woensdag 9 maart 2011

Batterij

Afgelopen zondag gaf mijn kilometerteller er de brui aan. De batterij was, na bijna 6 jaar, nu toch leeg. Er stond bijna 54.000 km op de teller. Op maandag na het werk even langs de fietsenmaker voor een nieuwe batterij.

En ziedaar, de kilometerteller deed het weer als vanouds.
Ging het bij mensen ook maar zo eenvoudig. Het traplopen was maandag en dinsdag geen feest. De combinatie van IJsstrijd en de 10 van Alphen had voor flink wat melkzuur in de bovenbenen gezorgd.
Dit weerhield me er niet van om te gaan schaatsen in de Leidse IJshal. Met mijn kluunschaatsen, dat dan weer wel. Je staat iets lager en hebt meer stabiliteit, dus wat minder druk op de bovenbenen. Ik sloot aan bij het tweede peloton en reed zo bewust wat langzamer en vooral op techniek.
Het was nog behoorlijk druk voor een avond in maart. Er waren minder vaste "gezichten", maar wel een hoop nieuwkomers. Een goede zaak. Hopelijk krijgen zij, net als ik ruim 31 jaar geleden, de smaak van dit immer goede ijs te pakken.
Voor de vrouwelijke sporters onder hen heb ik trouwens goed nieuws. Het was gisteren de 100 verjaardag van de Internationale Vrouwendag, en er is één Nederlandse vrouw, die er in geslaagd is om een hele serie sponsors te vinden.

Goed voorbeeld doet goed volgen....

zondag 6 maart 2011

Geen 10 met een griffel

Het was prachtig weer: het zonnetje scheen bij een noordoosten wind. In de wind voelde het hierdoor wel koud aan. Net als vorig jaar zou ik de 10 van Alphen gaan lopen met het team van GBA Accountants, het bedrijf waar Hans Boers werkt.

Op de fiets reed ik naar Jaap de Gorter, die ook in dit illustere team aan de start zou verschijnen.
Waar ik vorig jaar in een blakende vorm verkeerde en zelfs alleskunner Jos Drabbels voor wist te blijven, daar wist ik nu al, dat ik dit jaar geen potten zou kunnen breken. Ik had de 200 km van IJsstrijd nog in de benen en was nog niet volledig verlost van een flinke verkoudheid.
Met de trein reisden we van Leiden Lammenschans naar Alphen aan den Rijn, waar we naar de sporthal bij het park reisden om onze startnummers op te halen, de loopkleding aan te passen aan de weersomstandigheden en gezamenlijk naar de startstreep te lopen.
Uit de wind en in de zon was het prima uit te houden, zoals The Bothy Band ons met de lp "Out of the wind, into the sun" een kleine 40 jaar geleden al voorhield.

Het parcours was ten opzichte van vorig jaar volledig op de schop gegaan. Bij het startvak zagen we de tweede helft van de 20 van Alphen langskomen, waarbij de allerlaatsten na een kilometer of 3 lopen al deernis opwekten.
Wij mochten om 5 over 2 van start gaan. Links van de weg vertrokken de "losse" deelnemers, rechts de bedrijvenloop. Na ruim 100 meter mengden beide groepen zich, waardoor je in een soort trechter terecht kwam. Niet bepaald snelheidsverhogend.
Na een kilometer door het centrum kwamen we op brede wegen, waar je eindelijk in je eigen tempo kon gaan lopen. Hier liep ik met Hans Boers in mijn kielzog naar het 5 kilometerpunt. We haalden aardig wat lopers in op het traject met 2 bruggen met heel veel vals plat.
Bij de 5 kilometer aangekomen viel de tijd erg tegen: 26.22. 100 meter verderop was een drinkpost. Ik nam een energiedrank, terwijl Hans gewoon doorliep.

Ik kon hem weer bijhalen, maar 500 meter verder moest ik hem toch laten gaan. De 250 km schaatsen bij IJsstrijd had ik nog niet volledig verteerd.
De tweede helft van de 10 van Alphen verliep wat moeizamer, terwijl het mentaal lastig werd, toen we de laatste 3 km ingehaald werden door de lopers van de 20 van Alphen. Ondanks dat zij de dubbele afstand liepen, liepen ze veel harder!
Mentaal kwam de mokerslag, toen Jaap de Gorter me 500 meter voor de finish bijhaalde.

Die onderlinge strijd ging ik dus dik verliezen: Jaap kan namelijk sprinten. Aangemoedigd door Ronald de Rooij en Jacqueline Zwetsloot ploeterde ik naar de eindstreep toe.



Met een tijd van boven de 50 minuten viel die nog flink tegen ook.
Nee, het was niet bepaald een 10 met een griffel!

De bovenbenen voelden flink verzuurd aan. Van de kuiten had ik veel minder last. De compressiekousen werken kennelijk goed. Via de sporthal liepen we naar het station, waar de trein net vertrok, toen we aan kwamen wandelen. Geen nood. In een wachtruimte zaten we uit de wind. We aten wat krentenbollen en hadden een trein later.
Terwijl Jaap even ging douchen, sleep ik zijn schaatsen, want om half 5 stond Andrea Landman voor de deur van Jaap's huis. We moesten naar De Uithof, waar de jaarlijkse clubwedstrijden van de IJVL op het programma stonden. We zouden een 500 en een 1500 meter rijden. Het zou niks worden. Daarover bestond bij mij geen twijfel.

Dat klopte helemaal. Met zere bovenbenen kun je geen goede 500 meter rijden. Ik kan hier dan ook kort over zijn: het was gewoon prut. Andrea had geen kind aan mij. Met 1.07.52 reed ik een slechte tijd, zoals verwacht. En dat lag niet aan de hoge luchtdruk! Het lopen van 10 km vlak voor een sprint is geen succes. Alle verhalen uit de trainingsleer kloppen wat dat aangaat.
Ik had geen noten meer op mijn zang, mijn liedje was uit.

Daar er een lange dweilpauze was, vertrokken we naar de kantine. Tegen alle voedingsadviezen in nam ik een macaronischotel. Ik had gewoon honger. Met een warme chocomel erbij kon ik er weer even tegen. Onderweg naar de kleedkamers kwam ik Dick van Beelen tegen, met wie ik even bijpraatte.
We kregen een goed gedweilde baan. Ik reed tegen Jaap Plomp en had me voorgenomen alleen op techniek te gaan schaatsen. Snelheid zat er vandaag niet meer in.
Er ontspon zich desondanks een spannende rit. Jaap Plomp en ik waren aardig aan elkaar en uiteindelijk trok mijn tegenstander met 3.15.19 tegen 3.15.90 aan het langste eind. Een zeer matige tijd, maar wel een behoorlijke verbetering ten opzichte van de 500 meter.
Jaap de Gorter en Andrea Landman hadden in het voorgaande kwartet tegen elkaar gereden, waarbij Jaap met een tijd van 2.44 ruim gewonnen had. Dacht hij! Want terwijl ik met Jaap aan het uitrijden was kwam de mededeling, dat Jaap de Gorter uit de uitslag was geschrapt wegens hinderen.
Dat gaf ons in de kantine de gelegenheid tot allerlei grappen en grollen. Na het kwartet nog eens doorgenomen te hebben, kwamen we tot de conclusie: "Wie heb jij NIET gehinderd?"
Waar ik precies wist, waarom het Olympische credo "Meedoen is belangrijker dan winnen" vandaag volledig op mij van toepassing was, wist Jos Drabbels ook, dat carnaval vieren in Limburg niet prestatiebevorderend werkt. Maar de clubwedstrijden rijd je in de eerste plaats voor de gezelligheid. Wat dat aangaat zat het helemaal goed.

Daarnaast is het, met het oog op de winterbiatlon, goed om de combinatie hardlopen en schaatsen weer eens getraind te hebben.
Thuis gekomen keek ik op internet naar de uitslag van de 10 van Alphen. Dat viel zowaar nog mee. De netto eindtijd bleek 48.19 te zijn, nog alleszins redelijk.

Jaap had een tijd van 48.10 en Hans had zelfs een goede 46.37. Als team zou GBA Accountants, niet onverdienstelijk, op de 13e plaats van de 43 ploegen eindigen.
Qua gezelligheid was het een prima dag, maar sportief gezien verdiende wat mij betreft deze eerste zondag van maart geen 10 met een griffel.

zaterdag 5 maart 2011

Vier eeuwen schaatsen in Oegstgeest


Bij de krasse knarren, die op donderdagochtend hun rondjes in de Leidse IJshal rijden, heb ik Frans van Rijn en Bas Koster leren kennen. Behalve schaatser zijn beide heren ook nog eens voorzitter en penningmeester van de IJsclub Oegstgeest. Ter gelegenheid van het 23e lustrum in 2008 is besloten de geschiedenis van het schaatsen in Oegstgeest op schrift te zetten.
Dit alles heeft geresulteerd in het prachtige boek "Vier eeuwen schaatsen in Oegstgeest" van de hand van Wiebe Blauw en Kees Zandvliet, die de laatste 3 Elfstedentochten, net als voorzitter Frans van Rijn, hebben uitgereden. Het leuke is, dat het boek verrast. Oegstgeest was toen qua grondgebied veel groter dan heden ten dage. Het Galgewater, tegenwoordig midden in Leiden gelegen, vormde tot de 19e eeuw de grens van de gemeenten Leiden en Oegstgeest. Deze liep door tot De Vink door het midden van de Rijn, waarna de Rijn de grens vormde tussen Oegstgeest en Voorschoten. Ook grensde Oegstgeest nog aan Zoeterwoude en Leiderdorp. Leiden besloeg in die jaren het gebied binnen de Singels.
De beschreven historie van de schaatssport in Oegstgeest bevat dus meer, dan je op grond van de titel zou mogen verwachten. Het boek is geïllustreerd met veel zwart-wit foto's en een aantal reproducties van schilderijen.
Aan het eind van dit vlot geschreven boek worden de Oegstgeestse kampioenen genoemd: shorttracker Charles Veldhoven, marathonschaatster Lucy Witteman, de dochter van Peter Witteman, met wie ik al meer dan een kwart eeuw mijn rondjes in de Leidse IJshal rij, kunstschaatster Ellen Brussee en, zoals hij terecht wordt genoemd in dit boek, superatleet Mart Moraal.

Het is dus geen toeval, dat hij de 1000 rondjes van Leiden in de Leidse IJshal won. De IJshal ligt immers op voormalig grondgebied van zijn woonplaats Oegstgeest. Hij reed dus een thuiswedstrijd!
Ik kan het boek aan iedere schaatsliefhebber in de Leidse regio aanraden. Er staat bijvoorbeeld een kaart in van een toertocht van Den Haag via Valkenburg, Rijnsburg, Oegstgeest, Warmond, De Kaagsociëteit, Hoogmade, Leiderdorp, Zoeterwoude, Zoetermeer en Nootdorp naar Voorburg. Als we die tocht weer eens konden schaatsen....
Wie het boek wil bestellen kan contact opnemen met penningmeester Bas Koster. Zijn emailadres is: bjkoster@planet.nl
U zult er geen spijt van krijgen!

vrijdag 4 maart 2011

Spiegelbeeld


Deze winter kenmerkte zich door een zeer aparte tweedeling. Op 10 november deed ik mijn voorspelling voor de winter van 2010-2011.
Ik citeer: "Maar er waren meer extreme trekken: tot juli was het veel te droog, maar in een paar maanden tijd is die "schade" intussen volledig ingelopen. Kortom, er is vooralsnog geen sprake van een "normaal" weerpatroon. De kans op extremen blijft dus aanwezig, ook in de winter van 2010-2011."
Feitelijk heeft dit patroon zich deze winter herhaald. December was inderdaad, zoals via diverse kanten al voorspeld, te koud. Meestal zet december de toon voor de hele winter. Nu dus helaas niet. Januari leek meer op een heuse herfstmaand, terwijl februari meer kwakkelen was.

Desondanks heeft december ons zoveel schaatsplezier gegeven, vooral op de Gouwzee, dat ik met veel plezier terugkijk op deze winter.
En het gekke van deze winter is, voor mij zat er een speciaal spiegelbeeld in.

In december heb ik 12 dagen op natuurijs geschaatst en zou ik, terwijl ik in topvorm was, de 1000 rondjes van Leiden gaan schaatsen.

Binnen dus, in de Leidse IJshal en de eerste geplande 200 km van dit schaatsseizoen heb ik door een inschattingsfout van mezelf niet gehaald. Na dit prachtige evenement sloeg het winterweer langdurig om.
In januari en februari heb ik geen meter op natuurijs geschaatst, want de paar winterprikjes waren net te kort om beschaatsbaar natuurijs op te leveren. Ik heb dus alleen op indoorbanen geschaatst. Door wat lichamelijke ongemakken was er bij de start van IJsstrijd sprake van een tobvorm. Desondanks reed ik op de buitenbaan van Flevonice de 200 km zonder inzinking uit.

Na dit prachtige evenement sloeg het weer eveneens om en zitten we nu met een noordoostelijke stroming, die ons in januari veel schaatsplezier op had kunnen leveren. Voorlopig blijft het nog te koud voor de tijd van het jaar.
Zo is er deze winter dus duidelijk sprake van een spiegelbeeld.

Herstellingsoord


Met een verkouden kop vertrok ik op de ochtend na de verkiezingen voor de Provinciale Staten, die niet voor iedereen goed verlopen is, naar de Leidse IJshal. Het was zonnig winterweer. Het had 's nachts gevroren met een oostenwind. Als we dit weer in januari hadden gekregen....
Drie weken geleden had ik voor het laatst met de krasse knarren gereden. Ik deed de gebruikelijke piramide van 5,10, 15, 20 en 25 rondjes en dan in omgekeerde vorm terug. Daar er nog een paar mensen in de afgelopen weken last gehad hadden van griep of lichte blessures, lag het tempo wat lager dan gebruikelijk. Bovendien waren er wat meer "uitrijrondjes".
Op dit laatste punt werd ik gekscherend aangeschoten door Wim van Huis: "Het is hier toch geen vakantieoord?"

Waarop ik ad rem kon antwoorden: "Nee, een herstellingsoord!"
In ieder geval hebben we met 10 krasse knarren heerlijk gereden. Toen we in de kantine aan de koffie en de chocolademelk zaten, hield Wim zijn sportschoen boven de tafel, met de zool naar mij gericht. Nu is Wim een kleine maand geleden in Egypte geweest en binnen een paar weken was president Hosni Moebarak afgetreden en moest hij het land verlaten.
Ik moet me nu dus ernstig zorgen gaan maken over mijn positie als coördinator van de krasse knarren. Als ik dus, na wekenlange demonstraties op het Stadhuisplein met leuzen als "Bert moet weg!", over een paar weken met al mijn miljarden in Saoedi-Arabië zit, dan weten jullie, hoe dat zo gekomen is....

woensdag 2 maart 2011

Goed gekozen


De afgelopen week wilden veel politici mijn stem hebben. Ik snapte er niets van, want door de keelpijn had ik een stem als een schorre kikker. Desondanks waren ze zo dol aan het azen op deze stem, dat het af en toe ontaarde in gedram.

Maar goed, de campagne is geweest met voor mij als hoogtepunt André Rouvoet met deze uitspraak: "Ik ben in Zeeuws-Vlaanderen campagne wezen voeren. Daarbij kwam ik in gesprek met Belgen, die zeiden: "Wij hebben geen regering, maar ik heb er nog geen nacht wakker van gelegen."
"Wij hebben wel een regering", antwoordde ik, "maar ik heb er regelmatig slapeloze nachten door."

Maar goed, hoe grofgebekt de gedoogpartner van het kabinet Rutte ook mag zijn, die anderen de maat neemt over hun democratische gehalte, terwijl hij zelf geen partijdemocratie toestaat, wij hebben in ieder geval nog de gelegenheid om een regering weg te stemmen. In Libië kunnen ze daar alleen maar van dromen.

Ik heb dus gebruik gemaakt van het recht, waar onze (over)grootouders voor hebben gevochten: het stemrecht. Al blijft het altijd maar weer afwachten, wat de politici NA de verkiezingen met onze stem gaan doen. Ik heb zeer provinciaal tegen RW11-West gestemd.

Na mijn burgerplicht te hebben verricht, ging ik met mijn vrouw naar de Leidse IJshal, waar ik les nam bij mede-IJVL-lid Paula van Hoek. Het thema van deze les was de zijwaartse afzet. Ook moesten we regelmatig geruisloos schaatsen. Lastiger dan je denkt! Het was een afwisselende schaatsles met wat oefeningen, die ik nog niet kende. Altijd handig!
De eerste keer op de schaats na IJsstrijd beviel prima. Het schaatsen ging weer als vanouds. Na een 200 km wil dat nog wel eens tegenvallen. Of zou dat toch het effect van de drievoudige massage zijn?
Wat de politici met mijn stem gaan doen, weet ik uiteraard nog niet, maar met de schaatsles bij Paula van Hoek heb ik in ieder geval goed gekozen.

dinsdag 1 maart 2011

Groen

Gisterenmiddag hoorde ik, dat er vanochtend om 10 uur opnamen in de Leidse IJshal gemaakt zouden worden van Henk en Jan Versteegen en Wim van Huis op de schaats. Dit was ten behoeve van een televisieprogramma ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van "The Shoes".
Ik was vast van plan om hier naar toe te gaan, maar de keelpijn, die ik vorige week donderdagavond begon te voelen, begon me vannacht parten te spelen. Laat ik het anders zeggen: de meteorologische lente begon wat mij betreft groen.
Het leek me dus niet zo verstandig om vandaag 2 uur in de koude IJshal door te brengen. Schaatsen is altijd leuk, maar je moet je gezondheid wel in de gaten houden.
Daarom heb ik hier wat anders van "The Shoes".