mijn vrouw om had gevraagd, was daar echter uitverkocht. Ik haalde een zak van 40 liter bij Ekoplaza. Na het fruit thuisgebracht te hebben, reed ik met de potgrond naar de tuin. Daar dronk ik thee met Ada.


Na een klusje gedaan te hebben na de thee fietste naar huis, waar ik mijn sportkleding aandeed. Ik moest nog trainen voor de Leiden Marathon over ruim een maand. Daar het niet uitmaakte, waar ik heen liep, liep ik naar de volkstuin toe, waar ik de planten op de tuin water gaf of deze warme lentedag.
Ada had inmiddels de meeste tomatenplanten gepoot.

De meeste tomaten stonden in de kas, een ras dat beter tegen regen kan stond buiten.

Het zal nog wel even duren, voordat het ketchup is....

Op deze dag van het tomatentransport zag ik aardig wat, zowel op de fiets als bij het hardlopen.

De bouw van het warmtenet gaat gestadig door.

De dotterbloemen gaven de slootkanten een gele gloed.

Het broedseizoen is begonnen en het is verboden de weilanden te betreden. Dat geldt zelfs voor mij!
Maar vanachter het hek kon ik prima de grutto zien, die op zoek ging naar wormen in de grond.

De meerkoeten hadden 2 kuikens.

De ooievaars in ieder geval eentje.

De foto is genomen via het kikkerperspectief. In de buurt van ooievaars altijd een hachelijke onderneming.

Deze honingbij concentreerde zich op de nieuwe voorraad honing, die wij op ons beschuit met aardbeien kunnen smeren.

Overbodig om te zeggen, dat ik het aardbeienbed ook water gaf.
Deze boshyacinten worden in Engeland blue bells genoemd.
Verder kwam ik onderweg nog wat gebruikelijke voorjaarsplanten tegen.
Bij thuiskomst zag ik, dat de voorband van mijn fiets plat stond. Deze had het tomatentransport niet helemaal goed doorstaan.