
Gisterenochtend was ik langs de ijsbaan van Warmond gefietst, waar vrijwilligers van de WIJC al voorbereidingen aan het treffen waren voor het opspuiten van het eerste laagje water op de skeelerbaan.
Het was de bedoeling, dat de baan vanmorgen open zou gaan. Daar ik om half 11 een afspraak had staan voor het leiden van kinderpartijtje in IJshal De Vliet zou ik pas daarna naar Warmond kunnen fietsen. We konden dus wat langer blijven liggen. Om een uur of 8 ging ik eruit, hees me in mijn sportkleding en dekte de ontbijttafel. Bij het ontbijt konden we genieten van de mooie zonsopgang.
Al snel kwamen er appjes binnen, dat de baan in Warmond om 10 uur geopend zou worden. Er werd de laatste hand gelegd om er een mooie ijsvloer van te maken.
Hulde voor alle vrijwilligers, die dit gedaan hadden voor ons ijsplezier.
In IJshal De Vliet was het ook behoorlijk druk. Er waren om half 11 2 kinderpartijtjes op de funbaan. Gerard van Tol leidde de ene, ik de andere. Ik maakte er een speelse schaatsles van. Veel oefeningen, die ik in de Kerstvakantie gebruikt had, kwamen nu ook van pas.
Voordat ik na de gezellige schaatsles om half 12 aanstalten kon maken om naar Warmond te vertrekken, kwamen diverse appjes binnen van de drukte op de ijsbaan aldaar.




Ik fietste langs de Witte Singel, die bijna helemaal dicht lag, naar de Warmondse ijsbaan. Bij aankomst was het nog steeds druk.
Het voelde een beetje aan als de titel van een lied van Robert Palmer uit de jaren '70.
Het gladde ijs van een gedweilde baan in IJshal De Vliet was onvergelijkbaar met de inmiddels afgetrapte natuurijsbaan. Dit was prima ijs voor een échte natuurijstraining. Er zaten hobbels in, andere oneffenheden en je moest je spoor vinden onder het ijsschaafsel op de baan.
In 2018 was ik de oude rot, die debutant Walter Boon bij de hand nam, hoe je een marathon in moet delen. Samen liepen we de Leiden Marathon toen uit..jpg)
Vandaag konden we samen oefenen voor het geval de Elfstedentocht onverhoeds door mocht gaan.
Welk tempo moet je dan rijden? Een tijd lang reden we 16 kilometer per uur. Dat lijkt langzaam, maar in dat tempo rij je de Tocht der Tochten in 12 uur!
Walter vond, dat ik zuinig reed. Een juiste constatering. Voor een 200 kilometer moet je jezelf zoveel mogelijk sparen. Desondanks maakte ik het af en toe wat zwaarder, door expres over het niet geveegde ijs te schaatsen. Dat is namelijk zwaarder. Bij een Elfstedentocht krijg je hier gegarandeerd ook mee te maken. Met natuurijs kun je veel soorten ijs tegenkomen onderweg, dus als je de kans krijgt om te oefenen hoe welk ijs rijdt, moet je die kans niet laten lopen.
Na in de kantine een warme chocolademelk met slagroom en een gevulde koek genuttigd te hebben, schaatsten we nog een half uur op een rustiger baan, waarna we via de Merenwijk en de Leidse binnenstad naar huis reden.


Met de wind in de zuidhoek was het weer aan het veranderen.

Alleen de gevoelstemperatuur kwam nog flink onder nul.

Dat was vannacht wel anders!
Voorlopig is het de laatste keer op natuurijs. Maar deze winter is anders dan andere winters. Ik verwacht, dat de vorst later in het seizoen nog wel een keer terugkomt. Wij dus ook!
Op de terugweg fietste ik in de Stevenshof langs een half afgebouwde iglo.

De Schenksloot was ook helemaal bevroren.

Thuisgekomen deed ik mijn rugzak met schaatsen af en reed ik nog even naar de volkstuin voor een paar kleine klussen.


Ook hier lag her en der een laag ijs.

In de avondschemering reed ik naar huis.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten