

Tijdens de zonsopgang was het tamelijk fris te noemen.


Het wateroppervlak vertoonde slechts een enkele rimpeling.

De meeuwen ontbraken niet.

De albatros was echter in geen velden of wegen te bekennen.

Door de graafwerkzaamheden van de kinderen leek het strandje van het Valkenbugse meer wel een fjordenlandschap.
Het gras was geel, de bloeiende planten stonden langs de waterkant.




De futen doken onder water om hun ontbijt naar boven te halen.

Terwijl Ada na het zwemmen over het fietspad naar huis fietste, liep ik over het schelpenpad langs het Valkenburgse meer, dat ruim een jaar was afgesloten.

Laat niet als dank voor 't aangenaam verpozen....



Zo kwam ik in de hoek, waar de kant was afgekalfd.


Daar huisden nu nijlganzen en oeverzwaluwen.

Op weg naar het fietspad langs de A44 lagen grote zandhopen, waarop pioniersplanten een plekje hadden gevonden.

Toen ik na 5 kilometer lopen thuis was, gaf ik de planten in de tuin met een gieter nog water uit de sloot. Daarna douchte ik me en daarna zat ik aan de ontbijttafel. De temperatuur was inmiddels rap gestegen.

Na op de fiets boodschappen gedaan te hebben bij "Odin" in Voorschoten was het inmiddels tropisch weer geworden.























































