
We hadden goed geslapen vannacht. Bij de sanitaire stop halverwege de nacht zagen we een heldere sterrenhemel. Ik werd om 6 uur wakker en ging naar het toilet. Ada sliep rustig door tot 7 uur. We ruimden de tent leeg en zetten deze te drogen in de zon.
Na het ontbijt was de tent kurkdroog. Daar de voorspelling was, dat het morgenochtend zou gaan regenen, stelde Ada voor om vandaag naar huis te fietsen. Een flinke trap, maar niet onoverkomelijk. 
Om half 10 zat alles op de fiets. Na de tanden gepoetst te hebben, stapten we op de fiets en bij de receptie leverden we tentnummer 1103 in en verlieten we camping "De Pampel".
We reden naar Hoenderloo toe. De kortste weg was dwars over "De Hoge Veluwe", maar dat zou ons € 13,85 p.p. kosten. Voor dat bedrag fietsten we wel om. Het was nog een klein stukje klimmen, maar daarna reden we vrij vlak naar Otterlo toe langs de doorgaande weg.
Daar stuitten wij op het terras van "De Waldhoorn", waar we een cappuccino, een jus d'orange en 2 frambozencheesecake namen en nuttigden. Op het terras kwam een vrouw naar me toe van IJsclub Alkemade, die op woensdagmiddag in IJshal De Vliet op het uur na ons schaatsles gaf.
We volgden de knooppunten, die ons langs de bosrand naar Lunteren brachten. De eerste zandpaden waren ons deel, maar na Lunteren volgden er veel meer.
Op één ervan passeerden we een groep stilstaande fietsers. Eén van hen wist ons met onze bepakking op waarde te schatten: "Kijk, dat zijn nog pas échte fietsers!"
Maar ja, wat wil je ook. Voor ons was het mountainbiken met bepakking. Met 28 graden Celsius was het trouwens ook behoorlijk warm.
We lunchten op de trappen van het gemeentehuis van Scherpenzeel. Deze lagen in de schaduw.
Het was bewolkt, toen we naar Woudenberg fietsten. Daar moesten we een stuk wandelen door de braderie de doorgaande winkelstraat. Het tweede stuk namen we een parallelstraat.
Via Maarn klommen we naar de piramide van Austerlitz.
We daalden af naar Zeist en langs de KNVB en Woudschoten reden we naar Bunnik, waar we langs Rhijnauwen naar de Kromme Rijn pedaleerden.
Ondanks het missen van een bord van de LF4B,de Midden-Nederlandroute, kwamen we bij de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze volgden we echter iets te lang, waardoor we via Vleuten naar Harmelen trapten. Hier kwamen we langs het gedenkteken van de treinramp in 1962. 
Langs het spoor reden we naar Woerden, waar we bij een ijssalon een dubbele aardbeiencheescake-ijsje namen. Op het jaagpad langs de Rijn genoten we van de meanderende rivier. Aan het jaagpad kwamen we in Bodegraven bij Argentijns restaurant "Asador" uit.

Op het terras namen we 2 filettes de panga en 3 Skuumkoppe 0.0 aan tafel 44.
We zouden via Boskoop naar huis fietsen, maar namen een verkeerde afslag. Een mooie slingerweg zoals langs de Meije, maar deze voerde naar Reeuwijk. Het is beter ten halve te keren dan ten hele te dwalen, dus we reden de slingerweg in omgekeerde richting.
Via Boskoop reden we naar Hazerswoude Dorp en vandaar langs het voormalige Bommelmuseum naar de Elfenbaan.
Via Cronesteyn reden we de Sleutelstad binnen. 
Bij station De Vink was de doorgang afgezet door de politie. Met de Prorail-voertuigen erbij wisten wij genoeg. Zo hadden we op het laatste moment nog een omweg. Zodoende kwam de totaalstand van de fietsvakantie door Midden-Nederland op 532,14 kilometer, een gemiddelde van 66,5 kilometer per dag. Vandaag reden we 138 kilometer, het dubbele van het gemiddelde. Niet gek voor 2 doordouwers van 71 jaar.
zondag 16 augustus 2026
Zandpaden en jaagpaden
zaterdag 15 augustus 2026
Oosterbeek
We hadden een redelijke nacht gehad. Het kabaal, dat de wildroosters overdag gaven vanwege het verkeer, was 's nachts vrijwel verdwenen. Om een uur of 2 werden we wakker, maar de slaap kwam weer terug tot het verkeer om 6 uur 's ochtends weer op gang kwam.
We gingen douchen, waarna Ada haar knie insmeerde. Ze was gisterenavond gestruikeld over een gele scheerlijn, die goed afsteekt tegen het gras. Behalve als het gras zelf geel is....
Het ontbijt ging in tweeën. Eerst maakten we de restjes van het brood van gisteren op. Daarna kuierde ik naar de campingwinkel, waar ik 2 croissantjes, kaas en een halfje volkoren kocht. De croissantjes aten we meteen op, de kaas en het brood namen we mee voor onderweg.
Bij het verlaten van de camping boekten we 1 nacht erbij. Deze was € 10,- duurder dan gisteren. De afzetters! We verlieten "De Pampel" om via Hoenderloo over een glooiend landschap langs kaarsrechte wegen naar Deelen te fietsen.
We reden heel rustig om Ada's knie te ontzien. Via Schaarsbergen reden we langs prachtige glooiende landgoederen naar Oosterbeek.

In de Weverstraat stalden we onze fietsen. Bij "Puur koffie" dronken we cappuccino met havermelk en chocolademelk met pure chocolade en een bananenbrood en pecan-caramelkoek erbij. Op een bank bij de beek lunchten we.
Op weg naar Mieke en Rens deden we nog even wat boodschappen. De ontvangst was allerhartelijkst. We werden onthaald met thee, lekkere koek en een meloenijsje, terwijl we gezellig bijpraatten over alle lief en leed. Om 4 uur stapten we op de fiets met 2 alcoholvrije biertjes als verjaardagscadeaus.
Op de terugweg fietsten we langs de erebegraafplaats in Oosterbeek. Zij vielen voor onze vrijheid.
Voor een deel reden we dezelfde weg terug, tot we bij het Deelerwoud af konden slaan. Kilometerslang reden we over de vergraste heide.


Halverwege belden we de jarige Siebe.
Op een fietspad langs de A50 klommen en daalden we tot de afslag naar Hoenderloo. We zaten op de weg naar de camping, waar we om half 7 na 52 kilometer fietsen aankwamen.
Met allerlei gemengde groenten maakte Ada een heerlijke maaltijd. Het toetje was Skyr met aardbeien en muesli. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd.
Ada las verder in "Het wonderbaarlijke voorval van de hond in de nacht" van Mark Haddon, ik in "Zwarte koffie".
Droge donderslagen
Om half 6 werd ik door een harde donderslag wreed gewekt.
Ik droomde op dat moment en was dus in mijn R.E.M.-slaap.
De bliksem en donderklappen volgden elkaar in een hoog tempo op. Soms zat er maar 3 seconden tussen een flits en de donder, dus de bliksem was maar een kilometer van ons verwijderd. We wachtten op de regen, maar die kwam maar niet. Er was sprake van droge donderslagen.
Een donderslag bij heldere hemel derhalve.
Toen ik na het ontbijt naar de Leidse binnenstad fietste om bij de Oogstwinkel en "De Helianth" boodschappen te doen, zag alles in die omgeving er ook kurkdroog uit. 
Net als toen ik naar de volkstuin reed om Ada vers brood te brengen. Het water in het kleine vijvertje stond vrij laag, dus ik goot met een gieter wat slootwater erin. Dat kon deze kikker wel waarderen.
Lokaal heeft het echter wel geregend. Van mijn collega Nelina kreeg ik te horen, dat het in Katwijk behoorlijk geregend had: "Alles is zeiknat hier."
Teneinde wat aan mijn eigen droogteprobleem te doen, fietste ik via de Buitenkaag naar Hillegom, waar ik om 4 uur met Bas en Joep afgesproken om bij "Klein Duimpje" een biertje te gaan drinken.
Op het halfbewolkte terras was het prima uit te houden. Het alcoholvrije biertje van "Van de streek" smaakte prima, net als het Mexicaanse biertje. Onze dorst was aardig gelest. Kennelijk had dat de weergoden aan het denken gezet, want toen ik na vandaag 62 kilometer te hebben gefietst Leiden binnen reed, zag ik, dat de straten nat waren. Het had zowaar een keertje geregend.
Vooral voor de tuinen was dit heel prettig,
vrijdag 14 augustus 2026
Tropisch schaatsen
De maximum temperatuur was vanmiddag 33,3 graden Celsius. Ja, en waar denk je dan aan als Leidse schaatser? Waar anderen de verkoeling zochten in het water, wist ik een veel koelere plek te vinden: IJshal De Vliet!
Deze was voor iedereen gesloten vanmiddag, maar als vrijwilliger én als baanrecordhouder heb je natuurlijk wel een streepje voor.
Zodoende fietste ik in tropische lucht naar het ooit door Ton Menken bedachte zomerijs. In een t-shirt en een korte broek betrad ik de ijshockeybaan. Het was er 13 graden Celsius, 20 graden kouder dan buiten.


Het noordelijk deel was goed en gleed prima, het zuidelijke deel zag er doffer uit en was stroever. Nadat Rick en David klaar waren met hun overleg, werd ik al schaatsend in zomers tenue op de foto gezet zoals Kees Verkerk in de jaren '60.
Je ziet meteen, waarom Kees wereldkampioen geworden is en ik niet.







In mijn Wees wijs met de Waddenzee-shirt, een gebied waar veel mensen verkoeling zoeken, had ik mijn ijsgewenning voor het nieuwe schaatsseizoen nu al achter de rug. Want hoe vaak je ook schaatst, aan het begin van het seizoen moet je toch altijd wennen aan het ijs.
Geniet nog even van de foto's, want zo vaak zul je mij niet zien schaatsen met korte broek. Alleen met tropisch schaatsen!

Op de 250-meterbaan ligt nog geen ijs. De verf op de vloer is keurig bijgewerkt. In september gaan we de ijsvloer leggen. Het mag nu dan tropisch zijn, over 6 weken wordt het schaatsseizoen 2026-2027 geopend. Mis het niet!!!
Het schelpenpad


Tijdens de zonsopgang was het tamelijk fris te noemen.


Het wateroppervlak vertoonde slechts een enkele rimpeling.

De meeuwen ontbraken niet.

De albatros was echter in geen velden of wegen te bekennen.

Door de graafwerkzaamheden van de kinderen leek het strandje van het Valkenbugse meer wel een fjordenlandschap.
Het gras was geel, de bloeiende planten stonden langs de waterkant.




De futen doken onder water om hun ontbijt naar boven te halen.

Terwijl Ada na het zwemmen over het fietspad naar huis fietste, liep ik over het schelpenpad langs het Valkenburgse meer, dat ruim een jaar was afgesloten.

Laat niet als dank voor 't aangenaam verpozen....



Zo kwam ik in de hoek, waar de kant was afgekalfd.


Daar huisden nu nijlganzen en oeverzwaluwen.

Op weg naar het fietspad langs de A44 lagen grote zandhopen, waarop pioniersplanten een plekje hadden gevonden.

Toen ik na 5 kilometer lopen thuis was, gaf ik de planten in de tuin met een gieter nog water uit de sloot. Daarna douchte ik me en daarna zat ik aan de ontbijttafel. De temperatuur was inmiddels rap gestegen.

Na op de fiets boodschappen gedaan te hebben bij "Odin" in Voorschoten was het inmiddels tropisch weer geworden.



