Gisteren had ik 's middags bij de schaatsles in IJshal De Vliet al geëxperimenteerd met het training geven met een dobbelsteen als hulpmiddel. Reden om de grote dobbelsteen van schuimrubber opnieuw in te zetten bij de les van de IJVL.
Om beurten mochten de kinderen met de dobbelsteen gooien. Het aantal ogen dat gegooid werd bepaalde hoe vaak de oefening uitgevoerd moest worden.
Teneinde de oefening niet te zwaar te maken voor de kinderen, liet ik eerst de dobbelsteen rollen, waarna ik de oefening bekend maakte. Voor beginnende schaatsers is 250 best een flinke afstand, dus om na een 6 hen 6 rondjes voluit te laten rijden, is niet zo'n geslaagd idee. Een 1 leent zich daar beter voor. Bij de 6 kun je hen tijdens een rondje zesmaal laten vallen of een boekje laten lezen op het toilet.
Een 2 levert de mogelijkheid om in tweetallen de oefeningen uit te voeren, waarbij het ene rondje de ene schaatser voorop rijdt en de andere ronde. Voor de variatie kun je daarbij pylonen of plastic noppen er aan toevoegen. Bijvoorbeeld: de voorste rijdt wijdbeens, de achterste schuift de pylon tussen de benen naar voren. Deze pakt de pylon op en schuift de pylon tussen benen van de inmiddels gepasseerde compagnon naar voren.
Met 3 werk je in drietallen. Voorbeeld: de voorste trekt de middelste, die ook nog eens geduwd wordt door de achterste. Na 1 rondje gaat de voorste naar achteren en na 3 rondjes heeft iedereen elke plek een keer gehad.
Een hele leuke is als er 5 gegooid wordt: dan gaan we een rondje lang elkaar high fives geven. Goed voor het teamgevoel: elk kind wordt erbij betrokken!
Kortom, het wordt een speelse les met als voornaamste hulpmiddel een grote dobbelsteen. Maar de reactie van een kind aan het slot van de les maakte wel duidelijk, hoe doeltreffend dit kan werken: "Gaan we volgende keer weer met de dobbelsteen schaatsen?"
donderdag 29 januari 2026
De dobbelsteen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten