Ik heb een vreemd marathonschema afgewerkt dit jaar. De langste afstand, die ik gelopen heb, is 15 kilometer. Voor de rest een handvol 10 kilometers. De rest was korter. Het merendeel lag rond de 6 of 7 kilometer. Normaal gesproken red je het niet met zo'n schema. Mijn uitgangspunt was echter een tikkeltje anders. Op 20 maart heb ik nog een Alternatieve Elfstedentocht geschaatst in Haarlem bij de Bert Grotenhuis Bokaal. Anderhalve week later heb ik 40 kilometer voluit geschaatst in IJshal De Vliet. Conditioneel zat het dus wel goed. Maar ja, conditie en loopconditie zijn echter 2 verschillende dingen. Door de door corona naar oktober verplaatste marathon wist ik, dat je met veel korte lopen ook een goede loopconditie op kunt bouwen. Toen had ik veel korte lopen gedaan, daar lange afstanden in de pittige heuvels van Asturias averechts uit zouden kunnen pakken. Bij de oktobermarathon was ik topfit, dus ik ging er maar van uit, dat het deze keer ook zou lukken met een vergelijkbaar schema. Nu waren we in april 2 weken lang in Asturias. Daar heb ik iedere ochtend voor het ontbijt gemiddeld 6 tot 7 kilometer genomen. Als je dat een week lang doet, kom je uit op een marathon per week. En ik kan u verzekeren, dat lopen in Leiden makkelijker is dan in de heuvels. Wat dat aangaat heb ik er alle vertrouwen in, dat het met de loopconditie wel goed zit, want terug in Leiden heb ik ook vrijwel iedere dag een duurloop gedaan, terwijl ik in mei al 300 kilometer gefietst heb, wat ook bijdraagt aan een goede conditie. Vandaag heb ik alles in orde gemaakt voor zondag. De flessen sportdrank staan klaar evenals de sportgelletjes. Vanmiddag heb ik de voorlaatste duurloop gedaan van 4 kilometer. Dat deed ik vanaf de volkstuin, waar ik naar toe gefietst was. Onderweg had ik oog voor de natuur. Maar ook op de volkstuin staan veel bloemen in bloei. Morgen nog een korte duurloop om de spieren soepel te houden, het startnummer op te halen en ik ben klaar met mijn marathonschema zonder het lange werk.
Gisteren kreeg ik te horen, dat Ton Togni op 88-jarige leeftijd is overleden. Jarenlang heb ik in de Leidse IJshal aan de Vondellaan met de "Krasse knarren" met deze laatst geboren baby in de toenmalige gemeente Veur wekelijks onze 25 kilometer geschaatst.
In dit filmpje geeft Ton aan, dat hij traint voor de Weissensee. Hetgeen volledig naar waarheid is, want de enige keer dat ik naar Oostenrijk afreisde om op het 1000 meter hoogte gelegen meer een Alternatieve Elfstedentocht te schaatsen, kwam ik Ton tegen. Hij had ook de 200 kilometer volbracht. Ook op de Langeraarse plassen kwam ik deze bijna nestor van de "Krasse knarren" tegen. De Fries Jeen de Boer was echter een paar maanden ouder dan deze sympathieke man van de lange adem. Ton, bedankt voor de vele uren schaatsplezier, die we samen hebben beleefd. Rust in vrede.
Dinsdag stond er een tamelijk alarmerend artikel op de site van de NOS onder de titel "35-plusser die jaren intensief sport, loopt groter risico op hart- en vaatziekten". Mensen van 35 jaar of ouder die jarenlang intensief sporten, lopen een grotere kans op specifieke hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoekwaar het Radboudumc aan heeft meegewerkt. Bij sporters wordt vaak niet gedacht aan hart- en vaatziekten, zegt onderzoeker Thijs Eijsvogels. Dat is onterecht, blijkt nu. Bij heel fanatieke sporters komen hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders juist vaker voor. Het gaat dan wel over heel intensief sporten, zegt Eijsvogels. "Sport waarbij je hartslag en ademhaling flink omhoog gaan, waarbij je niet meer een fatsoenlijk gesprek kunt voeren." Ook gaat het niet over eenmalig intensief sporten, maar ten minste vijf tot tien jaar. "Sporten is in principe gezond", benadrukt Eijsvogels. "Het verlaagt het risico op vroegtijdige sterfte en op tal van chronische ziekten." De meeste gezondheidswinst valt te behalen als iemand die niet sport actief wordt. Het voorschrift van de Gezondheidsraad is om ten minste 150 minuten per week matig intensief te bewegen. "Als je tussen de drie en vijf uur per week sport, zit je aan je maximale gezondheidswinst", zegt Eijsvogels. "Daarboven levert het niet zo veel meer op." Vanaf een bepaalde hoeveelheid en intensiteit sporten ontstaan er dus juist extra risico's, zegt de onderzoeker. "Maar waar dat omslagpunt precies ligt, weten we nog niet." Ook is nog niet bekend waarom fanatieke sporters vaker kampen met hartritmestoornissen en verkalking van de kransslagaders. Wel is duidelijk dat hart- en vaatziekten bij fanatieke sporters anders tot uiting komen dan bij mensen die normaal of niet hebben gesport. Zij kunnen dit merken aan een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten, zegt Eijsvogels. "Als je bijvoorbeeld niet meer het tempo kan fietsen wat je daarvoor deed en op je sporthorloge ziet dat het samenvalt met een tijdelijke verstoring van het hartritme." De onderzoekers hebben nieuwe richtlijnen opgesteld om sporters met hart- en vaatziekten beter te begeleiden en behandelen. Maar het is natuurlijk nog beter om te voorkomen dat je deze ziekten ontwikkelt, zegt Eijsvogels. Een verhoogde bloeddruk of verhoogd cholesterolgehalte bij een fanatieke sporter werd tot nu toe vaak niet serieus genomen. "Er wordt vaak gedacht: maar je bent een sporter, je zit iedere week op de fiets, je bent in voorbereiding op een marathon. Je compenseert dat wel je met je gezonde leefstijl." Er is een omslag in denken nodig, vindt Eijsvogels. Hij adviseert fanatieke sporters van 35 jaar of ouder om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers. "En als ze verhoogd zijn, doe er dan wat mee en steek niet je kop in het zand." Voor mij is de uitkomst van dit medisch onderzoek niet helemaal nieuw. Het komt namelijk overeen met een levensverwachtingsonderzoek, dat gestart is na de Elfstedentocht van 1956. De groep wedstrijdrijders, de toertochtrijders en de Nederlandse bevolking werden in 3 groepen verdeeld. Dit leidde tot een verrassende conclusie. De toertochtschaatsers leefden gemiddeld langer dan de Nederlandse bevolking. Maar waar je zou verwachten, dat de wedstrijdrijders nog beter zouden scoren, daar gebeurde juist het omgekeerde. Zij leefden gemiddeld niet alleen korter dan de toerrijders, maar ook korter dan de gemiddelde Nederlander! Mijn vroegere huisarts zei altijd: "Topsport begint, waar gezondheid eindigt!"
Nu heb ik de naam, dat ik een fanatiek sporter ben. Dit is vooral ingegeven door het feit, dat ik een enorm duurvermogen heb opgebouwd in de loop van jaren. Er zijn niet veel schaatsers, die 200 kilometer op kop rijden in zich hebben. Dit is mogelijk, doordat ik een zeer gelijkmatig heb, dat ik héél lang vol kan houden. Een soort ingebouwde cruisecontrol. Zo'n Alternatieve Elfstedentocht rij ik meestal maar 1 of 2 keer per jaar en dat geldt ook voor de marathon, die voor mij steevast de Leiden Marathon is. Ik neem rustig de tijd om met bekenden langs de kant even bij te praten. Hoeveel marathonlopers gaan rustig in een tuin op een tuinstoel zitten?
Feitelijk wordt de marathon zo viermaal een 10 kilometer lopen met 5 tot 10 minuten rust tussendoor. En dat is voor een fitte 70-jarige duursporter prima te doen. Ik train wel veel, maar ik ga zelden echt diep. En als trainer weet ik, dat een inspanning leveren prima is, zolang je je lichaam maar tijd gunt om te herstellen. Ik ben nog nooit overtraind geweest en door de nadruk op gedoseerd duurwerk zie ik dat ook niet zo gauw gebeuren. Een plotseling prestatieverlies tijdens het sporten kan namelijk ook een gevolg zijn van zowel te veel als te weinig trainen als van onderliggende lichamelijke klachten.
Voor wat betreft het advies om eens in de vijf jaar te laten kijken naar risicofactoren als bloeddruk, cholesterol en bloedsuikers: nadat in 2017 een veel te hoge bloeddruk bij mij is vastgesteld, doe ik dit veelal jaarlijks.
Denk echter niet, dat ik zo arrogant ben, dat ik denk, dat hartritmestoornissen mij niet zou kunnen overkomen. Ik ken diverse sporters, die last hebben van hartritmestoornissen en leef lang genoeg om te weten, dat we als mensen allemaal kwetsbaar zijn.
Naschrift:
Assistent-professor Rutger Middelburg van het LUMC is niet te spreken over een artikel van de NOS dat suggereert dat intensief sporten na je 35ste de kans op hart- en vaatziekten vergroot. Volgens hem is het artikel te stellig en mist het belangrijke nuance. Middelburg uitte zijn kritiek dinsdag op LinkedIn, waar hij het NOS-artikel omschreef als ’extreem schadelijk’. Zijn bericht kreeg veel bijval en duizenden likes. „Ik schrok toen ik het artikel las”, zegt hij. „Ik sport veel en ben boven de 35. Daarom ben ik de bronnen gaan controleren.” Volgens Middelburg heeft de NOS het onderzoek van het Radboudumc niet goed geïnterpreteerd. ,,De onderzoekers waarschuwen dat fanatieke sporters zeker niet immuun zijn voor hart- en vaatziekten. Tegelijkertijd worden de sporters, doordat ze er gezond uitzien, minder vaak getest op risicofactoren zoals een verhoogde bloeddruk en cholesterol, dan bijvoorbeeld mensen met overgewicht.” Dat levert een risico op onderschatting op. Maar het betekent niét dat intensief sporten na je 35ste slecht voor je hart is. De risicofactoren voor hart- en vaatziekten blijven bij fanatieke sporters volgens Middelburg vaker onopgemerkt, maar komen niet vaker voor zoals de kop van het NOS-artikel suggereert. Het advies van het Radboudumc is vooral aan artsen gericht, om onderbehandeling te voorkomen. Cardiovasculaire problemen kunnen zich bij intensieve sporters vaak anders presenteren. Zo kunnen sporters bijvoorbeeld na inspanning flauwvallen, in plaats van de klassieke druk op de borst vlak voor een hartaanval. Sommige vormen van hart- en vaatziekten komen volgens Middelburg juist eerder aan het licht bij fanatieke sporters, zoals hartritmestoornissen. „Sporters met een hartritmestoornis ontdekken dat vaak tijdens hun trainingen, omdat ze hun hartslag beter in de gaten houden.” Marathon Middelburg wijst op een statement van cardiologen, waaruit blijkt dat sommige intensieve sporters een stijvere kransslagader kunnen hebben, een risicofactor voor bijvoorbeeld een hartaanval. „Bij fanatieke sporters en mensen met overgewicht komt dat doordat het hart harder moet werken,” zegt Middelburg. „Maar bij sporters blijft, in tegenstelling tot bij mensen met overgewicht, de doorbloeding van de kransslagaders over het algemeen goed.” Middelburg nuanceert ook het risico op hartproblemen tijdens intensieve inspanning, zoals marathons. „Het klopt dat tijdens een marathon de kans op een hartaanval tijdelijk iets hoger is. Maar het feit dat je in staat bent een marathon te lopen, betekent juist dat je algehele risico op hart- en vaatziekten veel lager is.” Hij maakt zich daarnaast zorgen over de impact van berichtgeving zoals die van de NOS. „Ik werk mee aan de Health Hub in Den Haag, waar we mensen juist stimuleren om gezonder te leven en meer te bewegen. Dan helpt dit soort berichtgeving niet mee. Het kan mensen onnodig afschrikken.”
Gisterenochtend kon ik gewoon traplopen na de toch behoorlijk zware Bert Grotenhuis Bokaal geschaatst te hebben. Kennelijk ben ik goed in vorm, zodat ik de 200 kilometer schaatsen goed kon verteren. Eerlijk gezegd vond ik het rijden van een baanrecord van 800 rondjes in IJshal De Vliet zwaarder.
Ook toen kon ik de volgende morgen gewoon traplopen. De dag na de wintertriatlon had ik echter wel last van zware bovenbenen. Gelukkig kon ik dit weekeinde de bovenbenen lekker los gaan fietsen. Gisteren ging ik eerst boodschappend doen bij "De Helianth", dus de eerste fietsrit had ik al snel te pakken. Om kwart over 11 fietste ik rustig naar IJshal De Vliet, waar ik een kinderpartijtje zou leiden. Bij aankomst bleek, dat deze later op de middag zou zijn met een andere trainer. Toch fijn, als dat even doorgegeven zou zijn, want nu kwam ik voor niets naar de baan.
Gedane zaken nemen geen keer en nu had ik meer tijd om naar Burgerveen te fietsen, waar mijn oudste zus Annie haar 85e verjaardag vierde. Zo reed ik naar Park "Cronesteyn" om naar de lepelaarskolonie te kijken. Daarna fietste ik door naar de Munnikenpolder, in de zomermaanden de plek, waar we de droogtraining van IJVL en VIJL afwerken. Dáár wordt de basis gelegd voor een puike conditie in de wintermaanden. Onderweg kwam ik in de buurt van "De Bult" zeer veel wielrenners tegen: de jaarlijkse Joop Zoetemelk Classic startte hier. In de Munnikenpolder was het ook druk, maar dan vooral op en in het ondiepe water. Zeer veel waad- en watervogels klitten hier bij elkaar, zoals kieviten, grutto's, meeuwen, zwanen, ganzen, wulpen en ander gevogelte. Elders rondom dit vogelparadijsje was het een stuk rustiger. Ik fietste door Hoogmade langs de plek, waar mijn moeder geboren is. Ik had de hele weg naar Burgerveen tegenwind. Na een koude start van de dag werd het in het zonnetje steeds lekkerder fietsweer. Bij "Rozen en Radijs" hadden we een gezellige middag met een natje en een droogje. Het was een gezellig samenzijn met mijn broer en zussen en hun aanhang en diverse neven en nichten. In de avondschemering reden Ada en ik naar huis toe. Bij de Koppoel zagen we een molen met een geknakte wiek. We genoten van de mooie avondschemering op dit deel van de Molentocht en de Marathon van Leiden. Na bijna 70 kilometer gefietst te hebben, aten we thuis nog een boterham met gebakken ei en yoghurt met muesli als toetje. Het effect van het duursporten was trouwens goed af te meten aan de bloeddruk. Vrijdagmorgen was deze 133 om 72, gisteren 120 om 69 en vanmorgen 110 om 64. Een puur lage bloeddruk!
Vandaag kwamen er met korte fietsritten naar de Leidse binnenstad en de volkstuin ruim 20 kilometer bij, zodat ik na 200 kilometer schaatsen dit weekeinde ook nog 90 kilometer gereden heb. Ik heb de spieren aardig losgefietst.
Teneinde dit soort taferelen te voorkomen, had ik met mijn vrouw overlegd, toen bekend werd dat de Bert Grotenhuis Bokaal op onze trouwdag verreden zou gaan worden. Het was geen probleem. In het verleden heb ik ook wel eens aan de wintertriatlon meegedaan op onze trouwdag. Maar om Ada te laten weten dat dit trainingsbeest haar zeer waardeerde, had hij een Dwarsligger gevonden met de welluidende titel "Alle beesten". Om 6 uur verliet ik de echtelijke sponde om mijn sportkleding aan te trekken en een ontbijt met veel fruit te nuttigen. Om 7 uur werd ik opgehaald door "Krasse knar" Dennis Groeneveld. Samen reden we naar de IJsbaan van Haarlem, waar we zoveel rondjes als mogelijk zouden gaan rijden. Dennis zou volgens plan op 253 rondjes uitkomen. Via de toeristische route door de Bollenstreek reden we er naar toe. We waren precies op tijd klaar om met zo'n 50 schaatsers van start te gaan bij de Bert Grotenhuis Bokaal. Er waren weer een hoop bekenden, die ook al jaren meedoen met dit schaatsfestijn aan het slot van het seizoen.
Er waren zoals gebruikelijk schaatsers, die er meteen in vlogen. Deze Diesel moet altijd even op gang komen, maar als de motor is warmgedraaid kan hij blijven gaan. Ik was al een paar keer gelapt voor ik in ronde 9 voor het eerst onder de minuut dook. Het eerste uur had ik meestal een paar schaatsers achter me.
Het eerste uur reed ik 62 rondjes, het uur erop ging met 60 rondjes voortvarender. Dat klink tegenstrijdig, doch dat is het niet. De dweilpauze van 8 minuten zorgde ervoor, dat het uur effectief 52 minuten duurde. Tijdens deze serie reed ik met 51,7 mijn snelste rondje van de dag. Het derde uur ging met 56 rondjes niet veel langzamer. Door de laagstaande zon, die op het gladde ijs weerkaatst werd, reed ik vanaf deze serie met mijn nieuwe zonnebril op. Op de baan was het nu een stuk drukker. Er reden diverse trainingsgroepen, zodat je af en toe gepasseerd werd door een langgerekt peloton. Er reden diverse IJVL-ers mee, waaronder Elfstedenmaat Andrea Landman. Op een gegeven moment reden er 2 Leidse tandartsen op kop van dat peloton: Wouter van Riessen en Arthur van Winsen. Het tempo ging omhoog. Laat ik het zo zeggen: zij trokken er flink aan. Tijdens de daarop volgende pauze met praatte ik een tijdje met Arthur. Ondanks dat ik gemiddeld rondjes 55 reed, had ik weinig schaatsers achter me aan. Maar tegen mijn voormalige tandarts zei ik: "Ach Arthur, het is net als met jouw beroep. Vroeger of later komen ze vanzelf naar je toe." Het was inmiddels warmer geworden. Ik had mijn IJsstrijd-trainingsjack uitgetrokken en reed in het Jumbo-shirt, dat ik van Tijmen Snel had gekregen. "Je rijdt nu in de gele trui", zei de immer enthousiaste Ageeth Bosma tegen me. Ik nam een meisje van ijsclub "Nut en Vermaak" uit Leimuiden, de club van stayers pur sang Bob de Jong en Esmee Visser, op sleeptouw en schakelde daardoor aan het eind van het vierde uur over op rondjes van net onder of op de minuut.
Voor een deel kwam dat door een botte plek op één van mijn ijzers. Het grote voordeel van kluunschaatsen bleek maar weer eens. Ik had een reservepaar meegenomen, zodat ik met scherpe ijzers verder kon schaatsen. De totaalstand was inmiddels opgelopen naar 233 omlopen van 400 meter. Het was nog maar een klein stukje naar het 250e rondje. Altijd een magisch moment. Vanaf daar kun je af gaan tellen. Het vijfde uur begon ik vrij rustig, maar gaandeweg versnelde ik met een aardige sliert achter me aan. Het was rustiger op de baan , zodat ik mijn specialiteit ten volle kon benutten: een brede slag. Met 286 rondjes op de teller zag het er naar uit, dat ik volgens mijn schema de 200 kilometer kon volbrengen. Bij het van de baan afgaan voor de Zamboni kwam een man naar mij toe: "Wat bent u ontzettend sterk!"
De zesde serie had ik als vanouds het grootste deel van de deelnemers achter me aan met gemiddeld rondjes 55. Het totaal kwam uit op 401 omlopen, dus ik hoefde er nog maar 99 af te leggen. Het 8e uur ging net zo snel als het uur ervoor met eveneens een aardig lange stoet in mijn kielzog. Met 456 rondjes hoefde ik het laatste uur nog maar 44 omlopen af te leggen. Ik reed wat rustiger om vooral de jeugdige schaatsers op weg naar de finish te helpen bij dit leuke duursportevenement. Uit ervaring wet ik, dat dit het zwaarste stuk kan zijn. Het gezegde luidt niet voor niets: De laatste loodjes wegen het zwaarst!
Tijdens het 500e rondje ging ik hand in hand over de finish met Bert Grotenhuis, de naamgever en bedenker van dit duursportevenement. Ik had nog tijd genoeg over om 12 rondjes te rijden, zodat ik om 5 uur 512 rondjes op de teller had staan. Exact het aantal van vorig jaar, de dag waarop mijn zus Leny was overleden. De prijsuitreiking was in het restaurant van de ijsbaan. Na alle sportdranken was het tijd voor een onvervalst Haarlems biertje: Jopen. De niet volledige uitslag is af te lezen uit dit staatje. Asturias met 512 rondjes ontbreekt. Ik zou dan als 7e gefinisht zijn. Blijkens de uitslag was ik bij de mannen als 6e geëindigd en in het totaalklassement als 8e. Ik kon met Nathalie, die op kunstschaatsen 417 rondjes afgelegd had, meerijden tot station Heemstede, waar ik de trein naar De Vink nam. In de Stevenshof kon ik genieten van een prachtige zonsondergang. Daarna kon ik mijn vrouw in de armen sluiten op onze trouwdag, die vorig jaar een stuk treuriger was.
Het had vannacht op klomphoogte aardig gevroren. Het was om half 9 dan ook een frisse fietsrit naar IJshal De Vliet. Vanmiddag zou het bijna 20 graden warmer worden. De opkomst op deze prachtige lentedag was dan ook bijzonder laag te noemen. Met een peloton van 7 "Krasse knarren" hield dat in, dat iedereen vaak aan de beurt kwam.
In het begin had ik moeite om het tempo bij te houden. Temeer daar ik morgen in Haarlem 200 kilometer probeer te schaatsen bij de Bert Grotenhuis Bokaal. Tijdens een van de rondjes rust in de piramide van 100 rondjes verontschuldigde ik me: "Daar ik morgen een lange afstand ga rijden, rij ik vandaag met de handrem erop."
John Val pareerde deze opmerking vaardig met: "Met de handrem rijden is wel zwaarder!" Daar had ik niet van terug! Mijn 5 kilometer op kop begon voorzichtig met 4 rondjes 38, gevolgd door 9 rondjes 37. De negatieve split werd volbracht met 7 rondjes 36. In dit tempo moet het morgen lukken om de 200 kilometer te volbrengen. De rest van de series liet ik het peloton af en toe gaan bij versnellingen, maar in het algemeen ging het stukken beter dan bij het begin van de training. Na de koffie en thee in de kantine fietste ik naar huis, waar de lentebloemen in bloei stonden. Na de douche en de lunch maakte ik alles gereed voor de schaatstocht van morgen. De wekker staat op 6 uur 's ochtends. Vandaag passeerde ik met de handrem wel een tweetal mijlpalen. Op de 250-meterbaan kwam het geregistreerde aantal rondjes van dit seizoen uit op 8101. Met het passeren van de 8000 rondjes had ik in IJshal De Vliet 2000 kilometer gereden.
Daarnaast werd mijn blog vandaag voor de 2 miljoenste keer bekeken....
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.