vrijdag 10 april 2026

Valkenburgse meerloop

Vannacht had het geregend en er stond aardig wat wind, nadat we gisterenavond een paar donderslagen hoorden. Niet bepaald iets, wat je begin april verwacht.

Desondanks hadden we prima geslapen.

Voor het ontbijt zetten we een brandnetelmot buiten en na het ontbijt deden we wat kleine klussen in huis, terwijl een buurvrouw koffie kwam drinken in onze achtertuin.


Rond het middaguur reden we naar de volkstuin. Ada om er de hele middag te werken, ik om wat tomatenplanten op te halen en naar mijn schoonmoeder te brengen.


Onderweg genoot ik op deze vrij frisse dag van de lentebloemen langs het fietspad.
Thuis lunchte ik, waarna ik mijn sportkleding aantrok om met het oog op de Leiden Marathon aan mijn loopconditie te gaan werken. Ik fietste naar de volkstuin, vanwaar ik naar het Valkenburgse meer liep.

Daarbij kwam ik langs Avalex, waar ik woensdag wat plastic had weggebracht. Een stuk verderop zag ik een boot, die zijn beste tijd gehad heeft.


Als het kabinet nog een onderzeeboot zoekt om naar de Straat van Hormuz te sturen, dan hebben ze er hier eentje, die goed getest en spotgoedkoop is. Alleen nog even een likje camouflageverf erop en gaan met die banaan!

Een stukje verderop ligt een station van het Smalspoormuseum, dat voorlopig vermoedelijk niet vaak gebruikt zal worden.

De oorzaak hiervan ligt een klein stukje verderop in het water.


Langs het meer liep ik naar de plek, waar de oever in een mum van tijd in het water verdween.



Ik liep door tot de hekken, die het gevaarlijkste deel van het Valkenburgse meer afsloten. Een soort brede doodlopende weg.

Nu weten we van Johan Cruijff, dat elk nadeel zijn voordeel heb. Doordat er hier nog maar weinig mensen komen, kan de natuur zijn gang gaan. Dit is de oogst van hetgeen mijn ogen zagen bij de Valkenburgse meerloop.


Een dagpauwoog.

Een bont zandoogje.


Een heel plakkaat grond met planten op oude bielzen.

Een reuzenbereklauw van vorig jaar, die normaliter gesneuveld zou zijn met het grasmaaien.

En heel brede rietkragen, waarin de vogels kwetterden. Ik liep terug naar de volkstuin en fietste terug naar de Stevenshof, waar de werkzaamheden aan de noodburg over de Schenksloot nog in volle gang waren.


Bij de werkzaamheden aan mijn baard en snor ging er iets mis. Het scheerapparaat schoot uit, zodat mij niets anders restte, dan mijn baard en snor maar helemaal af te scheren. Maar geen nood: over een maand is het haar weer aangegroeid.

Geen opmerkingen: