dinsdag 8 juli 2014

Strandstoelslalom

Bij de droogtrainingsgroep van de IJVL bestaat de afspraak, dat ik de strandtrainingen voor mijn rekening neem. Nu is het al jaren het gebruik, dat we vanaf het parkeerterrein in Katwijk-Noord naar Huis ter Duin lopen en onderweg wat oefeningen doen om met name de spieren, die je bij het schaatsen gebruikt, goed te trainen.

Maar het is goed om met enige regelmaat nieuwe prikkels in te bouwen in de training. Als je altijd dezelfde trainingen afwerkt, raken je spieren aan deze trainingsvormen gewend. Om deze reden leek het me een goed plan om eens een keer richting Boulevard te gaan lopen.

Op dit moment wordt er nog druk gebouwd aan de parkeergarage in het duin. Dit bood alvast de eerste extra oefening: in volle vaart de licht wiebelende ijzeren trap op en af rennen.

Op het op deze prachtige zomeravond met prachtig gekleurde luchten hadden we een zeer breed strand ter beschikking.

Door de nieuwe duinen met veel verharde strandopgangen konden we een heel scala aan oefeningen zwaarder maken dan gewoonlijk. Een kleine opsomming: schaatssprongen, zweefsprongen, Steigerungen en sprintjes omhoog op hellingen met verschillende hellinghoeken en lengte boden deze droogtrainer kans om de training zeer gevarieerd te maken.

Ook op het stand hadden we een gevarieerde ondergrond: mul zand, stevig zand en langs de vloedlijn licht verend zand. Hier liepen we, sprintten we, deden we schaatsstappen en de slalomloop, waarbij de achterste loper tussen de dribbelende IJVL-ers door naar voren sprintte. Ook het statisch zitten kwam aan bod. Eerst 30 seconden op 2 benen, daarna op afwisselend het linker en het rechterbeen 3 x 5 seconden en tenslotte op 1 been vanuit de schaatshouding je been strekken.
Het blokje buikspieroefeningen ontbrak uiteraard niet. Daarbij zaten het onvermijdelijke 10 x opdrukken, maar ook luchtfietsen en 30 seconden roeien.
Met de yogatraining nog vers in het geheugen, had ik "de kaars" als oefening in het programma opgenomen.

Een van de deelnemende vrouwen merkte op: "Ik krijg hem niet omhoog!"
Dat had een man eens moeten zeggen....
Maar de grootste verrassing, die ik als trainer in petto had, was de strandstoelslalom. Het was gelukkig niet druk op het strand, dus ik kon de trainingsgroep op volle snelheid tussen de op 2 meter afstand van elkaar staande strandhuisjes door laten sprinten.

De bochten in het mulle zand moesten door de opgezette windschermen in het mulle zand veel scherper aangesneden worden. Deze oefening hou ik erin!
In "Het Wantveld" besloten we met het grootste deel van de avondploeg deze zeer geslaagde strandtraining. Ik was niet de enige, die genoten had blijkens dit mailtje: "Gisteren hadden wij een heerlijke strandtraining van Bert. Veel kort en krachtig werk met als hoogtepunt de slalom tussen de strandhuisjes."

Met de in de zee zakkende zon op de achtergrond namen we nog een paar groepsfoto's.

zondag 6 juli 2014

De rode lantaarn of "Wat heb jij in je fietstassen?"

De meest geliefde troostprijs in de Tour de France is de rode lantaarn. De renner, die het langst over de Ronde van Frankrijk doet, maar deze wel voltooit, wacht na de Tour lucratieve contracten bij de rondjes om de kerk.

Voor iedere sponsor is de drager van de rode lantaarn trouwens de best denkbare investering. Geen renner is zo lang in beeld als hij!
Vandaag stond de Bulttijdrit van de IJVL op het programma. Daar ik altijd een grote kanshebber ben om de rode lantaarn te winnen, besloot ik vandaag op zeker te spelen.

In plaats van op mijn oude Peugeot Avoriaz racefiets te gaan met de versnelling nog op het frame, koos ik voor mijn hybride Batavus Galibier. Om half 10 fietste ik naar "De Bult" toe, waar ik me in de kantine van Swift inschreef voor de gezellige klimtijdrit van 15 rondjes. Tevens vond ik Karin Smit bereid om als mijn rondeteller op te treden.
Met Loek Noest en Jos van Teylingen, die ook in de kantine zaten in afwachting van het moment, dat de jeugd klaar was met hun tijdrit van 4 of 8 ronden, praatte ik even bij. Na het schaatsseizoen had ik hen niet meer gesproken.


Om 20 voor 11 ging ik met Jaap Plomp en Jos 3 rondjes inrijden, voordat we ons als nummer 27 en 29 naar de startstreep begaven voor onze 22,5 kilometer buffelen. Ik had de lachers op mijn hand, toen ik met een fiets met fietstassen van start ging.

Maar ondanks dat in de eerste ronde al duidelijk was, dat ik onbedreigd op de laatste plaats afstevende, viel het met het tempo wel mee.


In 2010 reed ik de Bulttijdrit op de racefiets met een gemiddelde van 29,4 kilometer per uur. Op de minder aerodynamische Galibier kwam ik uit op een gemiddelde van 28 kilometer per uur. En het mooie daar van was, dat ik op de kilometerteller kon zien, dat het gemiddelde heel langzaam steeg. Halverwege de tijdrit zat ik nog op 27,5 en iedere ronde verder zag je het een klein beetje stijgen.
Op mijn teller kwam ik aan het slot uit op 28.10, de geklokte tijd was 27.97 kilometer per uur. Dit soort kleine verschillen blijft binnen de marge. Ik was zeer tevreden, want vooraf had ik al getekend voor een gemiddelde van 25 kilometer per uur.


Aanvankelijk werd ik constant ingehaald door mannen als Martijn Borst, Gerard Snel, Jaap Plomp en Marc Onnen, en ook door Willeke van der Weide, de enige vrouwelijke deelnemer bij de volwassenen. Maar het werd op een gegeven moment steeds stiller op de baan. Hoewel? Uit de geluidsboxen klonk Nederlandse popmuziek uit mijn jeugdjaren....

Bij de prijsuitreiking werd de vraag opgeworpen, wat er in mijn fietstassen zat.
"Accu's", was de meest geopperde mogelijkheid.

Maar ik kon wedstrijdcommissaris Marco Tiller laten zien, dat er niets in mijn tassen zat.

Voor mij was de Bulttijdrit een prima manier op goed te leren schakelen bij de beklimmingen. Dit met het oog op de fietsvakantie, als Ada en ik het Teutoburgerwoud en vooral de Harz voor onze kiezen krijgen.

Op weg naar huis fietste ik langs de Oostvlietweg tot de ijsbaan van Voorschoten. Een stel op de racefiets had moeite om me met een snelheid van 25 kilometer per uur in te halen. Van hen kreeg ik dit compliment: "Je rijdt behoorlijk door!"
Er zijn meer mensen, die zich verkijken op deze diesel.

23

In het voetbal is het een ijzeren wet: als je zelf, ondanks een hele serie kansen, zelf niet scoort, dan vliegt de bal er aan de andere kant een keer in. Gisterenavond gebeurde dat in de slot van de verlenging bijna in de kwartfinale tussen Nederland en Costa Rica. Keeper Jasper Cillissen kon in een reflex het enige echt gevaarlijke schot op doel keren alvorens hij in de slotminuut gewisseld werd door de geniale strateeg Louis van Gaal.

Met geluksnummer 23 maakte Tim Krul zijn debuut op het Wereldkampioenschap voetbal met het oog op de strafschoppenserie, meestal het eindstation voor Oranje. Maar daar had de bondscoach dit keer een meesterzet voor bedacht. Tijdens de trainingen bleek, dat Krul de beste penaltykiller was. Van Gaal spaarde dus, ondanks de verlenging, een invaller uit voor deze troefkaart.

Costa Rica had afgelopen week Griekenland eruit geknikkerd via 5 onberispelijk ingeschoten strafschoppen. Door een andere keeper in te brengen, werden de Midden-Amerikanen in verwarring gebracht. Hetgeen volkomen lukte.

Was deze zoveelste gouden wissel al een staaltje psychologische oorlogsvoering van de bovenste plank, nummer 23 deed er nog een schepje bovenop. Tim Krul haalde alles uit de kast, om de Cost-Ricaanse strafschopnemers uit hun concentratie te halen.
Hans van Breukelen had er in zijn topjaren een handje van om contact te zoeken met zijn tegenstander en om hem dan lichtelijk te intimideren. Tim Krul deed daar niet voor onder. Haagse bluf pur sang.
Misschien is het niet sportief te noemen, maar wil je wereldkampioen worden, dan moet je alles er voor over hebben om je doel te bereiken. Dus ook dit soort fratsen.

Maar daar zal geen Nederlander meer om malen.

Eindelijk eens een keer niet uitgeschakeld na de penaltyserie. Dankzij nummer 23!

zaterdag 5 juli 2014

Yorkshire Dales

Vanmorgen ging ik met Ada boodschappen doen in de stad. Op weg er naar toe kochten we met het oog op de fietsvakantie een zonnebril met onderin een focus, die als leesbril dienst kon doen. Opticien Van Laarhoven in de Stevensbloem had de sterkte van onze glazen in de opgeslagen, dus dat kwam nu goed van pas.
Buiten was het vandaag geen zonnebrillenweer. Het was zwaar bewolkt en af en toe regende het.
Teruggekomen van "De Helianth" en Kinderboekenwinkel "Sylvester" kleedde ik me om. In een oranje hardloopshirt begaf ik me op de fiets naar station Voorschoten. Met Hans Boers had ik afgesproken om een rondje door "De Horsten" te gaan lopen. Bedrijfskleding werd door het Koninklijk huis erg op prijs gesteld.
In een miezerregen liepen we door dit prachtige kroondomein. De temperatuur was erg lekker. Desondanks was het behoorlijk stil. Er waren nauwelijks wandelaars.
Na een rondje van 8 kilometer nam ik afscheid van mijn trainingsmaat en ging thuis met Ada lunchen en me daarna douchen. Buiten kwam de regen met bakken uit de hemel. Hans en ik hadden geboft, dat we een keer vroeg waren gaan lopen.

Daarna mocht ik kapucijnen doppen van mijn liefhebbende echtgenote, terwijl ik keek naar de "vlakke" Touretappe door de Yorkshire Dales: "Als je naar de televisie kijkt, kun je ondertussen mooi deze kapucijnen doppen."

Ondertussen zag ik op de televisie heel wat plaatsen langskomen, waar ik in een van de eerste gezamenlijke fietsvakanties ook geweest was.

Dit was het gebied van James Herriot, de dierenarts, die bekend werd van zijn in "the Dales" spelende humoristische verhalen.

Zo zagen we de watervallen van Aysgarth langskomen, de Buttertubs Pass, Leyburn, maar ook Middleham en Ripon, 2 plaatsen, waar we in 1981 gekampeerd hadden.




Nadat de veteraan Jens Voigt na de tweede klim van de derde categorie ( hoezo vlak?) was ingerekend door het peloton, ging de wedstrijd op slot en konden we ons al 60 kilometer voor finish op gaan maken voor een massasprint, waarin de torenhoge thuisfavoriet Mark Cavendish in de slotkilometer keihard op het asfalt kwakte.

De voor Giant-Shimano koersende Duitse sprinter Marcel Kittel profiteerde en pakte net als vorig jaar de eerste gele trui.
De Touretappe door Yorkshire heeft onze voorliefde voor fietsen op de Britse eilanden weer opgeroepen. Volgend jaar willen we vanaf Harwich de destijds afgebroken North Sea Cycle Route weer oppakken en aan het slot van de vakantie de prachtige lus door the Yorkshire Dales en over the Yorkshire Moors gaan rijden in James Herriots Country.

vrijdag 4 juli 2014

Tropentraining


Aan de vooravond van de 101e Tour de France vertrok ik een half uur eerder van huis. Ik ging door de duinen naar mijn werk in Katwijk aan Zee. Het is bijna dubbel zo lang als de kortste weg, maar het is een mooie rit langs het Valkenburgse meer, door Rijksdorp en door het duingebied tussen Wassenaar en Katwijk.
Het was heerlijk weer na de prachtige wolkenluchten, die gisterenavond in heel Nederland te bewonderen waren.

(Foto: Rob Jastrzebeski)
De verwachtingen waren, dat het zeer warm zou gaan worden, hetgeen ook klopte. Het en der in de lage landen werd het tropisch warm. De hitte viel als een deken op je.

Het eerste dat ik deed, toen ik buiten kwam, was mijn sokken en de pijpen van mijn afritsbroek in de fietstas stoppen. Net als vanmorgen fietste ik door de duinen. Met de stevige wind tegen was het redelijk zwaar, vooral als je ook nog moest klimmen. Een gratis krachttraining moet je maar denken.

En dat fietsen in de hitte was eveneens een goede training. Vorig jaar hadden we een groot deel van onze fietsvakantie temperaturen boven de 30 graden. Ik hoop, dat het dit jaar minder warm is, maar het weer moet je nemen zoals je kunt. Je kunt wederom tropische temperaturen treffen. Je kunt het fietsen daarin niet elke dag oefenen. Je zult dus je kans op een tropentraining moeten grijpen als het zich aandient.

donderdag 3 juli 2014

Servicebeurt

Met ruim 3000 kilometer op de teller fietste ik vanmorgen naar fietsenmaker Van Vliet in Voorschoten voor de tweede servicebeurt voor mijn in begin maart gekochte Batavus Galibier.

Terwijl mijn fiets nagelopen werd, liep ik vanaf de Leidseweg in Voorschoten naar de ijsbaan van Voorschoten en vandaar door de Vlietlanden naar de achterzijde van "'t Vogelhoff". Over dit boerenlandpad liep ik het nieuwe fietspad door de weilanden terug naar de Oostvlietweg.
Op deze warme, zomerse morgen liep ik achter zwembad "De Vliet" terug naar Van Vliet, waar mijn fiets net klaar was, toen ik binnen kwam. Wat een timing!

Met de gecontroleerde fiets kon ik naar huis fietsen. Wat dat aangaat ben ik klaar voor de fietsvakantie.

Knikkeren en stuiteren

Zoals ieder kind heb ik in mijn jeugd geknikkerd.

Daarbij had je een verschil tussen knikkers en stuiters.

Natuurlijk ging het om het spel, maar je wilde, zoals onderstaand literatuurboek voorschreef, uiteraard wel winnen.

Zoals iedere droge woensdagavond in de zomer fietste ik om 7 uur naar de skeelerbaan in Leiderdorp. Na 2 weken les te hebben gegeven aan de G-schaatsers nam ik nu zelf skeelerles bij Tjeerd Wierdsma.
Na een gevarieerde training, waarbij ik bij het langzaam technisch rijden zag dat een vrouw, die in mijn groep van 6 skeeleraars reed, veel te veel naar achteren afzette. Daar we toch langzaam moesten rijden nam ik de kans te baat om haar te leren zijwaarts af te zetten. Ineens ging ze stukken harder skeeleren.
Na wat Steigerungen, slalommen en glijstarts was de laatste oefening om een paar ronden rechtsom te rijden. En daarbij ging het mis. Er bestaat namelijk een groot verschil tussen knikkeren en stuiteren.
Eerst stuiterde een man in de bocht, doordat hij met het pootje over over de kop sloeg. Met wat flinke schaafwonden aan zijn hoofd kwam hij er nog genadig vanaf.

Maar in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling moesten we het door het stuiteren verstoorde evenwicht herstellen. In de andere bocht offerde een vrouw zich op om met schaafwonden aan de benen de baan te verlaten.

Zelf hield ik me bij het rechtsom skeeleren maar aan het advies, dat ons in de jaren '70 middels posters gegeven werd.