donderdag 10 september 2009

Twilight zone

Dinsdagavond weer op de Bult getraind, met mijn favoriete onderdeel, de schaatsplank en direct daarna mijn minst favoriete onderdeel, sprinten. Maar goed, it's all in the game. De dag erop fietste ik met Jos Drabbels en Jaap de Gorter naar Leiderdorp, waar we op de nieuwe skeelerbaan zouden trainen. Het is even wennen op een 400-meterbaan, maar op dit volledig vlakke asfalt ging het steeds beter. Gaandeweg de avond kwam het "pootje over" er toch wel in onder leiding van de immer positieve Jens Postma. Met allerlei oefeningen wist Jens ons steeds vaardiger te maken in de bochten. Ging het eerste rondje nog zonder overstappen, niet verbazingwekkend na 4 weken niet geskeelerd te hebben, aan het eind van de avond waren er in de bocht nog maar een paar tussenstapjes in de bocht nodig. Het rechte eind skeelerde helemaal lekker op dit superglijdende asfalt. Wel werd het steeds donkerder. De lichtmasten stonden er wel, maar voor ons kwam er geen lichtstraal in de schemering.  
Zodoende stopte onze groep om kwart voor 9. De snelle groep, onder leiding van Arthur van Winsen, werkte wel de hele training af, terwijl wij onze skeelers uittrokken. Het leek wel een Elfstedentochttraining met het skeeleren in het donker.

zondag 6 september 2009

"Straks wordt het startschot gegeven, denk ik..."

Mijn laatste wedstrijdloop was 3 maanden geleden. In juli had ik 3 weken niet gerend gedurende de fietsvakantie over de Noordzeeroute en Groene valleienroute, en toen de training net weer op gang kwam, moest ik een week rust nemen vanwege griepachtige verschijnselen. Hierdoor moest ik, tot grote vreugde van Jaap de Gorter, de Wassenaarse zwemloop laten schieten. Kortom, het was voor mij een groot raadsel, waar ik stond. 
Dat was ook het geval bij de speaker van de Vlietloop, die 2 minuten voor de start van de 10 km en de 10 Engelse mijlen kennelijk niet op de naam kon komen van de wethouder en zodoende de legendarische woorden uitsprak: "Straks wordt het startschot gegeven, denk ik..."  
Gelukkig was de wethouder van de gemeente Voorschoten zich wel bewust van zijn voornaamste taak, zodat we om 12 uur toch werden weggeschoten. Ik startte, samen met Kobus Turk, die de 10 km liep, vrij ver naar achteren. Bewust. Ik had niet ingelopen en gebruikte de eerste 2 km als warming-up. Het lopen ging verbazingwekkend makkelijk. De grote inhaalrace kon beginnen. De eerste 5 km ging, ondanks de vrij trage start, in 23 minuten. Bij de 7 km kwam de splitsing tussen de 10 km en de 10 mijl. Het werd meteen een stuk rustiger. Het grote inhalen was nu afgelopen. Ik haalde nog een paar mensen in, waaronder 1 in een shirt van Den Haag atletiek en 2 van The Hague roadrunner's. Dit geeft altijd een goed gevoel. Hardlopen is voor mij een "bijvak" en toch ben ik sneller dan mensen, voor wie het de hoofdsport is. Het lopen ging op deze bewolkte zondagmiddag nog steeds zeer goed. Af en toe voelde ik een pijntje in mijn rechterkuit of mijn linkerachillespees, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Er zat echter geen enkel verval in het tempo. Op 12 km kwam ik door in 55 minuten, dus een tijd van 1.15 was haalbaar. In een volkomen vlakke race liep ik naar de finish in de Voorstraat in Voorschoten. In de laatste 400 meter haalde ik nog iemand in, die heel lang 100 tot 200 meter voor me uit gelopen had. Het liep uit op een heuse eindsprint en degenen, die mij kennen weten dan al, wie de verliezer is....
Desondanks was ik zeer tevreden. Met een 42e plaats van de 131 gefinishte mannen in een brutotijd van 1.15.31 had ik de snelste tijd, die ik ooit op de 10 Engelse mijl gelopen heb, waarbij tot mijn verrassing de nettotijd 1.15.35 was, waar ik op 1.15 blank had gerekend. Hoe dan ook, ik ben het najaar wel eens slechter begonnen. Het startschot voor het seizoen 2009/2010 was gegeven, denk ik...

vrijdag 4 september 2009

De slufter van Schoorl

Vorige week heeft een grote bos- en heidebrand een enorm natuurgebied bij Schoorl in de as gelegd. Huizen werden ontruimd, van een bos van 70 jaar oud bleef bijna niets meer over. Brandweerlieden uit de hele provincie Noord-Holland waren in de weer om de brand te blussen. 
Dat ik op dit weblog de bosbrand bij Schoorl aanhaal, is niet zonder reden. Met de trainingsgroep van de IJVL heb ik daar een paar keer wezen mountainbiken. Hier een verslag uit november 1998, dat een goed sfeerbeeld geeft van zo'n dag mountainbiken. Met 9 IJVL-ers en 1 autochtoon trokken we naar Schoorl, waar we bij een fietsenmaker 10 mountainbikes huurden. 
Na de zadels op de juiste hoogte te hebben gezet, vertrokken we naar het centrum van Schoorl. Daar aangekomen hebben diverse personen inkopen gedaan bij Super de Boer. Jaap de Gorter ontdekte, dat het niet handig is, om als een van de weinigen een rugzak mee te nemen, want 2 kilo bananen en diverse Extrans waren zijn deel, naast de diverse broodzakjes, die hij al meezeulde. 
Onder leiding van Pieter uit Schoorl reden we over een fietspad naar een 14 km lang mountainbikeparcours. In de duinen was het schitterend. Vooral de berijpte heidevelden onder een laagstaand winterzonnetje waren van een ontroerende schoonheid. De eerste klimmetjes leverden geen problemen op, maar de afdalingen was wel even wennen op deze bevroren ondergrond. 
De eerste klim was op een stuk, dat voor fietsers verboden was, naar het uitzichtspunt over de slufter, die vorig jaar in de Schoorlse duinen gegraven is. Pieter Smit was de enige, die op de mountainbike naar de met een dun laagje ijs bedekte slufter reed. Volgens mij ging hij kijken, hoe hij zoiets in de zeereep bij Katwijk kan doen, zodat hij Katwijk onder water kan zetten. Met zijn negenen daalden we deze eerste steile helling af, waarna we met Pieter erbij aan het echte parcours begonnen.
Het eerste stuk ging door een bos. Vooral op de lager gelegen delen was het best link, daar de opgevroren randen van minstens 10 cm hoog veel stuurmanskunst vereisten. We kregen de eerste serieuze klim te verstouwen, waarna we het eerste stuk van de afdaling moesten lopen, daar het te steil was in het mulle zand. 
We kwamen daarna op een fietspad, waarover we zo'n 600 meter moesten fietsen. Hans Boers reed met Jaap Smit voorop. In de duinen is dit een zeer succesvol duo, waarbij verdwalen gegarandeerd is. Hans bespeurde zeker weer een extra binnenbocht, terwijl Thijs Smit zijn broer volgde. Zodoende misten ze wel het slechtste stuk van het traject, met veel opgevroren randen. 
 Bij het fietspad vlak bij Bergen wachtten we op de dolenden, alvorens we met zijn tienen de Nok van Schoorl beklommen. Deze 47 meter hoge klim is een ideale schaatstraining: je hebt kracht nodig om te klimmen, snelheid omdat je in de lichtste versnelling rijdt en souplesse om langs de boomwortels en opgevroren randen te sturen. De zeer steile afdaling liepen we, waarna we nog een behoorlijke klim voor de kiezen kregen. 
Robert van Kralingen kreeg een lekke band. Zonder plakspullen is het wat lastig repareren, maar van een passerende mountainbiker kochten we een binnenband. Daarna reden we naar "de Berenkuil", waar we erwten- en tomatensoep met broodjes gezond bestelden. Drie uur nadat we begonnen waren, kwamen we nogmaals op ons startpunt. 
We reden nogmaals de eerste helft van het mountainbikeparcours. De bovenlaag was duidelijk zachter en dus zwaarder. Met de Nok van Schoorl als finale verlieten we de duinen en reden over het fietspad naar de verhuurder terug. Bij "de Viersprong"namen we een paar Palm om het vochtverlies te compenseren. In deze uitspanning werd door diverse personen het plan gesmeed om de volgende dag te gaan schaatsen op de Oostvaardersplassen. 
Het dagje mountainbiken zat erop. Het is voor herhaling vatbaar. Deze slotzin zal de komende jaren geen opgeld kunnen doen. Ook al hersteld de natuur zich uiteindelijk, een flink deel van het bos is als verloren te beschouwen, dus ook een stuk van het zeer mooie mountainbikeparcours. Het zal helaas heel wat jaren duren, voor dit weer een mooi bos is.

donderdag 3 september 2009

Schuurvoet

Onze schuurvoet vertoonde haperingen, dus ik kreeg van Ada het dringende verzoek, om de schuurvoet naar de firma Kruyt in Wassenaar te brengen om te kijken, of deze nog gerepareerd kon worden.

Op deze buiïge donderdagochtend liep ik met de schuurvoet in de rugzak naar de A44. Hier stond een flinke file. Op de radio kunnen ze het zo mooi omschrijven: "Langzaam rijdend en stilstaand verkeer."
Nu ken ik het gevoel wel, dat je als fietser sneller bent dan al die automobilisten, die in hun eentje in de auto zitten te staren naar elkaars achterlichten. Maar dat ik als loper ook sneller was, was voor mij een compleet nieuwe ervaring. En dat, terwijl ik met een extra gewicht van 4 á 5 kilo op mijn rug liep. Mentaal trouwens een prima ervaring: een jaar of 2 geleden schommelde mijn gewicht tussen de 69 en 70 kilo, nu tussen de 65 en 66. Het gewicht, dat ik nu in de rugzak had, zeulde ik dus altijd mee!

Wat de files aangaat: veel mensen geloven het verhaal, dat er te weinig wegen zijn in de Randstad. Het probleem is niet, dat er te weinig wegen zijn, er zijn gewoon teveel wagens! Nu wil de provincie Zuid-Holland voor de zoveelste keer proberen de A11-West, die tegenwoordig eufemistisch de Rijnlandroute wordt genoemd, aan te leggen, dwars door Voorschoten en door de mooie polder ten zuiden van de Stevenshof. Zinloos, want het fileprobleem is net een waterbed. Je drukt op de ene plaats weg en het komt dan op een andere plek weer tevoorschijn.
De enige oplossing is hetgeen ooit bij de melkboeren is toegepast: de superheffing. Wilde je meer melk produceren, dan kon je rechten kopen van een andere boer. Dit werkte uitstekend. De melkplas verdween. Waarom kunnen we dit niet toepassen met de heilige koeien? We kunnen toch gewoon zeggen: er komen vanaf nu geen nieuwe kentekens meer bij. Wil je er een, dan koop je het kentekenbewijs van een ander. Zo komen er nooit meer heilige koeien bij! Je kunt zelfs heel langzaam het aantal auto's verminderen door het aantal kentekenbewijzen te verminderen. Veel goedkoper dan het aanleggen van steeds weer nieuwe wegen.
Het was dus een goed idee van Ada om de haperende schuurvoet weg te brengen om te repareren. Anders was ik als loper nooit sneller geweest dan al die auto's op de "snelweg". Na de schuurvoet afgeleverd te hebben op industrieterrein Maaldrift liep ik langs het Valkenburgse meer weer naar huis toe in het wisselvallige weer. Mocht iemand mij hebben zien lopen en gedacht hebben: "Wat loopt die man vreemd!", dan zou ik hebben geantwoord: "Dat komt door mijn schuurvoet!"

woensdag 2 september 2009

Alternatieve Weissensee

In de loop der jaren ben ik diverse keren op de Oostvaardersplassen wezen schaatsen. Een prachtig natuurgebied, waar altijd redelijk snel geschaatst kan worden. Ik zal niet alle tochten op dit weblog plaatsen, maar wel die van een mooie winterse dag aan het begin van dit millennium.
Op 17 januari 2001 was het eindelijk zo ver. Na 4 jaar zonder natuurijs zouden we in de Flevopolders een tocht gaan schaatsen op de Oostvaardersplassen. Om 10 uur vertrokken we bij de IJshal met 6 personen: Jos Drabbels met Ben, een collega van hem, Frits van Huis, Fré Kreuger, Wil Verbeij en ondergetekende. Thijs Smit en Eelke van den Ouweleelen hadden het ijs de dag ervoor al getest: het was mooi ijs, maar niet overal betrouwbaar, hetgeen Eelke met een nat pak moest bekopen.
Bij Lelystad liet Fré haar literaire talent naar voren komen, dat ze heeft meegekregen van haar vader, de schrijver F.H. Kreuger. Deze schreef o.a. "Onder hoogspanning", "De Nachtwacht op avontuur", "Il Cannone" en "De restauratie", zeer leuke schelmenromans.
Lezen, mensen!
Fré repte van "Onze alternatieve Weissensee", en zo voelde het ook een beetje. Op het spiegelgladde ijs reden we met zijn zessen over plekken, waar anderen al geschaatst hadden en die dus redelijk betrouwbaar waren. Wie achter de 2 meter lange Wil Verbeij aanreed wist zeker, dat het ijs daar te vertrouwen was.
Het was ideaal schaatsweer: zonnetje, windstil en een temperatuur van 2 graden onder nul.

We genoten volop van de prachtige natuur, terwijl we de eerste ronde van 20 km maakten. Na een kilometer of 5 kwamen we Sjaak Stuijt tegen, die met ons op zou rijden. De eerste ronde ging in een rustig tempo, daar we eerst wilden verkennen, waar veilig gereden kon worden. Diverse stukken bleken dood te lopen in de rietlanden of in open water van 20 tot 40 cm diep, zodat we veelvuldig terug op de heenweg moesten.
De tweede ronde ging de gashendel open. Het tempo lag hoog. Aan de bovenbenen kon ik voelen, dat er een verschil is tussen de 6 uur 36 van Sjaak Stuijt, de 7 uur 12 van Frits van Huis en mijn eigen 10 uur 25 op de 200 km. Maar van een beetje afzien word je nooit slechter, dus harken en bijblijven zo goed en zo kwaad als het ging.
Na de tweede ronde moest Sjaak Zoeterwoude weer gaan besturen, zodat we met Frits als gangmaker aan een net zo snelle derde lus door de rietlanden begonnen.
Om half 4 verlieten we het natuurijs met een moe, maar voldaan gevoel: hiervoor train je immers al die jaren. Ik kan iedere lezer van harte de reis naar de Oostvaardersplassen aanbevelen voor de Alternatieve Weissensee.


Sjoelbak

Het begon licht te regenen, toen wij met de schaatsplanken van de kantine van Swift naar de Bult liepen. Na 2 rondjes inlopen begonnen we met een drietal piramides op de schaatsplank van 1, anderhalf en 2 minuten en weer terug. Omgerekend 21 minuten intensief trainen op techniek. Maar de schaatsplank is mijn favoriete trainingsonderdeel, dus mij hoorde je niet klagen. Doordat het af en toe lichtjes spetterde, werd de plank vochtig en daardoor soms wat stroef. Daarop mochten we 5 keer de heuvel op sprinten, terwijl we in de elastieken door een trainingsmaat werden tegengehouden. Kortom, het was weer een intensiefe training. Met schaatspassen heuvelop en 2 rondjes uitlopen op de Bult werd de behoorlijk intensieve training gecompleteerd. Na gedoucht te hebben, vroeg Loek Noest, die met Henk Distelveld en Hans den Outer aan een tafeltje aan het bier zat, een voorbeeld wat de droogtrainingsgroep even later zou volgen, aan mij: "En, heb je gewonnen?" "Gewonnen?" vroeg ik verbaasd. "Ja, met sjoelen." "Met sjoelen?" was mijn wedervraag: "We hebben helemaal niet gesjoeld." "Nou, ik zag je anders wel lopen met een sjoelbak!"

dinsdag 1 september 2009

Vervangende dienstplicht

Het is vandaag 30 jaar geleden, dat mijn loopbaan bij de openbare bibliotheek begon. Officiëel althans, want 1 september 1979 was een zaterdag, dus ik begon mijn werkzame leven met een vrije dag. Het was het begin van mijn bijna 19 maanden vervangende dienstplicht. Een symbolisch goed gekozen datum: op die dag waren de herdenkingen, dat de Tweede Wereldoorlog 40 jaar eerder begonnen was met de inval van Nazi-Duitsland in Polen. In deze dienstweigeraar school immers geen "Universal soldier".  
Op maandag 3 september begon het allemaal echt met een fietstocht van 20 km van Nieuw-Vennep naar Leiden. Gedurende 2 maanden reed ik vrijwel iedere ochtend de 20 km heen en 's middags weer terug. Toch 200 km in de week en soms zelfs 240, want eens in de 3 weken had ik zaterdagdienst. Maar helaas, de geest is gewillig, maar het vlees is soms zwak. Bij slecht weer kon ik meerijden in de auto van Lenny Houdijk, met wie ik op jongerenkoor "Oktopus" zat en die ook in Leiden werkte. Wat dat aangaat ben ik af en toe een watje....
Gelukkig was de herfst van 1979 redelijk goed te noemen, zodat ik vaak op mijn opoefiets de dagelijkse 40 km afgelegd heb, tot ik op 1 november een kamer in onderhuur vond aan de Witte Rozenstraat in Leiden. Want als je een goede basisconditie wilt hebben, is het vrijwel iedere dag 40 km fietsen een echte aanrader.