Het is inmiddels 2 weken geleden, dat ik de Elfurentocht gereden heb. Ondanks dat de hersteltraining best aardig ging, heb ik de afgelopen week toch wat lichte pijntjes in spieren en pezen gehad. De scheenbeenspieren voelde ik afgelopen week in mijn linkerbeen, bij het hardlopen met Hans Boers in de prachtige Horsten voelde ik pijn opkomen in mijn linker enkel. Nu herken ik dit wel een beetje van de periode voor en na de marathon. Je vraagt in zo'n periode veel van je spieren en pezen, dus je zit dicht tegen de overbelasting aan. Nu krijg je de pijn(tjes) niet voor niets. Het is een signaal van het lichaam, dat je wat gas terug moet nemen. Dat deed ik dan ook: eventjes een klein stukje wandelen en wat drinken en daarna op souplesse weer doorgaan in een lager tempo. Zo hou je alles heel. Met Feyenoordfan Jaap de Gorter had ik het vorige week zondag onder het hardlopen in de zonovergoten duinen over de vele hamstringblessures en afgescheurde pezen in het betaald voetbal in het algemeen en bij Feyenoord in het bijzonder. Als je er als trainer in slaagt om een heel elftal spierblessures weet te bezorgen, dan doe je iets niet helemaal goed. Het sleutelwoord hierbij is: krachttraining. Bij een informatieavond over blessures en blessurepreventie heb ik geleerd, dat je de spieren enorm op kunt pompen met krachttraining, maar helaas, de pezen groeien niet mee in dat tempo. En als je spieren dan veel te sterk worden, dan kunnen de pezen afscheuren! Herkenbaar, heren trainers in het betaalde voetbal? Mijn trainer Pieter Smit heeft als stelregel, dat de meest effectieve krachttraining ongeveer 10% zwaarder is dan de normale belasting. Je kunt de gewone oefeningen doen, maar dan met net even meer weerstand dan normaal. Mijn ervaringen met deze trainingsaanpak zijn goed: nooit blessures, tenzij door stomme pech. Vooral ook, omdat Pieter apelleert op je gewone boerenverstand: luister naar je lichaam. Dat doe ik in deze weken na de Elfurentocht en soms betekent het, dat ik inderdaad gas terug moet nemen....
Bij mijn vrouw op school was een kunststof ijsbaantje aangelegd, waarop Barbara de Loor op 4 december een dag les kwam geven. Ik had toegezegd, dat ik zou komen helpen. Het was een waterkoude ochtend, terwijl het zwaar bewolkt was maar gelukkig tegen de voorspellingen in wel droog. Om half 9 stalde ik mijn fiets om naar de instructie te kunnen luisteren.
Ik zou die ochtend allerhande hand- en spandiensten verrichten, zoals helpen met het aandoen van de schaatsen, samen met diverse leden van de Voorschotense ijsclub. De 77-jarige trainer Arie de Korte had achter de slijpmachine plaatsgenomen. Een tweetal jonge trainers begeleidde Barbara de Loor op het "ijs". Drie klassen kregen les van Barbara en ik moet zeggen: ze deed het erg leuk. Maar Barbara is een enthousiaste trainster en enthousiasme werkt altijd aanstekelijk.
Uit eigen ervaring als trainer weet ik, hoe lastig de eerste les van het seizoen met beginnende schaatsers altijd is en hier waren aardig wat kinderen, die nog nooit geschaatst hadden. Er is immers een hele generatie opgegroeid zonder natuurijs.
(Zie ook in september voor Schaatsles voor beginnende schaatsers)
De kinderen werden op een leuke, positieve manier benaderd, de muziek paste prima bij de diverse onderdelen, waaronder de polonaise, en er was een slalomwedstrijdje als afsluiting van de 3 kwartier durende les.
Aan de drie warming-ups deed ik uiteraard mee. Mijn donderdagochtendtraining had ik laten schieten, dus 3 keer statisch zitten gaf me toch nog een klein beetje trainingsarbeid. Trouwens, na 22 jaar droogtraining toch nog iets nieuws bijgeleerd: als je je armen voor je houdt bij het statisch zitten, krijg je meer druk achterop en wordt het vanzelf nog een beetje zwaarder.
Het leukste gedeelte van de ochtend was tijdens de ochtendpauze. Een groot gedeelte van de kinderen kwam als toeschouwer bij de funbaan kijken en aanmoedigen. Een paar kinderen, waar ik op vrijdagmiddag zelf les geef, waren er ook.
Aan het eind van de ochtend, voor ik naar de bibliotheek vertrok om de middag en avond als Rijmpiet te fungeren, kocht ik van Barbara de Loor een gesigneerd exemplaar van haar boek "Lekker!".
Als bibliothecaris kan ik dat van harte aanbevelen: ga "Lekker!" lezen!
Een van de lastigste trainingen in een seizoen is die na een natuurijsperiode. Meestal heb ik in het begin even moeite met de bochten, terwijl de rest van de techniek ook minder is. De "finetuning" is dan verdwenen. Vooral na mijn voorlaatste 200-kilometertocht op de Weissensee had ik hier veel last van. De lichamelijke naslag van de Elfurentocht viel trouwens erg mee, geestelijk voelde ik me heel fit. Ik kon gewoon traplopen. Alleen de spieren in de onderrug voelde een paar dagen wat stijfjes aan. Normaal had ik daar nooit last van na een Alternatieve Elfstedentocht, maar misschien heeft de verbeterde schaatstechniek er mee te maken. Veel schaatsers hebben last van hun rugspieren. Zou ik dan toch een "echte" schaatser worden? Dinsdagochtend na de Elfurentocht ging ik in de Leidse IJshal weer mijn rondjes van 200 meter draaien en tot mijn stomme verbazing ging het nog redelijk goed. Je merkte wel, dat de druk op de schaatsen minder was, maar het ging nog best redelijk en beter, dan ik zelf had verwacht. Ik kon de hele piramide van 5, 10, 15, 20 en 25 ronden en dan weer naar beneden volbrengen, terwjl er af en toe een pittig tempo werd gereden. De hersteltraining ging boven verwachting.
Vrijdagavond vertrok ik, na in de Leidse IJshal schaatsles te hebben gegeven voor de buitenschoolse sport en voor de IJVL, met de fiets in de trein naar Harderhaven. Hier zou ik een nacht logeren op de tjalk van mijn zwager. Om 9 uur was ik bij Anton en Annemarie en na een paar uur gezellig bijpraten dook ik om 11 uur in de slaapzak. De slaap kwam gelukkig snel, want de wekker stond op 4 uur.
Om 3 uur werd ik uit mezelf wakker en daar ik de slaap toch niet meer kon vatten, kleedde ik me om half 4 aan en ging zachtjes in mijn eentje ontbijten. Een half uur later zat ik op de fiets. Het regende vrij hard, hetgeen niet voorspeld was. Met mijn regenbroek aan fietste ik over de donkere dijk naar Flevonice. In het licht van de koplamp kon je tientallen konijnen het fietspad zien oversteken.
Rond de klok van 5 uur had ik startnummer 312 op mijn rechterbovenbeen gespeld. Een half uur later was de briefing. De spelregels van de dag werden uitgelegd. Tevens werd gezegd, dat er enkele buitenlandse deelnemers aan de eerste Elfurentocht waren, waaronder iemand uit Spanje. Op 29 november krijg je dan een sterk vermoeden, wie dat dan kan zijn. En inderdaad: Sinterklaas kwam aangeschreden.
De Goedheiligman komt het startschot geven is dan snel je eerste gedachte. De nummer 1 in de tradities van Nederland moest het echter afleggen tegen een andere nummer 1: Reinier Paping, de winnaar van de meest legendarische Elfstedentocht. Op 18 januari 1963 deed hij 10 uur en 59 minuten op deze helse tocht door een poollandschap. Aan ons de taak om onder heel wat betere omstandigheden te proberen om binnen die tijd de 200 km af te leggen. Ik had me hem groter voorgesteld. Hij is beslist niet groter dan mij, maar als schaatser is hij natuurlik veel groter!
Om kwart voor 6 ging de regen over in een miezerbuitje en mochten we naar buiten om de schaatsen aan te trekken. In het startvak met ruim 100 schaatsers kwam ik Haico Bouma tegen, de nummer 7 van de Elfstedentocht van 1986. Met hem nog even na staan praten over de Zevenheuvelenloop, die we allebei gelopen hadden, maar al snel gaf Reinier Paping het startsein en mochten we los.
Ook al was de ijsbaan redelijk goed verlicht, schaatsen in het donker is toch niet iets, wat je elke dag doet. Met een ruiterlichtje om mijn linkerarm reed ik het eerste rondje in een van de snellere groepen, ondanks mijn opmerking voor de start: “Om de rode lantaarn hoef je je geen zorgen te maken, die heb ik al!” Sint-Nicolaas reed trouwens de eerste ronde mee, met zijn wijd wapperende tabberd en zijn staf. Het was een komisch gezicht, toen de Sint zijn mijter verloor en hij zich met zijn staf in de hand om moest draaien.
Het eerste stempel van de dag werd door de legendarische Reinier Paping op mijn stempelkaart gezet. Dit is te zien op de video.
Met een groepje van 4 man reden we de volgende rondes in een lekker strak tempo. Om beurten namen we een ronde van 4,5 km de kop. Na 4 rondes moest ik even wat drinken en de blaas legen, zodat ik het contact met deze groep verloor. De volgende rondes reed ik veelal alleen. Gelukkig stond er niet al te veel wind in de kale polder. Het eerste uur had ik 5 rondjes achter de rug. Ik lag dus mooi op schema.
Halverwege het tweede uur begon het te schemeren en langzamerhand zag je het steeds lichter worden. Het blijft een bijzondere ervaring om dit op de schaats mee te maken. Het tempo lag nog steeds op hetzelfde niveau, ondanks dat het ijs in de vochtige lucht steeds meer begon uit te slaan. Toen het licht geworden was, werd de baan voor de eerste keer met een tractor geborsteld. Je merkte het meteen als de zachte bovenlaag eraf was gehaald.
De hele ochtend probeerde ik vooral te rijden op techniek, of ik alleen reed, als “wieltjesplakkker” achter een andere schaatser of in een groepje. Vooral op de bijhaal en het rustmoment probeerde ik me te concentreren. Wat dat aangaat is schaatsen een denksport. Je moet voortdurend alert blijven.
Het was zwaar bewolkt maar droog, een graad of 5 en met windkracht 3 waren de omstandigheden redelijk goed. Alleen de hoge luchtvochtigheid zorgde er voor, dat het bovenste laagje vrij zacht was. Het was echt werkijs. Ik was niet de enige, die daar zo over dacht. Diverse andere schaatsers zeiden het in de loop van de dag tegen me. Ondanks het werkijs ging het tot 100 km lekker. Ik zat dik onder het schema van 10 uur en was inmiddels begonnen aan de achterzijde van de stempelkaart.
Het eten van vast voedsel ging steeds moeizamer, een krentenbol eten onder het schaatsen ging al vrij moeizaam, een paar rondes later was ik een halve ronde bezig om een broodje kaar weg te werken. Vanaf dat moment schakelde ik over op Squeezy energiegel voor de broodnodige brandstof, hoewel ik eerlijkheidshalve moet bekennen, dat ik van Zwarte Piet een paar keer een handje pepernoten kreeg. Naast Sinterklaas en Zwarte Piet kwam ik ook de IJVL-leden Jacquelien Waasdorp en Saskia Liem tegen, die hier "gewoon" aan het schaatsen waren.
Ondertussen had Reinier Paping ook het startschot voor de Zevenurentocht en de Vijfurentocht gegeven. Er deden een paar kinderen van hooguit een jaar of 9 aan mee, die tot 60 km kwamen!
Rond de 120 km had ik een paar rondjes, dat ik een klein dipje had, maar tussen de 130 en 150 kilometers reed ik de beste kilometers van de dag. Ik reed zelfs een paar rondes mee in de groep met Haico Bouma. Nu had ik wel het idee, dat deze marathonschaatser zich heel erg inhield, maar desondanks rijd je dan toch een pittig tempo.
Tussen de 160 en de 190 km had ik, net als meestal bij het 35 kilometerpunt bij de marathon, mijn gebruikelijke inzinking. Het technisch goed schaatsen liet ik voor wat het was en ik ging rechtop schaatsen. Met een "ouderwetse" prikslag reed ik zo mijn rondjes. Zoals je bij de marathon soms even moet wandelen om te voorkomen, dat je kramp krijgt, moest ik dat nu ook doen. Bij de 180 km zat ik voor het eerst boven het schema van 10 uur. Desondanks had ik wel de zekerheid, dat ik de 200 km binnen de 11 uur zou volbrengen, in tegenstelling tot Jan van Schie, met wie ik op donderdagochtend regelmatig schaats. Na een maand geblesseerd te zijn strandde hij op 180 km.
En dan is het er plotseling weer: je voelt, dat je weer kracht krijgt, “de tweede adem”. De laatste 3 ronden kon ik weer goed technisch rijden en met een soort eindsprint van bijna 14 km beëindigde ik mijn eerste Elfurentocht. De 44e stempel, oftewel 198 km, werd gezet toen ik 10 uur onderweg was. De 200 km werd volbracht in 10 uur en 5 minuten, waarna ik met de 45e stempel de 202,5 km lange tocht volbracht had in 10 uur en een kwartier. “Je ziet er nog monter uit” zei de speaker. Toen wel, ja!
Mijn snelste 200 tot nu toe had ik op de Weissensee volbracht in 10.16, dus dit was, ondanks het werkijs en ondanks het te woord staan voor een paar korte interviews tijdens de Elfurentocht, een verbetering van het p.r. met ruim 10 minuten. Tijdens zo’n interview kreeg ik de vraag voorgelegd, of dit een beetje de sfeer van de Elfstedentocht had. Dit kon ik wel beamen. Het gebeurt niet zo vaak, dat ik ’s ochtends om half 4 zit te ontbijten en ook schaatsen in het donker is geen dagelijkse trainingsstof terwijl het Friese dweilorkest "Menaemer Feintjes" zeer zeker sfeerverhogend werkte.
De organisatie van de Elfurentocht was prima. Het enige minpunt was, dat de baan te weinig geveegd was. Maar goed, aan de andere kant: met natuurijs gebeurt dat ook niet. Het ijs op Flevonice was trouwens een stuk beter dan vorig jaar. Er was een meter of 200 ribbeltjesijs, voor de rest was het verder redelijk tot goed ijs. Wat mij betreft is de Elfurentocht voor herhaling vatbaar. En het mooiste zou het zijn, als de winnaar van de Elfstedentocht van 2009 dan het startschot zou komen geven. Ik ben in ieder geval klaar voor die Elfstedentocht.
Jarenlang was het een moment, waar met spanning naar uitgekeken werd: begin december kreeg je post van de vereniging “De Friesche Elf Steden”, waarin stond, of je als lotend lid ingeloot was of uitgeloot. Nu was de kans in de eerste jaren niet zo groot. Ongeveer een op zeven. Tot begin 1985 kon je vrij simpel lid worden. Er waren nog maar 4000 leden, maar na de Elfstedentocht van dat jaar zat de vereniging binnen mum van tijd vol.
In de winter van 1990 kon je je inschrijven als potentieel lid. Bij 16.000 vaste leden kwam een zelfde aantal potentiële leden. In de loop van de jaren verschoof langzaam maar zeker de verhouding. Momenteel zijn er 12.000 vaste leden en nog steeds ongeveer 16.000 lotende. Daarmee verschoof ook de kans, van een op zeven naar tegenwoordig een op twee. In die jaren had ik vaak veel geluk met het inloten. Op een gegeven moment zelfs 5 jaar op rij. Maar ja, wat het je daar aan, als het niet gaat vriezen…..
Er wordt tegenwoordig eigenlijk niet meer geloot. Twee jaar geleden is er voor gekozen om de helft van de lotende leden in het even jaar in te loten, de andere in de oneven jaren. Daar ik vorig jaar uitgeloot was, wist ik, dat ik deze winter ingeloot was. Dit weekeinde viel de bevestiging op de deurmat. Ik ben ingedeeld in startgroep 13, de eerste startgroep na de 12 van de vaste leden. Vermoedelijk zit ik in dezelfde startgroep als mijn Elfstedenmaat Jaap de Gorter. Zouden we eindelijk eens op herhaling kunnen gaan?
Toen Sinterklaas in Holland gearriveerd was Zag hij hoe toepasselijk die naam gekozen was, Want daar zag hij jou gaan door de straten. Je had geen tijd om even te staan praten Want je moest verder rennen en struinen Over het strand en door de blanke duinen. Je liep daar te buffelen, je ging flink te keer En iedere week werd de afstand weer meer, Want dat is het leuke van deze sport: Dat je iedere keer iets beter wordt. Dus ziet Sinterklaas jou graag hollend gaan En denkt de bisschop: hier heb je iets aan. Een atlete moet niet alleen rennen en zweten, Ze moet vooral ook kilometers vreten! Ga dus snel met het KM-vreten beginnen, Het geeft je een prettig gevoel van binnen En als je bang voor een pondje extra bent: Het is er toch ook zo weer van af gerend!
Sint-Nicolaas
Ik ben op mijn werk Rijmpiet in deze periode van het jaar. Degenen, die zelf niet zo makkelijk kunnen dichten, mogen het gebruiken. Doe de chocoladeletters K en M erbij(er zijn weinig vrouwen, die niet van chocolade houden) en je bent klaar.
Na 10 dagen dicht geweest te zijn, ging de Leidse IJshal vandaag eindelijk weer open. Als je iedere week 3 tot 4 keer naar de ijsbaan gaat, is dat heel gewoon. Tot je er plotseling niet naar toe kunt. Of, zoals de rockband Cinderella het bezingt: "You don't know what you've got, till it's gone".
Voor mezelf betekende dat een week lang andere trainingen. Op donderdagochtend 10 km hardlopen in plaats van 2 uur schaatsen. Op zaterdag was ik aanwezig bij "de laatste ronde" van Gijs Eradus, de kantinebeheerder van Swift, die op 66-jarige leeftijd overleden was en waarvan het stoffelijk overschot op weg naar de crematie nog één keer een rondje maakte over de parkeerplaats bij de Swift-kantine. Aansluitend liep ik een rondje Molenpad van 12 km naar Zoeterwoude met een harde wind en een afwisseling van zon en hagelbuien.
Dinsdagavond slechts 4 km gelopen om de volgende avond in Haarlem te gaan schaatsen bij Jos Fugers. Nu ben ik toch wel goed getraind, maar na anderhalve week niet geschaatst te hebben voelde ik mijn scheenbeenspieren in het begin toch wel. Een rare gewaarwording. Mede hierdoor reed ik in het begin technisch nog niet goed. Jos verwoordde het aldus: "Je rechterbeen is bagger!"
Hij had wel gelijk. Ik heb altijd de grootste moeite om het ijzer van mijn rechterbeen recht op het ijs te zetten. Ik draag een verhoging in mijn schoenen, er zit een wigje om de ijzers rechter te krijgen en desondanks wil het vaak niet goed lukken. "Ik heb last van pronerende voeten. In mijn hardloopschoenen zit een verhoging van anderhalve centimeter."
"Ieder mens heeft recht op een afwijking" zei Jos, waarop ik geheel naar waarheid kon antwoorden: "Gelukkig is dit mijn enige afwijking......"
Nu is het natuurlijk wel opvallend, dat het vooral mijn rechtervoet is, waar ik moeite heb met het recht op de ijzers staan. En daar kom ik dan weer terecht bij de Leidse IJshal. Op deze 200-meterbaan rijd je natuurlijk relatief veel bochtkilometers. En juist bij de bochten hang je naar binnen toe, dus je linkervoet krijgt wel elke keer de compensatie, maar je rechtervoet niet. Integendeel zelfs, in de bocht train je dat been juist op een schuine stand!
Desondanks ben ik zeer tevreden met deze 200-meterbaan op nog geen 3 km van huis. Deze week heb ik kunnen merken, wat ik zou missen, als de Leidse IJshal er niet meer zou zijn.
Wat dat aangaat is het net als in een huwelijk: als je tevreden bent met elkaar, ook als alles niet ideaal is, dan hou je het het langste vol! Ook daarin ben ik een tevreden mens.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.