Dinsdag stond er een tamelijk alarmerend artikel op de site van de NOS onder de titel "35-plusser die jaren intensief sport, loopt groter risico op hart- en vaatziekten".
Mensen van 35 jaar of ouder die jarenlang intensief sporten, lopen een grotere kans op specifieke hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoek waar het Radboudumc aan heeft meegewerkt.
Bij sporters wordt vaak niet gedacht aan hart- en vaatziekten, zegt onderzoeker Thijs Eijsvogels. Dat is onterecht, blijkt nu. Bij heel fanatieke sporters komen hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders juist vaker voor.
Het gaat dan wel over heel intensief sporten, zegt Eijsvogels. "Sport waarbij je hartslag en ademhaling flink omhoog gaan, waarbij je niet meer een fatsoenlijk gesprek kunt voeren." Ook gaat het niet over eenmalig intensief sporten, maar ten minste vijf tot tien jaar.
"Sporten is in principe gezond", benadrukt Eijsvogels. "Het verlaagt het risico op vroegtijdige sterfte en op tal van chronische ziekten."
De meeste gezondheidswinst valt te behalen als iemand die niet sport actief wordt. Het voorschrift van de Gezondheidsraad is om ten minste 150 minuten per week matig intensief te bewegen. "Als je tussen de drie en vijf uur per week sport, zit je aan je maximale gezondheidswinst", zegt Eijsvogels. "Daarboven levert het niet zo veel meer op."
Vanaf een bepaalde hoeveelheid en intensiteit sporten ontstaan er dus juist extra risico's, zegt de onderzoeker. "Maar waar dat omslagpunt precies ligt, weten we nog niet." Ook is nog niet bekend waarom fanatieke sporters vaker kampen met hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders.
Wel is duidelijk dat hart- en vaatziekten bij fanatieke sporters anders tot uiting komen dan bij mensen die normaal of niet hebben gesport. Zij kunnen dit merken aan een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten, zegt Eijsvogels. "Als je bijvoorbeeld niet meer het tempo kan fietsen wat je daarvoor deed en op je sporthorloge ziet dat het samenvalt met een tijdelijke verstoring van het hartritme."
De onderzoekers hebben nieuwe richtlijnen opgesteld om sporters met hart- en vaatziekten beter te begeleiden en behandelen. Maar het is natuurlijk nog beter om te voorkomen dat je deze ziekten ontwikkelt, zegt Eijsvogels.
Een verhoogde bloeddruk of verhoogd cholesterolgehalte bij een fanatieke sporter werd tot nu toe vaak niet serieus genomen. "Er wordt vaak gedacht: maar je bent een sporter, je zit iedere week op de fiets, je bent in voorbereiding op een marathon. Je compenseert dat wel je met je gezonde leefstijl."
Er is een omslag in denken nodig, vindt Eijsvogels. Hij adviseert fanatieke sporters van 35 jaar of ouder om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers. "En als ze verhoogd zijn, doe er dan wat mee en steek niet je kop in het zand."
Voor mij is de uitkomst van dit medisch onderzoek niet helemaal nieuw. Het komt namelijk overeen met een levensverwachtingsonderzoek, dat gestart is na de Elfstedentocht van 1956. 
De groep wedstrijdrijders, de toertochtrijders en de Nederlandse bevolking werden in 3 groepen verdeeld. Dit leidde tot een verrassende conclusie. De toertochtschaatsers leefden gemiddeld langer dan de Nederlandse bevolking. Maar waar je zou verwachten, dat de wedstrijdrijders nog beter zouden scoren, daar gebeurde juist het omgekeerde. Zij leefden gemiddeld niet alleen korter dan de toerrijders, maar ook korter dan de gemiddelde Nederlander!
Mijn vroegere huisarts zei altijd: "Topsport begint, waar gezondheid eindigt!"
Nu heb ik de naam, dat ik een fanatiek sporter ben. Dit is vooral ingegeven door het feit, dat ik een enorm duurvermogen heb opgebouwd in de loop van jaren. Er zijn niet veel schaatsers, die 200 kilometer op kop rijden in zich hebben. Dit is mogelijk, doordat ik een zeer gelijkmatig heb, dat ik héél lang vol kan houden. Een soort ingebouwde cruisecontrol. Zo'n Alternatieve Elfstedentocht rij ik meestal maar 1 of 2 keer per jaar en dat geldt ook voor de marathon, die voor mij steevast de Leiden Marathon is. Ik neem rustig de tijd om met bekenden langs de kant even bij te praten. Hoeveel marathonlopers gaan rustig in een tuin op een tuinstoel zitten?
Feitelijk wordt de marathon zo viermaal een 10 kilometer lopen met 5 tot 10 minuten rust tussendoor. En dat is voor een fitte 70-jarige duursporter prima te doen.
Ik train wel veel, maar ik ga zelden echt diep. En als trainer weet ik, dat een inspanning leveren prima is, zolang je je lichaam maar tijd gunt om te herstellen. Ik ben nog nooit overtraind geweest en door de nadruk op gedoseerd duurwerk zie ik dat ook niet zo gauw gebeuren. Een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten kan namelijk ook een gevolg zijn van zowel te veel als te weinig trainen als van onderliggende lichamelijke klachten.
Voor wat betreft het advies om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers: nadat in 2017 een veel te hoge bloeddruk bij mij is vastgesteld, doe ik dit veelal jaarlijks.
Denk echter niet, dat ik zo arrogant ben, dat ik denk, dat hartritmestoornissen mij niet zou kunnen overkomen. Ik ken diverse sporters, die last hebben van hartritmestoornissen en leef lang genoeg om te weten, dat we als mensen allemaal kwetsbaar zijn.
Naschrift:
Assistent-professor Rutger Middelburg van het LUMC is niet te spreken over een artikel van de NOS dat suggereert dat intensief sporten na je 35ste de kans op hart- en vaatziekten vergroot. Volgens hem is het artikel te stellig en mist het belangrijke nuance.
Middelburg uitte zijn kritiek dinsdag op LinkedIn, waar hij het NOS-artikel omschreef als ’extreem schadelijk’. Zijn bericht kreeg veel bijval en duizenden likes. „Ik schrok toen ik het artikel las”, zegt hij. „Ik sport veel en ben boven de 35. Daarom ben ik de bronnen gaan controleren.”
Volgens Middelburg heeft de NOS het onderzoek van het Radboudumc niet goed geïnterpreteerd. ,,De onderzoekers waarschuwen dat fanatieke sporters zeker niet immuun zijn voor hart- en vaatziekten. Tegelijkertijd worden de sporters, doordat ze er gezond uitzien, minder vaak getest op risicofactoren zoals een verhoogde bloeddruk en cholesterol, dan bijvoorbeeld mensen met overgewicht.”
Dat levert een risico op onderschatting op. Maar het betekent niét dat intensief sporten na je 35ste slecht voor je hart is. De risicofactoren voor hart- en vaatziekten blijven bij fanatieke sporters volgens Middelburg vaker onopgemerkt, maar komen niet vaker voor zoals de kop van het NOS-artikel suggereert.
Het advies van het Radboudumc is vooral aan artsen gericht, om onderbehandeling te voorkomen. Cardiovasculaire problemen kunnen zich bij intensieve sporters vaak anders presenteren. Zo kunnen sporters bijvoorbeeld na inspanning flauwvallen, in plaats van de klassieke druk op de borst vlak voor een hartaanval.
Sommige vormen van hart- en vaatziekten komen volgens Middelburg juist eerder aan het licht bij fanatieke sporters, zoals hartritmestoornissen. „Sporters met een hartritmestoornis ontdekken dat vaak tijdens hun trainingen, omdat ze hun hartslag beter in de gaten houden.”
Marathon
Middelburg wijst op een statement van cardiologen, waaruit blijkt dat sommige intensieve sporters een stijvere kransslagader kunnen hebben, een risicofactor voor bijvoorbeeld een hartaanval.
„Bij fanatieke sporters en mensen met overgewicht komt dat doordat het hart harder moet werken,” zegt Middelburg. „Maar bij sporters blijft, in tegenstelling tot bij mensen met overgewicht, de doorbloeding van de kransslagaders over het algemeen goed.”
Middelburg nuanceert ook het risico op hartproblemen tijdens intensieve inspanning, zoals marathons. „Het klopt dat tijdens een marathon de kans op een hartaanval tijdelijk iets hoger is. Maar het feit dat je in staat bent een marathon te lopen, betekent juist dat je algehele risico op hart- en vaatziekten veel lager is.”
Hij maakt zich daarnaast zorgen over de impact van berichtgeving zoals die van de NOS. „Ik werk mee aan de Health Hub in Den Haag, waar we mensen juist stimuleren om gezonder te leven en meer te bewegen. Dan helpt dit soort berichtgeving niet mee. Het kan mensen onnodig afschrikken.”
Bron: Leidsch Dagblad



































.jpg)

















