vrijdag 17 augustus 2012

Kalkeifel Radweg


Na de lunchpauze in Niederehe reden we de Kalkeifel Radweg over het fietspad naar Wasserfall Dreimühlen.

De bemoste waterval ziet er behoorlijk imposant uit.


Via de trap daalden we af. We probeerden een steile klim over losse grond te volbrengen, maar halverwege zagen we het nutteloze van onze poging in.

We daalden voorzichtig weer af en namen de veilige trap omhoog.


Via Ahütte trapten we langs de ruïne van een kasteel naar Ahrdorf.

Mineralquellen Route


Zoals iedere morgen klonk om half 8 het gebeier van de kerkklokken in het kraterdal. We pakten de tent snel in, daar er dreigende wolken hingen. Toen alles ingepakt was, ontbeten we. Om half 10 begaf ik me naar de receptie van hotel "Schneider" voor het betalen van € 48,- voor het 3 nachten kamperen aan het mooie Schalkenmehrer Maar.
Om af te kicken reden we het lage rondje om het vulkaanmeer heen met 2 beklimmingen, alvorens het kratermeer te verlaten.

We klommen op de Maare Mosel Radweg lichtjes tot de lange tunnel, waarna we 3 km afdaalden. Met bepakking zeer prettig. We fietsten voor het station langs, zodat we de steile klim naar die Stadtmitte van Daun achterwege konden laten.
De Mineralquellen Route ging vrij vlak tot Rengen, waar het klimmen begon langs de Hasbach. Aanvankelijk over een verharde weg, maar in het bos over onverharde wegen.
Zo kwamen we uit in Dockweiler. Dit is de hoogst gelegen plaats in de Vulkaneifel.

Voor ons betekende dit afdalen naar Dreis-Brück na de koffiestop in Dockweiler.
We maakten een halve cirkel van ruim 4 km over een bospad van de Döhnberg, waarvan de top 655 meter hoog is.
Zo kwamen we bij een Mineralquelle uit: de Sumpfquelle. Deze lag in een hoogveenvlakte van een hectare groot. Via Oberehe daalden we over een onverhard pad naar Niederehe. Bij het bereiken van de glooiende asfaltweg trokken we onze jas aan. Het regende eventjes. In Niederehe namen we een bushok als overdekte lunchplaats.

Eifelsteig


Voor de verandering werden we om 7 uur gewekt door de regen. Toch hoor je ons niet klagen over het weer, want de buien vallen bijna allemaal 's nachts.
Om half 9 ontbeten we, waarna we over de Maare Mosel Radweg naar Daun fietsten. We reden door een tunnel van 560 meter lengte, waarna we 3 km afdaalden tot Bahnhof Daun.
Een steile klim bracht ons in die Stadtmitte. Bij een Konditorei schreven we de laatste Ansichtkarten bij latte macchiato en chocolademelk. Ada was hier lekker bezig. Ze griste de landkaart van de Eifelsteig uit mijn handen, liet haar aantekeningenboekje vallen en bij het oprapen daarvan nam ze het talellaken mee. De helft van mijn chocolademelk kwam op het schoteltje of op het tafelkleed.
"Das ist nicht schlimm!" zei de serveerster.
Ik vond het ook niet slim van Ada!
We deden boodschappen voor het avondeten en met een wat zwaarder beladen fiets kwamen we bij Bahnhof Daun, waar we de aansluiting voor de tocht van erop vonden.
We reden de Maare Mosel Radweg tot voorbij de tunnel, waar we de variant via de Weinfelder Maar kozen.
Door de steile klim kwamen we uit bij het uitzichtspunt tussen Schalkenmehrer Maar en het Totenmaar. Daar er een kleine bui boven ons hoofd hing, daalden we in regenjassen gehuld over de hoogste weg tot we in Schalkenmehren waren. We hadden bijna 15 km gefietste. Onder het afdakje van de tent lunchten we.

Om half 2 vertrokken we voor een wandeling. Eerst klommen we in Schalkenmehten, tot we bij een prachtig uitzichtspunt over de heuvels rondom uit kwamen. Alle kanten op was het mooi.
We klommen, de bordjes Eifelsteig volgend, nog verder, maar doordat we in een bos waren, zag je niet zo ver meer. Bij landgoed Altburg, vlak bij de sterrenwacht "Höher Observatorium", begon de afdaling met af en toe een klimmetje als intermezzo door de bossen naar Uedersdorfmühle. Op sommige lager gelegen delen was het zeer drassig, vooral bij tractorsporen.
De drinkpauze bij Uedersdorfmühle viel in het water. Die Gaststätte sloot om 14.00 uur. Op een bank aten we een banaan, dronken wat water uit de bidon en verlieten de Eifelsteig, een wandeling over alle hoge pieken in de Eifel.

We wandelden langs de bovenloop van de Lieser. Voor ons was het letterlijk een bovenloop, want we beklommen een hoge heuvel en zagen de Lieser diep onder de Schneeberg liggen. Na een uur wandelen boven de kronkelende beek sloegen we af richting Weinfelder Maar.

Eerst klommen we langzaam maar zeker door de bossen, maar gaandeweg werd het iets steiler en haden we meer vrij uitzicht.

Het Weinfelder Maar had in de zonneschijn een zeer aparte kleur. Op de achtergrond lag de kerk zonder dorp aan de andere kant van het kratermeer. Een pestepedemie heeft de bevolking van het dorp Weinfeld volledig weggevaagd.

We staken de weg tussen de twee meren over en daalden via het steilste pad af. Na een wandeltocht van drieënhalf uur waren we om 5 uur terug bij de Susten 3XP.
Ik kon Ada niet zo ver krijgen, dat ze met me ging zwemmen. Ik was op weg naar het Freibad, maar het kon nog vrijer. Een Duitser liep langs onze tent om in het Maar te gaan zwemmen. Ik liep met hem mee naar een plek, waar je vrij simpel het meer in kon lopen. Het water was lekker en na een kwartier zwemmen voel je je helemaal verkwikt.
Na de gnocci met courgette, tomaatm paprika en uien, brachten we op deze toch wat kille avond door in de barruimte van hotel Schneider. Ada las verder in "De schaduw van de wind" van Carlos Ruiz Zafon.

Ik las "Waarom Evans niet?" van Agatha Christie uit, die ik op weg naar onze tent wist te slijten aan een paar andere Nederlanders op de camping, die in hun jonge jaren de Eifelsteig helemaal hadden gelopen.

Rolmodel

Het zal niet meegevallen zijn voor mijn hoofd Irene, die op deze warme vrijdagmiddag in het door sluierbewolking licht gedempte zonlicht met een vriendin een stukje aan het fietsen was, om plotsklaps geconfronteerd te worden met haar werk.
Want daar is natuurlijk geen ontkomen meer aan, als je mij tegen komt. Het rolmodel bij uitstek!

Vooral op skeelers komt dat goed tot zijn recht....
Want laten we wel wezen: welke eer valt er voor een hoofd nog te behalen, als je leiding moet geven aan een rolmodel als mij?

Na mijn werk trok ik om 3 uur mijn skeelers aan om te kijken, of je via de Via 44 over beter wegdek naar het spiegelgladde asfalt voor het voormalige vliegveld Valkenburg zou kunnen komen. Welnu, dat lukte prima. Het asfalt en de tegels vanaf de Deijlerweg tot bij Duinrell is minder dan op de Via 44, maar wel beter dan langs het Valkenburgse meer.

Bij de rotonde bij "de Klip" kwam ik op het spiegelgladde asfalt terecht. Je hebt het gevoel alsof je vliegt, zo weinig weerstand heb je met de wind in de rug op dit stuk richting Katwijk. Ik haalde diverse fietsers in, waarvan sommigen het toch niet zo leuk vonden, dat ze door een skeeleraar voorbij gestoken werden.

Bij het barakken skeelerde ik de toegangsweg van het vliegveld af tot aan de slagbomen, waarna ik terugreed en tot de Kooltuinweg skeelerde.
Ik reed nog een keer terug naar "de Klip" en en keerde op dezelfde wijze terug naar de Kooltuinweg. Via deze weg met asfalt, wat elk jaar wat minder wordt, reed ik weer op de Stevenshof aan. Daar ik op deze warme middag met een helm op toch wat last kreeg van hittestuweing, nam ik bij de Kwantum Hallen, in een grijs verleden sponsor van de wielerploeg van Jan Raas en Joop Zoetemelk, een ijsje.

Ik was ruim 2 uur onderweg en had met een achttal kleine wieltjes een kleine 40 km over het asfalt gerold.

Ik ben een echt rolmodel!

donderdag 16 augustus 2012

Kosmosradweg


We ontbeten bij de tent alvorens we om half 10 op deze zeer wisselend bewolkte dag op de fiets te stappen voor een zeer pittige start. Vanuit Schalkenmehren hadden we meteen een klim van 10%.

Een mooi uitzicht over 2 vulkaanmeren was onze beloning.

We verlieten het Schalkenmehrer Maar en fietsten langs het Weinfelder of Totenmaar.
Er volgde een afdaling van 14%. We reden met ingeknepen remmen, want halverwege moesten we een pad door het bos inslaan naar het Gemünder Maar.

Vanuit Gemünden startte de Kosmosradweg.

We volden een beek tot Pützborn, waarna we naar een hoogte van 500 meter moesten klimmen naar Oberstadtfeld over een rustig weggetje langs akkers en bosland.
We volgden de Kleine Kyll via Schutz, waarna we bij Bellscheider Kopf de route naar Manderscheid insloegen.
Onderweg werd op de Kosmosradweg de afstand van de planeten tot de zon in verhouding weergegeven. De afstand tot Pluto is immens.

We moesten een paar km over een mountainparcours door de bossen rijden. Door de regen van de afgelopen nachten was het af en toe behoorlijk blubberig.
Bij hotel "Heidsmühle" dronken we Milchkaffee und Kakao en aten we een aardbeiengebak, waarna we aan de 4 haarspeldbochten naar Manderscheid mochten beginnen.
Bij Penny sloegen we proviand in voor de lunch, die we opaten op een bank met uitzicht op de 2 kastelen van Manderscheid.



We daalden af naar de beek, waar we om half 3 € 4,- entree betaalden voor de bezichtiging van Schloss Niedermanderscheid.


Het blijft indrukwekkend, deze Middeleeuwse bouwwerken.


In een uur tijd hadden we het kasteel beklommen, bekeken en gefotografeerd.


Als afsluiting namen we in het zonnetje nog cappuccino en chocolademelk.


Er volgde een lange klim uit het dal. Eerst 2 km over de doorgaande weg, waarna we een steilere weg insloegen richting Buchholz. Op 488 meter hoogte hadden we een prachtig uitzicht op het zuidelijk deel van de Eifel, met in de verte de nog hogere heuvels van de Hunsrück.

We daalden af naar Eckfeld, waar we de Maare Mosel Radweg naar Gillenfeld namen. Daar deed Ada inkopen voor het avondeten, waarna we op deze grotendeels bewolkte dag op Schalkenmehren aan koersten, waar we om half 6 na 49 km koers weer terug waren bij de tent.
Na de rijst met broccoli, gebakken ui, tomaten en kaas maakten we om 8 uur een wandeling om het prachtige kratermeer, dat er als een spiegel bij lag nu de bewolking grotendeels weggetrokken was.

Natuurijstraining in hartje zomer

De titel klink misschien gek, maar het is toch waar. Gisterenavond viel de skeelertraining letterlijk in het water. Op het moment, dat ik normaal gesproken op de fiets naar de skeelerbaan in Leiderdorp zou gaan rijden, kwam de regen hier met bakken uit de hemel. Het onweerde en er stond even een harde wind.
Behalve dat het op zolder ingeregend had, waren de gevolgen vooral op de Velostrada te zien, waar ik vanmorgen over skeelerde. Deze was bezaaid met takken en takjes. Dat betekende, dat je je slag niet goed af kon maken. Je moest met je wieltjes een beetje tussen de takjes door laveren met een prikslag.

Precies op de manier, waarop je op natuurijs op slecht ijs met een aangepaste slag probeert te voorkomen, dat je onderuit gaat.

Vandaag probeerde ik een voor mij nieuw rondje uit. Vanaf station De Vink skeelerde ik over de Velostrada tot de Horstlaan, waar ik onder de tunnel door ging. Het was voor mij een compleet raadsel, hoe de Horstlaan zou skeeleren. Nou, dat viel niet tegen. Het asfalt is niet zo glad als op de Velostrada, maar het was over het algemeen behoorlijk goed.

Na de bocht bij landgoed "Eikenhorst", beter bekend als de nederige stulp van Elfstedencrack Willem-Alexander van Buren, volgde een viertal hoge verkeersdrempels, waar je niet lekker over rijden kunt. Je wordt een klein beetje door elkaar geschud. Maar we hebben het dan over in totaal nog geen 100 meter op een rondje van ongeveer 20 km.
Het grootste obstakels vormen de tunnels onder de spoorlijn en de A44. De tunnel onder de spoorlijn is een stuk makkelijker, ook al moet je daar rustig beginnen. Er kan immers een auto aan komen.
De tunnel onder de A44 is een stuk lastiger. Er zit een bocht in, waardoor je tegemoetkomende fietsers niet aan kunt zien komen. Bovendien is de tunnel een stuk smaller, waardoor je goed uit moet kijken, dat je niet over de trottoirrand struikelt.

Via deze tunnel kom je uit op de Via 44. Met de wind in de rug ga je flink hard over het gloednieuwe skeelerasfalt. Na de strook van ongeveer 500 meter met stoeptegels volgt wederom spiegelglad asfalt, maar hier liggen veel losse steentjes, vermoedelijk afkomstig van het ZOAB op de A44.
Bij de fietstunnel in aanleg sla je linksaf om over het rode asfalt naar de Deijlerweg te rijden. Bij stukken met bomen lagen er weer meer takjes, maar het stuk tussen de weilanden richting Valkenburgse meer was fantastisch: wind in de rug, geen takje te bekennen en toevallig geen fietsers. Hier kon je zeer lange slagen maken, net als je dat op zwart ijs kunt doen.
Bij de Stevenshof heb je een combinatie van goed en wat minder asfalt, met de daarbij behorende slagen. Het was al met al een prima natuurijstraining in hartje zomer.

woensdag 15 augustus 2012

Maare Mosel Radweg


Het eerste stuk van de Maare Mosel Radweg volgden we de gelijknamige beek over vals plat. We kwamen door Siebenborn en Platten. De reis verliep goed tot vlak voor Wittlich.
Eerst moesten we een stuk omrijden voor de aanleg van een Autobahn over dit plateau, 2 km verder was een weg afgesloten zonder borden met Umleitung. Zo liep onze weg dood op een fabrieksterrein. Een paar Duitsers wezen ons de weg.
Zo kwamen we via onverharde wegen en een industrieterrein op de Maare Mosel Radweg terug.

In het mooie centrum van Wittlich lunchten we op een bankje op het Pariser Platz.

Om 2 uur begonnen we aan het zwaarste deel van onze dagtocht. Tussen Wittlich en Hasborn moesten we 200 meter stijgen.

Op een afstand van 10 km lijkt dit niet veel, maar 10 km constant klimmen ga je toch wel voelen. Toch zat ik op dit voormalige treintraject lekker in mijn kadans.

Dat kon van Ada niet gezegd worden. Deze taaie vrouw, die vrijwel ongetraind dezelfde prestatie leverde is deze goed getrainde Elfstedentochtrijder, had haar dag niet.

Ze kon dus minder genieten van het prachtige traject door de bossen, door tunnels en over viaducten, die 30 meter boven het dal lagen.
Via Hasborn volgde glooiend rijden door een gebied van bossen en akkers tot Eckfeld, waar we een korte pauze namen voor de laatste 10 km naar Schalkenmehren. Tot Gillenfeld was het grotendeels afdalen.
Door onduidelijke bewegwijzering raakten we in Gillenfeld van de route. Via beredeneerd gokwerk kwamen we bij Udler weer op de Maare Mosel Radweg, waar we voor de derde keer in een half uur tijd een vader met zijn twee zoons inhaalden.

Bij Schalkenmehren verlieten we de route om bij Hotel Schneider de camping op te zoeken, waar we 10 jaar geleden hadden gestaan.
We zochten een plek met uitzicht op het vulkaanmeer. Nadat de tent was opgezet, ging ik ons inschrijven bij de receptie van het hotel.

Om half 6 was het nog steeds lekker weer. In plaats van na 80 km fietsen te gaan douchen, gingen we naar het zwembad om in het vrij koude water van het Schalkenmehrer Maar te gaan zwemmen. Als je door was, was het best wel lekker.
We gingen eten op het terras van restaurant "Maarblick" . Ada nam tomatensoep en een rundersteak, ik hield het bij uiensoep en een schnitzel.
De lucht betrok, we zagen een bliksemflits, maar de bui trok langs.
Binnen namen we nog een ijsje.
Op weg naar de tent begon het te regenen en toen we in de slaapzak lagen, brak het onweer los.