donderdag 30 juli 2026

Cronesteynloop

Om 7 uur ontwaakten wij. Ada zou om half 9 gaan sporten in het Stevenspark en daarna via de volkstuin doorfietsen naar haar moeder. Ik had de wekelijkse afspraak om met Aad Kleijweg te gaan lopen. Het was niet al te warm, toen ik naar hem toe fietste.
We liepen naar polderpark "Cronesteyn" toe. Je voelde het warmer worden. 
We kozen ervoor om driemaal een kilometer te lopen, maar dan wat rustiger dan gebruikelijk. We zouden proberen aan te koersen op 5 minuten per kilometer.

Na ons opgerekt te hebben begonnen we aan de eerste 1000 meter. Halverwege zaten we op 2.31. We kwamen uit op 5.01. Over vlak lopen gesproken. De tweede begonnen we iets te rustig: 2.36. De eindtijd was 5.06, dus het tweede deel ging in de afgesproken snelheid.

De derde kilometer wilden we afleggen rondom de lepelaarsnesten. Bij het toegangsbruggetje langs de Vliet bleek dat niet mogelijk. De brug was gebarricadeerd.

Dat gold ook voor de toegangsweg over het schelpenpad aan de kant van de weilanden.

Als alternatief liepen we 5 minuten en kwamen we precies uit bij de ingang van "Cronesteyn", dat voor ons nu de uitgang was. We liepen naar het huis van Aad, waar we in de tuin muntthee dronken een gemberkoek aten, terwijl we zwetend napraatten.
Tijdens de loop had ik een boomstam vol paddenstoelen gezien. Ik reed naar huis via "Cronesteyn" om deze te fotograferen. Halverwege een kilometer in één tempo lopen kon ik dat uiteraard niet doen.



Bij de oversteek van de Vliet over de hoge brug zag ik, dat men vanaf een binnenvaartschip met een hijskraan bezig was met stalen damwandplaten.


Een succesvolle blokkade, want aan beide zijden van de brug lagen een paar binnenvaartschepen en tientallen plezierjachten te wachten, tot ze onder de brug door konden varen.

De vlinders hadden daar geen last van. Die fladderden gewoon over het water.

woensdag 29 juli 2026

Ordum


Om 7 uur werd ik wakker. Ik ging er meteen uit om in Nava brood te kopen.


Het was mistig, maar de nevel kreeg door de opkomende zon een gele gloed.









Via Villabona liep ik naar de panaderia, met een integral en een quartro in het kleine rugzakje liep ik via La Reposera terug naar huis, waar ik me douchte, mijn nagels knipte en met de anderen ontbeet.




Om 10 uur vertrokken we naar Fuentes, waar we naar Ana's ouders reden.


Daar vandaan vertrokken Siebe en ik met Ivan om over steile bergweggetjes naar het Piloñadal af te dalen.

Over brede maar rustige wegen reden we naar Borines, waar we de Ordum-brouwerij bezochten voor een rondleiding en een proeverij.



De brouwer vertelde zijn verhaal enthousiast en ook al was mijn woordenschat zeer beperkt, met Siebe had ik een uitstekende tolk.













Aanvankelijk was het een kuuroord met een groot hotel vanwege het geneeskrachtige water, dat naar rotte eieren rook.












Tijdens de Spaanse burgeroorlog deed het hotel dienst als kazerne en werden bijna alle kamermuren weggehaald. Alleen kamer 21 werd gespaard en dat werd de naamgever voor een amberbier.










Men schakelde na de Spaanse burgeroorlog over op de verkoop van mineraalwater. Tot de coronatijd ging het goed. De markt stortte toen in en men begon met de Ordum-brouwerij. Aan het slot van de rondleiding met oog voor historische details begonnen we aan de proeverij.

Iedereen kreeg een plankje met 3 glazen, die gevuld werden met lagerbier, amberbier en IPA.


Voor elk biertje was er een bijpassende kaas. Het smaakte prima.







Na afloop kochten we een set met 6 verschillende biertjes en met het oog op mijn oog een sixpack met een 0,0 variant. Met een zwarte Ordum-cap op verliet ik de brouwerij van Ordum cerveza.
We klommen over de steile bergweggetjes weer naar Fuentes, waar Ada en ik met onze kleindochter in de kinderwagen gingen wandelen. Het was puur genieten met het uitzicht op de omringende bergen en het dal van de Piloña ver onder ons.








Ook zagen we mooie planten, vlinders en bijen.











De anderen waren druk bezig met andere dingen. Op een boerderij is altijd wat te doen!

De moeder van Ana had een heerlijke aardappelsoep met draadjesvlees, wortel en doperwten voor ons gemaakt en een schotel met gebakken ansjovis. Het was heerlijk. Muy bien!
Ada en ik wandelden nog een stuk met onze kleindochter. Het was absoluut geen straf.









Een gier zweefde op de thermiek. Verder was er ook nog genoeg natuurschoon te zien.
















Om 5 uur vertrokken we met 2 auto's naar een steil bergpad. Siebe en Ana hielpen haar ouders met het verplaatsen van koeien van de ene wei naar de andere. Wij wandelden boven op het pad in de buurt van Siebes auto, terwijl de baby rustig sliep of door ons werd gekoesterd.








Ook hier was er naast de vergezichten dichtbij veel natuur te zien.











Na een klein uur waren de anderen weer terug. We reden naar huis toe, waar we om 7 uur aankwamen. Siebe reed door naar Oviedo om bij Ikea een bestelde kast op te halen. Toen hij terug was, laadden we de auto uit en sjouwden de onderdelen naar boven, waar Siebe begon met de opbouw van de kast.

Ik verleende hand- en spandiensten. De kast kwam niet af. Om 11 uur begonnen we aan een licht avondmaal met salade. Als toetje was er yoghurt met muesli en aardbeien. En ik nam een Ordum 0,0.

Om half 1 lagen we in bed.