Posts tonen met het label Dartmoor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dartmoor. Alle posts tonen

zaterdag 16 september 2017

Regentonnenloop

Na gisterenmiddag de regentonnen voor de helft geleegd te hebben, dacht ik, dat we voor dit weekeinde niet bang hoefden te zijn, dat de tonnen over zouden lopen.
Niets bleek echter minder waar. KNMI-meetpunt Voorschoten was echter net als vorige week vrijdag de natste plek van Nederland. De hoeveelheid neerslag was weliswaar niet zo extreem, maar 22,4 millimeter op 1 dag is toch een behoorlijke plens water.
Daar kwam vandaag nog eens 15,7 millimeter bij. 
Het houdt maar niet op.


Daar het uitgesloten was, dat je in deze natte bedoening op de tuin kon werken, ging mijn vrouw vandaag niet naar de volkstuin toe. Ze had nog genoeg andere dingen te doen, nadat we vanmorgen boodschappen gedaan hadden bij "De Helianth" en wat kleren hadden gekocht in de Breestraat.
Ik moest vanmiddag nog een trainingsloop doen met het oog op de Halve marathon van Katwijk. Dus ik liep naar de volkstuin toe, waar op het hoofdpad de plassen soms de volle breedte van het pad besloegen. Dat beloofde niet veel goeds. Hetgeen klopte.
Het zijpad naar onze tuin was al veel natter, maar dat was nog niets vergeleken met hetgeen ik om het schuurtje aantrof. Plassen van soms wel 10 centimeter diep.
Geen probleem als je regenlaarzen aanhebt, maar ik liep met hardloopschoenen aan naar de tot de nok toe gevulde regentonnen.
Met een gieter in de hand poogde ik om met droge voeten de watertonnen gieter voor gieter te legen met telkens een wandeling van 20 meter naar de sloot achter de tuinen. De uitkomst laat zich raden. Binnen de kortste keren had ik 2 natte poten. Nu maakte het me niets meer uit. Net als in Dartmoor destijds stapte ik telkens de plassen in.
Het gaf een bijzondere ervaring. Als je in de plassen stapte, dan voelde het koud aan, als je even een stukje met de gieter liep, voelde het weer warm aan. Dit wisselbad kon ik heel vaak ervaren voordat de tonnen nagenoeg leeg waren. Toen liet ik de plassen rondom de schuur voor wat ze waren en liep weer op huis aan, waar ik na 7 kilometer hardlopen een heerlijke warme douche nam....

dinsdag 8 december 2015

Desmond

We hebben de afgelopen weken behoorlijk veel regen te verstouwen gehad. De Oegstgeester Onlanden liggen er dan ook behoorlijk goed bij. De waterplas is ongeveer 200 bij 200 meter groot, dus als de vorst over deze ondiepe plas gaat, dan kunnen we achter Corpus snel schaatsen.
En daar zit nou net het probleem. Net als de afgelopen 2 jaar ziet het er vooralsnog niet zo goed uit. Af en toe verschijnen er op www.weerwoord.be aardige weerkaarten, maar dat zijn tussen de honderden computerberekeningen van het weer minderheidsoplossingen. We zullen nog even geduld moeten oefenen, maar daar kijken wij als natuurijsschaatsers in de 21e eeuw niet meer van op.

Maar vergeleken met wat er afgelopen weekeinde in Noord-Engeland en Schotland naar beneden kwam, mogen we absoluut niet klagen. "Desmond" hield hevig huis in Groot-Brittannië.

Volgens John Curtin, directeur van waterveiligheid, is er zo’n 352 mm regen gevallen in 24 uur. Dat is hetgeen bij ons in 5 maanden naar beneden komt zetten!

Nu zijn dit soort buien natuurlijk enorme uitschieters, maar ze passen wel in de voorspelling, dat met het warmer worden van het klimaat je steeds meer extremen in het weer zult zien. In ons land sneuvelden de afgelopen maand diverse warmterecords. Kouderecords zijn in deze eeuw een stuk zeldzamer en naarmate de gemiddelde temperatuur hoger wordt, zal de zeldzaamheid daarvan alleen maar toenemen.

Vandaar dat er op 29 november aan de vooravond van de klimaatconferentie in Parijs over de hele wereld klimaatparades zijn gehouden, zoals bovenstaande in het onherbergzame en schaars bevolkte Dartmoor.

Het woord is nu aan de politici....

woensdag 16 september 2015

Van Dartmoor naar Cornwall


De zon scheen, toen we om een uur of 7 wakker werden. Gisteren ontbrak die totaal. We ruimden alle spullen, die we te drogen hadden gehangen, netjes in de fietstassen.

Aan het bordje aan de wand te zien deed de ruimte, waar we onze fietsen vannacht hadden gestald, dienst als officiële trouwlocatie.

Ik vermoed, dat de papegaai dan een andere plek heeft....
Dat hadden wij ook bij het ontbijt. We hadden het English breakfast met gebakken ei en bacon en geroosterd brood met marmelade.

Ondanks al dat lekkers zat ik met een bedrukt gezicht aan de ontbijttafel. Ik had vanaf het ontwaken een stekende pijn in mijn rechterschouder.
Overbelasting? Een gevolg van de hele dag in de regen rijden? In mijn slaap iets afgekneld?
De oorzaak wist ik niet, wel dat ik mijn schouder tot twee maal toe met spiroflor in ging smeren, meestal een probaat middel.
Na de £ 80,- betaald te hebben, vertrokken we vanaf "Mount Tavy Cottage" naar Tavistock. In dit stadje aan de rand van Dartmoor gingen we op zoek naar een goede kaart van Cornwall. In de outdoorwinkel hadden ze die niet, maar zij verwezen ons naar een tweede fietsenmaker in Tavistock. Daar konden we eindelijk een goede overzichtskaart kopen. Vandaar konden we op weg naar Launceston.

Het eerste dorp, dat we aandeden, was Millhill. In mijn jeugdjaren werd er wel eens gecollecteerd voor de paters van Millhill. Ik heb er geen een gezien, maar Millhill ziet er erg leuk uit!
We volgden de route en kwamen door Otterley, dat niet op de kaart stond. Zaten we goed?
Gelukkig wel. Zodoende kwamen we bij het nietige Chipsop uit na een flinke klim. We daalden af naar Catbridge om weer vrij steil te klimmen over holle heggenwegen.

We daalden af naar Horsebridge, waar "The Royal Inn" voorlopig de laatste kans was om wat te kunnen drinken. Dat deden we dan maar. Ada nam koffie, ik een potje thee.
De schouder had het aardig gehouden. De meeste last had ik bij het remmen met rechts. Het constant moeten remmen in de regen had er dus wel mee te maken.

We staken bij Horsebridge de rivier Tamar over en reden Cornwall binnen.



Het eerste welkom in deze prachtige county was een klim van 3 kilometer. Met mooi uitzicht, dat wel.

Daar we telkens beken kruisten, was het een zware tocht met constant klimmen en dalen. Het dalen ging trouwens voorzichtig. Door de heggen had je immers geen zicht op wat voor verkeer er om de hoek aan zou komen.
Wat we in ieder geval wel tegen kwamen was een heuse ford. Voorbij Lezant moesten we door een niet al te diepe beek heen fietsen. Meteen daarna was het lopen. De helling was te steil voor een fiets met bepakking. Dat was geen feest voor mijn rechterschouder.
Wat ook geen feest was, was dat Launceston maar niet dichterbij leek te komen. Toen ik op de kaart keek zag ik, dat Launceston nog 2 heuvels te gaan was, terwijl het een omweg was naar de plek, waar we heen wilden.
We wendden de steven en koersten aan op South-Petherwin, waar we op een "gammel" muurtje onze lunchpauze hadden. Met een stevige bodem in de maag vervolgden we de weg naar de A 30. Nu hebben we in Engeland wel vaker langs een A-weg gereden, maar dit was van een andere orde.
Aan de rand van een vierbaansweg, vergelijkbaar met de A 44, reden we 2 kilometer naar Holyway Cross, waar we in 2 etappes deze snelweg over moesten steken om in Polyphant uit te komen.
Tijdens de tocht door een soort tunnel van over de weg heen groeiende bomen vloog er een meter of 500 lang een enorme roofvogel vlak voor ons uit. Het was vermoedelijk een sperwer.


Bij Trethinna kwamen we eindelijk op de route naar Altarnun, dat we na een flinke klim en dito afdaling bereikten. Tot onze stomme verbazing zagen we, dat hier een bordje "Camping" stond. Het kostte nog een flinke klim voor we bij "Travellers Rest" een plekje voor onze tent op mochten zoeken.
We werden geholpen door de zoon van de eigenaresse. We betaalden £ 10,-. We hadden de kaarten nu pas goed bekeken, omdat we naar Bolventor wilden naar "Jamaica Inn".

Helaas was deze herberg uit het gelijknamige boek van Daphne du Maurier vanaf deze kant alleen over de A 30 te bereiken.

De zoon van de eigenaresse bood aan om er met ons heen te gaan, maar toen we hoorden, dat hij uit Thailand over was omdat zijn moeder er slecht aan toe was na een zware operatie, sloegen we het genereuze aanbod beloofd om "Jamaica Inn" alsnog te kunnen zien af.

We zochten een andere Inn uit om de avond door te brengen en vonden deze op een kilometer afstand: "The Rising Sun Inn". Tegenover deze pub lag trouwens een eveneens niet op de kaarten aangegeven camping.
Langs onze camping trapten we naar Altarnun, waar we in de dorpswinkel eten kochten voor het avondeten.

Het ijsje aten we op bij de stenen brug over de beek bij de kerk.


Op het veld van "Travellers Rest" kookte Ada de snijbonen en fruitte de ui, hetgeen samen met Cornish pasty een eenvoudige doch voedzame maaltijd opleverde. In de pasty waren aardappels en schapenvlees verwerkt. Of zoals een schaapsherder het ooit uitdrukte: "Sommige schapen zetten hun carriere voort in de horeca!"
Vanaf onze bank op de camping keken we uit op de heuveltoppen van Dartmoor in de zon, terwijl we de aardbeien met yoghurt verorberden.
Toen de zon achter de wolken verdween, was het ineens een stuk kouder. Voor het eerst deze vakantie had ik mijn t-shirt met lange mouwen aan onder mijn fleece en daaronder mijn zweethemd met windbreker.

In "The Rising Sun Inn" las ik in een Britse krant, dat gisteren in 24 uur gevallen was, wat normaal in 7 weken naar beneden komt. Nou, dat hadden we gemerkt!
Gezeten achter een ale uit Cornwall waren we in deze pub na 47 kilometer klimmen en dalen inmiddels aardig opgewarmd.

dinsdag 15 september 2015

Drassig Dartmoor

De regen kletterde nog immer vrolijk door. Het gisteren nog droge veld was drassig geworden. Als je naar de w.c. ging, liep je te soppen. De vraag was: "Wat doen we?"
Vandaag zou het blijven regenen tot de middag. We besloten de kletsnatte tent op te ruimen. Deze hingen we te drogen in de doucheruimte, waar we bij de afwastafels ontbeten. Het kletterde nog harder dan ervoor.

Om 10 uur zat de nog behoorlijk natte tent op de fiets en verlieten we camping "Churchill Farm". We zaten al snel op de route, waarbij sommige holle wegen waren veranderd in halve beken. Gelukkig reed er niet al te veel verkeer rond.
Al vrij snel kwamen de eerste echte klimmen in de buurt van Scoriton. Hier zagen we een tweede dode das liggen.
We volgden de bordjes met High Moorland Link. Dit was een stuk makkelijker dan telkens in "Fietsen rond Het Kanaal" te kijken.

Na 9 kilometer fietsen hadden we om kwart voor 11 onze eerste pauze al. In Holne was een community-shop met tearoom. Hier namen we cappuccino en hot chocolate. De regenkleding kon even een beetje uitdruipen, wij konden een beetje opwarmen.

Hierna begon het echte werk. We gingen klimmen naar Combstone Tor.

Na de veeroosters gepasseerd te zijn, werd het hoe hoger we kwamen hoe desolater.

Doordat we een klein beetje in de wolken kwamen te fietsen, werd het wel wat droger, maar vooral ook windiger. Koeien, schapen en Dartmoor-paarden waren in hun element.

Wij iets minder, al genoten we volop van het woeste landschap.

Wat was dit ruig en mooi tegelijk.

We daalden af naar het stuwmeertje om door te stoempen naar de grote granieten rotspunten van Combestone Tor.

Hier stapten we af en wandelden naar deze Tor toe.

Er omheen was het heel drassig, zodat wij zigzaggend tussen de plassen en waterstroompjes over het gras liepen.



Een steile afdaling bracht ons naar de volgende beek. Na iedere beek moet je weer klimmen. Dat deden we dan maar. De klim was vrij lang, maar niet al te steil. Dat kon niet gezegd worden van de afdaling naar Hexworthy: 25%!

Met een fiets met bepakking is dat nauwelijks te doen. Temeer daar de remblokjes van zowel mijn voor- als mijn achterwiel aardig waren afgesleten.
Ik daalde voortdurend remmend staand met mijn rechterbeen op mijn linkerpedaal, zodat ik mijn linkerbeen als extra rem kon gebruiken door deze op het asfalt neer te zetten. De steilste stukken liep ik.

Zonder brokken bereikten we de B 3357, die ons over een golvend wegdek naar Two Bridges bracht. Vanaf hier was het nog maar een klein stukje naar Princetown toe.

Waar ik op gehoopt had, gebeurde: ik zag een bord met "Bicycles for hire". Daar kon ik proberen om mijn remmen te vervangen of anders in ieder geval strakker te laten zetten.
Het laatste gebeurde. De fietsenmaker belde naar Tavistock, waar we bij Dartmoor Bikes de remmen konden laten vervangen. Hij legde nauwkeurig uit, hoe we er konden komen.
Voordat we dat deden, namen we eerst een kop pompoensoep in "the Fox Tor Café", waaraan de fietsverhuur verbonden was. Een beetje opgewarmd begonnen we aan de afdaling naar Tavistock.

Er zaten enkele behoorlijke klimmen in de 9 kilometer tussen Princetown en Tavistock, maar met een afdaling van 12% en eentje van 13% overheerste het dalen.

Net buiten Princeton kregen we een prachtig uitzicht voorgeschoteld. We zaten op 400 meter hoogte en daar het helderder was geworden met zelfs een klein streepje blauw aan het hemelgewelf, kon je eindeloos ver kijken.



Kale heuveltoppen met stenen muurtjes en schapen en heel in de verte het Kanaal. Zo konden we toch toch nog genieten van het drassige Dartmoor.

De fietstocht langs het Kanaal hadden we definitief verlaten, toen we vlak voor Tavistock een Bed & Breakfast vonden bij "Mount Tavy Cottage". We laadden de bagage af en reden door naar "Dartmoor Cycles" aan de andere kant van Tavistock. Op weg naar de fietsenmaker passeerden we de 1000 kilometer van de vakantie.
Terwijl de remmen zouden worden vervangen, deden wij inkopen. Dit Bed & Breakfast naast een heuse boarding school bood de mogelijkheid tot self catering. In de Morrison kochten we gemengde groente, een slamix, yoghurt, ber en cider en niet te vergeten aardbeien.

Om kwart voor 6 waren we terug bij "Mount Tavy Cottage", waar we de tentspullen in de grote ruimte naast ons verblijf uithingen om te kunnen drogen. Dit gebeurde onder het toeziend oog van de papegaai.

Daarna werd het tijd om de natte kleding eindelijk uit te kunnen trekken en middels een warme douche onszelf een beetje op te kunnen warmen na 46 kilometer fietsen.
Na de maaltijd haalden we deze totaal verregende dag drassig Dartmoor nogmaals voor de geest. Vooral de dichte mist onder de top van Combestone Tor riep de sfeer op van "The Hound of the Baskervilles" van Arthur Conan Doyle.

Wat dat aangaat hebben we alles gehaald uit deze doorweekte doortocht door Dartmoor.

donderdag 10 september 2015

Back to the Sixties



60 jaar alweer. Toen ik jong was, vond ik het vreselijk oud.

En nu ben ik het zelf. Indertijd kon ik niet bedenken, wat ik op deze leeftijd allemaal nog zou doen: marathons lopen, 200 kilometer schaatsen op een dag en met een fiets met bepakking vrij steile heuvels nog kunnen beklimmen.

De tent was nog nat van de dauw, toen we om 7 uur opstonden. Het begon net te drogen, toen we bij het ontbijt een donkere wolk naderbij zagen komen.
"Die drijft wel over!", zeiden we tegen elkaar. Niet dus. Een prima leermoment voor 60-plussers.
In korte tijd was de tent weer nat. Dat doen we voortaan anders!
Daar het daarna weer droog werd, hingen we de buitentent over een heg, terwijl wij verder ontbeten.
De beheerster van de camping, toepasselijk Sarah geheten, kwam met een oplader aan. In haar fototoestel lukte het niet, maar de aansluiting paste wel op ons fototoestel.

We konden dus de tijd nemen om alles op te ruimen. En om informatie in te winnen bij onze Londense buren, die een mooie Ortlieb-boventas hadden, waar de tentstokken in pasten. Daar gaan we thuis naar kijken!

We wandelden naar de naast de camping gelegen Farm Shop, waar we coffee and hot chocolat bestelden. De eerste muziek, die ik als zestiger hoorde, was "Breathe in the air" van Pink Floyd.

Het kan slechter! Of zoals ze in Engeland zeggen: "It could be worse!"

Om 10 uur reden we met een redelijk opgeladen fototoestel van camping "Leadstone" af.

We fietsten naar Dawlish. Dit stuk kende ik al van gisteren. Bij het uitrijden van dit toeristische stadje begon het klimmen en dalen over smalle holle wegen en door heggetjes omzoomde weggetjes naar Luton. Het ging beter dan gedacht. Zelfs de hellingen met 2 pijlen kwamen we fietsend op.
Onderweg kwamen we een bord tegen met "Weak bridge". Dan voel je je toch unheimisch op een fiets met bepakking....

Voor Kingsteignton volgde op deze bewolkte dag met prima temperaturen om te fietsen een flinke klim en een dito afdaling, waarna het redelijk vlak was tot Newton Abbott.

Na even door het centrum geparadeerd te hebben, aten we op een dijkje in een park brood met camembert en scones met pasta, alvorens we weer gingen klimmen naar Denbury. Na het zoveelste leuke plaatsje gepasseerd te zijn, kwamen we weer op een smal weggetje, dat tussen de heggen door slingerde, heuvel op en heuvel af. Dat deden wij dan ook maar.

Vlak voor het steilste klimmetje van de dag liep mijn ketting eraf. Dat werd dus lopen naar boven nadat we de ketting er weer opgelegd hadden.
Over een grindpad daalden we af naar Ashburton. Hier vonden we in Trailadventure eindelijk fietskaarten van Cornwall.
Over de golvende B-weg pedaleerden we naar Buckfastleigh. We kwamen langs "Furzeleigh Mill", waar we in 2008 bij onze wandelvakantie in Dartmoor een vijftal nachten geslapen hadden. We reserveerden een tafel voor vanavond voordat we op zoek gingen naar een camping.
Via een ruime bocht reden we naar Churchill Farm, waar we in de luwte van een tweetal hagen onze tent opzetten alvorens het zweet van 43 kilometer fietsen van het lijf te spoelen onder de douche.

We betaalden £ 12,- voor 1 nacht en via het public footpath daalden we 50 meter naar het centrum van Buckfastleigh, waar we in een natuurvoedingswinkel inkopen deden voor morgen.

We maakten nog een klein rondje door dit leuke stadje alvorens we weer terug klommen naar de camping, waar we het voedsel in het fietstas aan de fiets hingen. We daalden aan de andere kant van de heuvel af en wandelden in 20 minuten naar "Furzeleigh Mill", een feest van herkenning.

Aan tafel 21 aten we garnalencocktail en broccolisoep vooraf. De eigenaresse kwam ook langs en zei: "I did recognize you."
Zou het iets te maken hebben met mijn karakteristieke kop?

Het hoofdgerecht was lamsvlees met Yorkshire pudding en zeebaars met tagliatelli, het toetje perziktaart of blackcurrent cheesecake.
£ 55,- lichter liepen we over de beekbedding naar het public footpath terug. We wandelden nog even naar de kerkruïne naast de camping. Op het kerkhof liggen nog gestorvenen uit 2014 begraven.

Het was inmiddels begonnen met regenen. Dat zou de hele nacht aanhouden. In de tent las Ada verder in "Een vlucht regenwulpen" van Maarten 't Hart. Hoe toepasselijk.

Zelf begon ik in "Erik" van Godfried Bomans.

Zestigers lezen immers oudere literatuur.