maandag 15 september 2008

Coolsingel

Na het herfstweer met veel regen in de voorafgaande week, was het op deze zondagmorgen prachtig weer. Een strakblauwe lucht. Om half 10 vertrok ik in mijn sportkleren naar Rotterdam, waar de halve marathon op het programma stond. In de trein zat ik met een andere loper, die in mei in Leiden 1.42 op de halve had gelopen: een superdebuut.
In de sportzaal van het Albedacollege lieten we onze sporttassen achter en we begaven ons naar de Coolsingel, waar de elite om 11 uur al was vertrokken. Het startschot voor de minder getalenteerden klonk om 10 voor 12. Terwijl we richting Maasboulevard liepen, zagen we de Kenianen al op de finish afstormen: binnen het uur de halve marathon. Meer dan 21 km per uur: op een gewone fiets moet je flink doortrappen om dat te halen.
We liepen een kleine 5 kilometer over de Maasboulevard tegen de wind in. Het was behoorlijk warm en het werd nog veel warmer met de wind in de rug na het keerpunt. We liepen naar de Coolsingel en begonnen aan de tweede ronde. Met 2 keer een 5 km net in de 25 minuten lag ik goed op schema, maar halverwege had ik toch een kleine inzinking. Op het traject naar de Coolsingel stond geen drinkpost, alleen een sponzentocht. Toch kan ik dit de organisatie niet aanrekenen. Zelf had ik gewoon een flesje water mee moeten nemen! De drinkpost bij de Coolsingel en een energiegel brachten me echter vrij snel weer een beetje op schema.
Bij de Maasboulevard aangekomen hoorde ik mijn naam roepen. Mijn zus Tineke en mijn zwager Johan kwamen mij aanmoedigen. Deze supporters even de hand geschud, heel eventjes gepraat en daarna maar weer op zijn Rotterdams: geen woorden maar daden. Met bijna 27 minuten ging deze 5 km wat trager, maar met 1 uur 49 minuten 26 bleef ik keurig binnen mijn doelstelling: binnen de 1.50. Ik had te weinig kilometers in de benen voor een snellere tijd.
Bij het Albeda College aangekomen zag ik Jos Dohle, Marieke van Hoek en Suzanne Mulder, die de hele marathon gingen skeeleren bij Rotterdam on Wheels. Met Arthur van Winsen, die ook aan dit evenement meedeed, kon ik de volgende ochtend in zijn praktijk bij de halfjaarlijkse controle de ervaringen uitwisselen over deze prachtige sportdag in Rotterdam. Arthur was in het begin met het snelste peloton mee gegaan en moest op een gegeven moment lossen. Er zat echter niemand achter hem. Bij het wielrennen hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: "Hij zwemt". Dus Arthur moest wachten op een achteropkomende groep, die hij in de laatste ronde ook moest laten gaan. Zijn tijd was 1.30, terwijl hij ook wel eens 1.22 gehaald had. Typisch een geval van jezelf opblazen. Iedere duursporter maakt dit wel eens mee: je gaat heel lang mee in een net iets te hoog tempo, en ineens is het over en uit en moet je afhaken.
Hoewel traplopen de eerste dagen niet mijn favoriete bezigheid was, ga ik de goed georganiseerde halve marathon van Rotterdam zeker nog een keer lopen, want het is toch wel een bijzondere ervaring om als Ajax-fan zo'n hartelijk onthaal te krijgen op de Coolsingel.

vrijdag 12 september 2008

Fietsen voor de Waddenzee


Voor iedere sporter is er een eerste keer. Je ontdekt de sport, die bij je past, en je raakt er verslingerd aan. Bij mij was het de ontdekking van de duursport. Ergens in het voorjaar van 1978 hoorde ik op de radio, dat er een protestfietstocht langs de Waddenzee zou komen. Dit om de milieuvervuiling en andere bedreigingen van dit prachtige natuurgebied aan de kaak te stellen. 
Als voetballer op een zeer laag niveau bij DIOS 8 was ik met mijn haar tot halverwege mijn rug nou niet bepaald het toonbeeld van een sporter.
Integendeel: in mijn vrije tijd was ik barkeeper bij het alternatieve jongerencentrum "De Hobbit" in Nieuw-Vennep, waar ik zeer regelmatig met daglicht naar huis vertrok om te gaan slapen om 's middags weer acte de presence te geven. Mijn buik was dan ook een rasechte bierbuik. Op een gegeven moment woog ik 80 kilo, toch wat zwaar voor iemand van 1 meter 73. Maar de vele nachtdiensten hadden hun werk dan ook gedaan.
Als voorbereiding op de 3 weken fietsen van Den Helder naar Esbjerg in Denemarken reed ik op mijn opoefiets een rondje Haarlemmermeer, met het naar de Ringvaartdijk fietsen vanuit Nieuw-Vennep ruim 70 km. Op vrijdag 21 juli 1978 vertrok ik met een veel te zwaar beladen opoefiets naar Den Helder. Het was die dag noordwestenwind, dus dat betekende meteen 100 km tegenwind. Een leuk begin.

Gedurende de fietstocht overnachtten we vaak in sporthallen en scholen, maar soms ook in boerenschuren en een keer sliep ik zelfs achter de bar. Een meevaller was de meewind op de Afsluitdijk. Felix Luitwieler van de Waddenvereniging had de leiding van deze protesttocht, die met wisselende aantallen personen gefietst werd. Ruim 100 mensen fietsten de volledige 1500 km, en per etappe kwamen er mensen bij of gingen er mensen af. In de grote Duitse steden als Bremen en Hamburg reden we met zo'n 400 fietsers, een behoorlijk lange stoet.
Bij de 100 mensen, die de volledige tocht naar Esbjerg reden, waren er zo'n 25 zonder versnellingen. Er vond dus regelmatig een afscheiding plaats, daar wij de groep met versnellingen niet bij konden houden. Zo misten we aardig wat "Veranstaltungen" maar daar stond een hoop gezelligheid tegenover. Tegen de tijd, dat de sprekers bij de protestbijeenkomsten klaar waren, sloten wij weer aan. Maar om te zeggen, dat we dat erg vonden, nou nee....
Zelf trok ik veel op met Sanne Baessler uit Bremen ("Wird es doch noch gemütlich") en met Ali Jansen uit Zwolle. Diverse mensen dachten, dat wij broer en zus waren. We lieten hen graag in die waan. Trouwens, met 8 zussen boven me maakte eentje meer ook niet zoveel meer uit.
Het leuke aan deze fietstocht langs de Waddenzee was, dat je de volksaard van de 3 landen goed leert kennen. In Nederland was alles wel geregeld, maar uit de losse pols. Toen we in Duitsland kwamen merkte je pas, hoe georganiseerd dit land wel niet is. Iedere dag kregen we een gedetailleerd overzicht met "genau" hoeveel kilometer het tot welke plaats was en een vrij exacte aanduiding van de tijd. Bovendien was er in Duitsland van de eerste tot de laatste kilometer politiebegeleiding: motoragenten voor en achter het grote peloton. Ook dat moesten de achterblijvers missen....
Een keer reden we op een zeer warme dag langs een meertje. Plotseling stopten de fietsers, vrijwel iedereen deed zijn of haar kleren uit en onder het toeziend oog van die Polizei doken wij naakt in het meertje om een kwartier later verfrist weer op de fiets te stappen. Nu ik het toch over zwemmen heb: op een dag sliepen we in een school, die naast het zwembad lag. Na een dag fietsen waren we in dat Noordduitse stadje wezen stappen. Om een uur of 12 liepen we met een groep van een man of 20 terug naar school. Onderweg kraakten we het zwembad om er nog even wat baantjes te trekken. Een Duitser kwam naar ons toe en vroeg: "Wer ist ihr Führer?"
Dat niemand de leiding had bij dit zooitje ongeregeld, dat was bij die brave borst nicht im Frage.
In Denemarken aangekomen was alles nog veel losser georganiseerd dan in Nederland. We kregen bij wijze van spreken alleen het slaapadres mee en hoe laat we konden eten.

Als jongen van het vlakke land vond ik het glooiende Jutland het mooiste stuk van de fietstocht langs de Waddenzee. Zo mooi, dat ik het jaar erop met mijn vriendengroep uit "De Hobbit", Nel Arends, Bas en Mark Warnink, Joep Kapiteyn, Tim de Beer en Ali Jansen in Denemarken op fietsvakantie ging. Tijdens deze fietsvakantie ontdekte ik de humoristische trollentekeningen van de Zweedse kunstenaar Rolf Lidberg. Diverse karikaturen, waarin de menselijke zwakheden door de trollen worden schitterend uitgebeeld, zijn op mijn blogspot te vinden.
Fietsen voor de Waddenzee had mij besmet met het virus van de duursport, en dan met name de trainingsvorm, die mij het beste ligt: extensief duur. Bovendien was ik door het fietsen van 1500 kilometer in 3 weken 3 kilo kwijtgeraakt. Een goed begin voor het krijgen van een wat sportiever lijf.
Behalve dat ik de duursport ontdekt heb, ben ik in de jaren daarna zeer actief geworden in de anti-kernenergie beweging. Bij vrijwel iedere blokkade van kerncentrales of atoomtransporten door Breek Atoomketen Nederland was ik, net als een aantal andere deelnemers aan de protestfietstocht naar Esbjerg, van de partij. Zo ook bij de blokkade van Dodewaard in oktober 1980. Hier leerde ik Ada Buijs kennen, met wie ik al ruim 25 jaar getrouwd ben. Het regende pijpestelen en ik had een broek, waarvan ik dacht, dat die waterdicht was. Niet dus. Van Ada mocht ik haar trainingsbroek lenen. En ja, die moest ik natuurlijk wel terug brengen....
Zelfs het pad der liefde begon met sportkleding!

woensdag 10 september 2008

Roeien met de riemen die je hebt

Een van de studentes in onze droogtrainingsgroep, Hetty, had contact met Asopos De Vliet, een roeivereniging in Leiden. Voor ons had ze geregeld, dat we, in plaats van de reguliere training, op dinsdagavond bij Asopos terecht konden. Op een mooie septemberavond fietsten we daar naar toe. Er waren 2 viermansboten en 2 stuurmannen, die alles in goede banen moesten leiden. Allereerst gingen we droog oefenen. In een hal lag een rasterwerk, waarin de stoeltjes en de riemen bevestigd waren. Hier leerden we de elementaire beginselen van de roeikunst. Hoe moet je de spanen houden, wat moet je doen en vooral: wat moet je niet doen. Nadat beide groepen een minuut of 10 geoefend hadden was Joost dusdanig overtuigd van ons natuurtalent, dat we in "de vier" mochten. Het begon ermee, dat we zo'n boot te water moesten laten. Normaal doen we dat met een fles champagne, maar helaas, wij werden geacht het nu met spierkracht te doen. Dit onderdeel lukte, de boot bleef drijven en nu mochten we instappen, wat al een hele kunst op zich was. In deze boot zouden Jaap, Marc, Jos en Letty onder leiding van Hetty proberen om niet om te slaan. Zelf zat ik in de paarse boot en na het volgende mailtje: "Net terug uit la douce douce France, kom ik in ieder geval wel graag kijken hoe jullie (kopje onder) gaan..." was ik blij, dat ik met de schrijver van deze tekst, Annerieke, in de boot zat. Mocht het mis gaan, dan zou het leedvermaak niet eenzijdig zijn. Hen en Wil completeerden deze voor Londen 2012 genomineerde zware vier. Dan gaf duidelijke instructies en terwijl het begon te schemeren begonnen we met het altijd lastige keren. Toen dat gelukt was, moesten we een bruggetje passeren, waarbij we de riemen zo veel mogelijk in moesten houden. Het verwarrende met roeien is, dat alles net anders gaat dan je denkt: als je helemaal achteraan zit, ben je ineens nummer 1. Het duurt even, voor je dit door hebt, zodat de instructies in het begin niet helemaal overkwamen. Maar gaandeweg ging het steeds beter. De misslagen werden minder, je wist, hoe je je spaan moest houden om de boot te stabiliseren en af en toe begon het echt op roeien te lijken. Vooral na het keerpunt, toen we een wedstrijdje hielden tegen de andere boot, ging het af en toe lekker snel. Hen gaf een mooi tempo aan en zo lang we dat maar goed volgden, scheerde de boot aardig snel over de brede sloot. Helaas maakte ik af en toe een misslag, waardoor het tempo wat stokte, zodat we de boot van Hetty niet konden verslaan. Is het bij roeien trouwens niet het gebruik, om na winst de winnende stuurman in het water te jonassen? Het was al donker, toen er afgemeerd was. Uitstappen is ook een heel ritueel, maar ook dat lukte. Helaas, Annerieke..... 
Daarna was het een kwestie van er voor zorgen, dat je je scheepjes op het droge hebt. De boten werden afgespoeld, afgedroogd en weer op zijn plek in de loods gelegd. Na een verkwikkende douche had Hetty in de kantine voor appelvlaai en warme chocomel gezorgd. Terwijl de voorspelde regen naar beneden kwam, namen wij nog een biertje. Nu is het bij een nieuwe sportactiviteit altijd de vraag, welke spieren je de volgende dag het meest gaat voelen. Zelf had ik mijn buik- of rugspieren verwacht, maar tot mijn stomme verbazing waren het mijn kuiten. Kennelijk te veel op kracht afgezet en te weinig op souplesse. Maar al met al was het een leuke training geweest. Hetty, bedankt voor de goede organisatie en wat mij betreft is het voor herhaling vatbaar. 

maandag 8 september 2008

Vlietloop

Bij de laatste droogtrainingen voor Dartmoor stond een pittige piramide touwtjespringen op het programma, gevolgd door een piramide op de schaatsplank en tot slot schaatsstappen in de elastieken. Daar de kuiten tijdens het wandelen in het zeer heuvelachtige Engelse land deze spieren ook flink beproefde, had ik 2 weken niet hardgelopen, toen de eerste droogtraining op het programma stond: standtraining.
Hoewel er nog maar 2 september op de kalender stond, was het compleet herfst. Regen en een heuse storm.
Er stond maar een klein clubje op de parkeerplaats in Katwijk-Noord. Onze trainer Pieter had een simpel, maar loodzwaar schema: een minuut voluit lopen, een minuut dribbelen, en na vier van deze series 3 minuten serierust: rustig dribbbelen en de spieren losgooien. Deze serie herhaalden we dan nog 3 keer. Naar Noordwijk toe, met windkracht 7 in de rug, was het allemaal prima te doen, maar met de wind tegen was het een heel ander verhaal. Jaap, Jos, Sjaak en ondergetekende zwoegden de 4 kilometer terug, alsof we in de elastieken liepen en iemand ons tegenhield. Gerard Driessen heeft altijd als stelregel: "Als je niet moe bent van een training, heb je niet goed getraind." Welnu, deze strandtraining was zeer goed!
Op het strand waren we 1 kitesurfer, een wandelaar en 3 ruiters tegengekomen. Dat zijn er wel eens meer geweest....
De zondag daarop zou ik met Jaap de Vlietloop in Voorschoten gaan doen. Het weer had wederom een herfstachtig karakter, met buien en vrij veel wind. De Vlietloop is een gemoedelijke, niet al te drukke loop, zodat je na 2 kilometer de ruimte hebt om je eigen tempo te lopen. In het begin vrij rustig aan gedaan: de eerste 5 kilometer in 25.07 seconden. Bij de Korte Vliet, waar we halverwege waren, ben ik gaan versnellen. De tegenwind langs het water stelde na de strandtraining niets meer voor. De tweede 5 kilometer ging in 24 minuten precies. In 50.35 had ik de 10,4 km als 77e van de 184 gefinishte mannen volbracht. De 10 km wilde ik volbrengen binnen de 50 minuten, dus de doelstelling was gehaald. Jaap was teleurgesteld over zijn tijd van 51.38 ("Ik loop de 10 km niet eens meer binnen de 50 minuten"), tot hij hoorde, dat het de tijd van de 10,4 km was.
Samen fietsten we weer naar Leiden. Na een duurloop is er eigenlijk niets beter voor je spieren, dan ze op de fiets rustig pedalerend weer soepel te trappen.

zaterdag 6 september 2008

Schaatsles voor beginnende schaatsers


Bij het geven van schaatsles aan beginnende kinderen is het van groot belang om het volgende in het achterhoofd te houden: er zijn altijd kinderen bij, die angst hebben om te vallen. Deze angst moet eerst weggenomen worden, voor je daadwerkelijk iets kunt leren. Ik begin dus altijd met valoefeningen: maak je klein en val voorover of opzij en probeer je val te breken.
Achterover hangen en de kont steeds dichter naar het is brengen tot je valt kan ook, maar daarbij heb je een klein risico, dat iemand letterlijk op zijn achterhoofd is gevallen.

De eerste echte oefening, die ik altijd laat doen is rechtop staan op twee schaatsen en deze dan voorzichtig om en om naar voren en naar achteren bewegen, steeds een klein stukje verder.
Zo krijgen ze het gevoel, dat je kunt glijden op de smalle ijzers.
De volgende oefening noem ik de aaphouding. Ga als een aap staan, doe desnoods de oe-oe geluiden erbij en de roffel op de borst van een gorilla, en laat ze zo een aantal keren een klein stukje heen en weer schaatsen.
De tweede vaardigheid is het steppen. Laat kinderen doen, alsof ze op een step rijden: eerst alleen met het linkerbeen afzetten, daarna alleen met het rechterbeen. Vervolgens laat je 4 keer afzetten met links en 4 keer met rechts, daarna 2 keer met links, 2 keer met rechts en tenslotte om en om! Later in de les kun je dit om en om afzetten terug laten komen met “giraffenpoten”. Je maakt met de afzet je benen zo lang mogelijk!
De derde oefening kun je de pinguïn of de ijsbeer noemen: de schaatsen schuin naar voren bewegen. Met deze oefening leren kinderen, dat ze niet te recht en niet te schuin moeten glijden, maar een beetje schuin naar voren.
De vierde schaatsbeweging is de ooievaar: laat kinderen zo lang mogelijk op 1 been glijden, met het andere been gebogen zoals bij een ooievaar. Uiteraard wissel je hierbij steeds van been.
Een oefening, die kinderen altijd leuk vinden, is deze: laat ze een meter of 10 vaart maken. Vervolgens maken ze zich klein en glijden met 2 schaatsen zo lang mogelijk door. De kinderen zijn verbaasd, hoe lang ze wel niet kunnen glijden met een paar slagen.
Een goede balansoefening is deze: laat ze als een vogeltje klein beginnen en steeds hoger “vliegen” met de armen bewegend als vleugels. De variant is precies omgekeerd.
Een zinvolle oefening is om de kinderen in tweetallen in te delen. De eerste gaat in de aaphouding zitten, de tweede duwt deze een bepaalde afstand, waarna er van plaats gewisseld wordt. Een leuke aansluitende oefening is het treintje, waarbij de trainer zijn kinderen trekt al locomotief met een paar wagons.
Mijn ervaring met kinderen is, dat dierenverhalen er altijd in gaan. Hoe jonger de kinderen, hoe korter de spanningsboog. Je kunt de oefeningen een paar minuten doen, daarna doe je een ander “dier”, maar het dier komt wel regelmatig weer terug.
Hou de kinderen constant bezig. Kinderen, die te lang stil moeten staan, willen nog wel eens aan elkaar gaan “plukken”. Vooral jongetjes hebben hier een handje van. Zo lang je ze bezig houdt met oefeningen, heb je geen ordeproblemen.
Aan het eind van de les kunnen we, mits de ruimte het toelaat, eventueel een spelletje als tikkertje of schipper mag ik overvaren doen.
Nog even een slotopmerking: één trainer per 5 kinderen biedt ook de mogelijkheid op 2 trainers per 10 kinderen. De eerste trainer geeft de uitleg van de oefeningen, de tweede helpt dan met name de zwakkere broeders en zusters, die veel individuele begeleiding nodig hebben bij deze oefeningen. Na zo’n 18 jaar lesgeven aan beginnende kinderen weet ik uit ervaring: dit werken in tweetallen werkt uitstekend!

vrijdag 5 september 2008

Dartmoor



Dit is een dag uit de wandelvakantie, die ik met mijn vrouw Ada eind augustus 2008 in Dartmoor gehouden heb.

Sunday, August 24th
Om 7 uur wakker en nog wat gelezen in "The hound of the Baskervilles" van Arthur Conan Doyle, spelend in het desolate Dartmoor. Om kwart over 8 zaten we aan het ontbijt. Ada had gepocheerd ei, Bert ook, maar dan met bacon erbij. Verder waren er 3 geroosterde sandwiches met marmelade, cornflakes en gedroogde vruchten. Om 9 uur verlieten we met een stevige bodem Furzeleigh Mill Country House. Bij de brug over de Dart wachtten we op de dubbeldeksbus, die ons naar Ivybridge bracht.
In Ivybridge wees een vrouw, die in bus X38 stapte, waar the Two Moors Way begon. En inderdaad, op de aangegeven plek vonden we MW onder elkaar, het symbool van onze tocht vandaag. We liepen over de brug bij de waterval om een kijkje te nemen in dit typisch Engelse plaatsje.
Het pad begon meteen te klimmen. In het Engels zeggen ze dan a steep hill. Over het trottoir klommen we steeds hoger, tot we na de brug over de spoorbaan vrij snel een public footpath in moesten. Langs de heggen klommen we verder, tot we op de kale ruimte kwamen. Het boekje van the two moors way gaf aan, dat we een grasachtig pad tussen de varens moesten kiezen tot de oude railway. Het probleem was, dat er diverse paden zo liepen. Uiteindelijk kwamen ze allemaal op de oude trambaan uit.
Van hier had je een prachtig uitzicht over de omgeving. Ivybridge zag je ver beneden je liggen.
De trambaan was af en toe een kleine beek. Door de natte augustusmaand was er zeer veel water, dat in kleine stroompjes naar beneden kwam zetten. Je moest voortdurend alert zijn, waar je je voeten neerzette. De oude trambaan liep langzaam maar gestadig omhoog. Doordat het pad af en toe bochten maakte, had je pachtige uitzichten, die elke keer weer anders waren. We zagen een paar hardlopers, die hier de heuvels op zwoegden: dat is nog eens trainen!!
Na ruim een uur klimmen begon de lucht te betrekken op een dusdanige manier, dat er regen uit kwam zetten. In de regen kwamen we een vijftal Britse wandelaars tegen. Een vrouw in het gezelschap vroeg, hoe ver het naar Ivybridge was. "We have been climbing for one hour and a half, so it must be an hour." "Yes, than we can go to the pub."
We trokken onze regenbroeken aan en zie, het werd droog. Een stukje verderop aten we om 12 uur, na 2 uur klimmen, de boterhammen met chocola. We keken uit op kale bergtoppen, met een grote roofvogel, die in de verte loerde op een prooi. Na de pauze maakte de weg een bocht en hadden we een totaal ander uitzicht, met de Erme diep beneden ons. Het klimmen werd eindelijk dalen. Er waren prachtige vergezichten op deze bewolkte dag.
We kwamen langs de oude afgravingen voor klei voor porcelein. Hoewel we zeer hoog liepen (ruim 400 meter hoog) werd het pad steeds drassiger. Soms was het pad over meer dan 100 meter totaal ondergelopen. Door het gras zochten we dan een drogere route. De man in het shirt met Vegan runner, die we ruim een uur tevoren gezien hadden, kwamen we weer tegen. Hij was aan het trainen voor de marathon. Hij redt het wel!
Het boekje gaf aan, dat "the most challeging part" van the two moors way eraan kwam. Toen de trambaan na de tinafgravigen dood liep, werd het pas echt spannend. We moesten zonder enige richtingaanwijzing letterlijk een pad over Dartmoor zien te vinden. We volgden een vrij steile afdaling, maar dit bleek toch de omweg te zijn. Er was een nog veel steilere afdaling naar de stenen brug over de Avon.
Langs de beek werd het af en toe behoorlijk drassig. Steeds waren we op zoek naar een zo droog mogelijke route. In het boekje stond, dat er een ford kwam. Deze doorwaadbare plaats was echter zo breed, dat we er alleen met droge schoenen overheen zouden komen, als we onze schoenen in de hand zouden nemen, met het risico om onderuit te glijden op de vele losse stenen. Er was echter een alternatief: de heuvel op klimmen en dan over een brug een ander pad volgen. Wij kozen de laatste mogelijkheid.
Halverwege de klim lag op de andere oever de ruïne van een kerkje. Het beloofde bruggetje zagen we echter nergens. We volgden een vrij droog pad verder omhoog, tot we een paar rotsblokken zagen, waar we het snel stromende beekje over konden steken. Het pad liep verder omhoog, tot het doodliep op een volgend beekje. Terug. Psychologisch altijd een vervelend punt. Met behulp van een paar grote stenen staken we ook deze beek over.


In het boekje had Ada gezien, dat ter hoogte van het kerkje het alternatieve pad moest lopen. Het was echter vooral nat en drassig. Berts sportschoenen waren behoorlijk nat en na een meter of 10 gelopen te hebben zagen we nog niets, wat op een pad leek. "Laten we naar de doorwaadbare plaats gaan" zei Bert, "Daar weten we zeker, dat the two moors way loopt."
Zeer voorzichtig en een beetje mopperend liep Bert daar in het zompige hoogveen.
"Waar is je avonturiersgeest gebleven?" vroeg Ada. Dat had ze beter niet kunnen zeggen, want dit zette Bert meteen op scherp en hij stapte gewoon linea recta naar de ford toe, uiteraard met kletsnatte sokken en schoenen. Ada was wijzer!
Aan de Avon pakten we het duidelijk zichtbare pad weer op. We klommen steeds verder omhoog over de heuvel, tot we een stuwmeer zagen aan onze rechterhand. We waren, ondanks boekje, gedetailleerde kaart en kompas, verkeerd gelopen. De waarschuwing in het boekje, dat je in dit gedeelte van Dartmoor makkelijk kunt verdwalen, bleek te kloppen.
Maar geen nood, er bleek een ander pad te lopen, the Abbot's way. Bij het stuwmeer moesten we de loop van een ander beekje volgen en deze ter hoogte van een andere voorde zien over te steken. Uiteindelijk werd het slootje springen, hetgeen met een rugzak om toch wat lastiger is. Maar we haalden het en konden de volgende heuvel beklimmen.

De zon was intussen weer door de wolken gebroken en op de top werden we beloond met het mooiste uitzicht van de dag. Aan de ene kant lag het ruige Dartmoor, dat nog onder een grijs wolkendek schuil ging, aan de andere kant de lappendeken van het landelijke Engeland met weilanden, akkers, heggen, bosjes, huisjes en dorpjes. Adembenemend mooi.
Via het public footpath daalden we af naar de Furze. Onder een beuk met een enorm met mos begroeid wortelstelsel aten we de koek, die we 's ochtends bij een benzinestation in Ivybridge gekocht hadden, voor we aan de laatste etappe begonnen.
Al snel kwamen we uit bij een weg. Buckfast 2,5 miles wees de ene kant op, Buckfastleigh 2,5 de andere kant op. We kozen voor Buckfast in de wetenschap, dat er een kortere binnendoorweg was. Door het hek met het woord "Private" lieten we ons niet weerhouden. Over de geasfalteerde holle weg daalden we af, tot we bij Camphill community uitkwamen,een antroposofische gemeenschap.
Langs beek en bos liepen we naar Buckfastleigh, waar we een geopende supermarkt aantroffen. Dat verwacht je niet op zondagmiddag om kwart voor 6. Met wat proviand voor de volgende dag wandelden we door het lieflijke Buckfastleigh naar Furzeleigh Mill Country House, ons hotel, waar we onze baggerschoenen maar uittrokken, voor we naar binnen liepen. Het was kwart over 6, de wandeling was om 10 uur begonnen in Ivybridge.
Ada douchte zich eerst met de stop in het bad. Bert kon genieten van een half gevuld bad. Ada benutte het badwater om de vieze sokken en Berts stinkende t-shirts te wassen, terwijl Bert het dagboek bijwerkte. Om 7 uur gingen we naar beneden om met schone kleren aan plaice (schol) met garnalen danwel lamsvlees met groente te eten. Als toetje konden we uit diverse homemade cakes een keuze maken. Na al dat zwoegen gingen de appelcider en de Jail ale er wel in.
Om 9 uur zochten we onze slaapkamer op om nog wat te lezen of dagboek te schrijven, om 10 uur vielen we als een blok in slaap. We waren moe maar voldaan.

donderdag 21 augustus 2008

Oostvoorne

We zouden om 7 uur op de fiets zitten, om het pontje van Hoek van Holland naar de Maasvlakte van 20 over 9 te nemen. De wekker ging dus om half 7 al. De route was via Wassenaar over de Noordzeeroute. Helaas stond er erg veel wind, zodat we veel langzamer gingen dan gepland. Dit betekende, dat we pas om 10 voor 11 de veerboot IJveer 35 hadden. Door de harde wind stonden er hoge golven op de Nieuwe Waterweg.
Op de Maasvlakte stapten de enige passagiers, Ada en ik, van de boot. We zouden op een voor ons totaal onbekend stukje Nederland fietsen.
Bij de weg aangekomen kwam de eerste tegenvaller: Oostvoorne 17 km stond er op het richtingbord. En dat was nog grotendeels tegen de harde wind in ook! Langs de chemische industrie trapten we over het fietspad langs Slag Vuurtoren en Slag Dobbelsteen. Er waren nog zeer veel kale vlaktes op de Maasvlakte. Hoezo, aanleg van een Tweede Maasvlakte?
Onderweg zorgde de richtingborden voor de nodige verwarring: eerst een bord met Oostvoorne 11 km, vlak daarna één met 9 en weer een kilometer verder 10 km. We waren in ieder geval blij, dat we bij het Oostvoornse meer aankwamen. Hier reden we over een pad door de duinen: redelijk luw en veel mooier. Om een uur of 12 waren we, met 14 km op de teller, bij onze vriend Paul.
Na bijgepraat en geluncht te hebben stapten we om kwart over 3 weer op de fiets. Paul reed mee tot het Oostvoornse meer, waarna wij weer over de Maasvlakte reden. De harde wind was van zuidwestelijk meer westelijk geworden, dus we hadden wat minder profijt dan verwacht. Bij het pontje waren we nu niet de enige passagiers. Het waren er een stuk of 10, waaronder 6 andere fietsers. Ondanks dat het niet echt druk te noemen is, voorziet deze kortere verbinding met de kust van Voorne-Putten toch in een behoefte.
Via de Noordzeeroute reden we naar Kijkduin, waar we dwars door Den Haag naar Wassenaar reden. Eerlijk gezegd beviel de Noordzeeroute me beter: toch minder last van uitlaatgassen. Om 7 uur waren we weer thuis. Er stond 104 km op de teller.