Ik verliet dromenland om half 8. Het was mistig, maar de zon deed haar best. De eerste training van de hoogtestage in Asturias kon beginnen.
Ik liep naar Villamartin. Dat plaatsje ligt 60 meter hoger en ineens liep ik niet meer in de mist, maar boven de wolken.
De eerste dag doe ik altijd rustig aan. Het lichaam moet nog wennen aan lopen op ruim 300 meter hoogte. Dat kwam mooi uit, want veel bloemen waren in alle kleuren van de regenboog te vinden langs de kant van de weg, terwijl er veel mooie doorkijkjes in het ochtendgloren te vinden waren.
Kortom, over de training van 4,7 kilometer deed ik bijna een uur. Ik douchte me en ontbeet met de anderen, waarna we via Nava naar L'Entregu reden, een oude mijnwerkersstad, waar we nog niet waren geweest. Hier bezochten we een markt om stof voor gordijnen uit te zoeken. Met gordijnstof, brood, groente en fruit van de markt reden we via een andere weg terug naar huis. Voor en na het middagmaal hing ik een was op. Ik ging lezen in "Reizen zonder John" van Geert Mak tot het uit was. Na de tweede warme maaltijd met onder andere vissoep gingen we om half 11 naar bed.
Na een zware inspanning als een marathon heeft je lichaam enige tijd rust nodig.
Vaak geeft je lichaam dat zelf aan, met name bij het traplopen en dan vooral naar beneden. Een enkele keer voel je niets. Dan ben je in topvorm. Soms voel je het donderdag nog. Dit keer duurde het bij mij ook tot donderdag, zodat ik de afgelopen dagen vooral veel fietste om de beenspieren soepel te rijden en te houden. Een ritje naar de Leidse binnenstad om boodschappen te doen werd zo al snel 20 kilometer of meer. Vandaag deed ik tussen het boodschappen doen en het naar de volkstuin brengen van een lunchpakket een korte duurloop aan de rand van de Stevenshof. Ik liep een kleine 3 kilometer in een rustig tempo, waarbij ik ook oog had voor de lentebloemen. De eerste hersteltraining zit erop. De komende weken ga ik dit langzaam maar zeker uitbouwen.
Onze reis naar Asturias kende 2 grote hoogtepunten. De eerste was bij aankomst, toen Siebe ons opgehaald had en wij onze kleindochter in onze armen konden sluiten. Dit zouden wij in die 2 weken heel regelmatig doen.
Ze was al flink gegroeid sinds wij haar in november voor het laatst gezien hadden. En tijdens ons verblijf zagen we, dat ze steeds meer contact met ons maakte. We genoten met volle teugen van ons kleinkind. Het tweede hoogtepunt volgde op de voorlaatste dag, toen de Rotterdammers arriveerden. Een uniek moment. Voor het eerst hadden we al onze kleinkinderen bij ons!
De jongens moesten na met hun kleine nichtje geknuffeld te hebben, hun energie kwijt. Dat konden ze na wat gedronken te hebben in het speeltuintje bij het dorpshuis. Vooral de kabelbaan was favoriet. Het genoegen om alle kleinkinderen bij ons te hebben konden we de volgende om 10 over 5 al ervaren. Onze jongste kleinzoon was wakker en om te voorkomen, dat de overige huisgenoten dat ook zouden worden, namen we deze vroege vogel tussen ons in. Bij Ada en mij kwam de slaap niet meer, bij de jongere broer wel toen zijn grote broer, gewekt door de regen die op het dek kletterde, ook bij opa en oma in bed kroop. Rond een uur of 8 trok ik mijn hardloopkleren aan en liep in een droog maar vrij bewolkt weer naar Nava, waar ik bij de panaderia een integral, een chapata en een campesino kocht. Via de hoge kant van Nava liep ik terug naar huis, waar ik me douchte. Om half 10 zaten we met zijn negenen aan een gezellige ontbijttafel. Ada en ik ruimden onze rolkoffer en rugzak in. Daar ik extra kleding had meegenomen, die ik in Asturias achter kon laten voor de volgende reizen, was mijn rugzak veel lichter dan bij andere reizen. Ik bracht het glas weg en bij terugkomst speelde ik verstoppertje en voetbal met de jongens. Aansluitend stond er een biologieles op het programma met een aardhommel, een muurhagedis en een grote roofvogel, die een buizerd, een zwarte of een rode wouw of een bruine kiekendief zou kunnen zijn. Oma ging met de kleinzoons naar de speeltuin, opa knuffelde zijn kleindochter voordat we naar Quintana wandelden, waar we bij "La Venta" een menu del dia zouden nemen. Ana en ik duwden de kinderwagen, de jongens reden op een tweetal kinderfietsen. De eerste gang was een Asturiaanse bonenschotel of een salade, de tweede gang rijst met een gebakken ei of kipfilet. Voor de jongens was er patat en een magnum als toetje. Na het eten en het afscheid van onze kleinkinderen bracht Siebe ons naar het busstation in Oviedo.
De afgelopen maand stonden er in het Leidsch Dagblad aardig wat artikelen over hardlopen in al zijn vormen. (Klik op de afbeeldingen om de tekst te vergroten) De opwarmer voor de Leiden Marathon, de Singelloop, kwam uiteraard ook aan bod. De essentie voor verreweg de meeste lopers is kort en bondig samengevat in een tweetal woorden: "Heel blijven!" Daarnaast stond er nog een ander artikel, dat meer stof tot nadenken bood. Zelf ben ik als 70-jarige inderdaad opgegroeid met het advies om links te lopen. En aangezien je een boompje moet buigen als het jong is, is dit inderdaad mijn voorkeur gebleven.
De argumenten, die Henk Jan den Ouden gebruikt, snijden op zich wel hout, maar dekken niet het hele spectrum aan mogelijkheden af. Hedendaagse technieken, die ons niet altijd veiligheid in het verkeer brachten, ontbreken in het artikel: het mobieltje en de fatbike. Als je iemand tegemoet loopt, die al fietsend op het scherm van zijn mobieltje kijkt, weet je dat je opzij moet kunnen springen. Jonge fatbikeberijders, die wheelies maken of andere stunts uithalen, heb ik liever voor me, dan achter me. De combinatie van fatbike en mobieltjestaren ben ik trouwens ook wel eens tegengekomen....
Maar ik ben ook een pragmaticus. Als het warm en zonnig is, dan kies ik graag voor de zijde met de meeste meeste schaduw. Dat doe ik ook, als je aan één zijde van de nauwelijks zichtbaar bent en aan de andere zijde wel. Veiligheid gaat voor alles.
Met dit in het achterhoofd zwalkte ik bij mijn trainingen in de heuvels van links naar rechts over de wegen. Dat had niets met dronkenschap te maken.
Op de stille slingerende wegen was je de ene keer aan de linkerkant zichtbaar en de andere keer aan de rechterkant. U ziet het, in dit heuvelachtige gebied heb ik ervoor gekozen om iedere dag 6 tot 7 kilometer te trainen. Mijn verste afstand was dit jaar 15 kilometer. Toch heb ik de Leiden Marathon afgelopen zondag net zo makkelijk (of moeilijk) gelopen als met de klassieke opbouw van 2 of 3 keer een 30 kilometer met tussendoor eenzelfde aantal halve marathons. En zoals ik met verschillende marathonschema's me heb voorbereid op de 42.195 meter hardlopen, zo zullen vele anderen hun eigen wijze hebben gevonden om zich klaar te stomen voor de klassieke afstand. Er zijn vele wegen, die naar Rome leiden. Maar in het geval van de marathon in en om de Sleutelstad kan ik beter zeggen, dat vele wegen naar Leiden leiden!
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.