donderdag 14 februari 2013

Valentijnsdag

Onze maatschappij krijgt steeds meer Amerikaanse trekken. Het is niet alleen te merken in de arbeidsverhoudingen, waarbij het degelijke Rijnlandse model meer en meer wordt ingewisseld voor het Angelsaksische model van winst pakken op de korte termijn, maar ook aan de jaarfeesten. Sint-Maarten met zijn optocht voor kinderen is ingeruild voor Halloween, Sinterklaas voor de Kerstman en de laatste jaren hoor je steeds meer over Valentijnsdag.

Op deze Valentijnsdag reden de krasse knarren weer met een man of 20 hun rondjes in de Leidse IJshal. Het tempo lag behoorlijk hoog. Het ijs gleed weer perfect en iedereen kon het bijhouden, terwijl we de gebruikelijke piramide schaatsten. Wim van Huis was in zijn element, want hij is voornemens naar Egypte op vakantie te gaan. Alsof het daar al niet chaotisch genoeg is?
Tijdens een pauze tussen de 5 en 4 kilometer kwam Valentijnsdag ter sprake. Wim vroeg aan Henk Distelvelt: "Heb jij je vrouw al bloemen gegeven?"
"Daar heb ik geen geld voor", antwoordde Henk, waarop ik het meteen maar vertaalde in het Engels: "No money for roses"!

Ik blijf Valentijnsdag nog steeds zien zoals het is: niet meer en minder dan een geïmporteerd Amerikaans jaarfeest.

woensdag 13 februari 2013

Barentsz Zee


Ten noorden van Rusland en Noorwegen ligt de Barentsz Zee. De zee is genoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz, die wereldberoemd is geworden door "De overwintering op Nova Zembla".

Door wat mailverkeer met Paul en Bas Crezee kreeg ik zeer veel interessante informatie in de schoot geworpen over de invloed van de Barentsz Zee op onze winters. Want die invloed is veel groter, dan je in eerste instantie zou denken.
Het begon allemaal met dit soort prachtige foto's, die ik van www.weerwoord.be had geplukt.
Van de fotograaf kreeg ik een mailtje terug met wat bespiegelingen over de sneeuwrijke winters van de afgelopen jaren.
Ik ga hier een aantal stukken uit het mailverkeer citeren, met daarbij aangegeven, wie welk stuk geschreven heeft. Paul is een goede weeramateur, terwijl Bas meteorologie studeert. Twee weerkenners dus.

Paul: Opvallend ja, drie winters achter elkaar met rijkelijk vaak en veel sneeuw. Maar meer neerslag in onze contreien was ook al eens door klimatologen aangegeven i.v.m. de oplopende global temp.
Bas: Ja, de toename in neerslag in NL is het grootst in de kustgebieden en is waarschijnlijk een combinatie van hogere (zeewater)temperaturen en veranderingen in het stromingspatroon (meer westcirculatie dus). Dat is de lange termijn trend over de laatste decennia. Op de kortere termijn lijkt hier nu verandering in te komen met koude episodes (geblokkeerd stromingspatroon) gedurende de winter in de laatste jaren.
Paul: Wat me tegenwoordig persoonlijk wel heel erg opvalt is, dat als de wind 's winters in de oost of noord-oost hoek zit, het niet zo koud meer wordt als in de oude winters, zeg van voor 1990. Er zit in Rusland, Siberië vaak helemaal niet zoveel kou meer...
Bas: Dat klinkt inderdaad aannemelijk, dat de verminderde kou te verklaren is door te weinig kou in het brongebied. 

Paul: Wel wil de temperatuur boven een vers sneeuwdek bij sterke uitstraling nog wel eens flink de diepte in gaan, richting recordwaardes.
Bas: Dat klopt, deze uitstraling is langgolvige straling.
Paul: Dit laatste zou je ook kunnen verklaren met het gegeven dat de atmosfeer veel schoner is (minder particulate material, dus fijn stofdeeltjes en minder smogsituaties door minder zuurvormende gassen) dan vroeger.
De normen voor de industriële emissie en ook die voor uitlaatgassen zijn dan ook enorm aangescherpt.
Zo heb ik het in mijn raffinageperiode vanaf eind jaren tachtig meegemaakt, dat de zwavel specificaties in b.v. diesel brandstof omlaag zijn gegaan van maximaal 2000 ---> 500 ---> 150 ---> 50 ---> 10 ppm (mg/kg). Deze factor 200 moet wel een enorme impact gehad hebben.
Bas: Dat klopt, concentraties in de lucht van SO2 van >20 microgram/m3 in 1980 naar <1 microgram/m3 in 2010.
Paul: Een zelfde verhaal geldt natuurlijk ook voor benzine. En dan de intrede van de Pt-katalysator nog natuurlijk, welke de uitstoot van de zure nitreuze gassen weer flink heeft doen dalen.
Bas: Ja, ook NOx concentraties zijn sterk gedaald.
Paul: In dit verband valt het me b.v. ook op, dat echt dichte mist, zoals ik die vroeger vaak beleefde, tegenwoordig veel minder optreedt. Heeft er ook alles mee te maken, volgens mij (minder condensatiekernen en zure gassen, die ook hygroscopisch zijn).
Bas: Dat klopt. Dit hygroscopische effect wordt van belang bij een relatieve luchtvochtigheid (RH) van >80%. Het zorgt ervoor dat het deeltje meer licht (kortgolvige straling) gaat verstrooien. En de aerosolen hebben ook een effect op wolkenvorming, maar dit is iets gecompliceerder. Er zijn meerdere effecten. Een roetaerosol warmt zelf sterk op in kortgolvige straling. Veel aerosolen betekent meer condensatiekernen voor het aanwezige vocht en daardoor kleinere wolkendruppeltjes en over het algemeen een langere levensduur van de wolk. Ook heeft de concentratie en druppelgrootte effect op het reflectievermogen (albedo) van de wolken.
Er is niet zo lang geleden een interessant artikel over gepubliceerd door Aarnout van Delden en Arjen van Beelen, die ik ken van het IMAU. Het is vakliteratuur, maar het artikel is wel op populair wetenschappelijke wijze geschreven. En de beschreven processen zijn goed te begrijpen zonder ingewikkelde formules, je zou er dus eens naar kunnen kijken.

Paul: Dus Bert, de kansen op "De Tocht" zijn volgens dit verhaal dus eigenlijk veel kleiner dan vroeger het geval was, want alleen strenge vorst met sneeuw, daar heb je niet zo veel aan...
Bas: Als de sneeuw op het juiste moment valt (laat genoeg om ijs te kunnen vegen of vroeg genoeg zodat het nog smelt in het water) zou het tóch wel moeten lukken. En in dit kader heb ik nog goed nieuws. Er wordt op dit moment door een aantal onderzoekers gesuggereerd dat de afgenomen hoeveelheid zeeijs in de Barentsz Zee de circulatie dusdanig beinvloedt dat de kans op koude periodes in de winter wat toeneemt. Dit is een mogelijke verklaring voor de opvallend koude winterepisodes van de laatste jaren.
Onderstaand de samenvatting van het artikel, in het Engels:
"European winter climate and its possible relationship
with the Arctic sea ice reduction in the recent past and
future as simulated by the models of the Climate Model
Intercomparison Project phase 5 (CMIP5) is investigated,
with focus on the cold winters. While Europe will warm
overall in the future, we find that episodes of cold months
will continue to occur and there remains substantial
probability for the occurrence of cold winters in Europe
linked with sea ice reduction in the Barents and Kara Sea
sector. A pattern of cold-European warm-Arctic anomaly is
typical for the cold events in the future, which is associated
with the negative phase of the Arctic Oscillation. These
patterns, however, differ from the corresponding patterns in
the historical period, and underline the connection between
European cold winter events and Arctic sea ice reduction."
Als antwoord op een mailtje, waarin ik toestemming vroeg om dit taaie, maar zeer interessante mailverkeer te publiceren, kreeg ik nog meer informatie over de invloed van de Barentsz Zee op onze winters.
Bas: Toevallig stond er vandaag nog een interessant artikeltje op de website van de Noorse weerdienst, waarin ook wordt gerefereerd naar het effect van de Barentsz Zee. Het is in het Noors, maar Google Translate biedt hulp. De link die ik geef, is de vertaalde pagina: http://translate.google.com/translate?sl=no&tl=en&js=n&prev=_t&hl=en&ie=UTF-8&eotf=1&u=http%3A%2F%2Fwww.yr.no%2F1.10909712&act=url
Als je nog vragen hebt hoor ik het graag. Het plaatje in het artikel is interessant en geeft de gemiddelde januaritemperatuur over 2008-2013 minus de gemiddelde januaritemperatuur over 1978-2007.

Samenvattend kan ik hier stellen, dat de kans op een Elfstedentocht kleiner is geworden, maar paradoxaal genoeg dat we vaker voor korte periodes op natuurijs kunnen schaatsen, al zal dit meestal gepaard gaan met sneeuw.
Maar eerlijk is eerlijk: in de winter van 2007 hadden we na zo'n 10 veel te zachte winters hier blind voor getekend!

De omgekeerde wereld

Carnaval is het feest van de omgekeerde wereld. Men verkleed zich om voor korte tijd een ander persoon of personage te zijn. Feestelijk en soms vreselijk uitgedost stort men zich in het feestgedruis.
Niet iedereen doet hier aan mee. Zo had Kees Lelieveld, de vader van de Page van Carnavalsvereniging "De Gaanders" uit Stompwijk, de juiste keuze gemaakt en reed, net als ik, op "onze" vaste dinsdagavond zijn rondjes in de Leidse IJshal.
Net als donderdagavond kon ik behoorlijk gas geven. In het begin reed ik een tijdje achter iemand, die net wat langzamer reed dan ik zou doen, maar zo hard, dat als ik hem zou willen passeren op het rechte eind, ik net te kort zou komen, waarna ik door het lopen van de buitenbocht toch weer achter hem terecht zou komen. Dan kun je er beter achter blijven zitten. Na een minuut of 10 zakte zijn tempo en toen ging ik er meteen langs.
Zo kwam ik een klein uur op kop te rijden van de een na snelste groep. Alleen een groep met Mart Moraal als motor ging sneller. Maar op een gegeven moment duurde het wel erg lang, voor ik werd ingehaald. Dat klopte, want ik had de snelste groep in mijn kielzog. Ongeveer eens in de 10 minuten zetten zij me op een rondje, om daarna weer gewoon achter mij aan te sluiten.
Hoe anders was het 33 jaar geleden, toen ik begon met wekelijks schaatsen in de "Menkenbaan". Ik was gewoon één van de langzaamste schaatsers. Ik had toendertijd nooit kunnen denken, dat ik nog eens op kop van de snelste groep zou rijden.
Inderdaad, carnaval is het feest van de omgekeerde wereld.

Alleen was het bij mij niet "Bald anders", maar heb ik er 33 jaar hard voor moeten trainen!

maandag 11 februari 2013

Waaghals

Mijn schoonvader is vandaag jarig. Vorig jaar schitterde ik door afwezigheid op zijn verjaardag, doordat ik op dat moment in Fryslân een rondje van 200 km aan het schaatsen was.

Daar natuurijs, een enkel vliesje daargelaten, momenteel ontbreekt, fietste ik gisteren met Ada naar haar ouderlijke huis. Hier raakte ik in gesprek met mijn schoonzus Marja. Zij was onlangs op een verjaardag in Leiden, waar het gesprek op schaatsen op natuurijs ter sprake kan.
"Kennen jullie Bert Breed?"
"Ja", was het antwoord. Men kende mij van dit blog.
Maar men voegde er iets aan toe, waar ik het niet mee eens ben: "Hij is een waaghals!"
Ik ga niet beweren, dat ik nooit risico's genomen heb, want dat is niet zo. Sterker nog: iedereen, die zich op natuurijs begeeft, neemt enig risico. 100% betrouwbaar natuurijs bestaat namelijk niet!
Het is wel zo, dat ik vrij vroeg op natuurijs te vinden ben. Het is altijd een gecalculeerd risico, wat ik neem. Ik weet over het algemeen, hoe diep het water is, waar ik ga schaatsen. En dat risico neem ik dan vooral in jaren, waarin je één dag hebt, waarop je kunt schaatsen, en als je die mist, dat je er dan weer een jaar moet wachten. De Vogelplas, de Oostvaardersplassen, het Naardermeer, de Ankeveense Plassen, dat soort ondiepe wateren zoeken we dan op.
Inderdaad, WE: je moet niet in je eentje gaan schaatsen. Gewapend met priemen om de nek en met 2 mensen, die een touw bij zich hebben, trekken we er dan op uit. In de auto heb ik dan een complete set droge kleding klaarliggen voor het geval dat....
Hoewel we hier in Blokzijl op de foto staan bij het bord "Gevaarlijk ijs", was het dit niet. IJs van een decimeter dik is toch wel betrouwbaar te noemen. Honderden, zo niet duizenden mensen hadden hier al geschaatst, dus ons zou het ijs ook wel kunnen dragen. Als je moet wachten, tot de KNSB het ijs heeft goedgekeurd, kom je bijna nooit meer op natuurijs!
Want anders dan sommige mensen denken: ik ben geen waaghals, maar juist erg voorzichtig. Eén van de voornaamste stelregels, die ik heb: als ik het niet vertrouw, betreed ik het ijs niet! Als anderen meer lef hebben: prima. Ik kijk wat dat aangaat de kat liever uit de boom. Want net als een kat ben ik niet zo dol op een nat pak. Zeker niet bij water met een temperatuur van nul graden.

Want ondanks dat ik het imago schijn te hebben van waaghals, de cijfers weerspreken dat. Ik ben nog nooit kopje onder gegaan. Eén keer, eind 1996, vertrouwde ik het onder een brug over de Rijn niet. Met de handen op een balk schaatste ik onder de brug door. Een voet zakte bliksemsnel weg. Doordat ik mijn handen op de balk had, kwam ik er met een natte poot vanaf, waarna ik snel over de Does naar Hoogmade schaatste, waar ik bij tante Miep mijn natte sok en broek droogde bij de kachel.
Denk nu niet, dat ik ga beweren, dat het mij niet kan overkomen, dat ik door het ijs kan zakken. Het kan iedere schaatser, dus ook mij, overkomen, ook al ben je nog zo voorzichtig.

Alleen een waaghals loopt meer risico.

zondag 10 februari 2013

Kijk, Madieke het sneeuwt!


Als er iets is, dat deze winter kenmerkt, dan is het wel de sneeuw. Iedere vorstperiode valt er wel een lading sneeuw naar beneden. Eigenlijk is dit een patroon van de laatste winters. Kennelijk is er iets in het weerpatroon geslopen, dat kale vorst bijna onmogelijk maakt voor onze omgeving.
Gisterenmiddag ben ik een blokje wezen hardlopen van 10 km langs de A44 en over de Papelaan en de Velostrada. Halverwege liep ik in de natte sneeuw, die na een pauze van een uur om een uur of 5 overging in een fikse sneeuwbui. Het groene gras in onze tuin met tal van krokussen en sneeuwklokjes verdween onder een paar centimeter sneeuw.
Elders in Zuid-Holland was nog veel meer sneeuw gevallen. Op weerwoord zag ik deze foto's, die in Oostvoorne zijn gemaakt in de tuin van een vriend van ons.
Op deze bank van Paul Crezee hebben we wel eens gezeten.
Net als op dit tuinmeubilair.
Deze winter wordt met deze foto's dus aardig gekenschetst.
Nu hebben wij op dit moment een luchtdrukverdeling, die ons normaal gesproken flink wat natuurijs op zou leveren, zeker in combinatie met de flinke laag sneeuw, die gevallen is. Er is echter een maar. Er is te weinig kou voorhanden, zodat de temperaturen 's nachts een paar graden onder nul komen, en overdag een graad of 3 erboven. In combinatie met de zon, die al aardig in kracht gaat toenemen, is dit funest voor de kans op stevig natuurijs. En dit ondanks een behoorlijke blokkade op de Atlantische Oceaan.
Ga dus de komende week maar genieten van prachtig winterweer en van het sneeuwdek, zolang dit er nog ligt. Waar ik vorige week aangaf, dat ik verwachtte, dat we Aswoensdag weer op de Vogelplas zouden kunnen staan, moet ik nu ruiterlijk bekennen, dat dit toch te optimistisch was ingeschat. De weerkaarten zijn goed, alleen het is het de hele week ieder etmaal net een paar graden warmer dan bij de natuurijsperiode in januari. Bij natuurijs is dat een wereld van verschil.
Een verschil, dat ook terugkomt bij een boek, dat ik morgen meeneem naar mijn werk, als we een cursusmiddag hebben over jeugdliteratuur. We moeten allemaal een boek meenemen en mijn keuze is gevallen op "Kijk, Madieke het sneeuwt!" van Astrid Lindgren.
Dit prentenboek heb ik eindeloos voorgelezen aan mijn kinderen. Bij een bezoek aan de stad klimt Liesbet, een kleuter, achterop een arreslee. Deze gaat zo hard, dat ze er niet meer vanaf durft te stappen. Midden in een bos stopt de slee en ze wordt daar alleen achtergelaten.
Een zoektocht van de vader en moeder van Madieke en Liesbet levert niets op, maar intussen wordt ze gevonden door anderen, die haar thuisbrengen. Ze kruipt bij Madieke in bed en als de ouders ten einde raad terugkomen, wacht hen een aangename verrassing. "Kijk, Madieke het sneeuwt!" eindigt met de allermooiste zin uit de hele jeugdliteratuur: "Want het verschil tussen één en twee kinderen is toch wel erg groot."

zaterdag 9 februari 2013

Diamant

Deze week kreeg ik een mailtje van een trainingsmaat van de "Krasse knarren".
Bert,
Je schaatst nu weer in de hal neem ik aan.
En daar is het van belang om zeer scherpe schaatsen te hebben.
Ik ben gestopt met schaatsen, vind het op mijn leeftijd niet meer geheel verantwoord.
Ik heb een diamantslijpdriehoek die je schaatsen heel glad en heel scherp maken.
Als je wilt mag je die van mij hebben, tenminste als je hem zelf gaat gebruiken.
Ik hoor wel van je.

Groeten,
Marcel

Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Met een exemplaar van "De Elfsteden toch gereden" in de rugzak maakte ik op dinsdagavond een ommetje op weg naar de Leidse IJshal.

Vandaag was de dag, dat ik ging uittesten, hoe het slijpen met diamant zou gaan. Uiteraard begon ik met het lezen van de bijgeleverde beschrijving. Daarbij stond, dat je nat moest slijpen en geen olie moest gebruiken. Olie gebruikte ik nooit, maar water ook niet. Ik slijp altijd droog.
Op internet zocht ik dus naar informatie over het slijpen met diamant in het algemeen en Diaprof 6 EFC in het bijzonder. Daarbij vond ik een artikel met tips van Ben van Haastrecht, medewerker bij Jan van der Hoorn Schaatssport in Ter Aar, en van Cees Juffermans, marathonschaatser en oud-shorttracker.
Daarin vond ik de informatie, die ik zocht: "Voor de recreant is een diamantsteen ideaal, omdat je die niet hoeft te vlakken", aldus Van Haastrecht. "Een diamantsteen gebruik je met water om het verbranden van het oppervlak tegen te gaan. Je kunt ook smeerolie gebruiken zoals WD40. Wij halen de ijzers ook altijd even door een spons met olie om roesten te voorkomen."

Met een bakje met water en een spons probeerde ik het uit. Het natmaken van de schaats werkt niet echt. Er gaat veel meer water naast het te slijpen ijzer dan erop. Ik maakte dus met de spons de vlakken met diamanten nat, voor ik ging slijpen.
Ik moet zeggen: ik ben nog nooit zo snel klaar geweest met slijpen. Bij deze wil ik Marcel van der Klaauw heel hartelijk bedanken. Met deze diamanten ben ik in de wolken!

vrijdag 8 februari 2013

Er staat een paard in de gang

Aan het eind van de jaren '70 had André van Duin een carnavalshit met "Er staat een paard in de gang".

Onverwachts kwam dit edele hoefdier de Leidse IJshal binnengestormd. In Thialf gebeurt dit steevast na een allround-kampioenschap, als de winnaars een ereronde mogen maken in de arreslee.
Vandaag was de voorlaatste schaatsles van de buitenschoolse sport. Op de buitenring was door het trainersgilde een parcours uitgezet voor een mini-Elfstedentocht, op de binnenbaan hadden we een "gewone" training. En daar het het carnavalsweekeinde was, had ik het thema daar op aangepast. Een van de oefeningen was de polonaise. En terwijl ik de kinderen van mijn groep trok, begonnen ze spontaan te zingen: "Er staat een paard in de gang."
Een uur later mocht ik training geven aan kinderen in dezelfde leeftijd voor de IJVL. Het thema was hetzelfde, en veel van de oefeningen ook, en ook hier weerklonk het lied van André van Duin over de viervoeter. Ik vond het prima. Je mag immers een gegeven paard niet in de bek kijken.