maandag 22 februari 2010

Carmina Burana


's Nachts behoorlijk goed geslapen. De gouden medaille van Mark Tuitert, toch weer een van de vele verrassingen, die Olympische Spelen altijd opleveren, ging zo volledig aan me voorbij. Toch werd ik midden in de nacht een keer wakker en lag te piekeren, of ik bij IJsstrijd tóch niet door had moeten schaatsen op het slechte ijs. Je gaat er toch over malen, of je wilt of niet.
Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen op de 200 km: deze heb ik al 6 keer uitgereden. Daar staan 2 mislukte pogingen tegenover, die van gisteren en bij de Elfstedentocht van 1996. Saillant detail: beide keren reed ik met een Katwijker. En hier moet je als sporter op gaan passen. Bij veel sporters ontstaat op grond van zulk toeval een bijgeloof: met een Katwijker rijd ik NOOIT een Elfstedentocht uit.
Om 8 uur zat ik allen aan het ontbijt, om kwart voor 9 fietste ik naar het huis van Jaap de Gorter, waar ik de fiets stalde, om naar de Pieterskerk te wandelen. Hier zou ik voor het eerst aan de Leidse Scratchdagen meedoen. De "Carmina Burana" van Carl Orff stond op het programma. Deze had ik al twee keer gezongen onder leiding van Wim de Ru. Zelf vind ik het het mooiste koorwerk om te zingen, dus ik ging mijn longinhoud, net als gisteren, goed gebruiken.
Bij de ingang van de Pieterkerk kwam ik mijn vriend Bas Warnink tegen, van wie ik hoorde, dat de moeder van Joep gisterenavond al was overleden. Joep zou ook meezingen, maar die had nu wel wat anders aan zijn hoofd.
Het was trouwens zeer druk. Ik denk, dat er minstens 800 koorleden op waren komen dagen. Mijn eerste plek was pal achter een pilaar. Daar er geen pilaarheilige in mij schuilt, zocht ik een plekje iets hogerop, waar ik de dirigent wél kon zien. Het is toch handig, als je weet, wanneer je in moet vallen.
Om half 10 begonnen we onder leiding van Hans van der Toorn aan het inzingen, waarna we eerst de operafragmenten van Giuseppe Verdi zongen.

Het Italiaans was bij de meeste koorleden niet zo goed ontwikkeld. De dirigent had deze kwaliteit wel. Als een soort stand-up comedian leidde Hans van der Toorn ons op deze ochtend. Hij had af en toe veel weg van Albert Mol: zeer beweeglijk met verfijnde maniertjes.


Kortom, we hadden een prima oefenochtend.
Bij de pauze kwam ik mijn collega's Evelien Steenbeek en Janny Zierikzee en haar man Arnold tegen, net als de IJVL-leden Nico Koek en Annette van Houwelingen.
In het middaggedeelte kwam de nadruk te leggen op het meesterwerk van Carl Orff. Deze zat er duidelijk beter in dan Giuseppe Verdi. Hans ging voort met het dirigeren met kwinkslagen. Bij de passage "daz diu chünegin von Engelant, von Engelant, lege an minen armen", hetgeen in hedendaags Nederlands betekent, dat je ligt te rollebollen met de koningin van Engeland, haalde hij, zeer beeldend, meteen Queen Elisabeth II bij.

Ik vermoed, dat de Middeleeuwse tekstdichter iets anders voor ogen had...
Want ga je de "Carmina Burana" vertalen, dan zie je, dat het vooral liederlijke liederen zijn.
Er zijn een paar passages, dat een kinderkoor zou moeten zingen. Dat was er niet: geen nood, hij wees een zestal rijen sopranen als "vrijwilligers" aan. Vrouwen, waarvan de leeftijd minimaal de 40 was, toverde hij met een grap en een grol om in een jongenskoor. De zeer vele lachers had hij op zijn hand en de sfeer tijdens de repetitie was uitstekend. Op deze druilerige, zeer natte zondag hadden wij het zonnetje in huis, pardon, in de kerk.
Om half 6 gingen we eten in "La Bota", samen met onze trouwe fans Nel en Ada, die om kwart voor 7 een plaatsje in de uitverkochte Pieterskerk zochten. We begonnen om half 8 en het eerste de beste nummer ging al half de mist in: ongelijke inzetten, waardoor je het niet meer oppakte. Een paar nummers van Verdi gingen goed, een paar wat minder.


Na de pauze kwam Orff aan de beurt en dat ging wel vrijwel allemaal goed. En dan te bedenken, dat we alles als koor maar één keer hadden doorgezongen! De ontlading was er: na een dag op een vrolijke manier zwoegen hadden we toch een goede uitvoering gegeven. Dat de "Carmina Burana" volgend jaar weer op het programma van de Leidse Scratchdagen prijkt, hoeft geen verbazing te wekken. Bas en ik zijn dan in ieder geval weer van de partij, vermoedelijk met onze partners en nog wat vrienden.

Na een biertje gedronken te hebben op de goede afloop, ging ik mijn fiets ophalen bij Jaap de Gorter, terwijl Ada met Bas en Nel naar het station liep. Jaap kwam naar buiten en we raakten even aan de praat. Aan het eind vroeg Jaap: "Ga je donderdag nog schaatsles geven?"
"Ik weet het niet. Het kan zijn, dat ik dan naar de begrafenis van de moeder van een vriend toe moet."
"Het maakt niet uit" antwoordde Jaap. "Het is leuk, als je er bent. Het is ook leuk, als je er niet bent."
Ach ja, sommige mensen weten de juiste toon aan te slaan.....

Geen opmerkingen: