Vanmiddag begon voor mij het repeteren van "Das Paradies und die Peri" van de Duitse componist Robert Schumann, gebaseerd op het dichtwerk "Lalla Rookh" van de Engelse schrijver Thomas Moore. De eerste repetitie heb ik gemist vanwege natuurijs op de Kaag. Je moet immers keuzes maken in je leven....
Onder leiding van Wim de Ru moeten we op zaterdag 20 juni 2009 dit koorwerk ingestudeerd hebben, daar dan de uitvoering van het Leidse koorproject is in de Hooglandse kerk.
Nu zullen velen zich afvragen, wat muziek met sport te maken heeft. Meer dan je op het eerste oog denkt. Allereerst leer je bij het zingen je longen volledig te benutten en ook rustig uitademen. Door de neus diep inademen en goed gebruik maken van je buikspieren bij het door de mond uitademen. Doordat je dit bewust oefent bij het zingen, kun je deze ademhalingstechniek uitstekend toepassen bij het sporten.
Daarnaast werk je bij muziek met maat en ritme en is vooral de timing heel belangrijk. En wat is er mooier, dan als schaatser op glad ijs lange slagen te maken, die precies even lang zijn. Kortom, het ritmegevoel, wat je bij het zingen oefent, komt ook bij het schaatsen van pas, net als een goed gevoel voor timing.
En dan denk je onwillekeurig weer terug aan die gouden dagen op de Vogelplas en op de Kaag, toen je op spiegelglad ijs constant lange slagen kon maken in een rustig ritme.
Ik ga maar flink mijn best doen. Want iedere schaatser weet: het Paradijs eindigt op ijs!
Dit stuk gaat over mentale training voor toertochtrijders. Er zijn een hoop misvattingen bij de term “mentale training”. Het moet goed zitten “tussen de oren”. Nogal wat mensen denken, dat dit iets is, wat je hebt of niet hebt, maar dat is een misvatting. Ook op het gebied van karakter en doorzettingsvermogen valt er een hoop te trainen. Ik zal hier trachten om de winst, die een toertochtrijder in het algemeen een een Elfstedentochtrijder in het bijzonder, kan halen uit de mentale training, duidelijk aan te geven. Denk niet, dat dit is aan komen waaien. Ook ik heb het met vallen en opstaan moeten leren en ondervinden.
Of, om met J.R.R. Tolkien te spreken in zijn meesterwerk “In de ban van de Ring”: “Ik zal de Ring brengen” zei Frodo, “hoewel ik de weg niet weet.”
Met de niet versagende hobbits als voorbeeld in het achterhoofd begeven we ons op het gladde ijs van de mentale training. En hierbij beginnen we meteen met de constatering, dat mentale training niet losstaat van de “gewone” training. Je kunt nog zo sterk zijn in je kop, als je niet traint op conditie en techniek, zul je niet ver komen. Je moet je dus en fysiek en mentaal trainen.
In het Friese gezegde: “Voor de wind is iedereen een harde rijder” wordt al veel gezegd over mentale training. Uiteraard moet je van de omstandigheden profiteren als ze goed zijn, maar karakter wordt pas gevormd als het tegenzit of je er hard voor moet werken. En hier hebben we meteen het punt, waarom veel talenten, als het er echt op aankomt, het niet halen: er is hen te veel komen aanwaaien. Als je als junior alles wint zonder er veel voor te hoeven doen, dan word je gemakzuchtig. En als er dan echt gewerkt moet worden, is het vaak moeilijk om de knop om te zetten.
Zelf heb ik dit op een ander vlak meegemaakt. Als kind kon ik altijd goed leren. Het ging me op de lagere school zo makkelijk af, dat ik zonder leren negens en tienen haalde. En als er iets is, dat lui maakt, is het optimaal resultaat zonder inspanning. Met deze verkeerde instelling begon ik aan de middelbare school. Pas nadat ik was blijven zitten, had ik me deze levensles eigen gemaakt: als je iets wilt bereiken, moet je er voor werken.
En daarmee komen we bij de harde werkers, de “trainingsdieren”, die vaak later boven komen drijven. Zij hebben doorzettingsvermogen gekweekt en haken niet bij het eerste de beste zuchtje tegenwind af. Ze hebben vaak in hun jeugd op moeten boksen tegen schaatsers met meer talent en hebben al jong leren afzien en pijn lijden. En ze zijn er sterker uit tevoorschijn gekomen.
Nu is mentale training niet alleen weggelegd voor toppers of toppers in spe. Iedereen kan eraan beginnen en ongemerkt beginnen mensen er vaak al aan. Je moet het je alleen bewust maken om er optimaal profijt van te trekken.
Allereerst moet je jezelf doelen stellen. Pijn lijden is erg, als het zonder zin is. Maar als het onderdeel is van een training om iets te bereiken, dan is diezelfde pijn een stuk makkelijker te dragen. Stel wel haalbare doelen en deel dat doel in in haalbare stappen. Ik kan wel als doel stellen, dat ik een wereldrecord op de sprint wil halen, maar dat ligt niet in mijn vermogen. Daar begint dus de basis van de mentale training: je moet niet verder willen springen, dan je polsstok lang is. Maar door jaar in jaar uit te trainen, kun je hem wel langer maken.
Op basis van subdoelen ga je trainen om jezelf te verbeteren. Zelf ben ik pas echt met schaatsen begonnen, toen ik in 1979 in Leiden kwam wonen. De liefde voor het schaatsen was ontstaan in de winters met natuurijs. Pas nadat ik wekelijks naar de “Menkenbaan” ging, kwam de echte vooruitgang. Na een gewenningsperiode van een paar maanden, kon ik twee uur achter elkaar rondjes rijden. In die winter kon ik voor het eerst een Molentocht van 50 km uitrijden. En dat is het voordeel van het begin: je gaat vaak hard vooruit. Het tweede en derde jaar is er ook nog vooruitgang, daarna blijf je vaak op een bepaald niveau hangen.
Toch was de trainingsmethode van wekelijks twee uur achter elkaar schaatsen niet zonder resultaat. Het lichaam wordt gehard, maar vooral wordt je er mentaal sterker van. Na zo’n anderhalf uur achter elkaar trainen, verandert de spijsvertering en staat de eerste jaren de man met de hamer klaar. Door dit wekelijks te trainen, kun je jezelf trainen om een inzinking te voorkomen of om deze snel te overwinnen.
Vaak lijkt het, alsof je op een bepaald niveau blijft hangen, maar als je gewoon blijft volharden in trainingsarbeid, kom je op een mentaal breekpunt, bijvoorbeeld de eerste keer dat je de 100 kilometer haalt. En het gekke is: als je een bepaalde afstand voor het eerst hebt gehaald, dan werkt dat vaak als een doorbraak. Van de 100 km schiet je makkelijk door naar de 120. Heb je eenmaal zo’n mentaal breekpunt bereikt, dan gaat de top als basis dienen voor nog betere prestaties.
Je bent dan in “the winning mood”. Goede coaches weten hun pupillen vaak in deze stemming te brengen.
De basis is het zogenaamde “positieve denken”. Als je immers denkt, dat je iets niet kunt, dan kun je het nooit! Omgekeerd geldt in het algemeen: je kunt iets alleen als je denkt, dat je het kunt!
Voorts, het is een open deur, maar daarom niet minder waar: doe waarin je goed bent en vooral wat je leuk vindt. Dan hou je het het langste vol. Vooral als je voldoende variatie in de training hebt en regelmatig nieuwe trainingsvormen uitprobeert. En eenieder weet: de aanhouder wint. Maar de aanhouder dient wel goed naar zijn lichaam te luisteren. Het is niet moeilijk om jezelf over de kop te trainen. De kunst is juist om optimaal te trainen, alles eruit te halen, wat er in zit, maar niet meer.
Oud-wereldkampioen Harm Kuipers zegt: “Ik ben er van overtuigd, dat er meer talent verloren gaat door te veel dan door te weinig te trainen” en daar ben ik het volkomen mee eens. Het klinkt misschien gek uit de mond van een kilometervreter, maar het nemen van voldoende rust om te herstellen is een belangrijk onderdeel van de mentale training. Je kunt immers niet altijd diep gaan: kies deze momenten zorgvuldig, maar neem dan ook de rust, die daarbij hoort. Ook de geestelijke rust.
Verder: test jezelf regelmatig op het niveau, dat je met toertochten wilt hebben. Zelf probeer ik af en toe 200 km te schaatsen (wie liever die afstand fietst, dat kan ook) om lichaam en geest (weer) te laten voelen, wat het inhoudt, om de Tocht der Tochten te kunnen rijden. Het lopen van de marathon komt hier trouwens dicht bij in de buurt, zowel fysiek als mentaal. Maar leg dat maar eens aan een buitenlander uit: dat je een marathon loopt als training. Als stelregel kun je dus nemen: net zo ver fietsen als je wilt schaatsen, terwijl je met lopen de afstand door ongeveer 5 kunt delen voor hetzelfde effect.
Wie het zeer lezenswaardige boek “Mysterieuze krachten in de sport” van Joris van den Bergh heeft gelezen, weet dat hierin tal van voorbeelden te vinden zijn, waarin fysieke vermoeidheid door mentale frisheid in eigen voordeel omgebogen kan worden. Het sleutelwoord hierbij is concentratie. Hoe geconcentreerder je een oefening uitvoert, hoe beter dat is. Je kunt beter 1 oefening goed doen dan 2 afraffelen. Meestal houd ik me hier wel aan, maar 15 keer opdrukken.....
Eenieder, die mij na de training aan de bar ziet, zal het niet geloven, maar ik vind discipline heel belangrijk, en dan vooral zelfdiscipline. Gewoon altijd gaan trainen, weer of geen weer. Als je altijd alleen met mooi weer traint, train je jezelf alleen maar bij optimale omstandigheden. Tegenslagen overwinnen als het er echt op aankomt is dan extra moeilijk.
Een zeer goede oefening voor lichaam en geest is een flink stuk te gaan fietsen bij hondenweer. Tien of twintig kilometer bij windkracht acht: enerzijds bouw je met hard trappen tegen de wind in extra kracht op, vooral ook mentaal, terwijl je met wind in de rug een fantastische snelheidstraining hebt. Hetzelfde bereik je met hardlopen bij veel wind: gratis krachttraining en snelheidstraining, al naar gelang de wind staat.
Regelmaat en (zelf)discipline zijn onontbeerlijk voor het kweken van de juiste mentaliteit. Daarnaast werkt de hoeveelheid trainingsarbeid ook stimulerend: hoe meer je ergens in geïnvesteerd hebt, hoe minder snel je bij tegenslag op wilt geven. Na 17 jaar trainen en een mislukte Elfstedentocht achter de rug, wilde ik na een krampaanval 50 km voor de finish niet opgeven. Als het lichaam faalt, dan komt het op geestkracht aan!
En die geestkracht kun je trainen, net als conditie en techniek. Voor de wind is iedereen een goede rijder, maar pas bij tegenwind komen de echte toertochtrijders te voorschijn.
De Elfstedentocht is de tocht van het leven,
alles wat je hebt, zul je moeten geven
om weer bij het beginpunt uit te komen.
Bij de start ben je moeilijk in te tomen
en in de duisternis snel je voort
terwijl je veel ijzer om je heen hoort.
Tijdens de jeugd van deze tocht
wordt het mooie Gaasterland bezocht,
maar vanaf Stavoren zul je gaan bemerken,
dat je voor het einddoel hard moet werken.
Moeizaam beuk je dan in tegen de wind,
achter ruggen, waar je beschutting vindt.
Voorbij Franeker ben je al ver heen
en voelt een krampscheut in je been.
Je hebt de tijd om te overwegen
of genot soms in pijn is gelegen.
Na Dokkum krijg je de wind in de rug
en glijdt snel naar Bartlehiem terug,
maar helaas, op de weg naar Oudkerk
doet de wind nogmaals haar sloperswerk.
Dan strompel je voort zo goed je nog kunt,
terug naar Leeuwarden, naar het beginpunt.
Eén ding is zeker, dat staat als een huis. Je
weet: op de eindstreep wacht het kruis je.
Ruim een week na de prachtige natuurijsperiode ging ik op dinsdagavond weer mijn rondjes draaien in de Leidse IJshal. De klapschaatsen waren nu wel goed scherp, maar toch liep het het eerste uur voor geen meter. Ik kon de slag gewoon niet te pakken krijgen. Het groepje pubers, dat in de hoek bij de brug telkens overstak en waardoor een vaste dinsdagavondklant tegen de boarding viel, droeg niet bij tot het goede gevoel. Ze bleven hier nog ruim een half uur mee doorgaan. Diverse schaatsers riepen hen tot de orde, maar het hielp niet veel. Tenslotte reed ik naar hen toe om uit te leggen, dat wat ze deden behoorlijk gevaarlijk was en dat er ook wel eens mensen een been gebroken hadden, doordat ze ongelukkig tegen de boarding geknald waren. "Bovendien" ging ik verder, "over een kwartier gaan de meesten koffie drinken en dan heb je de ruimte." Of dit de juiste toon was, weet ik niet, maar daarna stopte het roekeloos en uitdagend oversteken. Of dat constante oversteken mij mentaal blokkeerde, is niet te achterhalen, maar toen dit gestopt was kwam ik langzamerhand wel in mijn slag en het tweede uur ging het lekker. De verbeterde slag kwam op het rechte eind weer helemaal terug. Donderdag ga ik proberen om dit ook in de bochten te doen. Rond half 10 kwamen de pubers weer op de buitenring rijden. Ik gaf hen wat aanwijzingen, hoe ze beter en effectiever konden schaatsen en het lukte hen aardig om dit op te pikken. Met een beetje vriendelijkheid bereik je vaak meer, dan met de Hollandse direktheid. Of, zoals mijn vader plachtte te zeggen: "Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn."
Siebe werd zaterdag gebeld uit Spanje. Hij mag vanaf februari komen rijden bij de elites van het Construcciones Paulino cycling team in Oviedo. Daar zijn sterkste kant het klimmen is, kan hij kijken, hoe ver hij kan komen in dit bergachtige terrein. En of hij zich kan verbeteren op zijn specialisme, want in Nederland ben je gauw uitgeklommen. Als vader wens ik hem natuurlijk het allerbeste toe en ik hoop, dat hij zijn droom waar kan maken bij de elites van Construcciones Paulino. We zullen hem met zeer grote belangstelling volgen.
In het Leidsch Dagblad stond donderdag een artikel op de voorpagina over een Professionele ijsbaan tussen Leiden en Alphen. In de discussie op www.leidschdagblad.nl heb ik me gemengd met onderstaand stuk, daar je het ijzer moet smeden als het heet is en dit de grootste kans is op een 400-meterbaan in Leiden. En als dat niet mocht lukken, met een gerenoveerde 200-meterbaan ben ik ook heel tevreden. Ik schaats er al bijna 30 jaar en wat mij betreft komen er nog eens 30 jaar bij: In de meeste hier geplaatste reacties bespeur ik een negatieve toon ten aanzien van de mogelijke komst van een 400-meterbaan in Leiden of de nabije omgeving. Nu kan er van alles worden beweerd over wethouder Witteman, maar niet, dat hij zich niet aan zijn beloften houdt. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen heeft de PvdA zich sterk gemaakt voor het behoud van een kunstijsbaan in Leiden, indien mogelijk door het bouwen van een nieuwe hal en anders door het opknappen van de "Menkenbaan". Ze stonden daar niet alleen in, ook de SP en de ChristenUnie hebben zich daar expliciet voor uitgesproken. Toeval of niet, dit waren de winnaars van de gemeenteraadsverkiezingen, die later samen een coalitie hebben gevormd, die uiteindelijk gestruikeld is over de RGL. Naast bovengenoemde partijen was er meer steun in de gemeenteraad, o.a. van de fracties van VVD, GroenLinks en het CDA. Kortom, wat wethouder Witteman nu doet, is zich houden aan verkiezingsbeloften en daar is toch niets mis mee? Nu is in opdracht van het vorige college een stuurgroep aan het werk gegaan met de opdracht om te kijken, hoe kunstijs in Leiden behouden kan blijven. Daartoe zijn 3 opties onderzocht: een 400-meterbaan, een baan van ongeveer 300 meter en het renoveren van de IJshal aan de Vondellaan. Van alle opties zijn de kosten en baten op een rijtje gezet. En de 14 miljoen euro's kostende 400-meterbaan kwam daar goed uit de bus. Niet dat dat mij als schaatsliefhebber en -trainer verbaast. Van de IJVL gaan veel trainingsgroepen iedere week naar Leiden of Haarlem, daar de Leidse IJshal te klein is voor het trainen op topsnelheden. En de IJVL is niet de enige ijsclub, die te maken heeft met deze versnippering. Als in het Huis van de Sport een 400-meterbaan komt, dan scheelt dat veel gereis vanuit deze schaatsgekke regio. Voor degenen, die het gemist hebben: vorige week stond deze regio massaal op het ijs op o.a. Vogelplas, De Kaag en de Nieuwkoopse plassen. De "doelgroep" voor een kunstijsbaan is er dus wel degelijk. Nu heb ik zelf een vraag over het Huis van de Sport. Er is een atletiekbaan in opgenomen. Heeft Leiden behoefte aan een tweede atletiekbaan? Of wordt deze baan een vervanging van de baan in het Houtkwartier? Indien dit laatste gebeurt, dan zou deze plek toch een prachtig alternatief zijn voor een eventueel niet doorgaan van de ijsbaan in het Huis van de Sport. En indien een volledig overkapte ijshal in Leiden financieel niet haalbaar is, dan desnoods maar beginnen als openluchtbaan, zoals de meeste kunstijsbanen in Nederland begonnen zijn. Want dat de financiën de achilleshiel zijn, is duidelijk. Een groot deel van de schaatsers komt buiten Leiden vandaan en het is redelijk, dat de omliggende gemeenten daar aan meebetalen. Maar gezien de bepaald niet optimaal te noemen verhouding tussen Leiden en de buurgemeenten zit dit er niet in. In Hoorn, waar een mooie ijshal van 400 meter is aangelegd, hebben 10 of 11 gemeenten deze baan gezamenlijk gefinancierd en direct de bouwkosten van 14 miljoen euro in een keer afgeschreven, zodat de exploitatiekosten meteen een stuk lager zijn. Als Leiden en omliggende gemeenten dit ook eens op konden brengen....
Mijn reactie op een reactie, waarin de schrijver meldde, niet te willen betalen voor de hobby van een ander: Het klinkt heel principieel om te zeggen, dat je gewoon niet mee wilt betalen aan de hobby van een ander, maar in de praktijk is dat natuurlijk onuitvoerbaar. Een sporthal, waar diverse sportverenigingen met evenzovele verschillende sporten gebruik van maken, zou nooit gebouwd kunnen worden, want hoe wil je de financiering rondkrijgen? En wat te denken van jonge kinderen, die over 10 jaar pas van die sporthal gebruik gaan maken? Sportvoorzieningen zijn nu eenmaal gemeenschapsvoorzieningen, net zo goed als schouwburgen, bibliotheken, musea e.d. Aan deze voorzieningen betalen ook mensen mee, die er nooit gebruik van maken. Als zo'n voorziening er eenmaal is, is het trouwens niet zo, dat het gebruik gratis is. En dat is helemaal niet erg: een hobby mag geld kosten! Alleen het opbrengen van grote investeringen kunnen individuele schaatsers niet opbrengen. Daar heb je inderdaad de overheid voor nodig, of een rijke sponsor, die het geld er voor over heeft, zoals destijds Ton Menken. En daar dit soort sponsoren niet voor het oprapen liggen, ligt hier een schone taak voor de gemeente Leiden én de omliggende gemeenten, daar veel inwoners uit de omliggende plaatsen gebruik maken van de Leidse IJshal.
De afgelopen jaren zeiden we het vaak tegen elkaar:"Er moet een nieuwe natuurijsperiode komen om het weer druk te laten worden in de IJshal. De afgelopen twee weken hadden we deze en dat hebben we donderdagochtend geweten. Rijden we normaal gesproken op deze ochtend met een man of 30, nu was er een middelbare school, die ook het licht had gezien. Er reden zo'n 130 scholieren rond op de ijsbaan, die nu ineens te klein was. De ruimte is voor dit aantal wel groot genoeg, maar de scholieren hielden zich niet aan de regels. Langzame rijders gingen aan de rechterkant rijden. Bovendien waren er een paar schaatsers, die met een zeer beperkte techniek ons bij probeerden te houden. En als ervaren schaatser weet je: die gaan vroeger of later absoluut zeker een keer onderuit en de kans dat ze jou dan meenemen in de val blijft natuurlijk aanwezig. Een 400-meterbaan voor Leiden is niet zo'n gek idee! Daar het ons niet lukte om met een man of 10 deze pubers in korte tijd te disciplineren, hielden we het na 10 minuten voor gezien. Het enige voordeel was, dat ik nu wist, dat mijn schaatsen scherp genoeg waren. Ik sprong snel op mijn fiets om thuis mijn hardloopschoenen te halen en met Jan en Michel Versteegen en Wim van Huis ging ik, voor het eerst sinds de Kerstcross, hardlopen. We liepen een rondje van ongeveer 5 km in 25 minuten, waarna we een gezellige ochtend hadden in de kantine van de IJshal, genietend van alle natuurijsverhalen.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.