woensdag 13 augustus 2008

Drinken


Als je een toertocht gaat rijden, is eten en drinken noodzakelijk. Een auto rijdt ook niet zonder brandstof, hetzelfde geldt voor je eigen lichaam. Nu hangt het er erg van af, waar je gaat schaatsen en daarnaast van hoe lang over wat je mee moet nemen.
Ga je een ouderwetse Molen- en Merentocht rijden, dan kun je met betrekkelijk weinig proviand toe: er zijn genoeg koek- en zopietenten langs het 50 kilometer lange parcours langs Roelofarendsveen, Hoogmade, Oud-Ade, Rijpwetering en de Kaag. Voor de IJVL-leden onder de 20 jaar: vroeger bevroren de sloten, rivieren, plassen en meren in onze omgeving met enige regelmaat, zodat tienduizenden schaatsliefhebbers uit onze regio deze fraaie tocht regelmatig konden rijden.
Ga je echter, en dat is de praktijk van de laatste 9 jaar, naar een natuurgebied als de Oostvaardersplassen op die ene dag in het jaar dat “ ’t net ken”, dan zul je zelf voor je eigen bevoorrading moeten zorgen. Je kunt er niets kopen! Dus dan moet je precies weten, wat je die dag nodig hebt.
Nu heb ik in ruim 36 jaar toertochten rijden wel enige ervaring opgedaan met wat je wel mee moet nemen, en wat beslist niet, en hetzelfde geldt voor wat je onderweg koopt. Met schade en schande wordt men wijs.
Allereerst het drinken. Het is altijd handig, om een kleine thermoskan met warme thee mee te nemen. Deze kan in een kleine rugzak mee tijdens het schaatsen. Je hebt dan altijd wat te drinken bij je, en het is bovendien nog lekker warm tot op een gegeven moment lauw. Als je dranken van deze temperatuur drinkt, heeft het als grote voordeel, dat het lichaam het niet eerst op de juiste temperatuur hoeft te brengen. Er gaat geen energie verloren in je maag, die het lichaam beter op een andere plek (benen!) had kunnen gebruiken.

Je kunt trouwens ook beter vaak kleine hoeveelheden drinken, dan een paar keer grote hoeveelheid. Maar zorg, dat je blijft drinken. Als je alleen nog maar koude drank hebt, kun je beter dit drinken dan niets. De man met de hamer komt het eerst de dorstigen bezoeken. Het water, dat je binnen krijgt, zorgt er voor, dat het melkzuur, dat je spieren produceren, wordt afgevoerd. Als er te weinig vocht is, blijft het melkzuur in de spieren en is een inzinking of zelfs kramp niet ver meer weg.
Als je ’s zomers een fietstocht maakt in het tempo, wat je ’s winters aanhoudt bij een toertocht, en je hebt een katoenen t-shirt aan, dan weet je, hoeveel vocht je verliest door transpiratie. Die zelfde hoeveelheid vocht verlies je ongeveer bij het schaatsen, dus dat moet aangevuld worden.
Denk echter niet, dat je niet te veel kunt drinken. Dat kan namelijk wel! Zelf heb ik dat een keer bij de hand gehad bij een “tocht” op de Uithof over 200 km. Na 110 km viel ik over iemand, die op het rechte eind pal voor mij onderuit ging. Door de val slaat de verzuring in één keer toe en ik had meteen een inzinking. Als je een inzinking of kramp hebt, helpt drinken over het algemeen zeer goed. Er worden afvalstoffen uit de spieren afgevoerd. Ik heb het blijkbaar te enthousiast gedaan, want ik kwam de inzinking niet te boven, dus dat was nog 90 km harken.
Vorig jaar kreeg ik een artikel onder ogen, dat te veel drinken mogelijk nog slechter is dan te weinig. In Amerika is het verplicht om bij een marathon om de mile (1,609 km) een drinkpost te hebben, in Europa om de 5 km. Wat bleek: in Amerika komen veel meer mensen in forse fysieke problemen door te veel te drinken. Bij het zweten verliest het lichaam behalve water ook zouten. Als je dan alleen veel water drinkt, wordt de verhouding tussen zout in de cellen en water in het lichaam verstoord met alle nadelige gevolgen van dien.
We hebben dan ook een uitstekend middel om zowel vocht als zout binnen te krijgen: bouillon. Eén of twee keer op zo’n dag (afhankelijk van de lengte van de tocht) is een uitstekende middel om de zoutbalans te herstellen.
Uiteraard zijn isotone sportdranken prima geschikt. Probeer het wel zo in te pakken, dat het niet al te koud is, als je het drinkt.

Een andere drank, die zeer geschikt is, is chocolademelk. Vooral warme chocolademelk heeft stoffen, die de pijn in het lichaam tegengaan, zodat je minder snel spierpijn hebt. Ga je naar plekken toe, waar je geen koek- en zopie kunt verwachten, neem dan een paar kleine pakjes chocomel mee. Ze zijn iets minder werkzaam dan de warme variant, maar ze hebben wel degelijk dezelfde werking.
Verder kun je onderweg soms snert kopen. Warme erwtensoep is behoorlijk voedzaam. Doe het echter niet te vaak. Het kan dan “zwaar op de maag” gaan liggen, met als gevolg, dat het bloed naar de maag trekt en zich dus uit de benen vandaan trekt, waar de spieren dus hun werk minder goed kunnen doen. Ga dus spaarzaam om met erwtensoep, anders wordt het inderdaad een “snerttocht”.
Tot slot zijn er nog de energiedranken. Zelf heb ik op de Weissensee voor het eerst dit drankje geprobeerd, toen ik na 170 km een kleine inzinking had. Ik kreeg het van Paul Verkerk, die voorspelde, dat het over 20 minuten zou gaan werken. De cafeïne zou de vetverbranding op gang brengen, en inderdaad, na zo’n 20 minuten was de inzinking over en kon ik redelijk ontspannen de laatste ronde van 25 km rijden.
Een paar maanden later hoorde ik, dat je bij duursporten al snel, naast het verbranden van koolhydraten, begint aan de vetverbranding. Bij de training voor en tijdens de marathon zelf heb ik dus één of twee blikjes energydrink van Euroshopper genomen en de inzinkingen bleven achterwege. Een probaat middel. Voor wedstrijdrijders wel deze waarschuwing: na drie blikjes kun je positief bevonden worden, en dat is niet zo positief!
Het spreekt voor zich, dat je de lege blikjes, pakjes e.d. niet in de natuur achterlaat, maar meeneemt naar de eerstvolgende prullen- of vuilnisbak. Schaatsen doe je veelal in de mooiste natuur en dat moet na een schaatstocht natuurlijk geen halve vuilnisbelt zijn!
Na de tocht is het goed, om een hersteldrank te drinken. De bekende isotone sportdranken van AA, Aquarius of Extran voldoen natuurlijk prima, maar een alternatief is het bekende biertje.

Het verloren vocht wordt gecompenseerd, terwijl ook de voorraad koolhydraten weer wordt aangevuld. De alcohol zorgt voor een verwijding van de bloedvaten en daardoor een betere doorbloeding en een snellere afvoer van afvalstoffen. Maar net als met het drinken van water geldt: overdaad schaadt! En doe het alleen NA het schaatsen, want bij schaatsen op natuurijs moet je constant geconcentreerd blijven en alcohol kan de rijvaardigheid beïnvloeden. Of kan ik hier beter spreken van de glijvaardigheid?

Geen opmerkingen: