vrijdag 25 januari 2013

De Rottemeren of "Hier is het goed!"

Via de mail had ik naar mijn trainingsmaten een bericht gestuurd, dat we om kwart over 9 zouden verzamelen bij de Leidse IJshal en dan om half 10 te vertrekken. Alleen Hans van der Plas, met wie ik gisteren in Blokzijl deze afspraak had gemaakt, was aanwezig. Samen vertrokken we naar Bleiswijk.
Op de A4 kwamen we naast een auto te rijden met Arthur van Winsen achter het stuur. Wij schatten in, dat hij ook naar de Rottemeren zou gaan. We bleven achter hem aan rijden en ons vermoeden klopte. Ook Jos Fugers stapte uit de auto.
We parkeerden vlak bij de ijsbaan van Bleiswijk, waar we op het ijs stapten, waarna we over de dijk moesten klimmen om op de Rottemeren terecht te komen. Vanochtend vroor het in onze omgeving 11 graden, maar nu het zonnetje scheen liep de temperatuur al gauw op naar enkele graden vorst op deze windstille morgen.
We reden met zijn vieren richting Rotterdam tot we bij de brug bij Oud-Verlaat kwamen. Dit was het uiterste punt, tenzij je graag tussen de eenden wilde zwemmen. Daartoe voelden wij geen enkele behoefte, dus wij keerden om en reden in een behoorlijk tempo over de breder geveegde baan aan de oostzijde. Zo kwamen we langs de molens.
Hoe Hollands wil je het hebben?
Het eerste rondje was een verkenningsrondje, waarbij we keken, waar de plekken zaten, waar je goed op moest passen, zoals scheuren, hobbels en kapotgereden sneeuwranden. Tijdens dit rondje zagen en spraken we Jos van Teijlingen.
Het tempo werd na deze ronde opgeschroefd. Ik kon het net niet bijhouden. Dan kun je twee dingen doen: je kunt proberen om koste wat kost toch bij te blijven, maar dan blaas je jezelf op. De tweede mogelijkheid is, om in eigen tempo door te rijden, waardoor je het veel langer vol houdt. Voor die mogelijkheid koos ik. En dan valt het vaak mee, hoe weinig je op een half rondje van 8,7 km verliest. Aan het eind van ieder "recht" eind wachtten we op elkaar.
Ondertussen waren we Kees Olsthoorn tegengekomen, die zich bij ons treintje aansloot.
Op een gegeven moment reed ik achter Hans. We hadden net een stuk met veel en soms diepe scheuren gepasseerd.
"Hier is het goed!" liet Hans zich ontvallen. Het "goed" klonk, terwijl hij al viel!
Bij de vierde ronde ging het niet helemaal goed. Ik moest een gat van een meter of 20 laten vallen, net als de andere keren, maar op het smalste stuk van het parcours kwam ik achter een groepje te rijden, dat heel langzaam een paar andere schaatsers inhaalde. Het gat was al snel meer dan 100 meter. En dan krijg je te maken met de macht van het getal: mensen gaan eerder opzij voor een groepje schaatsers dan voor een individu.
In de hoek stond niemand te wachten, dus ik reed ook maar door. Bij café "De Roerdomp" zag ik Jos en Arthur aanstalten maken om naar binnen te gaan.
"Zijn Hans en Kees al binnen?" vroeg ik.
"Nee", antwoordde Jos: "Zij reden een stukje voor ons."
Ik ging de andere twee ophalen, maar toen we 10 minuten later "De Roerdomp" binnen stapten, zagen we Jos en Arthur niet. Ik keek naar de vloer en zag, dat deze van steen was.
"Arthur is zijn schaatsbeschermers even aan het halen", gaf ik als verklaring.
Wie we hier verwachtten, zagen we niet, en wie we niet verwachtten, zagen we wel: Bauke Dooper.
Na de warme chocolademelk schaatsten we met zijn drieën nog een rondje, daar Bauke om 2 uur in Leiden moest zijn. Tijdens het rijden van deze lus reed ik in een scheur en lag languit.

Net als gisteren was de nieuwe binding van mijn Rossignol-kluunschaats losgesprongen. Met skiën kan zoiets handig zijn, met schaatsen is het dit niet!
Het was inmiddels veel drukker geworden, hetgeen de kwaliteit van het ijs beslist niet ten goede was gekomen. Dit hield in, dat we regelmatig stapvoets moesten rijden.
Een laatste rondje reden we ontspannen met de "rustige rijders" mee. Hans en ik gingen nog een kopje snert eten in "De Roerdomp". Gerrit de Mooij en Wim Hogewoning kwamen net naar buiten, zodat we deze krasse knarren even gedag konden zeggen.
Dat konden we om 3 uur na zo'n 70 km schaatsen ook tegen de Rottemeren, waar de opstekende wind het 's middags kouder maakte. Het meest verrassende was: het was zuidenwind!
Deze van weerwoord geplukte foto's geven de sfeer van deze prachtige schaatsdag goed weer.
De Rottemeren is zaterdag voor mensen, die rustig willen schaatsen en voor gezinnen met kinderen een prima bestemming. Degenen, die (een beetje) door willen kachelen, kunnen hun heil beter elders zoeken. Vermoedelijk zal het op de laatste dag, voor de dooi invalt, zeer druk worden op de Rottemeren.
Na een week schaatsen in de natuur stond ik om kwart over 4 weer op de schaatsen in de Leidse IJshal. Ik mocht weer schaatsles geven aan kinderen. En dan is het toch leuk om te merken, dat de meesten van hen hadden genoten van schaatsen op natuurijs.
Dit doet een trainershart goed. Daar doe je het allemaal voor!

donderdag 24 januari 2013

Vijfmerentocht

Voor vandaag was de Vijfmerentocht aangekondigd in de omgeving van Giethoorn. Daar moest je dus niet zijn. Dat kwam mooi uit, want wij waren van plan om net als gisteren naar Blokzijl af te reizen.
Om half 9 waren Jaap de Gorter, Robert Nozeman en ik bij Frits van Huis. Met zijn auto haalden we Martin Raamsman op en met zijn vijven reden we de toeristische route door de Noord-Oostpolder naar Blokzijl. Het parkeerterrein voor dit Zuiderzeestadje stond al bijna vol, maar we konden nog net een plekje vinden middels creatief parkeren.
We liepen een paar 100 meter en trokken onze schaatsen aan. Het was even over 11 uur, dat wij aan de prachtige tocht door de Wieden begonnen. De 5 IJVL-ers waren traditiegetrouw allemaal in andere kledij gehuld. Het is een kleurrijke schaatsvereniging.
Via het Giethoornse meer schaatsten we onder mijn bezielende leiding door naar de Beulaker Wijde. Niet dat ik zo bezielend ben, maar ik kende gewoon de weg. Over de geveegde baan, waarop we gisteren teruggeschaatst waren naar Blokzijl, reden we nu naar de kluunplaats naar de Belterwijde.
Hier hoorden we, dat de Vijfmerentocht vanwege de enorme toeloop was afgelast vanwege te schecht ijs op sommige stukken. Er waren 17.000 schaatsers op af gekomen, waar er op 10.000 was gerekend. Dat krijg je, als je de enige toertocht in het hele land organiseert.
Op de Beulakerwijde hadden we niks van de drukte gemerkt. Op het grote meer had je alle ruimte op de brede banen door het sneeuwlandschap. Op de Belterwijde was het wat drukker, maar het was op deze heerlijke schaatsdag met weinig wind, temperaturen net onder het vriespunt en sluierbewolking prima weer.
Wij gingen op avontuur in de slootjes tussen de rietvelden. We slingerden door dit prachtige natuurgebied, namen een doodlopende sloot, die we uiteraard weer terugreden, en na nog wat slingers kwamen we uiteindelijk bij de Arembergergracht in Belt-Schutsloot uit. In zaal "De Belt" namen we om half 1 een drinkpauze met koffie en chocolademelk.
Ons plan was om naar Zwartsluis te schaatsen, maar daar we achteraf via de Boschwijde naar Belt-Schutsloot gereden waren en aan de andere kant van de brug zaten, reden we weer terug naar een ander deel van de Belterwijde.
Jaap herkende dit, daar hij vorig jaar een lang weekeinde in Wanneperveen gelogeerd had met een groep trainingsmaten, die nu aan de Weissensee heel wat minder schaatsplezier hadden. De Alternatieve Elfstedentocht wordt morgen met 1000 man verreden op een parcours van 4 km lengte. Iedere rijder heeft dus 4 meter ter beschikking!
Wij hadden veel meer ruimte ter beschikking, ondanks dat wij nu de bordjes met "Merentocht" volgden. We schaatsten over papijs onder de brug van de provinciale weg door en tussen de rietkragen door schaatsten we naar Zuideinde. Via twee tuinen, die grondig omgeploegd werden voor veel scherpe ijzer, kwamen we op de route naar Giethoorn.

Martin filmde hier al schaatsend om deze Oerhollandse sport in dit Oerhollandse dorp aan zijn Amerikaanse collega's te kunnen laten zien.

Het ijs in Giethoorn was trouwens van mindere kwaliteit door de vele schaatsers, die hier hun sporen achtergelaten hadden.
Na een tocht onder de vele houten bruggen door draaiden we de Bovenwijde op. Op dit meer reden we langs Smits Paviljoen, bekend van de scene met de koe in "Fanfare" van Bert Haanstra.

Aan de overzijde van dit meer reden we weer naar het zuiden toe, waar we tussen het riet vlak bij Wanneperveen kwamen bij de sloot, die vanmorgen uit het parcours gehaald was. Wij keerden ons om en reden via de route van eerder vanmiddag weer terug naar de Belterwijde. Hier kwamen we Willem van Vliet, Hans van der Plas en de licht beschadigde René Strelzyn tegen.
Het ijs was op dit meer was her en der uitgetrapt. Dit gaf aan Martin de gelegenheid om ons zijn valtechniek te laten zien. Ik kan u verzekeren: daar is niets mis mee! Hij had kennelijk de smaak te pakken, want een kilometer verderop deed hij dit nog een keer. Het "voordeel" van de klapschaats op natuurijs.
Bij een stukgereden stuk papijs volgde ik zijn voorbeeld. De nieuwe binding van de Rossignolschaats is minder robuust. Bij langlaufschoenen is het een voordeel, als je ski losschiet als je valt, bij schaatsen ligt dit wat anders. Mijn schaats kwam vast te zitten en schoot los. Dan kun je als schaatser een heleboel willen, maar dan ga je gewoon onderuit. En als keurig getrouwde man kan ik u verzekeren, dat het geen pretje is, als er een andere vrouw op je valt!
We staken bij de kluunplaats de provinciale weg weer over op weg naar de Beulakerwijde, die we op de nog breder geveegde baan van vanmorgen overstaken langs de kant. Via de Walengracht passeerden we Jonen en bijnet Giethoornse meer reden we langs de noordoostkant op Blokzijl aan. We haalden onze schoenen op en schaatsten naar café "Sluiszicht", waar we de prachtige dag gezellig afsloten.
Bij het verlaten van dit drukke schaatscafé zagen we net René, Hans en Willem van het ijs af komen.
Na de groepsfoto wandelden we door mooi Blokzijl naar de auto. We zagen toen een wel heel bijzondere zonsondergang. Toen de zon bijna onder was, zagen we een brede rode streep vanaf de zon omhoog wijzen.
Zoals ik gisteren al zei: kennelijk heeft de Biblebelt toch een streepje voor. Hoe het ook zij, wij hadden in ieder geval een schitterende dag gehad tijdens onze 66 km lange Alternatieve Vijfmerentocht.

woensdag 23 januari 2013

De Wieden

Ik moest vanmorgen om half 8 bij de Leidse IJshal zijn. Niet om daar te schaatsen, maar omdat het zo'n handig punt is om af te spreken, als je elders in Nederland op natuurijs gaat schaatsen.
Een terloops gesprek met Willem van Vliet gisterenmiddag op de Vogelplas leidde tot om half 7 opstaan, ontbijten en weggaan naar de ijsbaan. Daar stonden Willem van Vliet, Jan Annard, Hans Post, Maria Nieuwenhuis, Klaas van den Broek en chauffeur Wim Slootweg op de afgesproken tijd, zodat we met zijn zevenen in een auto naar Blokzijl konden vertrekken.
De reis verliep voorspoedig, zodat we de eerste gasten waren in café "Sluiszicht", waar we na de koffie en warme chocolademelk het ijs op liepen voor de eerste slagen van deze fantastische schaatsdag. Het vroor een graad of 7, maar de wind was niet al te sterk. Het ijs was dat wel: prachtig zwart ijs!
We trokken onze schaatsen aan bij een bordje "Gevaarlijk ijs".
Via de Valsche Trog schaatsten we naar het Giethoornse meer. Een gevoel van euforie beving ons: wat is het hier prachtig en wat is het heerlijk om dan over zwart ijs te schaatsen. Zou de Biblebelt dan toch een streepje voor hebben? Voor ons voelde het in ieder geval als een stukje hemel op aarde.

De popgroep Angel zong dat ook in Winter song: "Heaven on earth".
Zo reden we door tot de Kleine Beulaker Wijde, waar we even overlegden over de te volgen route.
We reden over geveegde banen de Beulaker Wijde op en staken deze langs de kant over.
Op een gegeven moment hield het pad op. Op een meter of 100 afstand zag je een enorm wak liggen. Gezien de onprettige ervaringen hieromtrent op de Beulaker Wijde keerden we om en staken over een veilig pad dit grote meer over naar de sloot tussen de rietkragen, die we eerder al gehad hadden, ook al was het ijs hier van mindere kwaliteit.
We kozen ervoor om dit ijs langs het riet te vervolgen. Af en toe waren er stukken opgevroren sneeuwijs.
In een poging Giethoorn te bereiken, reden we over slecht ijs bij Dwarsgracht, maar dat liep dood.
Rechtsomkeer gemaakt, en een sloot verder kwamen we uit bij "De Otterkooi".
Hans Post deed de Leidse Sleutel, eerlijk verdiend bij de Run-skate-run, alle eer aan. Hij droeg steevast de rode lantaarn.
Tussen de middag was hij, terwijl wij nog een stuk van de Wieden verkenden, alvast teruggereden naar Blokzijl, waar hij in Sluiszicht alvast een erwtensoep nam.
Toen Willem meldde, dat hij 7 snert besteld had, zei Hans snedig: "Doe mij er ook maar 7!"
Na een rustpauze van een uur kost het altijd even enige tijd, voor je weer in je ritme zit. We reden over het Giethoornse meer naar de Thijssengracht. In het eerste stuk reden we regelmatig over schotsen, het tweede deel richting Giethoorn was een stuk beter. Maar ook nu liep het pad dood in de sneeuw.
We keerden om, en waar ik vanmorgen al veel op kop gereden had, zou ik vanaf dit punt alle kopwerk op me nemen.
Langs de noordkant van de Beulaker Wijde was nu ook een baan geveegd als voorbereiding op de Vijfmerentocht van morgen. Dit nieuwe pad volgden we tot we bij een recreatiepark kwamen. Hans had ons inmiddels verlaten en reed in zijn eentje terug naar Blokzijl.
Van de altijd enthousiaste en innemende Maria kreeg ik de vraag voorgelegd: "Weet jij trouwens wat Rossignol betekent?"
Ook al reed ik al 8 jaar op mijn Rossignol-kluunschaatsen, ik moest het antwoord schuldig blijven.
"Het betekent nachtegaal."

Ik had een hoop verwacht, maar dat toch niet.
De zon was doorgekomen en we genoten van het schitterende landschap.
Bij de watervilla's staken we de weg over en reden een stuk over de Belterwijde, tot we bij de laatste kluunplaats weer terug gingen naar de Beulaker Wijde.
Over vers geveegde banen reden we over de Beulaker Wijde weer erug op Blokzijl aan. Af en toe kraakte het ijs vervaarlijk, maar als het 5 grote veegmachines op rij kan dragen, dan zal het bij 6 schaatsers ook wel lukken.
Zo reden we in een zon, die het ijs een oranje gloed gaf, op Blokzijl aan. We hadden een schitterende schaatsdag gehad gehad in de Wieden.

dinsdag 22 januari 2013

De onechte Marja

Op de fiets op weg naar de Vogelplas zag ik een merkwaardig natuurverschijnsel: een bloedrode zon, die boven het wolkendek uit kwam. Het beloofde dan ook een mooie dag te worden, temeer daar er weinig wind stond bij temperaturen van een graad of 2 onder nul.
Bij de Vogelplas aangekomen zag ik, dat leden van IJsclub "Nut en Vermaak" uit Stompwijk, net als vorig jaar, een grote en vrij brede baan hadden geveegd in de vorm van een laars.
Toevalligerwijze kwamen Bert Raaphorst, Marja van Vliet en ik in dezelfde volgorde aan bij de opstapplaats bij de boerderij als gisteren. Ik zat op de bank mijn kluunschaatsen aan te trekken en zei tegen de net gearriveerde Bert Raaphorst: "Kijk, Bert, daar komt Marja aangelopen."
"Nee hoor", zei een vrouw, die op de andere punt van de bank zat: "Ik ben er al. Ik heet Marja"."
"Dat kan niet", gaf Bert als antwoord: "Marja van Vliet is de echte Marja!"
"Dus ik ben een onechte Marja?", kwam er bedremmeld uit haar mond.
Hierover kwamen we snel tot overeenstemming. Na de onechte Marja het telefoonnummer van Slachtofferhulp overhandigd te hebben vanwege een ernstige identiteitscrisis, reden we met Hans van der Plas de geveegde baan op voor onze eerste rondjes. Op de baan langs de Kniplaan zagen we Aad Berg op kop sleuren van een treintje met Michel, Henk en Jan Versteegen. Na 2 rondjes van 1,2 km werden we ingehaald. Hans haakte aan bij deze snellere groep, terwijl wij met René Strelzyn, die net was gearriveerd, in een iets rustiger tempo onze rondjes reden.
Om 11 uur verliet de Versteegen-groep de goed glijdende Vogelplas. Wij reden door tot half 12, toen ook Marja naar huis moest fietsen. Wij namen toen onze eerste rustpauze.
We aten een plak snijkoek, wat krentenbollen en dronken thee en beklaagden degenen, die nu met dikke dooi aan de oevers van de Weissensee zaten, terwijl er vlak bij huis wel op natuurijs geschaatst kon worden.
Met een blik op de besneeuwde Vogelplas merkte Bert op: "Dit is de Hollandse Weissensee!"
Na een dik half uur schaatsen op deze prachtige dag zaten er wat rode plekken op de verder smetteloos witte Vogelplas. René was in een scheur gereden en had een bloedende snee in zijn wang. Hij moest ons zodoende helaas verlaten.
Achteraf viel het allemaal gelukkig mee. Het ziet er vaak erger uit, dan het is.
Met zijn drieën reden Bert, Hans en ik tot 1 uur onze rondjes. Ik nam een tweede pauze, terwijl zij hun schaatsen uit trokken. Ik reed met Hans Post een paar baantjes, toen wij Willem van Vliet ontwaarden. Die vertelde, dat er vermoedelijk donderdag in de Kop van Overijssel al toertochten georganiseerd zouden worden. Dat werd beaamd door Dick de Bles, die ook net op het ijs was verschenen.
Zodoende werden plannen gesmeed om morgen al naar de Kop van Overijssel af te reizen en daar lekker over de gebaande paden te schaatsen. De Wieden en de Weerribben zijn prachtig in ieder jaargetijde, maar zeker in de winter. Dat gaat dus genieten worden!
Ondertussen reden Willem en ik een stuk of 10 rondjes, waarbij ik halverwege even met mijn collega Aafke van Duijn praatte.
Marco Tiller kwam ook nog even genieten van de Hollandse wintersport pur sang. Met hem reden we nog een paar rondjes, alvorens ik uit ging rijden. Morgen en overmorgen ben ik op de Wieden en de Weerribben te vinden, dus ik moest me een klein beetje sparen.
Met Wim van de Ven, de voorzitter van de Katwijkse bibliotheek, reed ik een stukje op, net als met met Aafke, alvorens ik om 3 uur de Vogelplas verliet na bij de bouwkeet een gevulde koek en warme chocolademelk te hebben gekocht.
Bij het vertrek sprak ik nog even met prins Adrie, over wie je hele boeken kunt schrijven.
Hij vertelde me, dat er aan het eind van de middag extra banen geveegd zouden worden op de Vogelplas. Ook al ben ik er zelf niet bij, ik wil een bezoek aan dit goed glijdend natuurijs van harte aanbevelen. Met 6 schaatsdagen op rij op dit meertje dicht bij huis meen ik enig recht van spreken te hebben.
Het is er gezellig en er wordt niet moeilijk gedaan of je echt bent of onecht....