dinsdag 15 december 2020

Een brood met een pleister

Er is bijna niets, dat zo goed helpt om te relativeren als kleine kinderen. Onze kleinzoon had een paar nachtjes bij ons gelogeerd en toen wij gisteren bij de vooraankondiging van de lockdown aan tafel zaten om te lunchen, kreeg hij van mij een sneetje zoutarm brood.
"Een brood met een pleister",  zei hij. 
De dunne aanduiding van eetbaar papier bovenop het brood riep bij hem de associatie met een pleister op.

Vanmorgen werd ik met een onbestemd gevoel wakker. Normaal gesproken zouden de "Krasse knarren" om 9 uur in de Leidse IJshal aan de piramide van 125 rondjes beginnen. Nu zal daar op zijn vroegst op 19 januari 2021 sprake van zijn. 
De komende 5 weken gaan er dus heel anders uitzien. Als ik niet kan schaatsen, dan ga ik voorlopig maar 3 keer in de week hardlopen. Je moet er toch voor zorgen, dat je conditie niet achteruit kachelt.

Ik ging vanmorgen naar het oude belastingkantoor aan het Stationsplein om de certificaten voor de Buitenschoolse sport terug te brengen. Normaliter zouden we deze vrijdag aan het einde van de laatste training uitdelen, maar dit jaar is weinig normaal.

Op weg er naar toe kwam ik langs de Leidse IJshal, waar ik de ijsmeester even sprak. Als hij de komende maand nog wat niet-technische klusjes heeft, ben ik bereid om hem te helpen. Daarna wierp ik voor de laatste keer in 2020 een blik op de lege gladde ijsvloer.
Na de certificaten afgegeven te hebben bij de afdeling Sport, fietste ik door naar "De Helianth" om de voorraad melk en fruit aan te vullen. Thuis  gekomen at ik met Ada en Faas en zag ik, dat ik vandaag de Waddenkalender en "Molen- en Merentocht" in kon leveren bij het bureau van Leiden Marathon.

Mijn eerste schaatsboek signeerde ik met "De Leiden Marathon is een uitstekende training voor de Elfstedentocht".

Via Oegstgeest en Rijnsburg fietste ik naar Valkenburg toe, waar ik een prachtige zonsondergang zag.



Symbolisch voor de huidige lockdown. Ondanks alle boven ons samengepakte donkere wolken gloort er licht aan de einder.

maandag 14 december 2020

Lockdown

De donkere wolken pakten zich al enige tijd boven onze hoofden samen. 

Vandaag werden de berichten over de naderende lockdown steeds sterker en concreter. Even had ik nog de hoop, dat sport de dans zou ontspringen, maar het mocht niet zo zijn.


Tijdens de toespraak van Mark Rutte werd het lot bezegeld. Ook de Leidse IJshal moest er aan geloven. Niet veel later kreeg ik dit bericht: Belangrijk bericht van de Leidse IJshal:
Gezien de afgekondigde Corona maatregelen zal de schaatshal vanaf 15 december gesloten zijn!  
We zetten de machines op een laag pitje met de hoop dat we na 19 januari weer open kunnen. 
De komende 5 weken zal het ijs aan de Vondellaan er zo desolaat bij liggen. Hopelijk kunnen we in de tweede helft van januari 2021 dit immer gladde ijs weer betreden.

Blijf dus doortrainen, zodat je dan weer uit de startblokken kunt schieten. Laat je er door de lockdown niet onder krijgen!!!!

Het perfecte plaatje


Het was die vrijdag in januari 2009 voor schaatsers een soort Bevrijdingsdag. Via via had ik vernomen, dat er voor het eerst in 12 jaar op de Kagerplassen geschaatst kon worden. Met mijn vriendin reed ik naar Rijpwetering, waar we onze schaatsen onderbonden.
Bij “De Vergulde Vos” kwamen we Bert en Bauke tegen, die al een rondje aan de oostzijde van de Kagerplassen gereden hadden. Zij gingen voor een tweede ronde, wij fotografeerden deze sprookjeswereld met berijpte bomen, rietpluimen en weilanden, een strakblauwe lucht en keihard zwart ijs.
Onderweg kwamen we diverse schaatsvrienden tegen, waaronder voor de tweede keer Bauke en Bert. We maakten een paar mooie foto’s van hen, maar de foto met een tweetal schaatsers op de brede sloot tussen Rijpwetering en Kaageiland met het berijpte landschap de weerspiegeling van het riet op het ijs en een molen op de achtergrond was het perfecte plaatje. Hoe Hollands wil je het hebben?

Hollandse meesters hebben eeuwen her deze verstilde schoonheid met penseel en kwast vast weten te leggen op het doek, ik deed het met een simpele klik op het fototoestel.

Ik kon toen niet bevroeden, dat deze foto later op groot formaat op doek zou verschijnen.

GroenLinks had voor een fotowedstrijd uitgeschreven rond het thema klimaatverandering. Als een van de winnende foto’s was het perfecte plaatje als spandoek bij de klimaatmarsen te bewonderen.


Als klap op de vuurpijl verscheen het perfecte plaatje ook nog eens op een boekomslag.

Het was dan ook een weerspiegeling van een perfecte dag.

Vrijthof

 
Grappig. Bij het ordenen van mijn oude foto’s, stuitte ik op deze foto van het Vrijthof. Een tijdsbeeld van een vervlogen tijd. Mijn klasgenoot Bert stond er prominent op in zijn favoriete pose. Als innemend type. Hij was niet zozeer een vlotte vent, maar wel een stevige stapper. Nooit gedacht, dat deze rasechte hippie later zo sportief zou worden en marathons zou lopen en Elfstedentochten zou schaatsen.

Ik heb die foto in mei 1978 gemaakt tijdens de buitenlandse excursie van de Bibliotheek Akademie in Amsterdam. Maastricht was een prima uitvalsbasis voor bezoek aan bibliotheken in Hasselt, Luik en Dortmund. Limburg werd het terras van Nederland genoemd en daar waren we het tijdens deze studieweek grondig mee eens.
Ik weet nog goed, hoe we elkaar een paar jaar eerder bij het begin van de opleiding leerden kennen. Hij was een van de weinige mannen in de klas. We hadden geen vaste plek in het klaslokaal in het monumentale grachtenpand aan de Keizersgracht. We zaten veel naast elkaar.

Hij ontpopte zich tot de clown van de klas. Lang kon hij dromerig voor zich uit kijken om dan plotsklaps met een snedige opmerking te komen. Sinds ik hem een keer “Slome duikelaar” noemde, gebruikt hij het als geuzennaam. Als ik een mailtje van hem ontvang, dan staat dat er steevast ergens in.
 Soms dacht ik, dat hij ijverig aantekeningen zat te maken. Na de les kreeg ik dan een net geschreven gedicht van hem. Dat kon van alles zijn, van experimenteel tot sonnet. Maar hij was wel zo praktisch, om in de pauze mijn aantekeningen over te nemen. 

zondag 13 december 2020

Eén erwt maakt nog geen snert

De mooiste boektitel van 2020 gaat zonder twijfel naar "Eén erwt maakt nog geen snert" van Asis Aynan.

Vanmorgen hoorde ik de auteur in het radioprogramma OVT. Het is een Riffijns gezegde, die in het Nederlands door het rijm in de titel heel goed in het gehoor ligt. Het gaat over de achtergrond van de bewoners uit het Rifgebergte, die naar Nederland gekomen zijn. De eerste generatie, naar West-Europa gekomen als gastarbeider, was eerder te betitelen als oorlogsvluchteling. Eind jaren '50 woedde er een burgeroorlog tussen de Marokkaanse regering en de Riffijnen. Gezien de soms gruwelijke vervolging van de verliezende partij kozen veel jonge mannen ervoor om hun land te verlaten en in Europa een nieuw bestaan op te bouwen.

Behalve nieuwe inzichten bracht dit boek door de pakkende titel bij mij een herinnering aan erwtensoep naar boven. Als kind lustte ik het graag, tot ik op een dag na het eten ervan vreselijk moest overgeven. Ik was in die jaren bijna nooit ziek en het maakte diepe indruk op me. Vermoedelijk had ik wat onder de leden en gaf het eten van snert me letterlijk een snertgevoel. 
Hoe het ook zij, na die dag heb ik jarenlang geen erwtensoep gegeten! De associatie, die ik gelegd had tussen het eten van snert en ziek worden zat er zo diep in bij me, dat ik er letterlijk geen hap van door mijn keel kon krijgen. Gek genoeg lustte ik doperwten heel graag.

Tot ik als twintiger een Molentocht maakte en honger kreeg. Er was gelukkig een koek-en-zopietent, waar de koeken waren uitverkocht en het enige voedsel erwtensoep was. Honger maakt rauwe bonen zoet, dus in arren moede nam ik een kop snert. En ik vond het nog lekker ook!
In één keer was ik genezen van mijn afkeer van erwtensoep. Daarnaast besefte ik wel, dat ik mezelf heel wat jaren tekort had gedaan....

zaterdag 12 december 2020

"Er komt toch geen Elfstedentocht!"

Het was na een (water)koude week vandaag een stuk warmer dan in de rest van de week.

Door de kou van de eerste decade van december, kwam de gemiddelde temperatuur over 30 dagen zowaar een keer onder het gemiddelde uit. Voor dit extreem warme jaar vrij uniek.

Om half 3 pakte ik de fiets en reed over de Velostrada naar de Kniplaan. Onderweg kwam ik "Krasse knar" Jaap Kroes tegen, met wie ik even praatte, voordat ik mijn weg vervolgde. 
Bij de Kniplaan aangekomen benutte ik de tijd door met een serie schaatsstappen en een paar keer statisch zitten een kleine droogtraining af te werken. Ik had mijn Fryslân-muts op mijn hoofd. Een van de passerende wandelaars zei: "Er komt toch geen Elfstedentocht!"

Voor 2020 gaf ik haar gelijk. Maar in 2021 kunnen de kaarten weer heel anders liggen.

Als het ijs er ligt, reizen we gewoon naar Fryslân af voor een Zelfstedentocht!
Hans en ik liepen langs de Vogelplas. Hoe graag we de Tocht der Tochten ook willen rijden, tegenwoordig zijn we al blij met een kleine week Vogelplas.

Bij de oostzijde van de Vogelplas sloegen we linksaf naar de Vlietlanden. Daar het vrij blubberig was, besloten we vandaag maar op de verharde paden te blijven. Dat voorkomt problemen met het thuisfront.

Na een rondje door de Vlietlanden waren we om kwart over 4 weer terug bij de Kniplaan. We hadden heerlijk gelopen en alvast het terrein verkend, waarop we de komende winter nog heel uren hopen door te brengen.

vrijdag 11 december 2020

Standvogels, trekvogels en Vroege vogels

Bij de fietsrit, die ik gisterenmiddag met Ada maakte zag Ada bij het Valkenburgse meer een ijsvogel op een paal zitten. Ik keek op dat moment naar mijn kilometerteller, die aangaf, dat de batterij bijna op was. Zodoende fietste ik vanmorgen naar fietsenmaker Van  Vliet om er een nieuwe batterij in te laten zetten.
Daarna kocht ik wat fruit bij "Odin" en via de Papelaan reed ik op huis aan. Daar zag ik in een weiland tegenover "De Horsten" een ooievaar en een zilverreiger. Het is inmiddels al bijna half december. Op school heb ik altijd geleerd, dat een ooievaar een trekvogel was, maar zo langzamerhand wordt het ook een standvogel.


Na de boodschappen op deze waterkoude dag op de juiste plek te hebben gezet, had ik tijd om rustig en ontspannen  wat klusjes op de computer te doen en wat te lezen, terwijl het buiten regende. Toch ging ik nog even de tuin in, daar een boot de sloot achter ons huis aan het uitbaggeren was.



Het kan aan mij liggen, maar ik zag geen watervogels....
Een uur later zag ik een hoop ijsvogels. Ik gaf in de Leidse IJshal dan ook aan 20 kinderen schaatsles voor de Buitenschoolse sport. De oefeningen, die ik woensdag gegeven had aan de kinderen uit Oegstgeest, kwamen in een iets andere volgorde terug. 
Het uur erna was de IJVL aan de beurt. Door uiteenlopende redenen was er slechts een trio kinderen. Daar de andere groepen aan het oefenen waren voor de Oliebollencup, een trainingswedstrijd, besloot ik mijn programma om te gooien en oefenden we de start en de bochten goed. Daar valt bij deze beginnende kinderen de meeste winst te behalen.

Om een uur of 7 was ik weer thuis, waar ik me omkleedde en samen met mijn vrouw onder het avondeten naar "Vroege Vogels" keek. De uitzending ging over de binnenstad van Leiden. Een absolute aanrader.


De Sleutelstad is niet alleen rijk aan cultuur, maar ook aan natuur, waar je vaak aan voorbij loopt! De volledige uitzending is te bekijken door HIER TE KLIKKEN.