Er zijn zo van die tradities, die ieder jaar rond een bepaalde datum terugkeren. Eén van die tradities is, dat ik vanaf de zomer mijn haar laat groeien met het oog op het natuurijs. Garanties op natuurijs heb je nooit, maar ik houd er altijd nadrukkelijk rekening mee. Ergens in februari hangt het haar op mijn schouders.
De tweede traditie is, dat ik in de loop der jaren onder sommigen de naam en faam van van een lentebode heb opgebouwd. Op het moment, dat ik naar de kapper ga om me flink te laten kortwieken, kun je er vrij zeker van zijn, dat je die winter niet meer op natuurijs zult kunnen schaatsen.
Vandaag begaf ik me vanaf mijn werk naar Edwin Minnee, die aan de slag ging om de wintervacht om te toveren in een marathonkapsel.
Er is dus een heel stuk van mijn haar af gehaald, terwijl we het uitgebreid hadden over het schaatsen op de Vogelplas en de Weissensee, maar ook over het geringe aantal zonnevlekken en de sneeuwwinters van de afgelopen jaren.
Het is altijd weer een vreemd gevoel als er 80 tot 90% van je haarlengte is verdwenen. Maar één ding weet ik zeker: door Edwin Minnee wordt je zeer deskundig geknipt. En denk niet, dat ik bevooroordeeld ben, doordat ik af en toe met Edwin schaats.
De vele prijzen, die hij heeft gewonnen bij kapperswedstrijden, zeggen meer dan genoeg.
Sneeuw zit in het DNA van deze winter. Heel lang zag het er naar uit, dat we een vorstperiode zonder sneeuw zouden meemaken, maar de voor het oosten van het land aangekondigde sneeuwval had onze omgeving toch weten te bereiken. Ik geef het toe: Leiden ligt oostelijk van Katwijk, maar zo oostelijk?
Om half 3 stond er een afspraak in mijn agenda met Hans Boers. Met een temperatuur van net boven het vriespunt liepen we onder een zwaar bewolkte hemel, waaruit natte sneeuw naar beneden kwam dwarrelen, via de Papelaan naar het kunstwerk onder de A4 door.
Vanaf deze fietstunnel vervolgden we onze route naar de tunnel bij de voormalige dierentuin van Wassenaar, waarna we over de Horstlaan en de Velostrada weer naar onze fietsen bij station Voorschoten renden.
De natte sneeuw kwam inmiddels met grote vlokken uit de lucht gedwarreld. Het is nog winter en hoewel natuurijs er niet meer inzit, lijkt de lente op de weerkaarten nog behoorlijk ver weg.
Na in de sneeuwbui naar huis gefietst te zijn, douchte ik me en sleep mijn schaatsen met de diamanten slijpsteen. Kennelijk hebben ze in België mijn blog ook gelezen en begrepen, dat je met diamanten veel sneller kunt slijpen. Dit schaatsland in opkomst, met Bart Swings als op twee na beste allrounder ter wereld, werd deze week opgeschrikt door een spectaculaire diamantroof op vliegveld Zaventem.
Voor video: KLIK HIER!
Als er binnenkort diamanten slijpstenen worden aangeboden, afkomstig uit België, dan weet u genoeg....
Als toetje hadden we na het avondeten baklava en Turks fruit, dat een dochter had meegebracht uit Istanbul, waar ze op vakantie was geweest. In deze miljoenenstad aan de Bosporus had ze in een prachtige ijsbaan, die net zo groot is als de Leidse IJshal, het kunstschaatsen op peil gehouden.
Turks fruit roept bij mij altijd herinneringen op aan het destijds als schokkend ervaren boek van Jan Wolkers.
Op HAVO en VWO had ik het, net als veel klasgenoten, op de literatuurlijst Nederlands staan als één van de maar liefst 25 boeken. Kom daar heden ten dage maar eens om.
In 1973 zijn we met een aantal klasgenoten van de HAVO-top van Pedagogisce Academie "De la Salle" naar de net uitgebrachte verfilming van "Turks fruit" gegaan. Zo uit het blote hoofd zaten Jos Glandorf, Fred Vuling, Nico de Bont, Rob Peters en Gerda van Zijl bij dit groepje bioscoopbezoekers. Deze film was het overrompelende debuut van Monique van der Ven.
Na afloop van de film hebben we in een café in Haarlem nog lang na zitten bomen over de film. Vandaag was dat niet het geval.
Het Turks fruit was gekocht bij een bakkerij uit 1777, die nog heeft geleverd aan de Sultans van het Ottomaanse rijk, en het smaakte uitstekend!
We hadden een maand geleden van onze oudste dochter een uitnodiging gekregen voor een feestavond van Maison d'être. Maison d'être is een serie feesten in Rotterdam met iedere keer één van de zintuigen als thema. De tweede editie stond in het teken van ZIEN!
Ada en ik fietsten in de snijdend koude wind naar Leiden Centraal en met de trein en de tram gingen we naar het Wilhelminaplein, gelegen aan de zuidzijde van de Erasmusbrug. Een korte wandeling bracht ons bij de drijvende bollen.
Hier zagen we Ike, één van de organisatoren van Maison d'être. Er werd muziek gemaakt in een aparte combinatie: een dj en een saxofonist. Howard Sie speelde heerlijk in het gehoor liggende relaxte saxofoonmuziek.
Aanvankelijk voelde we ons een beetje de "oudere jongeren" van Koot en Bie, maar later waren er meer mensen van onze leeftijd.
Maar zoals gezegd: het ging vooral om het thema zien. En er viel zeer veel te zien. Diverse kunstenaars hadden dit thema op een leuke manier uitgebeeld. Er waren ergens een stuk of 8 videocamera's geplaatst, en als je daar langs liep, werden de beelden vertraagd afgespeeld, zodat je jezelf daarna 8 keer als in een ganzenpas zag lopen. Vooral als mensen gekke bewegingen maakten, gaf dit een leuk effect.
Daarnaast was er de grootste kleurplaat van Rotterdam, waarvan hier een vijfde deel is afgebeeld.
Ook waren er een aantal lachspiegels geplaatst. Door de vervormingen in het spiegelglas kreeg je de raarste effecten. Zo was ik op een gegeven moment te zien met een bierbuik....
Zeer apart vond ik ook, wat een tweetal jongemannen als "De glitterende eenhoorn" uitvoerde met een bakje water op een overheadprojector met een soort electronenmicroscoop, die gekoppeld was aan een tweetal laptops. Er werd van alles aan dat water toegevoegd, kleurtjes, andere vloeistoffen.
Zodoende kreeg je het effect van een live uitgevoerde vloeistofdia, die eind jaren '60 en begin jaren '70 bij optredens van "psychedelische" popgroepen in zwang waren.
Nu was Maison d'être georganiseerd om Hotspot Hutspot te sponsoren. Hotspot hutspot kookt met buurtbewoners een kwalitatief en duurzaam driegangen weekmenu voor 7 euro met zoveel mogelijk ingrediënten uit eigen tuin, en anders streekproducten. En als Leidenaar wil je het nuttigen van hutspot natuurlijk van harte aanbevelen.
U kunt hen ook een steuntje in de rug geven door op Bob Richters te stemmen op www.aardigopweg.nl.
Donderdag hoorde ik vlak voor het lesgeven in de Leidse IJshal, dat Karel de Jong was overleden. Vanmorgen om 11 uur begon de afscheidsdienst voor dit IJVL-lid. Er waren zeer veel bekenden van de IJshal. Onvermijdelijk, want Karel was één van de meest actieve vrijwilligers.
Onder de vrolijke klanken van de "Schaatsenrijderswals" van Emile Waldteufel werden we verzocht om naar de grote zaal te komen.
Maar wat ik al vermoedde: de zaal was te klein. In de ontvangsthal met videoscherm en geluidsboxen konden we de uitvaartplechtigheden goed volgen. Ik zat naast Carl Flaman, die met Karel een vast duo vormde bij de schaatslessen. Dit tweetal had humor zeer hoog in het vaandel.
Het begon met een verrassing voor me. Iemand van het Apostolisch Genootschap leidde alles in goede banen. Ik wist niet, dat "Broeder Karel" bij dit kerkgenootschap hoorde.
Ik kende hem van mijn eerste jaren bij de droogtraining van de IJVL, maar vooral van de IJshal, waar we in een grijs verleden een aantal jaren samen les gaven op vrijdagmiddag. Ik ben hem zeer vaak tegengekomen aan de Vondellaan. Karel was dan ook een echte liefhebber van het schaatsen. Of, zoals één van de sprekers het uitdrukte: "Hij is met ijzers aan geboren!"
Als geboren en getogen Amsterdammer was hij behept met humor en het hart op de tong. Vanwege zijn harde stem bij de schaatslessen sprak één van de cursisten hem steeds aan met "Sergeant".
Karel kon dat wel waarderen.
Er waren leuke anekdotes bij. Een van zijn dochters was nog klein en zat in het vooropstoeltje op de fiets. Vader zei: "Wil je een kusje van me?"
Tot zijn stomme verbazing kreeg hij als antwoord: "Nee, Karel, niet vandaag!"
Zo passeerde een hele serie anekdotes de revue, voordat Karel op deze koude winterdag gecremeerd zou gaan worden.
"Begraven is niks voor me. Daar krijg je van die koude billen van!"
We zullen zijn humor en onvervalste Amsterdamse accent missen. Maar we koesteren de goede herinneringen aan deze bijzondere schaatstrainer. Zoals deze, die zijn vaste maat Carl Flaman vertelde bij de koffie en thee. Karel en Carl moesten de G-schaatsers laten rijden voor het schaatsdiploma.
De met een stalen gezicht gebrachte mededeling hakte er bij de G-schaatsers wel in: "Jullie zijn allemaal gezakt!"
Er stak een storm van protest op.
"Boven in de kantine zullen we wel even uitleggen, waar het allemaal aan schort."
In de kantine kregen ze uiteraard allemaal hun diploma. Karel en Carl maakten vreemden vaak wijs, dat ze broers waren. Als zij de kans zagen om iemand in de maling te nemen, dan deden ze dat met uitgestreken gezichten!
Karel, rust zacht. Het was een genoegen, om je vaak tegen gekomen te zijn bij het schaatsen.
Vanmorgen was het eerste bericht, dat ik op de radio hoorde, dat Atje Keulen-Deelstra was overleden. En dat vlak nadat haar imposante erelijst vorig weekeinde zeer vaak ter sprake was gekomen. Zo'n 40 jaar, nadat ze voor de vierde keer wereldkampioene allround was geworden, was Ireen Wüst de tweede Nederlandse schaatster, die dit huzarenstukje wist te herhalen.
Voor video: KLIK HIER! Atje Keulen-Deelstra had haar topjaren in de tijd van Ard en Keessie. Het was nog in de tijd van de zwart-wit televisie. In de weekeinden voor zo'n WK zat half Nederland aan de buis gekluisterd met de krant voor de neus. Hierin kon je de rondetijden van iedere schaatser of schaatster noteren.
Nu de overtredingen zijn verjaard, durf ik met een onthulling te komen. In 1972 werden in Sapporo in Japan de Olympische Winterspelen gehouden met op bijna iedere afstand Nederlandse medaillekandidaten. Guus Hölscher, een sportliefhebber pur sang, was net directeur geworden van "Porta Vitae", de MAVO in Hoofddorp, waar ik in dat jaar in de examenklas zat.
Een paar keer werden de schaatswedstrijden gehouden op het moment, dat wij les hadden moeten krijgen.
Wij kregen de keuze voorgelegd: huiswerk maken in de klas, of kijken naar de verrichtingen van "onze" mannen en vrouwen. U hoeft geen profeet te zijn om te raden, wat ik gekozen heb. Zo zag ik onder schooltijd, hoe Ard Schenk Olympisch kampioen op de 10 km werd en hoe Atje Keulen-Deelstra één van haar twee bronzen plakken won.
U begrijpt, dat ik op "Porta Vitae" altijd graag naar school ging, maar toen helemaal!
Ik kende het verschijnsel niet. Na onze tocht door de Wieden liepen we van café "Sluiszicht" naar de auto, toen we een brede rode streep licht vanaf de ondergaande zon omhoog zagen wijzen. Deze week stuitte ik bij toeval op www.weerwoord.be op de naam voor dit verschijnsel.
Het heet een zonnezuil. Op deze van internet geplukte foto's kunt u zien, hoe juist deze benaming is gekozen.
De vierde vorstperiode van deze winter kenmerkte zich vooral door een koude wind. De minimumtemperaturen lagen rond de 4 graden. In december of januari had dit mogelijk tot schaatsijs kunnen leiden, maar de dagen zijn inmiddels een stuk langer en de zon krijgt allengs meer kracht. In onze omgeving konden we van deze 4 vorstperiodes slechts bij die van de tweede helft van januari de schaatsen onderbinden, maar dat was dan ook meteen eentje die 10 dagen duurde. Vooraf had ik hier blind voor getekend!
Met veel plezier keek ik terug op de winter van 2012-2013, die op kousenvoeten de Top-50 van koudste winters is ingeslopen. Met veel plezier keken we vanmiddag in de Leidse IJshal met alle 10 trainers van de buitenschoolse sport terug op dit seizoen. Met ruim 130 kinderen was het behoorlijk druk geweest.
Onder het genot van koffie, cola of warme chocolademelk bespraken we onder leiding van Joke Augustinus wat er goed ging (heel veel) en wat er beter kan (een paar punten). Het was een gezellige afsluiting van 15 cursusdagen.
Terwijl iedereen naar huis ging, begaf ik me van de kantine naar de spiegelglad gedweilde baan. Vandaag waren Joost Wösten en ik de enige trainers. Dat kon ook wel, want er waren ook minder kinderen. We hadden vorige week aangekondigd, dat iedereen een vriendje of vriendinnetje mee mocht nemen. Een drietal kinderen had dit ook daadwerkelijk gedaan.
Zoals gebruikelijk verliep de les speels met gevarieerde oefeningen en tweelingtikkertje als afsluiting. Er zijn nog 3 lessen op vrijdagmiddag voor de IJVL. Een schaatsseizoen vliegt gewoon om!
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.