Om kwart voor 10 vertrokken zes personen in 2 auto's door het Groene hart naar de Rottemeren, waar we om kwart voor 11 op het ijs stonden. Het was erg mistig. Jaap de Gorter, Arthur van Winsen, Kees Olsthoorn, Bauke Dooper, René Strelzyn en ondergetekende schaatsten in deze kleine wereld eerst zuidwaarts. Het ijs was soms goed, soms matig. Tot onze stomme verbazing reden we op een gegeven moment door een gedeelte, waar de sneeuw nog op het ijs lag.
We vormden twee treintjes: Arthur, Kees en Jaap, die alle drie aan marathonschaatsen doen vormden de sneltrein, René, Bauke en Bert de dieseltrein. Het bleef de hele dag vriezen, terwijl de mist hardnekkig bleef. Van een andere schaatser hoorden we, dat de KNSB-tocht was afgelast omdat het ijs geen 12 cm dik was maar "slechts" 10 cm.
Halverwege de tweede ronde gingen we wat drinken bij uitspanning "de Roerdomp". En dan is het toch wel handig, als je je schaatsbeschermers bij je hebt....
Een drietal schaatsers kon naar het beginpunt schaatsen om ze te gaan halen. Na de warme chocolade met slagroom, aangevuld met wat krentenbollen, konden we er weer even tegen. Het rondje van 10 km reden we nog een paar keer over de mistige meren, tot bij het ingaan van de laatste ronde de zon door wist te breken. Ineens zag je, hoe mooi het hier is vanaf het ijs.
Vlak voor het einde van onze 50 km reed René in een scheur en kwam hij op zijn neus terecht. Dit had een flinke bloedneus tot gevolg. Daar ik de voorlaatste ronde het stuk tegenwind achter Arthur had gereden, had René al vroeg moeten lossen. De dieseltrein was zodoende al met flinke achterstand aan de laatste driekwart ronde begonnen. Toen wij vervolgens langer wegbleven, waren de anderen bang, dat er iets gebeurd was en gingen zij in het gedeelte ten zuiden van Bleiswijk zoeken. Aan de schaatsbeschermers in de tas zagen wij, dat zij nog op de Rottemeren waren.
Na een kwartier wachten zagen we Arthur, die Jaap en Kees belde, dat op een bloedneus na alles o.k. was.
Na de enige kluunplaats van de dag nogmaals gepasseerd te hebben, reden we de laatste 500 meter naar de auto's. We hadden een leuke dag gehad op de mistige meren.
Voor het eerst in jaren stond in onze omgeving een officiële toertocht op het programma, de Molenviergangtocht, die vanuit Aarlanderveen vertrok. Via een sluiproute, die we per ongeluk hadden, reden we, Hans Boers, René Strelzyn en ondergetekende, naar Aarlanderveen, waar files stonden. In het weiland konden we de auto van Hans parkeren, waarna we ons in gingen schrijven bij Het Oude Rechthuis. Ook daar moesten we in de rij staan.
Met de stempelkaart op zak vertrokken we naar het ijs. Hier was het heel druk, terwijl er nog van alle kanten auto's met schaatsers aankwamen. Om 11 uur gingen we van start. Het eerste stuk van de tocht bevatte veel kluunplaatsen. Met de drukte op het ijs werd het fileklûnen.
Bij een van de eerste boerensloten had ik al in de gaten, dat een tweede ronde er niet echt inzat. Aan de kanten begon er al water op het ijs te komen, zodat de sneeuw die vannacht gevallen was veranderde in een bruine drab.
Op de brede sloten was het prima om te schaatsen, maar de smalle sloten naar de stempelposten, waar we wederom moesten fileklûnen, werden al snel slechter. Vooral de bovenlaag werd door de grote drukte bros. René wist het, komende vanaf de Dikke molen, treffend te verwoorden:"Het laminaat komt los."
Onderweg kwamen we Hans den Outer en Henk Distelveld tegen, die ons vertelden, dat de sloot op de officiële route zeer slecht werd. Daar we aan de rand van de Nieuwkoopse plassen waren, stapten we op een belendende sloot, waarover we naar Zwammerdam probeerden te schaatsen. Het was inmiddels zonnig geworden, maar de weg naar Zwammerdam werd geblokkeerd door een enorm wak. Wij maakten rechtsomkeer en reden naar de Nieuwkoopse plassen, die er in het gefilterde zonlicht met sneeuw op het ijs en de rietkraag in een oranje gloed sprookjesachtig uit zag. Op het meer waren ze bezig de toertocht voor morgen uit te zetten.
We reden een rondje, om vervolgens naar Meije te rijden, waar we in een café warme chocomel namen. Het was inmiddels aardig gaan dooien. Toen we na een aantal keren klûnen de Meije achter ons konden laten en de Nieuwkoopse plassen weer op reden, zag alles er veel grauwer uit. Veel sneeuw was weggedooid en het schaatste veel zwaarder, doordat je dieper in het ijs sneed.
Na voor de tweede keer over het meer gereden te hebben, begaven we ons maar de Molenviergangtocht, waar we de laatste 3 kilometer op ijs met veel plassen water reden en weer konden fileklûnen. Wat zijn kluunschaatsen op deze dag toch een uitkomst. Bij het eindpunt, na 50 km schaatsen, kwamen we Hetty ten Oever en Shirley Jaarsma tegen, die met ons mee terug zouden rijden naar Leiden. Het ijs was, mede door de regen en de dooi al flink aan gort gereden door de 3000 toerrijders en minimaal 2000 zwartrijders. Dat de inschrijving pas om 1 uur sloot verbaasde me eerlijk gezegd, gezien de conditie van het ijs om 11 uur op sommige sloten. En degenen die niet meer mochten starten? Dat zullen vast wel zwartrijders zijn geworden.....
Ondanks de regen op de laatste 3 kilometer en het fileklûnen hebben we volop genoten van de Molenviergangtocht.
Wij reden de Molenviergangtocht netjes uit, maar tussendoor schaatsten wij heerlijk op de vrijwel lege Nieuwkoopse plassen. Met een klein beetje creativiteit kom je letterlijk en figuurlijk een heel eind.
"Driekoningen maakt of breekt de brug" is één van de meest bekende weerspreuken en er zit een zeer grote kern van waarheid in. Dit keer vroor het hard met Driekoningen: in Maastricht zelfs 14 graden onder nul. Hier zal het pakweg de helft zijn geweest, voldoende om op de Vogelplas weer een stevige, spiegelgladde ijsvloer te krijgen. De dooi van zondag en maandag had als een soort enorme dweilmachine gewerkt.
Het ijs was lekker hard. Het was een prachtig gezicht om aan de zuidzijde van de plas, waar ribbeltjesijs lag ten gevolge van bevroren golfjes, dat je door het zonnige weer een soort "fonteintje" van ijssplinters van de schaatsen af zag spetteren als je voorganger over de ribbels heen roste. Hoe hoger het tempo, hoe mooier het fonteintje.
Om kwart over 10 stond ik op het ijs. Het was nog behoorlijk koud, maar gaandeweg de dag werd het steeds lekkerder. De wind was niet al te hard, de zon scheen de hele dag en langzaam klom de temperatuur tot net onder het vriespunt. Kortom: ideale weersomstandigheden. Het werd naarmade de dag vorderde dan ook steeds drukker op de Vogelplas. Gezellig druk.
Terwijl ik aan het zesde rondje bezig was, werd ik ingehaald door the Shoes: Willem van Huis, Henk, Jan en Michel Versteegen en Richard Dieke. Met hen reed ik op tot ronde 19, toen zij het ijs verlieten. Kees Borst had zich ook bij onze groep aangesloten en hij nam heel veel kopwerk. Een echte natuurijsschaatser! Het is geen toeval, dat hij in 1996 Nederlands kampioen op natuurijs bij de veteranen is geworden.
Hoe zo'n treintje op de Vogelplas eruit ziet is hier te zien:
Het tempo lag lekker hoog, maar zonder dat je jezelf opblies. Op een gegeven moment moest ik lossen en dan kom je er niet meer bij. Geen probleem. Er reden genoeg bekenden. Met o.a. Bauke Dooper en Marcel van der Klaauw reed ik in een iets rustiger tempo de volgende serie van 10 ronden, waarna ik de rest van de middag veelal opreed met "de bonte dinsdagavondtrein" van de Leidse IJshal. Met o.a. Henk, Hans, Loek, Nico en Rein, waar ik ieder dinsdagavond ook mee schaats, reed ik nog eens 20 ronden, waardoor ik met 50 rondjes van gemiddeld 2,5 km op 125 kilometer uitkwam. Om 10 voor 4 deed ik mijn schaatsen uit. Nog even gesproken met Jos Fugers en mijn collega Aafke van Duijn en op de fiets naar huis.
Ik ben in ieder geval klaar voor de Elfstedentocht. Nu het ijs in Friesland nog. Gisteren is er nog bemalen, terwijl volgens Bauke Dooper, die dagelijks contact heeft met zijn familie in Friesland, in die provincie bijna uitsluitend op ijsbanen wordt geschaatst. Zuid-Holland is een stuk kouder dan Friesland. Dat is wel eens anders!
Maar we hoeven niet te wanhopen: dit jaar maakt Driekoningen de brug!
Het dooide flink. Er stond al aardig wat water op de sloot achter ons huis. Daar ik gisteren in de auto van Hans Boers gehoord had, dat hij vrijdag op de Vogelplas was wezen schaatsen en er nauwelijks water op het ijs was, ben ik toch maar naar de Kniplaan gefietst. Onderweg zag je overal het treurige, dooiende ijs. Bij de Vogelplas aangekomen zag ik Wierd Wagenmaker, die net van het ijs kwam. "Je komt te laat" zei hij, "Een half uur geleden was het nog droog." Daar het ijs nog 7 centimeter dik was, reed ik nog 2 rondjes en nog een paar keer heen en weer langs de kant. Gaandeweg zag je, dat er meer water op het ijs kwam. Maar zoals Johan Cruijff zegt:"Ieder nadeel heb zijn voordeel", kon ik hier het voordeel wel van zien. De afgetrapte bovenlaag wordt spiegelglad, als het weer gaat vriezen en volgens alle voorspellingen gaat dat morgen weer gebeuren. Zelfs de slechte stukken ijs zullen dan goed beschaatsbaar zijn. Daar ik geen zin had in een nat pak, waarvoor een simpele val voldoende was, hield ik het na een half uur voor gezien. Morgen of anders overmorgen kunnen we weer op het natuurijs terecht. In deze eeuw zijn er heel wat winters, waarin we dat niet konden zeggen.....
Met 24 uur vertraging vertrokken we om half 10 bij de Leidse IJshal aan de Vondellaan. We waren met een aardig grote groep: Jaap, Hans, Wil, Edgar, Arthur, Paul, Andrea, Mark, Erik, Jeroen en ondergetekende. De meesten waren lid van de IJVL, maar geheel in onze traditie had iedereen andere kleding aan. Alle kleuren van de regenboog waren in onze groep te ontwaren. In Alblasserdam reden we de Vondellaan in, waar we bij de volkstuinen parkeerden. Van hier was het een klein stukje wandelen naar het ijs. Om half 11 hadden we de schaatsen onder onze voeten en konden we op zoek naar de anderen, die hun auto hadden geparkeerd bij de ijsbaan.
Gezamenlijk konden we om 11 uur over de weg klunen om op de Grote of Achterwaterschap de polder in te schaatsen langs de berijpte rietkragen. Het was windstil en een paar graden onder nul. Het ijs op dit brede water was vrij goed. We konden dus lekker doorkachelen. Je moest wel goed opletten, want her en der lagen nog wat windwakken, maar zolang je de schaatssporen volgde, ging alles goed.
Vlak voor de Achtkantemolen moesten we een stuk klûnen. Wil Verbeij had zijn schaatsbeschermers in de auto laten liggen: niet echt handig. Gelukkig had ik nog een paar katoenen beschermers in mijn rugzak, zodat hij het stuk langs de rietkraag kon lopen. Vanaf de molen reden we linea recta naar Ottoland.
Bij de kluunplaats was een koek-en-zopietent. Zeer strategisch gelegen. De warma chocolademelk ging er goed in. Hierna volgde een paar honderd meter klûnen. Behalve Wil had ook Edgar geen schaatsbeschermers. In mijn TNT-pak kon ik voor postbode gaan spelen. Met mijn kluunschaatsen liep ik met de schaatsbeschermers van de eerst aangekomen schaatsers uit onze groep terug om de beschermers aan het vergeetachtige duo te overhandigen. Het probleem was, dat er wel een stuk of 8 kluunplaatsen waren in Ottoland, Vuilendam, Gijbeland en Molenaarsgraaf.
Wil en Edgar werden trouwens in Vullendam met de tractor vervoerd, terwijl ze in Gijbeland een plek zagen, waar ze schaatsbeschermers konden kopen. Ze moesten de beschermers wel zelf in elkaar zetten, dus dat duurde even. Zelf ben ik op dit stuk van de tocht onderuit gegaan toen ik over een opgevroren rand reed. Ik kwam op mijn billen terecht en daar zit voldoende vlees om de val te breken.
Het was trouwens zeer druk op het ijs, ondanks dat er nog geen Molentocht was afgekondigd. In Bleskensgraaf zagen we de route van de Molentocht. We hadden er al een flink deel van gereden. Hier was voorlopig de laatste kluunplaats op de Alblas. Via Oud-Alblas reden we terug naar Alblasserdam, waar we op onze eerste kluunplaats moesten klûnen om naar Kinderdijk te kunnen schaatsen.
Nu komen er mensen uit Japan en China om de molens van Kinderdijk te kunnen zien, en ik was er als 53-jarige Hollander nog nooit geweest! Maar ik kon de schade meteen inhalen. Over zwart ijs gleden we langs de molenrij. Mooier dan vanaf het ijs met de molens in de oranje winterlucht onder een verder bewolkte hemel kun je het niet krijgen. En Hollandser ook niet!
Op dit mooiste stukje van de supermooie toertocht wist Arthur de spanning op te voeren. Je bent immers tandarts of niet. "Ik kan mijn autosleutels niet vinden..."
Na alle zakken doorzocht te hebben vroeg ik: "Heb je ze niet in je tas gestopt?"
"Nou je het zegt, ze zitten waarschijnlijk in mijn andere broek in de tas."
In een fantastische kadans reed ik achter Arthur in een hoog tempo over het zwarte ijs. Arthur heeft een echte natuurijsslag. Hij komt hier veel beter tot zijn recht als op de kunstijsbaan.
Op dit lange rechte stuk viel mij ook op, dat Jaap een zeer goede valbeweging heeft. Het was vandaag trouwens op de kop af 12 jaar geleden, dat ik met Jaap de Elfstedentocht gereden had. (Zie voor het verslag in de blog van augustus 2008: De lamme en de blinde).
Op zo'n dag merk je wel, dat je tot de betere schaatsers behoort. Met duizenden mensen op het ijs hebben we bijna alleen maar ingehaald en waren maar weinig schaatsers sneller dan onze groep, terwijl we beslist ook tijd namen om de mooie omgeving in ons op te nemen.
Terug bij de kluunplek hadden we er 46 km opzitten. Over de parallelsloot maakten we de 50 km op de GPS van Jos vol. Na vierenhalf uur en 51 km GENIETEN stapen we om 3 uur van het ijs af. En daar Arthur zijn autosleutels weer had, konden we nagenietend terugrijden naar Leiden.
De foto's heb ik van www.weerwoord.be waar ze zijn geplaatst door Pieter de Gelder.
Op de Vogelplas hadden we afgesproken om vandaag naar Alblasserdam te gaan om een gedeelte van de Molentocht te gaan schaatsen. Bij het ontwaken wachtte een onaangename verrassing: het dooide. Toen we op de radio hoorden, dat het geijzeld had in het gebied, waar we naar toe wilden gaan en er daar een rijksweg was afgesloten na een kettingbotsing, besloten we Alblasserdam een dag uit te stellen. "Dan hebben we vandaag een rustdag" concludeerde Jaap de Gorter. Groot was de verbazing bij mijn collega's, dat ik kwam werken. Mijn eerste taak: mezelf volgende week vervangen, want de vooruitzichten zijn tot donderdag goed te noemen. Ook voor morgen trouwens. Aan het eind van de middag vroor het alweer een graad.
Allereerst alle lezers van mijn blog de beste wensen voor 2009 toegewenst.
Om kwart voor 12 vertrok ik, na mij gewogen te hebben, op mijn fiets naar de Vogelplas, waar we dit jaar de traditionele Nieuwjaarsreceptie van de IJVL zouden houden. Ik woog 66 kilo, 2 minder dan vorig jaar en 4 minder dan op 1 januari 2007. Nu zijn het altijd maar momentopnames, maar ik voel me momenteel wel superfit.
Ik trok mijn klapschaatsen aan en om kwart voor 12 deed ik mijn eerste slagen op het ijs in 2009. Het was even wennen om met klapschaatsen op natuurijs te rijden. Mijn kluunschaatsen had ik uitgeleend aan een van dochters vrienden. Er waren 6 personen bij ons blijven slapen en zij gingen schaatsen op de Schenksloot in de Stevenshof.
Langzaamaan druppelde de droogtrainingsgroep binnen. Met Arthur, Wil, Annemarie, Jos, Sophie, Jaap, Annerieke, Hetty, Paul en Andrea reden we rondjes over de Vogelplas en hadden we zodoende een rijdende receptie op deze grauwe dag met temperaturen net boven nul. Nu was Paul een paar dagen ervoor op Kaageiland op een boerensloot door maagdelijk ijs gezakt tot zijn middel, hetgeen tot grappen aanleiding gaf:"Je was wel een paar dagen te vroeg met je Nieuwjaarsduik, Paul. Of ga je straks op herhaling?"
Het werd gaandeweg de dag steeds drukker. We kwamen o.a. Herco Liem tegen.
Tot half 4 waren we op het ijs te vinden, plannen makend voor morgen. Dan willen we naar de Alblasserwaard om een tocht te gaan rijden. Het leek net een gezellige avond: na de laatste ronde volgde een volgende laatste ronde. Ik ben een nieuw jaar wel eens slechter begonnen....
Op weg naar huis kwam ik Fré Kreuger tegen, wier vader, F.H. Kreuger zeer lezenswaardige humoristische romans geschreven heeft zoals "De Nachtwacht op avontuur", "Onder hoogspanning", "Il cannone" en "De restauratie". Ook in het nieuwe jaar blijf ik leestips geven.
Even na Fré kwam Pieter Smit aangefietst. Zoals gezegd: het was een rijdende receptie.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.