Posts tonen met het label Suffolk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suffolk. Alle posts tonen

maandag 14 november 2016

Waterschapsheuvel en Topgear

In mijn jeugdjaren heb ik heel wat uren doorgebracht in "De Hobbit", zowel als barkeeper als als stamgast.

In die tijd praatte ik met een aantal andere jongeren met enige regelmaat over literatuur. Ik was een boekenwurm en zat in die tijd op de Frederik Muller Akademie, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar een langdurig verblijf in het bibliotheekvak.
Ad Huiberts tipte me toen: "Je moet "Waterschapsheuvel" eens lezen."

Ik heb het boek van Richard Adams destijds met veel plezier gelezen.
In die jaren werd "Watershipdown" verfilmd met het prachtige "Bright eyes" van Art Garfunkel als openingstune.

De rode draad in het boek is het gevaar, dat mensen voor konijnen vormen. Dat hebben mijn vrouw en ik kunnen merken, toen we op fietsvakantie waren in het oosten van Engeland. We waren in het land van zowel "Waterschapsheuvel" als "Topgear".

En die twee gaan niet zo goed samen. Het resultaat is verpletterend. Voor de konijnen althans.
Nu heb ik in de 38 jaar, dat ik op fietsvakantie ben geweest, in heel wat streken in Europa rondgereden, maar nergens heb ik zoveel doodgereden konijnen gezien als dit jaar in Engeland. Naarmate je noordelijker kwam, zag je meer en meer konijnen, wier snelheid te gering was om te ontsnappen aan de wielen van de bolides van "Top-Gear". In Lincolnshire was het al flink raak, maar Yorkshire spande de kroon. Af en toe leek het wel een massagraf voor de konijnen.

Dat laten ze alleen nooit zien in de folders, die deze prachtige streken van Engeland aanprijzen.

donderdag 4 augustus 2016

Van London naar Loddon

Na een verkwikkende nachtrust werd ik om kwart voor 7 wakker. Ada's nachtrust was een stuk minder geweest. De duiven schenen de hele nacht gekoerd te hebben. Ik heb er niets van gemerkt. We gingen douchen en de tent leegruimen, waarna we deze optilden om midden op het veld te drogen te zeten, terwijl wij onder het afdak van het toiletgebouw ontbeten.
Om 9 uur reden we camping "Carlton Meres Country Park" langs de vele ganzen, die langs de grote vijver bivakkeerden. We reden naar Saxmundham en kwamen vlak bij de camping, waar we 10 jaar geleden gestaan hadden.
We klommen de heuvelrug op en door een heggenlandschap met landbouwgrond, weilanden, bossen en heidevelden reden we via Eastbridge naar Minsmere, een prachtig natuurreservaat met bos en heide. Hier wonen de Minpins.

Via Minsmere, waar we over een onverhard pad reden, dat we af en toe moesten verlaten doordat het te hobbelig was, kwamen we op de Dunwich Heath. Het heideveld kleurde op sommige stukken paars.

Over rustige wegen daalden we af naar Dunwich, waarbij we eerst langs de voormalige Middeleeuwse abdij kwamen.



Dunwich was ooit een van de grootste havens van Engeland. Het is grotendeels verslonden door de Noordzee.

Nu is het een stukje bebouwing achter een wal van aangespoelde kiezelstenen.

Bij dit stenige strand namen we bij een terras een cappuccino en warme chocolademelk met 2 stuks carrotcake. De stekerige zon had juist plaatsgemaakt voor een donker wolkendek, waaruit af en toe een druppel viel.

Terug reden we niet langs de Middeleeuwse abdijruïne, maar evenwijdig aan de kust richting Southwold, maar we sloegen eerder af naar Hinton en vervolgens Wenhaston.

Via Mells en Holton reden we naar Halesworth toe, waar we boodschappen deden. In een park in Halesworth aten we in het stekende zonnetje brood met cheddar en met hazelnootpasta. Met een gevulde maag gingen we weer op pad. Na het uitstapje naar Dunwich zaten we weer op Route 1.
Via een fraai boerenland met slingerwegen, heggen, klimmetjes en dalen trapten we richting Beccles. Bijzonder was het klaphekje, waar we het enkele spoor over moesten steken met het advies: Look and listen for trains."
Ada vond de reis wat slaapverwekkend. Ze heeft de gave, dat ze op de fiets in slaap kan vallen. Gelukkig waarschuwde de schone slaapster me dit keer. Aan de rand van een akker ging ze zitten en viel zo in slaap.

Vanaf Beck's Green reden we in het zonnetje naar Beccles, waar het begon te betrekken. In de tuin van een restaurant, die we door een poort konden bereiken, dronken we white coffee en oarangejuice. Om 3 uur stapten we weer op de fiets. Langs de Waverney klommen we naar Gillingham en Geldeston. Hier begon het te onweren.

In een ruim bushok schuilden we een minuut of 20. Onder het wachten aten we onze flapjack.

Toen de onweersbui grotendeels was weggetrokken, reden we in de gewone regen naar Ellingham, waar de hemelsluizen weer open gingen. Voor het eerst deze vakantie trokken we de regenbroek aan.

De eerstvolgende plaats was het in Norfolk gelegen Loddon. In een paar dagen tijd gingen we dus van London naar Loddon.

We waren inmiddels verzopen katten en hoopten, dat we een hotelkamer of een Bed & Breakfast zouden vinden. We reden naar "The Swan", maar deze was al volgeboekt. De waard vertrouwde zijn gasten en belde naar een Bed & Breakfast in Loddon.

Nog geen halve kilometer verderop konden we terecht bij "Chedgrave House".

De bagage werd in de hal gezet, de fietsen in de schuur en wij konden de trap op lopen naar de tweepersoonskamer aan de wegzijde. We douchten ons, knipten de nagels, Ada deed een handwas en na een beetje opgewarmd te zijn wandelden we terug naar "The Swan".

Bij het voorafje hadden we tomatensoep en garnalencocktail, waarbij je de garnalen zelf moest pellen. Het hoofdgerecht was simpel. Allebei hadden we cod. Dat ging er wel in na ruim 69 kilometer fietsen.
Ada las verder in "Oom Oswald" van Roald Dahl, terwijl ik me verdiepte in "Verdere belevenissen van een veearts" van James Herriot.

Na het eerste ijs van deze fietsvakantie wandelden we met droog weer terug naar "Chedgrave House", waar we na alle inspanningen in een diepe slaap vielen.

dinsdag 2 augustus 2016

Suffolk

Om half 7 werd ik wakker naast mijn slapende vrouw. Ik bleef stilletjes liggen tot 7 uur. We douchten ons en begaven ons naar de lunchroom, waar we een licht English Breakfast tot ons namen en vrij uitgebreid met de eigenaar van "Paston Lodge" praatten.

De nota viel erg mee: £ 59,95. Hij had maar voor 1 nacht gerekend. We hadden 2 nachten verwacht. We gaven £ 20,- fooi, want doordat de fietsen en bagage veilig gestald waren, konden we probleemloos naar Siebe en Ana toe.

We waren net Una Road opgereden, toen Ada meldde: "Ik mis mijn zonnebril."
We fietsten terug naar "Poston Lodge" en Ada keek daar op de grond, waar we de fietsen hadden opgeladen.
Uiteindelijk zei zij: "Ik heb hem!"
De zonnebril stond op haar hoofd....

We fietsten Old Harwich, waar we om 9 uur bij de pont waren. De boot naar Felixstowe zou om 10 over 10 afvaren. Daar het vrij winderig was vroeg ik aan de baas van het café of hij wist, of de veerpont wel zou varen vanwege de hoge golven. We belden het nummer op de folder, die hij ons gaf. De ferry zou niet naar Felixstowe varen, maar wel naar Shotley.


Om 10 voor 10 werden we samen met 2 Engelse wandelaars the Stour overgezet en landden in Suffolk.


Vanaf Shotley namen we de niet al te drukke B 1456 over Chelmondiston naar Ipswich toe. We reden over een licht glooiende weg, zodat we lekker opschoten. In Ipswich was het wat meer zoeken, maar we kwamen keurig in het centrum uit, waar we bij Costa white coffee, hot chocolate 2 granola bar namen. Via een stukje wandelen door de winkelstraat kwamen we op route 1 uit.

Het was vanuit het dal van de Orwell een lange, maar niet al te steile klim naar Tuddenham St. Martin. Door een prachtig gebied daalden en klommen we naar Woodbridge. Hier kochten we bij Coöp wat brood en fruit, dat we in het zonnetje op een bank bij the Town Hall opaten.

Het plein was erg mooi.

We wandelden nog even naar St. Mary Virgin.

Deze kerk had de allure van een kleine tathedraal met gebrandschilderde ramen uit diverse euwen.






Met een stevige bodem in de maag trokken we verder naar Hasketon, waar we het trainingsjack uittrokken om over slingerwegen door een prachtig glooiend landschap via Dallinghoo en Charsfield naar Kettleburgh te trappen.
Zo kwamen we in Framlingham uit, waar net de eerste spetters vielen. We waren op zoek naar een camping. Het Tourist Office was gesloten, maar in de Coöp vonden we, dat er een paar waren bij Saxmundham. De eerste was in Sweffing, de tweede voorbij Rendham en de derde bij Saxmundham.

Langs het fraai gelegen kasteel van Framlingham reden we via Cransford naar Bruisyard Street aan de Alde. Deze rivier volgden we tot Sweffing, waar geen camping te bekennen was.
We verplaatsten ons naar Rendham, waar we bij "Carlton Meres" terecht konden. De receptie was gesloten. We werden doorverwezen naar de pub van dit Country Park. De barkeeper moest even bellen, maar uiteindelijk konden we voor £ 10,- terecht op het grote groene veld op de heuvel.
Helaas begon het net te onweren. Onder een afdak van het toiletgebouw wachtten we de bui af. Toen deze grotendeels was overgetrokken, zocht ik in de nadrup een drogere plek op het grote veld, terwijl Ada begon te koken.

Op het moment, dat ik de tent aan het opzetten was, begon het weer harder te regenen. Snel deed ik de buitentent over de binnentent heen. De binnentent was niet al te nat.
Ik werd geroepen voor het eten, toen ik de tent wilde inruimen. Onder het afdak aten we macaroni met broccoli, kaar en een tomatenprutje. Er was yoghurt met muesli toe.
Met de kilometerteller op 135.00, hetgeen vandaag 78 kilometer betekende, wandelden we na de vaat en het inruimen van de tent naar de pub op "Carlton Meres Country Park", waar we plannen maakten voor de route van morgen onder het genot van een drankje.

zondag 25 oktober 2015

Suffolk

De dag begon vrij vroeg, doordat de camper, die naast ons stond, vertrok. Vermoedelijk om de boot naar Hoek van Holland te halen. De neiging bestond om na een gebroken nacht natuurlijk om te proberen nog in slaap te vallen, maar wij hadden andere plannen.
We ontbeten bij de tent, pakten de spullen voor een dagtocht bij elkaar en om 9 uur zaten we op de fiets naar Old Harwich. We hadden de wind een beetje in de rug en over grotendeels de groute van gisterenochtend schoten we lekker op. Binnen het uur hadden we de 18 kilometer heuvelland overbrugd.
Bij de pier moesten we nog een kwartier wachten op de veerpont naar Felixstowe. Op de pier dronken we cappuccino en chocomel voordat we op de boot over de Orwell konden stappen.

Een kwartier later stonden we met onze fietsen op het keienstrand van Felixstowe. Door een klein natuurgebied reden we Felixstowe binnen. Deze kuststad werd flink opgeknapt. Na een steile klim reden we het winkelhart binnen. Hier deden we wat boodschappen voor we door het drukker Felixstowe naar Trimley St. Martin te trappen. Daar verlieten we de drukke B-weg en reden het landelijke Suffolk binnen. Net als gisteren was het volop genieten.
Hoe de Engelsen wisten, dat ik zou komenis mij een compleet raadsel, maar voorbij Kirton troffen we een waarschuwingsbord aan, dat de Britten waarschuwde voor kikkers!

Een paar kilometer verderop kwamen we langs "The Fox Inn", een prachtige pub, waar aan de tafels buiten diverse fietsers in het zonnetje zaten. Daar het inmiddels 12 uur was, voegden wij ons bij hen. We namen cappuccino, jus d'orange en een panna cotta met aardbeien erbij. Heerlijk!

We vervolgden de Suffolk Coastal Path over "quiet roads". Op de glooiende wegen door de graanschuur van Engeland kwam je bijna niemand tegen. Dat was anders in Waldringfield, waar we afdaalden naar de Deben. Langs en op het stijgende water was het een drukte van belang.
Terwijl we lunchten konden we van nabij zien, hoe men de schepen bereikt, die bij eb op het droge liggen. Men zoekt zijn eigen roeibootje uit de tientallen, die langs de vloedlijn aan een boei liggen. Daarmee roeit men naar zijn zeilboot of jacht toe, die in het diepere deel van de baai aan een andere boei is vastgemaakt.

Met het sterk stijgende water kregen wij te maken, toen we na 20 minuten na onze aankomst onze bank verlieten. Op sommige stukken was het strand helemaal verdwenen. Wij trokken onze sandalen uit en waadden een stukje door het water, voor we bij de fietsen waren.
Door een gebied met grote landgoederen reden we via Martlesham en Little Bealings naar Tuddenham, het zoveelste leuke dorp van deze vakantie. Westerfield was de laatste plaats voor de de buitenwijken van Ipswich binnen reden. Middels veel draaien en keren kwamen we in Bramford uit.

We kwamen weer in het mooie boerenland met veel heggen uit om via Elmsett naar Hadleigh te pedaleren. In de leuke, kleurrijke winkelstraat van dit stadje deed Ada wat boodschappen. Met wat proviand voor zondag begaven we ons naar het fietspad naar Raydon Great Wood. Het was een oude spoordijk, waardoor je beide kanten uit een prachtig uitzicht had.
Hier verlieten we de fietsroute om via Capel St. Mary naar East Bergholt door te steken. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Onze route werd gedwarsboomd door de A12, een weg zoals de A44, dus met een vangrail in het midden. Oversteken was uitgesloten. Over een aan de overhangende struiken te zien nauwelijks gebruikt smal fietspad langs de snelweg reden we tot een viaduct over de drukke B1070. Hier konden we half lopend, half fietsend naar af dalen.
Zo kwamen we in East Bergholt, waar de bevolking blijkens de vele protestborden langs de kant van de weg massaal in verzet kwam tegen de grootschalige woningbouw, die gepland was: "East Bergholt is not a town".
Vanuit dit dorp reden we via Flatford en Brantham naar Manningtree, waar we £ 100,- pinden voor de laatste 2 dagen. Over de route van donderdag trapten we naar "Strangers Home Inn", waar we met precies 103 kilometer ons rondje Suffolk Coastal Cycle Route volbracht hadden.
Het stelletje campinghooligans was van de camping af gezet, zodat de kans op nachtrust sterk werd vergroot. Ik kreeg de £ 20,- kampeergeld van de afgelopen nacht terug. Het was niet bepaald slapend rijk worden.
We aten na de verkwikkende douche gevulde macaroni met een groentemix, met yoghurt toe. Om half 9 liepen we naar "The Village Maid". Ik was op mijn best, want ik dad een loopneus....

Ada las verder in "De gelukkige klas" van Theo Thijssen, terwijl ik de annalen van deze dag vastlegde. Ik probeerde 3 biertjes uit, waaronder 1 met de letter F.

"It's an Australian beer", zei de barkeeper: "It comes from down under."
"And the way to drink it is down up", vulde ik hem aan om de daad bij het woord te voegen.
Om het plaatje compleet te maken: op het moment, dat ik mijn eerste slok nam, klonk uit de geluidsboxen van een band down under: "Crowded House".....

zaterdag 10 oktober 2015

The Stour

De nacht was koud, doordat het na de regen, die voor onze komst op de camping gevallen was, het een onbewolkte nacht was met veel uitstraling. De wind was 's nachts dan ook nat van de dauw. Toen de zon doorkwam stoomde de tent echter in rap tempo droog.
Na de douche ontbeten we op deze vrijdagmorgen op het zonnige veld, waar wespen afkwamen op de cheddar en de jam. Ik waste in verband met mijn verkoudheid mijn zakdoeken en nam meteen een van de 2 afritsbroeken mee. Om 10 over 9 zaten we op de fiets na tal van smeerseltjes op mijn huid.

Via Bradfield Heath en Wix pikten we bij Great Oakley de route op, die we 3 weken geleden in omgekeerde volgorde hadden gereden. Dit viel bepaald niet mee, daar je de aanwijzingen pas achteraf kreeg. Op een gegeven moment werd het makkelijker, daar onze route samenviel met fietsroute 51. We konden de richtingborden volgen tot deze te ver afweek van de route naar de terminal van de boten naar Hoek van Holland.
Nu de kaartverkoop nog. Deze vonden we niet zo snel als we gedacht hadden. Het gebouw, waar we 9 jaar geleden 3 tickets hadden gekocht, zat op slot. We reden naar de toegangspoorten, maar ook daar was niemand. Hoe konden we in Godsnaam aan kaartjes komen?
Uiteindelijk reden we naar een bemande controlepost aan de andere kant en de douanier verwees os naar een gebouw, waar ook het treinstation in zat. Daar konden we inderdaad de 2 kaartjes naar Hoek van Holland kopen. Voor maandag...!

Eerder was er geen plek. Maandagmorgen moesten we om 8 uur inchecken. Vanaf de camping zou dat nooit lukken. De receptioniste verwees ons naar Una Road. Daar zat een Bed & Breakfast. De heer des huizes hielp ons door ons in te schrijven. Voor £ 59,- hadden we een tweepersoonskamer met om 7 uur ontbijt. Beter kon het niet.
We zaten inmiddels met een luxe-probleem: we hadden ineens een paar dagen extra vakantie in Oost-Engeland. We fietsten op ons gemak naar Old Harwich, waar Ada voor de tweede keer deze vakantie wielerhandschoenen kocht. Dit keer waren het blauwe, die bij haar fietstassen pasten. Hopelijk gaan deze langer mee.
Op de markt kochten we fruit, in de belendende winkelpanden brood en melk. Met deze vooraad voor de lunch gingen we op weg naar de veerhaven. Vlak voordat we er waren namen we bij een Inn chocolademelk en cappuccino met een stuk abrikozentaart.
Bij de haven aangekomen werden we voor de keuze gesteld: Shotley of Felixstowe. Wij dachten, dat het niets uitmaakte, maar de havenmeester, die een paar woordjes Nederlands sprak, raadde ons aan naar Shotley te gaan. We moesten nog 3 kwartier wachten voor we op het voetveer konden met onze fietsen. Voor £ 9,- werden we the Stour overgezet.
Het water op deze zeearm was tamelijk onrustig. Een minuut of 10 later konden we aan de overzijde van wat in Scandinavië een fjord genoemd wordt, voet aan wal zetten in Suffolk.

Zonder routebeschrijving begonnen we aan onze tocht langs the Stour.

Dat deden we over een public footpath. In het begin ging het vrij makkelijk, maar gaandeweg werd het pas smaller.

Op een gegeven moment reden we gewoon over gras langs bramenstruiken met stekelige takken aan de ene kant en brandnetels aan de andere kant. Een cursus mindfull fietsen voor gevorderden.

Het uitzicht was mooi. Daar het laag water werd, kwamen langs de kant kwelders en schorren droog te liggen. Een Waddenzee in zakformaat.

Af en toe moesten we van de fiets af, omdat er niet te fietsen viel. We waren na een uur een kilometer of 8 gevorderd. Zo zou het nog uren duren, voor we in Manningtree waren.
Op een gegeven moment was er een soort driesprong. Het public footpath ging rechtdoor langs the Stour. Een tweede vaag pad langs het korenveld liep omhoog. In de verte zag je een paar huizen. Wij probeerden dit pad en kwamen uit op een boerenpad, dat ons na 500 meter bij dat paar huizen bracht. Vandaar kwamen we over een gewone weg bij het bijna in elkaar lopende Lower Holbrook en Harkstead uit. Hier stond eindelijk een richtingaanwijzer met Manningtree erop.
In het golvende boerenland klommen we naar Holbrook toe, een prachtig Engels dorp, omgeven door diverse grote landgoederen. In het park van "The Royal Hospital School" lunchten wij met een voedzame flapjack en een beker melk. De toren van deze parkachtige school torede boven de omgeving uit, vooral daar Holbrook op een heuvel was gebouwd. Onder ons konden we the Stour zien stromen.

Via Sutton, weer zo'n stukje "unspoiled Britain", reden we over de drukke B-weg naar Brantham, waar we zelfs op een A-weg kwamen te rijden. Veiligheidshalve fietsten wij op het trottoir. We kwamen bij Manningtree Station uit, waarna de weg voor ons bekend werd. De schepen in dit deel van de baai lagen allemaal op de drooggevallen blubber.
In Manningtree deden we in een wholemeal store inkopen voor het avondeten, voordat we langs de Stour naar Mistley trapten, waarna we via Bradfield Heath de camping bereikten na 58 kilometer fietsen.

Op de camping hadden we nieuwe buren gekregen. Een vrij grote groep, waarvan je sommigen zo bij een motorbende zou verwachten. Het geheel vormde een soort Engelse familie Flodder. Maar de klapper moest nog komen. Een woest uitziende man met een kaal hoofd, die zijn baard en snor knalroze had geverfd. Ik mag toch hopen, dat er een kleurspoeling is gebruikt....

Zelf ging ik, daar mijn neus aardig verbrand was, in een houten schuilhut het dagboek bijwerken. Een paar keer vloog er een zwaluw boven mijn hoofd. Er zat dan ook een nest net onder het dak.
We aten zoete aardappels met snijbonen en kikkererwten met yoghurt met banaan toe. Ada had gekookt, dus de vaat was voor mij.

Daar we vanmorgen langs een andere pub gefietst waren, leek het ons leuk om deze ook eens te proberen. In "The Village Maid" begon Ada in "De gelukkige klas" van Theo Thijssen, terwijl ik begon in "Ventoux" van Bert Wagendorp, die Ada net uit had.

Terug op "Strangers Home Inn" zou ons een nacht wachten, die ons nog lang zou heugen. Zoals verwacht kwam er veel herrie bij onze asociale buren vandaan. Ondanks dat er gezinnen met kinderen om hen heen stonden, ging de ghettoblaster telkens een stukje verder open. Een krijsend viswijf met een schelle stem voerde de boventoon met in ongeveer de helft van de zinnen "fucking" erin. Zeer koningsgezind dus.
Van slapen kwam voorlopig niets. Om een uur of 12 viel de muziek even weg, maar toen werd er een auto gestart, die een meter of 12 van ons af een half uur stationair stond te draaien. Het meest vervuilende wat er is. Ook dat nog.
Op een gegeven moment kwam er nog een auto bij, nadat de stationair draaiende wagen weg was. Uit deze auto klonk nog hardere muziek, terwijl er hard bij werd gezongen.

Ada voelde zich niet meer veilig op deze plek bij die idioten. We besloten te gaan verkassen. Ik zocht een plek zo ver mogelijk van het asociale tuig. Ada deed de kleren in de tassen. Intussen was een jonge meid, die in de pub stond, met een hond langsgekomen en zij kreeg voor elkaar, dat de muziek uit ging.

Wij zetten het plan om te verhuizen door en met behulp van 2 aardige buren tilden we de tent met de slaapzakken erin van 65 naar 34.

Om 2 uur tikte ik de haringen vast, bijgeschenen door mijn vrouw.

Door alle adrenaline, die door het lijf gierde, duurde het nog even vor de slaap kwam, maar tot half 7 hebben we in ieder geval nog kunnen slapen. De buren, die waren blijven staan, konden dat niet zeggen. Zij hadden de hele nacht niet geslapen.
Ik kampeer nu ongeveer 40 jaar, maar dit was de eerste keer, dat ik 's nachts een tent moest verplaatsen.