Vanmiddag fietste ik vanaf mijn werk in de Bibliotheek van Katwijk naar de volkstuin. Terwijl de zeedamp vanaf de Noordzee binnen kwam drijven, waardoor het aardig afkoelde, fietste ik naar de Boulevard, waar ik een viertal mannen met bepakking zuidwaarts zag rijden.
Ik zat er vlak achter en bij het fietspad naar Wassenaar kwam ik naast een van hen te rijden.
Al fietsend vroeg ik aan hen, waar ze in Engeland gingen fietsen. Het bleek van Harwich naar Newcastle te zijn. Zij volgen goeddeels de route, die ik 2 jaar geleden met Ada had gefietst.
Ik gaf hen wat tips en kon hen geruststellen. Het was in het algemeen goed te doen. Het echte klimmen begon pas in The Wolds. Het pittige werk zit in the Yorkshire Dales en the Yorkshire Moors.
In mijn jeugdjaren heb ik heel wat uren doorgebracht in "De Hobbit", zowel als barkeeper als als stamgast.
In die tijd praatte ik met een aantal andere jongeren met enige regelmaat over literatuur. Ik was een boekenwurm en zat in die tijd op de Frederik Muller Akademie, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar een langdurig verblijf in het bibliotheekvak.
Ad Huiberts tipte me toen: "Je moet "Waterschapsheuvel" eens lezen."
Ik heb het boek van Richard Adams destijds met veel plezier gelezen.
In die jaren werd "Watershipdown" verfilmd met het prachtige "Bright eyes" van Art Garfunkel als openingstune.
De rode draad in het boek is het gevaar, dat mensen voor konijnen vormen. Dat hebben mijn vrouw en ik kunnen merken, toen we op fietsvakantie waren in het oosten van Engeland. We waren in het land van zowel "Waterschapsheuvel" als "Topgear".
En die twee gaan niet zo goed samen. Het resultaat is verpletterend. Voor de konijnen althans.
Nu heb ik in de 38 jaar, dat ik op fietsvakantie ben geweest, in heel wat streken in Europa rondgereden, maar nergens heb ik zoveel doodgereden konijnen gezien als dit jaar in Engeland. Naarmate je noordelijker kwam, zag je meer en meer konijnen, wier snelheid te gering was om te ontsnappen aan de wielen van de bolides van "Top-Gear". In Lincolnshire was het al flink raak, maar Yorkshire spande de kroon. Af en toe leek het wel een massagraf voor de konijnen.
Dat laten ze alleen nooit zien in de folders, die deze prachtige streken van Engeland aanprijzen.
Iedere vakantie heb je wel een dag, waarop alles lijkt tegen te zitten. Op het eerste oog leek het daar absoluut niet op. Het was onbewolkt weer en het beloofde een warme dag te worden. We hadden goed geslapen. Ik werd om kwart voor 7 wakker, Ada sliep zelfs tot half 8.
Intussen had ik verder gelezen in "Oom Oswald" van Roald Dahl. Bij het hoofdstuk over Sigmund Freud moest ik me inhouden om niet schaterlachend Ada en de buren op de camping wakker te maken.
Onwillekeurig gingen mijn gedachten terug naar "De la Salle". Op deze pedagogische academie werd Freud bij psychologie uitgebreid behandeld.
We ontbeten in de schaduw, terwijl de tent stond te drogen in de al behoorlijk warme zon. Om kwart over 9 reden we weg vanaf "Walesby Woodlands Caravan Park". Al snel begonnen we te klimmen: van 30 meter vlak voor Walesby naar 159 meter een paar kilometer verderop.
We waren in the Wolds, een vrij onbekend maar prachtig heuvelgebied, waar we door omstandigheden langer zouden verblijven dan ons lief was.
Vlak voor de top lag er een bord van National Cycle Network 1 op de grond. Ik zal eerlijk toegeven, dat het te zwaar was, anders was het in mijn fietstas beland. Nu hing ik het weer netjes terug.
Een minuut later stopte Ada ineens op de klim. Ze had een lekke achterband. We reden terug, omdat we daar meer ruimte hadden. De bagage werd er vanaf geklikt en de fiets omgedraaid en voor het eerst in een paar jaar begonnen we met het lichten van de banden. De antilekbanden schelen echt heel veel.
Het lek bleek pal naast het ventiel te zitten, een onmogelijke plek. Het wiel werd eruit gehaald, de "oude" band van een maand oud werd eruit gehaald en de reserveband werd erin gelegd. Het was nog een heel gepriegel om bij het ventiel de band er goed op te leggen.
Ruim een half uur later konden we de weg vervolgen naar Thoresway. Over de eerste 9 kilometer hadden we 5 kilometer gedaan.
Het ging in de afdaling goed tot Beelsby. Daar misten we een bordje en zo kwamen we uit in Barnoldby le Beck. Dat was op de route naar Grimsby, voor ons de totaal verkeerde route. Het was inmiddels half 12 geweest. Op deze bloedhete dag wilden we graag wat drinken. Helaas ging de pub "The Ship" pas om 12 uur open. Er klonk echter muziek uit de keuken.
Ik liep om en een meisje in de keuken zei, dat we hooguit een kwartier moesten wachten. Als we in de tuin aan de andere kant van het hebouw zouden gaan zitten, zou er zo iemand komen om ons te helpen. Toen 10 minuten later nog niemand verschenen was, pakten we de fiets en reden terug naar Beelsby, een vrij pittige klim. Bij "The Ship" zaten ze kennelijk niet op ons geld te wachten.
In Beelsby zagen we het bord richting Swallow. Vanaf de kant, waar je vandaan kwam, was het absoluut niet te zien geweest. Rare jongens, die Britten!
We reden naar Swallow, waar we bij "The Swallow Inn" wel welkom waren. Naast white coffee and orange juice namen we 2 stukken amandeltaart met ijs, voordat we weer gingen klimmen en dalen richting Great Limber. In de dorpswinkel kochten we melk en brood, waarmee we lunchten op een boomstam aan de rand van Hendale Wood.
Deze bosrand zouden we iets verderop beter leren kennen. Volgens de kaart was het "rough track when wet". Gelukkig was het al een paar dagen droog, want dit pad was zo al zwaar genoeg. Halverwege kwamen we 2 Zwitsers tegen, die zeiden: "This path is for walking. This can only damage your bike!"
We reden, of beter gezegd hobbelden langs het Humberside Airport via Melkon Rose naar Burnham om in Deepdale op een onverwachtse plek iets vonden om te drinken: koffie en jus d'orange.
We daalden af naar Barton upon Hull, waar ik bij de lokale fietsenmaker 2 reservebanden kocht, waarna we de Humber Bridge opdraaiden.
Hier vingen we aardig wat wind, maar dat vonden we op deze warme dag niet zo erg.
Vanaf de hoge brug had je een prachtig uitzicht op de Humber en de omgeving ervan.
In Hessle, aan de overzijde van de Humber, vonden we redelijk snel de route naar Kingston upon Hull. Af en toe moesten we de route vragen, doordat door wegwerkzaamheden de fietsroute onbegaanbaar was. Het duurde wat langer dan gepland, maar om 6 uur waren we bij P&O Ferries. Hier kochten we 2 kaartjes voor de boot naar Rotterdam op vrijdag 29 juli.
Daarna konden we op zoek naar de camping bij Beverley. Door de wegwerkzaamheden misten we de eerste aanwijzing en daarmee de rest. Ondanks navragen reden we af en toe als een kip zonder kop rond. Zo kwamen we uit bij het stadion van Hull City A.F.C..
Desondanks vonden we de weg naar Cottingham. Het werd intussen wel later en later. Bij een pub in Cottingham vroegen we naar een Bed & Breakfast in deze voorstad van Hull. We werden verwezen naar een wit huis aan de andere kant van het spoor. Op zo'n dag als vandaag weet je: die zit vol!
We werden terugverwezen naar Hull, waar tegenover de universiteit een groot hotel moest zijn. Zo reden we om kwart over 7 weer terug naar Hull, waar we inderdaad "Old Grey Mare" vonden.
En zowaar: om kwart voor 8 stapten we Room 6 binnen, waar we eerst douchten voor we naar the diningroom liepen. Ada en ik deelden de taco's en de gefrituurde champignons en hadden zalm met een uitgebreide salade. De dorst werd gelest met ale en cider.
Om half 11 zochten we onze kamer op. Deze dag had een passend slot. We sliepen pal boven de motoren van de afzuigkap van de keuken. Deze gaven een dusdanige herrie, dat we de ramen op deze warme dag maar dicht deden. Ondanks 99 kilometer fietsen liet de slaap nog even op zich wachten.
Het was vroeg dag in het bos. Na een toiletbezoek om 6 uur 's ochtends kwam de slaap niet meer. Ik ging verder lezen in "Oom Oswald" van Roald Dahl. Om 7 uur was Ada ook wakker. De zon scheen, de tent was droog, dus we ruimden deze netjes op. Tegen een boom geleund namen we ons ontbijt tot ons.
Om kwart over 9 hadden we de toiletsleutel ingeleverd en fietsten we richting Stixwould, waar we de NCN1 weer oppikten. Over een oude spoorbaan langs de Witham fietsten we in de zon richting Lincoln.
Daar we de wind zij tegen hadden, schoot het minder hard op dan we hoopten. Via Southrey en Bardney reden we door het laatste stuk polderland. Je kon de hoogteverschillen tussen het water aan de ene kant van de dijk en de andere goed zien, evenals de gemalen. Aan de hobbels en scheuren in het asfalt kon je merken, dat dijkonderhoud geen overbodige luxe was.
We zagen vandaag opvallend veel fietsers. Het was veel drukker met pedaleurs dan in de rest van de week.
In Lincoln volgden we het bordje Cathedral Quarter. Hij volgde de eerste echte steile helling van de vakantie. Ik wist de klim fietsend te nemen.
We stalden de fietsen tegen een boom op het grasveld bij de imposante kathedraal.
Ada nam diverse foto's, terwijl we er voor driekwart omheen liepen tot we bij de ingang kwamen.
Deze beeldbepalende kerk, bovenop een heuveltop gelegen, was in het vlakke Fenland al van verre te zien. Nu gingen we de kathedraal van binnen bekijken.
Wederom prachtige gebrandschilderde ramen, een hoog dak en fraaie doorkijkjes. We konden niet alles zien, daar er in het voorste deel een dienst aan de gang was.
Er was een uitleg over de herkomst van "The poppies" als symbool van de Eerste Wereldoorlog.
De oorsprong ervan is het gedicht "In Flanders Field" van de Canadees John McCrae.
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
We verlieten de Gothische kerk en liepen onder een poort door, waar een rommelmarkt was, waar ook een paar straatmuzikanten speelden.
We zagen de Lincoln Information en stapten daar naar binnen. Zo kregen we te horen, dat er bij Market Rasen een camping was voor tenten. Tegenover Lincoln Information was een terras met een tafeltje, dat net vrijkwam op de eerste warme dag van de vakantie. Dat kwam mooi uit. Het was bijna 12 uur en hadden wel trek in de dagelijkse dranken en 2 scones met aardbeienjam en room.
We wandelden even naar het kasteel, waarna we ons rondje om de kerk afmaakten.
We pakten de fietsen en zonder problemen reden we naar Nettleham, waar we op een muurtje in de schaduw lunchten.
Bij het weggaan kwam Ada er achter, dat ze haar zonnebril miste. Deze had ze vermoedelijk bij Lincoln Information laten liggen. Het was net te ver om terug te fietsen. We waren blij, dat we de drukke A-wegen achter ons hadden liggen. Dat wordt de komende dagen zoeken naar een opticien.
Via Nettleham reden we door glooiend terrein via Scotham naar Snelland, waarbij we dezelfde spoorlijn 4 keer overstaken. Het landschap was mooi, vooral met het zicht op the Wolds op de achtergrond.
Bij Wickerby knapte Ada een uiltje op het grote grasveld van een boerderij. Op een gegeven moment kwam een man aangelopen, die in het huis naast the Hall woonde. Hij haalde vers water voor ons.
Hierna reden we over een heel stil weggetje naar het al wat hoger gelegen Linwood toe, waar we op de drukke B-weg naar Marker Rasen kwamen. In dat stadje zagen we een Tesco. Hier deden we inkopen voor het avondeten. Het was nog maar een paar kilometer naar "Walesby Woodland Caravan Park", waar we om 4 uur met 60 kilometer op de teller onze tent op konden zetten.
Op het zonnige veld stond 1 ander tentje. Ada deed de was, die we op en aan de tent en op de fietsen te drogen hingen, voordat we om beurten de douche opzochten.
Op deze zonnige zomerse dag kwamen er allerlei insecten tevoorschijn. In de graanvelden was het knuit, op de camping kleine vliegende torretjes.
We aten aardappels met een groenteprutje en een maaltijdsalade. Als toetje was er yoghurt met muesli.
Na de vaat fietsten we vanuit het mooie bos, waar we op het terras van "Aston Arms" op deze mooie zomeravond een afzakkertje namen.
's Nachts was het onbewolkt, waardoor er een enorm heldere sterrenhemel was. Dit ontdekten we tijdens het toiletbezoek tussen 2 diepe slapen door. Om 6 uur werd ik wakker, terwijl Ada nog vast sliep. Ik begon te lezen in "Oom Oswald" van Roald Dahl.
Om 7 uur stond de zon op de tent, die toen snel droogde. We ontbeten bij de banken en om kwart voor 9 vertrokken we vanaf camping "Laurel Park".
Het eerste stuk hadden we de wind veelal tegen in het vlakke land. Ons viel de enorme kerk in Gedney op, een klein dorpje. Vanaf Holbeach kregen we de harde wind goeddeels in de rug. Dat schoot lekker op in the Marshes. De enige bebouwing die we hier zagen waren boerderijen temidden van de enorme akkers: graanvelden van een kilometer bij een kilometer of nog groter.
Langs de Welland, die uitmondde in de Fosdyke Wash, kwamen we bij wat volgens de kaart het onplezierigste stuk van de route was: the Fosdyke Bridge. Dat viel erg mee. Je kon over het voetpad fietsen langs de A17.
In Fosdyke namen we bij een Bed & Breakfast de bekende warme dranken met scones alvorens we over Skeldyke en Frampton met de wind in de rug naar Boston trapten.
In Boston was markt. Hier deden we veel inkopen voor vandaag en morgen.
Ik liet mijn zonnebril, die ik provisorisch zelf hersteld had, met en klein schroefje weer helemaal in orde maken.
Bij de grote St. Bodolph Church met zijn Domtoren lunchten we in de luwte, voordat we met vanilla fudge uit de prachtige Middeleeuwse kerk naar het noorden afreisden.
We volgden de oude route, waarbij het lastig was die te vinden, daar zowel de fietsborden als de straatnamen op de hoek vaak ontbraken. Pas bij Anton's Gowt zaten we aan het fietspad langs de Witham tot Langriok Bridge. Hier kregen we onze dagelijkse middagbui op onze kop. Na een bocht volgde een lange rechte weg door Holland Fen langs een sloot. Tesamen met het grauwe wolkendek deed het wel aan de Hollandse polders denken, vooral bij het bordje "Holland Fen".
"Het heeft veel weg van de Noord-Oostpolder", zei Ada.
Bij Dogdyke passeerden we de eerste camping. Deze luxe meenden we ons te kunnen permitteren. Bij de tweede camping langs de hier slingerende Witham was een kleine camping. Voor informatie moesten we hier bellen. Daar we voor boodschappen langs de A158 naar Tattershall moesten fietsen, besloten we naar de derde camping te fietsen. Helaas, bij Martin Dales was deze er niet.
Bij een pub aan de andere kant van de brug bij Kirkstead stonden wat stacaravans. Wij mochten er staan, maar er was geen toilet en geen douche. Alles was vol vanwege het jaarlijks terugkerende 1940s Festival in Woodhall Spa: "All campings are booked completely full!"
We kregen de route naar de camping keurig uitgelegd en op de bonnefooi reden we langs de massa publiek naar camping "Country Park". Deze was inderdaad vol, maar de medewerker, die ooit op "Duinrell" had gewerkt, wist nog wel een plekje voor een kleine tent.
Het eerste veld was hobbelig door het gegraaf van de konijnen, maar het tweede was een prima plek tussen de bomen met uitzicht op het weiland. En voor £ 20,- waren we £ 7,- goedkoper uit dan gewoonlijk.
Op de camping aten we na ons gedoucht te hebben een pizza, waarna we ons naar Woodhall Spa begaven.
Op de camping waren al heel wat campinggasten, die in kleding uit de Tweede Wereldoorlog liepen, maar in het stadje wemelde het ervan. Het heeft wel iets, zoveel verklede mensen naar aanleiding van de festiviteiten rond the Battle of Britain in de zomer van 1940, zowel in uniform als in burger.
In ieder geval was het een zeer kleurrijk geheel, dat wel past bij dit excentrieke eiland. Soms had het wel wat weg van "Dad's Army": "Don't panic!"
Vooral als er een groepje oude mannen in legerkleding paradeerde.
Rare jongens, die Britten!
Bij Mediterrenean bistro "Zucci" namen we op het terras een koffie, een ijsje, een cider en een biertje. In die tijd zagen we heel wat in jaren '40-kleding gestoken Britten langs ons flaneren, sommigen zelfs tot 3 of 4 keer toe.
Op het moment, dat we opstonden om met het ritje naar "Woodhall Spa Country Park" het dagtotaal op 82 kilometer te brengen, klonk de stem van Vera Lynn met "Land of Hope and Glory".
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.